John Deere D




Als gevolg van het experimenteren met de Waterloo Boy werd eind 1922 de experimentele Stijl D tractor gemaakt. Het tweede exemplaar van deze stijl, werd gelijk het eerste produktiemodel van de John Deere Model D.
Postzegels met een Spoker D erop.
 
De Model D, ook wel Big Daddy genoemd, was een trekker in de lijn van de Waterloo Boy en daarvoor de stoommachines. Dit uit zich vooral in de standaard-spoor vooras die niet geschikt om de tractor een grote(re) bodemvrijheid te geven. Hiermee was de D ongeschikt voor bewerkingen in de rijenteelt. Door zijn gewicht en lage zwaartekrachtpunt was hij echter uitstekend geschikt om te trekken (ploegen) en werd hij veel gebruikt voor dorswerk. Daarnaast was de D door zijn krachtige motor ook onovertroffen in het aftakas- en riemschijfwerk. In navolging van de experimentele modellen gebruikt ook de D een oliebad om de belangrijkste onderdelen te beschermen tegen modder en stof. In navolging van de Waterloo Boy had de D een liggende 2-cilinder 4-takt motor met waterkoeling. De motor liep officieel op petroleum, maar kon bijna alle brandstof aan. De motor werd bij de D echter wel 180 graden gedraaid in vergeleiding tot de Waterloo Boy. Bij de D lag de krukas naar het midden van de tractor met de transmissie erachter. Zowel de vliegas als de riemschijf zaten direct op de krukas vast.

De D was in produktie van 1923 tot 1953 en was met circa 160.000 exemplaren het langst van alle John Deere modellen in produktie. De prijs van een D bedroeg in 1923 cica 1000 dollar en in 1953 2400 dollar. In al die jaren zijn er verschillende typen en (experimentele) modellen en uitvoeringen gemaakt. In onderstaande tabel worden een aantal van deze typen onderscheiden. De indeling is min of meer willekeurig. Alle typen, behalve de styled, vallen onder de unstyled D's.

John Deere D's met enkele karakteristieken
  Spoker Solid 2-speed Solid 3-speed Styled DO en D crawler DI
jaren 1923 - 1926 1926 - 1935 1935 - 1938 1939 - 1953 1932 1927 - 1940
aantal 5755 ca. 82850 ca. 23850 ca. 47870 13 ca. 100
gewicht (kg) 1815 1815 - 2320 2390 2390    
lengte (cm) / hoogte radiator (cm) 277 / 142 277 / 142
297 / 142
330 / 155 330 / 155 297 / 142  
vliegwiel 26 of 24 inch gespaakt 24 inch dicht 24 inch dicht 24 inch dicht 24 inch dicht 24 inch dicht
boring (mm) 162,5 162,5 - 168,75 168,75 168,75 168,75 168,75
slag (mm) 175 175 175 175 175 175
slagvolume (cm3) 7259 7259 - 7828 7828 7828 7828 7828
toeren motor (rpm) 800 800-900 900 900 900  
vermogen (pk) /
PTO (pk)
15 / 27 15 / 27
28,5 / 37
30,7 / 41,6
30,7 / 41,6 30,7 / 41,6
38 / 42,1
30,7 / 41,6  
versnellingen vooruit 2 (4 en 5,2 km/h) 2 (4 en 5,2 km/h) 3 (3,6 - 5,2 en 7,2 km/h) 3 (3,6 - 5,2 en 7,2 km/h)   2 / 3 (3,6 - 5,2 en 12 km/h)
versnellingen achteruit 1 (3,2 km/h) 1 (3,2 km/h) 1 (3,2 km/h) 1 (3,2 km/h) 1 (3,2 km/h) 1 (3,2 km/h)


Een van de eerste John Deere D's uit 1923. Let op de geladderde zijkant van de radiator en de vooras die nog niet gegoten is.
Spoker
De spoker D's zijn te onderscheiden door de gespaakte vliegwielen. In de vier jaar dat deze modellen zijn gemaakt, zijn er op twee momenten, beide in 1924, wijzigingen in het ontwerp gemaakt. Van het originele ontwerp werden 50 exemplaren gemaakt. Opvallende kenmerken van dit model zijn de drie horizontale 'spijlen' aan de zijkant van de radiator (zogenaamde ladders), een 26 inch (65 cm) gespaakt vliegwiel en een vooras die bestaat uit gelaste strippen ijzer. Daarnaast zitten er vier gaten in elke spijl van het stuur en is de stuurstang, die aan de linkerkant van de tractor zit, één geheel. De D wordt bij het teststation van de universiteit van Nebraska getest op 10 juli 1923. Het vermogen wordt gemeten op 15 pk en 27 pk aan de riemschijf. Deere & Co. adverteert deze tractoren tot in 1927 als John Deere 15-27's, vaak zonder de modelaanduiding D.

