ZIGZAGZINE #29, structuur #9: Een complex netwerk 2: proces en context

  ^  
 

Inleiding

Het begrip context tot nu toe

Het begrip context heb ik vaker gebruikt, in feite al vanaf het begin, zonder er speciaal bij stil te staan en me af te vragen hoe taalkundigen het interpreteren. Aanvankelijk heb ik het in de structuurlijn als nieuw begrip ge´ntroduceerd, als innerlijke context in contrast met de omgevingscontext. Vervolgens, bij het onderzoek naar de dualiteit van de voor het proces subjectieve en objectieve contexten, heb ik het begrip verder uitgediept. Bij het eerdere denken over betrekkingen binnen een netwerk is de omgevingscontext al even naar voren gekomen als noodzakelijke voorwaarde voor de ontwikkeling van processen. In dit deel, onderweg van bouwsteen naar relatie, wil ik het begrip context nog verder exploreren.

Koppelingen naar
innerlijke context van ruimte en tijd - structuur #6/2 en de tabellen daarbij,
grenzen van processen - structuur #19/6.
over potentialiteiten en de betrekkingen tussen processen - structuur #26/8.
 

overzicht - De bouwmaterialen voor een proces

Als alles proces is dan is een context ook een proces. Om een proces als context te kunnen onderzoeken en om de universele relatie verder uit te kunnen werken wil ik opnieuw een overzichtje van de bouwstenen geven. Met bouwstenen bedoel ik de elementen die binnen de structuur van een proces, dus ook in een proces 'context' of in een proces 'wereld' (wereld in de zin van 'omgevingswereld', niet van kosmos of heelal omdat ik niet weet hoe het universum er van buitenaf uitziet en niet in de val van de paradox wil lopen), worden gecombineerd:

  • de ruimtelijkheid in de tijd en de beweging (die we ook kennen als 'het dubbele karakter' van het licht dat zowel deeltje- als golf-eigenschappen bezit [ noot ]) die de basis van het proces vormen:
    • de vier statische elementen van ruimte en tijd, in polariteit,
    • de drie dynamische elementen, in dialectiek,
  • een gegeven innerlijke wereld en een van daaruit benaderde leeromgeving, beide onmisbaar voor het proces dat zich (be)vindt in een context:
    • de twee gezichtspunten subjectiviteit en selectiviteit, in symmetrie,
  • de co÷rdinatie van een proces, in de tijd consistentie zoekend zowel in zichzelf als in de relatie met zijn omgeving:
    • de eenheid, in voortgaande afspiegeling.

Koppelingen naar
de grondslag van mijn denken over de structuur van het proces - structuur #6/2
de eenvoudige lijst van componenten - structuur #23/7.
 

  ^  
 

De kosmos, een geheel van contexten

In het kader van de omgevingswereld als proces en dus noodzakelijk als context van alles daarbinnen wil ik eerst eens losjes bekijken wat ik al weet over dat fenomeen. Wat komt er zoal bij mij op bij de vraag wat een context is?

De context van een proces is zijn leeromgeving. Een proces kan niet weglopen voor zijn context. Het proces is ervan afhankelijk om zich te kunnen ontwikkelen door erin verwikkeld te raken en om zijn doel of functie te kunnen verwezenlijken.

Door zijn unieke doel heeft elk proces een uniek eigen gezichtspunt van waaruit het de omgeving waarneemt: de perceptie van een context is dus per definitie voor ieder proces verschillend.
Elk proces is selectief in de benadering van de actuele context want, vanuit zijn subjectief standpunt bekeken, bevat de actuele context alleen dat wat op dat moment nodig is voor het proces; het neemt alleen datgene waar wat het op dat moment nodig heeft.

Elk proces is op zijn beurt zelf onderdeel van de context van andere processen en draagt, bijgevolg, bij aan zowel de verwikkeling als aan de ontwikkeling van andere processen.

De context van een proces strekt zich uit, is ruimtelijk, naar gelang van de aard van het proces en naar gelang de situatie van het moment.
De ruimtelijke context van een proces kan passief wisselend zijn, zoals het weer over een berg, een mens of een groep mensen trekt, maar kan ook actief worden gewisseld door mensen en andere dieren als zij naar een andere plaats gaan of zich bij een andere groep aansluiten. Ik denk hier aan klimaat, een buurt, een natie, een politieke partij, enzovoort.

De context van een proces is vluchtig, wisselend, voortgaand in de tijd: de context van een proces is dus, behalve verschillend en selectief, ook altijd eenmalig.
De context ademt de geest van de tijd (tijdgeest naar het duitse Zeitgeist), het vertoont de heersende geest of mentaliteit van een bepaalde periode, het is het karakter van een tijdsbestek. Het is een actuele tendens die een bepaalde ruimte beslaat.

De wereld als context is een verzameling contexten bestaande uit en voor zijn zelf gegenereerde processen.
De context, (deel van) de wereld of de kosmos, bevat - alleen op die tijd en plaats - de geschikte omstandigheden voor de volmaakte ondersteuning van dat ene proces.

Het totaal van alle contexten is een geheel: de wereld is een organische eenheid, een systeem van processen en hun contexten.
Het systeem bestaat uit processen die zijn gegenereerd en, voortdurend genererend, worden.
Het systeem bestaat uit overlappende, individueel ge´nterpreteerde, omgevingswerelden ofwel contexten, als proces genereren contexten processen.
 

Rondom de relatie tussen context en proces

De relatie tussen context en individueel proces is, zoals gezegd, een relatie van eenheid.
De actuele context bepaalt het karakter van die ene gebeurtenis, de unieke eigenheid van dat proces bij zijn initiatief om te beginnen. De actuele context geeft elk proces zijn singulier karakter mee.
De context, voortgaand in de actualiteit, past zich voortdurend aan en transformeert zich, zowel in reikwijdte (moeder, huis, buurt, groep en club, stad, streek, land, ras, werk, staat, politiek) als in karakter en streven (door de aard van de onderdelen: mentaal, taalkundig, intellectueel, emotioneel, ethisch, geloof, cultureel, historisch). Hij biedt aan een proces alle aanvullingen van weerstand en steun die het nodig heeft om zich te onwikkelen en zijn bestemming te bereiken. Het geeft aan elk nieuw initiatief een singulier karakter: zijn eigen innerlijke ruimte en zijn innerlijke tijd.
De wereld heeft elk proces doelgericht gegenereerd; een proces is voor de ontwikkeling van dat gegeven doel volledig van zijn actuele context afhankelijk. Omgevingswereld en individueel proces kunnen niet zonder elkaar, zij zijn wederzijds van elkaar afhankelijk. Processen kunnen niet anders dan andere processen gebruiken.

