^  

Inleiding: de constructie (wereld/universum/heelal/kosmos) en haar samenhang

Lang geleden, in prehistorische tijden nadat men was begonnen met samenwerken en denken, moeten de mensen hebben gezocht naar oriŰnteringspunten en gemeenschappelijke punten van houvast die voor samenlevingen en in het daaglijks verkeer van wezenlijk belang zijn. Men zocht ze in rivieren, oude bomen, verschillen in hoogtes en aan de hemel, richtte groepen stenen of, later, zelfs complete piramiden op, ontdekte regelmaat, samenhang en structuur in de wereld, wisselde kennis uit met buren en besloot samen over maten en normen.
Zij merkten een baan op van eenvoudig waarneembare groepen van sterren waarlangs de zon zich, afgemeten aan de seizoenen, bewoog. Zij gaven er namen aan, als dat al niet door zeevaarders was gedaan, en verdeelden die baan in twaalf delen, de dierenriem, om te kunnen meten. Zij namen de twee equinoxen (wanneer dag en nacht even lang duren) waar en begrepen, dank zij vele eeuwen van observatie, ook de precessie, de teruggaande beweging binnen de dierenriem.
Maar waarom in twaalf delen? Daar kunnen we alleen maar naar raden, maar het is een feit dat mensen, piramidebouwers, speelden met verschillende grondvlakken en meestal driehoekige zijvlakken. De wiskunde is een oude wetenschap en ik denk dat twaalf het welbewuste uitgangspunt was. In deel 2 van de structuurlijn heb ik enkele voorlopige beginselen ge´ntroduceerd met het 3x4 principe als de basis voor de structuur. Dat lijkt zich in de praktijk te bewijzen.

 

  ^  

De grondbeginselen en ontwikkeling van het organisme, 4 animaties

De wereld; de eenheid [ bron ] van de waarneembare wereld van ruimtetijd en de relatieve wereld van het kwantum, is gebaseerd op natuurlijke grondbeginselen. Een organisme is een samenstel van interactieve onderdelen, met een bepaalde functie.
De basis beginselen:

  1. er is materie, meervoud, onderscheid, beweging, aantrekking, cycliciteit, enz.
  2. - kernbegrippen of kwaliteiten zijn verdeeld over twaalf(Î2/3/5) domeinen,
  3. - dat leidt tot zes niveaus of typen van RELATIES met toenemende complexiteit,
  4. - die karakteristiek zijn voor een specifieke RUIMTE en TIJD,
  5. zij verbindt deze unieke eigenschappen aan de gebeurtenis van dat moment,
  6. zij legt de capaciteiten en de duur van de gebeurtenis in relatie met
    materiŰle/immateriŰle omgevingen vast in een materiŰle/immateriŰle functie of doel.
    Zo ontstaat een gedetermineerd/determinerend en geco÷rdineerd/co÷rdinerend proces, een werkzaam onderdeel en interactief orgaan van het onvolledige, zich ontwikkelende, organisme.
    Door deze wederzijdsheid wordt de met omgevingen gedeelde verantwoordelijkheid van het individu en zijn vrije wil bevestigd, en blijft het wettelijk gezag intact, ondanks vaagheid.
  7. N.B. De in Animatie 1 gepresenteerde beschrijving van de grondslag is volledig en zichzelf corrigerend in de zin dat de verschillende types van relaties de juistheid van de plaatsing van de kernbegrippen bevestigen, of niet.

De hier gepresenteerde versie is gebaseerd op algemene en menselijke begrippen en geschikt als basis voor de beschrijving van processen met een algemeen doel. Voor een gespecialiseerde wetenschappelijke versie, bijvoorbeeld de structuur van de psychologie, zouden algemene en passende vaktermen tot een evenwichtig geheel moeten worden bijeengebracht.
Het is recent bevestigd dat "zwaartekracht geen intrinsieke werkelijkheid heeft", dat "de lichtsnelheid niet onveranderlijk, niet 'werkelijk' is, maar verdwijnt in het referentiekader van het licht zelf", dat "de waarnemer in een universum de waargenomene in het andere universum is", en dat "de eigenschappen van enig deeltje, van ieder voorwerp, door de andere voorwerpen in het universum zijn bepaald" [ bronnen ].

