ZIGZAGZINE, Verhaal #5: 'Familiebanden, Dichtbij en veraf'

  ^  
 

Idealen zijn om te groeien

De meeste mensen hebben hun idealen. Zij richten zich op dingen die voor hun belangrijk zijn maar waarvan het er in eerste instantie niet toe doet of ze te verwezenlijken zijn. Voordat een ideaal hard kan worden gemaakt moet het worden verkend. Het kan iemand's ideaal zijn om verbondenheid te begrijpen. Zo is het mijn ideaal om me verbonden te voelen met iemand, al is het maar even, en om ons beider verschillend zijn te leren begrijpen. Daar zoek ik al naar vanaf het begin. Vanaf het eerste begin is gehechtheid aan mensen een wezenlijke en subjectieve behoefte voor mij. Ik denk dat ik mijn moeder eindeloos met vragen heb bestookt, onophoudelijk bij haar aandacht en warme nabijheid heb gezocht. Tot vervelens toe voor haar maar nooit genoeg voor mij.
Ik vind het logisch dat, als je iets emotioneel zoekt te begrijpen, je veel subjectieve ervaringen nodig hebt. Ik vind het ook logisch dat, als je de essentie van iets zoekt te begrijpen, je zowel intense als ook meer triviale ervaringen nodig hebt. Ervaring met positieve en negatieve kanten van wat je voelend wilt bevatten. Dus met verbondenheid en ook met de tegenhanger daarvan. Ervaringen met onbegrip, met afwijzing, met onuitgesproken bedoelingen of een onduidelijke agenda, met verschillende sociale omgevingen, of juist met alleen zijn, bijvoorbeeld. Dat soort ervaringen heb ik volop gehad en ze zijn voor mij zeker net zo onmisbaar geweest als ervaringen met begrijpende mensen, met de onbaatzuchtige liefde van vader, met de warmte van een groep mensen, met het in mijn eentje van het leven kunnen genieten om uiteindelijk iets van het verschillend zijn van mensen te kunnen gaan begrijpen. En daardoor iets van mezelf.
Het ideaal dat ik probeer te verwezenlijken, dat ik wel tot mijn doel heb gemaakt, is niet alleen verbondenheid tussen mensen te begrijpen maar ook houvast in mezelf te vinden. Mezelf te begrijpen, een emotionele basis te vormen, te weten hoe (zelf)beheersing werkt en hoe ik als mens een aanvaardbare vorm kan geven aan de zorg en verantwoordelijkheid voor mijzelf in een soms maar niet altijd warme en begrijpende omgeving.
 

  v  
 

Verbonden en buitengesloten

Dichtbij en veraf

"De dag dat mijn vader was gestorven zat ik 's avonds alleen op mijn slaapkamer en huilde. Ik hoopte dat moeder nog naar mij toe zou komen en zou zeggen dat ze niet langer boos op mij was. Dat gebeurde niet.

Toen ik 's middags om kwart over twaalf uit school thuis kwam en de trap oprende mocht ik de ziekenkamer niet in. Vader was gestorven. Hij was al lang ziek. Na twee zware operaties in 1944 had hij tuberculose opgelopen. De dagen en weken voor hij stierf had ik elke avond bij zijn bed in het zijkamertje gezeten. Hij wilde graag iemand bij zich hebben en ik was de enige die bij hem kon zijn. Ik had immers niet zo veel huiswerk, vergeleken met mijn oudere broer. Ik was elf jaar. We luisterden samen naar de radio. Ik herinner me nog sommige episodes van een hoorspelserie. Als het hoorspel voor half tien was afgelopen vond moeder het goed dat ik zolang opbleef. Soms zei hij iets naar aanleiding van wat er op de radio was. Het was in het najaar van 1946 en het electrisch kacheltje brandde. Korte tijd voor hij stierf had hij ons allemaal bij elkaar geroepen en afscheid genomen. Ik herinner mij niet wat hij tegen de anderen zei, alleen dat hij mij tot mijn stomme verbazing vroeg of ik goed voor moeder wilde zorgen.

