ZIGZAGZINE #27, thema #2: Spel om waarden, respect als inzet.
'Così fan tutte' en 'Speelruimte'

  ^  
 

Aanwezig, en dan?

Je wordt wakker en treft jezelf weer aan; je raapt jezelf innerlijk bij elkaar. Of, je opent je mond en er komt melk binnen of een lepel met appelmoes of een verdwaalde vlieg. Er is altijd wel iets wat een reactie vraagt, misschien iets waaraan je weerstand moet bieden. Alleen al door simpel aanwezig te zijn, door rond te lopen, wordt een mens gedwongen om steeds zijn evenwicht aan te passen aan de omstandigheden.
 

De eerste dynamische laag: aanwezigheid

In feite vindt bij iedere vorm van contact met de omgeving, hoe simpel ook, uitwisseling van energie plaats. Een mens bevindt zich in een situatie van wederzijdse afhankelijkheid. Of het nu woede is of charme die op hem afkomt, openheid naar de omgeving met zijn zintuiglijke indrukken vereist van een mens voortdurende bijstelling van oude beelden en correctie van het eigen evenwicht. Aanwezigheid in de wereld eist dat van ons als zelfregulerende systemen en doet ons, alert of niet, naar een houvast en naar zekerheden verlangen. Dat is, in een paar woorden, wat de vorige keer behandeld is. Het vorige thema INNERLIJKE STABILITEIT en taalgebruik, met de verhalen 'Buitensluiten' en 'Vervreemding', was een illustratie van deze (hypo)thetische vorm van energieuitwisseling.
 

Mensen hebben meer mogelijkheden dan alleen aanwezig te zijn. We kunnen zelf het initiatief nemen en onze omgeving actief uitdagen. Om zelf keuzes te kunnen maken hebben we immers overzicht over allerhande mogelijkheden nodig. We willen er achter proberen te komen welke risico's de wereld verbergt en hoever wij zelf durven te gaan. Met dat doel voor ogen spelen we, ons leven lang.
 
De tweede laag van dynamische verbindingen: spel

In dit themanummer licht ik de antithetische vormen van dynamische interactie, van dialectiek tussen individu en omgeving, uit het netwerk van verbindingen. Hier neemt een mens, intuïtief en instinctief, het initiatief in eigen hand. Hij heeft overzicht nodig over zichzelf en over zijn omgeving. Hij wil uitzoeken wat het nut en de waarde, de mogelijkheden en kwaliteiten van zijn lichaam, van mensen en gebeurtenissen zijn. Hij gaat zelf uitdagen, hij speelt met zichzelf en met zijn omgeving, hij leert risico's in te schatten, hij oefent zijn moed en weerbaarheid, verzamelt en bewaart ervaringsmateriaal. Hij doet maar en benoemt de ervaringen pas later; op dit moment speelt het goed en kwaad van de dingen geen rol. Homo ludens is de spelende mens, de mens die speelt met onzekerheden, ervaringen opzoekt om, later, besef te krijgen van hun betekenis en waarde en daar keuzes op te gaan baseren [ noot ]. Dit tweede thema, SPEL OM WAARDEN, in een situatie van afhankelijkheid én gelijkwaardigheid waardoor het onvermijdelijk is dat respect altijd de inzet is, wordt ook met twee verhalen geïllustreerd. Maar eerst nog wat noodzakelijke informatie over de structuur ervan.
 

De assen van belangen en van de plaats in de groep

De tweede laag, de antithetische, omvat de eigen initiatieven ter ontwikkeling van de eigen waarden en de eigen plaats in de wereld. Ook dit is een dynamische combinatie van twee stel uitersten die haaks op elkaar staan. In de |2|-|8| as van innerlijke waarden wordt mijn innerlijke belang geconfronteerd met het belang van de/het andere, de aandacht voor eigen belangen staat tegenover de aandacht voor andere, of meer algemene, belangen, hun essentie en de keuzemogelijkheden. Dit zijn de gereedschappen om op dit innerlijk terrein ervaring op te doen en die later af te wegen tegen ethische of andere kaders van - bekende of nieuwe - waarden. In de |5|-|11| as van de plaats in de sociale groep wordt het toetsende en uitdagende individu geconfronteerd met acceptatie en sociale ontwikkeling. Dit zijn de gereedschappen om op dit creatieve gebied in de omgeving ervaring en moed te verzamelen om later een plaats in sociale kaders van respect - geven of eisen - te bepalen. Het zijn twee combinaties van antithetische instrumenten waarbij de mens intuïtief de kern zoekt, actief mogelijkheden creëert en aangrijpt en zijn moed oefent. Het gaat inderdaad over oefenen, met mogelijkheden die we tegenkomen omgaan, weerstand ervaren en weerstand bieden, de werktuigen en capaciteiten die we in onze situatie van afhankelijkheid nodig kunnen hebben testen.

