Menselijk gedrag en bewustwording,
met voorbeelden van het proces.

  ^  
 

Omgekeerd redeneren

Het is mijn bedoeling om de structuur van het menselijk systeem te onderzoeken. Het doel mag duidelijk zijn: ik wil een methode vinden die het mogelijk maakt om individuele mensen te beschrijven. In ZZZ 3 heb ik een typisch organisch proces, namelijk een eetproces, onderzocht en gevonden dat het als model kan dienen voor mijn onderzoek. In deze zine werk ik in omgekeerde richting. Ik begin met de reconstructie van het onderliggende proces, in de standaardvorm, logisch redenerend vanuit de meest wezenlijke en meest menselijke begrippen die ik heb kunnen vinden. Eerst wordt het bouwmateriaal gepresenteerd, met behulp daarvan kunnen de fasen van het proces worden geconstrueerd, en vervolgens zal ik het geheel (de fasen) samenvoegen en in een voorbeeld uitwerken.
Deze zine is nogal abstract theoretisch. U kunt, als u dat wilt, deze zine zonder bezwaar overslaan en er later op terugkomen. Zoek gewoon uw eigen weg, dat heb ik ook gedaan.

 
  ^  
 

De elementen van het menselijk systeem

De bouwmaterialen bestaan uit een aantal ideeŽn en kernbegrippen uit de filosofie, maar niet alleen daaruit. Voor dit moment is het voldoende om deze alleen te noemen, en dan verder te gaan met de stellingen die op mijn interpretatie van de kernbegrippen zijn gebaseerd. Wanneer nodig zal ik er later dieper op ingaan.

Een opsomming:

  • Immanuel Kant heeft gezegd dat
    1. de dingen zich richten naar de kennis (wij zien de wereld zoals wij haar bij voorbaat - a-priori - moeten zien);
    2. een kunstwerk innerlijke doelmatigheid bezit (daarom een andere dan de causale beschouwingswijze vereist);
  • G.W.F. Hegel's gedachteketen of 'triade', onderdeel van het dialectisch proces;
  • Albert Einstein's [ noot ] constatering dat ieder coŲrdinatenstelsel (de trein heeft een ander coŲrdinatenstelsel dan de grond waarop de rail rust) zijn eigen bepaalde tijd heeft en zijn eigen ruimtelijke afstanden;
    en zijn bevestiging van de bevindingen van Minkowski dat een consequentie van de speciale relativiteitstheorie is dat Tijd echt de vierde dimensie is, niet onafhankelijk van Ruimte (dit is later ruimte-tijdcontinuŁm genoemd);
  • Martin Heidegger's begrip 'eigenlijkheid' (en 'oneigenlijkheid');
  • Robert M. Pirsig's [ noot ] onderscheid tussen statische en dynamische kwaliteit (hij grijpt terug op filosofen voor Aristoteles, met name op Plato);
  • Gregory Bateson's [ noot ] 'verschil dat verschil maakt';
  • twee begrippen uit de systeemtheorie [ noot ]:
    er zijn 'gesloten' en 'open' systemen, een organisme verenigt beide;
    een 'open' systeem ontvangt prikkels en geeft zelf actief vorm aan de omgeving.

Een mens wordt wel omschreven als een organisme (of als een programma) dat zichzelf moet ontwikkelen. Het woord ontwikkelen geeft aan dat het resultaat of dat wat we willen bereiken er al is, in ingewikkelde vorm. Binnen een systeem wordt informatie verwerkt: 'Bewustzijn is een specifiek geval [ noot ] van de manier waarop informatie binnen het systeem beweegt of wordt verwerkt' [ noot ]. Bewustzijn [ noot ] heeft te maken met de manier waarop iemand omgaat met de omgeving. Bewustzijn houdt altijd een verschuiving van logische orden in, want het betekent dat 'je weet dat je weet'.

 
  ^  
Dit alles heeft een aanwijsbare rol gespeeld bij de formulering van de volgende
- stellingen: -
 
1. innerlijke noodzaak
De eigenheid van ieder uniek en individueel mens berust op innerlijke noodzaak, is bij voorbaat gegeven. De eigenheid bestaat uit de innerlijke ruimte-tijd die voorwaarden en capaciteiten omvat.
 