De wolk bepaalt niet of zijn water nu of straks zal vallen,
een zelfstandig bakker kan niet naar willekeur beslissen of hij vandaag zijn brood zal bakken of niet,
de walvis hoeft zich niet almachtig te wanen of zich verheven te voelen boven een school kleine visjes, zijn voedsel,
de koe kan niet zonder gras, het gras niet zonder water.

Samengestelde processen genereren voortdurend processen die zij toevoegen aan de context en voor hun doel gebruiken. Samengestelde processen kunnen door hen gegenereerde processen misschien beŰindigen maar ze niet uit de context verwijderen, zij blijven aanwezig in beider historie en geheugen.

Een gebeurtenis is niet exact herhaalbaar, de context van de nieuwe gebeurtenis bevat de oude episode.

Elke gebeurtenis of proces, een telefoongesprek, de griep, een groet, een idee, is gegenereerd en heeft daarmee een bedoeling meegekregen.
Een proces is, omdat het afhankelijk is van zijn context, dus ook afhankelijk van andere processen in die context om zijn potentialiteiten te ontwikkelen en zijn gegeven doel te realiseren.

Een ouder heeft het kind dat hij nodig heeft en, omgekeerd, heeft het kind de ouders die het nodig heeft voor zijn doel, naar gelang de opdracht en benodigde eigenschappen uit de actuele context.

Ieder proces doet waar het, volgens zijn taak of functie, goed in is en blijft dat doen terwijl het zich ontwikkelt. Gedrag bestaat in feite uit een aantal processen die het oorspronkelijk proces heeft gegenereerd in zijn actuele context. Terwijl het zich ontwikkelt in zijn context zal het zijn manier van doen aanpassen aan het peil van zijn ontwikkeling terwijl zijn doel nooit verandert. Het vertoont aangepast nieuw gedrag in nieuwe processen.

Instituties, organisaties of bedrijven zijn processen met een opdracht vanuit een ander proces, ze bestaan zolang hun doel levensvatbaar is omdat de klant, het opdrachtgevend proces, het ondersteunt.
De opdrachtgever van alle instituties, organisaties en commerciŰle bedrijven is een deel van de context bestaande uit burgers, gelovigen, patiŰnten, klanten en uit al diegenen die direct of indirect afhankelijk zijn van het bestaan ervan.
Politici, directies, geestelijk leiders, bestuurders, verantwoordelijk voor de uitvoering van doelen van collectieve opdrachtgevers, beschikken over de mogelijkheid om de geest van de tijd te toetsen door enquŕtering en volksraadpleging.

Een proces voldoet niet per se aan de verwachtingen van het genererende of opdrachtgevende proces, het concrete doel wordt immers aan het proces meegegeven door de actuele context in ruime zin. Een proces kan verscheidene pogingen ondernemen om er zeker van te zijn dat een bepaald doel wordt gerealiseerd.

Het proces kan, om bijvoorbeeld informatie te verkrijgen of over te brengen, verschillende middelen tegelijk of na elkaar gebruiken.
Het proces aarde heeft blijkbaar meerdere variaties van soorten getest. Binnen een dierlijke soort (ook de menselijke) kan elk individu worden teruggevoerd op een van een klein aantal oermoeders.

Individuele burgers en boeren hebben, omdat zij daar behoefte aan hadden, samen opdrachten verstrekt om vuil op te halen, wegen aan te leggen, goederen aan te voeren of te produceren en te verkopen, mensen te vervoeren, hun gemeenschap te beveiligen, om te bemiddelen bij conflicten, om kwaliteit te leveren in de vorm van onderwijs, ziekenzorg, culturele voorzieningen en ontspanning, informatie, ruimtes voor bijeenkomsten te creŰren, enzovoort. De opdrachtgevers hebben op diverse niveaus gemeenschappen gevormd en besturen ingesteld. Burgers geven hun gemeenschap zijn reden van bestaan en zijn rechten.
Een bestuursproces heeft zijn opdracht en reden van bestaan vanuit deze context ontvangen.

Zo zijn instellingen tot stand gekomen als: dijk- en waterbeheer, openbaar vervoer, bedrijfsleven en industrie, bestuurssystemen en politie, rechtssystemen, onderwijs-, zorg-, cultuur-, informatie-, utiliteitsvoorzieningen.
Bestuurders van organisaties, instellingen, commerciŰle bedrijven, kerken, e.d. verschaffen de individuele opdrachtgever alle informatie die hij nodig heeft of wenst.
De opdrachtgever is de eindverantwoordelijke, de opdrachtgever delegeert, moet de uitvoering ondersteunen door te controleren, beoordelen, zonodig de opdracht in een betere vorm gieten en voor verleende diensten te betalen.
De inwoner, gebruiker, gelovige, patiŰnt, klant en elke andere afhankelijke of belanghebbende krijgt de overheid, organisatie of gemeenschap die, of het bedrijf dat, het beste voor hem is, binnen die context.

Een verzameling van samengestelde processen, een massa mensen, een zwerm vogels, een mierenkolonie, heeft een breder contact met de actuele context en is daardoor een duidelijker representant van de geest van de tijd, die het zich voortdurend vernieuwend karakter van de context is, dan samengestelde processen afzonderlijk.
Een verzameling van samengestelde processen heeft in zijn gezamenlijk handelen een merkbaarder effect op een brede context dan een van zijn processen afzonderlijk.
Zowel afzonderlijke processen als verzamelingen van processen zijn ontvankelijk voor be´nvloeding en manipulatie door een ander proces; de verzameling is kwetsbaarder, alleen al omdat het meer effect oplevert wanneer de opzet van de manipulator om de behoeften te sturen slaagt.

Banken en aandeelhouders handelen in risicodragend kapitaal.
Banken handelen, net als aandeelhouders, met bedrijven en dus indirect met het opdrachtgevend proces.
Banken handelen ook in directe relatie met burgers.
Banken en aandeelhouders handelen naar de geest en de reikwijdte van hun context.

Opdrachtgevers zijn als gemeenschap(-sproces) en individueel (proces) bevoegd tot en verantwoordelijk voor de controle van hun instellingen.

Burgers en boeren moeten door amendering, enquŕtering, volksstemming of plebisciet en andere raadplegingen kunnen beslissen over (onderdelen van) een voorgestelde grondwet en over beleidszaken en hun marges zoals de hoogte van beloningen en winsten, privatisering van publieke eigendommen en gebruik van natuurlijke rijkdommen, grote samenvoegingen of verkopen van b.v. bedrijven of gemeenschappen, de omvang resp. maximale groei van de bevolking, enzovoort.