Spelen met stabiliteit, zekerheden uitdagen. In deze laag wordt het ervaringsmateriaal betreffende belangrijke menselijke behoeften en capaciteiten steeds verder uitgebreid. Anders gezegd: spel leidt tot ervaring met je eigen waarden en met de waarden van andere mensen, met wetten en verplichtingen en later tot meer overzicht. Spel is het hulpmiddel waarmee vertrouwen en principes, respect en veerkracht kunnen worden ontwikkeld [ noot ]. Spel zal dus verschillende nuanceringen vertonen en varieren van fair tot vals, het kan bewust of onbewust worden gespeeld en alle denkbare terreinen beslaan. Een vraag kan worden opgevat als een uitdaging en tot vriendschap leiden, de uitdaging van een hooligan of een politiek leider kan in doodslag of oorlog eindigen. De voorwaarde van actief deelnemen aan een spel is innerlijke speelruimte, het omvat zowel ernst als argeloosheid, het doel is verrast te worden en te genieten van een nieuwe ervaring.
We moeten intussen niet vergeten dat iedere 'uitvoering', ook van een spel, feitelijk begint op het hypothetische vlak.
 

De derde dynamische laag: afweging van mogelijkheden en perfectie

Het netwerk van verbindingen binnen het zelforganiserend systeem, binnen het proces, heeft meerdere dimensies [ noot ]. De dialectische dimensie omvat drie delen. Naast het hypothetische en het hier behandelde antithetische deel is er de synthetische laag.
Daarin zullen de eigen stabiliteit en zekerheid zowel onbewust als bewust in het geding zijn: de ervaringen worden in passende kaders geplaatst om hun waarden te kunnen vergelijken, om hun belang te kunnen afwegen! Immers, overzicht omvat niet automatisch inzicht, daartoe zal het ervarene nog verwerkt moeten worden. Dit is de mens die op zijn zaken past, problemen wil onderkennen, bestaande kaders gebruikt en verder ontwikkelt en, zodoende, oplossingen kan vinden en zich meer van zijn nut voor zijn omgeving bewust kan worden. Daartoe dienen de synthetische instrumenten die in het volgend thema aan de orde zullen komen.
 

Spelen, ofwel uitdagen; twee illustratieve verhalen

Zoekend naar een voorbeeld van iemand die een ludiek mens lijkt en zorgvuldig met zijn mogelijkheden omging vond ik dat in Wolfgang Amadeus Mozart. Wat betekende spelen voor hem, wat heeft dat met zijn inventiviteit of fantasie, zijn behoefte aan gelijkwaardigheid en individualiteit te maken en wat vertelt dat over wat belangrijk voor hem was, wat echt waarde voor hem had? Deze man was, naar uit zijn muziek blijkt, een fantasierijk en speels mens en, zoals uit enkele van zijn opera's blijkt, bovendien een sociaal betrokken mens. Hij heeft verscheidene opera's geschreven waarin maatschappelijke problemen aan de orde worden gesteld. Ik ga een ervan eens van dichtbij bekijken, met de opmerking dat, terwijl het spelelement er nogal eenvoudig theoretisch kan worden uitgelicht, het in de praktische situatie moeilijkheden oplevert omdat het verweven is. Vooral bij persoonlijke verhalen zal de lezer geneigd zijn ze te mengen met ethische oordelen en commentaren maar die hebben hun eigen plaats in de derde dynamische laag van het proces.

Koppelingen naar
innerlijke stabiliteit en taalgebruik, de |1|-|7| en |4|-|10| assen - thema #24/1,
verwerking, ruimte voor beslissingen, de |3|-|9| en |6|-|12| assen - thema #30/3,
complex netwerk 3, de dynamiek van samenhang en contrast - structuur #36/10.
 

  ^  
 

Così fan tutte; of, Zo doen ze allemaal 

'Così fan tutte; ossia, La scuola degli amanti',

De inhoud van 'Zo doen ze allemaal; of, Leerschool voor geliefden':

I akte Twee vrienden pochen over de trouw en de zeldzame deugden van hun geliefden. Don Alfonso, de geleerde vriend van zowel de jonge officieren als van de twee zussen waarmee zij zullen gaan trouwen, wil zowel de opscheppers als hun verloofdes een lesje leren en stelt de mannen een weddenschap voor: Als jullie doen wat ik zeg zul je zien dat de jonge dames, zoals alle jonge dames, helemaal niet zo standvastig en trouw (costanza) zijn als je denkt en zullen ze vandaag nog met je vriend trouwen. De vrienden gaan akkoord.
Zij worden 'opgeroepen voor de strijd' en vertrekken na een roerend afscheid. Despina, dienster van de jonge dames, raadt hen aan om niet te treuren, er zijn genoeg mannen over om je mee te amuseren en van je verloofdes kun je alleen maar verwachten dat zij intussen hetzelfde doen.
Verkleed als rijke Albanezen worden de twee door don Alfonso voorgesteld als goede vrienden en beginnen onmiddellijk hun vriend's verloofde hun liefde te verklaren. Als de meisjes onvermurwbaar blijven doen de mannen alsof ze vergif innemen uit wanhoop over die hardvochtige houding. Het kamermeisje treedt op verkleed als dokter.