Begin 1924 wordt de vooras vervangen door een gegoten as uit één geheel. Van dit model, met hetzelfde 26 inch vliegwiel en de geladderde radiator, worden 829 exemplaren gemaakt. Omdat het voorwiel bij scherpe bochten soms tegen het vliegwiel kwam, werd later in 1924, voor produktiejaar 1925, het 26 inch vliegwiel vervangen door een 24 inch (60 cm) gespaakt model. Om wel hetzelfde gewicht te houden, wordt het vliegwiel dikker gemaakt. Verder wordt er een de stuurstang uit twee delen gebruikt, die iets wordt verlegd om verder van het vliegwiel te blijven. Daarnaast wordt de transmissiekast zodanig aangepast dat de plaatsing van een aftakas (PTO) mogelijk wordt. Van deze laatste serie spoker D's worden 4876 exemplaren gemaakt. Enigszins verwarrend, zitten er tussen de serienummers van dit model nog 93 Waterloo Boys.
John Deere D uit 1925 met een 60cm vliegwiel. De geladderde zijkant van de radiator is verdwenen. Aan het achteraanzicht is goed te zien, dat de besturing aan de linkerkant zit. In 1931 wordt deze verplaatst naar de rechterkant.(bron: Memories Rivived Inc.)



Naar tabel

Solid 2-speed
In 1926 werd het eerste exemplaar van de D geleverd met een dicht vliegwiel. Dit model bleef 9 jaar in produktie, maar werd in die tijd wel enkele keren aangepast. De two-speed is te onderscheiden van zijn voorganger door het vliegwiel en van zijn opvolger door het aantal versnellingen vooruit. De meeste concurrenten hadden in deze tijd overigens al drie versnellingen, maar dat scheen de verkoop van de D, met gemiddeld zo'n 10.000 exemplaren per jaar, niet te hinderen.

In 1927 wordt de verbinding tussen het vliegwiel en de krukas verbeterd. Bovendien wordt de boring vergroot tot 168.75 mm. Het motorvermogen neemt daardoor toe tot 28.5 pk (aftakasvermogen tot 37 pk). Van deze versie worden tot 1931 een dikke 56.500 gemaakt.

John Deere D met de uitlaatpijp (links) boven de motorkap.
In de herfst van 1928 werd een serie van 96 experimentele 'exhibit A' tractoren gemaakt. Tijdens deze serie wordt er geŽxperimenteerd met drie versnellingen, een vaste aftakas, een stalen bestuurdersplatform (voorheen van hout), een nieuw ontwerp spatborden en een aan de rechterkant geplaatste stuurinrichting (voorheen links). De meeste van de aanpassingen uit deze experimenten werden niet direct uitgevoerd, doordat de Grote Depressie de prijs van tractoren drukte. De produktie van de D verdubbelde in 1929 overigens wel.

In 1930 leidde de nimmer aflatende zoektocht naar verbeteringen tot de produktie van 50 'exhibit B' tractoren. Belangrijkste wijziging ten opzichte van de exhibit A was de opvoering van de motor van 800 rpm naar 900 rpm. Dit resulteerde in een vermogen van 30.7 pk (41.6 pk aan de aftakas) bij de Nebraska-test.

Gedurende de experimenten met de exhibit A's en B's werden er aan de D zelf slechts kleine wijzigingen gemaakt. Een voorbeeld zijn de spaken van de voorwielen. In 1927 werden de ronde exemplaren vervangen door vierkante. In de loop van 1929 werden er een aantal gemaakt met rechthoekige strips. Eind 1929 keerde Deere & Co. echter weer terug naar ronde spaken.

Toen in 1931 de markt begon aan te trekken werden de exhibit A en B veranderingen doorgevoerd in de produktie van de D. Naast de genoemde wijzigingen vallen deze D's vooral op door de plaatsing van een uitlaatpijp boven de motorkap. Verder kreeg de D nieuwe cilinderblokken en -koppen, werd de stuurinrichting van links naar rechts verplaatst en kreeg de stuurstang een koppeling. De derde versnelling werd vanuit kostenperspectief niet toegevoegd.
Een 1936-er D met een van Bunt CC cultivator uit dezelfde periode. Beide zijn eigendom van Piet Bloed.
 


