Familietrekjes. Verhaal #4: 'Moeder's genen?'
Ik kijk tastend naar de sociale context voor ik vragen heb.

  v  
 

Moeder's genen?

Je hoeft niet te weten of het in je genen zit om ermee te kunnen werken. Moeder vertelde graag, vooral als zij op haar gemak was. Wij plaagden haar als zij weer eens begon met 'Ja, Jan heeft een stevig hoofd. Zijn geboorte was ...' of met 'Toen wij in MŘnchen aankwamen ...' of 'Het ergste was toen heel Breda moest vluchten ... Ik had niet eens een schone zakdoek bij me ...'. Wij zeiden dan 'O ja Mam, dat is verhaal nummer een uit de Jantjeserie', 'Dat is nummer zes uit de kostschoolserie!', 'Dat heeft U toch al eens verteld Mam. Dat is nummer 2 uit de reisserie', of 'Weet U wel zeker dat het tante Jaantje was Mam?'. Dit waren vreedzame momenten.

Genen?

Op een dag, ik zal een jaar of achttien zijn geweest, was ik bij de huisarts. Zonder dat daar enige aanleiding toe leek te zijn zei hij: 'Weet je wel dat je op je moeder lijkt?'. Dat gaf mij een schok, want ik vertrouwde hem en dit was niet iets wat ik graag hoorde. Mij was altijd verteld dat ik erg op mijn vader leek en uiterlijk was dat zeker het geval. Voor mij was dat altijd een troostgevende gedachte geweest. Onze dokter kende ons allemaal erg goed, en zijn opmerking zette mij aan het denken. Van toen af keek ik (soms) naar moeder met de vraag wat wij wel niet gemeen mochten hebben. Ik zag niets herkenbaars maar de vraag bleef hangen. Het heeft nog wel vijftien jaar geduurd voor ik me realiseerde dat wij een bijzondere ervaring gemeen hadden. In die jaren was ik me bewust geworden van mijn verdriet over mijn vader die was gestorven en die ik in de moeilijke jaren daarna erg had gemist. En toen drong het tot mij door dat moeder haar vader ook vroeg had verloren. Zij was nog geen zes jaar toen grootvader stierf. Haar moeder had ook de taken van haar man over moeten nemen, haar moeder had zelfs nooit tijd gehad om met haar kinderen te spelen, haar moeder stuurde haar, met haar zussen, naar kostschool. Ja, we hadden iets gemeen. Ik begon beetje bij beetje te begrijpen waarom zij was zoals zij was, maar toegeven dat ik op haar zou lijken? Dat had nog heel wat voeten in de aarde.

In de tijd dat mijn ouders opgroeiden was het (nog) zo dat ieder gezond mens verondersteld werd te trouwen en kinderen te krijgen. Maar dat wilde niet zeggen dat zij daar emotioneel geen problemen mee zouden hebben. Ik weet dat moeder, na de geboorte van haar eerste kind, veel jaren nodig heeft gehad aleer zij gewend was aan de consequenties van haar moederschap. Pas na een jaar of tien nam het gevoel zeer beperkt te zijn af, vertelde zij later. Het leek alsof haar trots kunnen zijn op ons diende als compensatie voor de beperkingen die zij ervoer.

Over deze zaken werd toen natuurlijk niet gesproken. Ik heb dat zo aangevoeld en kwam tot de conclusie dat je als je trouwde vooraf zou moeten weten wat voor jou de consequenties van ouderschap zouden zijn. Mijn moeder - evenmin als mijn vader eigenlijk - leek geen idee te hebben gehad waar ze aan begon in dat opzicht. Wat mijzelf betreft: ik had er toen zelfs geen notie van hoe mijn emotionele en sociale vaardigheden te gebruiken, laat staan dat ik wist hoe kinderen op te voeden. Ik was altijd met plezier naar school gegaan maar dat we hier geen les in kregen vond ik achteraf een groot gemis in mijn opvoeding. Al met al vond ik dat het beter was dat ik geen kinderen zou hebben. Ik hield - op mijn afstandelijke manier - erg veel van kinderen en wilde het ze niet aandoen dat ze mij als moeder zouden hebben! Deze beslissing nam ik toen ik goed achttien jaar was. Ik heb het aan mijn broers en zus overgelaten om aan de ontwikkeling van de menselijke soort bij te dragen door de genen van onze ouders door te geven. Mijn bijdrage aan de evolutie zou blijken meer op het terrein van de ideeŰn en van de cultuur te liggen, een geesteskind te zijn.
 

