HEINRICH HERMANN FREYTAG



Heinrich Hermann Freytag (1759-1811) is geboren in Hamburg als zoon van een uit Württemberg afkomstige timmerman. In 1793 trouwt hij een herbergiersweduwe. Om haar herberg 'In de Droeve' aan de Grote Markt in Groningen te kunnen voortzetten, wordt hij lid van het tappersgilde. In dat jaar krijgt hij het klein burgerrecht van de stad Groningen. Na de dood van Frans Casper Schnitger (1724-1799, kleinzoon van de beroemde Arp Schnitger) neemt hij diens orgelmakerij over. H.H. Freytag was zelf leerling van Albert Anthoni Hinsz (1704-1785).

Onder de kundige leiding van H.H. Freytag kwam de orgelmakerij tot een nieuwe bloeiperiode. De tien door Freytag nieuw gemaakte en omgebouwde instrumenten die nu nog resten, tonen ambachtelijk zelfs een hogere kwaliteit dan die van de leerlingen uit de directe omgeving van Schnitger. De instrumenten munten uit door de eigentijdse vormgeving en een andere visie op windvoorziening, pijpfactuur en klankgeving dan bijvoorbeeld bij Hinsz het geval was. Het toonkarakter van Freytag is slank en verfijnd.

Na zijn dood wordt zijn orgelmakerij, onder leiding van de weduwe, door zijn knechten voortgezet, totdat hij in 1816 zijn zonen Herman Eberhard (1796-1869) en Barthold Joachim (1799-1829) het bedrijf overnemen. In 1826 solliciteert H.E. Freytag naar de betrekking van organist van de Aa-kerk. Als zijn broer in 1829 overlijdt, zet hij de zaak alleen voort. Na het plotselinge overlijden van zijn zoon Willem Frederik (1825-1861), die hem zou opvolgen en na de dood van zijn dochter Jantje in 1862, houdt Herman Eberhard in 1863 met de orgelmakerij op en verhuist naar Peize. H.E. Freytag heeft weinig nieuwe orgels gebouwd, maar wel een groot aantal vernieuwd. Evenals zijn vader heeft hij ook huisorgels gemaakt.
© Bron: Jan Jongepier, uit "Het Orgel" 1990


Klik hier: hoofdorgel


Klik hier: koororgel