Na het avondeten waren moeder, Jan en ik en mijn kleine broertje Wil en zusje Lia samen in de kamer. Toen drong het tot mij door dat ik nu en nooit meer naar hem toe kon gaan en bij hem kon zijn. Ik denk dat ik begon te huilen. Misschien was het mijn huilen, maar er gebeurde iets wat aanleiding was dat ik werd weggestuurd. De woorden waren: 'Jij kunt geen verdriet hebben zoals wij. Wij hebben verdriet. Jij hebt altijd bij pappie kunnen zitten en wij niet. Ga nou ook maar weg'. Ik ben naar mijn kamer gegaan. Het was er koud."
 

  v  
 

Mijn ideaal is om gevoelens en waarden creatief te verkennen

Met vader's dood was zijn functie voor mijn leven voorbij, althans wat zijn fysieke aanwezigheid betrof. Hij betekende alles voor mij, ik hield van hem en hij duidelijk van mij. Hij trok zelfs vaak blindelings tegenover mijn broertje partij voor mij. Ik weet dat hij een sterk rechtvaardigheidsgevoel had maar blijkbaar controleerde hij de feiten niet altijd op het laatste moment! Toen hij er niet meer was om naar toe te rennen, wat ik altijd deed, voelde ik me weliswaar alleen en in de steek gelaten maar hij bleef altijd mijn houvast. Ik voelde en wist dat hij zonder voorwaarden van mij had gehouden.
De herinnering aan het moment dat ik buitengesloten werd is pas een klein jaar geleden helemaal boven gekomen en op zijn plaats gevallen. Ik wist nog dat ik op een avond, in de kou, boven op mijn kamertje zat, dat ik huilde en tevergeefs hoopte dat moeder toch nog naar mij toe zou komen. Wat eraan vooraf was gegaan wist ik niet meer. Natuurlijk herinnerde ik mij mijn thuiskomst kort na twaalf uur terwijl de wijkverpleegster nog met moeder stond te praten in de deur van de ziekenkamer. Wat er toen gebeurde was mij helder bijgebleven. Heel vaag kende ik de tekst 'Ga nou ook maar weg' die eerder eens tot mij was gericht. Zoals ik zei werd ik mij er eind 2001 plotseling bewust van dat deze losse herinneringen bij elkaar hoorden en alle drie op dezelfde dag hadden plaatsgevonden. Al te pijnlijke herinneringen komen, denk ik, pas boven als je er aan toe bent. Als de tijd er rijp voor is. En blijkbaar was ik er vorig jaar pas rijp voor.
In de dagen, weken, jaren zelfs na die dag heb ik vaak op mijn kamertje zittend gehoopt dat vader zou weten hoe wanhopig ik was en me zou troosten.
Omdat ik me de gebeurtenis eenvoudig niet herinnerde toen moeder nog leefde hebben we er ook nooit over gesproken. We spraken over veel dingen samen maar over mijn gevoelens sprak ik nooit.
 

  ^  
 

Bespreking van het verhaal

Dit onderdeel nu even overslaan?
Mijn openingsproces dat het introverte Schorpioen patroon volgt is, behalve in eerdere delen van de verhalenlijn, besproken in ZZZine #5. Omdat deze benadering al meerdere keren aan de orde is geweest lijkt dit mij een geschikt moment om een nieuwe techniek toe te passen. In ZZZine #16 heb ik zo'n mogelijkheid aangekondigd die in ZZZine #19 verder zal worden uitgewerkt. Deze methode gaat er, kort gezegd, van uit dat elke menselijke eigenschap zich volgens een eigen proces ontwikkelt. Die eigenschappen en processen staan, dat spreekt wel vanzelf, niet los van elkaar maar zij zijn verweven en vormen een geheel. We kunnen van elke factor in de geboortekaart het proces afzonderlijk bekijken en vinden daarin steeds alle andere factoren in andere fasen en dus in andere functies terug. We kiezen letterlijk een andere invalshoek.
In onderstaande teksten bekijken we de functies van interpreteren, van zelfbesturing en van consistentie in mijn geboortekaart, samen met de gereedschappen in de vorm van de eigenschappen waarmee aspecten worden gemaakt. Ter vergelijking kunt U, als U de aanwijzer op het plaatje van de betreffende functie brengt, steeds het proces van de openingsfunctie bekijken ofwel van mijn initiatieven naar de omgeving.
 