De noties van afhankelijkheid en opdracht roepen vragen op over ethische kwesties. De relatie tussen processen is symmetrisch, beide polen zijn gelijkwaardig.

Een proces, dat in zijn unieke opdracht zijn eigen capaciteiten en daarin zijn eigen doel en voorwaarden heeft meegekregen, is als zodanig niet door een ander proces te oordelen.
De opdracht en de uiteindelijke waarheid van een proces zijn meestal pas achteraf kenbaar, uit zijn volledige historische context, zijn dus uit zijn gedrag en in zijn effect af te leiden en door het opdrachtgevend proces te verantwoorden: is mijn doel bereikt, is mijn opdracht uitgevoerd?

 

Hoe omschrijven taalkundigen 'context'?

Deze taal-episode wil ik afsluiten met de visie van taalkundigen op context.
De Oxford dictionary omschrijft het begrip als 'de omstandigheden die het kader van een gebeurtenis, uitspraak of idee vormen, in welks verband die volledig kan worden begrepen'.
De Engelse wikipedia zegt: 'de context van een gebeurtenis, woord, paradigma, wijziging of ander feit omvat de omstandigheden en voorwaarden eromheen'; en ook: 'In case studies (psych.) is de context van een geval de geschiedenis en locale situatie (geografische kaart) die geen onderdeel vormt van het geval zelf, maar niettemin is het begrip ervan noodzakelijk om het geval te  kunnen begrijpen'.
De Nederlandse wikipedia zegt: 'de context is de achtergrond of referentie van elke uitdrukking of idee of gebeurtenis in welke die was uitgedrukt, in relatie tot welke het een bepaalde betekenis verkrijgt'.
De Duitse wikipedia zegt (ingekort): 'met context (latijns con-textus >Samenhang<, meervoud "contexten") wordt een samenhang of omgeving bijvoorbeeld van een woord of een handeling bedoeld (contexo = verweven, contextus = vervlochten, doorlopend. Textura, in het Nederlands "het weefsel")' [ noot ].

Een gebeurtenis heeft dus context nodig om volledig begrepen te worden. Blijft de vraag of dat, wat een proces (een gebeurtenis in de volle betekenis van het woord, inclusief uitspraken en ideeŰn, gevoelens, waarden en rotsen) ook doet, het altijd gebeurt in samenhang met een of andere context? Omdat ik heb geconcludeerd dat een proces niet ge´soleerd kan bestaan wil ik de samenhang nog verder onderzoeken.
Ik wil nu aandacht wijden aan het begrip context in verband met wording. Daartoe zal ik me eerst weer opnieuw bezighouden met de notie van een proces als systeem.
 

  ^  
 

Context als systeem

Hierboven heb ik gesproken over zwermen, massa's en gemeenschappen die contexten zijn van een individueel samengesteld proces zoals een enkele vis, mens, bedrijf, kerk. Ik zou daar nog de voorbeelden van een taal met een individueel woord of een cel met de afzonderlijke molecuul aan toe kunnen voegen. De stap van een samengesteld proces zoals een dier, naar een samengestelde context, zoals een gezin of een schoolklas, was misschien een wat grote sprong, een vergrotende trap die wel wat verklaring kan gebruiken. Een mens als systeem mag vertrouwd zijn maar hoe een massa zijn relaties gebruikt en onderhoudt heeft nog wel wat verduidelijking nodig. De vraag is hoe een dergelijk systeem nu werkelijk zijn voortbestaan en zijn ontwikkeling kan regelen, hoe zijn geheugen werkt en hoe het energie ontvangt en vasthoudt. Het is daarom nodig om even terug te komen op de aard van systemen.

Ik ben niet de enige die van mening is dat een proces een eigen ruimte en tijd hanteert en een eigen leeftijd heeft. Ik spreek van een proces of een systeem waar natuurwetenschappers nagenoeg uitsluitend over systeem spreken. Mijn opvatting van proces is in overeenstemming met de ideeŰn van Whitehead, die in zijn organisme-filosofie een zeer theoretische verklaring geeft a) van proces als actuele gebeurtenis die het worden van een actuele entiteit is, b) van proces als nexus die een set van actuele entiteiten is en c) van proces als society die een geordende omgeving voor elk van zijn leden is en zelf op zijn beurt niet ge´soleerd kan bestaan. Hij beschouwt context als een ordenend element in evolutie, als een complex systeem of organisme [ noot ].

Bij mijn zoeken naar hoe natuurwetenschappers over systeem denken liep ik aan tegen het feit dat verschillende wetenschapsrichtingen, o.a. chemie, kwantum mechanica, thermodynamica en biologie zich daarmee bezighouden. Het gebied is nog niet duidelijk gedefiniŰerd [ noot ]. Ik richt mij voornamelijk op de informatie van Ilya Prigogine, chemicus (Nobel prijs chemie 1977), physicus (thermodynamica, onomkeerbaarheid en entropie, fysische chemie), statisticus en ge´nteresseerd in filosofie, tijdsduur en muziek. Hij beschouwt systemen als zelfsturende (cybernetische) verkwistende (dissipatieve) stelsels, als complexe en chaotische systemen, die spontane zelforganisatie vertonen. In het verband van mijn vraag over context is het interesssant dat hij spreekt over onverwachte manifestatie van 'disorder-order' processen in systemen. Hij biedt een oplossing voor het probleem van de onomkeerbaarheid (de tweede wet van de thermodynamica) door te stellen dat instabiele systemen intrinsieke innerlijke tijd en innerlijke leeftijd bezitten. Innerlijke tijd is volgens Prigogine heel verschillend van kloktijd [ noot ].

Het punt van de overdracht van kennis (zoals gedachten, ideeŰn, afspraken, mentaliteit) tussen onderdelen van een context of leden van een gemeenschap heb ik nog niet voldoende uitgediept. Whitehead noemt als voorbeeld van een society 'de verzameling mensen die Grieks spreken' en zegt 'we kunnen (Newton's uitspraak uitbreiden en) stellen dat het gezond verstand van de mensheid ervan uitgaat dat alle begrippen uiteindelijk terugverwijzen naar actuele entiteiten' [ noot ]. Het was al duidelijk dat actuele entiteiten ruimte en tijd constitueren, in gewone taal: concreet bestaan. Ik concludeer nu dat kennisprocessen worden gedragen door bestaande entiteiten, bijvoorbeeld in de concrete vorm van bewegingspatronen in een lichaam.

