6 In Den Beginne
Met de bouw van
uiteindelijk een van de twee machtigste kastelen (het andere is Ter Eem) van het sticht
zou rond 1080 al begonnen zijn. Uit archiefonderzoek blijkt echter dat het dorp er eerder
was dan het kasteel. Men kan dus stellen dat het geslacht Abcoude, dat verantwoordelijk
zou zijn voor de bouw van het Slot, zijn naam aan het dorp ontleend heeft en niet andersom
zoals men ook weleens oppert. Bij een studie betreffende het in cultuur brengen van de
venen westelijk van de Vecht is er niets gevonden dat aanleiding geeft om een geslacht van
dienstlieden (ministerialen) te vermoeden, die als bouwheren van het slot Abcoude
beschouwd kunnen worden. In een oorkonde uit 1186, waarvan men niet zeker weet of deze
betrouwbaar is, wordt voor het eerst een Hendrik van Abcoude genoemd. Er is nog geen
zekerheid over dat er rond deze tijd al een kasteel in de slotpolder zou hebben gelegen.
Omdat door ontbrekende oorkonden nog steeds niet te bewijzen valt dat ene Zweder van
Zuylen met Hendrika van Abcoude zou zijn gehuwd, wordt het bestaan van een geslacht
Abcoude betwijfeld. Toch was deze Zweder de eerste heer die de naam Van Abcoude aannam.
Dit is terug te vinden in een oorkonde uit 1268 gewaarmerkt met het oude wapen van Zuylen,
en een randschrift waar hij zich tevens Zweder van Sulen noemt. De kans is groot dat hij
daarom ook de opdrachtgever is voor de bouw van het Slot Abcoude. Tegen deze tijd ook
staat het kasteel en het gerecht onder bisschoppelijk leen. Het slot zal in het begin uit
niet meer dan een eenvoudige woontoren hebben bestaan, die ook als statussymbool dienst
deed. Dan wordt het slot van Zweder in 1274 tijdens de Kennemer boerenopstand onder
leiding van Gijsbrecht van Amstel verwoest. Volgens sommige geschriften zou de herbouw van
het slot, hoe onwaarschijnlijk ook, pas in 1328 plaatsvinden. Na het overlijden van Jacob
van Gaesbeek komt het kasteel in 1459 in het bezit van David van Bourgondië. Dat dit niet
zonder problemen ging, blijkt uit het feit dat de bisschop eerst hulp moest zoeken bij
Amsterdam, om het uit handen van de stad Utrecht te houden. Helaas wilde het Amsterdamse
garnizoen na de overwinning van de bisschop niet meer vertrekken. Dit heeft nog enkele
jaren stand gehouden. Daarna liet de bisschop het door regelmatig wisselende kasteleins
beheren. |
|