ZIGZAGZINE #30. Thema #3: Zelfbeheersing, afhankelijk temidden van wisselende doelen. Verhalen #9: 'Belangrijke taak, belangrijker man? en 'Uitbesteed'

  ^  
 

Ervaring, wat doe ik er mee?

Het ervaringsmateriaal dat de twee eerste groepen van dynamische eigenschappen hebben opgeleverd kan aanleiding zijn voor de mens tot overweging en onderzoek. Daartoe dient de derde groep van dynamische eigenschappen. We hebben ook hier weer te maken met twee assen met elk hun polen van fysieke en geestelijke aspecten die dwars op elkaar staan in hun ofwel op de buitenwereld gericht zijn, ofwel op de eigen innerlijke wereld. Dat leidt tot verschillende soorten vragen. Op beide assen staat de visie van de persoon als eenling tegenover de vragen over de ander of over de anderen of over datgene wat of degene die het handelen van de ander of de groep stuurt, over het kader waarbinnen gebeurtenissen plaatsvinden.
Het materiaal dat de (hypothetische) eerste groep van dynamische capaciteiten heeft opgeleverd, is het resultaat van de confrontatie met evenwicht en onbalans en van de confrontatie met zekerheid en gebrek aan innerlijk houvast op een of ander levensgebied. De tweede (antithetische) groep leverde informatiemateriaal op als resultaat van het uitdagen of uitgedaagd worden om belangen en waarden te toetsen. Ze zoekt overzicht zowel over het eigen karakter als over de kwaliteiten van de ander. Dit biedt ervaringsmateriaal, geen antwoorden, zelfs niet als het een baby of schoolkind betreft. Antwoorden vereisen in het algemeen een synthese, een conclusie om een plan op te kunnen bouwen, al is het maar een voorlopig werkplan, voldoende om verder te kunnen gaan. De derde (synthetische) groep is het deel van ons systeem dat informatie verwerkt en nadenkt, dat op zoek is naar het nut en de oplossing. Om daarna gewoon door te gaan met het verzamelen van nieuwe ervaringen.
 

  ^  
 

Energiën sturen; hormonen en andere gegevenheden

Zowel mannen als vrouwen kunnen meer of minder dan de gebruikelijke hoeveelheid testosteron in hun lichaam hebben. Dat hormoon versterkt de eigenschappen die gewoonlijk als manlijk worden beschouwd zoals (hyper)activiteit of competitiedrang, ook bij vrouwen. Dat lijkt vaak ten koste te gaan van de intuïtieve en empathische eigenschappen [ noot ]. Ik beschouw het niet als een fysiek probleem maar meer als een zelfbeheersings- of ontwikkelingskwestie. Daar zijn verschillende argumenten voor.
We worden geboren met een individueel pakket van intrinsieke eigenschappen, inclusief deze tien teentjes en zoveel van die soort hormonen, die onze belangen en waarden vertegenwoordigen. Een van de eerste belangen van een baby is om bepaalde facetten van zijn omgeving te leren kennen en de grenzen ervan te verkennen. Ze zijn meestal dringend en meestal blijvend maar het hoeft niet per se de vorm van opvallend uitdagen te hebben. Er zijn veel verschillende leermethoden zoals er veel verschillende facetten van de omgeving zijn die geleerd moeten worden en beheersd binnen de grenzen van gemeenschappelijke waarden en noden.
Een mens is, met dat organische geheel van eigenschappen, geboren in een wereld die zijn beweeglijkheid toont en zijn verrassingen op maat gesneden aan ieder individueel aanbiedt. Die wereld is niet onbepaald. Ze bestaat, om te beginnen, uit de eerste en naaste omgeving die zich geleidelijk in verschillende opzichten uitbreidt. De eigenschappen van de mens werken als selectieve voelers en sturende receptoren met die wereld die hem omgeeft samen. Wat er niet is kan hij niet vinden, maar het zou kunnen dat hij het hiaat ontdekt. Andere omgevingselementen zijn niet te vermijden, zoals leraren, oorlogen en pcb's.
 

Verschillen in de contexten om ons heen

De actuele omgeving oefent grote invloed uit op een mens maar het eigen karakter is sterk bepalend; hij zelf selecteert, interpreteert, bewaart en beïnvloedt vaak op een ongrijpbare manier zijn ervaringen uit hetgeen de contexten aangebieden en bepaalt daarmee zijn eigen leerproces. Zo vaag als de tijdgeest lijkt te zijn, zo slinks als de 'profit society' en de demagoog te werk gaan, zo vanuit een verre achtergrond als de wetgever beschermende grenzen stelt, zo beperkend als de leerkracht die zich achter de autoriteit van handboek en canon verbergt, of zo onverantwoordelijk als de politiek die onderwijs en zorg achterstelt bij economische speerpunten, zo concreet als de vriendjes en de media aanwezig zijn, op zoveel manieren en zonder ophouden vindt er uitwisseling plaats van energie. En zo zijn daar ook nog ouders en buren, sportleiders en bibliothecarissen die hun duit in het zakje doen. Al zijn we nog zo goed in staat om onszelf te beheersen en onze omgeving te besturen, we hebben de omstandigheden niet in de hand. Uiteindelijk zijn en blijven we er onverbrekelijk mee verbonden en zit er niets anders op dan die grenzen te accepteren en te leren om binnen die beperkingen de verantwoordelijkheid voor onszelf op ons te nemen, om een volwassen, autonoom burger te worden die niet wegloopt voor afhankelijkheid en onzekerheden. Want draait het daar uiteindelijk niet om in de opvoeding en in iemands ontwikkeling?
Vanuit dit gezichtspunt wil ik de gebeurtenis rond soeur Supérieure onderzoeken en wat ideeën bij elkaar brengen.