Ik ervaar mijn lichaam als het systeem dat mij continu´teit biedt door voedsel tijdelijk vast te houden om er energie uit op te nemen of onderdelen te helpen vervangen, door houvast te bieden aan mijn voorgeschiedenis om mij een herkenbare plaats te geven tussen familieleden, andere dieren en andere dingen. Ik ervaar het als de context die mijn voorkeuren en afkeuren voor mij bewaart zodat ik mezelf herken, die mijn herinneringen en de emoties die er toen waren voor mij bewaart zodat ik mijzelf begrijp. Ik ervaar het ook als de context die de mijne is.
Ik beschouw mijn lichaam als het systeem dat mijn actuele relatie met diverse contexten mogelijk maakt en waarin ik die relaties probeer te ordenen en te sturen. Ik beschouw het als het geheel van lichaamsdelen en eigenschappen die mij soms als losse delen voorkomen, dat mij dwingt tot aanpassing en evenwicht, waarin ik verward kan raken door tegenstrijdigheden of onbegrijpelijkheden. Ik beschouw het ook als de context waarin ik mij heb genesteld, waarin ik mij thuis voel en dat houvast biedt aan mijn proces.

Koppeling naar
een wereldbeeld, de wereld gezien als een open systeem - structuur #23/7
 

Continu´teit en historische context

Een proces verschijnt niet uit het niets. De context, de omgeving van een proces, speelt een verbindende rol. De context zorgt voor continu´teit. Een proces heeft een voorgeschiedenis, het komt ergens uit voort. De context vormt de verbinding met zijn soortgenoten, de historische context van een proces bevat de karakteristieke eigenschappen ervan. Ik denk aan de overdracht van genetische informatie - de ervaring van de soort - van dieren en planten die een puur fysieke weg volgt. De eigenschappen van de soort en van het geslacht worden overgedragen in een aantal processen die voorafgaan aan het proces in zijn zelfstandige relatie met de wereld. Die voorafgaande processen zijn bij een mensenkind de voorouders en ouders, het bevruchtingsproces, de zwangerschap en het geboorteproces [ noot ].
De voertuigen van die informatie zijn de lichaamscellen met in hun kern het genoom, bestaand uit genen en (bij de menselijke soort) schakelaars bij een aantal van die genen. De omstandigheden in de omgeving kunnen inwerken op de genen, van zeer langzaam (invloed van natuurlijke omgeving), via relatief snel (invloed menselijke omgeving en gedrag op het menselijke schakelaar-gen) tot direkt (invloed bij menselijke manipulatie van organen, cellen en genen). Bij andere dieren, met name bij sommige insecten, komen andere methoden van overdracht voor. Van werkbijen is bekend dat zij het geslacht en daarmee de functie van het broedsel bepalen door het toedienen van specifiek voedsel.
De eigenschappen van bijvoorbeeld bergen, theekopjes, rivieren liggen vast in, simpel gezegd, de materialen die bij hun bestaan betrokken zijn. Het is duidelijk dat de geschiedenis van gebergtes ligt besloten in de vorm zelf van het gesteente en is af te lezen uit stroompjes, uit de plooiing van gesteentelagen, uit de spleten en uitgesleten dalen en uit het materiaal van de morenen. Het theekopje volgt de eigenschappen van het porselein, het karakter van de Rijn volgt het water met alles wat het meevoert op zijn tocht naar het laagste punt over de bodem en langs de oevers. Maar altijd is er een bredere context bij betrokken: respectievelijk tectonische platen, de pottenbakkers met hun bekwaamheid in hun tijd, de landschappen met hun historie.

Dit waren de genetische en de natuurkundige wegen van continu´teit. Maar waar het in feite over gaat is het vasthouden van ervaring, het verband tussen toen en nu en de rode draad van begrip. Ik ga terug naar mens en dier. Een ervaring blijkt bij wezens met hersens daarin verbindingen tot stand te brengen, gewoonten en routines slijten in en laten er sporen in na. Antonio R. Damasio heeft in zijn tamelijk recent verslag van hersenonderzoek [ noot ] die afbeeldingscapaciteit van menselijke lichamen bevestigd. Gedachten en emoties veroorzaken verbindingen en bewegingen, het zijn fysieke toestanden die het lichaam registreert. Het zijn niet alleen hersenen die sporen van ervaring vertonen, elk fysiek lichaam vertoont na verloop van tijd in al zijn onderdelen sporen van ervaringen in de vorm van spiervorming, virtuositeit, vetvorming, slijtage, vervorming, erosie en dergelijke, zoals de voorbeelden hierboven al aangaven. Herinneren is de capaciteit om terug te kunnen grijpen op fysieke, emotionele, intellectuele en intu´tieve informatie over eerdere toestanden van een lichaam die het fysiek heeft vastgehouden in het geheugen.

Continu´teit is zeker niet hetzelfde als constantheid. Behalve dat constantheid in strijd is met de aard van materie - en dus van ieder organisme, lichaam, systeem - die altijd energie in zich bergt (E=mc▓) die steeds fluctueert en naar situaties van instabiliteit neigt, bestaat de constantheid van 'constant'en eenvoudig niet (de 'constant'e c, de snelheid van het licht, bijvoorbeeld is niet constant). Ilya Prigogine constateert dat een 'lichaam', een instabiel systeem, dank zij zijn intrinsieke sturingsmechanisme (operator) innerlijke tijd en zijn daarmee samenhangende innerlijke leeftijd of geheugen, kan anticiperen op toekomstige gebeurtenissen [ noot ]. Als voorbeeld van innerlijke leeftijd geeft hij de globale inschatting, van buitenaf, die we hebben van de plaats van een ding in zijn tijd.
Desalniettemin beschikt een proces over de constantheid van zijn gegeven doel in de vorm van een opdracht en geschikte instrumenten om die uit te voeren.

Overdracht van energie, met inbegrip van informatie uit ervaring en over emoties, kan volgens de genoemde voorbeelden langs fysieke weg plaatsvinden. De universele integrerende relatie is de co÷rdinerende verbinding die plaatsvindt in de actualiteit tussen een proces en zijn context en tussen een proces en zijn cycli. De relatie moet daartoe over een fysiek collectief geheugen kunnen beschikken dat de ontwikkeling van de soort, herinnering en het bewaren van ervaring mogelijk maakt. Ik ga er dus van uit dat een context, dat een proces is, in staat is om ervaringen vast te houden en over een geheugen beschikt om aan te refereren. Zomin als een proces uit het niets verschijnt, zo zal een proces niet zonder spoor verdwijnen.
 

