^  
 

A. Contrasten of tegenstellingen

In de volgende twee overzichten van achtereenvolgens de contrasten / tegenstellingen en van de opposities / tegendelen / complementen / dualiteiten zet ik de zaken nog eens op een rij. Naast Whitehead's abstracte begrippen vindt U mijn uitleg en de astrologische equivalenten. De volgorde is die van de fasen van het eerder beschreven proces. De eerste fase contrasteert met de tweede fase, de tweede met de derde en zo voort. De laatste fase contrasteert tenslotte met de eerste fase. Uit de voldaanheid van de ene fase komt de uitdaging tot het contrasterende in de volgende voort. De contrasten zijn altijd gebaseerd op verschil van richting en verschil van modus (maken, claimen, verwerken). Omdat het contrast tussen het eigen innerlijk en de noodzakelijke omgeving dat werkzaam is in de fasen van het proces ook in de reeks van de tekens van de zodiak aanwezig is heb ik die aan de beide overzichten toegevoegd.
 

  1. - triviality - (een) trivialiteit / zonder betekenis / een enkele impressie
    - fase 1 = actie + maken = naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit maken  RAM
  2. - greatness - (een) grootheid / het bekende, vergelijkingsmateriaal ophalen
    - fase 2 = waarde + claimen = naar binnen, innerlijk de tijd nemen  STIER
  3. - flux - stroming / vergelijking / verschil / betekenis
    - fase 3 = verschil + vergelijken = naar buiten, tijd buiten de singulariteit verwerken  TWEELINGEN
  4. - permanence - duurzaamheid / binding / vaste voet
    - fase 4 = emotie + maken = naar binnen, innerlijk ruimte maken  KREEFT
  5. - disjunction - afscheiding / het ego / plaats innemen
    - fase 5 = actie + claimen = naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit claimen  LEEUW
  6. - conjunction - samengaan / mogelijkheden / werkbaar
    - fase 6 = waarde + vergelijken = naar binnen, de innerlijke tijd verwerken  MAAGD
  7. - good - goed (+ trivialiteit)  / alternatieven ervaren
    - fase 7 = verschil (+ actie) + maken = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd maken  WEEGSCHAAL
  8. - evil - slecht (+ grootheid) / verwerping / keuze
    - fase 8 = emotie (+ waarde) + claimen = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd claimen  SCHORPIOEN
  9. - joy - vreugde (+ stroming) / idealiseren
    - fase 9 = actie (+ verschil) + vergelijken = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd verwerken  BOOGSCHUTTER
  10. - sorrow - verdriet (+ duurzaamheid) / angst begrenzen
    - fase 10 = waarde (+ emotie) + maken = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd maken  STEENBOK
  11. - necessity - noodzaak (+ afscheiding) / accepteren
    - fase 11 = verschil (+ actie) + claimen = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd claimen  WATERMAN
  12. - freedom - vrijheid (+ samengaan) opbergen / loslaten
    - fase 12 = emotie (+ waarde) + vergelijken = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd verwerken  VISSEN
     
  ^  
 

B. Opposities / tegendelen / complementen / dualiteiten

Oppositionele begrippen en fasen hebben meer met elkaar gemeen dan de twee opeenvolgende begrippen en fasen die in alle opzichten contrasteren. Ze hebben beide zowel dezelfde richting ofwel polariteit en dezelfde vorm van activiteit (maken, claimen, verwerken). Alleen de ruimte-tijd aspecten zijn verschillend. Dat biedt een mogelijkheid tot vereniging van beide polen, hoewel het aanvankelijk ook verwarring zal wekken. De opposities of dualiteiten in het cyclisch proces houden altijd een confrontatie van de Eenling met de Ander / de Ervaring / de Omgeving in. De reden is dat de ene pool in de eerste helft van de cirkel staat waar 'het Zelf' op orde wordt gebracht en, bijgevolg, de andere pool in de tweede helft van de cirkel staat waar de relatie met 'de Omgeving' in de vorm van weerspiegeling in 'de Ander' of 'het Andere' op het spel staat.
 