Koppeling naar
het voorgaande verhaal: 'De speelruimte van soeur Supérieure' - themalijn #27/8.
 

Mijzelf beheersen, nadenken 1

Wat ik als eerste nodig heb zijn feiten, zoveel mogelijk feiten over en rond de gebeurtenis. Ik stel me de situatie voor dat ik als ouder of opvoeder verantwoordelijk zou zijn voor een kind dat iets dergelijks was overkomen. Ik zou met de ouders van haar vriendinnetjes gaan praten en met haar klassezuster, soeur Paula, en mogelijk met anderen die aanwezig waren geweest bij de bewuste speech. Afgezien van het mogelijk nut van mijn vragen voor de betrokkenen, zou het voor mij belangrijk zijn om zoveel mogelijk informatie te verzamelen. De leemte op dit vlak kan ik in dit geval, 62 jaar later, niet meer opvullen. Ik moet het doen met de gegeven feiten. De volgende stap daarentegen, is achteraf wel nog altijd uitvoerbaar.

Ik ga nu kijken naar het denken achter het gedrag van de betrokkenen, naar het kader waarbinnen dit zich heeft afgespeeld, naar de achtergrond van de zuster. Mijn doel is te begrijpen wat tot dit gedrag heeft geleid, welke machten er een rol in hebben gespeeld. Dit is voor een groot deel algemene informatie, het is informatie die historisch vastligt, met als voordeel dat ik er van een afstand naar kan kijken. De feiten rondom de meisjesschool, het kleine zusterklooster en de parochie zijn duidelijk. De kinderen van de leden van een parochie gingen naar de parochiescholen. De scholen werden verzorgd door nonnen of broeders, die in kleine kloostergemeenschappen leefden. De gemeenschappen hanteerden geloften die alle leden moesten afleggen. De belangrijkste waren: gehoorzaamheid, armoede en kuisheid. De gemeenschap als geheel had de verplichting op zich genomen om onderwijs te bieden, in dit geval aan de meisjes van deze parochie tussen ruwweg 5 en 12 jaar. Daarmee voorzag zij, naar ik aanneem, in haar onderhoud. De gemeenschap had dus twee groepen van verplichtingen: als kloostergemeenschap en als onderwijsinstituut.
Binnen kloostergemeenschappen kan de autoriteit van de hoogste leiding zeer zwaar wegen. Het kon wel voorkomen dat de leiding de regel van gehoorzaamheid toepaste op de hiërarchie van de organisatie en absolute volgzaamheid eiste. De vraag is of dit een juiste interpretatie van die regel was, van het begrip gehoorzaamheid in dit verband? Ik baseer mijn interpretatie op Bento de Spinoza die het eerste doel van geloven of van theologie als volgt samenvatte: "gehoorzaam de wet die luidt 'Bemin je naaste als jezelf'" [ noot ]. Dan is gehoorzaamheid in de grond een ideaal waar je samen aan werkt, als gemeenschap. Ik vermoed dat de superieur van deze kleine kloostergemeenschap moreel beklemd was geraakt tussen de noodzaak om het voortbestaan van het onderwijsbedrijf te steunen en haar interpretatie van haar gelofte of belofte van gehoorzaamheid tegenover de interpretatie van gehoorzaamheid die haar oversten (impliciet of expliciet) toepasten. Dat zij handelde zoals zij deed vanuit een situatie van extreme onmacht en na een jaar van ellende waarin zij een onrecht moest proberen te rechtvaardigen. Arme soeur Supérieure, verward door een dubbele moraal, door corruptie van de moraal.

Dit was het eerste stukje van de synthese van deze gebeurtenis met zijn feiten en achtergronden. Het is mij opgevallen dat ik altijd in verwarring raak als ik de achtergrond van een ervaring niet begrijp en als ik mij er niet vrij van kan maken. Het lijkt erop dat er - voor mij - meer nodig is om met verwarrende ervaringen om te kunnen gaan dan het simpele begrijpen van een gebeurtenis met haar feitelijke achtergronden. Een verklaring is niet voldoende, ik zoek de oplossing van een probleem.
 

