Individualiteit en de stuwende krachten binnen het menselijk proces

  ^  
 

Bezit een kloon individualiteit?

U en ik zijn al een aantal jaren bekend met de gekloonde computer, een goedkope uitvoering van een merk-computer. We moeten nog wennen aan het idee van dierlijke en menselijke klonen. Het lijkt wat verwarring te wekken. Niet alleen vanwege het morele aspect van de menselijke ingreep in leven. Waarschijnlijk is het inderdaad zo dat klonen van eenzelfde schaap of van een ander wezen, afgezien van foutjes die bij manipulatie kunnen ontstaan, dezelfde genetische informatie dragen. Die genen bevatten echter informatie die tot een ander co÷rdinatenstelsel behoort terwijl zij bij de geboorte van de kloon aan een recenter co÷rdinatenstelsel worden verbonden. De consequenties van een dergelijke combinatie van twee co÷rdinatenstelsels kan ik niet overzien. Er lijkt een overeenkomst te zijn met iemand die een transplantaat heeft.
In algemene zin zijn klonen nooit identiek. Het is fysiek onmogelijk dat twee gebeurtenissen op dezelfde plaats en tijd kunnen plaatsvinden [ noot ]. Ook bij massaproducten als theekopjes lukte dat nooit. Anders gezegd: twee wezens of dingen kunnen onmogelijk dezelfde omgeving hebben. Ze behoren immers ieder tot de omgeving van de ander. We kunnen echt gerust zijn: twee klonen zullen veel gemeen hebben maar nooit dezelfde individualiteit! Ze zullen allebei net zo uniek zijn als twee stenen of twee producten uit dezelfde machine en, als het dieren of mensen zijn, hun eigen individualiteit ontwikkelen! Op basis daarvan zullen ze overigens ook hun rechten kunnen claimen en hun verplichtingen hebben.
 

Wat is individualiteit?

Op een zeker moment kunnen wij mensen ons bewust worden van ons uniekzijn en van onze behoefte om juist dat eigen wezen te ontwikkelen. Juist een bewust worden van onze rijke, gecompliceerde en eenmalige eigenheid doet ons beseffen dat we die moeten handhaven en ontwikkelen in een omgeving. Die omgeving is er niet alleen ten gerieve van ons, zij stelt zelfs eisen aan ons, is een uniek gegeven voor ons en we kunnen een gevoel van verbondenheid ermee ontwikkelen. De omgeving speelt een noodzakelijke rol in het streven naar individualiteit van de mens. Het woord individualiteit wordt meestal ge´nterpreteerd als: (letterlijk) ondeelbaar of onverdeeld zijn, een geheel zijn, dat wat iemand tot individu maakt, waardoor iemand zich onderscheidt van anderen. De omschrijving ondeelbaar of onverdeeld zijn impliceert intussen wel het omvatten van meerdere delen. Ik omschrijf individualiteit daarom als de groei naar onverdeelde tweevoudigheid; een mens is een wezen dat, enerzijds, een gecompliceerde eigenheid heeft meegekregen en, anderzijds, zich in een in ruimte en tijd bepaalde en bepalende omgeving bevindt; twee gegevenheden, een dualiteit, waarmee het zich wil en noodzakelijkerwijs moet ontwikkelen. Aan de interpretatie van dualiteit als scheiding van lichaam en geest, zoals Descartes die introduceerde, zijn we nu gelukkig niet meer gebonden [ bron ]. Om zich als individu in de omgeving te ontwikkelen moet de mens de gegeven tweevoudigheid of dualiteit van de relatie tussen zijn unieke zelf en zijn omgeving samenvoegen tot een onverdeeld geheel. Het ontwikkelen van die relatie verloopt, net als alle groei, op procesmatige manier.
 