Een hond kan zichzelf uitvinden binnen zijn constructie en de grenzen van zijn eigen individuele hondzijn ontdekken door vallen en opstaan, al doende. Hetzelfde geldt voor mensen, gemeenschappen, dingen en contexten; de wereld als geheel blijkt daarin te voorzien.

De processen in de animaties 2, 3 en 4 geven duidelijk herkenbaar het in ruimtetijd invariante gezichtspunt (de unieke kwaliteiten) van de waarnemer (deelnemer of gebeurtenis) weer, en tevens de wereld van kwantumrelaties die de individuele ontwikkeling van de taak co÷rdineert. De wisseling van gezichtspunt heen en weer tussen dynamische interactie en dialectische overweging of aard onderscheidt de twee centrale middelen voor de ontwikkeling van processen. Deze wisselingen zijn aangegeven in de achtergrond van de eerste vijf animaties.

 

Animatie 1. GRONDSLAG van al het zijnde:
12 principes, 6 niveaus/types van relaties

 

De natuurlijke principes van het universum en hun verhoudingen tot elkaar



       =   afhankelijkheid  =        
   / bijsturend \   
determinatie > ontwikkeling
  volwassenheid spel (zelf)respect  

       21 stappen, 104 figuren       

KEUZES:   wachttijd:      afbeeldingsnummer:        informatie aan/uit:  

De nadruk van de hier aangeboden algemene interpretatie ligt op het menselijk gezichtspunt in samenleving en ontwikkeling, de meest ingewikkelde vorm (wereld) die we ons voor kunnen stellen. De menselijke vorm is ook onmisbaar omdat ervaring met menselijke processen en taal de enige gemeenschappelijke factor is van alle wetenschappers. De structuur van de wereld als geheel kan daarom alleen worden afgeleid vanuit de meest complexe kennis die iedereen van nature ter beschikking staat en vanuit de open vorm daarvan. Vanwege het letterlijk alomvattende uitzicht en mijn bedoeling een objectieve, natuurlijke en begrijpelijke verzameling begrippen te presenteren, heb ik zowel naar kenmerkende als kleurrijke wetenschappelijke, alledaagse en algemene begrippen gezocht [ noot ].

 

  ^  
Animatie 2. FUNCTIE & EIGEN WERELD gezichtspunt:
een proces in interactie

Vooraleer er iets kan gebeuren, voor de principes in werking kunnen treden, moet er een deelnemer zijn met een individueel doel in een eigen universum. In bredere zin: er moet een (organisch) mechanisme, een proces, zijn met unieke eigenschappen, met een gegeven taak en een eigen kijk op zijn individuele werkelijkheid (omgevingen), om die eigenschappen en taak te kunnen uitvoeren.

Vanuit de actuele behoefte, van ofwel de omgevingen of contexten ofwel van de speler zelf, wordt het karakter van die actuele wereld die perfect past bij het doel gekozen, en beslist wanneer de activiteit kan starten.
Er wordt gekozen, er is een uniek proces.
Er ontstaat activiteit; er is een gerelateerd proces.
Een proces kan zijn: een actueel voorval (b.v. cyclus, een deel van:), een individueel proces (mens, boom, deel van:), een gemeenschap (overeenkomstigheid, gelijkenis) [ noot ].

Planeten, manen en andere grote objecten en groeperingen in de ruimte, zijn bijgevolg ook unieke processen die hun ontvangen eigenschappen en taken ontwikkelen en uitoefenen binnen hun omgevingen en daarbij hun eigen aard, invloed en functie binnen de steeds wisselende relaties met grotere gehelen inbrengen. Zij hebben een sterk individueel karakter dat, bovendien, gedetermineerd is door zowel het karakter van hun eigen domein in de zodiak als hun variabele onderlinge relaties.

In deze tweede animatie verwezenlijkt zich een proces: een gedetermineerde en determinerende deelneemster met een gegeven taak en capaciteiten, binnen haar eigen wereld van ruimtetijd en kwantum relaties wederzijds co÷rdinerend met variŰrende omgevingen, ervaart geleidelijk haar geschiedenis.