Mijzelf overgeven, nadenken 2

Het moet wel een diepe behoefte van een mens te zijn om zich nuttig te voelen, om te weten dat wij nuttig zijn en dat (er iemand is voor wie) wij waarde hebben. Een kleuter vindt het fijn om te helpen bij het werk van zijn vader of moeder, het doet hen niet alleen maar graag na, het hoeft niet alleen maar te spelen om het spel of om te winnen. Het belang van ouderlijke correcties is voor een kind in zo'n context van samenwerking duidelijk. Het nut inzien van een verwarrende gebeurtenis vereist dat je inzicht krijgt in, resp. op zoek gaat naar je eigen nut. Kijken naar het nut van die gebeurtenis voor jezelf is deel van dat zoeken. In het leveren van prestaties waarmee wij onze waarde willen bewijzen, waarvoor wij geprezen en gefêteerd willen worden, geven wij, mensen, uitdrukking aan die behoefte om behulpzaam te zijn. Maar een voortdurend zoeken naar bevestiging is óf een signaal van incidentele onzekerheid en gebrek aan zelfvertrouwen óf een signaal van onvolwassen, kinderachtige afhankelijkheid, van de neiging om verantwoordelijkheden te ontlopen, van narcisme.
Stel dat ik mijn wilde haren kwijt wil raken, mijn verantwoordelijkheden op mij wil nemen, situaties waarin ik verward ben geraakt wil ontrafelen, dan zou ik naar mijn nut, naar mijn eigen functioneren moeten kijken? Dit is duidelijk wat anders dan kijken naar feiten en proberen de achtergronden in de omgeving te begrijpen. Weet ik wat ik graag zou willen, wat ik graag zou kunnen, waar ik goed of sterk in ben, waar ik moeite mee heb? Welke hindernissen heb ik ondervonden? Welke hulp heeft mij gered? Wat heb ik geleerd? Wat betekenen grote teleurstellingen, verdriet, gelukkige momenten, ergernissen, grappen, aandacht, zorg? Wat wil ik graag bewijzen, welke capaciteit zou ik graag erkend willen zien?
Hoe zou ik nuttig kunnen zijn? Waar is vraag naar? Moet ik mijzelf, als een idol, laten promoten en een adviseur of een manager inhuren? Dat mag helemaal volgens de mode zijn, maar of het mijn manier is om mijn doel te bereiken betwijfel ik. Wat is mijn doel eigenlijk? Wat zou ik bij kunnen dragen? Dit zijn dubbele vragen: 1) hoe doelgericht te handelen en 2) aan wie en waarover verantwoording af te leggen. Net als bij het vergaren en verwerken van feiten heeft nut en werk ook een tegenoverliggende pool. Dat is de kant van het nut van/voor de ander(en), het werk van en voor het andere. Dat is de wereld waaruit ik ben voortgekomen, die mij mijn opdracht heeft gegeven, die mijn doel heeft bepaald en die, in de veranderlijkheid van de context, mijn leven en functioneren bij voortduring bepaalt door mij mogelijkheden en beperkingen aan te (laten) bieden. Concreet houdt dat in dat soeur Supérieure in haar handelen haar functie tegenover de wereld uitoefende en, zodoende, mij en anderen deze ervaring aan te bieden had. Voor mij is dit een van vele ervaringen die mij hebben aangezet tot deze zoektocht naar structuur (en naar mijn verantwoordelijkheid) en die mij iets van het daarvoor nodige materiaal heeft geleverd.
 

Een vervolg geven

Hiermee ben ik terug bij de menselijke afhankelijkheid die onze behoefte verklaart aan houvast en de nood aan het leren spelen met waarden, die ons, op hun beurt, ervaringen brengen die uitdagen tot nadenken en begrijpen. Inzicht verkrijgen in ons doel en in onze plaats in de wereld is mogelijk, al moeten we ons goed realiseren dat het verloopt volgens heel andere lijnen dan alleen het verzamelen en verwerken van feiten. Wij zijn afhankelijk van onze diverse contexten omdat we er deel van zijn en onophoudelijk ermee - op verschillende manieren - in interactie zijn. Die relatie is reëel en onverbrekelijk; ze biedt innerlijke vrijheid via de weg van het bewust erkennen van onze afhankelijkheid of onmacht, terwijl we, als we dat gevolg van onze eenheid met de gemeenschap van mensen en met de hele natuur niet kunnen accepteren, onszelf een gevoel van onvrijheid bezorgen. Confrontatie met de grenzen van onze macht is nuttig want ze biedt een realistisch uitzicht op de vrijheid die we wel hebben.

Als ouder zou ik zeker, liefst samen met andere ouders die geschokt zijn over het gebrek aan respect dat soeur Supérieure heeft getoond tegenover een aan haar school en aan haar zorg toevertrouwd kind, een gesprek aangaan met de school en met de parochie om onze bezorgdheid te uiten en hen te wijzen op hun plichten als opvoeder en als herder. En natuurlijk zou ik mijn kind, in de tijd dat ze nog thuis was, proberen voor te bereiden op het innemen van haar eigen plaats in een wereld waarin de dingen gaan zoals ze gaan. Maar in de werkelijkheid moet de realisatie van dergelijke plannen wachten tot een volgend proces. Deze zine gaat alleen over de synthetische stappen waarin wordt nagedacht en oplossingen worden gezocht; de uitvoering vindt plaats in de hypothethische bewegingen.
 

  ^  
 

De assen van kennis verbreden en van de eigen deelname aan het geheel

Het systeem geeft aan hoe wij zowel onze ervaringen als onszelf vanuit andere gezichtspunten kunnen bekijken. We kunnen, op onze eigen manier, afstand nemen en verschillende standpunten innemen om een breder overzicht te krijgen over wat er rondom ons gaande is en welke waarden en belangen voor ons en welke voor anderen een rol spelen. Dat is de specialiteit van de twee assen waarin, ook nu weer, het individu zich kan laten helpen en aanvullen door de contexten zoals hij die begrijpt en ervaart.
De synthetische |3|-|9| as van verschil in de omgeving betreft de relatie met de kennis over en van de wereld rondom de mens. Het is enerzijds ons eigen denken, relateren en overdragen van zaken, onze eigen kennis en waarnemingen. Aan het andere einde is er het verkennen en begrijpen van het hele corpus van ideeën en relaties, van geïnterpreteerde en overgedragen kennis die ter beschikking staan in verschillende denk- of geloofskaders, in idealen en fysieke contexten, in herkenbare motieven voor gedrag, inclusief hun extreme vormen.
De synthetische |6|-|12| as van innerlijke eenheid betreft het verband tussen de eigen functie in het grote geheel. Het is enerzijds het in slagen en falen ervaren van je eigen werk en nut, het analyseren van je eigen functioneren met zijn beperkingen, problemen en mogelijkheden. Anderzijds is er het participeren aan, reflecteren over en fysiek samen zijn in de wereld, het in de geest van de tijd voortgaande en coördinerende universele bewustzijn, de oplossing.
 

