Stand van zaken, de zoektocht na 30 zines.

  ^  
 

De zoektocht, een terugblik op de vorderingen

Het is weer tijd om even stil te staan en terug te kijken. Sinds het laatste overzicht (in 2004) heb ik, naar mijn gevoel, grote vorderingen gemaakt. Het werk is, vergeleken met het begin, veel omvangrijker en gecompliceerder geworden; het bestrijkt een breder terrein en graaft dieper, terwijl het ook dichter de alledaagse werkelijkheid nadert. De feiten die boven zijn gekomen, de 'waarheden als koeien' zoals een dierbare neef terecht en kien mijn uitgangspunten en constateringen omschreef, contrasteren wrang met de waan van 'de maakbare wereld' en de plastic wereld van Disney-, Barbie- en Calimero- poppetjes. Het blijft mij verbijsteren, pijn doen Ún amuseren.
 

  ^  
 

Patronen: objectivering, het timen van het subjectieve zelf

In deze reeks van drie zijn de beginpatronen uitgewerkt van functies die hun doel in de wereld benaderen direct gericht op de instinctieve of bewuste ontwikkeling van het eigen doel. Altijd plannen van, vasthouden aan of werken aan de voortgang van zijn functie.

  • In ZZZine #22, het STEENBOK-patroon |10|, zijn de processen beschreven die zich allereerst afvragen of, hoe en wanneer zij zichzelf kunnen verwezenlijken. Zij zijn hypothetisch van aard. Als voorbeeld zijn de bekende persoonlijkheden Coco Chanel, George Santayana en Michelangelo Buonarroti voorbijgekomen.
  • In ZZZine #25, het STIER-patroon |2|, zijn de processen beschreven die hun aandacht richten op hun geheugen en zich afvragen of dat wat zij waarnemen de moeite waard is om door te zetten tot het af is. Zij zijn antithetisch van aard. Als summier voorbeeld heb ik bekende persoonlijkheden gekozen: Immanuel Kant, Charley Toorop en Ludwig van Beethoven.
  • In ZZZine #28, het MAAGD-patroon |6|, zijn de processen beschreven die - nu en concreet - werken aan de perfecte afwerking tot in het kleinste detail. Zij zijn synthetisch van aard. Als voorbeeld gebruikte ik de bekende persoonlijkheden Charlotte BrontŰ, Wolfgang Amadeus Mozart en William Shakespeare.

Deze patronen worden door iedereen gebruikt, zij het voor verschillende functies, werkgebieden en, natuurlijk, in verschillende mate en mengeling. Omdat ik het Schorpioen patroon gebruik om te beginnen en het Steenbok-patroon in de derde fase valt, gebruik ik dat laatste patroon om op een structurele manier onderscheid te maken en kennis te verwerven. Daar bevindt zich ook mijn besturingsfunctie die op ditzelfde terrein hetzelfde patroon toepast. Het Stier-patroon valt, bijgevolg, in de zevende fase, dus gebruik ik dat om aandacht te schenken aan de waarden die een rol spelen in relaties van samenwerking. Er is geen functie die dit patroon gebruikt, dus moet ik dergelijke activiteiten en deze werkwijze min of meer moeiteloos toepassen. Het Maagd-patroon gebruik ik dan weer in de elfde fase, dus om zorgvuldig te werken aan oplossingen in activiteiten van groepen. Daar bevindt zich ook de integreerfunctie, mijn invoelingsvermogen, waarmee ik die synthetische werkwijze gericht toepas op sociaal terrein.

Deze serie ging over de innerlijke consistentie en dus ook over de vasthoudendheid en dienstbaarheid van deze daarin gespecialiseerde mensen, en - stilzwijgend - ook over de mogelijkheid van het meer of minder actief zijn van deze potentiŰle eigenschappen.
 

  ^  
 

Structuur: dat waar processen op zijn gebaseerd, en systemen en denken en zo

In ZZZine #19, dat over dynamiek en verbindingen handelt, had ik het zijpad betreden van functies die subprocessen in gang zetten. Dat bood niet het verwachte uitzicht op relaties tussen de delen van processen en tussen processen onderling. Het was wel leerzaam voor het begrijpen van het onderscheid tussen de functies van een proces en hun onderlinge be´nvloeding en samenwerking, maar het begrip subproces was en werd niet helder onderscheidbaar van het begrip context en leidde niet tot een duidelijk beeld (net zo min als het idee van een proces als 'middelpunt van verbindingen'). Het gevoel van verwarring dat bij mij achterbleef leidde wel tot verder zoeken naar helderheid over de relaties tussen processen.
In de drie delen die in dit overzicht aan de orde zijn ben ik weer teruggegaan naar mijn uitgangspunt.

