ZIGZAGZINE #24; thema #1: Innerlijke stabiliteit en taalgebruik.
Verhaal #7: 'Buitensluiten' en 'Vervreemding'.

  ^  
 

Een basis die veiligheid en geborgenheid biedt

Zes keer heb ik in de verhalenreeks herinneringen opgehaald. Mijn ervaring is het meest waardevolle wat ik bezit en de analyse ervan heeft mij, zoals mocht worden verwacht, geweldig geholpen. Ik sta nu in een andere relatie tot mijn ouders dan tien of twintig jaar geleden. Ik sta vooral ook in een andere relatie tot mezelf. Ik ben niet meer emotioneel van mijn ouders afhankelijk, zij zijn niet meer overheersend normatief voor mij. Ik heb meer afstand, kijk naar hen vanuit een meer realistisch perspectief, met respect en begrip voor hun handelen. Ik heb het gevoel op eigen benen in de wereld te staan en ik denk dat ik mijn basis heb gevonden.
De weg lijkt nu vrij te zijn voor andere onderwerpen en verhalen die in deze lijn vorm willen krijgen. Vanaf nu wil ik een iets andere weg volgen. Ik zal telkens een thema als uitgangspunt nemen en daar voorbeelden bij geven. De voorbeelden ga ik zoeken in bekende gebeurtenissen of personen en plaats daar mijn eigen ervaringen naast. Een iets andere vorm die ruimere mogelijkheden biedt.

Het onderwerp van deze zine zou aanvankelijk het basispunt zelf zijn, de grond waarop een mens staat, de subjectieve zekerheid en stabiliteit die een individu nodig heeft in zijn omgang met beweging in zijn omgeving. De kracht van de basis van een gebeurtenis of proces toont het resultaat van innerlijke activiteit, het laat zien in hoeverre je je negatieve ervaringen en eigenschappen hebt kunnen aanzien en verwerken, geleerd hebt ze om te zetten in emotionele stabiliteit. Die subjectieve kracht is volgens mij bepalend voor de consistentie van het proces. Een latere vraag kan zijn hoe een mens zo'n basis opbouwt.
Om dit onderwerp te kunnen behandelen moet ik beginnen op het punt waar de confrontatie van een functie (een van de instrumenten waar elk proces over beschikt en zelf een proces) met de altijd bewegende buitenwereld plaatsvindt en waar de mate van stabiliteit van de innerlijke basis zich zal uiten. Dat punt is het beginnen ofwel contact maken met de wereld. Daar worden gebeurtenissen aangetroffen die aanleiding geven tot vergelijken en interpreteren, waarover met anderen moet worden gecommuniceerd. Zo belanden we dan bij een hulpmiddel dat de mensheid voor de omgang met deze voortdurende stroming in de wereld heeft ontwikkeld. Bij het contact met de omgeving is het nodig verschillen te vergelijken en betekenis te geven (denken), te communiceren (o.a. spreken), vindt uitwisseling en handel plaats. Het hulpmiddel bij uitstek voor het maken van contact met mensen en dingen is taal.
Ik wil het contact met de wereld en zijn punt van stabiliteit aan de hand van het communicatiemiddel taal op verschillende manieren en in kleine onderdeeltjes benaderen.
Ik wil, zoals ik eerder deed, Albert Einstein als voorbeeld nemen.
 

  ^  
 

Van zichzelf vervreemd zijn: de ander buitensluiten

24kdrn.gif 

'Zakelijke voorwaarden

  1. Je zorgt ervoor,
    1 - dat mijn kleren en ondergoed goed worden onderhouden.
    2 - dat ik de drie maaltijden naar behoren in de kamer krijg voorgezet.
    3 - dat mijn slaap- en werkkamer steeds goed in orde wordt gehouden, en vooral dat de schrijftafel uitsluitend voor mij beschikbaar is.
  2. Je ziet af van alle persoonlijke betrekkingen met mij, voorzover de handhaving om sociale redenen niet absoluut nodig is. Je ziet ervan af,
    1 - dat ik thuis bij je kom zitten.
    2 - dat ik samen met je uitga of reis.
  3. Je verplicht je nadrukkelijk om je in de omgang met mij aan de volgende punten te houden:
    1 - Je mag geen tederheid van mij verwachten noch mij enige verwijten te maken.
    2 - Je moet onmiddellijk stoppen met praten met mij als ik daarom verzoek.
    3 - Je moet mijn slaap- danwel mijn werkkamer onmiddellijk zonder tegenspraak verlaten als ik daarom vraag.
  4. Je verplicht je om mij, noch door woorden noch door daden, in de ogen van mijn kinderen te vernederen.'