De koppeling van individualiteit aan ruimte en tijd

In de zines #3, #6 en de bijlage daarbij is de basisvorm van het menselijk proces beschreven. In de zines #9 en #13 is vervolgens de relatie van het menselijk proces met ruimte en tijd beschreven. We hebben toen de co÷rdinaten van het ruimte-tijdcontinuŘm van een gebeurtenis in het ruimte-tijdcontinuŘm van ons zonnestelsel opgespoord. Het doel van de zoektocht was steeds de individualiteit van een mens. Aanleiding was de constatering van Albert Einstein dat iedere meting of waarneming afhankelijk is van het standpunt van de meting of de waarneming. De vraag was of en hoe we een dergelijk standpunt, waarmee een gebeurtenis in ruimte en tijd zoals een geboorte wordt bedoeld, voor ieder mens kunnen vaststellen.
Er zijn zelfs meer dan vier co÷rdinaten aangewezen en de vraag is bevestigend beantwoord: de singulariteit van het individu is beschreven in het eigen ruimte-tijdcontinuŘm. Het ruimte-tijdcontinuŘm van de omgeving in relatie waarmee de individualiteit zich zal moeten ontwikkelen zal op een later moment aan de orde moeten komen.
 

Individualiteit en dynamiek

Ik wil mij nu eerst bezighouden met de vraag naar de stuwende kracht die de mens tot ontwikkeling van individualiteit en van andere capaciteiten aanzet. Wat zet ons aan om ons in een omgeving, die nadrukkelijk zijn eisen stelt en regels oplegt, met onze gegeven eigenheid te handhaven? Wat weerhoudt een mens ervan om zijn individualiteit te handhaven en zet hem aan de kudde te volgen en zich aan te passen? Er zijn blijkbaar voordelen en nadelen aan zowel het een als het ander. We zien ook dat we op sommige punten onze eigen weg te vuur en te zwaard kunnen verdedigen, en op andere punten lekker aangepast kunnen zijn. Hoe dan ook, de relatie van een mens tot zichzelf en die tot zijn omgeving kan als tegenstrijdig worden ervaren, kan een bron van spanning en problemen vormen of soepel verlopen. Maar het is precies de spanning tussen het innerlijk en de omgeving die de motor is die het proces drijft. Tegenstrijdigheden vormen de natuurlijke dynamiek van het proces zelf. De organische contrasten tussen de fasen van het proces verschaffen de stuwende kracht om voort te gaan. Het is nodig die dynamiek verder uit te werken voordat we over de ontwikkeling van een mens met al zijn unieke eigenschappen in een steeds veranderende omgeving kunnen spreken.
 

  ^  
 

De natuurlijke krachten binnen het proces

Juist het ervaren van tegenstrijdigheid in de relatie tot zichzelf en in die tot zijn omgeving is een bron van energie. Het contrast tussen het innerlijk en de noodzakelijke omgeving is een voortdurende uitdaging voor de mens. Niet alleen voor de mens natuurlijk, maar voor alle leven. Leven is een naam voor originaliteit, niet voor stilstand. Leven is reageren op externe mogelijkheden en onmogelijkheden. Ieder gezichtspunt roept een contrast op dat aanzet tot voortgaan, waarna een nieuw gezichtspunt wordt ingenomen dat weer een nieuw contrast oproept. Alfred North Whitehead somt een reeks van twaalf contrasten of opposities op die naar zijn mening de essentie van leven karakteriseren [ bron ].
Het eerder, in ZZZine #6, door mij beschreven dynamische proces met zijn twaalf fasen bevat evenzoveel contrasten en opposities. Als we de twaalf abstracte begrippen die Whitehead noemt in de volgorde van de werkzame contrasten zetten vinden we: (een) trivialiteit, (een) grootheid, stroming, duurzaamheid, afscheiding, samengaan, goed, slecht, vreugde, verdriet, noodzaak, vrijheid. De termen in deze letterlijke vertaling komen, mogelijk vanwege hun filosofische herkomst, misschien vreemd over en vereisen enige toelichting. Een meer herkenbare omschrijving kan zijn: een enkele impressie, vergelijkingsmateriaal, verschil, binding, eenmalig ego, mogelijkheden, ervaringen, keuze, idealiseren, angst begrenzen, accepteren, loslaten. Maar laat ik een en ander liever beschrijven en het proces opnieuw volgen.

Een volledig overzicht van de toepassing van contrasten / tegenstellingen en van de opposities / tegendelen / complementen / dualiteiten, vindt U in de bijlage.
 