  ^  
 

Bespreking van het verhaal

Dit deel nu even overslaan?

Beknopte beschrijving naar aanleiding van het verhaal

Informatie over begrippen en symbolen (beweeg de cursor over de link)

Nu het gaat over moeders en kinderen moeten de eigenschappen aan de orde komen die daar speciaal bij zijn betrokken. Die eigenschappen worden vooral gesymboliseerd door de Maan, Jupiter en Mercurius. Bovendien is hier het innemen van een standpunt en het nemen van een beslissing, hoe kinderlijk na´ef ook, aan de orde. Daarvoor moeten we in mijn geval tevens naar de Ascendant kijken.

De vorige keren zijn de Maan en de Ascendant al uitvoerig besproken, dus ik volsta nu met een korte samenvatting.
 

fig.1: Rini Sips
Klik voor de geboortekaart
  1. Mijn gevoel, als een spiegel, wordt bepaald door
  2. een speculatieve belangstelling voor het fundament onder verhalen en de motieven erachter, voor het wezenlijke van mijn ervaringen, voor het verhaal na de beslissing. Die interesse wordt mee be´nvloed door
  3. het absoluut willen begrijpen van moeder en haar dwingende bindingen en mijn na´ef afwijzen van eigen moederschap. Dit alles wordt gevoed door
  4. mijn opstelling tegenover mijn omgeving. De eerste fase, de manier waarop mensen met dit beginpatroon de wereld benaderen, is in Zine #5 omschreven als: 'Als ik begin zoek ik eerst naar de kern van de dingen. In het begin negeer ik alles wat niet ter zake doet. Als ik de kern niet te pakken kan krijgen dan begin ik niet. Ik geniet van beginnen;
    Mits ik er uiteindelijk in kan geloven, mits het initiatief geloofwaardig is. Als ik er ook groeimogelijkheden in zie dan kan ik pas beginnen'
    .
     
  1. De MAAN bevindt zich
  2. in de 9e fase in het eigen teken KREEFT;
     
     
  3. in conjunctie met PLUTO in de 9e fase in het teken KREEFT, die wordt gevoed
  4. vanuit de ASCENDANT, het begin van de 1e fase, die wordt gekleurd door het teken SCHORPIOEN.
     
De wereld benaderen met behulp van de Ascendant en het gereedschap in de eerste fase van het proces van beginnen hanteren doe ik, in eerste instantie, op een kernachtige en praktische manier.
  1. Mijn vermogen tot herstel en behoefte aan groei is direct vanaf het begin beschikbaar om te zoeken naar de kern van de dingen. 'Als ik een kernachtig doel heb kan ik enthousiast beginnen',
  2. waarbij ik kan putten uit herinneringen die gekarakteristiek zijn voor een brede belangstelling
  3. waarbij dat vermogen aangevuld wordt door de inzet van enthousiasme, begrip en soepelheid bij het moeten begrijpen van emotionaliteit en macht, die ook van nut zijn bij het compenseren van blinde vlekken. Dat voegt geestelijke ruimte toe.
  4. 'Vertrouwd of ge´rriteerd, op loslaten volgt nieuw enthousiasme'
     
  5. 'Kan ik iemand die zichzelf helderder wil kennen helpen?'.
     
In de eerste fase, ruim tien graden verwijderd van de Ascendant in Schorpioen, bevindt zich
  1. de planeet JUPITER, in de 1e fase en SCHORPIOEN, die
      
  2. wordt gevoed vanuit de 2e fase in BOOGSCHUTTER
  3. met Pluto en met de Maan in Kreeft in de 9e fase driehoek is verbonden;
     
     
  4. met Mars in Weegschaal in de 12e fase: halfsext verbonden;
  5. en met Neptunus in Maagd in de 11e fase: sextiel verbonden.
     