Actualiteit en cycliciteit

De ontwikkeling van een proces dat in zichzelf continu is vindt plaats in de actualiteit en in de cycliciteit van actuele processen. De context, de omgeving van het proces, speelt ongetwijfeld ook hierin een belangrijke rol. Ik begin met het verzamelen van wat feiten over actualiteit.

Ik beschouw de opdracht als de enige constante grootheid van het proces. Het zich ontwikkelen tot een gegeven doel betekent zich uitbreiden, ontwarren, ontplooien, evolueren. Ontwikkelen uit welke verwikkelingen en betrokkenheid? Uit de verwarring en verwikkeling die voortvloeit uit relaties met contexten, met een omgeving die als zeer veranderlijk, inconstant, grillig overkomt? Een verplichte relatie, want elk proces heeft energie van buitenaf nodig. Impulsen en weerstanden die zorgen voor plooien, warrels, knopen en wikkels die een proces aan het werk zetten. Een omgeving die aan dieren voedsel levert. Het is de interactie tussen processen die tot plooien, warrels, knopen en wikkels leidt, die tot herinneren noopt en tot anticiperen en sturen naar een oplossing uitdaagt. Het is het proces dat situaties van instabiliteit nodig heeft. Uitwisseling van energie verstoort het evenwicht van een duurzaam proces dat, anticiperend op mogelijkheden, zal streven naar de ontwikkeling van zijn opdracht. Verwikkeling en ontwikkeling horen dan ook bij elkaar.

Een proces streeft vanuit een verstoord evenwicht naar de ontwikkeling van zijn opdracht. De idee dat een 'lichaam' een sturingsmechanisme van innerlijke tijd heeft is voor mij niet nieuw. Dat een 'society' wordt gestuurd door het gezamenlijke ideaal van orde van de leden evenmin. Het is voor mij niet vreemd omdat ik juist ben uitgegaan van het principe dat ieder proces, zowel een lichaam of een massa, als een gemeenschap of context, zijn eigen intrinsieke innerlijke ruimte en tijd bezit en hanteert. Dat het consistent werkt aan zijn groei.

Nadenken over verstoring van evenwicht en over ontwikkeling betekent nadenken over cyclische processen. Hoe zit dat in elkaar? Een cyclus is een proces dat binnen een bepaalde tijdschaal ÚÚn doorgang maakt langs de karakteristieke fasen en onderdelen, volgens zijn patroon. De tijdschaal kan variŰren van de totale levenscyclus van een dier tot delen daarvan zoals een dagcyclus, of de cyclus van een lichaamscel, of een werkje van begin tot eind, of het eten van een appel. Elke cyclus doorloopt in die periode het patroon van een van de functies die het proces tot zijn beschikking heeft, de cyclus vindt plaats in interactie (wisselt energie uit) met de actuele context. Cycli zijn unieke processen, geen herhalingen of spiralen. Een voorbeeld: de verschillende functies hanteren een verschillende tijdschaal en kunnen een verschillende leeftijd hebben. Bij een kleuter is duidelijk te zien dat de ontwikkeling zich achtereenvolgens op verschillende functies concentreert, grofweg ˇf op fysieke ˇf op verstandelijke ˇf op emotionele groei. Een tijdschaal kan, tot op zekere hoogte, worden onderbroken en later weer voortgezet.

De conclusie is dat worden en groei bestaat uit reeksen kleine processen die stuk voor stuk uniek zijn. De context van die processen bevindt zich op een bepaalde plaats en op een bepaalde tijd. Op dat punt 'hier en nu' is de context met de geest van de tijd en het collectief geheugen aanwezig, is de context in eenmalige interactie met een eenmalig proces. Dit is wat hier bedoeld wordt met actualiteit, het is ruimtelijkheid voortgaand in de tijd. Door die voortbeweging is het 'nu' weliswaar snel voorbij maar is het ook een concreet te vatten grenspunt, een fluctuerende energie die aan een proces de onmisbare vluchtigheid biedt. De standaard astronomische gegevens van tijd en plaats dienen als aanduiding van de actualiteit, de 'vluchtige' intrinsieke innerlijke ruimte en tijd van de omgevingscontext, de tegenhanger van de 'constante' intrinsieke ruimte en tijd van de innerlijke context. Niet de context als proces is instabiel maar de context als vluchtig en wisselend aanbieder of aantrekker van interactieve processen.
De context is een variabele uitdaging voor een op zich constant proces. Een proces kan inhaken op een van de snel wisselende mogelijkheden uit de verzameling mogelijkheden in de actualiteit. Dat resuleert dan in een nieuwe proces met het actuele karakter dat voor dat proces een constante grootheid zal zijn. Het proces anticipeert op deze manier ook op de komende ontwikkeling van zijn context en plant de toekomstige ontwikkeling van zichzelf daarin. Het proces - selectief vanuit zijn intrinsieke innerlijke ruimte en tijd - schat zijn mogelijkheden in de voortgaande context in.

Als mens en individueel proces vergezelt ons steeds het dilemma van een onveranderlijke eigen opdracht omgeven door een zich steeds anders aan ons presenterende (chaotische) wereld van actuele contexten. We communiceren ermee en anticiperend op onze mogelijkheden sturen we onze ontwikkeling. Onze innerlijke leeftijd is de afstand die we hebben afgelegd op weg naar ons doel.
De evolutie van de tijd is de stroom van relaties die een samengesteld proces, een 'lichaam' of 'materie', onderhoudt met zijn actuele contexten voor zijn ontwikkeling in zijn eigen intrinsieke tijd. Die stroom van relaties is de uitwisseling van energie tussen duurzaam individueel proces en actuele context. Prigogine gebruikte de uitdrukking 'stroom van invloeden'.
Het lijkt mij dat nu het moment is gekomen om een nieuw overzicht van de structuur op te stellen.

Koppelingen naar
een individueel ruimtetijd systeem - structuur #9/3
oriŰntatie in ruimte en tijd - structuur #13/4
individualiteit, dynamiek en klonen - structuur #16/5.
 

  ^  
 

De relaties tussen een proces en de actuele context

De universele relatie is de (algemene) dynamische verbinding van de co÷rdinaten ruimte, tijd en zoveel andere als er zijn, die een proces als zelforganiserend systeem nodig heeft voor het vervullen van zijn functie.
 

overzicht - De elementaire relaties

In de vormgeving hiervan probeer ik de formele en de informele benadering te combineren om zo meer duidelijkheid te krijgen. Waar context vet is gedrukt is actuele context bedoeld. Het proces dat de opdracht geeft, het opdrachtgevend proces, zal ik in het vervolg van dit hoofdstuk met o.p. aanduiden. Met actueel wordt bedoeld: nu en hier bestaand.