  ^  
 

De dynamiek van contrasten en opposities, werkzaam in het proces

Zoals ik eerder heb gedaan, laat ik nu de twaalf fasen van het proces zien in een beschrijving. Deze keer wordt de dynamiek van de dualiteit verhelderd met behulp van de contrasterende begrippen. fig.1. Dynamiek: contrasten en oppositiesIn de cirkelvorm benadrukken de contrasten de voortstuwing in steeds afwisselende richting. Tevens vormen zij in diezelfde cirkel oppositionele paren die juist mogelijkheden van het overbruggen van dualiteit aangeven. In de eerste helft van de cirkel wordt het 'Ik' op orde gebracht, in de tweede helft wordt de complementariteit met de omgeving in de vorm van de 'Ander' bijgesteld.
Ik wil hier twee punten vermelden die nog niet expliciet aan de orde zijn gekomen. Ten eerste is de innerlijke doelbepaaldheid op zich een bron van onrust voor de mens. Het tweede punt is dat de enige opening in een proces het begin van de eerste fase is. Dit punt geeft aan waar het betreffende proces begint door het binnenhalen van een impressie via de zintuigen of anderszins en waar het aanhaakt bij het voorgaande als hetzelfde proces wordt herhaald.
Het proces beschrijft, zoals bekend, achtereenvolgens de innerlijke voorbereiding, het ervaren in de omgeving en de objectivering van de ervaring in het kader van de eigen doelstelling.
 
  1. 'Een actuele indruk wordt via een zintuig binnengelaten. Als er geen indruk wordt binnengelaten gebeurt er niets'.
    De indruk is op zich triviaal ofwel zonder betekenis en roept als contrast de referentie aan een herinnerd beeld, dus van een al bekende grootheid op;
  1. (een) trivialiteit = actie + maken = een enkele impressie, naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit;
  1. 'Het referentiekader bevat beelden of plaatjes van eerdere indrukken met de kennis en de emotionele reacties van dat moment. Als er een relevant eerder ervaren beeld is wordt dat herinnerd. Of er gebeurt in dit stadium niets'.
    Het tweetal roept als contrast het leggen van een relatie tussen het herinnerde beeld en de nieuwe impressie op;
  1. (een) grootheid = waarde + claimen = vergelijkingsmateriaal, naar binnen, tijd nemen binnen de singulariteit;
    fase 2 omvat ook fase 1.
  1. 'Er wordt een relatie gelegd tussen de actuele indruk en het beeld met toegevoegde waarde van de eerdere ervaring. Tenzij er een verschil is ontstaat betekenis en nieuwe kennis, anders gebeurt er in dit stadium niets'.
    De betekenis van de relatie roept als contrast een fysieke reactie in het lichaam op;
  1. stroming = verschil + vergelijken = betekenis, naar buiten, tijd buiten de singulariteit;
    fase 3 omvat ook fase 1 + 2.
  1. 'Een reactie op de drie verbonden gegevens veroorzaakt een "emotie" of beweging binnen in het lichaam en er wordt een beeld geregistreerd. De totale waarneming omvat de resultaten van de voorgaande drie fasen samen met de emotionele reactie daarop als die er is. Anders gebeurt er verder niets'.
    In de innerlijke ruimte verzekert het subject zo de concrete basis voor zijn relatie met zijn omgeving.
    Dit wezenlijk eenzame fundament roept als contrast de wil zichzelf te ervaren en zich in de omgeving te onderscheiden op';
  1. duurzaamheid = emotie + maken = binding, naar binnen, ruimte maken binnen de singulariteit;
    fase 4 omvat ook fase 1 t/m 3.