In ZZZine #23, inleiding in de interne werking van het proces, heb ik de overeenkomst onderzocht tussen de wereld en een nieuw proces, van samenwerking op basis van een gesteld doel. Daarmee is dan de omgeving even de hele wereld, de natuur, geworden. Ik heb drie wereldbeelden naast elkaar gezet. Het gestelde doel, of samenwerkingsovereenkomst, het moment van beginnen en de ruimte en tijd die eigen zijn aan elk proces zijn de zaken die aan de orde zijn gekomen.

In ZZZine #26, een complex netwerk 1, ben ik teruggegaan naar het organische proces en daarmee naar Whitehead en naar G÷del met zijn visie op de grenzen van stelsels en de toepassing daarvan op de grenzen van onze kennis van de wereld vol processen.
Ik heb geconstateerd

dat mijn denken een vaste set van potentialiteiten nodig heeft,
wat geleid heeft tot het begrip dat processen zelf actief co÷rdineren en individueel geco÷rdineerd worden door de processen eromheen: de natuur als co÷rdinerende eenheid, de samenwerkingsovereenkomst,
tot het begrip dat een proces, als uniek en gestructureerd netwerk van verbindingen, een doel heeft dat het determineert,
dat toeval niet bestaat omdat een proces alleen maar uit een ander proces kan zijn voortgekomen en voor een doel moet zijn gegenereerd,
en, uitgaande van de stelling dat het intrinsiek eigene van een proces bepaald wordt door de verbindingen tussen de componenten, kom ik tot de conclusie dat er verscheidene families van relaties binnen een proces bestaan die in gedrag tot uiting komen.

In de bijlage, ZZZine #26x, heb ik enkele reeksen van basisbegrippen in de filosofie weergegeven en ben begonnen met, van het proces, een lijst op te stellen van de relaties die binnen de structuur voor kunnen komen en die het unieke ervan uitmaken. Na beŰindiging van #30 heb ik het overzicht van de structurele verbindingen tussen de onderdelen van een proces opnieuw opgezet. Mijn inzichten bleken aanmerkelijk helderder te zijn geworden. Het overzicht is nog niet definitief, enkele onderdelen zullen in de toekomst nog moeten worden uitgediept.

In ZZZine #29, een complex netwerk 2, heb ik de situatie van een proces temidden van contexten behandeld. De contexten van een proces en zien dat dat echte processen zijn is voor mij een echte ontdekking geweest. Het heeft mijn inzicht in de interactie met de verwarrende buitenwereld verdiept.
Daarnaast heeft het duiken in de complexiteit van een zo klein mogelijk maar nog wel herkenbaar proces mij geholpen bij de verdere ontwikkeling van mijn inzicht in het proces dat niet zonder de co÷rdinatie door de omgeving kan. Het universeel bewustzijn lijkt een consequentie van of een vorm van tijd te zijn. Het heeft mijn beeld van de samenhang van het geheel aanzienlijk verdiept: het proces past zowel discontinue generatie van processen als continue generatie van cycli toe.

Het is duidelijk dat nu toch echt het proces in de tijd in het zicht begint te komen. Een proces is immers de ont-wikkeling van een gegeven doel in een veelzijdige omgeving?
 

  ^  
 
Bestaat ze nog de verhalenlijn? Nee, ze is echt vervangen door de themalijn. Maar de verhalen zijn helemaal niet weg. Naast het hoofdonderwerp is er nog plaats voor een persoonlijke herinnering, een reactie, een tegenhanger of nuancering in de vorm van een voorbeeld uit mijn ervaring dat het thema kan verhelderen.
In deze eerste drie themanummers bleek het mogelijk om het tot nu toe platte theoretische model uit te breiden met de dynamiek van de dagelijkse werkelijkheid en de ruimtelijke eigenschappen van het model zichtbaar te maken. De theoretisch geconstrueerde, complex gevormde lagen van het netwerk binnen het proces heb ik geprobeerd op hun praktische mogelijkheden te analyseren. Ik probeer te laten zien wat het inzicht daarin en de kennis daarvan voor ons dagelijks leven kan betekenen.
 

3 Thema's: drie dialectische stappen, de meest dynamische kant van het proces

Het is duidelijk dat in de themalijn de mens, die geacht wordt van alle dieren het duidelijkst besef van zijn individualiteit te bezitten, in meer algemene zin aan de orde kan komen dan in de verhalenlijn die alleen mijn eigen verhalen behandelde. Ik pas nu mijn inzichten in het proces toe, niet op alle organismes inclusief de wereld als geheel, maar geconcentreerd op de activiteiten van de mens. Het blijkt zo mogelijk om verfijningen van het proces uit te lichten.
Omdat de individuele mens bijna voortdurend in interactie is met zijn omgevingen moet hij over de eigenschappen en onderdelen beschikken die hem in staat stellen zijn ervaringen te begrijpen en zijn denken en handelen te sturen. Samen vormen die wat een zelfregulerend systeem wordt genoemd. In de themalijn wordt de inhoud van de verbindingen tussen onderdelen van de onderliggende structuur, van het proces, aan de orde gesteld.

