deel 1
Voor- en nadelen van OS/2
Met een zekere regelmaat word ik geconfronteerd met de vraag: "Gebruik jij nog steeds OS/2 ?" In het "nog steeds" ligt de ondertoon van meewarigheid, of tenminste de veronderstelling dat OS/2 ouderwets is, en dat sinds de introductie van Windows 95 OS/2 een achterhaalde zaak is. Wanneer ik dan vertel dat ik privé gemigreerd ben van Windows 95 naar het veel geavanceerdere OS/2, oogst ik nog meer verbazing. Soms echter is men geinteresseerd en vraagt door naar de achtergrond. Ik heb dan gelegenheid iets te vertellen over mijn motivatie en over de voordelen van OS/2 ten opzichte van andere besturingssystemen, en ik moet toegeven, er zijn ook een paar nadelen.

Laat ik beginnen met mijn motivatie. Deze ligt ten dele in mijn karakter besloten. Een zekere eigenwijsheid is mij niet vreemd, en het ligt dan ook niet in mijn aard om klakkeloos datgene te doen wat anderen ook doen. Veel meer past het bij mij, mij te verdiepen in andermans motieven, en slechts dan te volgen wanneer die motieven voor mij ook min of meer gelden. En veelal kom ik dan tot de conclusie dat ik juist iets anders wil. Deze natuurlijke drang tot zelfbeschikking komt nog sterker tot uiting wanneer monopolisme mijn keuzevrijheid beperkt. Zo heb ik in vanaf de 70er jaren nogal gefoeterd op de Nederlandse ptt die tal van telecommunicatiediensten niet wilde aanpassen aan de behoeften van mijn werkgever of opdrachtgever. Ook IBM als defacto marktbepaler in de computer wereld van toen was veelal object van mijn ongenoegen. En ook de banken en in het bijzonder Interpay, als monopolist op het gebied van PIN-betalingen, kunnen mij niet tot hun supporters rekenen. Mijn huidige afkeer van Microsoft is in die zin niets bijzonders en een natuurlijk gevolg van hun marktpositie.





Toch gaat mijn afkeer van Microsoft verder. Terwijl IBM en ptt telecom weliswaar een dominante marktpartij waren of nog zijn, hebben zij hun gedwongen klanten steeds wel brede keuze mogelijkheden geboden, en opereerden zij beiden op markten waar de klant veelal een opt-out had. Microsoft daarentegen heeft jarenlang een one-size- fits-all strategie gevolgd, en heeft met diverse marketing activiteiten een gedwongen nering teweeggebracht. Vrijwel het hele bedrijfsleven in de hele wereld betaalt vandaag de dag een soort Microsoft belasting, waarvan ze de hoogte niet of nauwelijks kunnen beïnvloeden, waarvoor ze geen noemenswaardige invloed krijgen op de tegenprestatie die Microsoft levert, en waarvan de besteding niet onder democratische controle staat. Terugkijkend op de IT-bestedingen van de afgelopen 5 jaar, kan men zeggen dat dit voor de meeste bedrijven goeddeels weggegooid geld is geweest.
Ik durf te verdedigen dat veel bedrijven een financieel gezondere positie zouden hebben gehad wanneer zij hun IT-bestedingen van de afgelopen 5 jaar niet zouden hebben aangewend voor het dwangmatig vervangen van PC's door snellere PC's met nieuwere versies van Windows en MS-Office, maar aan weloverwogen verbeteringen van hun bedrijfsvoering of aan degelijker voorbereiding van nieuwe produkten. Daarmee wil ik niet de suggestie wekken dat in de IT-sector in de afgelopen 5 jaar geen vooruitgang is geboekt, maar wel, dat het merendeel van de IT-budgetten niet aan die vooruitgang zijn besteed.
In het hoofdstuk over de rechtszaak tegen Microsoft ga ik dieper in op de misstanden op dit gebied.

Na te hebben betoogd dat Windows voor mij geen vanzelfsprekende keuze is, wordt het tijd voor een toelichting van de motieven en overwegingen die mijn keuze voor OS/2 hebben bepaald, en die verklaren waarom ik niet een gebruiker ben van bijv. Linux of BeOS of Solaris. In willekeurige volgorde heb ik de volgende overwegingen verzameld:

  • Een operating systeem dat alle behoeftes van een gebruiker op iedere denkbare hardware configuratie ondersteunt, is een complex geheel, dat niet door de eerste de beste malloot tot een succesvol resultaat kan worden gebracht. Bedrijven met een jarenlange historie en ervaring in operating systemen, zoals IBM, presteren op dit gebied echt wel iets meer dan een opportunistisch bedrijfje uit Redmond dat met gejatte code door geprogrammeerd heeft, zonder eerst opnieuw achter de tekentafel te hebben gestaan.
    In het algemeen constateer ik, dat bedrijven die ook zelf hardware maken, beter in staat zijn de kernel van hun besturingssysteem te maken dan anderen. De enige uitzondering tot dusverre is Linux, die met hun open source model hebben aangetoond dat het ook anders kan.
  • Een operating systeem vormt de interface tussen hardware en applicatiesoftware die beide een flinke investering vertegenwoordigen, en in het algemeen niet in hun totaliteit in een keer afgeschreven worden. Behalve de investering in geld doel ik vooral ook op de investering in kennis en ervaring, zowel over de werking als zodanig als over de inrichting bij mij zelf. Ik acht het daarom van groot belang dat deze standaard interface over een langere reeks van jaren stabiel is.
    De interfaces en inrichting van OS/2 zijn sinds de introductie van versie 3.0 vrijwel ongewijzigd; sommige onderdelen zijn al sinds versie 2.0 (1992) ongewijzigd. Wel zijn in later versies (4.0 en 4.5) interfaces toegevoegd. Van belang is echter dat oudere software probleemloos werkt op de nieuwste hardware, en dat nieuwere software probleemloos werkt op oudere hardware. OS/2 voldoet in hoge mate aan die eis.
  • Open interfaces, die gepubliceerd zijn, maakt het gemakkelijk een meegeleverde component te vervangen door een andere die toegvoegde of alternatieve functionaliteit heeft, zonder dat dit de juiste werking van andere applicaties en subsystemen aantast. Voor de ontwikkelaar van software betekent dit ook dat hij dankzij deze open interfaces niet meer van alles zelft hoeft te ontwikkelen, maar gebruik kan maken van goed gedocumenteerde componenten. Dit alles komt standaardisatie ten goede, zonder dat dit wordt afgedwongen.
  • stabiliteit
  • beveiliging
  • beschikbare software
  • hardware ondersteuning
  • flexibiliteit
  • performance
  • beschikbare ontwikkelhulpmiddelen
  • community
vergelijking

Laatst gewijzigd op: 1 januari 2002