pagina aangepast 25-4-2001

 

Leerbroek (Zuid-Holland)


 

 

 
 
 

Kruse orgel te Leerbroek.

 
 

Het Kruse orgel in de Nederlands Hervormde
kerk van Leerbroek.

 

Het zal de oplettende bezoeker van deze site zijn opgevallen dat er eerst een andere foto op deze pagina stond. Van de heer H. Budding te Leerbroek, die zich in de geschiedenis van deze plaats in het algemeen en in de kerkgeschiedenis in het bijzonder heeft verdiept, kreeg ik bovenstaande foto. Naar zijn stellige overtuiging stelt deze het echte orgel van Leerbroek voor. Van het orgel op de eerdere foto heb ik de juiste plaats nog niet kunnen vaststellen.

Oorspronkelijke dispositie

Prestant 8' Fluit Lamour 4'
Petit Bourdon 8' Quint 3'
Viool de Gamba 8' Octaaf 2'
Octaaf 4' Trompet 8'
Ventiel      
Manuaal C-f3 Aangehangen pedaal C-g0

Geschiedenis

1898

Ook de Nederlands Hervormde kerk van Leerbroek sloot zich aan bij wat verscheidene andere kerken in de regio deden: een orgel aanschaffen. In oktober diende de heer Kruse het bestek in voor de bouw van een orgel. Van belang is dat dat bestek nog bewaard is. In het vervolg van deze pagina is een transcriptie opgenomen. Volgens de schrijver is alles precies overgenomen, dat wil zeggen inclusief de schrijf- en taalfouten.

1935

Het orgel ging bij een kerkbrand verloren.

Bestek en conditiën

met bijbehoorende tekening voor de vervaardiging van een Nieuw Kerkorgel in de kerk de Hervormde gemeente te Leerbroek van J.F. Kruse voorheen W. Hardorff Orgelfabrikant te Leeuwarden

Het orgel zal zijn een achtvoetswerk een klavier en aangehangen pedaal.

De navolgende dispositie
van de stemmen is alsvolgd:

  1. Prestant 8 voet engelsch tin in't front gepolijst
  2. Petit Bourdon 8 voet
  3. Viool de Gamba 8 voet
  4. Octaaf 4 voet
  5. Fluit Lamous 4 voet
  6. Quint 3 voet
  7. Octaaf 2 voet
  8. Trompet 8 voet
  9. Ventiel (werktuiglijk register)

Artikel 1. De orgelkast
De kast zal overeenkomstig de tekening van fijn vurenhout gemaakt worden

Art. 2. Het Ornamentwerk
Het ornamentwerk of snijwerk zal van fijn grenenhout moeten zijn, zonder spint zuiver uitgesneden.

Art. 3. De windlade
De windlade met hare pijpstokkenroosterbord enz. moeten van 1e kwalitiet zuiver uitgewerkt eikenwagenschot worden vervaardigd.

Art. 4. De blaasbalg
De blaasbalg zal van fijn vurenhout met eerste kwaliteit schaapleder vervaardigd worden.

Art. 5. De kanalen of windbuizen
Die zullen van grenen en van fijn schaapleder vervaardigd worden.

Art. 6. Het handklavier.
Het handklavier en het daarbij behoorende raam, gemaakt van een zacht en rechtdradig eikenwagenschot, zal in 54 toetsen accuraat verdeelde strekking hebben van Groot C. tot en met drie gestreepte f. Op de onder toetsen zullen fijne witte plaatjes gelijmd worden, de boventoetsen zullen van van ebbenhout zijn. Het geheele raamwerk zal zwart gepolitourd worden.

Art. 7. Het voetklavier of pedaal.
Het pedaal zal in 20 toetsen verdeeld worden loopende van Groot C tot en met klein g, verder zal het pedaal zelve uit wagenschoteikenhout vervaardigd worden

Art. 8. De abstuctuur.
De welborden of ramen zullen van grenen en eikenwagenschot zijn, de wellen en abstructuur fijn grenen de winkelhaken van koper.

Art. 9. De registertrekkers.
De registertrekkers zullen worden zwart gepolituurt, met witte porseleinen plaatjes, waarop de naam van het register staan zal.

Art. 10. Het houtenpijpwerk
Het houtenpijpwerk zal uit fijn vurenhout vervaardigd worden, van binnen met lijm en krijt bestreken van buiten met olie en vernis, zoodat men altijd het hout kan onderscheiden.