De opdracht voor het nieuwe proces is simpel: "dit sms'je met 'ja' verzenden". Het berichtje is geschreven, het toestel is klaar. De opdrachtgever is klaar om te verzenden. De eerste verbinding die moet worden gemaakt is het contact met de omgeving.
 

de betekenis van ╗+ź is 'polaire relatie' h = hypothetisch, a = antithetisch, s = synthetisch
Spacer.gif (1) Spacer.gif (3) Spacer.gif (2)

|1|
h

De spontane relatie van polariteit, de innerlijke
verbinding van het o.p. met zijn actuele context.

Ruimtelijke relatie: zich spontaan openstellen voor
dit bepaalde karakter /dit patroon/ in de omgeving.

De onbestemde energie
van deze context
onthoud ik voorlopig:
"deze impuls daagt mij uit tot actie".
Wat kan ik
tegenover
deze onbekende impuls
stellen?

Een ongerichte toestand
omzetten in een doelgerichte activiteit
vereist
de beschikbaarheid van een fysiek geheugen
met herinneringen aan ervaringen
om aan te refereren.

Dus is een tweede relatie nodig.

|7|
h

29pool1d.gif

De actuele relatie van interactie, de innerlijke verbinding van
unieke capaciteiten met andere, alternatieve contexten.

Temporele, de tijd betreffende, relatie: kennis aanbieden of
aantrekken in wisselende contexten, verwikkeld raken,
vraag en aanbod in balans brengen.

Deze en gene context toont zich aan mij:
de knopjes hebben dezelfde kleur, net als altijd,
maar wat betekent dat rose daar?
Zo kan ik het bericht aan iemand anders sturen,
soms is het leuker, liever of opwindender om op te bellen.
Daar kan ik de tekst herzien.
Hier kan ik er met iemand over praten.
Ik kan mijn mening wijzigen, niets doen, afwachten:
"zo kan ik mijzelf spiegelen en herkennen".
Ik maak kennis met voortgaande energiŰn,
mogelijk tegenwicht in de actuele context.

Ik kan niet al mijn ambities volgen, er moet ÚÚn van zoveel
uitdagende alternatieve mogelijkheden worden gekozen.

Dus is een achtste relatie nodig.

|2|
a

De statische relatie van terugkoppeling, de
verbinding van het o.p. en zijn onbestemde situatie
met zijn geheugen in de voorafgaande cyclus.

Temporele, de innerlijke tijd betreffende, relatie: de
tijd nemen om te refereren aan mijn opdracht en het
eigen patroon van het o.p. op te halen.

Ik, het o.p., houdt dit onbepaalde energiepatroon
voorlopig vast
en haal mijn voorwaarden en leeftijd,
mijn tot nu toe ontwikkelde grootheid,
op uit mijn geheugen.
Dit sms'je met 'ja' verzenden, altijd haastig, maar
"ik zet dit door tot het einde, continu, constant".
Deze onbestemde situatie biedt zich aan om daarin
mijn te ontwikkelen patroon te actualiseren.

Wat is de waarde van dat patroon voor mijn doel?
Deze herinnering leidt tot niets tenzij er een derde
relatie tot stand komt.

Dus is een derde relatie nodig.

|8|
a

29pool2d.gif

De individuele relatie van selectiviteit, de afstoting van alle
ongewenste mogelijkheden om zich met slechts een te
verbinden.

Ruimtelijke relatie: verwerpen of niet toelaten is kiezen.

Dit hoor ik niet, dit ruik ik niet, dat voel ik niet,
dat proef ik niet, dit zie ik niet,
mijn blinde vlek beschermt mij, onbewust, zolang het nodig is.
Ik laat mij niet afleiden van dit doel van mij.
Dit kiest mij, dit kies ik,
ik kan niet anders, dit moet ik,
aan deze actuele context geef ik mij over,
dit blijft over, het enige, de essentie,
hiervan geniet ik.
Dit transformeert,
".." zegt niets, neemt de kern op de korrel,
mijn massa met verborgen kracht tot actuele macht.

Ik moet kunnen geloven dat mijn keuze echt het ideale doel vormt,
het hele terrein moet uitgebreid worden verkend.

Dus is een negende relatie nodig.

|3|
s

De dynamische relatie van dialectiek, de verbinding
van twee entiteiten tot een bepaalde actuele
mogelijkheid.

Temporele, de tijd betreffende, relatie: een in
essentie circulaire relatie die vergelijking insluit -
hypothese, antithese, synthese =>
bijgestelde these.

De waarde van de onbestemde situatie in de
context vergelijken met de waarden in de
ontwikkelde situatie van het eigen doel.
Eigen waarden plus nieuwe waarde wordt, als er
tussen de patronen verschil is dat verschil maakt, aangevuld met kennis.
Bekende grootheid gerelateerd aan verschil is drie:
"dit sms'je met 'ja' verzenden, altijd haastig" -
"dit apparaatje verzendt als je op het knopje drukt, de actuele context toont zich zonder haast" =>
onderscheid:
"het mogelijk tegenwicht vraagt geen haast".
Deze weg is kinderlijk eenvoudig.

Een gegeven feit leidt alleen dan tot handelen als er
innerlijk een vaste basis is die ruimte biedt aan de
bestemming en de mogelijkheid absorbeert.

Dus is een vierde relatie nodig.

|9|
s

29pool3d.gif

De uitbreidende relatie van grensverkenning, de verbinding
van mijn huidige inzicht met de uitgebreide mogelijkheden
voor ontwikkeling in deze en gene context.

Ruimtelijke relatie: het terrein verkennen,
mijn grenzen overschrijden, vaagheid en waan doorprikken,
mijn blikveld verruimen.

Om mijn context uit te breiden neem ik kennis
van die filosofie, religie, theorie, cultuur, PR-techniek, de ideeŰn
van minderheden, de context van agressie en oorlog.
Ik probeer waan en manipulatie te begrijpen.
Ik verweet mijn baas dat hij mij opjaagt, maar mijn verhaal vertelt
dat ik zo geleerd heb zelf voor mijn rust te zorgen,
in belangrijke dingen mijn eigen weg te gaan.
Ik ga de confrontatie met andere standpunten aan.
Na zorgvuldige interpretatie van de uitkomsten
en met respect voor mijn subjectieve perceptie
geloof ik wel dat dit knopje de juiste functie heeft
maar dat nu verzenden toch niet mijn ideaal is.
"Dit kan warempel nog een snelheidsrecord worden!"
Mijn uitgebreider inzicht in de onbestemde energie van de
actuele context maakt mij kinderlijk enthousiast.