De omgeving levert de aanvulling die we nodig hebben, in de vorm van hulp en weerstanden. De context van de |3|-|9| as bevat informatie over waarden, belangen en denk- en andere kaders in de vorm van boeken, films, TV, internet, lessen, methodes, ervaringen, wetten, modes, media, geloven e.d., waarbij de mens zelf de interpretatie van de waarden die in de kaders zijn gehanteerd nog moet uitvoeren, zelf na moet denken en, zo nodig, relativeren. Dit alles kan iemand leiden naar zijwegen of uitersten, maar in alle gevallen zal het bijdragen aan het uiteindelijke eigen doel. Iemand zouden geboren kunnen zijn om volgeling te worden van Immanuel Kant of van zijn coach, om zijn moeder of zijn buurman te dienen.
De persoonlijke verbinding met de wereld als geheel, de eigen ervaring van de wereld, van de eigen God (God, ofwel de Natuur zoals Spinoza zei die zichzelf ervoer als onderdeel van Een groot Lichaam, zoals de onderdelen van het eigen lichaam zich tot het hele lichaam verhouden) daarentegen, is zowel herstellend als verwerkend en verloopt via rust, slaap, gebed of meditatie en dromen waardoor behalve onze ervaringen ook spiritueel of intuïtief weten kunnen worden verwerkt en onderdeel van bewuste zelfkennis worden. De natuurkundige Fritjof Capra [ noot ] verdedigt de stelling dat de mens niet slechts waarnemer, maar dat hij en zijn instrumenten werkelijk deelnemers zijn aan zijn onderzoekingen en aan andere gebeurtenissen. Daaraan koppelt hij de idee van het bestaan van een universeel bewustzijn waaraan alle delen en deeltjes deelnemen. In het vorige deel van de structuurlijn ben ik bij de beschrijving van de elementaire relaties tot een vergelijkbaar inzicht gekomen: in fase 12 maakt een proces gebruik van een geheugen dat noodzakelijk buiten het lopende proces moet zijn gelegen. Dat is mogelijk via de relatie van coördinatie met een dergelijk universeel geheugen.
De resultaten van de verstandelijke verwerking en de interpretatie van vergaarde feiten over de waarden van de omgeving met de resultaten van de intuïtieve analyse van de waarden in het eigen bestaan, van het nut van onze 'ingebouwde capaciteiten' en van onze functie voor het geheel, moeten door onszelf worden samengevoegd. Met behulp van de dynamische apparatuur kunnen we de zelfkennis van de eigen waarden bewust tot uiting brengen in zelfgestuurde werkzaamheid en in gedrag dat ons doel verantwoordt. Wij kunnen op basis daarvan een keuze maken en onze eigen weg volgen.

Koppelingen naar
complex netwerk 1, met tabel van potentialiteiten - structuur #26/8,
de basiselementen en hun relaties - algemeen overzicht,
complex netwerk 2, met overzicht van de elementaire relaties - structuur #29/9,
complex netwerk 3, de dynamiek van samenhang en contrast - structuur #36/10.
 

Dit deel nu even overslaan?    

De synthetische eigenschappen van een systeem in werking

De synthetische onderdelen van een proces zijn:

  1. de 3e fase, Tweelingen werkwijze en MERCURIUS primair, de analyseer- of overdrachtsfunctie. Zij voegen de rationele zaken samen en leren de verschillen onderscheiden. Het doel is het herkennen van de speciale plaats van functies in gebeurtenissen.

  2. de 6e fase, Maagd kleuring en MERCURIUS secundair, de synthetiseerfunctie. Zij voegen de intuïtieve  kennis van de werking van de eigen sterke kanten samen en leren geleidelijk de eigen mogelijkheden en behoefte aan hulp kennen. Het doel is de eigen functie te perfectioneren.

  3. de 9e fase, Boogschutter kleuring en JUPITER uitbreidingsfunctie. Zij voegen de eigen ervaring samen met bestaande kennis, ervaring, geschiedenis, geloven, technieken. Het doel is het gericht uitbreiden van informatie en de ontwikkeling van het eigen verhaal.

  4. de 12e fase, Vissen werkwijze en NEPTUNUS, de integreerfunctie. Zij voegen emotionele zaken samen, tasten naar de diepgevoelde verbondenheid, naar het gemeenschappelijke belang. Het doel is het bewaren en bewaken van de overeenkomst en het samenvoegen (coördineren) van de functie van het detail in het gehele organisme.

synthetische fasen, kleuringen functiesDe synthetische delen.
Hier openen? // In nieuw venster?

De natuurlijke relaties tussen synthetische fasen, kleuringen en functies leveren het volgende beeld op (zie de figuur hiernaast). De combinatie van de twee haaks op elkaar staande assen van tegendelen toont de vierkantaspecten tussen beide.
De relateer- of overdrachtsfunctie en de analyseerfunctie worden door eenzelfde symbool aangegeven, anders gezegd, het is een functie die een van beide specialtiteiten of een mengeling van beide vertegenwoordigt. De aard van deze belangrijke capaciteit hangt, net als die van elke andere, af van haar plaats in het systeem en van de soort en de kracht van haar relaties met de andere capaciteiten.

