Beginnen met patroon #8,
'Eerst neem ik innerlijk de ruimte om te kiezen'

  ^  
 

Andere voorwaarden: andere ervaringen

We hebben in ZIGZAGZINE #3 gezien hoe het algemene proces twaalf fasen doorloopt. Binnen de structuur die we mens noemen onderscheiden we diverse processen, zoals het beginproces, het proces van verantwoordelijkheid, het leerproces, het proces van zich binden, van samenwerken, van het hanteren van routine, en vele andere. Binnen eenzelfde persoon verlopen processen volgens patronen die altijd hetzelfde blijven: we beginnen op een bepaalde manier, maar ook de manier waarop we met autoriteit omgaan, de manier waarop we leren, ons binden, samenwerken, routine hanteren, allemaal volgen ze herkenbare patronen. Hoewel de patronen die de ene mens gebruikt ook bij andere mensen herkenbaar zijn, heeft ieder mens zijn persoonlijke variaties op die gemeenschappelijke patronen.

Het beginproces heeft een doel: wij willen met een bepaalde ervaring eindigen. Ons doel, dat vastligt in de laatste fase van het proces, vertalen wij in voorwaarden. Behalve het doel van beginnen hebben we andere doelen en voorwaarden die bij andere processen horen. Het doel van beginnen is dus een deeldoel of subdoel. De subdoelen van een mens vormen samen zijn of haar innerlijk of eigenlijk doel.
Vanuit deze doelen en de daaruit volgende voorwaarden bekijkt een mens de omgeving om zich heen, vanuit die doelen en voorwaarden creŽert een mens zijn of haar eigen context en vanuit die context bouwt hij of zij zijn of haar ervaring op en stelt zijn of haar voorwaarden bij.
 

  ^  
 

De structuur van patronen

De vorige keer, in ZIGZAGZINE #2, hebben we de ruimte makende manier van beginnen bekeken. De reeks over patronen wordt nu vervolgd, namelijk met dat van mensen die eerst innerlijk de ruimte nemen en ťťn keuze maken.
 

..
Klik voor overzicht van voorbeelden
Een overzicht van de voorbeelden.
Als de animatie niet werkt.

voorbeeld: de structuur van patronen

A  het cyclische proces in twaalf fasen
B  twaalf filters of kleuren

De twaalf patronen (elk met individuele variaties) ontstaan door verschuiving van de 'kleuring' die toegevoegd is aan het proces. De startfase van het proces begint, bij voorbeeld,
1  ergens halverwege de 1e 'kleur'
2  aan het einde van de 2e 'kleur'
4  halverwege de 4e 'kleur'
8  aan het begin van de 8e 'kleur'

..
  ^  
 

Beginnen met patroon #8: 'Eerst neem ik innerlijk de ruimte om te kiezen'

Dit beginpunt kunnen we omschrijven als: 'Om te beginnen moet ik eerst de kern er uitpikken, de essentie te pakken zien te krijgen, een keuze maken; daartoe moet ik alle alternatieven en alle onbelangrijke en onbruikbare dingen afwijzen en het risico van een confrontatie met de waarden van anderen aandurven. Mijn uitgangssituatie is dus niet alleen kwetsbaar, maar ook gedesoriŽnteerd omdat ik al over een hoeveelheid alternatieve mogelijkheden beschik terwijl ik me straks, in de tweede fase, op ťťn enkelvoudig doel zal moeten richten. Ik moet een beslissing nemen'.

Laten we ons voorstellen dat we Sigmund Freud zouden vragen waar hij als eerste op let als hij ergens aan begint, bijvoorbeeld als er een vreemde binnenkomt. Dan zou hij waarschijnlijk iets hebben gezegd als: 'Ik kan me niet laten afleiden door details en door niet ter zake doende dingen maar moet de kern, de essentie te pakken zien te krijgen uit de informatie die beschikbaar is. Dan kan ik mijn doel vormen en echt beginnen'.

Jean-Baptiste Poquelin (toneelspeler en toneelschrijver die de naam MoliŤre gebruikte) zou zijn manier van beginnen waarschijnlijk op een vergelijkbare manier omschrijven als: 'Ik zoek eerst nadrukkelijk de kortste weg naar de essentie, ik wil zonder omwegen de diepte in en naar de kern van de zaak. Van het begin af aan is het alles of niets'.