Deze tekst [ bron ] werd in het begin van 1914, toen zij zich juist in Berlijn hadden gevestigd, geschreven door Albert Einstein om de relatie te regelen met zijn vrouw, Mileva Maric. Op 29 juli verlaat zij met haar twee zoons Duitsland.
Een wrang beeld van een botte manier om iemand uit je omgeving te verbannen, weg te jagen eigenlijk. De relatie berustte, vanuit zijn standpunt bezien, duidelijk niet op gelijkwaardigheid, de tekst getuigt niet van respect. Albert en Mileva hadden elkaar leren kennen in ZŁrich waar zij beiden aan de EidgenŲssische Technische Hochschule studeerden [ noot ]. Albert had naar het schijnt al een andere relatie op het oog (met zijn nicht Elsa). Hij had mogelijk het gevoel dat Mileva interactie van hem verwachtte die hij niet kon geven.

Wat voor een man was Einstein werkelijk? Hoe stond hij als man tegenover vrouwen, welke plicht stond er tegenover het recht dat hij opeiste om zo te handelen? Hij stelt hier duidelijk zichzelf centraal, maar vanuit welke (verplichtende) relatie met zijn omgeving, met de wereld, kan dat met recht?
Ik ga eerst wat gegevens uit zijn geboortekaart op een rijtje zetten.
 

  ^  

Dit deel nu even overslaan?    

Een as van contact maken en een as van innerlijke stabiliteit

Een analyse van enkele delen van zijn geboortekaart kan misschien wat nuancering aanbrengen over de zekerheden, de emotionele stabiliteit, de basis waarover de persoon Albert Einstein beschikt. Ik heb in ZZZine 2 het Kreeft patroon besproken en hem als voorbeeld genomen van iemand die dat patroon op zijn persoonlijke manier toepast.
 
Ik wil nu de werking van twee assen in een proces bekijken: de |1|-|7| as van contact maken met de omgeving waarin daadkracht en initiatief staat tegenover aantrekking en verleiding, en de |4|-|10| as van innerlijke stabiliteit waarin binding en veiligheid staat tegenover haar tegenpool zelfacceptatie en zelfstandigheid. Deze beide assen staan haaks op elkaar. De as van contact maken is op de buitenwereld gericht en de as van innerlijke stabiliteit op de innerlijke wereld; de eerstgenoemde as staat voor twee manlijke fasen, laatstgenoemde voor twee vrouwelijke fasen. Assen zijn relaties van puur structurele aard, ze zijn in de structuur gegeven.
Hieronder beschrijf ik vier belangrijke functies binnen een proces. Zoals uit de beschrijving blijkt heeft iedere functie, omdat die zelf een proces is waarin alle andere functies een specifieke rol spelen, de twee genoemde assen op zijn eigen manier ter beschikking. De illustraties op de pagina die zich achter het plaatje bevindt kunnen dit principe verduidelijken.
Deze twee assen zijn belangrijk als informatiebron niet alleen omdat zij enkele instrumenten aangeven waarvan het betreffende (leer)proces ofwel de functie zich bedient maar vooral vanwege de informatie over de aard en de mate van kwetsbaarheid danwel geborgenheid van de basis waarop die functie kan bouwen.
 
Koppeling naar
complex netwerk 3, de dynamiek van samenhang en contrast - structuur #36/10.
 
 

fig.1: Albert Einstein, geboortekaart
De hypothetische delen.
Hier openen? // In nieuw venster?

Vanuit de gestelde vragen gezien zijn de belangrijkste instrumenten waarover Einstein individueel kan beschikken:

  1. de functie MARS (beginpunt van de 1e fase die overigens leeg is) gebruikt het STEENBOK-patroon met zijn tegenpool, de aantrekker of verleider, de 7e fase (leeg) met de kleuring van het vierde teken KREEFT;
    haaks daarop staat de 10e fase (zenit, toppunt of culminatiepunt) (leeg) die door het zevende teken WEEGSCHAAL is gekleurd en de 4e fase (nadir, voetpunt of basis) die door het eerste teken RAM is gekleurd (met daarin Neptunus en Pluto).
    Meer over het Steenbokpatroon in ZZZine 22.
     

  2. de functie MERCURIUS-primair (met Saturnus en Venus in de 1e fase) gebruikt het RAM-patroon en heeft als verleider de door het zevende teken WEEGSCHAAL gekleurde 7e fase (leeg);
    haaks daarop staat de 10e fase die door het tiende teken STEENBOK is gekleurd (met daarin Mars) en de 4e fase (nadir, voetpunt of basis) die door het vierde teken KREEFT is gekleurd (met daarin de Ascendant),
    De functie VENUS-primair (met Neptunus in de 1e fase) gebruikt eveneens het RAM-patroon en komt grotendeels overeen met de overdrachtsfunctie.
    Meer over het Rampatroon in ZZZine 12.