De vragen die ik deze keer wil stellen zijn: Hoe sterk is in dit proces de behoefte om na te denken over ervaringen? Op welke terreinen speelt dat een rol? Hoe breed en/of hoe diep gaat dat? Is er een relatie met onderzoeken en uitdagen, met het afwegen van waarden? Hoe belangrijk is zekerheid ofwel, hoe angstig of juist (over)moedig is deze persoon?
Om daar achter te komen haal ik dit keer zowel de dynamische vierkantaspecten als de synthetische onderdelen van dit 'levensplan' naar voren.

Ik concentreer mij eerst op de dynamische vierkanten. Het zijn, in dit voorbeeld, vier synthetisch/hypothetische en vier hypothetisch/antithetische verbindingen. Zij tonen de mogelijkheden die gegeven zijn in de functies die zij verbinden, met hun werkingsgebieden en de werkwijzen die zij daarin toepassen en, uiteraard, in verbindingen met andere functies. Vierkanten verbinden in het algemeen de innerlijke wereld met de omgevingswereld.

  1. 8rini5v.gifDe synthetische relateer- of overdrachtsfunctie MERCURIUS primair begint vriendelijk, is goed van vertrouwen, beweeglijk, met de bedoeling om informatie te verzamelen voor zelfsturing; ze loopt vooruit op de antithetische Zon, de functie die overzicht wil hebben. Mercurius bevindt zich in de hypothetische 4e fase met het antithetische karakter van WATERMAN, in toenemende conjunctie met de hypothetische interactiefunctie VENUS primair. De beide functies verenigen alle drie dialectische stappen; samen maken zij twee vierkantaspecten (1+2) met de hypothetisch/antithetische Ascendant - Descendant balans ofwel de |1|-|7| as.
    Deze combinatie is er vooral een van verwondering en verbazing.

  1. 8rini5v1.gifDe synthetische uitbreidingsfunctie JUPITER bevindt zich in de hypothetische 1e fase met zijn antithetische SCHORPIOEN-manieren, los van de ASCENDANT, de beginfunctie. Deze functie met zijn enthousiast en intens zoeken naar uitbreiding van ervaring en begrip is via twee vierkantaspecten (3+4) verbonden met de MC-IC oriëntatieas die zich op de hypothetisch/antithetische |4|-|10| as bevindt.

  1. 8rini5v2.gifDe antithetische ZON, de zelfbesturingsfunctie, in de synthetische 3e fase met de hypothetische STEENBOK aard staat in een ingaand vierkantaspect (5) met de antithetisch uitdagende URANUS, de ondersteuningsfunctie, in de synthetische 6e fase met hypothetische RAM kleuring. Op zijn beurt staat Uranus in een ingaand vierkantaspect (6) met de antithetische verwijderfunctie PLUTO in de synthetische 9e fase die de hypothetische KREEFT werkwijze toepast. De verwijderfunctie Pluto en de Zon zijn, behalve via Uranus (en op niet-dynamische wijze met de hypothetische consistentiefunctie SATURNUS), ook in een uitgaande oppositie op de gemengd synthetisch/hypothetische |3|-|9| as met elkaar verbonden. Door de toenemende conjunctie van de hypothetische MAAN, de emotionele basisfunctie, met Pluto is de Zon indirect ook daarmee verbonden.
    Deze verbindingen van Uranus leveren veel druk en aktie, nieuwe grenzen, onverwachte ervaringen op. De ondersteuningsfunctie doet de aandacht van de |3|-|9| as naar de |6|-|12| as verschuiven.
    De Maan vormt nog een vierkantaspect (7) met de hypothetisch energieke activeringsfunctie MARS in de synthetische 12e fase met de hypothetische WEEGSCHAAL werkwijze: als de tijd om te rusten aanbreekt duiken alternatieve interacties op die stof tot nadenken geven.

De laatst genoemde, de 3e zeer uitgebreide en krachtige groep van de synthetisch/hypothetische verbindingen is met de 1e groep van Mercurius en de Ascendent verbonden. De verbinding wordt gevormd door een uitgaand driehoekaspect tussen Mars en Venus.
De 3e groep is tevens met de 2e groep van Jupiter en de MC-IC as verbonden. De verbinding komt tot stand door de conjunctie van de - in dit geval toch al belangrijke - hypothetische SATURNUS (die op zijn tijd de vorm vindt die houvast biedt) met de onderste pool van de as, door haar halfsextaspect met de alerte maar tegelijk serieuze Zon zowel als door het inconjunctaspect met de geremde maar zekere en vasthoudende Maan (de beide laatstgenoemde verbindingen die van een eerder overbruggende aard zijn zullen na de driehoeken en sextielen met hun meer vanzelfsprekend en onaanvechtbaar karakter in de structuurlijn en in de themalijn worden behandeld).
Het verwerken speelt zich dus grotendeels op de achtergrond af, de resultaten van de energie uiten zich pas achteraf.

Een van de synthetische functies ontbreekt nog in dit overzicht. De integreerfunctie NEPTUNUS in de antithetische 11e fase met de synthetische MAAGD-werkwijze bevindt zich met een sextiel-, een halfsext- en een inconjuntaspect met respectievelijk de interpreteer- of uitbreidingsfunctie, de initiëringsfunctie en de interactiefunctie in rustiger vaarwater. Ze is belangrijk maar, omdat de verbindingen die zij maakt niet dynamisch zijn, wil ik het bij deze vermelding laten.

Koppeling naar
Beginpatroon #8 - innerlijk de ruimte nemen om te kiezen - patronenlijn #5.
 