II akte De zussen zijn geschokt maar Despina, inmiddels door don Alfonso ingelicht over de weddenschap, verklaart hen wat een dame van vijftien jaar zoal moet weten en kunnen en hoe zij kan zorgen dat zij het stuur in handen houdt. Een van de zusjes laat zich overtuigen. Als haar verloofde hoort dat zijn liefste is gezwicht voor zijn vriend's mooie woorden is er echt verdriet, maar zijn eergevoel zegt dat hij niet onder de overeenkomst uit kan en uiteindelijk gaat hij toch overstag en slaagt erin haar zus te veroveren.
Het dienstmeisje verkleedt zich, nu als notaris, weer zonder dat de meisjes het opmerken en de huwelijken worden gesloten.
Prompt komen de soldaten terug van de oorlog zodat de ontrouw van de meisjes kan worden onthuld. Tegelijk wordt het verraad van de heren duidelijk en ook hun kortzichtigheid, zij hebben niet nagedacht over de consequenties van de weddenschap. Aan de onschuld van de jonge mensen is een einde gekomen.
 

De functie van figuren en requisieten

Om te weten wat Leonardo da Ponte en Mozart, librettist en componist, ons precies willen meedelen wil ik de functie van figuren en rekwisieten bekijken. Waarvoor hebben zij juist deze nodig?

1. Don Alfonso, de oudere cynische vriend van de vier jonge mensen, is de bedenker van 'de school voor minnaars', en de regisseur van het plan om zijn jonge vrienden voor te bereiden op hun huwelijk.
2. Twee verloofde paren, er zijn twee paartjes nodig om de rollen te kunnen wisselen, zij zijn de leerlingen van de school. De beide jonge mannen spelen elk twee rollen: zij treden op als zichzelf en in vermomming.
3. Despina, het wereldwijze kamermeisje van de twee zussen. Zij is degene die, al voordat zij het plan van Don Alfonso kent, probeert de meisjes op te vrolijken en te helpen. Zij probeert hen levenskennis bij te brengen en blijft hen aanraden gebeurtenissen en mannen niet al te ernstig te nemen.
Despina treedt ook verkleed op als dokter en als notaris.
4. Twee medaillons met de portretten van de mannen dienen om de keuze van de meisjes te bevestigen. Een wordt nog gebruikt om de geportretteerde te confronteren met het feit dat hij de consequenties van de weddenschap niet heeft doordacht.
 

Da Ponte en Mozart gaan zonder omwegen op hun doel af. Maar hoe heeft Da Ponte de 'levenslessen' onder woorden gebracht? Don Alfonso's les is, dunkt mij, 'Je kunt maar beter weten wat je waarden én wat je grenzen zijn voor je je bindt in een huwelijk'.
Het kamermeisje Despina, die zich opwerpt als lerares van de jonge dames, spreekt zich tot tweemaal toe tegen de meisjes uit. In de tekst van haar grote aria aan het begin van de tweede akte zegt zij:

Despina:

'Een dame van vijftien jaar
moet de manieren van de grote wereld
als een duivelskunstenaar beheersen,
weten wat passend is en wat niet,
moet de fijne kneepjes kennen,
om haar minnaars te charmeren,
doen alsof zij lacht, doen alsof zij huilt,
mooie smoesjes verzinnen, etcetera.
Zij moet tegelijk
naar honderd luisteren
en met haar ogen
met duizend spreken.
Zij moet hoop geven aan ieder,
of hij knap is of lelijk,
kunnen veinzen
zonder schaamte,
zonder blozen
kunnen jokken;
zich als een koningin,
vanaf haar hoge troon,
met een "ik kan en ik wil"
doen gehoorzamen, etcetera.
(tegen zichzelf)
Het lijkt me dat dit lesje hun wel bevalt!
Hoera voor Despina, die weet hoe te dienen!
etcetera.'

Het is een spottend verhaal maar wel een met een degelijke kern. Het lijkt wel een parafrase op de ideale vrouw, de onvindbare 'sterke vrouw', die zich handhaaft in situaties waarin mensen haar graag voor hun eigen karretje spannen.
 