In ZZZine #24, 'Innerlijke stabiliteit en taalgebruik', illustreert het verhaal 'Buitensluiten', met een tekst die Einstein ooit zijn vrouw aanbood, hoe hij zijn innerlijke stabiliteit bewaakte. Het wordt geflankeerd door 'Vervreemding', een persoonlijke herinnering aan mijn ouders, die illustreert hoe moeder vervreemd kon raken van haar omgeving.
De eigenschappen van (hypothetisch) contact met de omgeving confronteren de eigen (manlijke) daadkracht met de (vrouwelijke) aantrekkingskracht van het andere; de eigenschappen van (hypothetische) innerlijke stabiliteit binden zich aan de eigen (moederlijke) emotionele basis of claimen de (vaderlijke) (on)zekerheden jegens de andere partij.
Het onderwerp was het bestendig ons evenwicht moeten bewaren in een omgeving die uiterst wisselend is en waarin wij ook altijd zelf beweging veroorzaken.

In ZZZine #27, 'Spel om waarden, respect als inzet', illustreren de verhalen twee maal het onderwerp 'school'; het verhaal in 'Cosý, een spel', dat laat zien hoe het duo da Ponte - Mozart zijn waarden trachtte uit te dragen, wordt geflankeerd door 'Speelruimte', een persoonlijke herinnering aan mijn vermoedelijk laatste dag op de lagere school die toont hoe soeur SupÚrieure haar eigen diepe verwarring op haar omgeving overdroeg.
De eigenschappen van de (antithetische) plaats in de groep confronteren eigen zelfsturing met de noodzaak van acceptatie door de zelfsturende wezenlijk anderen; de eigenschappen van (antithetische) innerlijke waarden erkennen resp. ontkennen ˇf het eigen belang ˇf de gezochte waarde van anderen.
Het onderwerp was de wederzijds afhankelijke relatie; doordat wij onszelf willen onderscheiden van anderen en daaruit de noodzaak volgt om te weten te komen wat de eigen en andermans waarden inhouden, leren we risico's, consequenties en mogelijkheden in te schatten. Kortom, we moeten ervaring opdoen voor onze ont-wikkeling door uit te dagen, uitgedaagd te worden, het spel van ver-wikkeling en in-kapseling te spelen: homo ludens verzamelt ervaring en moet op zijn hoede leren zijn.

In ZZZine #30, 'Afhankelijk temidden van wisselende doelen' ga ik verder door op het verhaal 'Speelruimte' dat toch wel erg geschikt materiaal biedt voor dit dialectisch onderdeel. Daarnaast zijn er wat korte voorbeelden van contexten die verwarring wekken als het doel, en dus het proces, ongemerkt is vervangen door een ander doel.
De eigenschappen van (synthetisch) verschil in de omgeving betreffen de relatie met de kennis over en van de wereld om ons heen. Het betreft enerzijds ons eigen denken, relateren, en overdragen van zaken, onze eigen kennis, met - over die grens heen - het verkennen van andere ideeŰn en relaties, van ge´nterpreteerde en overgedragen kennis die aanwezig is in verschillende ideale denkkaders en contexten; de eigenschappen van (synthetische) innerlijke eenheid ervaren in slagen en falen enerzijds dat de vraag naar nut en noodzaak dwingt tot analysering van de eigen mogelijkheden en beperkingen als individu en anderzijds, tegelijk, dat het bestaan van de wereld als het co÷rdinerende en oplossende geheel dat is waaraan je je kunt overgeven en meewerken, als een haring in zijn school.
Het onderwerp was het verwerken van het al spelend ervarene, het afwegen van denken en denkkaders, van eigen mogelijkheden in wisselende contexten, het ontdekken van het eigen functioneren in relatie met de co÷rdinerende natuur.