  3. de functie ZON (met Mercurius, Saturnus en Venus in de 1e fase) gebruikt het VISSEN-patroon en heeft als verleider de door het zesde teken MAAGD gekleurde 7e fase (leeg);
    haaks daarop staat de 10e fase die door het negende teken BOOGSCHUTTER is gekleurd (leeg) en de 4e fase (voetpunt) die door het derde teken TWEELINGEN is gekleurd (met de Ascendant in Kreeft).
    Meer over het Vissenpatroon in ZZZine 8.

  4. de functie MAAN gebruikt het BOOGSCHUTTER-patroon en heeft als verleider de door het derde teken TWEELINGEN gekleurde 7e fase (met de Ascendant);
    haaks daarop staat de 10e fase (leeg) die door het zesde teken MAAGD is gekleurd en de 4e fase (voetpunt) die door het twaalfde teken VISSEN is gekleurd (met daarin de Zon en Mercurius met Saturnus in Ram).
    Meer over het Boogschutterpatroon in ZZZine 18.

Het valt op dat de processen van initiŽren en die van overdracht en van aanpassing (nr 1 en nr 2 hierboven) qua werkwijze enige overeenkomst vertonen. Bij nummer twee vallen ze zelfs samen. De makende of oproepende vormen van activiteit zijn op twee manieren gecombineerd met de makende of oproepende kleuringen: de fasen 1, 7, 10 en 4 zijn gecombineerd met de tekens 10, 4, 7 en 1, respectievelijk 1, 7,10 en 4.
Het proces van zelfbesturing en dat van de vorming van de emotionele basis maken gebruik van een andere combinatie. Hier zijn de makende of oproepende vormen van activiteit op twee manieren gecombineerd met de verwerkende of relaterende kleuringen: de fasen 1, 7, 4 en 10 zijn gecombineer met de tekens 12, 6, 9 en 3, respectievelijk 9, 3, 6 en 12.

Is het mogelijk in deze gegevens informatie te vinden over zijn eigen zekerheid of onzekerheid, zijn agressiviteit of zachtheid tegenover vrouwen, de manier waarop hij met zijn vrouwelijke kanten en emotionaliteit, met afhankelijkheid, met schuldgevoelens omgaat?
Ik probeer een interpretatie te geven van de boven beschreven onderdelen van deze functies en hun processen:

  1. bij het nemen van actie en als hij tot daden overgaat, vraagt Albert Einstein zich zorgvuldig af of het hem dichter bij zijn persoonlijk doel brengt, of hij voldoende structuur in zijn omgeving kan aanbrengen. Zijn tegenpool, de hulp die hij nodig heeft of de partner die hij aantrekt, moet houvast geven en voor geborgenheid zorgen, hijzelf zorgt immers wel voor de structuur;
    haaks daarop staat het culminatiepunt, dat steeds weer een extra zekerheid nodig heeft. Het komt in balans als het voetpunt met primitief manlijke energie wordt gevoed
    - de aanwezigheid van NEPTUNUS in de vierde fase voegt een instrument toe waarmee hij alle factoren ongewogen op zich af kan laten komen en toch een weg vinden in die chaos, terwijl PLUTO, door op een botte of manipulatieve manier af te wijzen, helpt de kern van de zaak te vinden.

  2. de ontwikkeling van zijn overdrachtsfunctie begint met het initiatief tot vragen, is praktisch en assertief
    - de aanwezigheid van SATURNUS en VENUS (primair) in de eerste fase maken het mogelijk om tegelijk ook zeer efficient gestructureerd, om consistent te zijn en zijn charmant overkomende spel van geven en nemen te spelen,
    terwijl de andere partij beter het afwachtende, besluiteloze, meegaande en alternatieven biedende tegenwicht kan zijn. Eigenlijk hoeft niemand te reageren want hij kan het wel alleen af, maar alternatieve wegen aangeven en verder vooruitkijken is een wel gewenste aanvulling;
    haaks daarop staat de doelstelling van perfecte vormgeving, de eenzame klimmer naar de top, de besluitvaardige autoriteit, onzeker tenzij de basis veiligheid en vertrouwen biedt in eigen subjectiviteit
    - de aanwezigheid van MARS helpt om de doelstelling met energie en initiatieven te steunen -,
    onzeker tenzij het fundament van dit proces veilig is gesteld in emotionele stabiliteit en zich thuis af kunnen reageren
    - de aanwezigheid van de ASCENDANT in de vierde fase maakt het hem mogelijk om zijn ideeŽn direct naar buiten te brengen.
    De ontwikkeling van zijn aanpassingsfunctie volgt hetzelfde patroon maar met enkele verschuivingen in de hulpmiddelen:
    - de aanwezigheid van NEPTUNUS in de eerste fase voegt een instrument toe waarmee hij zijn bewustzijn van de aanwezigheid van gevoelens bij anderen ervaart als een geheim, ontoegankelijk gebied, de naar binnen gerichte functie Saturnus bevindt zich bij de aanpassingsfunctie niet in de eerste fase,
    - door de afwezigheid van de ASCENDANT in de vierde fase ontbreekt hier voor de aanpassingsfunctie de directe uitingsmogelijkheid.

