Uitgangspunten: het belang van een mensbeeld,
over patronen, processen en paradoxaal gedrag
De mens als individu en als een georganiseerd geheel.

  ^  
 

Vooronderstellingen en uitgangspunten

Op een dag is het begonnen. Ik moest wel. Ik moest beslissen of mijn leven de moeite waard was om te leven. Of het niet de moeite waard was? Niet op de manier waarop het tot dan toe was verlopen. Hoe wilde ik dan leven?
In feite begonnen er op die dag twee dingen:

  1. het zoeken naar een andere praktische benadering van het leven van alledag, naar ander gedrag,
  2. het zoeken naar een persoonlijke richting in mijn leven, naar een eigen levensfilosofie, als basis voor dat gedrag.

Jaren eerder had ik mijn failliete levensovertuiging laten vallen. Die luidde (als antwoord op de vraag: 'Waartoe zijn wij op aarde?') in eerste versie: 'Om God te dienen en daardoor in de hemel te komen', en in tweede versie: '... om hier en in het hiernamaals gelukkig te zijn'. In mijn denken was een soort vacuŁm ontstaan dat om een invulling vroeg. Het ideaalbeeld van leven als 'streven naar een probleemloze, volmaakte wereld' brokkelde af. Zo ontstonden er geleidelijk twee vragen die luidden: 'Wat is leven in het algemeen?' en 'Wie ben ik in het bijzonder?'.

Het antwoord op die vragen schrijf ik nu, vanuit mijn inzichten van dit moment. Het antwoord op de eerste vraag, wat leven is, is kort: leven is worden, alles is proces [ noot ]. Ik vind dat geen gemakkelijke stelling. Het stelde mij voor een probleem (voor de religieuze organisaties was dit ook al steeds erg moeilijk). Een antwoord geven op de tweede vraag, wie ik ben, vereist een nuancering als ik uitga van de stelling dat leven een (wordings)proces is. De oude vraag 'Wie ben ik' wordt dan vervangen door "Wie kan ik worden?", en aangevuld met "Waar ben ik nu in het proces?".

Het zoeken naar inzicht in leven en de opvatting van leven als een proces is al heel oud. De wetenschap heeft, net als de kerken, lang geleden onder zijn dogmatische kanten. Als leven worden is, dan is een logische consequentie (en een feitelijk gegeven sinds de kwantumtheorie [ noot ] laat zien wat er gebeurt op dat niveau) dat niets kan worden herhaald, ook niet voor wetenschappelijke doeleinden. Dan zijn alle 'herhalingen' in de kern onmogelijk. We zouden een klein beetje sjoemelen met de ruimte en met de tijd. Deze methodes zijn gebaseerd op aannames die niet altijd duidelijk worden gedefinieerd en waarschijnlijk nooit kunnen worden gedefinieerd. Terwijl ik eerder stellingen en uitgangspunten van deskundigen braaf aannam, ben ik nu meer kien op een preciezere omschrijving daarvan.

Ik begin nu vanuit bovengenoemde uitgangspunten, waarop ik later terug kan komen om ze nauwkeuriger te preciseren. Ik wil proberen mijn angst voor (de macht van) dogmatische wetenschappers en dogmatisch denken (dit is mooi, dat is lekker, ik ben goed) te overwinnen. Dit houdt in dat ik ook zal schrijven over de mogelijkheden die de oude wetenschap van de astrologie biedt om mensen en gebeurtenissen in het wordingsproces te beschrijven en, met de creatieve omwegen, te begrijpen. Daartoe moet ik enkele andere benamingen hanteren en andere onderdelen benadrukken dan in de astrologische techniek gebruikelijk is. Ik wil mijn ideeŽn vastleggen, niet ze aan anderen opdringen.

In de plaats van het ideaalbeeld is de waarneming gekomen dat alle mensen verschillende unieke mogelijkheden hebben en bezig zijn een uniek iemand te worden. De beroemde treinmetafoor van Albert Einstein [ noot ] versterkte mij in dat mensbeeld. Alle mensen beschikken over een onafhankelijke subjectieve eigenheid die is gebaseerd op een uniek eigen coŲrdinatenstelsel. In de kern van de zaak sta ik alleen in mijn uniekzijn en zo ligt de zorg om te worden wie ik worden kan bij mij en niet bij mijn ouders of mijn omgeving.

