7 De Staten van Utrecht
Nadat de
kerk in 1529 haar wereldlijke macht verloor kwam het slot in handen van de Stad Utrecht,
en kreeg het een utrechtse bezetting. Dat dit nog wel eens wisselde blijkt uit het dagboek
van Wouter Jacobszoon uit 1578 waar hij melding maakt van een tijdelijke spaansgezinde
bezetting.
Dit is een gedeelte van een kaart bij een
voorstel om een waterweg te graven tussen de Bijleveldse wetering en de Hollandse Ijsel.
De positie en de vorm van het slot komen enigszins overeen met de werkelijkheid. De
ongewone toren aan de rechterzijde zal naar alle waarschijnlijkheid de halfronde toren
uitbeelden. Dat maakt de toren in het midden de grote ronde en de meest linkse de
rechthoekige. De toren op de achtergrond is dan de vierkante en de kleine ronde is aan het
oog onttrokken door de grote ronde. Het aanzicht dat wil zeggen vanuit het zuiden gezien
klopt ook nog aardig.
Enigszins vervormt getekend vanuit de
Noordoosthoek. De opzet komt wel ongeveer overeen met de werkelijkheid. Waarschijnlijk
heeft hij het kasteel vluchtig gepasseerd, een schets gemaakt, en deze later uitgewerkt.
De twee boven elkaar geplaatste ramen links in de grote toren kloppen, hoewel ze niet zo
groot waren. De halfronde toren heeft in CV01
een aan het aanzicht geplaatste schoorsteen. Hier staat hij echter aan de andere zijde. Nu
staan er achter deze toren ook nog twee schoorstenen maar die kwamen niet boven het dak
van de halfronde toren uit. Verder tekent hij op de bovenste verdieping twee ramen terwijl
er in RR02
nog maar één raam is. Dit zou verklaart kunnen worden door de verhoging van het
woongedeelte achter de gekanteelde muur. In CV01
en nog duidelijker in RR02
zijn duidelijk sporen te zien van een ophoging van de gekanteelde muur. Van de zijkant af
gezien loopt hij duidelijk schuin af. Het woongedeelte rechts van de knik in deze muur
bleef echter lager. Door deze verbouwing moest één van de ramen verdwijnen. Het zou
kunnen dat vanaf dat moment pas een schoorsteen aan deze kant van de halfronde toren is
gebouwd. Het onderste raam in de halfronde toren is juist. In de muur zit ter hoogte van
de waterlijn een zwarte rechthoek. Als hij deze per abuis overgenomen zou hebben uit de
muur tussen de grote en de halfronde toren, zou het de verbindingsgang met de gracht
kunnen zijn, deze is immers ook geflankeerd door twee ramen. Zoniet dan bedoelt hij
hiermee de houten uitbouw die op de tekeningen van CV01,
RR01
en RR02
te zien zijn. In de kleine ronde toren zitten twee ramen. In CV01
is te zien dat deze er van linksaf gezien drie heeft, en van rechtsaf gezien twee. Het zal
hier dus het rechter aanzicht betreffen. Van Buchel heeft getracht de brug enigszins in
perspectief weer te geven. Er is hier geen dubbele ophaalbrug te zien, zoals in CV01 te zien is. Achter de brug ligt de vierkante toren met een juist
geplaatst raam. De veeg rechts van de brug is waarschijnlijk het stenen toegangspoortje.
Op 1 Augustus 1599 lieten de toenmalige eigenaren
van het slot, de Staten van Utrecht, deze kaart vervaardigen. Ondanks dat er nog geen
luchtfotografie was, is er zeer nauwkeurig te werk gegaan. Alleen de windroos zou nog ±
45 rechtsom moeten worden gedraaid. Als we de kaart van boven naar beneden doornemen dan
blijkt dat het gedeelte wat het 't Geyn wordt genoemd, tegenwoordig de Angstel heet. Links
van 't Geyn ligt een weg, Den Dyck geheten. Tegenwoordig heet deze de Oude Dijk. De naam
van het perceel de Cleijne Cleij alsook het onderaan gelegen perceel de grote Cleij vindt
men nog steeds terug in de in Baambrugge gelegen Kleiweg. De sloot tussen De Cleijne Cleij
en De Hagen ligt er nog steeds. Over 't Geyn ligt een brug die de kasteel oprijlaan 'De
Steegh' met Den Dyck verbindt. Dit was vroeger de verbindingsweg tussen het Slot en het
dorp. De twee flankerende sloten van De Steegh liggen er nog steeds zo goed als. Bij het
slot is maar één gracht te zien, met een directe verbinding met 'het oude Geyn'
tegenwoordig de Winkel geheten. Sporen van deze waterloop en de gracht liggen er nog
steeds. De bomensingel die er gedurende de rest van het bestaan van het slot zou staan is
hier reeds aangegeven. Op een gegeven moment is er een tweede kleine buitengracht om het
slot heen gegraven die er nog steeds ligt. Daardoor is het slotenpatroon rechts van het
slot enigszins gewijzigd. Van het rechthoekig perceeltje E zijn de slootjes links en onder
niet meer waar te nemen op RS01.
