Ooit was er DOS. Toen IBM nog vooral
grote en hele grote computers verkocht, voor veel of heel veel geld, werden de inspanningen van een aantal nerds in
garages in de zakenwereld nog niet zo serieus genomen. De komst van de microcomputer was door IBM best wel voorzien, en
er werd hier en daar ook gebruik van gemaakt (zoals de IBM 5100 in 1976), maar de opkomst van persoonlijke computers
omstreeks 1980 kwam voor hen toch nog enigszins als een verrassing. Don Estridge, een buitenbeentje in de IBM-cultuur
van toen, had opdracht gekregen een inhaalslag te realiseren, en met de IBM-PC (met DOS dus) was dat aardig gelukt. IBM
had op de valreep een voet tussen de deur in de ontluikende markt van persoonlijke computers. IBM zette gelijk een open
standaard neer, waardoor de industrie en de PC markt kon opbloeien. DOS was een haastig ingekochte noodoplossing, van
een of ander onbetekenend bedrijfje genaamd Microsoft. DOS had tal van beperkingen en gebreken, maar voor vele gebruikers
woog dat niet op tegen de beperkingen opgelegd door logge IT-organisaties die programma aanpassingen in de bedrijfssystemen
op grote computers verzorgden. Vanaf dat moment zien we in de markt 3 parallelle ontwikkelingen om de gebreken van
DOS, zoals de beruchte 640 kB grens, en het ontbreken van ondersteuning voor multitasking, weg te werken. Het grootste
probleem was echter het ontbreken van geheugenbescherming. Hierdoor kan een programma, al dan niet opzettelijk toegang
krijgen tot geheugendelen die bij andere programma's in gebruik zijn. In de praktijk leidt dit meestal tot vastlopen van
programma's :
- Hardware oplossingen. Een van de eerste hardware oplossingen kwam van IBM zelf in de vorm van de PC-3270. In deze
PC was voor het geheugen gebied tussen 128 en 512 kB een 3-voudige bank-wissel mogelijkheid ingebouwd. Hierdoor
konden drie programma's tegelijk in het geheugen geladen zijn, die elkaar niet stoorden. Uiteraard was een van die
programma's een 3270 emulatieprogramma, waardoor de PC tevens een terminal van de grote computer verving. De PC
3270 was niet zo succesvol, omdat hij eigenlijk te duur gevonden werd, niet in de laatste plaats omdat 1,5 MB
geheugen een flinke aanslag op de portemonnee betekenden. Een andere hardware aanpassing die succesvoller was,
was de LIM (Lotus, Intel, Microsoft) specificatie voor expanded geheugen.
- Software uitbreidingen gebaseerd op DOS. Wist u dat Windows 1.0 al in 1986 uitkwam ! Andere alternatieven kwamen
van Ashton Tate (Frameworks), Lotus (Symphony) en IBM (Top View) en Borland (Sidekick). Al deze programma's
zochten en vonden een mogelijkheid om gebruikers meerdere dingen tegelijk te laten doen, zij het dat de
mogelijkheden beperkt waren.
- Alternatieven voor DOS. Rond 1984 al was IBM begonnen het operating systeem voor de PC nogeens geheel opnieuw te
ontwerpen, maar dan goed. Met DOS en de oorspronklelijke PC meende IBM zich tijd gekocht te hebben, om het
allemaal nog eens over te doen, en van de fouten te leren. Het nieuwe OS moest in een klap alle beperkingen van
DOS wegnemen, en moest tevens alle ervaring van IBM met complexe besturingssystemen van grote en heel grote
computers ontsluiten voor het domein van de persoonlijke computer.
|




|
In December 1987 was het zover.IBM kondigde een nieuwe lijn PC's aan die voortaan PS/2 heetten, en die voorzien zouden
worden van een nieuw Operating systeem OS/2. OS/2 1.0 was geboren. Het zat IBM echter niet mee, en ze hebben, achteraf
gezien, ook een paar marketing fouten gemaakt. OS/2 vereiste minimaal een 80286 processor met minstens 2 MB geheugen.