 1. RAM  - (een) trivialiteit / een enkele impressie
     = actie + maken
     = naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit maken
 2. STIER - (een) grootheid / vergelijkingsmateriaal
     = waarde + claimen
     = naar binnen, innerlijk de tijd nemen
 3. TWEELINGEN - stroming / verschil / betekenis
     = verschil + vergelijken
     = naar buiten, tijd buiten de singulariteit verwerken
 4. KREEFT - duurzaamheid / binding / vaste voet
     = emotie + maken
     = naar binnen, innerlijk ruimte maken
 5. LEEUW - afscheiding / het ego / plaats innemen
    = actie + claimen
    = naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit claimen
 6. MAAGD - samengaan / mogelijkheden / werkbaar
    = waarde + vergelijken
    = naar binnen, de innerlijke tijd verwerken
  
 7. WEEGSCHAAL - goed (+ trivialiteit) / alternatieven ervaren
     = verschil (+ actie) + maken
     = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd maken
 8. SCHORPIOEN - slecht (+ grootheid) / verwerping / keuze
     = emotie (+ waarde) + claimen
     = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd claimen
 9. BOOGSCHUTTER - vreugde (+ stroming) / idealiseren
     = actie (+ verschil) + vergelijken
     = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd verwerken
10. STEENBOK - verdriet (+ duurzaamheid) / angst begrenzen
     = waarde (+ emotie) + maken
     = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd maken
11. WATERMAN - noodzaak (+ afscheiding) / accepteren
     = verschil (+ actie) + claimen
     = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd claimen
12. VISSEN - vrijheid (+ samengaan) opbergen / loslaten
     = emotie (+ waarde) + vergelijken
     = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd verwerken
 
  ^  
 

C. De twaalfdelige structuur, de basis van gelijkwaardigheid voor ieder individu

 Zij bestaat uit vier actieve individuele factoren;  2 fysieke versus 2 mentale groepen van drie delen:
 
 Fysieke omgevingssituaties [van dit individu]: Mentale/sturende [invloeden op dit individu]:
 
  1. RAM  - (een) trivialiteit / een enkele impressie
     = actie + maken
     = naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit maken
 5. LEEUW - afscheiding / het ego / plaats innemen
     = actie + claimen
     = naar buiten, de ruimte buiten de singulariteit claimen
 9. BOOGSCHUTTER - vreugde (+ stroming) / idealiseren
     = actie (+ verschil) + vergelijken
     = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd verwerken
 
 
  3. TWEELINGEN - stroming / verschil / betekenis
      = verschil + vergelijken
      = naar buiten, tijd buiten de singulariteit verwerken
  7. WEEGSCHAAL - goed (+ trivialiteit) / alternatieven ervaren
      = verschil (+ actie) + maken
      = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd maken
11, WATERMAN - noodzaak (+ afscheiding) / accepteren
      = verschil (+ actie) + claimen
      = naar buiten, de omgevings ruimte-tijd claimen
  
 Fysieke eigenschappen van het individu: Mentale/innerlijke eigenschappen van het individu:
 
  4. KREEFT - duurzaamheid / binding / vaste voet
      = emotie + maken
      = naar binnen, innerlijk ruimte maken
  8. SCHORPIOEN - slecht (+ grootheid)/ verwerping/ keuze
      = emotie (+ waarde) + claimen
      = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd claimen
12. VISSEN - vrijheid (+ samengaan) opbergen / loslaten
      = emotie (+ waarde) + vergelijken
      = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd verwerken 
 
 
10. STEENBOK - verdriet (+ duurzaamheid) / angst begrenzen
      = waarde (+ emotie) + maken
      = naar binnen, de innerlijke ruimte-tijd maken
  2. STIER - (een) grootheid / vergelijkingsmateriaal
      = waarde + claimen
      = naar binnen, innerlijk de tijd nemen
  6. MAAGD - samengaan / mogelijkheden / werkbaar
      = waarde + vergelijken
      = naar binnen, de innerlijke tijd verwerken
 
  ^  
 

D. Naar een wereld van structureel unieke en gelijkwaardige mensen

... ...