2. dynamiek: twee richtingen open / ervarend, en terugkoppeling
De eigenheid heeft zowel de behoefte zich te ontwikkelen en zich uit te drukken, als een drang tot zelfbehoud en bescherming.
De eerste vereist openheid van de innerlijke ruimte-tijd voor de omgeving. Om zich uit te kunnen drukken moet de eigenheid worden geconcretiseerd in een omgeving: de voorwaarden worden geconcretiseerd als doelen, de capaciteiten worden ontwikkeld tot bekwaamheden.
De uit aanwezigheid in een omgeving volgende afhankelijkheid (zowel reŽle als vermeende afhankelijkheid) is de bron van ervaring, die op zijn beurt nodig is voor de ontwikkeling van capaciteiten en de concretisering van voorwaarden.
Openheid en geslotenheid tegenover de omgeving worden bepaald door de eigenheid: de ervaring wordt samen met voorwaarden en capaciteiten in de innerlijke context opgenomen. De interpretatie van de ervaring wordt, bepaald door de innerlijke ruimte-tijd, in de innerlijke context 'gewikkeld' en pas 'ontwikkeld' als de tijd daar is. Anders gezegd: de openheid naar de omgeving, de interpretatie ervan, en het gebruik van voorwaarden en capaciteiten worden bepaald door de innerlijke ruimte-tijd.
We zien een zelfbepaald proces van voortdurende wisselwerking of reciprociteit met een omgeving, en van terugkoppeling naar hetgeen eerder is ervaren.
 
  ^  

fig. 1. dynamiek

De dynamiek die nodig is voor ervaring, terugkoppeling en ontwikkeling, komt neer op een voortdurende richtingverandering. Vanuit de eigen innerlijke ruimte-tijd gericht zijn naar de omgeving in openheid, en vice versa gericht zijn naar eigen innerlijke ruimte-tijd in ervaren (aandacht, intimiteit).

aan de linkerzijde: impulsen en verschillen,
aan de rechterzijde: de eigenheid of innerlijke ruimte-tijd, gewikkeld in een innerlijke context van ervaring.

..
 

3. vier elementen:

activiteit - waarde - verschil - innerlijke context
Het dynamische contact van de innerlijke ruimte-tijd van een mens met de situatie in de omgeving (een andere ruimte-tijd) bestaat uit vier elementen. Ze hebben deze logische volgorde: 1) activiteit - ruimtelijke beweging in de omgeving's ruimte-tijd, wordt gevolgd door 2) waarde - betrokkenheid van het tijdschema van de innerlijke ruimte-tijd, daarop volgt mogelijk tussen beide 3) verschil - kennis in de tijd in termen van de omgeving's ruimte-tijd, en tenslotte komt 4) de context - reactie in ruimtelijke beweging in de innerlijke ruimte-tijd aan de orde.
 
4. drie vormen van activiteit: oproepen - antwoorden - relateren
Tijdens de contacten in dynamische afwisseling tussen de innerlijke ruimte-tijd van een mens met de omgeving moeten er activiteiten plaatsvinden alvorens enig resultaat kan worden opgenomen als ervaring. De activiteit vindt plaats in drie vormen: these, antithese en synthese. We gebruiken werkwoorden om de vorm aan te geven: a. oproepen of maken, b. antwoorden of nemen en c. relateren of verwerken.
 
samenvatting:
Als we de vier elementen op drie manieren willen hanteren, hebben we twaalf fasen nodig. Om aan de eis van terugkoppeling, nodig om ervaring te kunnen gebruiken, te kunnen voldoen laten we de laatste en de eerste fase op elkaar aansluiten [ noot ]. Zo hebben wij nu een structuur gecreŽerd die gebaseerd is op een cyclisch proces met twaalf fasen.
 
  ^  
fig. 2. terugkoppeling

Het cyclisch proces, de cirkel met twaalf fasen, afwisselend activerend en verwerkend van aard.

Terugkoppeling, nodig om uit ervaring te leren, is mogelijk doordat het einde (en subdoel) aansluit op het begin.