Het slot zelf lijkt qua opzet wat op het ware slot, Zoals de positie van de grote en
kleine ronde toren, maar de toegang lag niet door een toren en ook de muren doen vermoeden
dat hier het woongedeelte getekend is dat juist aan de achterzijde lag. Het bouwsel ten
Noorden van het slot is waarschijnlijk de in de overdrachtsaktes genoemde hofstede
behorende bij het Slot. Hiervan zijn op RS01
nog sporen te zien. Er zou volgens een beschrijving van Breuninghoff een voorburcht
geweest zijn. Naar mijn mening probeerde hij het zich mooier voor te stellen dan het was.
In zijn tijd stond er immers alleen nog maar een toren. Een voorhof zou een betere
beschrijving zijn geweest. Alleen op CV01 is een boerderij te zien, maar deze ligt daarvoor op de verkeerde
plaats. Het perceel A genoemd wordt in het Noorden begrensd door een sloot die er nog
steeds ligt.
Geheel
links ligt een bruggetje over de zuidelijke flankerende sloot van de oprijlaan 'De
Steegh'. Dan zien we bij de halfronde toren, op de plek van het ontbrekende raam dat de
gekanteelde muur iets hoger opgemetseld is en men ziet nog net het puntje van een naar
rechts schuinaflopend dak. Ook staat hier een schoorsteen op de halfronde toren afgebeeld.
Het feit dat we hier het schuine dak zien, getuigt dat het woongedeelte voor de knik een
lagere constructie is. Het scheelt in ieder geval één verdieping getuige het venster in
de muur net boven het houten uitbouwsel. Tegen de gekanteelde muur staat ook nog een boom
die in RR01
en RR02
alweer verdwenen is. De functie van het juk stekende uit de klein ronde toren was gezien
de planken die uit het raam steken, om goederen naar binnen te hijsen die per boot
aankwamen. Het feit dat het naast het raam geplaatst is, en dat hij een rare onlogische
hoek maakt, betekent volgens mij dat het met een hefboomprincipe werkte. Aan de dwarsbalk
worden twee touwen vastgemaakt. Één aan de linkerzijde die aan de last vast wordt
gemaakt en aan de rechter kan men gaan hangen. Hierdoor komt de opgehesen last wonderwel
precies voor het raam te hangen. Direct naast de toren boven de muur zien we het dak van
de grote ronde toren. Het kleine rechthoekje kan de rechter van de twee schoorstenen zijn,
waarvan de ander vergeten is op te tekenen op KP01. De twee omhoogstekende
bouwsels en de schuine balk tegen de trapgevel, zeggen mij nog niets. In het
toegangsgebouwtje ziet men boven de poortdeur een sleuf zitten voor het ophaalmechanisme
voor de eerste brug. Ook zit er verderop de brug, net achter de boom, een tweede
ophaalbrug, en waarschijnlijk kon het toegangsmuurtje met een metalen hek afgesloten
worden. Van de goot van de vierkante toren loopt een balk of iets dergelijks tot recht
boven de poort naar het toegangsgebouwtje. Dat het niet tegen de gevel aan is gebouwd kan
men zien door de schaduw dit tot aan het raampje loopt. Nu volgt er een discutabel punt.
Aan de voorzijde van de vierkante toren op het dak ontwaart men iets dat op een
dakkapelletje lijkt. Dit zou ook het zichtbare gedeelte van de achterkant van dit
kapelletje kunnen zijn aan de andere zijde zoals weergegeven op de tekening van RR04.
Maar kijken we op die tekening dan staat er behalve deze ook weer één die op de
voorzijde zou kunnen staan. De achterkant kan het in ieder geval niet zijn. En als dat zo
is waarom tekent Roghman hem dan niet op RR01?
In ieder geval worden ze alledrie met drie trapgeveltjes per kappeletje weergegeven. zie AO01,
CV01, RR01 en
RR04.
Tussen de vierkante toren en de eerste boom op de kade, ter hoogte van de brug, staat op
palen gelijk aan de pijlers van de brug een klein waarschijnlijk houten gebouwtje dat
compleet met ramen en deur een toegangshuisje voor de wachter van de brug lijkt. Dit is
duidelijk te zien op de tekeningen uit RR01
en RR04.