De meeste PC's werden echter in een goedkoper marktsegment verkocht, en daarvoor had IBM de PS/2 model 30, met een
goedkopere 8086 processor en DOS ! OS/2 had de mogelijkheid om één DOS programma te draaien (naast meerdere
OS/2 programma's) maar die laatste waren er aanvankelijk nog niet. Meerdere DOS boxen werden niet ondersteund (ten
gevolge van een hardware beperking van de toenmalige 80286), waardoor het multitasking voordeel van OS/2 aanvankelijk
in de praktijk niet benutbaar was. Inmiddels was een concurrende markt met verschillende hardware aanbieders van PC's
ontstaan, maar de meeste PC's ondersteunde niet de BIOS-calls die OS/2 nodig had. OS/2 was daardoor voornamelijk
beperkt tot IBM PS/2 en enkele duurdere merken. Bovendien had de DOS box de beperkingen van DOS 3.3, terwijl
verscheidene gangbare DOS-applicaties, die het gebruik van LIM-geheugen ondersteunden, niet werkten onder OS/2. En,
last but not least, was de grafische gebruikersschil in opkomst (Inmiddels Windows 2.1) en deze liep niet onder
OS/2.IBM kondigde daarom gelijk ook een upgrade aan: OS/2 versie 1.1, welke met de Presentation Manager werd uitgerust.
Deze versie verscheen in November 1988.
Het was duidelijk dat OS/2, hoewel het een fundamentele oplossing bood voor de belangrijkste zwakheden van DOS, om
allerlei reden nog niet rijp was om de concurrentie aan te gaan. Ook met versie 1.2, die in december 1989 werd
gelanceerd, kwam hierin nog geen wezenlijke verbetering. Wel werd een oplossing gevonden voor de beperkingen van het
bestandssysteem FAT (waarin partities to maximaal 32 MB mogelijkwaren), en dat veelvuldig gedefragmenteerd moest
worden, met de introductie van het HPFS. Met HPFS werden harde schijven tot 4 GB ondersteund (ongeveer 50 x zoveel als
het grootste wat toen gangbaar was. Andere features die met 1.2 werden geintroduceerd waren: Dual boot, LAN requester,
REXX. Toen werd de samenwerking met Microsoft verbroken.
Toen Microsoft in mei 1990 Windows 3.0 uitbracht, moest IBM snel iets doen om de OS/2 ontwikkeling te redden. Terwijl
enerzijds koortsachtig gewerkt werd aan een nieuw 32 bits kernel die op het 80386 memory model was gebaseerd, was een
sneller signaal naar de markt nodig. Dat kwam in oktober 1990 als release 1.3. Deze release was vooral een performance
release. De belangrijkste nieuwigheid was de integratie van Adobe Type Manager. Hierdoor kon de presentation manager
eindelijk meekomen met Windows 2.1 !
De eerste release van een echt 32-bits OS/2 was in april 1992 (na verscheidene beta's die steeds meer functionaliteit
kregen).Met OS/2 2.0 was OS/2 in een klap de beste DOS ! Maximaal 240 DOS-boxen parallel werden ondersteund in
gescheiden virtuele geheugen gebieden. Een nieuw object georiënteerd gebruikersinterface gebaseerd op de WPS
(workplace shell) en zelfs compatibiliteit met Windows 3.0 programma's. In tegenstelling tot OS/2 1.x, was OS/2 2.0
niet meer afhankelijk van de BIOS van PC's, zodat het op elke PC met minimaal een 386SX processor en minimaal 8 MB
geheugen kon draaien. Toch had IBM zijn huiswerk nog steeds niet goed genoeg gedaan.
8 MB was toch een extra aanslag op de portemonnee, in een tijd dat 2-4 MB gebruikelijk was. Microsoft was kort daarvoor
Met Windows 3.1 gekomen, en had de API's t.o.v. Windows 3.0 flink veranderd, zodat de actueelste applicatie programma's
andermaal niet onder OS/2 werkten. Bovendien ontbrak de ondersteuning van allerlei geavanceerde functies van printers
en beeldschermen, omdat de daarvoor benodigde drivers niet verkrijgbaar bleken. Ook de ondersteuning van geluidskaarten
(de opkomst van multimedia) was tot dan toe door IBM genegeerd. Geluidskaarten bestonden al geruime tijd, maar werden
in de zakelijke omgeving niet serieus overwogen. Toen Windows 3.1 echter geintegreerde geluidsondersteuning bood, bleek
het ontbreken daarvan in OS/2 opeens ook een nadeel. Op een punt had IBM echter toen al gewonnen: OS/2 was veeeeel
stabieler dan DOS met Windows.