Een weddenschap met een onvoorzien risico

Het is dus wel duidelijk dat Mozart en DaPonte jonge dames en jonge heren aanraadden om het stuur van hun leven in eigen hand te nemen en de gevolgen van beslissingen af te wegen. Wat dat, volgens hen, voor beide seksen inhoudt is - verwacht geen zekerheid (COSTANZA) in de vorm van trouw van de ander, let liever op hoe jijzelf trouw hanteert en hoeveel jouw beloftes waard zijn. Het is opmerkelijk dat zij, in die tijd, steeds de gelijkwaardigheid tussen mensen consequent naar vrouwen uitbreidden. Zo lang na het wereldschokkende drama Antigone van Sophocles en nog voor de Romantiek, aan het eind waarvan het verhaal van Carmen door Prosper Mérimée zou worden geschreven en door Georges Bizet zou worden bewerkt tot een al even schokkende realistische opera, is hun Così zeker een bescheiden maar wel verstandige en roerende stimulans tot nadenken over waardigheid en volwassenheid.

Da Ponte en Mozart waren mannen die al eerder hadden bewezen de machtsverhoudingen van hun tijd, het einde van het feodale tijdperk, te kennen en van het moderne denken over de menselijke natuur op de hoogte te zijn. 'Così fan tutte', voor het eerst opgevoerd in 1790, is de vijfde van Mozart's zeven grote opera's en de derde die hij samen met Da Ponte maakte, een waarin zij zich op eigen wijze uitspreken over belangrijke zaken die zij eerder al samen hadden verkend. Le nozze di Figaro en Don Giovanni getuigen van psychologisch inzicht en van grondige kennis van de situatie waarin mannen en vrouwen zich bevinden. De zin 'Così fan tute le belle' was al in Figaro gebruikt. In Così zeggen zij dat vrouwen de neiging tot ontrouw kan worden aangewreven en mannen over te weinig zelfkennis beschikken. Een oude toneelsetting met een ritueel spelkarakter wordt door hen gebruikt om het leerelement ludiek te benadrukken. In die tijd woog manneneer nog zwaar, maar in de moderne tijd zal dat verdwijnen. Man en vrouw zullen zich in eigen beslissingen aan een individuele toekomst moeten binden, als volwassen mensen het kinderlijke achter zich moeten laten. In de moderne mens is het kinderlijk ideale gestorven, zegt Foucault [ noot ]. In de opera Die Zauberflöte, die Mozart later samen met Emanuel Schikaneder zal maken, is geen speelruimte voor moderniteit, al hoor je in de muziek hoe Mozart zich ontspant als de eenvoudige Papageno en Papagena speels enkele zaken rechtzetten en een pretentieloos contrast vormen met de klassiek ideale wereld van de hogepriester met zijn poppenkast van zekerheden.

De symmetrische opbouw van Cosi is door het koppel Mozart - Da Ponte heel vernuftig gehanteerd, een streng doorvoeren van de spiegelbeeld-vorm zou dodelijk zijn voor een kunstwerk. Door kleine afwijkingen en fijne nuances aan te brengen creëerden zij een harmonieus geheel. Ik denk dat het juist door die subtiel gehanteerde constructie mogelijk was om gelijkwaardigheid en rechtvaardigheid op basis van individuele verschillen uit te beelden.
Het effect dat zij zochten lijkt deels ook spot te zijn. Spot met de geriefelijke zekerheid van doorsnee waarden en middelmatige formaliteit misschien? De muziek echter vertoont geen spoor van spottende uitdaging. Puur muzikaal is de opera een klassiek wonder van de hoogste kwaliteit, subtiel gevarieerd, nooit opgedikt tot sentimentaliteit maar diep menselijk, ontroerend én humoristisch. Net zoals de inhoud de moderne tijd aankondigt zo loopt de muziek vooruit op zijn tijd en kondigt de moderne tijd aan.
Toch weet ik niet of dit spel een echt leuke confrontatie is voor de bezoeker van nu die een zorgeloos uitje verwacht.
 

Het publiek van de opera

De opera heeft in de loop van de tijd zowel positieve als negatieve reacties opgeroepen. Ze wordt vaak de meest 'perfecte' van Mozart's opera's genoemd vanwege de symmetrische, evenwichtige opbouw en rijke emotionaliteit. Tegelijk werd en wordt het door velen verworpen vanwege het 'oppervlakkige plot en de vrouwonvriendelijke inhoud' en daarom, tot vandaag de dag, nogal eens in een aansprekende enscenering 'gered'.
In de recente herinterpretatie van de opera (Amsterdam, november 2006), hebben de regisseurs het verhaal van een 'sexy' sausje voorzien en in het Nederland van de jaren 60 geplaatst, in de tijd dat het onderwijs weinig structuren en kaders aanbood en de maatschappij sterk focuste op de toekomst en categorisch weigerde na te denken over WO II en zijn effecten. Over de vraag of de jonge mensen van nu met hun eerlijke vragen rond individualiteit zoals vrijheid, relaties, trouw, toekomst en solidariteit met deze benadering gediend zijn valt te twisten. Maar de slotscene, waarin de geliefden als 'gedesillusioneerde eenlingen' achterblijven, is overeind gebleven en vertoonde genoeg kracht om lang na te kunnen werken.
 