..
  ^  
 

Opbouw van het proces: de fasen

Met behulp van de concrete begrippen die in de stellingen zijn gegeven gaan we nu het proces opbouwen. Ons basismateriaal bestaat uit vier elementen, uit drie werkwoorden, en twee dynamische richtingen. We gaan proberen om met dat basismateriaal zinnetjes te vormen die de fasen, de onderdelen van het basisproces beschrijven.

Een paar voorbeelden van de manier waarop we er zinnetjes mee kunnen vormen:

  1. de woorden: [ik] + (omgeving met nadruk op ruimte) activiteit + oproepen of maken + open (naar buiten gericht)
    geven bijvoorbeeld: "ik stel me open naar de omgeving (of niet)"
  2. de woorden: [mijn] + (innerlijke ruimte-tijd met nadruk op tijd) waarde + antwoorden of nemen + ervarend (naar binnen gericht)
    geven: "ik neem nu de tijd om aandacht te geven aan mijn voorwaarden (of niet)"
  3. de woorden: [ik] + (omgeving met nadruk op tijd) verschil + relateren of verwerken + open
    geven bijvoorbeeld: "ik breng de twee gegevens uit 1 en 2 met elkaar in verband (of niet)"
  4. de woorden: [mijn] + (innerlijke ruimte-tijd met nadruk op ruimte) context + oproepen of maken + ervarend
    geven: "ik vorm mijn innerlijke basis, mijn thuis (of niet)"
    en zo verder tot alle twaalf combinaties zijn gebruikt.

Opgemerkt moet nog worden dat het proces zich cumulatief ontwikkelt, het wordt steeds complexer. Anders gezegd: de volgende fase omvat altijd de vorige. Het vierde zinnetje wordt dan: "In de wisselwerking met mijn omgeving betrek ik mijn innerlijke context (of niet), door vanuit mijn voorwaarden mijn eigen weg te gaan (of niet) kan ik een concrete (en bewuste) basis vormen (of niet)".

Het proces kan op diverse manieren worden onderverdeeld in groepen van verschillende aantallen fasen. Als we een grote groep van bijvoorbeeld zes fasen zouden nemen, de helft van de cirkel, dan zou de andere groep een spiegeling ervan zijn. Het karakter is dat van complementen.

De details van de mogelijke combinaties van fasen die de structuur biedt zijn samengebracht op een aparte pagina met tabellen en figuren.

 
  ^  
 

Voorbeeld: het proces

- omgaan met mannen, of omgaan met vrouwen

De man of de vrouw kan iemand op het werk of in een winkel zijn, iemand die een klusje komt doen, de baas, een collega of een geliefde zijn. Het proces beschrijft ook mijn assertief zijn, respectievelijk mijn afwachtend met initiatieven van anderen omgaan.