Zoals de manier van beginnen voor de omgeving zichtbaar is, zo kunnen, als er verbindingen mee bestaan, ook andere eigenschappen duidelijk merkbaar zijn. Die eigenschappen ontwikkelen zich meestal volgens hun eigen patroon.
  1. Op het allereerste - onderzoekende - moment van beginnen stop ik veel energie in
  2. de omgang met mijn broertjes, zusje en leeftijdgenootjes, in het met kinderlijke weetgierigheid verschillen opmerken. De uitwerking van het aspect (Mercurius vierkant met de Ascendant) heeft ook een fysieke signatuur, o.a. door ademhalingsklachten in mijn jeugd.
  3. De instrumenten om informatie te verwerven en om uit te nodigen tot interactie staan in combinatie ter beschikking. 'Ik doe veel moeite om een acceptabele term op te graven, om de juiste ondersteunende wisselwerking te vinden, om gevoelens kernachtig weer te geven'  en 'Het onuitgesprokene en de aaibaarheid van dingen hebben mijn belangstelling'. De nieuwsgierige, de vragende wordt geremd door de opvatting dat vragen aardig en passend en lief moeten zijn en dat je je beurt maar beter af kunt wachten.
  4. Dat wil zeggen dat ik vanuit mijn eigen subjectieve standpunt uitdagend en spottend of uitnodigend kan communiceren en expressief een reactie kan uitlokken. Die sterke behoefte aan fundamentele en zinvolle communicatie is waarneembaar voor anderen.
  5. De vereiste grondslag is een sfeer van vriendschappelijkheid en gelijkwaardigheid, van er bij horen en mee doen. De interactie is niet op het fysieke of persoonlijke maar op het verstandelijke en theoretische gericht. 'Ik ben alleen belangstellend en betrokken bij een gesprek als de ondertoon vriendschappelijk en gelijkwaardig is'.
  6. Het vermogen om de tijd te bepalen door angst te gebruiken werkt als leermiddel: ik zal mij - omdat het zo belangrijk is - eerst extra voorzichtig of afwerend opstellen voordat in emotionele zaken, in bindingen, grenzen overschreden worden. Het heeft een ingrijpend effect op communicatie en interactie. Pas als ik niet afhoudend hoeft te zijn kan mijn deelname aan de conversatie buitengewoon onderhoudend worden.
     
Aspecten met planeten voegen de eigenschappen van de betreffende planeet aan de Ascendant toe:
 
  1. Het vierkant op de Ascendant van
     
  2. MERCURIUS (primair) die inloopt op
     
     
      
  3. de conjunctie met VENUS (primair)
     .
     
     
     
     
     
     
     
  4. verbindt met de 4e fase,
     
     
     
       
  5. in het teken WATERMAN,
     
     
     
     
      
  6. en met de planeet SATURNUS in dezelfde fase en hetzelfde teken. Hoewel niet in aspect met de Ascendant of met de beide andere planeten, heeft hij wel effect op alles wat de 4e fase betreft.
     
Een patroon dankt zijn persoonlijk karakter, behalve aan aspecten ofwel dynamische verbindingen tussen de planeten onderling, aan de verbindingen tussen de fasen. De twaalf patroontypen worden behandeld in de patronenlijn en daar ook ge´llustreerd met voorbeelden.
In mijn beginpatroon zijn de laatstgenoemde drie planeten verbonden met twee andere fasen in een eindeloze verschuiving van het perspectief.
fig.2: verwijzingen
Klik voor de geboortekaart
 
  1. De vierde fase, de manier waarop mensen die dit beginpatroon gebruiken hun emotionele basis funderen, is in Zine #5 omschreven als: 'Ik zoek geborgenheid in het uitzonderlijke. Ik voel me niet veilig en geborgen als er geen gelijkwaardigheid is, als mijn uniekzijn niet wordt geaccepteerd. In mijn onderneming overschrijd ik grenzen. Ik heb een uitzonderlijke onderneming. Wat ik onderneem is uniek;
    En uiteindelijk zal het tot een oplossing leiden, vluchtig zijn. Het ervaren van het geheel geeft mij uiteindelijk geborgenheid'
    ;
    Die fase met de vermogens tot communicatie, interactie en vormgeven voedt,
  2. Via het vermogen om inzicht te verwerven, de zesde fase, de manier waarop mensen die dit beginpatroon gebruiken hun capaciteiten en behoeftes analyseren en verwerken. Die fase is in Zine #5 omschreven als: 'Ik werk op een praktische manier, ik werk hard. Ik wil werk waarin ik eigen initiatieven kan ontplooien. Ik werk graag alleen, ik wil bij mijn werk niet gebonden zijn door veel afspraken;
    Eindvoorwaarde is dat ik zelf kan bepalen of ik mijn werk uiteindelijk afmaak. Dan maak ik het ook beslist af'
    ;
    dat voedt,
  3. Via het vermogen om initiatieven te nemen, de twaalfde fase, de manier waarop mensen die dit beginpatroon gebruiken dat proces afsluiten. Het is in Zine #5 omschreven als: 'Ik beŰindig zaken op een harmonieuze manier. Ik laat op een afwachtende manier los. Ik zoek diplomatieke oplossingen. Als ik loslaat zoek ik eerst naar een andere weg, zoek ik eerst naar een alternatief;
    Maar uiteindelijk laat ik op een kernachtige en praktische manier los. Deze oplossing moet bij voorbaat mogelijk zijn'
    ;
    'Energie stoppen in harmonie is het werk van de ander. Als die alternatieve energie gevonden is kan ik loslaten'. Dit voedt dan weer,