Beknopte beschrijving naar aanleiding van het verhaal

Informatie over begrippen en symbolen (beweeg de cursor over de link)

  ^    

Eigen ervaringen interpreteren

De betekenis van Jupiter is het verkennen van het eigen doel, is groei en herstel. Dit is het begin- en eindpunt van het proces van zich idealen stellen, van geloven in mogelijkheden, van gebeurtenissen interpreteren naar het ofwel overgenomen ofwel eigen kader van doelstellingen, van de eigen soepelheid en veerkracht toepassen.

De kaart van het proces van mijn benadering van de wereld (klik op het plaatje rechts) geeft aan dat ik de interpreteerfunctie actief kan inzetten in de eerste fase daarvan. De aspecten die de uitbreidings- en interpreteerfunctie maakt verbinden hem met andere functies in de laatste vier fasen van het eigen proces. Kort samengevat komt het erop neer dat ik, in wisselwerking met die vier functies, essentiŽle ervaringen initiŽer waarmee later, in die laatste fasen, aan de objectivering van de doelstelling, dus aan zingeving, kan worden gewerkt.
 

Jupiter of de uitbreidings- en interpreteerfunctie:

Vanuit de ASCENDANT of de openingsfunctie gezien, bevindt Jupiter zich in de 1e fase.

fig.1: Het ontwikkelingsproces van Jupiter
Klik voor de complete geboortekaart

- Het doel van dit proces is kernachtig en praktisch te zijn. Voor deze extraverte functie gebruik ik immers het introverte Schorpi- oenpatroon (behandeld in de patronenlijn). De behoefte om mijn ervaringen in de omgeving te interpreteren, om te groeien en te herstellen, heeft een onderzoekend karakter:
 
- JUPITER in de 1e fase in SCHORPIOEN, begin- en eindpunt van het proces van interpretatie, groei en herstel, is met andere functies verbonden via de volgende aspecten:
  1. De behoefte om te interpreteren wordt als vanzelfsprekend aangevuld met mijn behoefte aan subjectieve ervaringen die met onmacht, ontkenning en afwijzing te maken hebben en mijn behoefte aan subjectieve ervaringen die met hechting en woordeloos contact samenhangen. Beide behoeftes doen dat door te verkennen;
  2. De behoefte om te interpreteren wordt aangevuld met de noodzaak mijzelf te laten zien en zo reacties op te roepen, zodat de resultaten kunnen worden getoetst en consistent vorm gegeven;
  3. De behoefte om te interpreteren wordt stimulerend gesteund door mijn behoefte om in te voelen hoe emoties van anderen werken en intuÔtief vorm worden gegeven;
  4. De behoefte om te interpreteren beantwoordt mijn behoefte om steeds opnieuw en in steeds andere variaties van irriterende wisselwerking energie te stoppen in sociale relaties.

De openingsfunctie, de naar de essentie zoekende relatie met de buitenwereld, bevindt zich bij de uitbreidings- en interpreteerfunctie op de achtergrond, in de oplossingsfase. Omgekeerd bevindt de uitbreidings- en interpreteerfunctie zich in de eerste fase van de openingsfunctie en kan daar gemakkelijk naar buiten worden gebracht. Naar de kern zoeken is het doel dat beide functies gemeen hebben.