Het menselijk organisme is, net als de wereld, eindeloos gecompliceerd en dus interessant. De vele 'standaard onderdelen' zijn onderling gerelateerd in volslagen individuele configuraties. Ik kan de dingen niet minder ingewikkeld maken, ik wil ook geen goedkope modieuze verklaringen aandragen. Wel zal ik proberen ingangen en informatie aan te reiken die aangrijpingspunten bieden om het eigene binnen de structuur van het organisme duidelijker te maken. Wij zijn allemaal ervaringsdeskundigen, ik dus ook. We kunnen dus gerust zijn: al vertel ik iets nieuws, iedereen wist het voor zichzelf natuurlijk al lang.
Ik zal mijn ideeŽn langs verschillende lijnen ontwikkelen: - aan de hand van patronen, - met behulp van de basisstructuur van het proces, - en door verhalen uit de praktijk van mijn eigen leven. Laat mij ze een voor een introduceren.
 

  ^  
 

Individuele patronen

Wij accepteren met de grootste vanzelfsprekendheid dat we in mensen verschillende patronen kunnen onderscheiden, patronen volgens welke die persoon praat, zich beweegt, initiatieven neemt, met gevoelens omgaat, afwegingen maakt, doelen probeert te realiseren. Binnen een persoon kunnen die patronen onderling op onderdelen meer of minder op elkaar lijken of juist verschillen. Ook dat is per individu anders.
In het gedrag van een baby zijn al vanaf het allereerste begin duidelijk eigenheden te herkennen, zoals bijvoorbeeld in de manier van kijken, in de efficiency van bewegingen, de reactie op behoeften. In de loop van de tijd ontwikkelen die eigenheden zich, door ervaring en aanpassing aan de omgeving, tot individuele patronen. Ik ga van het standpunt uit dat de eigenheden in de loop van een leven niet wezenlijk veranderen, en dat we beter van 'ontwikkelen' en 'aanpassen' kunnen spreken dan van 'veranderen'. De aanpassing kan wel zo ver gaan dat de eigenheid in het gedrang komt.
In hoeverre oorspronkelijk gedrag in de latere individuele patronen behouden is gebleven kunnen we alleen vaststellen als we zowel de eigenheden, de interactie met de omgeving, als de later ontwikkelde patronen kunnen identificeren. Bij voorbaat is zeker dat ieder mens eigenheden tot zijn of haar beschikking heeft en dat daar in het algemeen aanpassing of ontwikkeling in mogelijk is. Op diverse terreinen (vormen van gedrag) zijn samenhangende individuele patronen herkenbaar die in principe in verbinding blijven met de eigenheden.

We praten nu over verschillende patronen binnen een mens, maar het geheel aan patronen vertoont meestal een vorm van samenhang. Bepaalde karakteristieke trekjes in gedragingen, houdingen, enz., zijn in andere patronen van dezelfde persoon ook herkenbaar. Dat wat iemand onderscheidt van anderen, wat hem of haar in zekere mate tot een individu maakt, noemen we 'de persoonlijkheidsstructuur' of 'het karakter' van die mens. Het geheel van patronen vertoont samenhang en vormt een bepaalde structuur. Die patronen en structuur zijn een individuele organisatie van onderliggende algemeen menselijke processen.
 

  ^  
 

De 'eigenlijke' mens en het algemene proces

Een mens heeft vele processen tot zijn beschikking. We kennen natuurlijk de diverse fysische processen, zoals de spijsvertering of het immuunsysteem, maar ook op andere terreinen en in ons gedrag kunnen we processen onderscheiden. Bijvoorbeeld denken, spelen, omgaan met behoeften als honger en dorst, initiatieven nemen, ordenen en voelen hebben een procesmatige aard, volgen een zekere procedure. Ze hebben, als ieder proces, een begin, diverse tussenfasen, een einde en daarmee ook een doel. Dit alles is bij de mens impliciet gebaseerd op herhaling. De herhaling is de basis voor leren en voor het opbouwen van ervaring - doordat onze belangstelling noodzakelijk selectief van aard is vormen wij een selectief geheugen en passen onze voorwaarden op die basis aan - en zo kunnen we spreken van kringlopen, van cirkelvormige ofwel cyclische processen. Cyclische processen maken het mogelijk het 'aanpassings-, of groeimechanisme' in de mens te beschrijven. Ze vormen de ondergrond van de individuele patronen en van de karakterstructuur.