Op AVB01
staat deze nog niet aangegeven. Rechts van het toegangspoortje ligt wat lijkt op een lage
stal annex woongedeelte. Daar weer rechts van liggen nog enkele houten objecten. De
voorhof en 'De Steegh' werden weer gescheiden door een muurtje met een toegangspoortje.
Deze afbeelding is door de
vele fouten duidelijk een gravure van een bestaande tekening, vermoedelijk CV01.
Daarom zal ik alleen de verschillen met die tekening aanduiden. De hoek waaronder deze
afbeelding staat, is iets zuidelijker genomen, hierdoor komt de brug beter uit. Toch zal
het daardoor niet duidelijker worden daar de graveur er sommige dingen bij moest
verzinnen. Door de hoek zien we niet exact op hoeveel pijlers de brug staat en hij heeft
er dus vier genomen. We weten echter van RR01
dat het er zes zijn. Bij de muur van de halfronde toren moet te zien zijn dat er een
opbouw van een extra verdieping moet zijn. De graveur geeft het echter als een
beschadiging in de bestaande muur weer. Het brughuisje is geïnterpreteerd als zijnde een
gebouw op de achtergrond. De trapgevel van het poortgebouw verspringt vaker. Op de
achtergrond staan teveel bomen. Al met al heeft deze afbeelding dus een negatieve waarde
om mee te nemen in een onderzoek.
Deze afbeelding is een replica van een tekening
van ene Zachtleven. Of het brughuisje op het origineel al verkeerd is getekend of pas op
de replica is niet bekend. Ook is niet bekend of Zachtleven een origneel tekende of dat
het hier ook al om een replica ging. Als hij nagetekend is vertoond hij meer
overeenkomsten met CV01
dan met RR01.
Als we links beginnen zien we dat de muren van de halfronde toren aan de bovenkant ineens
uitspringt. Dit is echter nergens terug te vinden. Het raam in de schildmuur wordt sinds
1617 met drie ruitjes naast elkaar getekend, hier zien we er maar twee. De perspectief
kunst van de tekenaar is niet zo best gezien de ramen in de kleine ronde toren op de
voorgrond. Hier zouden de binnenkanten aan beide zijden heel licht zichtbaar moeten zijn.
In de trapgevel van het poortgebouwtje zit een raampje dat in CV01
niet te zien is. In het dak van de vierkante toren zit in het midden een zwart maantje. De
functie hiervan is mij onduidelijk, maar deze is ook terug te vinden op CV01 waarvan ik eerst dacht dat het een vlek betrof.
We beginnen zoals de voorgaande tekeningen met
het aanzicht uit het Noordoosten. Het trappetje rechts bij de brug naar het water toe ligt
er nog steeds. Het muurtje voor de brug met het poortje is verdwenen. Hier ziet men op de
brug een huisje, waarvan het lijkt dat het op de oever staat. Als men echter op RR04
kijkt, ziet men dat er zich iets voor het ophaalmechanisme bevindt. Met het huisje op de
oever is dat niet te verklaren. Kijkt men echter naar de brugpijlers, dan ziet men dat
deze ter hoogte van het huisje langer zijn en dezelfde breedte als het huisje hebben. Dat
verklaart dus ook waarom de ramen op CV01 dichtbij lijken. De schuine balk van de vierkante toren naar het
poortgebouw is verdwenen. Het vreemde is dat de balk om de tweede brug op te hijsen opeens
veel hoger in het poortgebouwtje lijkt te staan. In de kleine ronde toren zit nog steeds
het hijsjuk om de vrachten naar binnen te heffen. Alleen ontwaar ik hier de hefboombalk
niet. Het kleine gaatje onder de torentrans linksboven het hoogste torenraam is
waarschijnlijk een spuigat. Ook hier is boven op de schildmuur links van de kleine ronde
toren duidelijk te zien dat het dak hier schuin naar de binnenplaats afloopt. Dat het
woongedeelte direct achter het eerste gedeelte van de muur lager is, is waarschijnlijk ook
af te leiden uit het kleinere venster. Dit terwijl de andere vensters in zowel torens als
muren twee keer zo hoog zijn. Ook hier is geen voorburcht te zien. Het uitstekende
gedeelte uit de halfronde toren is waarschijnlijk een openstaand luik van een raam.
Dit aanzicht uit het Oosten geeft nog net een
goeie blik op wat ze later de voorburcht zouden noemen. Er staat nog steeds niets, en men
heeft nog maar 1672-1646=26 jaar de tijd om er een te bouwen. Volgens mij is het dus nooit
meer geweest dan een boerderij waarvoor de tweede gracht iets ruimer is opgezet om deze
boerderij er binnen op te nemen (de notities van Breuninghof ten spijt). Onder het linker
venster in de schildmuur zit een houten uitbouw die ook te zien is op RR01.