  ^  

Dit deel nu even overslaan?     

Mozart, antithetische kwaliteiten in werking

De antithetische onderdelen van het systeem zijn de volgende vier fasen, vier kleuringen en vier functies:

  1. de 2e fase, Stier kleuring en VENUS secundair, de referentiefunctie. Zij dagen uit in intuïtieve zaken, in kwesties van nuttigheid en van belang. Het doel is herkenning van het eigen belang en de bijdrage aan het verwachte resultaat.

  2. de 5e fase, Leeuw kleuring en de Zon, de zelfbesturingsfunctie. Zij dagen uit in fysieke zaken, in spel, zoals in liefdesspel, in wedstrijden en gokspelen. Het doel is overzicht te verkrijgen over zowel de eigen capaciteiten als die van de/ het andere.

  3. de 8e fase, Schorpioen-kleuring en PLUTO, de verwijderfunctie. Zij dagen uit in emotionele zaken, in het spel met waarden, in het seksuele spel, in manipulatie of machtsspel en met morele dwang. Het doel is het selecteren van materiaal waarmee de beslissing tussen aanvaarden of verwerpen kan worden gemaakt.

  4. de 11e fase, Waterman kleuring en URANUS, de ondersteuningsfunctie. Zij dagen uit in intellectuele zaken, in het spelen met ideeën en woorden, betekenis en ordening, verschil en overeenkomsten. Het doel is het onderscheiden tussen groep en individu.

antithetische fasen, kleuringen en functies De antithetische delen.
Hier openen? // In nieuw venster?

De natuurlijke relaties tussen antithetische fasen, kleuringen en functies leveren het volgende beeld op (zie de figuur hiernaast):

Er komen een paar vragen bij mij op, zoals: Hoe speels en respectvol was Mozart eigenlijk? Wat heeft hij te bieden op het vlak van het speels testen en uitdagen van waarden? Hoe belangrijk is voor hem gelijkwaardigheid tussen mensen? Had hij moed en op welk vlak paste hij die toe? Misschien zijn die vragen te beantwoorden. Daartoe haal ik de antithetische onderdelen van Mozart's 'masterplan' naar voren.
 
 
Ik laat de vier functies in de boven gegeven volgorde zien in hun antithetische mogelijkheden in samenhang met de hypothetisch en de synthetisch werkzame onderdelen:

  1. De eerste antithetische functie is VENUS secundair, de referentiefunctie. Dat levert een probleempje op omdat Mozart niet over deze maar over de hypothetische vorm beschikt, namelijk VENUS primair, de interactiefunctie. Zij bevindt zich in de synthetische 6e fase met het antithetische karakter van WATERMAN. De functie verenigt dus alle drie dialectische vormen in zich, waarbij de harmonische interactie voorop staat.
    De aspectrelaties:
    met de andere drie antithetische functies is geen verbinding,
    met de hypothetische consistentiefunctie SATURNUS, net als zij in de antithetische Waterman en in de antithetische vijfde fase met de hypothetische STEENBOK-kleuring wordt een uitgaand halfsext aspect gevormd,
    met de eveneens hypothetische (retrograde en dus naar binnen gerichte) MARS, de activerings- of initiëringsfunctie in de hypothetische 10e fase met de synthetische TWEELINGEN-kleuring in de hypothetische KREEFTmaakt zij een ingaand driehoek aspect.
    Dit levert in dynamisch opzicht een evenwichtig en genuanceerd beeld op.
    Bezien we deze functie vanuit haar eigen structuur, dan brengen deze twee aspecten verbindingen tot stand met de synthetische 12e fase door middel van Saturnus, en met de antithetische 5e fase door middel van Mars. Dat voegt aan de harmoniefunctie zowel een actief systematisch en intuïtief geheugen als essentiële, speelse energie toe. Het breidt de nuancering uit met respectievelijk synthetische en antithetische werkgebieden.
    Er zijn, zoals steeds bij Venus, twee aanvoerlijnen: in dit geval een vanuit de synthetische 9e fase met (de antithetische) STIER-kleuring die leeg is en de andere vanuit de antithetische 2e fase met eigen (de hypothetische) WEEGSCHAAL-kleuring, waarin zich de synthetische uitbreidingsfunctie JUPITER bevindt. Dit voegt, alleen naar de laatste kijkend, nog extra werking in alle drie dynamische vormen toe.
    De afvoerlijn voert naar de antithetische URANUS, de ondersteuningsfunctie.
    Al met al is Venus hier een dialectisch veelzijdige functie waarin alle drie vormen royaal en genuanceerd samenkomen.