  3. bij de ontwikkeling van zijn besturingsfunctie begint hij in de chaos de rode draad te zoeken die tot orde leidt. De gewenste tegenpool, de hulp of partner die bij hem past, wil graag dienstbaar en vlijtig bezig zijn voor dit orde zoekende wezen
    - door de aanwezigheid van MERCURIUS (primair), SATURNUS en VENUS (primair) in de eerste fase komt hij, hoewel hij zichzelf niet wil laten zien, op de achtergrond wil blijven, in situaties waar zijn diepste wezen aan de orde is naar buiten als communicator, als een vriendelijk en gezaghebbend, met zijn kwetsbaarheid koketterend, persoon;
    haaks daarop staat het idealistische, enthousiaste en naÔeve zelfbeeld en idem doelgerichtheid. De tegenpool waar dit op rust, de geborgenheid, heeft communicatie, het vergelijk, kennis, relatie, onderhandeling nodig. Moet daarin zijn eigen weg gaan
    - de aanwezigheid van de ASCENDANT in de vierde fase maakt het hem mogelijk om zijn eigen wezen direct en onbevangen naar buiten te brengen en op de omgeving te projecteren.

  4. de bewustwording van zijn ongerept eigen emoties (resp. de ontwikkeling van zijn vrouwelijke eigenschappen, de ontwikkeling van het gedrag als man tegenover zijn echtgenote, zoals hij zijn moeder zag, de familietraditie) begint enthousiast, terwijl hij van zijn tegenpool aanvulling verwacht op het vlak van informatie, kennis en relativering
    - de aanwezigheid van de ASCENDANT in de zevende fase maakt het hem mogelijk om zijn emoties onbevangen tegenover de ander uit te drukken die ze, als bemiddelaar, kan vertalen naar de omgeving;
    haaks hierop staat de bedoeling van zuivere vormgeving, de kritiek kunnen weerstaan. De basis van innerlijke veiligheid waarop dit kan worden ontwikkeld is de overgave aan het ondoorgrondelijke en grenzeloze, aan de eenheid, totaal los kunnen laten en vrij zijn
    - hij komt tot geborgenheid wanneer hij, de ZON is aanwezig in de vierde fase, zelf thuis centraal kan staan,
    wanneer hij gezaghebbend communicerend, met MERCURIUS-primair en SATURNUS in de vierde fase van dit bewustwordingsproces, als manlijke autoriteit kan resideren. Ook op dit punt van emotionele veiligheid is hij kwetsbaar, eist hij perfectie.

Samenvattend:
- 1 de van nature manlijke dadendrang, die (vrouwelijk gekleurd) op de eigen ontwikkeling is gericht, vereist een primitief manlijke basis die over praktische, intuÔtieve en geconcentreerde energie beschikt om de initiatieven van de eenling in balans te houden en te blijven voeden,
- 2 zowel de relateerfunctie (die gemakkelijk, gestructureerd en eventueel agressief naar buiten komt) als het interactievermogen, beide in zijn geval primair en dus op de buitenwereld gericht, hebben ter verzachting van de scherpte van de autoritaire man de tolerante basis nodig van moederlijke geborgenheid,
- 3 de zelfbesturingsfunctie, van nature naar buiten gericht maar hier intuÔtief van aard (vrouwelijk gekleurd), verlangt een basis van selecte kennis voor de realisering van zijn ideale doel en voor het energiek breed uitdragen daarvan,
- 4 de emotionele bewustwording, van nature innerlijk maar moet zich onbevangen naar buiten uitdrukken (manlijk gekleurd), heeft een grenzeloos zich intuÔtief eenvoelen - waarin hijzelf met zijn gestructureerde ideeŽn zonder concurrentie centraal mag staan - nodig om zijn analytische doelstelling te voeden en tot het einde toe door te kunnen zetten.
 

