zoef zoef

Arie Loef

Arie Loef

LID VAN VERDIENSTE

Winnaar Frans Verbiezen-beker 85-86, 91-92 en 93-94



Palmares Arie Loef:


Uit het Eindhovens Dagblad van 1 november 1994

Sprinter met de snelste opening gaat alleen nog de baan op als hij zelf zin heeft

Arie Loef wordt recreatierijder

EINDHOVEN - Een 24e plaats op de 500 en 22e op de 1.000 meter. Arie Loef maakte geen naam op de laatste Winterspelen in Noorwegen. En zal dat ook niet meer in eigen land doen. Want nog voor de start van de eerste echte schaatswedstrijd (vanavond om de City Bokaal in Utrecht) heeft de 25-jarige sprinter het bijltje erbij neergegooid. Loef stopt met schaatsen en geeft voorrang aan zijn studie aan de HTS in Tilburg. Een opmerkelijk besluit, want hoewel Loef na het verdwijnen van de kernploeg voor sprinters, niet goed genoeg werd bevonden om zich aan te sluiten bij het selecte gezelschap van bondscoach Wopke de Vegt, trainde de Eindhovenaar de hele zomer fanatiek met de selectie van het gewest Noord Brabant-Limburg.

Wijs besluit

"En dat ging heel goed", reageert de gewestelijke trainster Aite de Jong. "Hij sloeg geen training over. Maar toen de ijsbanen in zicht kwamen en we het programma van de komende weken doornamen, haakte hij af. Hij kan het niet meer combineren met z'n studie. Jammer. Arie is pas 25 jaar. Zeker niet te oud voor een sprinter. Hij had de snelste opening van alle schaatsers in Nederland. Desalniettemin vind ik het een wijs besluit. Als de studie lijdt onder de sport is dat andersom ook zo. En dan moet je kiezen."

Geen doel

Zelf lijkt Arie Loef nauwelijks onder de indruk van zijn beslissing om een punt achter z'n schaatscarrière te zetten. "Ik was deze zomer al aan het afbouwen. Twee keer in de week met het gewest. Voor het oog van het kerkvolk is dat misschien veel. Maar ik noem dat geen serieuze voorbereiding. Ik was tenslotte twee keer per dag gewend", geeft Loef het verschil aan. Die trainingsintensiteit kon hij echter niet meer opbrengen. "Vorig seizoen wel. Toen had ik nog een doel. Ik wilde per sé naar de Spelen. Dan weet je waarvoor je het doet. Dat hebben we echter gehad. Een echt doel is er voor mij niet meer. Dan wordt het tijd om die studie af te maken. In januari moet ik klaar zijn. Ik ben nu 25. Nog niet oud misschien, maar een vriend van mij heeft de HTS én de Technische Universiteit al achter de rug. En die is ook 25." De City Bokaal in Utrecht (afgelopen weekend), de IJsselcup in Deventer, de Staff Planning Trofee in Eindhoven, het zijn wedstrijden waar Arie Loef zich niet meer voor kan opladen. "Ook al omdat ik voel dat ik er niet klaar voor ben. Dan heeft het sowieso geen zin om er aan te beginnen en kan ik mijn plaats in het gewest beter afstaan aan een jongen die gretig is", beseft de sprinter.
 

Bergsport

Het schaatsen zal hij niet echt missen. Sterker nog, een volgende passie heeft hem al te pakken. Binnenkort wil hij zijn eerste bergwand bedwingen. "Dat heb ik altijd mooi gevonden. De bergsport trekt me enorm. Net zoals diepzeeduiken trouwens". Op de baan zullen ze hem echter niet vaak meer zien. "Schaatsen blijft natuurlijk wel leuk. Maar dat doe ik alleen nog als ik er zelf zin heb", treedt de sprinter met de snelste opening defintief toe tot het leger van recreatierijders. 
Uit het Eindhovens Dagblad van 25 januari 1997

