Agnieszka

Ze heten Katarzyna, Agnieszka, Karolina en Magdalena. Het TEMPUS-programma van de Europese Unie leverde dit jaar vier Poolse schoonheden op. Ze kondigden aan rond het eerste weekend van februari voor een stage van 5 maanden naar Leiden te komen. Ik verwachtte ook nog twee studentes uit Finland en een uit Frankrijk maar die zouden gelukkig wat later in die week arriveren. Ik belde Studentenhuisvesting of ik tegen betaling van huur en borg de sleutels van te voren kon afhalen. Was O.K.
Het kwam er nu op aan een goed schema in elkaar te zetten om niet in de war te raken. Katarzina zou op vrijdag aankomen, Ag­nieszka op zaterdag, Karolina en Magdalena op de maandag erna. Nu plegen de Polen altijd met de bus te komen (vliegen is te duur) en die bus rijdt behoorlijk onvoorspelbaar zijn lange rit van oost naar west. Het is dus altijd maar afwachten wanneer de gasten aankomen. Maar met een flexibele organisatie van de opvang moest het het toch lukken om ze allemaal op tijd op de juiste plek te krijgen. En organiseren beschouwde ik als mijn sterkste kant. Tot nu toe tenminste ...
Een paar weken voor hun aankomst had ik met de tekstverwerker een keurig stuk opgesteld met daarin een allervriendelijkst welkomstwoord, een aantal zakelijke gegevens en enkele goed bedoelde raadgevingen. Vervolgens haalde ik die tekst binnen in het e-mail programma, paste een aantal zaken aan (Katarzina moet je tenslotte niet verwarren met Karolina, en Wroclaw niet met Warsaw, dat staat zo slordig). Ik kontroleerde nog even de aankomstdagen en met een druk op de knop gingen mijn berichten op weg naar hun verre bestemming. Ik had ieder twee telefoonnummers opgegeven om te bellen wanneer ze op het station in Leiden zouden zijn gearriveerd, d.w.z. mijn huisnummer en het nummer van mijn werk. Zo kon er niets mis gaan, dacht ik.

Het werd vrijdag en de eerste zou komen. Verwachte aankomst van de bus in Amsterdam om 6 uur in de ochtend. Zat het mee, dan kon ik haar rond 8 uur in Leiden verwachten. Ik besloot thuis te blijven tot er een telefoontje kwam. Het werd negen uur, tien uur, elf uur. Geen Katarzyna ...
Pas om twee uur kwam er telefoontje van het Kontaktpunt Buitenland aan de Stationweg. Ze had zich tenslotte daar gemeld nadat ze eindeloos op het station beide nummers had gebeld, zonder succes. Ja, op mijn werk ging dat natuurlijk niet, ik zat thuis.
Maar thuis was ik toch 'stand by' geweest! Goed, ze was nu terecht en ik kon haar afhalen. We gingen eerst even bij het Clusius laboratorium langs voor een eerste kennismaking en toen naar haar kamer in 'Nieuweroord'.
Na deze taxidiensten besloot ik nog even naar de Sterrewachtlaan te gaan om evt binnen¬gekomen e-mail- en fax-berichten te lezen. Waren er wijzigingen dan kon ik mijn schema voor de volgende dagen nog aanpassen. 'Maar waarom kon Katarzyna mij thuis niet bereiken', speelde er voortdurend door mijn hoofd. Ik zal toch geen foutje gemaakt hebben met mijn telefoonummers? Snel de ordner gepakt en het bericht nageplozen. Verdraaid nog aan toe. Mijn Oegstgeester nummer moet met 517 beginnen maar toonde het voor de Universiteit zeer gebruikelijke 527! Het scheelt maar één puntje maar dat is genoeg voor een falende verbinding. En ik dacht nog wel alles zo goed gecontroleerd te hebben. Maar had ik niet dat eerste bericht gebruikt als mal voor de volgende? Snel de andere berichten erop nagekeken. Schaamrood op de kaken. Ze hebben alle zes het verkeerde nummer opgekregen!
Actie! Het is bijna 5 uur. Met een beetje geluk kan ik mijn collega's in Wroclaw en Krakow nog bereiken om die te vragen het goede nummer door te geven. Met enige moeite krijg ik aan de andere kant iemand aan de lijn die engels spreekt. Men belooft zijn best te doen de studenten nog te bereiken. Ik hoop er het beste van. Maar helaas, die van Warsaw blijkt al naar huis vertrokken. Hoe los ik dat op?
Thuis gekomen, levert mijn vrouw de oplossing. 'Jongen, je hebt je telefoon op je werk wél goed opgegeven. Ga jij dus morgen maar mooi op je werk zitten wachten. Als het huisnummer niet werkt probeert ze vanzelf wel je werknummer'. Daar gaat mijn vrije zaterdag!
Het is lekker stil op de Sterrewachtlaan als ik de volgende dag om negen uur mijn auto parkeer. Het wordt tien uur, elf uur ... Tegen twaalven word ik toch wat ongerust. Maar weer eens mijn e-mail bericht erop nagelezen. En zie, ik was slimmer dan ik dacht, maar deze slimheid speelt me nu lelijk parten. Op zaterdag pleeg ik niet te werken en dus had ik juist bij haar mijn (wel correcte) werknummer weggelaten! Maar dan kan dat arme schaap geen kant op! Ik heb haar beurs, het kamernummer en de sleutel van haar kamer. En de universiteit is dicht. Niemand kan haar helpen.
 