  ^  
 

De naam van de roos

Als dier onder de dieren zijn wij in staat ons tussen de levende wezens en de dingen te bewegen en ze te bekijken, te besnuffelen, aan te raken, ze te behandelen. Taal, namen, plaatjes en geluiden handelen over dingen, maken ze overdraagbaar en handelbaar in rationele zin. Maar net zoals de kaart het land niet is, is de naam niet het ding. Taal is een hulpmiddel van menselijke dieren.
De instrumenten taal, interactie en aanpassing; daadkracht, houding en enthousiasme; groeien uit het contact met de buitenwereld en kunnen werktuigen van de omgeving worden genoemd. De vraag is: kunnen zij, en meer speciaal, kan taal ook een functie hebben bij het communiceren van innerlijke activiteit? In drie assen van naar binnen gerichte of innerlijke activiteit vinden twee bewustwordingsprocessen plaats; een van de innerlijke bedoelingen of waarden (doelstelling, herinnering, analyse) die voortvloeien uit de met de wereld gesloten overeenkomst en een bewustwording van innerlijke stabiliteit of geborgenheid (bewogenheid, keuzemogelijkheid en innerlijke vrijheid) in de relatie met de omringende wereld. Is er een naam voor persoonlijke emoties zoals verdriet, angst, de persoonlijke vorm van geluk, de persoonlijke beweegredenen, zodat ze kunnen worden gedeeld en aan gezamenlijkheid kunnen bijdragen? Veel woorden zijn gecorrumpeerd door populair gebruik. Eigenlijk zijn er nauwelijks namen voor, eigenlijk is er geen taal voor en moet ieder voor zichzelf een manier vinden om het eigen innerlijk leven te begrijpen. Daarvoor is om te beginnen aandacht nodig. Het eigen verhaal is een toegang tot innerlijke beweegredenen en innerlijke bewegingen, een manier om ze te uiten en, met een beetje geluk, te delen. Maar niet ieder verstaat de eigen beweegredenen en emoties. Niet ieder kan ze vertalen en het persoonlijke verhaal vertellen.
Taal, namen, beelden, geluiden en houding kunnen onbewust informatie naar buiten brengen en ongewild verborgen bedoelingen of de toestand van de innerlijke basis verraden.
 

Overzicht: taal en signaal

De vormen die het relaterend instrument, taal, kan aannemen en de rollen die het kan spelen zijn vele. Ik begin met een overzichtje om verwarring op dit punt te voorkomen.

  1. lichaamstaal, uitstraling, bewegingen,
    • zintuig: gezicht
      1. directe uitdrukking van onderliggende emoties, onbewust
      2. overte uitdrukkingen van zintuiglijke sensaties of van innerlijke bewogenheid
        1. weergave van innerlijke bewogenheid (emotie), bewust
        2. 'aangepaste' en gespeelde gevoelens of zintuiglijke sensaties
  2. geformaliseerde talen, historisch ontwikkeld in contacten met anderen, op geluiden en beelden gebaseerd
    • zintuigen: gehoor en/of gezicht
      1. gesproken taal, geleerd vanaf de geboorte (of eerder),
        elementair instrument van de buitenwereld
      2. gebarentaal
      3. geschreven talen, formeel op school geleerd
        alle drie vormen gebruiken namen van dingen en ideeŽn, woorden om relaties tussen namen aan te geven, zinnen om namen en woorden betekenisvol te ordenen, maar ook ritme, accentuering en toonhoogte dragen informatie.
      4. muziek, expressiemiddel en delen van gevoelens
      5. dans en ballet
      6. geluidssignalen, natuurlijke als 'ha' en 'ho', ook trommel en 'doef, doef, doef, ...'
      7. patronen en tekeningen
        1. letters
        2. woordbeelden
        3. symbolen en signalen
  3. geurentaal, onbewuste overdracht van informatie van seksuele of genetische aard
    • zintuig: reuk
  4. aanraking, bewuste en onbewuste overdracht van informatie, ook geweld, sport
    • zintuig: tast
  5. smaak, overdracht van informatie
    • zintuig: smaak

Natuurlijk gaat het mij om taal en talen die worden gebruikt voor de overdracht van informatie tussen mensen. Ze worden door de mens gebruikt om in de buitenwereld informatie uit te wisselen, om de buitenwereld te hanteren, om het eigen autentieke innerlijk naar buiten uit te drukken of juist te maskeren. Belangrijke concrete vragen betreffende het niveau waarop de communicatie plaats vindt zijn: of de taal zich tot de fysieke en intellectuele buitenwereld beperkt, of de taal op een bevredigende manier informatie kan en wil overdragen over het innerlijk van de spreker of schrijver, of de taal blijk geeft van respect voor de innerlijke waarden en waardigheid van degene waarmee wordt gecommuniceerd.
 

  ^  
 

De mens achter de woorden

Naar aanleiding van de tekst van 'Zakelijke voorwaarden' wil ik een paar opmerkingen maken aan de hand van de taal. Hoe gebruikt Einstein die hier en wat vertelt de uiting over hemzelf?