via de vermogens tot communicatie en interactie, de vierde fase. Dit gaat door naar initiatieven tot verwerking van inzichten, weer verder met praktisch werk aan alternatieve oplossingen en terug naar de unieke waarnemingen aan de basis. Dat kan zo, op de achtergrond en innerlijk, steeds door blijven gaan.
 

  1. vanuit de 4e fase in WATERMAN, voeden Mercurius, Venus en Saturnus,
     
     
     
     
     
     
     
      
  2. via Uranus, de 6e fase in RAM;
     
     
     
     
     
     
     
     
      
  3. die op zijn beurt, via Mars, de 12e fase in WEEGSCHAAL voedt;
     
     
     
     
     
     
     
     
      

    De beweging van 12, 11 en 3, naar 4, door naar 6 en weer terug naar de 12e fase blijft doorgaan tot ze door iets anders wordt doorbroken.
     

De beschreven beweging wordt nog vanuit drie andere fasen gevoed:
 
  1. de stimulansen tot uitwisseling komen in de eerste plaats vanuit de boven beschreven praktische creactieve achtergrondactiviteiten in mijzelf in confrontatie met het werk, de capaciteiten en behoeften van de ander,
    maar tevens vanuit de 7e fase. Deze is in Zine #5 omschreven als: 'Als ik met iemand wil samenwerken vind ik dat ik een beetje afwachtend moet zijn, kijk ik een beetje de kat uit de boom. Ik zoek de kern op, en ik zoek uit hoe het praktisch in elkaar zit van het begin af aan; als de ander nu maar rustig blijft zitten wachten, dat aanneemt en dat afmaakt als ik gevonden heb waar het uiteindelijk naar toe moet, ben ik tevreden;
    De ander moet uiteindelijk een beetje relativerend vermogen bij zich hebben, kennis hebben, anders begin ik er niet aan. Het is niet echt leiding geven, maar richting aangeven, opstarten en het proces aangeven. Daartoe moet de ander wel over kennis beschikken'
    ;
  2. De stimulansen tot communicatie komen zowel vanuit de 11e fase die in Zine #5 omschreven is als: 'Mijn vrienden zijn zuiver, kritisch, dienstbaar. Ik ben dienstbaar, kritisch, zuiver tegenover mijn vrienden. Mijn vriendenkring is klein. In het begin zocht ik naar de kern en of alles praktisch was; ik accepteer mezelf door mijn eigen mogelijkheden te analyseren;
    Uiteindelijk moet het via duidelijkheid tot harmonie leiden'
    ;
    als vanuit de 8e fase. Deze is in Zine #5 omschreven als: 'Ik geniet van goede communicatie. Ik kies op een relativerende manier, door afstand te nemen. Ik concentreer me op kennis, ik zet kennis om, ik verteer kennis. Mijn verteren(-ing) is oppervlakkig. Mijn aanvulling beschikt over een referentiekader met veel kennis;
    Uiteindelijk kies ik pas als ik ook gevoelsmatig betrokken ben'
    ;
  3. het vermogen vorm te geven aan de emotionele basis en het plannen daarvan in de tijd wordt - als ik het echt wil - gevoed vanuit de 3e fase die in Zine #5 omschreven is als: 'Ik ben zelfstandig bij het verwerven van kennis. Ik beding zelfstandig mijn eigen condities. De kennissen die ik zoek zijn zelfstandig, degelijk en trouw aan zichzelf. Zij gaan ook rustig hun eigen weg. Ik ga vormelijk met kennissen om. Mijn kennis is betrouwbaar;
    Maar uiteindelijk zoek ik uitzonderlijke kennis, en buitengewone kennis(sen)'
    .
     