Maar om extremiteiten te vermijden wil ik er zeker van zijn dat ik de werkelijkheid niet uit het oog verlies.

Dus is een tiende relatie nodig.

|4|
h

De funderende relatie van symmetrie, de
innerlijke verbinding van de twee paren
ruimtetijd en binnen-buiten.

Symmetrie is de gelijkwaardigheid van twee polen,
bijvoorbeeld ja en nee.
Ruimtelijke relatie: mijn innerlijke context en het
actuele karakter van de omgevingscontext,
proces en actueel patroon symmetrisch
samenvoegen en zo mijn basis verstevigen.

In mijn intrinsieke ruimte neem ik subjectief waar:
mijn kijk op de ruimte en de tijd
waarin ik mij beweeg.
Als ik dit ongearticuleerde toelaat, het me eigen
maak, zal ik de waarden in mijzelf opnemen.
Voor deze opdracht verenigt zich
mijn eigen patroon met de actuele kracht van mijn
waarden definitief wel of niet
met het patroon van de actuele context.
Ik grijp dit aan,
".." zeg niets, ik draag en bevat het kind.
Mijn massa met verborgen kwaliteit en singuliere
opdracht laat de waarde van deze context toe.

Om de ontwikkeling van dit uitgebreider potentieel
uitvoerbaar te maken ontbreekt mij nog het
algemeen overzicht.

Dus is een vijfde relatie nodig.

|10|
h

29pool4d.gif

De consistente relatie van autonomie, de innerlijke verbinding
van mijn doelmatig gevormd product met mijn actuele context.

Temporele, de tijd betreffende, relatie: de tijd maken,
nog niets doen, wel afstand scheppen en echt na-denken
over de geloofwaardigheid van het ideaal.

Als ik niet vrij van angst ben,
dan laat ik mijn blinde vlek mij afschermen,
dan zoek ik overhaast het tijdelijk constante van
moeder's bescherming, seks, drugs, status, geld, ...
Als ik niet meer hoef te beginnen met "nee",
dan waag ik het, stabiel in mijn tijdelijke waarheid,
dan volg ik de spontane energie van de actuele context.
Ik waak over mijn innerlijke tijd, alleen uit eigen verkiezing.
Mijn politieke beslissing:
Ik anticipeer objectief op mijn toekomst,
zijn er nog beren in deze omgeving?
Ik paal mijn bestemming af, bepaal mijn intrinsieke vorm
om hem vast te kunnen houden in mijn intrinsieke tijd.
Morgen bekijk ik de situatie weer en meld mijn beslissing
(genereer weer een nieuw proces) want
"ik bescherm en begeleid dit kind".
Het is nu tijd om consistent
mijn geactualiseerde patroon te ontwikkelen.

De vorm volgt nu volmaakt de planning.
Betrouwbaar voor mijzelf ben ik klaar om te doen wat ik kan.

Dus is een elfde relatie nodig.

|5|
a

De creatieve relatie van sturing, de verbinding van
mijn perceptie van de actuele context met de
identiteit van het o.p.

Ruimtelijke relatie: de samenvoeging toetsen
van mijn gegeven capaciteiten en ervaring met
de potentialiteiten van de actuele context.

Ik speel met de regels om de waarde te toetsen.
Als ik het echt wil kan ik mijn identiteit in
deze relatie creatief uitdrukken.
Ik durf me zo door deze energie gemodificeerd
in mijn context te vertonen.
"Ik wil het werk aan mijn opdracht nu rustig in
goede banen leiden".
Centraal staand in het spel kan ik het zo
regelen dat de onbestemde energie
van deze situatie voor mij
overzichtelijk en bestuurbaar wordt.

Mijn actuele grootheid wil ik productief maken.
Om met deze spelregels te kunnen werken
heb ik doelgerichte praktische verfijning nodig.

Dus is een zesde relatie nodig.

|11|
a

29pool1d.gif

De symmetrische (=gelijkwaardige) relatie van acceptatie, de
verbinding ter vervolmaking van de vorm in de sociale context.

Temporele, de tijd betreffende, relatie: voorbij de angst
kan ik ontspannen wandelen in de voortgaande actualiteit,
kan ik mijn eigen grenzen verleggen.

Vanuit zelfrespect hanteer ik mogelijk tegenwicht met respect.
Ik kan weerstanden niet controleren, kritiek is ook nodig.
Zoals ik de groepen moet gebruiken zo moet ik toelaten dat
die groep mij gebruikt.
Ik volg mijn perceptie van de voortgaande contexten.
Ik richt mij op deze groep omdat hij gelijkwaardig is,
wij passen bij elkaar.
Ik vertrouw me aan hen toe.
Jammer voor die andere context, ze trekt mij niet meer aan.
Als ik betrouwbaar ben dan ben ik ook bevoegd.
"Hoe adverteer ik mijzelf en mijn belangen?",
"Hoe geef ik mijn pup mijn kunsten en vaardigheden door?"
Ik ben nu klaar om de opdracht te geven
en haar in de context te blijven volgen.

Het o.p. kan het nieuwe proces genereren om de opdracht,
die nieuwe grootheid, in de actuele context uit te gaan voeren.

Dus is een twaalfde relatie nodig.

|6|
s

De statisch-dynamische relatie van functionaliteit,
de verbinding van de eigen capaciteiten met
geactualiseerde waarden.

Temporele, de tijd betreffende, relatie:
de potentie van het o. p. modificeren tot een nu
te gebruiken routine, met hulpmiddelen die zijn
geactualiseerd tot meer doelmatige instrumenten.

Mijn werkmethode in detail tot
mijn te ontwikkelen patroon actualiseren.
Op mijn intrinsieke leeftijd voer ik met
aangepaste capaciteit mijn opdracht uit
in deze actuele context.
Die prestatie maak ik concreet.
Nog even de feiten:
hoe werkt dit?
aan wie verzenden?
een andere vinger gebruiken?
werkt de batterij nog?
Ik ben verward, gehaast, raak de draad kwijt,
"hoef ik nu even niet te werken?"
Kan ik dit probleem zonder hulp oplossen?

Aangenomen dat 8 tot en met 12 wel wat meer
zekerheid kunnen gebruiken:
er is schaarste aan informatie over alternatieven
in bredere context.