  ^  
 

Evenwicht, spel en sturing als doelen verward raken

Inderdaad, het authentieke doel van een bepaalde context kan door een bijkomstig of toegevoegd doel worden verdoezeld en gecorrumpeerd. Het is ook mogelijk dat bijvoorbeeld een nieuwe eigenaar de context en dus het doel wijzigt zonder dat betrokkenen op de hoogte zijn. Soeur Superieure was, zoals we zagen, verwikkeld geraakt in een situatie waar belangen met elkaar in strijd waren. Er werd iets van haar geeist dat niet te verenigen was met de verantwoordelijkheid van haar functie als overste (tegenover de medezusters) noch met de verantwoordelijkheid van haar functie als opvoeder (tegenover de ouders en de leerlingen van de school). Zij bevond zich in feite in twee contexten die verschillende doelen - en dus verstrengelde belangen - hadden, waarin zij twee tegenstrijdige waarden moest verdedigen. Een verwarrende situatie. De non stond voor het dilemma dat, wat zij ook zou kiezen het altijd fout zou zijn tegenover de andere context. En ik, het schoolkind, kreeg voor de gelegenheid de heel nieuwe rol van zondebok toebedeeld.
In feite bevindt elk mens zich van jongs af aan in steeds wisselende contexten waarin ook vaak meerdere doelen verward raken en waarbij soms onverwacht nieuwe rollen worden toebedeeld.
Op zoek naar voorbeelden van dubbele standaards op verschillende gebieden, begin ik met een klein deel van een familieverhaal.
 

30kdrn.gif 

'Belangrijke taak, belangrijker man?'

'Toen Breda in 1940 op de weg lag van het deel van het Duitse leger dat de Fransen - onderweg naar het noorden om de Nederlanders te helpen - de pas af wilde snijden, gaf de burgemeester het bevel dat alle burgers de stad moesten verlaten. Nadat alles geregeld was voor de vlucht liet de eerste dienaar van de gemeente bij Antoon Vriens een taxi bestellen om hem en zijn gezin naar Zuid-Frankrijk te brengen. De garagehouder, een goede vriend van vader, weigerde beleefd en verliet de stad. Met zijn eigen gezin.
Later, toen vader en moeder hoorden dat de burgemeester had geprobeerd zijn functie voor de gemeenschap te gebruiken ten voordele van zichzelf en zijn gezin, waren zij verontwaardigd over hem en trots op Toon Vriens.'
 

Veranderende contexten; wijziging van rollen als doelen veranderen

Laat ik beginnen met enkele beelden van de eenvoudigste contexten, van de meest elementaire bronnen van (leer)ervaringen, van een mens in zijn veranderlijke omgeving.

A. Een baby in een omgeving zonder andere mensen. Hij/zij speelt met wat voorhanden is: met teentjes en andere speeldingen.

B. Een mens in een omgeving samen met een ander mens. Hij/zij speelt (is in interactie) met de omgeving en met een mens als deel van deze context. De andere persoon bevindt zich in een vergelijkbare situatie, behalve dat nu de eerste deel is van diens/haar context. De rollen zijn verschillend want de contexten verschillen. De twee omgevingen (of beter: contexten) hebben ruimtelijk een verschillende inhoud. Het zijn twee processen, elk met een eigen doel.

Het aantal aanwezigen kan groter zijn dan 2, zoals in de situatie rond soeur Supérieure en mijzelf. Binnen een gezamenlijke omgeving heeft al het aanwezige een eigen functie, rol, nut, zin, behoefte, belang of waarde, dus een eigen doel voor die context. Al het aanwezige is een proces met een eigen context.
Een context is een soort weefsel dat verandert door de aankomst of het vertrek van personen. Dat heeft tot gevolg dat de context van ieder van het/de dan aanwezige(n) verandert en dat hun doel of waarde daarin niet meer dezelfde is. Als het doelen van de contexten zijn veranderd, zijn daarmee tevens de rollen en de regels van die processen veranderd.

C. Het aantal mogelijke contexten en rollen of functies daarin is enorm: een kind is alleen in de kamer met de kat en moeder komt binnen, kind gaat de kamer binnen waar een broertje zijn huiswerk zit te maken, kind in een klas met juf en klasgenootjes waar een nieuwe leerling arriveert, kind dat een andere plaats krijgt toegewezen in het team als een nieuweling is opgesteld op zijn plaats.

Overal en altijd wanneer meerdere mensen bij elkaar zijn gelden regels, veelal ongeschreven en impliciet. Als groepen ofwel gemeenschappen bijeenkomen worden steeds opnieuw de functies verdeeld, wordt ieders positieve of negatieve nut, belang of waarde vastgesteld door elk van de aanwezigen.
Elk mens is afhankelijk van de kwaliteit van zijn omgeving. Mensen hebben de behoefte om hun omgeving te verkennen, om hun functie te kennen, enz. om met anderen hun zorg en verantwoordelijkheid voor de eigen geborgenheid en die van hun familie en buren te delen, om hun comfort, beschaving en ontwikkeling, gezondheid, ontspanning, cultuur te verbeteren.

D. Groepen mensen hebben van oudsher gemeenschappen gecreëerd door de uitvoering van hun zorgen op te dragen en toe te vertrouwen aan specialisten zoals leveranciers, veiligheidsagenten, leiders en vertegenwoordigers.

Gemeenschappen van burgers, een stad, een staat, de burgerij, clubs, kerken en feesten zijn contexten. Elk van de aanwezigen bepaalt mee de kwaliteit van de context en, bij uitbreiding, van de tijdgeest als ruimer proces. Zo ontwikkelden individuen zich tot burgers.