  2. De ruimtelijke pool van de op de innerlijke wereld gerichte antithetische |2|-|8| as wordt vertegenwoordigd door PLUTO, de verwijderfunctie.
    De aspectrelaties:
    met de hypothetische emotionele basisfunctie MAAN staat Pluto in uitgaande conjunctie in de hypothetische 4e fase met de synthetische BOOGSCHUTTER-kleuring,
    met de antithetische ondersteuningsfunctie URANUS in de hypothetische 7e fase met de synthetische VISSEN-kleuring bestaat een natuurlijk antithetisch uitgaand vierkant aspect,
    met de hypothetisch geaarde ASCENDANT, de aanwezigheidsfunctie, met de synthetische MAAGD-kleuring bestaat eveneens een uitgaand vierkant aspect,
    met de synthetische uitbreidingsfunctie JUPITER in de antithetische 2e fase met de hypothetische WEEGSCHAAL-kleuring bestaat een uitgaand sextiel aspect.
    Dit intens emotioneel geheel (met gevarieerde dynamiek) kan en moet naar buiten worden gebracht.
    Bezien vanuit haar eigen stuctuur brengen de aspectverbindingen met deze vier functies nog mogelijkheden op de werkterreinen van respectievelijk de twaalfde, de derde, de negende en de tiende fase tot stand. Dit breidt de nuancering van de verwijderfunctie uit met drie synthetische en een hypothetisch werkterrein.
    De aanvoerlijn vanuit de synthetische derde fase met (de antithetische) SCHORPIOEN-kleuring, bevat geen functie.
    De afvoerlijn voert naar de synthetische JUPITER, de uitbreidingsfunctie.
    In het geheel aan relaties rondom Pluto is het accent duidelijk van antithetische naar hypothetische en vooral ook synthetische dynamiek verschoven en zien we een toegenomen neiging tot verwerking van ervaring.

  3. Op de antithetische |5|-|11| as vertegenwoordigt de ZON, de zelfbesturingsfunctie, de persoonlijke creatieve kant, de speler zelf.
    De aspectrelaties:
    zowel met de synthetische relateer- of overdrachtsfunctie MERCURIUS primair als
    met de hypothetische consistentiefunctie SATURNUS staat de Zon in een uitgaande conjunctie. Deze constellatie van drie functies bevindt zich in de antithetische 5e fase met de hypothetische STEENBOK-kleuring terwijl zij zelf het antithetische WATERMANpatroon gebruikt.
    met de antithetische ondersteuningsfunctie URANUS in de hypothetische 7e fase die de synthetische VISSEN-kleuring gebruikt bestaat een ingaand halfsextiel aspect,
    met de hypothetisch ingestelde ASCENDANT, de aanwezigheidsfunctie, die het synthetische MAAGD-patroon gebruikt staat de Zon in een uitgaand inconjunct aspect,
    met de synthetische integreerfunctie NEPTUNUS in de antithetische 11e fase met het hypothetische KREEFT-patroon, die zelf het antithetische LEEUW-patroon gebruikt, bestaat een toenemende oppositie, een dringende relatie.
    Dit deel van het netwerk rond de zelfbesturingsfunctie breidt haar uit met ongeveer evenveel hypothetische en antithetische elementen en iets minder van de synthetische soort.
    Bezien vanuit haar eigen stuctuur brengen de aspectverbindingen met deze vijf functies nog mogelijkheden op de werkterreinen van respectievelijk de tweede, de eerste, de twaalfde, de achtste en de zevende fase tot stand. Dit verbreedt de nuancering van de zelfbesturingsfunctie nog met een synthetische, twee hypothetische en twee antithetische werkterreinen.
    De aanvoerlijn vanuit de antithetische 11e fase met (de antithetische) LEEUW-kleuring bevat geen functie, die vanuit de hypothetische eerste en tiende fase met respectievelijk (de synthetische) MAAGD- en TWEELINGEN-kleuring die de hypothetische functies ASCENDANT en MARS bevat. Dit voegt nog extra activiteit in de hypothetische en synthetische dynamische instelling toe op de twee hypothetische werkgebieden.
    De afvoerlijn voert naar de hypothetische SATURNUS, de consistentiefunctie en daarmee blijft de verantwoordelijkheid nadrukkelijk in de antithetische vijfde fase, bij zichzelf.
    In het pakket van (directe) relaties rond de constellatie van de Zon verhouden de hypo- : anti- : synthetische instellingen zich als ongeveer 10 : 8 : 6.