  1. Het opschrift 'zakelijke voorwaarden' zet een formele toon.
  2. De schrijver gebruikt het woord 'voorwaarden', niet 'overeenkomst'.
  3. De schrijver spreekt zijn vrouw aan met Du, niet bij haar naam.
  4. Hij stelt uitsluitend regels vast voor haar gedrag, niet voor het zijne.
  5. De regels houden beperkingen van haar rechten en haar vrijheid in en verruiming van de zijne.
  6. De regels zouden, in algemene opzet en in een aantal details zoals het gebruik van de woorden verplicht en moet, gericht kunnen zijn tot een dienstbode of knecht.
  7. De nadrukkelijke vermelding van de schrijftafel (A.3) roept de vraag op om welke reden die niet beschikbaar zou zijn. Het enige dat we nu weten is dat hij het haar verwijt.
  8. Het woordgebruik is, binnen het zakelijk kader bezien, niet grof of extreem. Ik weet niet zeker of in het duits van 1914 een werknemer met Du mag worden aangesproken of dat Sie de correcte vorm zou zijn.

Zich schriftelijk uitdrukken kan worden gebruikt als poging het eigen standpunt hard te maken. Dat lijkt hier het geval. Door haar naam niet te noemen, door geen alternatief in zijn gedrag te bieden, door geen redenen voor de verruiming van de eigen rechten en vrijheid te geven, door de vormgeving en de woordkeuze uit hij indirect - tussen de regels door - zijn negatieve gevoelens, schept hij extreem grote afstand, benadrukt hij nadrukkelijk zijn eigen superioriteit, bevestigt hij het einde van de relatie. Het zijn vrouw behandelen als een meester die aan een ondergeschikte eisen stelt is kwetsend.
De extremiteit van deze uiting brengt de bedwongen boosheid, in dit geval het autistisch onvermogen [ noot ], van de schrijver en daarmee de onzekere basis van sommige functies van Einstein in deze situatie naar buiten. Ditzelfde kon al worden opgemerkt in de bespreking van een aantal functies hierboven, waar tussen de behoefte aan een moederlijke echtgenote (punt 4, Maan) en de behoefte aan gelijkwaardig en zelfs assertief weerwoord van de partner (punt 2, Venus) moet worden gekozen. Bij zijn nieuwe maatschappelijke positie als een plotseling beroemd en, met het hoogleraarschap, succcesvol man is de behoefte aan een bescheiden echtgenote die het traditionele rollenpatroon respecteert blijkbaar doorslaggevend geweest. Albert, waarschijnlijk onbewust, manipuleert Mileva door niet zelf het initiatief tot echtscheiding te nemen maar haar, met dit geschrift, te dwingen te vertrekken zonder dat met zoveel woorden te zeggen.
 

  ^  
 

Het signaal van extreem taalgebruik

De karakteriserende woorden, de toon van de woorden die we in de taal aan een gebeurtenis kunnen hechten, bevinden zich op een schaal tussen de extremen uiterst positief en uiterst negatief. Naargelang er woorden voor zijn, zijn er gradaties beschikbaar. De affectie voor een ander persoon kunnen we uitdrukken met termen die zich op een schaal tussen liefde en haat bevinden. De keuzemogelijkheden tussen zacht en hard, zakelijk en onzakelijk, leugen en waarheid, nuchter en sensationeel zijn in theorie legio.
De keuze wordt bepaald, behalve door de toestand van de emotionele basis van de door de persoon gebruikte functie - waarvan ik hierboven een illustratie heb gegeven - door gewoonte en natuurlijk door de druk van de heersende taal van de actuele omgeving en wat daarin voorhanden is.

De taal van de relatie met de buitenwereld is, binnen onze huidige cultuur, overwegend zakelijk, feitelijk en beperkt. Met beperkt bedoel ik dat de mogelijkheid niet denkbeeldig is dat - bijvoorbeeld door druk uit de omgeving en door gewoonte - de taal zich, net als de mens erachter, aanpast aan de omgeving. Met beperkt bedoel ik ook dat aanpassing noodzakelijk tot eenzijdigheid, tot een taal van de buitenwereld moet leiden. Als dat het geval is dan kan de taal van de buitenwereld de andere, de persoonlijke en innerlijke, taal uitsluiten en daardoor het subjectieve, de individuele waarden, de persoonlijke beweegredenen en innerlijke gevoelens verwerpen en zelfs afbreken. De innerlijke taal verliest zijn autenticiteit, de persoon wordt in zijn zelfontwikkeling geremd en zal geleidelijk, behalve aangepast, innerlijk onzeker worden en uiteindelijk van zichzelf vervreemden. Imre Kertťsz [ bron en noot ] heeft een groot deel van zijn leven besteed aan het bestuderen van totalitaire dictaturen en hun ideologieŽn. Hij noemt in zijn essays vele voorbeelden van extreme taal, intussen waag ik liever een poging om het probleem met eigen voorbeelden te illustreren en op mijn wijze te interpreteren.
 