E. Gemeenschappen stellen algemene regels en wetten op die voor allen in de gemeenschap gelden, zij weerspiegelen de gebruiken en waarden van die gemeenschap. Het gezag van het bestuursapparaat van de staat berust op een statuut dat de beginselen van de gemeenschap weergeeft en op wetten voor zover die een concrete en breed gedragen invulling van de beginselen zijn.
Zo berust de autoriteit van leiders van gemeenschappen op de wetgeving, gerechtelijke controle en handhaving van eenduidige grenzen en afspraken zodat corruptie van het doel voorkomen kan worden.

De wetgever past regels en wetten aan als daar een gerede aanleiding voor is.

F. Een wet moet gewijzigd worden als zij haar maatschappelijk draagvlak heeft verloren; als zij ongeloofwaardig is geworden kan de rechter haar niet langer uitvoeren. Het rechtsgevoel van de burger is de maatstaf van wet en recht.
De Nederlandse regering stelde in de zestiger jaren - in een algemene context van toegeeflijkheid tegenover provocatie van regels door jongeren die rechten opeisten - publiekelijk op meerdere terreinen een justitieel gedoogbeleid in. De afgelopen maanden hebben ministers twee maal de Grondwet genegeerd. Deze beide gedragslijnen veroorzaken verwarring, breken het moreel van burger en politicus af en dragen bij aan onzekerheid en uitgeholling van de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid. Momenteel overwegen politici de opstelling van een 'waardencatalogus'.

Enkele tekenen en oorzaken van verwarring:

G 1. De context rond de burgemeester (zie boven), de vermenging van autoriteit en eigenbelang,
G 2. de contexten van regeringen die grote nationale belangen zoals staatsbedrijven en -eigendommen verkopen in opdracht van Europa dat liberalisatie van markten voorstaat,
G 3. de contexten van regeringen die de verhulde en openlijke woekerpraktijken van verzekeraars, banken, beurzen en in het algemeen de gewoonte van woekerwinsten in het bedrijfsleven toestaan.

'Uitbesteed'

'Een poos geleden kwam ik met volle fietstassen terug thuis. De tassen waren niet vol met boodschappen maar nog vol met de lege potten en flessen die ik naar de glasbakken had willen brengen. De bakken waren niet meer op de plaats waar ik ze eerder altijd had gevonden en dus belde ik de dienst afvalbeheer van de gemeente. Op mijn vraag waar ik met mijn glaswerk terecht kon werd mij verteld dat hij dat niet wist: 'Het verzamelen van glas is uitbesteed'. Nadat ik op mijn vraag de naam van de ambtenaar had gekregen heb ik hem gezegd dat ik van mening ben dat, met het uitbesteden van taken, de verantwoordelijkheid van de gemeente niet is opgehouden en heb ik mijn vraag waar de glasbakken te vinden zijn herhaald. Na wat intern overleg kreeg ik die informatie.'
Gemeentelijke diensten worden tegenwoordig 'producten' genoemd (dat maakt van burgers 'consumenten').

Andere manieren van verwarring van doelen binnen contexten:

H 1. Het doel van onderwijsgevenden (zie boven: soeur Supérieure) op alle niveaus, van leiders van clubs en verenigingen, van werkers in de ziekenzorg, etc. kan onuitgesproken of verhuld vermengd worden met commerciële belangen, bijvoorbeeld van sponsors,
H 2. het doel van verenigingen of organisaties kan verward worden met de belangen van sponsoren of gokkers,
H 3. het doel van bedrijven zal ondergeschikt worden als zij een nieuwe eigenaar krijgen en/ of een andere CEO wordt aangesteld die een slinkse manier heeft bedacht om sneller winst te maken; als hij bonussen verleent aan medewerkers opdat zij bij hun werk hun eigenbelang laten overheersen en gewetenloos helpen de 'consument' uit te melken.

Wat is eigenlijk het eerste doel van een gemeenschap, van politiek?

I. De zorg dat alle burgers in staat zijn om hun uniekzijn te handhaven en hun eigen weg te vinden binnen de gemeenschap van gelijkwaardige medeburgers.

Een geschiedenis van gestuurde afhankelijkheid

J 1. Het eerste politieke doel kan worden verdrongen door het economische doel, door de extreme vorm ervan roof, het stelen van land. Het heeft geleid tot zeer goedkope arbeid of zelfs slavernij. Het leidt niet tot grotere consumptie,
J 2. de leiders van monotheïstische kerken in de westerse wereld hebben hun godsdienstige zorg aangevuld met de idee van menselijke suprematie en de geestelijke en intellectuele macht van de man. Dit heeft geleid tot betutteling en nivellering, tot massas van gelijke schaapjes en gehoorzame arbeiders, tot half-slaven,
J 3. met de Verlichting is daar de macht van wetenschappen zoals economie, fysica, enz. naast of voor in de plaats gekomen. Geleidelijk ontwikkelde zich het individu, met zijn verslaving aan status en zijn verleidbaarheid, slaafs en gulzig, tot het afhankelijke en noodgedwongen betrouwbare lid van de consumptiemaatschappij.

Elke beschaafde gemeenschap heeft belang bij kritische, ontwikkelde en betrokken burgers en geen belang bij individualisten die, als horigen, afgericht zijn op de waan van de dag en, asociaal, hun rechten opeisen.
De overheid heeft haar verantwoordelijkheid verslonst, zij behandelt mij nauwelijks nog als burger maar als consument door mij klant te noemen! De wetgever zou zich moeten bezinnen op zijn opdracht en de volksvertegenwoordiger op het belang van kritische burgers. De burger laat zich door populistische praatjes inpakken, mist het instrument van het facultatief referendum, de directe volksuitspraak, om zo nodig rechtstreeks zijn stem te laten horen [ noot ]. Samenhang wordt door eenduidigheid bevorderd, niet door populistische spelletjes die, door verwarring te stichten en onzekerheid te bevorderen, de gemeenschap afbreken [ noot ].
Het samenleven als gemeenschap zal opnieuw geleerd moeten worden. Het eerste doel, zowel van het individu als van de bestuurders van gemeenschappen en organisaties kan niet de economie zijn; de onderlinge samenhang moet opnieuw onze eerste zorg worden.