  4. De tijd-pool ofwel de sociale kant van deze op de omgevingswereld gerichte antithetische as wordt vertegenwoordigd door de ondersteuningsfunctie URANUS. Zij is actief op het werkterrein van de hypothetische 7e fase met de synthetische VISSEN-kleuring.
    De aspectrelaties:
    met de antithetische zelfbesturingsfunctie de ZON, die samenvalt
    met de synthetische relateer- of overdrachtsfunctie MERCURIUS primair, en beiden in de antithetische 5e fase met de hypothetische STEENBOK-kleuring maar beiden zelf het antithetische WATERMAN beginpatroon gebruikend, bestaat een ingaand halfsext aspect;
    met de antithetische verwijderfunctie PLUTO, die samenvalt
    met de hypothetische emotionele basisfunctie MAAN, en beiden in de hypothetische 4e fase met de synthetische BOOGSCHUTTER-kleuring, staat Uranus in een uitgaand, respectievelijk in een ingaand vierkant aspect;
    met de synthetische uitbreidingsfunctie JUPITER in de antithetische 2e fase met de hypothetische WEEGSCHAAL-kleuring bestaat een ingaand inconjunct aspect;
    met de hypothetisch ingestelde ASCENDANT, de aanwezigheidsfunctie, die het synthetische MAAGD beginpatroon gebruikt staat Uranus in een ingaande oppositie;
    met de synthetische (retrograde) integreerfunctie NEPTUNUS in de antithetische 11e fase met de hypothetische KREEFTkleuring, die zelf het antithetische LEEUW beginpatroon gebruikt, bestaat een ingaand inconjunct aspect.
    Dit deel van het netwerk rond de ondersteuningsfunctie breidt haar uit met ongeveer evenveel hypothetische en antithetische elementen en iets minder van de synthetische soort.
    Bezien vanuit haar eigen stuctuur brengen de aspectverbindingen met deze zeven functies nog mogelijkheden op de werkterreinen van achtereenvolgens de 11e, de 10e, de 8e, de 6e en de 5e fase tot stand. Dit verbreedt de nuancering van de zelfbesturingsfunctie nog met een synthetische, twee hypothetische en twee antithetische werkterreinen.
    De aanvoerlijn vanuit de synthetische zesde fase met (de antithetische) WATERMANkleuring bevat de antithetische referentiefunctie VENUS secundair die hierboven, onder 1, is besproken. Dit voegt nog extra activiteit met antithetische dynamische instelling toe op het synthetische werkgebied.

  5. Dit zijn de vier spelers, de functies waardoor en waaromheen het spel wordt gespeeld. Overigens, dat spel spelen Venus, Pluto (+Maan) en Uranus samen met de overige functies, in één beweging van aan- en afvoerlijnen die zich grotendeels buiten de constellatie rondom de Zon, de combinatie van beweeglijkheid, verantwoordelijkheid en speelsheid, afspeelt.

Het is nu wel duidelijk geworden dat bij Mozart - in dit deel van zijn specifieke combinatie van relaties alleen al - volop speelse uitdagendheid aanwezig was. Hij beschikte ook over genoeg moed om vast te houden aan zijn muzikale en sociale idealen en om ze, waar hij kon, in een brede omgeving naar buiten te brengen.

Koppelingen naar
Mozart, de antithetische elementen in zijn geboortekaart,
Mozart, de geboortekaart,
de bespreking van het MAAGD beginpatroon zoals hij dat gebruikt,
structuur #26/8 overzicht van verbindingen binnen processen.
 

  ^  
 

27kdr2n.gif 

'De speelruimte van soeur Supérieure'

'Dat jaar in de zesde klas las ik, wanneer ik klaar was met mijn opdrachten, in een leeg lokaal boekjes met de levens van heiligen en martelaren. Omdat moeder altijd goed van vertrouwen en eerlijk was en zij, via de pastoor, van het hoofd van de meisjesschool van de parochie de belofte had gekregen dat ik, bij uitzondering, voorbereid zou worden voor het toelatingsexamen van de middelbare school, rekende zij daarop. Immers twee jaar eerder was Jan's overgang van de parochiële jongensschool naar het lyceum probleemloos verlopen. In het voorjaar van 1946 deed ik toelatingsexamen en zakte. Mijn ouders kregen daarover bericht en omdat gebleken was dat ik niet was voorbereid voor het examen - ik wist niet wat worteltrekken was - bood de middelbare school de regeling met bijlessen aan die al bestond voor kinderen die uit Indonesië terugkwamen. In het overleg tussen vader, moeder en mij (in mijn eerste verhaal verwijs ik naar dit moment) is besloten dat aanbod niet aan te nemen maar dat ik de zesde klas op een andere school over zou doen.
Maar het schooljaar was nog niet afgelopen. Waarschijnlijk op de laatste dag voor de grote vakantie, tijdens het speelkwartier, kwamen alle klassen in de overdekte open hal bij elkaar. Alle kloosterzusters en ook juffrouw Gram van de vierde klas waren aanwezig bij de toespraak van soeur Supérieure, het hoofd van het klooster. Op een zeker moment moest ik naar voren komen om tegenover de kinderen en de zusters te gaan staan en terwijl zij naar mij wees zei zij:
"Kijk eens wie hier staat, dit is dat meisje dat meent dat zij beter is dan de anderen op deze school. Zij wil een speciale behandeling krijgen. Wat verbeeldt zij zich wel? Dit kind is een schande voor de school, met zo'n kind moet je niet spelen. Kijk goed naar haar! Dit kind moet zich schamen, met zo'n kind moet je niet omgaan".
Toen zij klaar was moest ik opzij blijven staan en toekijken tot het speelkwartier over was. Ik begreep niet waarom zij, de door iedereen met veel egards behandelde statige zuster, mij zo nadrukkelijk tegenover iedereen moest beschuldigen. Ik begreep niet waaraan ik dat had verdiend en waarover ik mij moest schamen. Ben ik slecht omdat ik wil leren? Ik voelde mij verward - Waar gaat dit over? Is dit eerlijk? Wat heb ik fout gedaan?
Vader heeft mij op een zomerse dag, buiten, uitgelegd dat, net zoals delen het omgekeerde is van vermenigvuldigen en aftrekken van optellen, worteltrekken de omkering is van machtsverheffen.'
 