...het subject  >  ervaren

  1. 'Steunend op subjectieve zekerheid wil ik mijzelf in de omgeving onderscheiden en ervaren, en die omgeving uitdagen om te reageren en mij overzicht te verschaffen'.
    De behoefte aan ervaringen in de omgeving roept als contrast het innerlijk analyseren en verwerken van verzamelde informatie op.
  1. afscheiding = actie + claimen =
    het eenmalige ego laten zien om mogelijkheden in de omgevingsruimte te ervaren;
    fase 5 omvat ook fase 1 t/m 4.
  1. 'De informatie wordt innerlijk geanalyseerd en gecombineerd tot gedetailleerde kennis over eigen behoeften en mogelijkheden: het samengaan van mijn mogelijk product en wenselijkheden in de omgeving'.
    Dit werk roept als contrast het uitnodigen van goede interactie met de omgeving op.
  1. samengaan = waarde + vergelijken = in innerlijke tijd kansen analyseren om het eigen product te verwezenlijken;
    fase 6 omvat ook fase1 t/m 5. 
  1. 'Ik neem de verwachte aanvullende ervaring en alternatieve mogelijkheid uit mijn interactie met de omgeving aan'.
    De veelheid aan mogelijkheden uit de interactie roept als contrast het terugbrengen van dat aantal tot een op. Dit gebeurt door het innerlijk verwerpen van niet essentiŰle ervaringen en zo tot selectie te komen.
  1. goed (+ trivialiteit) = verschil (+ actie) + maken = alternatieve interactie ervaren in de omgevings ruimte-tijd;
    fase 7 omvat ook fase 1 t/m 6.
  1. 'Om mij op een enkelvoudig doel te kunnen richten ben ik genoodzaakt om alles wat niet geschikt is als slecht te kwalificeren en te verwerpen'.
    De subjectieve selectie omvat de voorgaande fasen plus deze.
    De keuze van een ervaring uit vele alternatieven roept als contrast het ontwikkelen van iemands eigen verhaal binnen het kader van zijn doel/ objectief op.
  1. slecht (+ grootheid) = emotie (+ waarde) + claimen = een keuze opnemen in de innerlijke ruimte-tijd;
    fase 8 omvat ook fase 1 t/m 7.

...subject + ervaring > objectiveren

  1. 'De toevoeging aan mijn verhaal is een ideaal en bij de uitbreiding van de mogelijkheden om mijn doelstelling te bereiken passen enthousiasme en vreugde'.
    Ervaring met de gekozen ideale uitbreiding roept als contrast een toetsing op haalbaarheid van het ideaal ter perfectionering van mijn doel op.
  1. vreugde (+ stroming) = actie (+ verschil) + vergelijken = de uitbreiding met een mogelijkheid in de omgevings ruimte-tijd idealiseren;
    fase 9 omvat ook fase 1 t/m 8.
  1. 'Om te toetsen of het ideaal haalbaar is moet ik mijn angst en mijn beperkingen alleen en stapje voor stapje onder ogen zien, en - tenminste voorlopig - afstand kunnen nemen van nog niet haalbare of niet perfecte idealen en mijn verdriet trotseren'.
    Het afstandelijk de haalbaarheid plannen van het eigen objectief, roept als contrast de noodzakelijke confrontatie van het reŰle product met de reactie van de sociale omgeving op.
  1. verdriet (+ duurzaamheid) = waarde (+ emotie) + maken = angst begrenzen door de ervaring te toetsen op haalbaarheid in het ruimte-tijd kader van het innerlijk objectief;
    fase 10 omvat ook fase 1 t/m 9.
  1. 'Als de confrontatie bij de presentatie van het product verschillen oplevert dan wordt van een van de partijen aanpassing vereist in de vorm van het toelaten van vernieuwing of het handhaven van het vertrouwde/ heersende/ modieuze om tot een vorm van noodzakelijke wederzijdse acceptatie te komen'.
    De noodzakelijke aanvaarding roept als contrast een innerlijke verwerking op om het mogelijk te maken dit proces af te sluiten.
  1. noodzaak (+ afscheiding) = verschil (+ actie) + claimen = acceptatie in de omgevings ruimte-tijd van mijn geobjectiveerde ervaring;
    fase 11 omvat ook fase 1 t/m 10.
  1. 'Het emotioneel verwerken en accepteren van de uitslag maakt het mogelijk om de subjectieve ervaring op te bergen en dit proces los te laten. Het subject heeft alle fasen van het proces verwerkt en als emotionele ervaring geobjectiveerd in het kader van de eigen doelstelling geplaatst, opgeborgen in het geheugen en dit proces losgelaten'.
    De volheid van vrijheid en innerlijke doelgebondenheid roept als contrast de behoefte op om met een schone lei en onbelast zich te openen voor een nieuw proces.
  1. vrijheid (+ samengaan) = emotie (+ waarde) + vergelijken = de ervaring opbergen in de innerlijke ruimte-tijd en loslaten;
    fase 12 omvat ook fase 1 t/m 11.