Simone de Beauvoir denkt dat het beste voorbeeld haar manier van boodschappen doen is: 'Ik weet welke dingen ik zoek en bepaal tevoren wat de meest praktische volgorde of wat de kortste weg is'. Over een algemene eigenschap merkt zij op: 'Ik ben een mens van uitersten. Vrienden noemen mijn manier van beginnen wel eens erg direct of soms zelfs bot, en ik geef in ieder geval toe dat ik soms nogal nadrukkelijk aanwezig kan zijn'.

In de inleiding van deze zine is al aangegeven, dat mensen niet alleen de beginfase van het beginpatroon gemeen hebben, maar ook alle fasen daarvan. Daardoor kunnen we nog verder gaan en zeggen: 'Wij werken (fase 6) met ons hoofd, op een impulsieve manier en het beste alleen; wij zijn in wezen (fase 5) intuÔtieve en breed georiŽnteerde mensen; wij beschikken over een uitgebreid referentiekader (fase 2); met informatie (fase 3) gaan wij op een structurerende manier om; in ons denkkader (fase 9) maken we ruimte voor onszelf; ons geheugen (fase 12) verschaft ons alternatieven'.

Zie voor meer details het schema van dit beginpatroon, onderaan deze pagina.
 

  ^  
 

Voorbeelden van drie persoonlijke invullingen van dit beginpatroon

Sigmund Freud (1856 - 1939) [ bron ]
fig.2: Sigmund Freud, geboortekaart richt zijn initiatief tot actie (fase 1) om de essentie te pakken te krijgen

  • op werk of, als het niet werkt, op ziekte (fase 6). Hij doet dat en wil dat ook nadrukkelijk doen op een afwachtende manier waardoor hij rustig tot de kern kan komen. Hij heeft de neiging in praktische klussen te snel te zijn, maar zaken van belang bouwt hij stapje voor stapje op want het moet af.
  • Vervolgens richt hij zijn werk (6) op acceptabel maken (fase 11); op een analyserende en harmoniserende manier wil hij werken aan het wezen van de ander, aan het creŽren van gelijkwaardigheid.
  • Dan richt hij dit 'acceptabel maken' (11) op samenwerking (fase 7), op een afwachtende en vasthoudende manier de ander tot initiatief aanzetten, zodanig dat de ander er later mee uit de voeten kan.
  • Om tenslotte de samenwerking (7) weer op dat wat wel of niet werkt (fase 6) te richten, op een praktische maar altijd ook afwachtende manier, door de sociale wisselwerking aan te pakken.
  • Dat werk richt hij opnieuw op acceptatie, zodat een voortdurende herhaling van deze drie fasen (6, 11, 7) ontstaat.

Hij brengt tevens zijn ervaring en herinnering, dromen en het onderbewuste (fase 12) als oplossing in bij het werken aan niet functioneren ofwel ziek zijn (6).

  ^  
 

MoliŤre (1622 - 1673) [ bron ]
fig.3: Jean-Baptiste Poquelin (MoliŤre), geboortekaart richt zijn initiatief (fase 1) om de essentie te pakken te krijgen

  • op aandachtige samenwerking, aanvulling zoeken (fase 7), zijn initiatieven tot actie (1) zijn erop gericht om anderen op gang te brengen en te houden (7):  'Ik zoek een middel om tot boeiende interactie te komen';
  • dit (7) brengt hem vervolgens tot een creatieve en sociale vorm van ondernemen (fase 4) waarin hij ook sociale wisselwerking met mensen zoekt
  • die (4) hij vervolgens richt op het dramatisch zichtbaar maken van en uitdragen van ideeŽn (fase 9);
  • wat (9) weer leidt tot creatief en sociaal gericht ondernemen (4).

Het ondernemen (4) en overdragen (9) wisselen elkaar vervolgens voortdurend af, gevoed vanuit andere gebieden.

Vanuit zijn verantwoordelijkheid en met het oog op zijn maatschappelijke positie (fase 10) bepaalde zijn vader voor hem de weg die hij moest gaan (fase 3). Echter Jean-Baptiste verzette zich tegen leiderschap en autoriteit, hoewel hij duidelijk afhankelijk was van de leiding van een ander mens. Het is bovendien heel waarschijnlijk dat hij dat zou hebben ontkend! Het materiaal van deze fase (3) zou het dramatisch zichtbaar maken van en uitdragen van ideeŽn (9) voeden.