 

Relativiteit, geco÷rdineerde ontwikkeling van 1 proces


         
KEUZES:   wachttijd:       afbeeldingsnummer:         informatie aan/uit:  
27 stappen, 27 figuren

Vanaf de aarde zien wij, tegen de achtergrond van de universele ruimtetijdstructuur (2.1), de structuur van het zonneorganisme met zijn onafgebroken van plaats veranderende planeten en andere objecten (2.2) binnen haar zwaartekrachtveld.
De aarde draait en verschaft zo iedere plaats op aarde zijn eigen co÷rdinaten van unieke ruimtetijd. Als zich een nieuw proces of cyclus voordoet verbindt het zich aan de co÷rdinaten van die bepaalde plaats en tijd en voorziet zich daarmee van zijn eigenschappen van ruimtetijd, zijn individuele capaciteiten. Dit unieke oriŰntatiepunt van ruimte en tijd (waar de noord/zuidlijn (2.3), die tevens de tijd aangeeft, de oost/westlijn kruist) wordt Ascendant genoemd (2.4) [zie ook structuurlijn #13: oriŰntatie op de draaiende aarde]. De Ascendant is de oorsprong van de 12 fasen van het proces.
Van daaruit begint een proces zijn eenmalig bestaan (2.4), ontwikkelt zich samen met zijn wisselende omgevingen, reageert op verandering, veroorzaakt verandering als de tijd er rijp voor is en verwezenlijkt zijn doel(en) (2.5-2.27). Het volgt, naar het schijnt, net als de planeten 'zijn rechte pad in gekromde ruimte'.
Het speelt, en al doende ontdekt het zijn plaats.

 

  ^  
Animation 3. UNIEKE PROCESSEN:
realiseren de functie in onvolledigheid en afhankelijkheid
Processen starten, zoals we zojuist hebben gezien, vanuit hun individuele standpunt in ruimtetijd temidden van wisselende omgevingen. Na het gezichtspunt van buiten een enkel proces, verplaatsen we ons gezichtspunt nu binnenin enkele processen met verschillende Ascendanten. De planeten, gezien als functies, zijn verwant aan een van de twaalf domeinen van principes of grondbeginselen. Naar gelang hun posities verschuiven en de relaties tussen hen veranderen, verandert het karakter van zowel de functies als hun combinatie met de principes en daarmee ook de invloed of actie die zij voortbrengen.
Deze reeks bestaat voornamelijk uit (geboorte)gegevens die in de patronenlijn als voorbeelden zijn gebruikt, aangevuld met enkele exact gedocumenteerde historische gebeurtenissen. Het begint met Albert Einstein die, hoe passend, start vanuit zijn fysiek bestaan, het vierde beginsel.

 

14 Dubbele patronen van relaties: hun begin, doel(en) en groeperingen


           
KEUZES:   wachttijd:     afbeeldingsnummer:     informatie aan/uit:
16 stappen, 26 figuren
AV = Actueel Voorval (te onderscheiden van een zich in de tijd ontwikkelend proces).

De Ascendant duidt, zoals blijkt, de start van een proces of een actueel voorval aan: zijn aanwezigheid in de tijd. Het eveneens zichtbare, kennelijk aanwezige, doel van het proces, het "raison d'ŕtre" ervan, is de functie of groep van functies met de grootste invloed binnen het gehele proces waarin de verwijzingen samenkomen.
De MAAN (de zich ontwikkelende aard van het bestaande, van de deelnemer) verplaatst zich in de loop van een dag +12 graden. Dit betekent dat haar relatie met en verwijzing naar andere functies geleidelijk zal veranderen. Als dit ook een overgang naar het volgende domein inhoudt moet dat een herkenbaar verschil geven. In de nummers 2, 4, 7, 11, 12, 14 en 16 is de ontwikkeling van de basis van dit proces duidelijk zichtbaar.
Het verwijspatroon wordt, zover ik weet, momenteel weinig toegepast in de astrologische praktijk, waarschijnlijk omdat het minder betrouwbare informatie biedt als het aan een van de geconstrueerde systemen (met ongelijke huizen) wordt gekoppeld. Toegepast binnen de fasenstructuur van het proces, echter, verschaft het waardevolle informatie, zoals de twee versies in deze animatie #3 (van functie in domein naar functie) en die in de patronenlijn (van fase/werkterrein naar functie) tonen.