De besturingsfunctie en de consistentiefunctie houden zich binnen het interpretatieproces bezig met respectievelijk gestructureerd kennis verzamelen en in gelijkwaardigheid vaste voet proberen te krijgen.
 

  1. driehoeken met zowel PLUTO als met de MAAN in de 9e fase in KREEFT;
     
     
      
  2. een vierkant met de MIDHEMEL in de 10e fase in LEEUW;
     
     
  3. een sextiel met NEPTUNUS in MAAGD in de 10e fase;
      
  4. een halfsext met MARS in WEEGSCHAAL in de 11e fase.
      

De ASCENDANT bevindt zich in dit proces van interpretatie van ervaringen in SCHORPIOEN in de 12e fase (en maakt geen aspect met Jupiter).
 

 

De ZON in de 3e fase in STEENBOK, noch SATURNUS in de 4e fase in WATERMAN, maken een aspect met Jupiter.

  ^    

Mijn individualisering zelf  besturen

De Zon, het symbool van zelfbesturing om individualiteit (in de betekenis van: onverdeelde tweevoudigheid) te bereiken, als begin en doel van het proces van het willen sturen van de ontwikkeling van het wezenlijk eigene in eenheid met zijn omgeving. In de huidige tijd wil ieder mens zichzelf verwezenlijken en in zijn omgeving een eigen plaats verwerven.

De kaart van het proces van mijn benadering van de wereld (klik op het plaatje rechts) geeft aan dat het symbool van zelfbesturing, de kwaliteit waar het in wezen bij ieder mens om draait, stevig onder druk staat door moeilijke aspecten met drie belangrijke functies. De aspecten die de zelfbesturingsfunctie maakt verbinden hem met functies in de fasen een, drie en zes van het eigen proces. Kort samengevat komt het erop neer dat ik, in wisselwerking met die drie functies, innerlijk zelf werk aan de ontwikkeling van mijn individualiteit met behulp van zelfbesturing.
 

De Zon of de zelfbesturingsfunctie:

Vanuit de ASCENDANT of de openingsfunctie gezien, bevindt de Zon zich in de 3e fase.

fig.2: Het ontwikkelingsproces van de Zon
Klik voor de complete geboortekaart

- Het doel van dit proces is om consequent te zijn. Voor deze extraverte functie gebruik ik immers het introverte Steenbokpatroon (behandeld in de patronenlijn). De behoefte om mijzelf te besturen heeft het karakter van afstandelijk, voorzichtig en stapje voor stapje vormgeven:
  1. De behoefte aan zelfbesturing wordt uitgedaagd tot samenwerking met mijn behoefte om macht te hebben over mijn subjectief werken aan kennis en, indirect, met mijn behoefte om mij te binden aan mijn subjectief werken aan kennis. Als het eens niet mocht werken dan ligt de oplossing in de 12e fase in Boogschutter: verwerken door het kader van de dingen te verkennen, door te vertellen, door te leren geloven in mijzelf;
  2. De behoefte aan zelfbesturing ervaart steeds een contrast tussen de eigen initiatieven en mijn veeleisende behoefte om een goede vorm te vinden in de directe sociale omgeving. Ieder initiatief tot zelf sturen roept dit contrast op;
  3. De behoefte aan zelfbesturing moet veel energie steken in de behoefte om steeds weer vanuit nieuwe perspectieven ervaringen te vergelijken en kennis te vergaren.

De relatie met de buitenwereld, nodig om ervaringen op te doen, is hier een functie van de 10e fase: de haalbaarheid en consistentie van de eigen sturingsmaatregelen toetsen. Het gebruikt het introverte Schorpioenpatroon en neemt dus kernachtige en praktische initiatieven, niet speciaal tactvol maar eerder provocerend tenzij Jupiter (uitbreiden en interpreteren) wordt geactiveerd.
De 10e fase met daarin de Ascendant en Jupiter bevindt zich, in het proces van zelfbesturing, in het teken Weegschaal en voedt de 1ste fase via de planeet Venus (de referentie- of aanpassingsfunctie).
 