  ^  
 

Simone de Beauvoir (1908 - 1986) [ bron ]
fig.4: Simone de Beauvoir, geboortekaart richt haar initiatief tot actie (fase 1) om de kern van de zaak te zoeken eerst

  • op aandachtige samenwerking (fase 7) en het zoeken van een duurzame aanvullende relatie (net als MoliŤre, die overigens c. 250 jaar voor haar leefde), het initiatief nemen (1) om anderen op gang te brengen en te houden (7);
  • van daaruit (7) richt zij de activiteit van de ander (7) op het structureren en vernieuwen van uitwisseling (fase 3), op onderscheid dat over grenzen wordt getild;
  • daarna op de verzorging (fase 4) van de extreme en ongrijpbare autoriteit;
  • dan op haar geloof in het langzaam en alleen haar eigen waarden bepalen (fase 2);
  • vervolgens richt zij zich op de voedende waarde van het denken van de ander voor haar eigen leren en begrijpen (fase 9);
  • daarna op haar intuÔtieve diepste wezen (fase 5) met haar felle gevoelens;
  • daarna op ruimte nemen voor zichzelf (fase 8), of op ruimte laten aan de intellectuele en emotionele voorwaarden van de ander (8);
  • om dan weer, twijfelend, terug te keren naar haar geloof dat zij alleen en zelf tijd moet maken om haar voorwaarden als individu te bepalen (2).

Hiermee ontstaat een voortdurende herhaling van de laatste vier fasen (9, 5, 8 en 2).

De persoonlijkheid van Simone de Beauvoir blijkt wel zeer gevarieerd, energiek, emotioneel en tegelijk realistisch te zijn. Zij was in staat veel geduld en veerkracht aan relaties te spenderen. Echter na te veel ontkenning van haar aanvullende rol op de beperkingen van haar partner (zij was getrouwd met Jean-Paul Sartre die in zeker opzicht nauwelijks zonder haar kon) moest zij, een echte laatbloeier, op het laatst waarschijnlijk kiezen tussen doorgaan veel te spenderen in relaties of aan zichzelf toekomen.
 

  ^  
 

Meer illustraties

Veel anderen deelden/delen dit beginpatroon [ bronnen ], voorbeelden staan op een aparte pagina.

Het aantal mensen dat dit beginpatroon gebruikt ligt, met een omvang die ik schat op ruim 9,7 procent, ruim boven het statistisch gemiddelde van 8,3 procent van de wereldbevolking.

Koppelingen naar
individuele ruimte-tijd dank zij een uniek coŲrdinatenstelsel - structuur #9/3,
gebeurtenissen georiŽnteerd en verbonden in ruimte en tijd - structuur #13/4.
 