Er zit hier geen open verbinding door de muur. De opbouw is echter enigszins gelijk aan de
rechter uitbouw. Zou het hier een uitbouw in aanbouw betreffen? Geheel rechts onder de
bomen staat een houten staketsel waarvan de functie mij nog onduidelijk is. Wel staat het
vlak bij het trappetje naar het water, dat we ook op CV01
en RR01
waarnemen, oftewel voor het slot waar zich op dat moment of later de voorhof zou bevinden.
Op de halfronde toren rechts naast het raam bevinden zich vier vlekken. Als men op RR01
kijkt ziet men er twee op ongeveer dezelfde plek. Zou er dan toch iets mee bedoeld worden?
Misschien hebben ze wel te maken met de positie van de ramen van voor de verbouwing van
het verhoogde woongedeelte. Of zijn het de restanten waar de steigerpalen voor de bouw in
hebben gezeten. De halfronde toren loopt naar boven taps toe, waardoor de uitspringende
hoek van het erachter liggende woongedeelte duidelijk uitkomt. In dit woongedeelte zien we
ter hoogte van de waterlijn een deur zitten met een steiger ervoor. Van Breuninghoff
beschrijft dit door te zeggen dat deze zich in een dertien treden diepere kelder bevindt.
De binnenplaats bevond zich immers op een hoger niveau getuige de hoogte van de brug en CP01
en [31OA]. Omdat goederen vroeger makkelijker per schip te vervoeren waren,
lijkt het me aannemelijk dat hier ook geladen en/of gelost werd. Het dakkapelletje
hierboven heeft men niet laten zien op KP01. Boven de ramen in de grote
ronde toren zit waarschijnlijk een spuigat. Wat trouwens opvalt is dat alle grote vensters
in schildmuur, halfronde toren en woongedeelte alleen aan de onderkant luiken hebben.
Alsof ze later verhoogt zijn, en alleen het venster in het rechter gedeelte van de
schildmuur origineel is gebleven. Frappant is trouwens het linker venster in de
schildmuur, waarbij de zijluiken alleen de buitenste ramen bedekken zodat er een derde
luik nodig was dat in het midden naar beneden hangt.
Hoe mooi de bomensingel ook is geweest, het
ontneemt ons wel het zicht op een groot gedeelte van het slot. Gelukkig wordt dit
gecompenseerd door twee tekeningen van beide flanken. Geheel rechts staat waarschijnlijk
een houten ophaalbruggetje over 'De Steegh'. De voorgrond is hier licht getekend, maar
eindigt niet met een wallekant. Zou de buitengracht nu al gegraven zijn? Volgens bepaalde
bronnen zou dit na 1459 gedaan kunnen zijn toen het slot was toegevallen aan het bisdom.
Net onder de torentrans op de grote ronde toren zit wederom een spuigat. Op de vierkante
toren aan de achterzijde ziet men nog net de schoorsteen met tuidraden vastzitten, zie ook
RR04.
Op KP01 tekent men deze echter op de rechthoekige toren, dit is onjuist
anders zouden de tuidraden in de lucht verankerd moeten zitten. Aan de achterzijde van de
rechthoekige torentrans loopt deze zonder kantelen door, wat logisch zou zijn daar de
vijand van buiten komt. In KP01 heeft men deze echter doorgetekend. Ik moet
er wel bij zeggen dat deze op [25HS] wel gekanteeld zijn weergegeven, maar
inmiddels is het slot dan al een ruïne geweest en is het in een nieuwe stijl als adelijk
landhuis weer opgetrokken.
Links op de brug zien we duidelijk het brughuisje
van de achterzijde. Ook het vermoedelijke derde kapelletje op de vierkante toren. De
rechthoekige toren heeft boven zowel rechts als links een spuigat. Zichtbaar op de grote
ronde toren is het derde spuigat. Het meest opzienbarende is echter het venster in de
schildmuur tussen de grote ronde en de rechthoekige toren. Op KP01 staat
achter de schildmuur geen bebouwing aangegeven. Om echter in die tijd duur glas een
nutteloze luxe functie te geven is niet denkbaar. Er zal zich dus wel degelijk een
overkapte ruimte achter bevonden hebben. Aangezien er daar bij KP01 geen
verdere funderingssporen gevonden zijn zou men kunnen aannemen dat het een gang is geweest
die door de muur van de grote ronde naar de rechthoekige toren liep. Dit is maar een
veronderstelling en is dus nergens op gestaafd.
In 1672, toen het slot in handen was van de Staten van Utrecht, heeft het zijn laatste
militaire betekenis gehad. Het werd belegerd door de fransen, maar niet ingenomen. Nadat
de fransen zich teruggetrokken hadden, werd er geen garnizoen meer op het slot gelegerd. |
|