Koppeling naar
de relaties tussen een proces en de actuele context - structuurlijn #29/9.
 

Natuurwet en natuurlijk recht

Het natuurrecht is het recht dat van nature, zonder menselijk toedoen, onafhankelijk van tijd en plaats, geldt. Dit recht moet ten grondslag liggen aan elk geldig positief recht en vormt daar de onveranderlijke kern van. Dit uitgangspunt is - volgens mijn Larousse encyclopedie - in de loop van de (westerse) geschiedenis nogal verschillend geïnterpreteerd. Van Plato en Aristoteles (met hun 'menselijke maat') zijn we, via een beroep van de kerken op een (mensachtige) God, op de redelijkheid en de goddelijke openbaring, en via het beroep van de Verlichting op de autonomie van de menselijke rede, tenslotte aangekomen bij Kant's conclusie dat het recht los van de zedelijke grondslag uitsluitend door het staatsgezag (geleid door de rede) moest worden bepaald. Sinds de barbaarsheden begaan door totalitaire regeringen tijdens de Tweede wereldoorlog kan het recht niet langer afhankelijk zijn van het staatsgezag. De fundamentele (mensen)rechten ontlenen hun zin en geldigheid niet langer aan erkenning of gezag, ze gelden ook daar waar ze niet erkend worden.
Eigenlijk is natuurrecht een deel van de natuurwet. De grote beginselen zijn voor elk normaal mens kenbaar omdat ze uit zichzelf evident zijn: men moet het goede doen en het kwade laten; wat iemand niet wil dat hem geschiedt, moet hij een ander niet aandoen; men moet eenieder het zijne geven of laten, enz.
Zo is de cirkel rond en zijn we weer terug bij de mens, nu een met de waan 'maker van de wereld' te zijn. De mens die, ondanks zijn gebrek aan kennis van zichzelf, steeds zichzelf centraal stelt en morele uitspraken doet over zichzelf. De natuurwet 'Bemin je naaste als jezelf' heeft zich, met zijn aanvullingen, blijkbaar altijd voor ruime interpretatie geleend. Misschien is het begrip 'naaste' te beperkt of te vrijblijvend [ noot ]?

Ik mag binnen mijn uniekzijn centraal staan, als mens tegenover anderen ben ik altijd in de eerste plaats medemens, burger. Dat geldt in elke context, of ik als bestuurder, soldaat, wetenschapper, voetballer, als handelaar of als bibliothecaris optreed, ik ben en blijf binnen iedere context met anderen in de eerste plaats medemens en pas dan functionaris [ noot ]. Tegenover mijn hond ben ik in de eerste plaats een menselijk dier, tegenover een ding ben ik een menselijk ding. Ik sta altijd als uniek proces tegenover een ander uniek proces. Vanuit die basis is het mij nu duidelijk dat alles gelijkwaardig is aan elkaar, dat ik recht heb op respect omdat ik respect schuldig ben aan mijn omgeving van verschillende en wisselende dingen, dieren en mensen.
 

  ^  
 

Dynamiek, de grenzen van waarheid en vrijheid opsporen

Het zou moeilijk zijn geweest wanneer ik als kind had moeten kiezen tussen wat 'goed' en 'leuk' is voor mij. Ik ben dankbaar dat het leven mij de tijd heeft gegeven om meer ervaring op te doen met macht en dynamiek die vragen opwierpen, meer te leren over vrijheid en beperkingen die voorwaarden zijn voor het vinden van oplossingen. Ik ben soeur Supérieure dankbaar dat zij, door zo te moeten handelen, mij geholpen heeft dit algemene probleem te identificeren en te begrijpen dat haar situatie heel moeilijk was.
Een mens is in staat om na te denken over gebeurtenissen en ze te plaatsen in een kader, hun achtergrond, hun geschiedenis, de cultuur waarbinnen ze zijn ontstaan, kan leren ontdekken hoe anderen dachten of waarom zij zo handelden. Een mens is in staat om zijn vrees voor afhankelijkheid en angst voor onvrijheid om te zetten in zekerheid en zelfsturing. Hij kan determinisme, dat dingen gebeuren omdat ze een doel hebben en dus moeten gebeuren, accepteren als consequentie van zijn bestaan als deelnemer aan de ontwikkeling van het totale bewustzijn. Hij kan begrijpen dat vrije wil een stuurbaar sentiment is, afhankelijk van de tijdgeest, zoals 'mooi' of 'leuk' en 'wellness'.
De drie onderdelen van dialectiek toegepast door het menselijk systeem zijn dus: 1) zoeken naar je evenwicht in een eindeloos beweeglijke en vaak verwarrende omgeving om je autonomie te bewaren, 2) speels uitdagend en uitgedaagd proberen om wederzijds waarden bloot te leggen voor het onderbouwen van respect, en 3) je ervaringen samenbrengen met kennis en inzicht om je eigen centrale punt, je waarheid, te vinden en je functie en het contract met het organisme waarvan je deel uitmaakt te bevestigen in verantwoordelijk naar je eigen waarheid handelen. Ik kan me haar werking nu ruimtelijk en op verschillende tijdschalen voorstellen.