- De ZON in de 1e fase in STEENBOK, begin- en eindpunt van het proces van zelfbesturing om te komen tot individualiteit, is met andere functies verbonden via de volgende aspecten:
  1. een oppositie met PLUTO, de machts- of verwijderfunctie, (in conjunctie met de MAAN, de basis- of bindingsfunctie) in KREEFT in de 6e fase;
     
     
      
  2. een halfsext met SATURNUS in WATERMAN in de 1e fase;
     
      
  3. een vierkant met URANUS in RAM in de 3e fase;
      

De ASCENDANT en JUPITER bevinden zich in dit proces van zelfbesturing in de 10e fase in SCHORPIOEN (en maken geen aspecten met de Zon).

  ^    

Consistent betekenis en vorm geven

De betekenis van Saturnus is het realistisch vormgeven aan de zorg en verantwoordelijkheid voor zichzelf. In (ontwikkelings-) psychologische zin houdt dat in het bepalen van en in praktijk brengen van de eigen grenzen en het overwinnen van angsten die veelal in de jeugd ontstaan. Dit streven naar consistentie en volwassenheid gebeurt door sturing in de tijd, door het geŽigende 'ingebouwde' beveiligingssmechanisme stapje voor stapje toe te passen en de teugels of aan te halen of te vieren. Het objectief hier is van het hoogste belang voor de persoon, hier zoekt men de grootst mogelijke perfectie van zichzelf.

De kaart van het proces van mijn benadering van de wereld (klik op het plaatje rechts) geeft aan dat deze eigenschap een belangrijke plaats inneemt door moeilijke aspecten met drie van de belangrijkste functies. De aspecten die de consistentiefunctie maakt verbinden hem met functies in de fasen twaalf, drie, vijf en zes van het eigen proces. Kort gezegd komt het erop neer dat ik, in wisselwerking met vijf functies, innerlijk en op de achtergrond voorzichtig zoek naar wegen om zin te geven aan mijn leven en dat objectief probeer te realiseren.
 

Saturnus of de consistentiefunctie:

Vanuit de ASCENDANT of de openingsfunctie gezien, bevindt Saturnus zich in de 4e fase.

fig.3: Het ontwikkelingsproces van Saturnus
Klik voor de complete geboortekaart

- Het doel van dit proces is om gelijkwaardigheid te bereiken. Voor deze introverte functie gebruik ik immers het extraverte Watermanpatroon (behandeld in de patronenlijn). De behoefte om consistent te zijn heeft het karakter van vernieuwen en over grenzen heengaan:
  1. De behoefte aan consistentie wordt uitgedaagd tot samenwerking met mijn behoefte om me op een resultaat te richten door mezelf creatief te uiten en zo reacties oproepen. Soms zal het niet werken, maar de oplossing ligt in de 12e fase in Steenbok (en de drie daarin aanwezige functies): de dingen verwerken door de eigen betrokkenheid te peilen en door afstand te nemen, te objectiveren;
  2. De behoefte aan consistentie wordt vanuit de achtergrond stimulerend gesteund door mijn behoefte aan zelfbesturing. De op sociaal contact gerichte functie wordt vanuit de 12e fase van oplossing en integratie niet alleen door de zelfbesturingsfunctie maar ook door de relateer- en aanpassingsfuncties Mercurius en Venus gevoed;
  3. De behoefte aan consistentie moet zich voortdurend creatief blijven uiten en de wezenlijk subjectieve machteloosheid en de wezenlijk bindende gevoelens voortdurend blijven verwerken;
  4. De behoefte aan consistentie wordt gestimuleerd door mijn behoefte om de vorm te doorbreken en initiatieven te nemen om kennis te verwerven. Het voegt een actieve belangstelling voor nieuwe perspectieven en nieuwe communicatiemiddelen toe. 
- SATURNUS in de 1e fase in WATERMAN, begin- en eindpunt van het proces van zingeving, begrenzing en consistentie, is met andere functies verbonden via de volgende aspecten:
  1. een oppositie met de MIDHEMEL in LEEUW in de 6e fase;
     