Wat te doen? Er is maar een oplossing, bedenk ik dan. Op naar het station! Aangekomen bedenk ik dat een goede plaats om te zoeken natuurlijk de telefooncellen in de hal zijn. Maar helaas, het zijn allemaal kaarttelefoons (en zo'n kaart heeft een buitenlander niet direct op zak). Gauw naar de ticketsafdeling. 'Nee meneer, een muntenapparaat is er niet, wel bij het Grenswisselkantoor in de hal'. Dus snel daarheen gerend. Ik vraag de dames achter de balie of ze misschien een vertwijfeld telefonerende studente met veel bagage hebben gezien. 'Nee Meneer, niet gezien', is het antwoord. Agniezka
Maar dat brengt me wel op een idee. Ik leg de situatie aan ze uit en ze beloven me gedrieën naar haar uit te zien en het juiste telefoonnumer van mij thuis door te geven. Ik bel snel naar huis om te zeggen dat ik op het station sta en om het kwartier zal bellen. Het vangnet is gespannen! Zal ik mijn eer kunnen redden?
Ik ga op het perron kijken. Er volgen koude kwartiertjes maar geen trein met de lang verwachte Agnieszka. Om de tijd doden maak ik een praatje met een die dag door de NS ingehuurde steward in opvallend gele dienstkleding (er is iets aan de hand op de Schiphollijn, vandaar de bijzondere service). Hij blijkt een vierdejaars student Engels te zijn. Ook deze weet ik in te schakelen. Hij ziet wel iets in de voorgehouden pasfoto (ik dacht even méér dan mijn bedoeling was) en ook hij belooft naar haar uit te zien. 'Wij gaan ervoor, meneer!', voegt hij me lachend toe. En zo pendel ik even later heen en weer tussen grenswisselkantoor, perron 3 en de telefooncellen in de hal en probeer een beetje warm te blijven op deze ijzig koude dag.

Vele treinen komen en gaan. Net als ik bedenk dat dit toch eigenlijk gekkenwerk is en mijn NS-knaap ook de moed begint op te geven (en hij had er eerst nog wel zo'n schik in) loopt er een trein binnen waar althans één meisje aan het signalement lijkt te voldoen. Mijn geďnstrueerde NS'er schuift enthousiast naar voren, maakt een mooie buiging, vraagt of zij Agnieszka is en heet haar vervolgens in zijn mooiste Engels, mede namens de Nederlandse Spoorwegen, hartelijk welkom in Leiden. Dan is het mijn beurt om haar namens de biologie welkom te heten. De verbazing is van haar gezicht af te lezen. 'What a welcome', zegt ze, 'I know in your country everything is always so perfectly organized'. Ik laat het maar even zo en meld nog even naar de Bank te willen (ik moet me daar tenslotte nog even afmelden met mijn vangst). Bij de GWK wordt ze door de dames met een klein applaus begroet. 'Ah, you are the Polish student, you are welcome', krijgt ze vriendelijk toegevoegd.
Gevlijt door zoveel belangstelling om haar heen glundert ze van top tot teen en is volledig bevestigd in haar goede (voor)oordeel over Nederland. We gaan op weg naar mijn auto en ik heb een nieuw probleem.
Zal ik ze nu wel of niet vertellen hoe de vork in de steel zit?
Ik heb het toch maar zo gelaten.

Vorige verhaalpijl          pijl-rlaatste verhaal: Ukas