De beschrijving van het onderliggende proces, de basisvorm van het verloop van de fasen, is het eerste onderwerp in de zoektocht naar de structuur van de 'eigenlijke' mens. Het proces moet kunnen dienen als denkmodel en achtergrond waartegen de vele mogelijke individuele of specifieke variaties kunnen worden geÔdentificeerd en beschreven. Om dat doel te kunnen realiseren moeten de beschrijvingen van het basisproces:

  • uitgaan van de hedendaagse mens en het actuele denken daarover,
  • het individu kunnen beschrijven onder verschillende omstandigheden en in verbinding met andere individuen,
  • zowel in ruimte als in tijd schaalbaar zijn,
  • reproduceerbaar en verifieerbaar zijn.
     
  ^  
 

De menselijke paradox

Zoals ik hierboven al zei, wilde ik ander gedrag leren om een zinniger leven te leiden. Om niet langer het gevoel te hebben dat ik me liet leven. Ik merkte dat het daarvoor nodig was dat ik mijn eigen voorwaarden en emoties leerde kennen. Ik vond het paradoxaal dat het onvermijdelijk was om mijn eigen doelen als uitgangspunt te nemen en mijn noodzakelijke subjectiviteit als standpunt. Het was onvruchtbaar om mijn omgeving als houvast en basis van mijn groeiprocessen te nemen omdat dat vaak leidde tot de vraag wat ik fout had gedaan. Niet doordouwen maar aandacht hebben werd mijn motto. Al even paradoxaal was dat de onaangename ervaringen die ik had beleefd veranderden in waardevolle ervaringen. Achteraf, nu ik er aandacht aan geef, blijken botsingen krachtige en intense middelen te zijn om mij in aanraking te doen komen met dingen die voor mij belangrijk waren om te leren. Mijn eigen verhalen hielpen mij om mezelf beter te leren kennen. Hier een voorbeeld.

versierde fietsSpacer.gif'Op koninginnedag 1938 werden er straatfeesten georganiseerd. Voor de kinderen waren er allerlei wedstrijden, zoals fietsen, zaklopen en de verkiezing van de mooiste versierde fiets / lief kind combinatie. Ik wilde dolgraag meedoen aan het hard fietsen, maar moeder had de driewieler versierd en mij mooi aangekleed en dat zou mijn wedstrijd zijn. Ik voelde mij erg ongelukkig en was zo boos dat, als je kijkt naar mijn gezicht op de foto, het begrijpelijk is waarom de verkiezing geen succes voor moeder werd. Mijn grote broer, die meedeed aan de fietswedstrijd, zorgde wel voor hilariteit maar niet voor succes. Hij stopte pal voor de eindstreep waar hij als eerste was aangekomen.'

Ik liep die dag aan tegen het harde feit dat moeder stijf vasthield aan wat zij meende dat mijn belang was. Was het in mijn belang om hard te fietsen of om deze botsing met moeder hebben? Ik denk het laatste. Dit en andere verhalen vertellen mij over mijn gevoelens en over het nut van de gebeurtenis als ik er op terugkijk en de lijn in mijn levensproces probeer te zien. Ik wil echt leren een realistische relatie te leggen tussen mijn activiteiten in de wereld en mijn doelen in het leven. In de verhalenlijn ga ik informatie uit ervaringen, die belangrijk genoeg bleken om ze me te herinneren, vergelijken met de astrologische gegevens over mijn doelstellingen, mijn karaktereigenschappen en leerprocessen. Die combinatie heeft mij reŽel inzicht gegeven in mijn mogelijkheden waardoor ik nu op een beheerste manier keuzes kan maken.

Het ontwikkelen van nieuw gedrag is altijd een heel persoonlijk proces omdat iedereen uniek is. Maar op onderdelen en in sommige patronen kunnen we ons met anderen identificeren. Misschien zult U dingen in mijn verhalen vinden die U herkent.