De aanvoer naar de 4e fase loopt via nog meer lijnen:
  1. Venus wordt niet alleen gevoed vanuit de 12e fase in Weegschaal (met Mars, gevoed vanuit fase 6 - zie boven)
    maar ook vanuit fase 7 in STIER;
     
     
     
     
     
     
     
     
     
     
      
  2. Mercurius wordt behalve vanuit de 11e fase in MAAGD (met Neptunus, op zijn beurt gevoed vanuit fase 5)
     
     
     
    ook gevoed vanuit de 8e fase in TWEELINGEN;
     
     
     
     
      
  3. Saturnus wordt gevoed vanuit de 3e fase in STEENBOK (met de Zon, op zijn beurt gevoed vanuit fase 10);
     
  ^  
 

Wat doe ik er nu mee? Ik kijk tastend naar de sociale context voor ik vragen heb

Ik twijfel er niet aan dat ons via de genen eigenschappen worden doorgegeven. Ik twijfel niet aan de invloed van ouderen, leeftijdgenoten en de tijdgeest in het algemeen op onze ontwikkeling. De diskussie welke van die factoren belangrijker is of meer bijdraagt aan de ontwikkeling van een kind zal van theoretisch belang zijn voor wetenschappers. Ik ben, in de praktijk, meer ge´nteresseerd in de kwestie van vraag en aanbod. Er is enerzijds een persoonlijke behoefte aan ervaringen, terwijl anderzijds de omgeving een bepaald scala van fenomenen aanbiedt. De aangeboden ervaringen passen misschien niet goed bij de behoeften. Als ouder of opvoeder eist je verantwoordelijkheid dat je zorg draagt voor een geŰigend aanbod aan mogelijkheden. Het is voor mij duidelijk afhankelijk van de in de genen vastliggende capaciteiten en behoeften, wat in het aanbod bruikbaar is en zal worden opgenomen en wat ontbreekt en elders zal moeten worden gezocht.
Zullen we, zodra we in detail de functies van alle onderdelen van het menselijk DNA kennen, weten wat de capaciteiten en behoeften van dat ene individu zijn? Heikele kwestie?

Ik heb pas later de soort opleiding gevolgd die ik als tiener wenste. [ noot ]

  • De bibliotheekopleiding die ik heb gevolgd viel mij tegen, maar ik heb geleerd te ordenen en te systematiseren;
  • Op de daarna met plezier gevolgde opleiding tot jeugbibliothecaris heb ik geleerd om mijn subjective reactie ten nutte te maken bij de vorming van objectieve argumenten voor het recenseren van boeken [ noot ], heb ik leren vertellen en geleerd mijn enthousiasme over boeken te delen;
  • Voor dit werk heb ik rijp en groen moeten lezen, terwijl ik daarbuiten in mijn boekenkeuze zeer selectief zocht naar waar ik behoefte aan had;
  • Ik heb als tekenaar en portrettist geleerd om op een na´eve en creatieve manier, vooral zonder te benoemen wat ik zag, het onverwachte in dingen en mensen te ontdekken;
  • Door ervaring in verschillende situaties en door te zoeken naar de diepere gronden van waaruit ik en anderen handelen, heb ik mezelf geleerd om het organische in dingen, in mensen, in denken en in voelen te zien;
  • Ik heb ervaren dat de informatie die de kaart van mijn unieke co÷rdinatensysteem mij aanreikt mijn eigen verhaal verheldert en mij helpt mijn leven te begrijpen.

En zo zie ik mezelf nu als ervaringsdeskundige. Had ik mijn gewenste opleiding eerder gekregen dan had ik veel nuttige dingen misschien veel later geleerd of helemaal niet. Ik kan me niet voorstellen dat er iets niet functioneel voor mij is bij al datgene wat ik geleerd heb.
Wat is eigenlijk functioneel voor een mens? Alleen positieve, alleen verstandige, alleen leuke dingen? Lastig punt?

Ik heb - onder meer over onderwijs en werk - zowel gefundeerde en ongefundeerde beslissingen genomen. Voor alle neem ik de verantwoordelijkheid, ook voor keuzes die ik onbewust heb gemaakt, ook voor de beslissingen die anderen voor mij hebben genomen. Die geestelijke vrijheid is voor mij een fundamentele waarde. Immers, beslissingen die in vrijheid en weloverwogen worden genomen zijn daarom toch niet beter dan andere?
Wat of wie bepaalt eigenlijk of een beslissing goed of minder goed is? Moeilijke vraag?