 

  ^  
Animatie 4. ONTWIKKELING in de TIJD:
de rol van fasen en hun karakter

De wereld is in ontwikkeling, en voor ontwikkeling is tijd nodig. De fasen van een proces geven het verloop van de tijd en de wisselende activiteiten en omstandigheden weer.
In deze animatie worden alleen de fasen zelf beschreven zoals ze in een domein beginnen, niet de functies die daarbij een rol spelen. De uitzondering is dit speciale geval waar, binnen de 9e fase, de MAAN de individuele aard, in de loop van dit proces de planeet PLUTO de confronterende uitdager passeert.

 

De ontwikkelingsfasen van een proces


           
KEUZES:   wachttijd:     afbeeldingsnummer:     informatie aan/uit:
15 stappen, 15 figuren
AV = Actueel Voorval (te onderscheiden van een zich in de tijd ontwikkelend proces).

Hier zien we dus een persoonlijke verandering binnen het oorspronkelijke verschuivingspatroon. Het verwijspatroon is hierdoor tot een geheel samengevoegd en de 9e fase (ontwikkeling, product) is in relatie gekomen met het geheugen en de (on)verwerkte ervaringen in de fasen 3, 4, 5, 11 en 12. Zowel de ontwikkeling van de eigen aard en de voortgang van de mentale en fysieke ontwikkeling worden in het patroon weergegeven.

 

  ^  

Twee technische kanten van individuele ruimtetijd: de ASCENDANT, 2 animaties

Na de ontwikkeling van de twaalf principes/grondvoorwaarden lag het voor de hand om die cirkel als basis toe te passen en daar de Ascendant aan te koppelen, zoals in de animaties 2, 3 en 4 zichtbaar is. Dit in tegenstelling tot het in de astrologie gebruikelijke huizensysteem met daarachter de tekens van de dierenriem. Het toont ook duidelijker het karakter van het beginpunt van het proces en de relaties en verwijzingen tussen de onderdelen ervan.
Sinds ▒ 1250 is het gebruikelijk in de astrologie om een van vele huizensystemen te gebruiken, de meest voorkomende is gebaseerd op een combinatie van de Ascendant, de oostelijke horizon van de gebeurtenis, en het MC (de Midhemel op de lokale meridiaan), de actuele omgevingstijd langs die meridiaan. Omdat ik heb begrepen dat het co÷rdinatenstelsel zelf het individueel ruimtetijd karakter vertegenwoordigt neem ik alleen dat als uitgangspunt [ noot ] en koppel de fasenstructuur van het proces aan de Ascendant: het snijpunt van 1. de verbindingslijn met het centrum van de aarde, 2. de breedtecirkel (afstand tot de evenaar) en 3. de meridiaan (de draaiing van de aarde: zowel ruimte als tijd). Dit komt overeen met de "Gelijke Huizen" verdeling (die meer dan 3000 jaar oud zou zijn). Ik handhaaf het MC als een supplement, los van de fasenstructuur.
Aan het probleem dat het moment van geboorte, het begin van onafhankelijk ademhalen, vaak niet is vast te stellen valt niet te ontkomen, zoals ik herhaaldelijk heb vastgesteld.
 

Animatie 5. OVERDRACHTSPATRONEN:
de ongelijkmatige voortgang van de Ascendant

Het overdrachts- of verwijspatroon verschaft belangrijke en toegankeijke informatie die complementair is met het patroon van de verbindingen of aspecten. Het toont de verschuiving die plaats vindt van het principe waarin een fase begint (of zich een functie bevindt) naar de aan dat principe verwante functie, om vanuit dat punt verder te gaan naar de aan dat principe analoge functie, enzovoort. Zie hierboven, Animatie 3.

 

Het overdrachtspatroon, hoe de procesactiviteit en -snelheid verandert in 24 uur


           
KEUZES:   wachttijd:       afbeeldingsnummer:       informatie aan/uit:
24 stappen, 24 figuren

Deze serie van 24 delen (=processen) begint en eindigt om 10:30 uur. In alle delen daartussen verplaatst de Ascendant zich door de verschillende principes, de ongelijke snelheid is afhankelijk van de gekozen breedtegraad ofwel de afstand tot de evenaar, in dit geval Ulm 48░23' Nb. Terwijl de aarde, in de loop van de dag, de hele cirkel doorloopt verandert, dank zij de schuine stand van de aarde, het tempo van de Ascendant. Alle fasen bewegen daarin mee en hun tijdsduur wisselt navenant, van nature, ongeacht hun gelijke formaat; alle principes en functies zijn erin betrokken.
In de loop van de dag verplaatsen de fasen van het proces zich ook: daarmee verandert de werkzaamheid van de functies etc. navenant. Zie hierboven, animatie 4.