Overzicht: buitensluitende tendensen en taalgebruik

enkele voorbeelden, veelal uit commercialisering voortkomende, extreme negatie van individuŽn en machtelozen:

  1. politiek - moordzuchtige taal; veiligheid verstorende taal: benadrukking van veiligheid op een manier die onzekerheid en angst voor geweld vergroot; volksraadpleging om een politieke vrijbrief te verkrijgen; toestaan van het gebruik van terreur, moord, marteling en verkwanseling van grondstoffen en rijkdommen uit algemeen bezit ten behoeve van de economie ondermijnt het gezag, leidt tot demoralisatie en slijtage van de wet
  2. ambtelijke instituties - hebben de naam 'diensten' verloren, selectieve afscherming en beslotenheid creŽert ongelijkheid, marginalisering, machteloosheid, vervreemding; een vruchtbare bodem voor radicalisering en gewelddadigheid
  3. privatisering van nutsbedrijven, post, OV en zorginstellingen - hebben de naam 'diensten' verloren, de burger, in wezen eigenaar, opdrachtgever van de bestuurders van zijn eigendommen, wordt de facto afnemer van een commercieel goed
  4. medische wereld - aanduiding lapmiddelen als 'geneesmiddel', zorgdiensten als 'product', patiŽnten als 'cliŽnten' of 'budgethouders'
  5. amusementsindustrie - grove en seksistische taal, gebruik 'luf', gebruik kinderen (EuroKids), meer mega en nadruk op leukte, meer agressie, opvulling van leegte en van verveling (brood en spelen)
  6. bedrijfsleven - roofbouw op grondstoffen en mensen, schaamteloze salarissen en winsten
  7. economie, bankwereld, verzekeringswereld - onzin van groeitheorie: 'anders is de concurrentie / zijn andere landen ons voor', winstmaximalisatie (korte-termijn roofbouw), gebrek aan lange termijn visie en principes, eenzijdige voorwaarden, klant als last
  8. wetenschap - commercialisering, overte fondsenwerving in informatief zwakke 'documentaires', verhulde vooringenomenheid en onverhulde minachting voor intuÔtie, bijgevolg beperkte visie, eenzijdigheid: buitensluiting, angst voor verantwoordelijkheid neemt toe
  9. publieke informatie vanuit wetenschappen, psychologie, filosofie, journalistiek - stijgend babbelniveau, toenemend effectbejag
  10. onderwijs, bibliotheekwezen - toenemende taalbeperking, voortgaande marginalisering ten gunste van economische argumenten (diensten als 'product')
  11. nieuwsindustrie - toenemende sensatiezucht in informatieverzorging (weermensen die zich excuseren als ze geen mooi weer kunnen bieden), verhoogd babbelniveau, uit angst om te selecteren blindelings de 'waan van de dag' volgen
  12. uitholling, vaak vercommercialisering van begrippen als: vrijheid, democratie, cultuur, liefde, geluk, genot, respect voor het leven, naastenliefde
  13. denigrerend taalgebruik - sekse, ras, huidskleur, lichamelijke eigenschappen, subjectieve uitingen aangrijpen om te stigmatiseren
  14. mens, dier, plant als handelswaar of gebruiksartikel benaderend
  15. in gezin, school, groep - claimen, klein houden, verwennen en tegelijk stoerheid en prestatie eisen, met minachting, ontkenning, pesterij dwingen tot aanpassing

 

Het zou kunnen zijn dat door dergelijke extremiteit zelfontkenning of zelfhaat zich aan de buitenwereld tonen, maar dit aspect vergt meer onderzoek.
Een eenzijdig op de omgeving gerichte taal zal onder druk verharden, bijvoorbeeld als de omstandigheden in de wereld gewelddadig zijn. Op zijn beurt verspreidt zulk extreem taalgebruik sensatiezucht, groeidwang, onveiligheid en gewelddadigheid, en verdringt het de uiting van het persoonlijk innerlijke, zowel bij mannen als bij vrouwen. Het is dus een misvatting aan te nemen dat alleen mannen de buitensluitende taal van geweld, hebzucht, consumptiedwang, jacht op succes spreken, in alle sectoren kun je vrouwen vinden die de talen van knechting vloeiend spreken. Ik heb hem niet alleen zelf ook geleerd, maar leer ook via de taal over mijn innerlijk te communiceren.
 