     
     
     
     
  2. een halfsext met de ZON in de 12e fase in STEENBOK;



     
  3. een inconjunct met PLUTO en de MAAN in KREEFT in de 5e fase;
     
  4. een sextiel met URANUS in RAM in de 3e fase.
Het openingsproces, de naar de essentie zoekende relatie met de buitenwereld, is hier een functie van de 9e fase: verkennend naar meer mogelijkheden voor groei, zingeving, begrenzing en consistentie zoeken. Het gebruikt het introverte Schorpioenpatroon en begint dus met kernachtige en praktische initiatieven, niet speciaal tactvol maar eerder provocerend, terwijl ik met Jupiter (uitbreiden en interpreteren) verhalen kan vertellen.
De 9e fase met daarin de Ascendant en Jupiter bevindt zich in het consistentieproces in het teken Weegschaal en voedt de 12e fase via de planeet Venus (de referentie- of aanpassingsfunctie).
 
De ASCENDANT en JUPITER bevinden zich in dit proces van zingeving, consistentie en volwassen worden in SCHORPIOEN in de 9e fase (er zijn geen aspecten met Saturnus).
  ^  
 

Wat doe ik hier nu mee?
Even dit ideaal in mijn levenskader plaatsen

Mijn interpretatie zegt mij dat ik een grote behoefte aan verbondenheid met mijn moeder heb, dat ik een grote behoefte aan warmte heb en zeer emotioneel kan zijn. Mijn verhalen geven aan dat mijn moeder niet altijd in staat was volledig aan die behoefte tegemoet te komen. En soms zelfs helemaal niet.
Mijn interpretatie zegt mij ook dat mijn zelfrespect en mijn zelfvertrouwen kwetsbaar zijn en ontkend zouden kunnen worden en dat ik bepaalde beveiligingstechnieken zou gaan gebruiken om mijzelf leertijd te verschaffen. Mijn verhalen geven aan dat ik mij altijd hevig verzet heb tegen mensen die beslissingen voor mij nemen of menen te weten wat ik denk of voel of ben. Mensen die onterecht autoriteit uitoefenen. Ik heb ervaren hoe het voelt als iemand anders je leven bepaalt en je zo machteloos bent dat je je wel over moet geven. Dat je nauwelijks meer weet wat je voelt of wilt en wie je bent.
Mijn interpretatie zegt mij dat ik bang ben om buiten te worden gesloten. Mijn verhalen geven aan dat ik een Einzelgšnger ben die altijd naar anderen toe wordt getrokken maar moeite heeft om voor mijn eigen belangen op te komen.