Naar tabel

Solid 3-speed
Laat in 1934 werd er een nieuwe versie van de D uitgebracht. Deze was voorzien van de derde versnelling. Dit werd nodig door het toenemende gebruik van rubberbanden. Overigens gingen de meeste concurrenten rond die tijd al over naar vier versnellingen. Deze versie van de D was de laatste zogenaamde unstyled D en bleef in produktie tot 1939. Er werden ongeveer 23850 exemplaren gebouwd.

Naar tabel

Styled
Vanaf produktiejaar 1939 werd de D geleverd als styled-tractor. Hiermee was de D het derde John Deere model dat door Henry Dreyfuss werd gestileerd. Belangrijkste wijzigingen in het ontwerp betreft het afschermen van motoronderdelen en de radiator. Ook nieuw was het spatbord-ontwerp en een instrumentenpaneel met meters, een uitzetknop en een hendel om de brandstoftoevoer te smoren. Stalen wielen waren nog standaard. Rubber kon echter besteld worden.
Een styled D. Let op de gril met vertikale spijlen voor de radiator en het extra plaatwerk bij de motorkap.
 
De motorkap was bij de unstyled-versies een bescherming voor de brandstoftank. Bij de styled versie diende de motorkap samen met de radiator-gril veel meer als afwerking. De tractor kreeg als het ware een vloeiende vorm.

De eerste gestileerde D's hadden voorwielen met ronde spaken en 70 cm achterwielen. Vrij snel veranderde dit in dichte velgen en 75cm achterwielen. Een ander onderdeel dat in de loop van de produktie veranderde was de inlaatpijp. In eerste instantie was dit een rechte cilinder. Later veranderde dit in een paddestoel-model. In 1940 werden rubberbanden standaard en de stalen wielen een optie. Tijdens de oorlog werd rubber schaars en werd het stalen wiel nog even weer de standaard. In 1944 werden de spaken van het voorwiel vervangen door een dichte voorwielen. Op rubber kon de D meer vermogen overbrengen. De Nebraska tests gaven bij deze tractoren een vermogen aan van 38 pk (42,1pk PTO).

Onder de populairste opties waar de tractor mee uitgerust kon worden, vielen elektrisch starten, verlichting en de aftakas. Een zeldzame optie betrof achterwielremmen. Deze konden via pedalen los van elkaar bediend worden, zodat er kort gedraaid kon worden. Ook waren er tandwielen met verschillende afmetingen beschikbaar om de snelheid op te voeren. Voor de tractoren die uitgerust waren met stalen wielen waren verschillende velgen en opzetstukken beschikbaar. Van de styled D werden tot 1952 zo'n 47750 exemplaren gemaakt.

Nadat de produktie in 1952 na 30 jaar officieel werd stilgelegd, werd er door de grote vraag toch nog een extra serie gemaakt van restonderdelen. Omdat de produktielijnen al waren afgebroken werden deze tractoren buiten de fabrieken in elkaar gezet. De 92 gemaakte exemplaren worden daarom 'Streeters' genoemd. In 1953 kwam er echt een einde aan het D-tijdperk en was het tijd voor zijn opvolger, de John Deere R.

Naar tabel

DO en D crawler
Na de experimenten met de exhibit A en exhibit B, bleef men in het begin van de dertiger jaren bij Deere & Co. experimenteren met de D. Dit leverde een aantal variaties en prototypen op. Hieronder vallen tien exemplaren die waren uitgerust met half-rups. Enkelen hiervan werden verkocht als Model DO (Orchard of boomgaardtractor). Drie exemplaren van de D werden uitgerust met volledige rups en werden aangeduid als D crawler. Het aanbrengen van de rups werd gedaan door Lindeman Power Equipment uit Yakina, Washington. Dit bedrijf heeft later nog verschillende andere John Deere modellen van rups voorzien.

Naar tabel



Een DI uit 1936. Let op de stoel die aan de linkerkant haaks op de rijrichting is bevestigd.
 
DI
Tussen 1927 en 1941 zijn verschillende D's uitgerust als industrietractor. Vanaf 1935 kregen deze zelfs een eigen model aanduiding: de DI. De DI was donkergeel gekleurd (het zogenaamde highway-yellow) en had een maximum snelheid van 12 km per uur. standaard was de DI uitgerust met lagedruk-luchtbanden en was de stoel, voorzien van een kussen, haaks op de rijrichting geplaatst aan de linkerkant van de tractor. Om dit mogelijk te maken waren de diverse bedieningshendels aangepast. In totaal zijn er zo'n 100 exemplaren van de industrie D gemaakt. De DI had geen aparte serienummering; ze zijn gewoon tussen de D gevoegd. Er is geen styled-versie van de DI uitgebracht.

Naar tabel


Top  
 
Document bijgewerkt op: door BPB