Soeur Supérieure en haar publiek

Achteraf begrijp ik dat soeur Supérieure gedwongen was het beleid van haar oversten uit te voeren en te verdedigen en dat het ook op andere door nonnen geleide lagere scholen gebeurde dat meisjes voor de door hun eigen orde aangeboden ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs) opleidingen werden aangeworven. De idee achter de Volksschool, dat zijn beperkte doel voor deze meisjes voldoende moest zijn, deugde natuurlijk niet. Op de kwaliteit van het door de zusters aangeboden onderwijs was overigens niets aan te merken.
Op het moment zelf was er iets paradoxaals, iets wat soeur Supérieure of de zusters en zeker de kinderen niet op konden lossen. Ik heb intussen wel ontdekt dat soeur Supérieure de spelmethode (en mijn rug) gebruikte om haar gehoor en haar superieuren iets te bewijzen, misschien dat zij in staat was gehoorzaam haar opdracht uit te voeren. Het is mij niet bekend wat de uitwerking is geweest op de andere medespelers waarvan velen de achtergrond niet kenden. Met mijn klasgenootje Nettie in 't Groen en haar zusjes of met de andere kinderen die ongewild in de situatie verwikkeld waren geraakt heb ik, naar ik mij herinner, later nooit problemen gehad. Omdat we niet langer samen naar dezelfde school liepen verminderde het contact. Van de betrokken zusters-onderwijzeressen moeten meerderen op de hoogte geweest zijn van de feiten. De toespraak heeft ongetwijfeld vragen opgeroepen en haar uitwerking gehad op een aantal van hen. Ik heb hen nooit meer ontmoet.
De ervaring heeft mij niet verhinderd om mensen te vertrouwen en soms teleurgesteld te worden. Het heeft mij geholpen om te zien dat je ook, door alleen maar ergens te zijn, belangrijke ervaringen op kunt doen, zoals in dit geval over de kaders en motieven van waaruit mensen handelen. Het heeft onbedoeld aan mijn rol als intens aanwezige medespeler richting gegeven. Zo zal ook elk van de aanwezigen de gebeurtenis op eigen wijze interpreteren en zal ze, vroeg of laat, voor elk van de betrokkenen haar nut bewijzen.
 

  ^  
 

Wat te doen met de opbrengsten van het spel?

Ik heb in deze zine gekeken naar het uitdagen van de omgeving en het spelen met betrekkingen van wederzijdse afhankelijkheid. Door te handelen en dingen uit te proberen, door bekwaamheden te oefenen, testen mensen hun eigenwaarde, ontdekken hun speelruimte, doen ervaring op met wederzijds respect en leren zichzelf te besturen. Mozart was in staat te handelen op een manier waaruit blijkt dat hij zijn speelervaringen ook kon verwerken en, als veelzijdig autonoom mens, tot respectvolle beslissingen in staat was. Così blijkt uiteindelijk een show te zijn die uitdaagt om dieper na te denken. Anders dan in de wereld van mijn ouders waarin ik bijzonder mocht zijn, stonden in de leefwereld van sr. Supérieure rangorde en zwart-wit denken voorop en lieten weinig speelruimte aan individualiteit. Haar show van autoriteit ontmaskerde haar als een onzeker en onvrij mens.
Het is aan de spelers en de aanwezigen om, naar hun aard en behoefte, zich hun ervaringen ten nutte te maken. Maar hoe ga je om met de waarden en keuzemogelijkheden die je als speler ontdekt hebt, hoe kun je gewenste en ongewenste, dus blijkbaar noodzakelijke, ervaringen in je leven nuttig gebruiken en verwerken? Dat is het terrein van de synthetische delen van het netwerk van verbindingen. Het volgend thema zal daarom moeten gaan over problemen en oplossingen, over analyse van verschillen en nut, over het hanteren van groepen en hun kaders - zoals wetten, voorschriften, regels, fatsoen en andere afspraken betreffende speelruimte en kwaliteit van leven of werk. Dat kan een interessante oefening in machtsverheffen en worteltrekken worden.