De groep van drie dynamische verbindingen vormt het dialectische deel van het proces. Het evenwicht bewaren en je grenzen bewaken op weg naar het eigen doel is nu, na de aanvulling met uitdagingen en waarden in allerlei speelse en formele levenservaringen, afgerond met het onderscheid maken van feiten en interpretaties en het invoegen van de eigen functie in het geheel. Samen draaien deze delen rond het ontwikkelen van zwakte tot de kracht om het eigen leven in en met assistentie van de omgeving te beheren, om de verantwoordelijkheid voor dat gedrag in eigen hand te nemen. We hebben een beeld gekregen van de structurele achtergrond van interactie, beweeglijkheid, het evenwicht bewaren, van gesprek en dialoog over verschillen van mening en gezamenlijke belangen, van conflicten en spel, van geschiedenis en oplossing.
De structuur verklaart dat de dynamiek niet alleen verschillend werkt op functioneel niveau, maar ook al op het structurele niveau zelf: de twaalf patronen bieden 12 verschillende fasenstructuren waarbinnen deze activiteiten zich afspelen. Dit geldt niet alleen voor de besproken dialectische aspecten maar ook voor de overige aspecten die nu in het zicht moeten komen. We komen het overal als eerste tegen.
 

  ^  
 

Waarden en andere aspecten van het proces

Het is duidelijk dat ieder proces zijn eigen waardenschema heeft, het vloeit voort uit het gegeven zijn van het doel. Dat doel kunnen we pas volledig kennen als het proces is voltooid. Hier verschijnt het grote verschil tussen de kennis van de waarden van een of meer handelingen en het inzicht in de waardenstelsel van deze unieke mens; het eerste is mogelijk voor zover de waarheid bekend is, het laatste is tijdens het leven beslist niet mogelijk en na afloop nog nauwelijks. Wie kent zelfs de waarden van Shakespeare of Hegel of Stalin voldoende om te kunnen zeggen dat hij die hele mens kent? Hieruit moge blijken hoe het procesdenken helderheid kan verschaffen: we kunnen hooguit over zaken oordelen die we als geheel kunnen overzien en als geheel hebben onderzocht. Dat dit alles zowel positieve als negatieve ervaringen behelst, dat dialectiek kan worden opgevat als methode om informatie te verkrijgen en als discussie om een compromis te bereiken, als hulpmiddel om te bedriegen en als bliksemafleider kan worden gebruikt mag wel vanzelf spreken.
Na een dialectisch en dus historisch onderzoek waarin feiten over het gebeurde zijn verzameld zullen nieuwe cycli en activiteiten kunnen volgen. Er zullen consequenties worden getrokken uit de feiten die geleid hebben tot het verbroken evenwicht, er kunnen plannen worden uitgewerkt om dat evenwicht te herstellen, er zal uit de plannen een keuze moeten worden gemaakt en een en ander moet achtereenvolgens worden uitgevoerd. Al deze stukjes zijn nieuwe processen die worden bepaald in samenwerking met de actualiteit en de heersende waarden en niet alleen daarmee. Op een punt als dit kunnen andere aspecten opduiken om hun aandeel te leveren.

Dus moeten eerst nog de andere kanten van het proces worden onderzocht. Dit zijn de aspecten die zeker ook mee een rol spelen en die hun eigen visie op de waarden en belangen die in het geding zijn en aan het na te streven gedrag bij kunnen dragen. Gelukkig heb ik nu al wat belangrijk materiaal - over het actuele denken en de morele vragen die het oproept - tot mijn beschikking gekregen noten en bronnen .
 

De planning van het resterende werk

Het aspect dialectiek gaf een interessant stukje inzicht in ons gedrag, maar er bieden zich nog andere gezichtspunten aan. Anders dan de verschillen met de wereld en de contexten waarin de dialectiek zich uitdrukt, leiden andere manieren van groepering van dezelfde basiselementen tot andere verbindingen en dus andere mogelijkheden. In de themalijn ga ik eerst de groepering van meer overeenkomstige onderdelen met hun specialiserend karakter onderzoeken. Daarna wil ik bekijken wat de groep met compromis zoekende relaties aan mogelijkheden te bieden heeft. Of de meer precieze, formele afbakening van deze netwerken in de themalijn voldoende uit de verf kan komen of dat dit in de structuurlijn moet gebeuren zal wel blijken.
Het beeld dat het proces van het menselijk individu biedt is complex. De processen van contexten zijn, zoals we eerder hebben gezien, even individueel en even complex en door de verwisselbare doelen in de praktijk voor ons bovendien heel ongrijpbaar. Hoe de contexten gezamenlijk de tijdgeest bepalen en voor elk individueel proces de tijdmaat vormen wil ik later in de structuurlijn behandelen. Dat komt als laatste aan de beurt en zal het geheel afsluiten.
Het proces tijdgeest houdt de mensheid een spiegel voor Ún laat mij aan de structuur van processen werken. Ik ga dus maar rustig vertrouwend verder met mijn werk: het ont-wikkelen van de ons gegeven basisstructuur, daarbij de relatie met de wereld van alledag in het oog houdend.

Koppeling naar
de basiselementen en de vormen van samenhang van het proces - structuur 26/8x,
wereldbeeld, de basis van een open structuur - structuur #23/7.