Art. 11. Metalenpijpwerk
De frontpijpen zullen van Engelsch fijn tin met een weinig lood vermengd vervaardigd worden (anders kan men het tin niet verwerken) het binnenpijpwerk van half en half (half tin half lood)

Art. 12. Conductors of windleiders.
De conducten, welke tot al het afgeleide pijpwerk vereischt worden zullen, vloeibaar gebogen en sterk gesoldeerd, van geplet spaansch lood gemaakt zijn.

Art. 13. Zamenstelling der tongwerken.
De tongen zullen van koper de bekers en voeten zullen van metaal gemaakt worden.

Art. 14. Toonshoogte.
De toonhoogte van het Orgel zal die van het Ordinaire Orkest zijn, en de stemming van het geheele werk naar eene welverdeelde gelijkzwevende temperatuur zuiver worden volbracht. op een luchtpersing of windzwaarte van 28 - 30 graden.

Art. 15. Materialen en bewerking.
Orgel vertrouwingszaak
Alle materialen zullen van het beste genomen worden. (wat schrijft de heer M van't Kruijs in een Orgelcourant. In dezen beroep ik mij op de heer M. van't Kruijs, die langen tijd de organist was van het grootste orgel in Nederland, namelijk van dat te Rotterdam. Volgens hem kunnen vele nieuwe orgels van den tegenwoordige tijd slechts een halve eeuw het gebruik doorstaan, om daarna zoo goed als versleten te zijn, omdat de makers door op de materialen te bezuinigen een weinig of veel goedkoper kunnen leveren, MAAR dan ook ten koste van de duurzaamheid van het instrument. Hoe geheel anders is dat met de orgels van vroegeren tijd, die eeuwen hebben stand gehouden door dat bij de samenstelling het beste niet te goed werd geacht. Hier blijkt goekoop duurkoop te zijn en daarom wordt door mij alles uitsluitend in de eerste kwaliteit geleverd, opdat het nageslacht nog door de stichting profiteeren kan. verder zal het werk zoo ingericht zijn, dat men gemakkelijk bij alle onderdeelen komen kan.

Art. 16. Tot de geheele levering van het werk
Tot de geheele levering van het werk behoort te zijn gerekend
.

  1. de plaatsing van het orgel in de kerk.

  2. het zuiver afstemmen naar bovengenoemde gelijknoemende temparatuur.

  3. Het schilderen en vergulden van het Orgel

Uitgezonderd is:
De plaats waarop het orgel staan moet met kroonlijst en kleine lambriseering komen voor de rekening van de Heeren Kerkvoogden.

Art. 17 Tijd voor de vervaardiging.
De orgelfabrikant of vervaardiger moet tijd hebben voor solied werk te kunnen leveren ten minste een jaar of nog liever veertien maanden na goedkeuring van dit bestek als er geen ziekte tusschen beide komt, daar kan eene gemeente bij deze bepaling gerust zijn, dat alles goed droog is, en dat is eene vaste vereischte bij een kerkorgel.

Art. 18. Reponderen van het werk.
Na de voltooiing van het werk geeft de fabrikant eene garantie over een tijdvak van tien achtereenvolgende jaren. Des noods wil hij voor de deugd van het werk ook levenslang garantie geven. Deze garantie bepaalt zich uitsluitend tot gebreken ontstaan door schuld van hem fabrikant. Den maker verbindt zich om jaarlijks in het daarvoor geschikte seisoen, het orgel te inspecteeren de intonatie op te zuiveren voor een honorarium van F 48,50.

Art. 19. Aannemingssom.
De fabrikant of aannemer zal voor de vervaardiging van dit werk genieten:
de som van
TWEE DUIZEND VIERHONDERD GULDEN

Art. 20. Termijn van betaling
Nader te maken conditiës

Art. 21.
Ook beloofd de fabrikant bij leven en welzijn het Nieuwe Kerkorgel bij de eerste Godsdienstoefening zelf te bespelen.

Leeuwarden: 18 October 1898

J.F. Kruse

   
 
 

terug naar

Kruse, zijn werk

 
 
 
 
 
 
 
 
   
   
 
 
 
 

 

 
   
 

terug naar

Kruse, zijn werk