SCHAATSPRET TERUG BIJ ARIE LOEF

door John Graat

EINDHOVEN - Ineens had Arie Loef er schoon genoeg van. In het najaar van 1994 ging hij op een trainingskamp in lnzell weer eens zo ongelofelijk op de snufferd' dat hij zijn ijzers boos in een hoek smeet om ze voorlopig niet meer aan te kijken. 'Bekijk het maar', dacht Loef die de rest van de trainingsweek alleen in de bergen doorbracht.
    De sprinter wilde het niet langer: de stress, de wedstrijdspanning, tweemaal daags moeten trainen. Maar nu, meer dan twee jaar later, heeft hij dank zij dat magische natuurijs weer plezier in het gekras op de ijsvloer. "Met vrienden rijd ik elke week een uurtje op de baan. Daarna is het hup, snel douchen en de kantine in." Arie Loef (27) is een van de prominenten die komende maandag (vanaf 18.30 uur) de festiviteiten van de gouden ijsclub IJCE opluisteren. Loef, nog altijd lid van IJCE, zal samen met ‘andere afgebrande toppers’ als Christine Aaftink, Cor-Jan Smulders, Nico van der Vlies, Eric van den Boogaart en Petra Moolhuizen de strijd aanbinden met jeugdige clubleden. Loef zelf denkt dat hij op de 500 meter nog 'een 39-er' in de benen heeft.
 

Supertalent

Ooit gold hij als een sprinttalent. Loef kwam als broekie bij de kernploeg en ontpopte zich rap als 'de man met de snelste opening'. Zijn Nederlandse record op de 1.000 meter (1.14.03) stond bijna vier jaar kaarsrecht overeind. Zijn loopbaan werd echter overschaduwd door de ene na de andere blessure. Enkels, elleboog, knie, scheenbeen, pols: het ging allemaal wel eens kapot. Vooral ook door fysiek malheur werd zijn optreden op de Winterspelen van Albertville in '92 een fiasco. Nadat hij dat twee jaar later in Lillehammer met recht had kunnen zetten, doofde het heilige vuur. Loef hervatte nog wel de training, slechts uit gewoonte. "Lillehammer was mijn grote doel, dat was weggevallen", kijkt Loef terug. "Als je op dat niveau met sport bezig bent, sta je toch vaak onder spanning. Bovendien moet je altijd maar trainen. Dat vaste ritme werd een sleur. Na de Spelen in '94 vroeg ik me af voor wie of wat ik het nog moest blijven doen. Ik had alles gegeven wat in mijn macht lag, maar meer dan een plaats in de achterhoede zat er niet in. Toen ik daar in lnzell weer zo beroerd viel, was het over en sluiten."
 

Wedstrijdelement

Loef had dat jaar zijn HTS-opleiding afgerond en was al aan het werk. Zijn nieuwe passie werd bergbeklimmen. Geen moment heeft hij spijt gehad dat hij zo jong - pas 25 jaar - de moed al opgaf. "Ik had echt tabak van dat eeuwige wedstrijdelement. Nadat ik gestopt was, had ik totaal geen zin meer om me met andere mensen te meten. Misschien had dat ook te maken met een rondreis door China, in het voorjaar van ‘94. Toen ik dat allemaal had gezien, dacht ik: waar ben ik mee bezig? Er ging een nieuwe wereld voor me open, ik kwam met beide benen weer op aarde. Voor die tijd dacht ik dat er buiten het schaatsen niets belangrijk was."
    Natuurlijk bewaart hij zoete herinneringen aan zijn toptijd. Zoals aan het WK sprint in Heerenveen in '89 waar hij op de 1000 meter, terwijl een vol Thialf zijn naam scandeerde, het Nederlands record aan flarden reed. Of de herinneringen aan de eerste jaren in de kernploeg toen de verzakelijking nog niet was ingetreden en het dank zij Hein Vergeer, Leo Visser en Jan Ykema vaak 'lang leve de lol' was. Of aan de gouden 1000m-race van Dan Jansen en de fabuleuze 10 kilometer van Koss in Lillehammer.
    En toen ineens was het gedaan met de mooie tripjes van Arie Loef. "Het meest verwonderd heb ik me over het feit dat je meteen niet meer meetelt. Als je topsporter bent, word je voortdurend gekeurd, het mag geld kosten, je krijgt steun van de bond, van NOCNSF, noem maar op. En ineens is het doodstil, terwijl het voor ex-topsporters heel belangrijk is om goed medisch begeleid te worden. Veel sporters vallen in een diep gat."
    Loef zelf duikelde dank zij zijn werk niet in het zwarte gat. "Over is over, zo gaat dat bij mij. Wat ik er vooral van geleerd heb, is tegenslagen verwerken. Daar heb ik maatschappelijk ook wat aan gehad", aldus Loef, vaak afgeschilderd als 'brekebeen' en 'grossier in valpartijen', nu geslaagd ingenieur. "Ik had toen een mooie tijd, maar nu ook."