 

  ^  
Animatie 6. De DRAAIENDE HELLENDE Aarde:
het effect ervan boven de poolcirkels

In aansluiting op de informatie van de patronen in animatie #4 meende ik dat het interessant zou zijn om de verschillen op het (noordelijk) poolgebied te bestuderen. Dat zou dan de reeks animaties in de zines #9 en #13 afronden. Het leidde tot de volgende curieuze verrassing.
NB: het middelste blok links is het bovenaanzicht, het blok rechts het zijaanzicht (na een kwartdraai) van de aardbol;
NB: de posities van A en B zijn de nagenoeg exacte tegenhanger van de posities van C en D; bij dezelfde klokketijd op de twee verschillende meridianen (1=7 met een tijdverschil van 12 uur) zijn er kleine verschillen in de posities van Asc, MC, Maan en planeten. In drie figuren verschillen de posities B en C sterk, terwijl te verwachten is dat ze nagenoeg gelijk zijn.

 

Vier locaties, twee op 0░ en twee op de 179░ meridiaan


                   
KEUZES:   wachttijd:     afbeeldingsnummer:     informatie aan/uit:
12 stappen, 12 figuren

De aarde roteert regelmatig rond haar NZ-as; de aanduider van de tijd (Midhemel of Medium Coeli) heeft 24:00 uur nodig om ▒361░ te voltooien naar het begin van de volgende dag. De aarde zelf heeft, net als de andere objecten, haar eigen ruimtetijdkarakter en functie binnen het kader van dit zonnestelsel.

De twee zijden van de aardbol bewegen zich in evenredigheid: de plaatsen A en D wisselen om de 12 uur, net als de plaatsen B en C, van plaats. Als gevolg daarvan zouden de Oost richtingen (Ascendanten) ongeveer gelijk moeten zijn terwijl de omgeving van de aarde, de andere delen van het zonnestelsel in de eerste plaats, van plaats veranderen naargelang de tijd vordert. B en C tonen die evenredigheid niet consequent.
Dit probleem kan het gevolg zijn van een incorrecte astronomische routine [ noot ] die in de meeste astrologieprogrammatuur wordt toegepast.

 

  ^  

Determinatie en Vrijheid: de relatie tussen individu en zijn omgevingen

Een foetus, het ongeboren wezentje, besluit meestal zelf, op het geŰigende moment, om de verbinding met de moeder te verbreken. Met de afsluiting van de bloedtoevoer verbreekt het de voedsel- en zuurstoftoevoer. Daarna moet dat ongeboren wezentje dus gaan ademen en daarmee baby worden. Dat kan al gebeuren voor de uitdrijving maar ook vrij lang daarna, zoals de 'dode baby in de doos' (Asuncion, Paraguay, 6 aug. 2013 'te vroeg geboren baby'), die ca. 4 uur later tot leven bleek te zijn gekomen, duidelijk heeft bewezen. Door zelf (samen met de omgeving, klaarblijkelijk niet alleen de dokter) het moment van ademen te bepalen wordt het een determinerend wezen (deelnemer), met gedetermineerde kwaliteiten in ruimtetijd. Het komt terecht in ordeloze maar feitelijk co÷rdinerende (deterministische) omgevingen, wat het dwingt om verantwoordelijkheid te nemen en voor zichzelf persoonlijke vrijheid te verwerven, en zo, bewust of onbewust, zijn taak uit te oefenen.

Het doel van een proces, menselijk of geconstrueerd, is zijn aandeel in de ontwikkeling binnen een breder kader, zijn reden van bestaan. Dat doel kan alleen dan bewust worden gehanteerd en ervaren als de persoon een helder en echt zelfbeeld heeft kunnen ontwikkelen. Hoewel gedrag, dus ook de mentaliteit, wordt be´nvloed en bepaald door omgevingen, blijft geestelijke vrijheid een persoonlijke verworvenheid.
Processen in ontwikkeling roepen onbewust en voortdurend reacties op van de omgeving die zich daar en dan voordoet. Zo'n 'toevallige' situatie, het gebeuren van plotselinge gelukjes en ongelukjes of serieuse ingrepen die niet alleen kinderen en volwassenen oproepen en ervaren maar waar ook nieuwe, met veel zorg opgezette, systemen en plannen bij voortduring last en voordeel van hebben, wordt een "Actueel Voorval" genoemd.
Dit alles leidt tot de conclusie dat elk proces, zij het een mens, massa of probleem, niet alleen deze actuele voorvallen ervaart en verwerkt maar ook de contacten met verschillende gemeenschappen (samengestelde processen) waar het deel van uitmaakt. De contacten tussen de drie onderscheiden types lopen via de eigen ontwikkelingsfasen op ieders eigen manier, individueel in ruimtetijd en universeel gerelateerd.

