4 Bouwtechnische Gegevens
De ligging van het kasteel bij de
samenvloeing van de rivier 't Geyn, thans de Angstel, en de Winckel was strategisch gezien
zeer gunstig aangezien de aanvoer van goederen toen nog grotendeels via het water ging.
Behalve strategisch had het ook bouwtechnisch gezien een gunstige ligging. Uit
proefboringen in 1964 op het naast het slot liggende land van Boer Zeldenrijk, bleek dat
er in de onderliggende grondlagen hoegenaamd geen klei en helemaal geen veen voorkomt maar
zand. Dit in tegenstelling tot bijna alle andere plaatsen in Abcoude waar geboord werd.
Voor de vorm van het slot gaan we uit van KP01. Deze komt ongeveer overeen met hoe het slot eruit
zou hebben gezien. De torens in de tekst heten, gezien naar deze tekening voortaan; grote
ronde toren, kleine ronde toren, halfronde toren, rechthoekige toren en vierkante toren.
Bij de herbouw van het slot in 1328, was er op het eind van de 13de eeuw een
eenvoudiger kasteeltype in zwang gekomen. Derhalve is de vorm van een onregelmatige
zeshoek in 1328 niet erg waarschijnlijk. Nou zal niet iedereen meteen de nieuwe norm
volgen, voorbeelden hiervan vinden we nog steeds terug, zoals Te Nesse onder Linschoten.
Alleen door een bouwhistorisch onderzoek van de fundamenten zouden we een duidelijker
bouwdatum kunnen bepalen. Voorlopig kunnen we aannemen dat het slot uit de 13de
eeuw stamt.
De toren in de Zuidoosthoek heeft een middellijn van 12,50 meter. De torenmuren hebben
een dikte van 2,60 meter. Men meent hier aan de toren duidelijke sporen te zien van
vroegere en latere bouwactiviteiten. De put heeft een middellijn van 2,20 meter. Het stuk
opgegraven muur aan de slotgracht heeft een lengte van 10,60 meter.
Door de weerstandsmeting KP01 zijn we een stuk meer te weten gekomen over de
omvang van het slot. Helaas is er niet naar de put en de eventuele voorburcht gezocht. Wel
weten we nu dat de omvang van het slot ca. 46 x 48 meter was. J. Wustenhoff weet nog
waar de put ligt.