...subject + ervaring + doelstelling

  ^  
 

De stuwende kracht in de praktijk

Voor de praktische toepassing van het proces verwijs ik naar de voorbeelden van individueel gebruik die U vindt in de patronenlijn en in de verhalenlijn.
Inmiddels zijn we, vanuit het individu en zijn dynamische relatie met zijn omgeving, via de contrasten in het menselijk proces, aangekomen bij de eenmaligheid van het individu zoals wij dat dagelijks ontmoeten.
Begrippen als individualiteit en individualisme zijn in de Westerse wereld betrekkelijk nieuw. De revolutionaire idee van gelijkwaardigheid in de achttiende eeuw, die Beethoven aanleiding gaf zijn derde symfonie aan zijn toenmalig idool Napoleon op te willen dragen, leidde in de negentiende eeuw tot de vorming van machtige vakbonden. In de eerste helft van de twintigste eeuw met zijn beide 'wereldoorlogen' bleek de strijd om gelijkwaardigheid nog niet gestreden te zijn. De 'horden', zoals Ortega y Gasset de machtelozen in 1930 noemde, werden ongegeneerd als onpersoonlijk kanonnenvlees gebruikt. De idee van gelijkwaardigheid was ontstaan als reactie op het misbruik dat de heersende bovenlaag van de bevolking van zijn macht in de vorm van geld, tijd, kennis en rechten maakte. Sinds ongeveer 1945 echter lijkt er in het Westen een tendens naar individualisatie te bestaan. Die tendens zou zijn gebaseerd op de idee dat alles voor iedereen mogelijk moet zijn, dat iedereen mag profiteren van de 'maakbare wereld'. 'Ik doe wat ik wil, pech voor de rest'. Het valt mij op dat veel mensen in de huidige Westerse maatschappij hun gelijkwaardigheid nuttig willen gebruiken. Een aantal daarvan lijken bereid om voor een bepaald doel veel op te offeren. Sommigen lijken zelfs bereid te zijn om voor populariteit en de bijbehorende macht en geld onder meer hun privacy op te offeren. Natuurlijk, een mens kan zijn unieke alleen zijn in zijn omgeving als eenzaamheid ervaren en de angst daarvoor kan zich ook uitdrukken in een zeer vergaande aanpassing aan de sociale omgeving! Zo zou de tendens om als individu maximaal te willen profiteren van de mogelijkheden van onze huidige maatschappij een vorm van aanpassing kunnen zijn [ noot ].
In ideale vorm is individualiteit gebaseerd op zelfgevoel, op zelfbewustzijn en verantwoordelijkheid nemen voor de eigen geschiedenis. In engere zin is individualiteit de eigen aard, waardoor een bepaald individu zich onderscheidt van een ander. Maar hoe dan ook, alle levende organismen ontwikkelen een eigen aard. Dat is een troost; we staan in onze eenzaamheid niet alleen. Individualisme kan zich inderdaad uiten als egotisme, als zucht naar vormen van macht zoals geld of populariteit, of als neiging tot meegaandheid en aanpassing waar weinig of geen zelfbewustzijn of verantwoordelijkheidszin aan te pas hoeft te komen. Het is duidelijk dat, om het begrip individualiteit te beschrijven, behalve over subjectiviteit en bewustzijn [ noot ] over alle eigenschappen, motivaties en behoeften van het individu moet worden gesproken. Het gaat erom dat het 'ik' een innerlijk geheel, een onverdeelde wereld wil worden en met al zijn gegeven capaciteiten in interactie wil zijn met zijn eigen omgevingswereld.

De natuurlijke krachten binnen het proces hebben de dualiteit duidelijker gemaakt en het object is vervangen door objectivering in het kader van de eigen doelstelling. Hiermee is de beschrijving van het proces afgerond en het probleem van het eenmalige en wezenlijk eenzame individu dat zijn omgeving nodig heeft duidelijk gemaakt. We zullen verder gaan met de kern van de zaak: het individu en de ontwikkeling van zijn psychische en fysieke eigenschappen in een milieu. Ik wil dan ingaan op de interactie tussen de twee systemen: het 'ik' en 'zijn veranderende omgeving'. Maar voor het zover is moet de relatie tussen de diverse ontwikkelingsprocessen binnen de mens nog worden uitgewerkt. Op die manier zou een methodisch kader beschikbaar kunnen komen waarbinnen we de relatie met de omgeving kunnen gaan plaatsen. Misschien blijkt ergens in dat kader zelfs een plaats te bestaan voor de gekloonde genen en de transplantaten afkomstig uit vreemde co÷rdinatenstelsels! Maar hoe dit proces ook moge lopen, we gaan nu de psyche te lijf!