Veel jaren geleden heb ik er heel bewust voor gekozen om mij open te stellen voor mijn gevoelens, voor alle gevoelens over welke kleinigheid ook en hoe vreemd of angstig ook. Dat is, denk ik, de basis geweest waarop allerlei herinneringen terug zijn kunnen komen en waarop ik mij verder heb kunnen ontwikkelen. Langzamerhand heeft mijn gevoel voor eigenwaarde zich hersteld, leerde ik mijn eigen identiteit beter kennen en vatte ik wat meer moed in contacten met familieleden.
Het jaar dat op het sterven van vader volgde was het op school rustig en vertrouwd. Ik deed een goed toelatingsexamen en ging naar het Lyceum. Daar was mogelijk de omgeving aanvankelijk nog niet zo veilig en ondersteunend, in ieder geval was het zo dat ik het eerste jaar over moest doen. Dat dieptepunt, dat ik in verband breng met mijn eenzaamheid en de verwarring thuis in die tijd, werd gevolgd door een rustige tijd op school. Ik voelde me redelijk geaccepteerd hoewel ik er niet echt helemaal bij hoorde.
Toen ik een jaar of dertien na het gebeurde voor het eerst met iemand die ik vertrouwde over het sterven van vader sprak was dat geruststellend. In het daarna volgende leven van banen, van studie, van een huwelijk, besteedde ik weinig aandacht aan mijn gevoelens. Pas toen ik tijd kreeg om te gaan schilderen kwam er ruimte voor mijzelf. Aan het einde van die periode stierf moeder en later ook broer Jan en mijn gevoelens daarover kon ik goed delen met anderen. Nu ben ik zover gevorderd dat ik het een gelukkig feit vind dat ik kan huilen om het verdrietige kind dat ik toen was.

Maar tijd nemen om je gevoelens te leren kennen is ťťn ding, ik had een levenskader nodig waarin ik die emoties zou kunnen plaatsen. Dat kader was ook nodig als basis voor mijn idealen, om zelf mijn leven te kunnen besturen. Ik had geen levensfilosofie meer sinds ik het oude godsdienstverhaal overboord had gegooid. Ieder zichzelf respecterend bedrijf heeft een eigen concept nodig (zegt Peter J. Drucker, management goeroe). Dan zou je denken dat zoiets toch zeker ook voor een mens een nuttig instrument moet zijn? Maar hoe geef je een levensfilosofie inhoud? Ik ben op zoek gegaan naar de zin van mijn leven. Daarbij vond ik twee stimulansen op mijn weg: een zelfhulpgroep en astrologie.
Hoe heb ik die stimulansen gebruikt om een eigen concept tot een concrete en actieve levensfilosofie te maken?
Om te beginnen moest ik rustig de tijd nemen. Er was aandacht nodig voor mijzelf, voor wat ik doe en hoe ik heb gehandeld en dat kost tijd. Veel tijd. Het geduld dat ik in de zelfhulpgroep vond heeft mij daarin gesteund. Maar bovenal de openheid, leren je ergste ervaringen met anderen te delen, leren angst en onzekerheid onder ogen te zien, hebben mij weer zelfvertrouwen gegeven.
Daarnaast had ik een exacte kaart van mijn ruimte-tijdcontinuŁm nodig met een duiding die mij ruimte liet. Het heeft mij veel tijd gekost om de hoeveelheid informatie en de mogelijke betekenissen in mijn geboortekaart tot mij door te laten dringen. Voor mij was het denken in tegendelen, contrasten en verschillen nieuw en vreemd. Ik heb vooral veel nut gehad van de complementaire begrippen in de geboortekaart. Daarin heb ik voor mijzelf de levensruimte gevonden die ik nodig had. Elke functie in de geboortekaart kan ik op twee manieren gebruiken. De keuze is aan mij - waarmee ik niet wil zeggen dat ik ze snel kan verwisselen.

Ik ervaar inmiddels mijn afstandelijke verbondenheid met mijn omgeving en zelfs begrijp ik beter hoe het leven in elkaar steekt. Ik ben dichter bij dat ideaal van mij gekomen! Maar de studie en het werk gaan nog steeds door.
Omdat ik niemand de eigen ontdekking af wil nemen zal ik niet systematisch weergeven wat mijn levensfilosofie inhoudt. Wel zal ik er, ook in volgende zines, open over zijn in geval een bepaald uitgangspunt aan de orde komt. Ik heb de aandacht gevestigd op hulpmiddelen die ik heb gebruikt. Zelfhulpgroepen vind je overal ter wereld in alle soorten en maten. Tegendelen zijn in ieders eigen geboortekaart aanwezig, altijd als integraal deel van de eigen situatie en van het eigen leven.