IBM nam zich de kritiek ter harte en kwam in juni 1993 met OS/2 2.1. Met deze release was de grafische performance
belangrijk verbeterd, was er wel multimedia ondersteuning (standaard zowel CD-rom als geluidskaarten ondersteuning) en
had IBM gezorgd dat voor alle belangrijke hardware devicedrivers beschikbaar waren. Met de geintroduceerde
PCMCIA-support was OS/2 in die tijd zelfs ver vooruit op Windows, door het verwisselen van een kaart zonder rebooten
mogelijk te maken, iets wat met Windows 9x/ME zelfs vandaag nog niet kan. En tenslotte was er nu ondersteuning voor
Windows 3.1 toepassingen. Tenslotte kwam IBM met een speciale versie die SMP ondersteuning bood. In de praktijk bleek
echter toch wel minimaal 12 MB geheugen vereist, en dat was weer net iets te veel, om op alle PC's te kunnen werken. De
gangbare PC's hadden in die tijd 4-8 MB.
In september 1994 kwam OS/2 versie 3.0 (voor het eerst met de naam Warp) en was voor het eerst sprake van een zekere
rijpheid. Ten opzichte van de voorgaande release was de minimale geheugencapaciteit teruggedrongen tot 6 MB (voor
serieus gebruik is wel wat meer nodig). Maar met name de gebruikersinterface was nu belangrijk verbeterd, en voor velen
is dat nog steeds een van de belangrijkste redenen om OS/2 te (blijven) gebruiken. Deze versie (vanaf voorjaar 1995
geleverd als Warp Connect - met uitgebreide internet ondersteuning en volledige netwerkfunctionaliteit) is voor velen
de basis geworden om OS/2 te gaan gebruiken.
In september 1995 werd IBM door Microsoft gedwongen de marketing van OS/2 nagenoeg te staken (zie rechtszaak). Toch was
daarmee de rol van OS/2 nog lang niet uitgespeeld.
In november 1996 verscheen OS/2 Warp versie 4.0, het tot dan toe meest geavanceerde Operating Systeem voor PC's, met
als nieuwigheden: Open GL, True-type, Geintegreerde spraakherkenning (Voice type), geintegreerde Java ondersteuning, en
diverse kleine verbeteringen en verfraaiingen. OS/2 versie 4 vereist wel minimaal een 80486 processor en 16 MB
geheugen, maar dat was in 1996 geen bijzondere eis meer.
Ondanks enorme oppressieve marketing druk van Microsoft, verschijnt in mei 1999 OS/2 versie 4.5 Warpserver for
e-Business, wederom met een groot aantal vernieuwingen: Logical Volume Manager (een einde aan de beperking tot 26 drive
letters), standaard SMP-ondersteuning, en een nieuw filesysteem JFS.
Tot op de dag van vandaag wordt OS/2 ondersteund. Bijna dagelijks is er nieuws in de vorm van nieuwe Fixpacks (die
allang niet meer alleen fouten verbeteren, maar ook nieuwe features introduceren), nieuwe drivers of nieuwe software.
OS/2 is springlevend.
Inmiddels heeft IBM haar OS/2 up to date gebracht in de vorm van een Convenience Pack. Maar de grootste verrassing kwam
in 2000 toen Serenity Systems aankondigde onder de naam eComStation de marketing van OS/2 te zullen voortzetten.
Ecomstation 1.0 is inmiddels volop verkrijgbaar sinds augustus 2001 (de NLS-versie komen binnenkort) en wordt geleverd
met een keur aan toepassingssoftware. Een Ecomstation 1.0 licentie bevat o.a. Star-office 5,1, Lotus Smartsuite voor
OS/2 1.6 en tal van andere applicaties. Met eCS begint OS/2 aan zijn tweede jeugd !
|