Ik ben ervan overtuigd dat het universum een organisme is dat zich op natuurlijke wijze ontwikkelt. Het experimenteert met systemen en constructies, verkent grenzen, en botst op het feit dat er geen absoluten zijn, dat alles twee kanten heeft. Omgevingen stellen hun eigen grenzen.

Inzicht in en kennis van de omstandigheden van een proces en dus de kans of een individueel proces het gewenste doel of de vereiste condities zal kunnen waarmaken is afhankelijk van de mogelijkheid om de Ascendant(en) vast te stellen.
Voorbeelden: Animatie 2, de nummers 5, 6, 9 en 11 in Anim. 3, en Anim. 4.

 

  ^  

Ten slotte

En zo is het beeld van de Principia naturalia universitatis, van de twaalf universele principes (grondregels als gedragslijnen) of basiswetten die algemeen gelden en binnen sociale organismen kunnen worden doorgegeven en onderwezen gecompleteerd: de relativiteit of samenhang, individuele positieve of negatieve taak of eigenwaarde, interactiviteit, de onvolledigheid, onderlinge afhankelijkheid, limiet van letterlijk alle processen; het universeel organisme van ontwikkeling [ noot ]. In feite is deze ruimtelijke methode een alles omvattende aanpak die, bovenal, ook het belang van alle gebieden van wetenschap dient, van zowel natuurwetenschappen als sociale wetenschappen en andere terreinen van gecompliceerde kennis. Daar het ook een vooruitgang is ten opzichte van de gebruikelijke tweedimensionale classificaties, zoals John Dewey's decimaal systeem, zal deze aanpak bij kunnen dragen aan communicatie en wederzijds begrip, kortom tot meer eenheid in kennis.

Niet alleen de grondbeginselen, maar ook de ingrijpende wijziging in de structuur van het astrologische model (van de huidige vorm terug naar de oorspronkelijke Babylonische astrologie) is gebaseerd op de unieke eigenschappen van processen. Het beschrijft hun ontwikkeling in ruimtetijd en relativiteit, de (wederzijdse) betrokkenheid met wisselende passende omgevingen, en de correctie c.q. aanduiding van fouten daarin. Ik wil graag benadrukken dat dit alleen mogelijk is geweest dank zij de inspiratie van Johan Huizinga's 'Homo ludens' (en John Dewey, A.N. Whitehead, G. Cardano, H. Marcuse en veel anderen), en de sporen van structuur in de code van de natuur in nummers & logica, muziek en kleuren en in het oude Babylonische, Chinese, Maya- en Inca-denken.

Dit alles, samen met een breed scala van eigen ervaringen van ruimte & tijd, orde & chaos, wederkerigheid & algemene afhankelijkheid, van ongelijkheid & gelijkwaardigheid, heeft de persoonlijke herinneringen gevormd die nodig zijn voor een taak als deze. Ik kan weer doorgaan en in de laatste drie delen van de themalijn (beginnend met #34/10) denken over de grondbeginselen, maar nu over de consequenties ervan en dus als recensent van mijzelf: hoe hebben zekere invloeden en de zekerheid van 'toevalligheden' mijn ontwikkeling gestuurd?

 

  ^  

Koppelingen naar

zine 6/2: Structuur: een dynamisch proces,
en twee complementaire series van animaties:
zine 9/3: Ruimtetijd 1: Op zoek naar een uniek co÷rdinatenstelsel,
zine 13/4: Ruimtetijd 2: OriŰntatie, een gebeurtenis in kaart gebracht,
in voorbereiding:
zine 34/10: Betrokkenheid bij ontwikkeling 1: Gezamenlijke verantwoordelijkheid.