FREYTAG ORGEL WARFFUM


Plaats de cursor op een van de engeltjes, en deze vertelt u welke afbeelding u kunt bekijken.

Front van het orgel Instrument op een instrument.. De speeltafel De klavieren De rechter zijtoren Vanaf de orgelbank... Pijpen van het vrije pedaal van Fa. Spiering, 1931.. Achterzijde... Bij het verlaten van de kerk..

In 1812 werd in de Hervormde Kerk van Warffum (Gn) een nieuw orgel in gebruik genomen.
Het was gemaakt door de werkplaats van Freytag, geleid door Freytags weduwe.
Freytags meesterknecht Johann Wilhelmus Timpe had het grootste aandeel in de bouw.
Opvallend is echter de congruentie met het orgel van Oostwold (Gn, Oldambt),
ook al zijn er op onderdelen verschillen aanwijsbaar.
Men kan daardoor stellen, dat de door Freytag voortgezette traditie in dit orgel nog volop aanwezig is.
Mogelijk heeft Freytag nog de hand gehad in het vaststellen van het concept.

Ook de dispositie van het orgel toont grote overeenkomst met het orgel van Oostwold.
Het Bovenwerk is identiek, het Hoofdmanuaal heeft alle registers van Oostwold,
maar bovendien nog een Baarpijp 8 voet en een Cornet.

Gedurende de 19e eeuw vonden tweemaal herstellingen door de orgelmakers
Van Oeckelen plaats. In 1862 werden werkzaamheden uitgevoerd
en in 1895 werden twee nieuwe tongwerken aangebracht,
op het Hoofdmanuaal een Trompet, ter vervanging van de oorspronkelijke Trompet,
op het Bovenwerk een doorslaande Clarinet ter vervanging van een Vox Humana 8 voet.

Bij een restauratie door M. Spiering uit Dordrecht, uitgevoerd in 1931, werden de spaanbalgen
vervangen door een magazijnbalg (op de oude plaats achter het orgel),
terwijl boven deze balg een pneumatisch aangelegd vrij Pedaal met vier registers werd opgesteld.
Het Bovenwerk verloor bij een van de hierboven opgesomde werkzaamheden
ook nog de registers Nassat 3 voet en Woudfluit 2 voet
terwille van het strijkersduo Violoncel en Vox Celeste.
De Kerkvoogdij benoemde Klaas Bolt als adviseur met het verzoek een restauratie voor te bereiden.
Na een lange periode van wachten kon in 1987 een
eerste fase van deze restauratie worden uitgevoerd door de orgelmakerij Gebr. Reil te Heerde.
Dit herstel omvatte de restauratie van het Hoofdmanuaal,
met enkele bijkomende werken.

De dispositie luidt:

Hoofdmanuaal (I), C-f3:

Prestant 8 vt
Bourdon 16 vt
Baarpijp 8 vt
Cornet disc. 4 sterk
Holpijp 8 vt
Speelfluit 4 vt
Octaaf 4 vt
Quint Fluit (is Prestantquint 3 vt)
Mixtuur bas en disc. 3-5 sterk
Octaaf 2 vt
Trompet 8 vt
Dulciaan 8 vt

Bovenwerk (II), C-f3:

Prestant 4 vt
Fluit Travers disc. 8 vt
Roerfluit 8 vt
Fluit 4 vt
Carillon disc. 3 sterk
Vox Celeste 8 vt i.p.v. Nassat 3 vt
Violoncel 8 vt i.p.v. Woudfluit 2 vt
Clarinet 8 vt i.p.v. Vox Humana 8 vt

Pedaal, C-d1 (alle pijpwerk 1931)

Subbas 16 vt
Octaafbas 8 vt
Gedektbas 8 vt
Bazuin 16 vt (niet meer in gebruik)