  ^  
 

Buitengesloten: van jezelf vervreemd raken

Gevoelens krijgen niet altijd de naam die bij ze past. Het klasseren van een symptoom met het label van ziekte verhult in veel gevallen de poging van de verdrukte en verwikkeld geraakte mens, die niet meer bij machte is om persoonlijke emoties en motieven op een passende manier te uiten, om zich te ontwikkelen.
De historische ruimte waarin zich een gebeurtenis afspeelt, bevat belangrijke aanvullende informatie over de gebeurtenis zelf, sterker nog, ze speelt een rol daarin. In mijn verhaal 'Dichtbij en veraf' heb ik verteld over wat er in de periode rond het overlijden van mijn vader gebeurde en hoe ik buitengesloten werd. In het kader van het thema innerlijke stabiliteit en taalgebruik wil ik vertellen over de situatie waarin mijn moeder door haar huwelijk belandde.
 

24kdr2n.gif 

'Op sommige zondagen gingen wij naar opa en oma. Moeder was dan niet erg vrolijk.
Op een ochtend was ik bij mijn ouders in bed gekropen. Vanuit zijn deel van het lits-jumeaux zag ik in de hoek van de kamer de wieg met het nieuwe broertje. Vader was al opgestaan en kwam terug de kamer in terwijl hij zijn vest dichtknoopte. Hij stopte zijn horloge in een van de zakjes, bevestigde de ketting aan een knoopsgat en stopte het kleingeld dat op het nachtkastje lag in een ander zakje. Toen deed hij het jasje van zijn costuum aan. Het moet een zondag zijn geweest want op alle andere dagen van de week ging hij eerst in de fabriek aan het werk om zich later om te kleden in een pak met vest. Keurig gekleed ging hij dan naar zijn klanten en was kort na twaalf uur weer thuis voor de warme maaltijd. 'sMiddags werkte hij in het kantoor aan de boekhouding, vermoed ik, en na de avondboterham ging hij meestal uit.
Op de zolder boven de fabriek zwierven vader's geweer en zijn sabel tamelijk roestig rond. Relieken die verwezen naar zijn diensttijd en latere reserve-officiersschap. Vader zou na zijn diensttijd gaan studeren, hij wilde ingenieur worden, en misschien is hij ook aan die studie begonnen. Het is gezegd dat hij in Rotterdam verbleef toen zijn ouders hem naar huis riepen. Zijn hulp was nodig voor de oplossing van een familieprobleem rond zijn jongere broer, het lievelingetje van zijn ouders. Vader werkte van toen af in het bedrijf van opa en oma. Zij kochten de kolenhandel die naast de limonadefabriek was gelegen en uiteindelijk, nadat hij een echt flinke vrouw had gevonden, trouwde de broer en kreeg die zaak. Opa en oma trokken zich uit de zaak terug en vader nam de limonadefabriek over. In 1930 en inmiddels bijna 33 jaar oud trouwde hij met moeder.
Moeder was kennelijk niet op de hoogte van de familieachtergrond. Zij vertelde hoe geschokt zij was geweest toen zij op huwelijksreis waren en vader geen geld bij zich had, dat hij behalve het bedrijf niets bezat - en zelfs dat niet - zij moesten nog jaren aan zijn ouders betalen. Zij vertelde dat zij ook grote moeite had om genoeg te sparen van het huishoudgeld om geregeld een nieuw maatpak te kunnen betalen. Er ontstond een crisis toen moeder "overspannen" werd na de geboorte van haar derde kind.
Vader kwam tot de ontdekking dat hij een aantal vanzelfsprekendheden moest herzien, dat hij anders met haar moest communiceren.'

Ik geloof dat toen voor moeder de vraag van haar existentie op het spel stond, dat de "ziekte" een symptoom, een signaal was en de toenemende gebondenheid door een derde kind de trigger daarvan. Mijn eerste verhaal 'Geen tuigje om' speelde zich in die gespannen tijd af. Het was van moeder geen afwijzing geweest van haar kind, zij heeft genoeg bewezen dat zij erg veel van ieder van ons hield. Het was ook niet wat wel een man-vrouwprobleem wordt genoemd of de afwijzing van een rol. Het was een zich vaaglijk bewust worden van het afgescheiden zijn van het geheel en buitengesloten zijn van de wereld, van monddood, van verward en van zichzelf vervreemd geraakt zijn. Zij had geen woorden meer.
Vader en moeder probeerden zich de talen van respect voor zichzelf en voor elkaar eigen te maken.
 

Slotopmerking

In mijn zoektocht is, na de idee in ZZZine#23 van de samenwerkingsovereenkomst tussen de wereld en het proces, nu het nieuwe inzicht ontstaan van een belangrijk onderscheid in het gebruik van het communicatiemiddel taal. Enerzijds taal gebruikt als instrument van de omgeving en anderzijds taal die de innerlijke mens nodig heeft om zijn emoties, keuzes, intuÔties en om zijn bedoelingen, waarden, behoeften uit te drukken en zijn persoonlijk deel van de samenwerkingsovereenkomst na te kunnen komen. En dat door eenzelfde taal! Een verrassende en eigenlijk heel voor de hand liggende ontdekking.