Dus is een zevende relatie nodig
(verder naar rechts boven).

|12|
s

29pool2d.gif

De intu´tieve relatie van co÷rdinatie, de verbinding van de nu volmaakte vorm met het geheugen van de context van de opdracht van het proces.

Ruimtelijke relatie:
de opdracht wordt vrijgegeven en overgedragen aan de context;
het proces dat de opdracht gaf behoort daartoe.

Het o. p. legt zich wel of niet neer bij het feit.
De opdracht kan wel of niet worden losgelaten in deze context.
Overgave van macht geeft vrij zicht op de rode draad.
Verwarring lost zich op, grenzen vallen weg.
Het resultaat of product lost op in het geheugen van
on(der)bewuste kwaliteit van het collectief.
Het o. p. integreert de wijsheid van de gebeurtenis,
het geheugen van de co÷rdinerende context wordt aangevuld
met de energie van deze ervaring.
De capaciteiten van het o.p. en van zijn context zijn
gemodificeerd en hebben zich verder ontwikkeld.
Het lopende proces is afgerond,
het heeft zijn doel bereikt,
het geeft "..." het melodietje mee aan het kind.
Nu komt kracht vrij om de nieuwe cyclus
of het nieuwe proces te genereren, te volgen en
te co÷rdineren in de actuele context.

De context van het nieuwe proces zal het o.p. bevatten, zoals
de context van het o.p. het nieuwe proces zal bevatten.

Dit was de laatste; als de tijd rijp is zal het nieuwe proces
beginnen en het actuele karakter van de context aannemen.
 

De opdrachtgever kan nu over de gebeurtenis napraten, achteraf:
'Ik zie geen bevestiging, heb ik het bericht nu wel of niet verstuurd? Levert mijn telecombedrijf nog communicatie, wordt deze techniek nog wel ondersteund? Wat was mijn bedoeling ook al weer? Is het overgekomen? Bij wie? Dit gaat vast problemen geven. Wat heb ik nu gedaan?', enzovoort,
Of is de opdrachtgever tevreden en ontspannen?
 
Enkele slotopmerkingen

Hier past nog een opmerking over wat in dit overzicht ontbreekt. Omdat het er in dit overzicht vooral om ging de logische noodzakelijkheid van opeenvolgende stappen en de rol van de context in een proces concreet te maken moest ik keuzes maken. Het was aanvankelijk een puur lineaire ordening met, afwisselend, een relatie die de omgeving en een die de eigenheid betreft, steeds in de dialectische golfbeweging. Maar door de lijst in twee helften te knippen en deze naast elkaar te plaatsen was het gelukkig mogelijk om ook aan de zes relaties tussen de polariteiten van ruimte en tijd zichtbaar uitdrukking te geven.
Alle overige relaties, en dat zijn er heel wat, ontbreken. Ze zijn in dit kader van minder belang, maar ik kom er later nog wel op terug. Wat ook ontbreekt zijn de functies. Ze ontbreken omdat de concrete relatie met ruimte en tijd van het o.p. onbekend is en zo is noch het patroon noch hun plaats daarin bekend. Dit maakt het bovenstaande zeer nadrukkelijk tot een onpersoonlijke theoretische constructie, waarbij het hooguit mogelijk is ons het onmogelijke voor te stellen dat de functies zich in de verwante relaties zouden bevinden. Wat misschien dank zij het gemis van de individualiteit duidelijk is geworden is waar in een proces, in dit geval en in alle gevallen, de cruciale tijdcontrole van het handelen ligt: in de tiende relatie. De bijbehorende consistentiefunctie kan zich in de werkelijkheid op ieder terrein bevinden en zal vanuit die fase in kunnen grijpen op het verloop van een proces. De typische volgorde van, in dit geval, het feitelijke kiezen en het consistent plannen van autonomie komen duidelijk tot uiting in de relaties. Deze volgorde is praktisch mogelijk dank zij de cycliciteit van het proces en benadrukt het onderscheiden karakter van de verbindingen.

De opdracht "dit sms'je met 'ja' verzenden" leek een simpel doen, maar dat was een vergissing. Om dat proces te genereren moet het o.p. het, na een voorbereiding, loslaten en het zelfstandig in contact laten komen met de context. Het lijkt op een golf die zich voortplant. Om tot uitvoering te komen is werk van o.p. en context nodig in de vorm van enorme aantallen van deze minuscule actuele gebeurtenissen.

Het blijkt dat dit voor mij een proces was waarin theoretische mogelijkheden werden bekeken, een denkproces dus. Daardoor heb ik ook de openstaande vraag kunnen beantwoorden hoe niet-fysieke informatie in het geheugen van een fysiek lichaam terecht kan komen: zo'n niet-fysiek proces van informatieuitwisseling vindt plaats met behulp van verbindingen tussen delen van dat fysieke lichaam. En dat beantwoordt weer de algemenere vraag of informatieuitwisseling alleen bij mensen plaatsvindt: ik mag mezelf als mens hebben ge´ntroduceerd als uitzichtspunt maar ik ben vervangbaar door ieder fysiek proces, inclusief een compacte brandbare aardgasbel. Sorry, ik vergat dat deze individuen geen gsm'etje gebruiken.

Koppelingen naar
de grondslag van mijn denken over de structuur van het proces - structuur #6/2 en de bijlage daarbij,
de lijst van componenten - structuur #23/7,
de basiselementen en hun relaties - bijlage #26/8,
bijlage: een algemeen overzicht van de processtructuur: de relaties.
 

  ^  
 

Verder naar het interne netwerk van relaties

De universele relatie is niet een eindpunt, het integreert continu. De voortdurende verbinding bevat het belang van een proces in het doel waartoe dat dient, maar de weg om het te realiseren is slechts indirect gegeven, in actuele gebeurtenissen. De toekomst van een proces en de toekomst van zijn contexten ontwikkelen zich gezamenlijk maar volgens hun eigen tempo en tijdschaal. Zo zal de constantheid van een samengesteld proces 'mens' zijn stuurkunsten stapsgewijs (vrij naar Karl Popper) inzetten en, zigzaggend tussen allerhande uitersten van goed en kwaad, uiteindelijk in zichzelf de volmaakte harmonie van alle delen waaruit het bestaat bereiken.

De beschrijving van de externe relaties, van de overeenkomst zoals die in de loop van de tijd doorwerkt, komt pas in deel drie van de architectuur van de relaties van het proces aan de orde. Want, alles op zijn tijd, eerst ga ik de structuur die ten grondslag ligt aan de patronen, de individuele dagelijkse toepassing van het netwerk van relaties, verder analyseren.