  ^  
 

- schema - van het de-innerlijke-ruimte-claimende beginpatroon

Fase:
  1. Als ik begin zoek ik eerst naar de kern van de dingen. In het begin negeer ik alles wat niet ter zake doet. Als ik de kern niet te pakken kan krijgen dan begin ik niet. Ik geniet van beginnen;
    Mits ik er uiteindelijk in kan geloven, mits het initiatief geloofwaardig is. Als ik er ook groeimogelijkheden in zie dan kan ik pas beginnen.
  2. Ik beheer mijn bezit op een idealistische manier, ik ga doelgericht met mijn bezit, met mijn referentiekader om. Ik heb een ruim referentiekader. Ik voeg aan mijn bezit toe wat aan mijn doel beantwoordt, wat in het grote verband past;
    Mits het uiteindelijk haalbaar en veilig is.
  3. Ik ben zelfstandig bij het verwerven van kennis. Ik beding zelfstandig mijn eigen condities. De kennissen die ik zoek zijn zelfstandig, degelijk en trouw aan zichzelf. Zij gaan ook rustig hun eigen weg. Ik ga vormelijk met kennissen om. Mijn kennis is betrouwbaar;
    Maar uiteindelijk zoek ik uitzonderlijke kennis, en buitengewone kennis(sen).
  4. Ik zoek geborgenheid in het uitzonderlijke. Ik voel me niet veilig en geborgen als er geen gelijkwaardigheid is, als mijn uniekzijn niet wordt geaccepteerd. In mijn onderneming overschrijd ik grenzen. Ik heb een uitzonderlijke onderneming. Wat ik onderneem is uniek;
    En uiteindelijk zal het tot een oplossing leiden, vluchtig zijn. Het ervaren van het geheel geeft mij uiteindelijk geborgenheid.
  5. In mijn diepste ik ben ik niet gebonden. Mijn kern is ondoorgrondelijk, in wezen ben ik offervaardig. Ik heb een rijke fantasie, ik ben vluchtig en ongrijpbaar. Als ik speel dan is dat met veel fantasie. Ik ben vanaf het begin al op zoek naar de kern van de dingen, naar de kern van praktische dingen;
    Uiteindelijk ben ik in wezen praktisch, zo ben ik en zo begin ik dus ook.
  6. Ik werk op een praktische manier, ik werk hard. Ik wil werk waarin ik eigen initiatieven kan ontplooien. Ik werk graag alleen, ik wil bij mijn werk niet gebonden zijn door veel afspraken;
    Eindvoorwaarde is dat ik zelf kan bepalen of ik mijn werk uiteindelijk afmaak. Dan maak ik het ook beslist af.
  7. Als ik met iemand wil samenwerken vind ik dat ik een beetje afwachtend moet zijn, kijk ik een beetje de kat uit de boom. Ik zoek de kern op, en ik zoek uit hoe het praktisch in elkaar zit van het begin af aan; als de ander nu maar rustig blijft zitten wachten, dat aanneemt en dat afmaakt als ik gevonden heb waar het uiteindelijk naar toe moet, ben ik tevreden;
    De ander moet uiteindelijk een beetje relativerend vermogen bij zich hebben, kennis hebben, anders begin ik er niet aan. Het is niet echt leiding geven, maar richting aangeven, opstarten en het proces aangeven. Daartoe moet de ander wel over kennis beschikken.
  8. Ik geniet van goede communicatie. Ik kies op een relativerende manier, door afstand te nemen. Ik concentreer me op kennis, ik zet kennis om, ik verteer kennis. Mijn verteren (-ing) is oppervlakkig. Mijn aanvulling beschikt over een referentiekader met veel kennis;
    Uiteindelijk kies ik pas als ik ook gevoelsmatig betrokken ben.
  9. Ik hou van doelen en idealen die tastbaar zijn. Ze hoeven niet haalbaar te zijn, maar concreet te begrijpen. Ik kom tot doelstellingen gevoelsmatig, ik voel waar het heen moet, kan het niet eens benoemen, ik voel voor idealen. Ik heb geen moeite met overdragen van wat mijn eigen ideaal is. Mensen kunnen het van mijn gezicht aflezen, aan m'n enthousiasme of aan m'n ogen kunnen ze het zien. Op reis stel ik comfort op prijs, dat geeft mij houvast;
    Ik wil uiteindelijk mijn eigen ideaal bereiken.
  10. Ik geef graag vorm aan mijn doelen en idealen op een wezenlijk individuele manier. Ik ben zelfverzekerd mits ik totaaloverzicht heb. Om maatschappelijk betrokken te kunnen zijn heb ik overzicht nodig van het geheel, anders kan ik geen leiding geven. Ik verwerf zekerheid door zelfstandig te zijn. In mijn beroep wil ik zelfstandig kunnen zijn;
    De tweede voorwaarde is dat mijn zekerheid uiteindelijk zuiver is.
  11. Mijn vrienden zijn zuiver, kritisch, dienstbaar. Ik ben dienstbaar, kritisch, zuiver tegenover mijn vrienden. Mijn vriendenkring is klein. In het begin zocht ik naar de kern en of alles praktisch was; ik accepteer mezelf door mijn eigen mogelijkheden te analyseren;
    Uiteindelijk moet het via duidelijkheid tot harmonie leiden.
  12. Ik beŽindig zaken op een harmonieuze manier. Ik laat op een afwachtende manier los. Ik zoek diplomatieke oplossingen. Als ik loslaat zoek ik eerst naar een andere weg, zoek ik eerst naar een alternatief;
    Maar uiteindelijk laat ik op een kernachtige en praktische manier los. Deze oplossing moet bij voorbaat mogelijk zijn.