  1. Een man of een vrouw is aanwezig - dit kan zowel in het zicht, aan de telefoon of in mijn verbeelding zijn;
  2. nu schenk ik aandacht aan mijn eigen voorwaarden en ervaring; ik volg mijn eigen weg of ik volg wat er gebeurt;
  3. dan verbind ik de gegevens van de twee eerste fasen met de volgende, onderweg nadenkend en informatie vergarend;
  4. ik maak ruimte in mijzelf voor de aanwezigheid van de man of vrouw (1), mijn voorwaarden en ervaring (2) en de onderweg vergaarde informatie (3), en laat mijn gevoelens daarop inwerken.
    Einde van het eerste, subject vormende en voorbereidende, deel van het proces. Tot hier is het nog mogelijk het contact af te breken.
  5. Ik kan voor mijn doel uitkomen, mezelf als man / vrouw laten zien, kan spelenderwijs het effect van mijn standpunt toetsen en meer overzicht verwerven, als ik de leiding wil behouden over mezelf in de situatie;
  6. nu analyseer ik de mogelijkheden die ik al ontwikkeld heb, ik bepaal welke dingen ik zelf moet, kan of wil doen (wat mijn werk is) en waarvoor ik aanvulling, bijvoorbeeld in de vorm van een partner, nodig heb;
    (dit was de ik-helft van het proces; de tweede helft beschrijft het ik in confrontatie met de ervaring);
  7. dan ga ik ervaringen met deze man of vrouw verzamelen: ik vergelijk en ik weeg wat de ander te bieden heeft af tegen wat er in ruil daarvoor van mij wordt gevraagd;
  8. ik onderzoek of dit, in de kern, de ervaring is die bij mijn doel past, wat is de rol die sekse en seksualiteit in het contact speelt; ik trek mijn conclusies en beslis of ik de juiste ervaring heb, mijzelf aan zal passen, of mijn ruimte terugneem en dit contact verwerp.
    Einde van het tweede, het object vormende en selecterende, deel van dit proces.
  9. De informatie die ik door ervaringen met anderen heb kan ik vergelijken en verwerken tot het verhaal dat bij mijn doel past, maar ik hoef me nog niet te binden want het is nog maar een ideaal;
  10. nu bepaal ik welke risico's ik loop, schat de haalbaarheid van mijn doel in; voor nu of voor later vorm ik een houding, bepaal mijn grenzen en ontwikkel ik mijn plan;
  11. dan voer ik mijn plan uit in mijn sociale omgeving: ben ik hiermee meer acceptabel; accepteer ik mezelf meer met dit gedrag, deze persoon, deze ervaring;
  12. tenslotte verwerk ik deze ervaring en bewaar de verzamelde informatie om bij volgende contacten met mannen of vrouwen te worden gebruikt; nu berg ik de ervaring op: of in mijn bewuste, of in mijn onderbewuste geheugen, en laat ik het werk van de ander wel of niet los.
    Dit is het einde van het derde, verwerkende, deel van dit proces.
    De mate van afstand bepaalt mijn vrijheid voor nieuwe ervaringen op dit gebied.

Als ons gedrag niet het resultaat oplevert dat we ervan verwachtten zijn we, anders dan in het voorbeeld van het eten van een appel in ZZZ 3, in staat om te 'herkauwen'. Ik kan teruggaan naar de eerste fase en mij afvragen wat mijn doel precies was (fase 2), welke weg ik daarna ingeslagen ben (3) en in welke fase het daarna mis kan zijn gegaan. Ik kan mij afvragen wat ik van deze man of vrouw verwacht, wat ik van mannen of vrouwen in het algemeen verwacht en welke fasen ik misschien heb overgeslagen in de loop van het proces.

In geval van een ongewenste situatie na het eten van bepaald voedsel kunnen we, net zo min als in dit voorbeeld, de feiten terugdraaien maar wel in het vervolg zorgvuldiger kauwen en proeven (fase 1) en alert blijven op allergische reacties van ons lichaam.
 

  ^  
 

Wat kunnen we hier nu mee?

Ik heb in deze zine enige uitgangspunten geformuleerd. Met behulp daarvan heb ik bouwstenen gevormd, deze gebruikt om de fasen van het onderliggende proces te construeren en tenslotte de fasen in detail uitgewerkt in een voorbeeld. Het heeft materiaal opgeleverd voor een eerste aanzet tot een voor ons doel geschikte taal, een beschrijving van het bewustwordingsproces en een systeem van mogelijke interne verbindingen (zie ook de tabellen en de trefwoordenlijst).
Dit materiaal biedt de structuur om ook andere processen te beschrijven. Behalve de reeds gegeven voorbeelden valt nog te denken aan beschrijvingen van processen zoals

  • omgaan met bezit, met macht en onmacht, met energie, met seksualiteit, met emoties
  • ontwikkeling van angst en zelfvertrouwen, het zelfbewustzijn
  • omgaan met vormgevoel, het spreken en denken, zintuigen
  • omgaan met impulsen, met realisme en vaagheid.
Een wel zeer belangrijk proces is het beginproces dat, aangevuld met een filtering of kleuring, beginpatroon wordt (zie het overzicht van de patronenlijn). De instrumenten hebben een plaats binnen de kleuring die door tijd en plaats is bepaald. Daarmee wordt het individuele patroon zichtbaar. Voor zowel de filtering of kleuring als voor de instrumenten moeten we meer te weten zien te komen over de innerlijke ruimte-tijd van de eigenheid. Dat zal de volgende keer in deze serie over structuur aan de orde komen.