TELWOORDEN (Noms de nombre) ► Home              

 Download tekst:   DOC-versie    PDF-versie

  Hoofdtelwoorden (N1-3,5)

  Breuken (N2-3)

  Rangtelwoorden (N1,3,5)

  Verzamelwoorden (N3,5)

  Tijdsaanduiding (N1,3)

  Afleidingen van telwoorden (N5)

 


HOOFDTELWOORDEN (Nombres cardinaux) 

[N1] 
            1 : 0-20

  0  zéro

 

 

 

  1  un (une)

  6  six

  11  onze

  16  seize

  2  deux

  7  sept

  12  douze

  17  dix-sept

  3  trois

  8  huit

  13  treize

  18  dix-huit

  4  quatre

  9  neuf

  14  quatorze

  19  dix-neuf

  5  cinq

10  dix

  15  quinze

  20  vingt

 

[N3]     
           De laatste letter van cinq, six, huit en dix wordt uitgesproken, behalve voor een woord
             dat begint met een medeklinker of ‘aangeblazen’ h'.
           Dan wordt de laatste letter vaak niet uitgesproken.

           Laatste letter van getal niet uitspreken in
            cinq mille (5000), six mille (6000), huit mille (8000) , dix mille (10000)


            2:  tientallen

  10 dix

  60 soixante

  20  vingt

  70  soixante

  30 trente

  80 quatre-vingts

  40 quarante

  90 quatre-vingt-dix

  50 cinquante

  100 cent


            3: 21-69 (tussen de tientallen)

  21 vingt et un

  24  vingt-quatre

  27 vingt-sept

  31 trente et un

  22 vingt-deux

  25 vingt-cinq

  28 vingt-huit

  32 trente-deux

  23 vingt-trois

  26 vingt-six

  29 vingt-neuf

  33 trente-trois


           Boven de 30 worden de getallen net zo gevormd als bij 21-29        

           Uitspraak
           De t  van vingt is te horen in de getallen tussen 20 en 30, maar wordt niet
             uitgesproken in alle andere gevallen.  

[N2]
            4 : 71-100

71  soixante et onze

81  quatre-vingt-un

91   quatre-vingt-onze

72  soixante-douze

82  quatre-vingt-deux

92   quatre-vingt-douze

73  soixante-treize

83  quatre-vingt-trois

93   quatre-vingt-treize

74  soixante-quatorze

84  quatre-vingt-quatre

94   quatre-vingt-quatorze

75  soixante-quinze

85  quatre-vingt-cinq

95   quatre-vingt-quinze

76  soixainte-seize

86  quatre-vingt-six

96   quatre-vingt-seize

77 soixante-dix-sept

87  quatre-vingt-sept

97   quatre-vingt-dix-sept

78  soixante-dix-huit

88  quatre-vingt-huit

98   quatre-vingt-dix-huit

79 soixante-dix-neuf

89  quatre-vingt-neuf

99   quatre-vingt-dix-neuf

80  quatre-vingts

90  quatre-vingt-dix

100   cent

 

 [N5]
              In Zwitserland en België kent men aparte vormen voor 70, 80 en 90.

70  septante

80  huitante

90 nonante

 

[N2]
            5 : boven de 100

200 deux cents

1000 mille

un million

een miljoen

201 deux cent un

2000 deux mille

un milliard

een miljard


           6 : grote getallen

1100 onze cents

1700  mille sept cents  dix-sept cents

1150 onze cent cinquante

1750  mille sept cent cinquante /  dix-sept cent cinquante

1600 seize cents

2315  deux mille trois cent quinze


        Bijzonderheden

        a. Tussen tientallen (10,20,30 enz.) en eenheden (1,2,3 enz.) zet men een           
             verbindingsstreepje (trait d’union), behalve bij 21, 31, 41, 51, 61 en 71.     
             Daar staat et in plaats van een streepje : soixante et onze.      
             Na cent wordt nooit een verbindingsstreepje geplaatst : cent un(e).    

         b. De telwoorden in het Frans lopen vanaf 70 anders dan in het Nederlands.      
             De tientallen worden dan een soort rekensom. Zeventig is zestig plus tien.      
             En tachtig is vier keer twintig. Negentig is dan weer 4 x 20 + 10.     
             Er zijn dus geen aparte vormen voor 70, 80 en 90.    

         c. Vingt en cent krijgen in het meervoud een s als geen ander telwoord volgt.       
               
80 = quatre-vingts;  81 = quatre-vingt-un
                200 = deux cents;  201 = deux cent un    

         d. Mille heeft in het meervoud nooit een  s : 5000 = cinq mille

[N4]
         e In jaartallen schrijft men meestal mil in plaats van mille .

1966 = mil neuf cent soixante-six

 

[N3]
 
          Getallen van 1100 - 1600

onze cents

douze  cents enz.


          Tussen 1700 en 1900 kan men kiezen uit 2 mogelijkheden.

dix-sept cents

mille sept cents

dix-huit cents

mille huit cents

dix-neuf cents

mille neuf cents


          Vanaf  2100  moeten de getallen moeten gelezen worden als 2 duizend honderd enz. : 

deux mille cent 


           Bijzonderheden 
            a. Getallen boven de 100 kunnen opgesplitst worden in kleinere getallen.
                Tussen die getaldelen komt  geen streepje of et.        
                Dus 1725 wordt : 1700 … 25 : dix-sept cent vingt-cinq    

           
b. Voor een telwoord geen apostrophe : le huit avril, le onze septembre

            c. Miljoen en miljard zijn geen gewone telwoorden, maar zelfstandige  naamwoorden
                 van hoeveelheid. Ze worden dus gevolgd door het voorzetsel de.
 

1.000.000 inwoners

un million d’habitants

2.000.000 kilometer

deux millions de kilomètres

1 miljard inwoners

un milliard d’habitants

 


[N1]

B. RANGTELWOORDEN (Nombres ordinaux) 

         Vormen
         Om een rangtelwoord te vormen zet je -ième achter het hoofdtelwoord.

deux > deuxième

trois > troisième

six > sixième

sept   > septième

huit  > huitième

dix > dixième


          Uitzonderingen

eerste

premier (m) - première (f)

tweede

(soms) second

vierde

quatrième ( e vervallen)

vijfde

cinquième

negende

neuvième (f wordt v)

elfde

onzième


          Bijzonderheden  
 
             
           a  Getallen die eindigen op -e verliezen die altijd als er -ième achter komt .

douze → douzième enz.

 

[N3] 
           b In data geen rangtelwoord, maar hoofdtelwoord, behalve bij premier.

  le deux  janvier 

le trois janvier enz.  

 

 [N5]    
           c  Een bijzondere vorm van vijfde is : quint .
                   Karel V = Charles Quint.

               Uitzonderingen
               Geen rangtelwoorden bij namen van vorsten, behalve premier.             
               Lodewijk XIV = Louis Quatorze.  Maar : François Premier.


[N1]

C. TIJDSAANDUIDING 

  1 : Hele uren
       Het is één uur enz. 
= Il est une heure, deux heures, trois heures, quatre heures, cinq heures,
         six heures, sept heures, huit heures, neuf heures, dix heures,
> onze heures,  midi (minuit) .

       
Let op :
         a. In plaats van douze heures zegt men meestal

midi (12 u overdag)

minuit (12 uur ’s nachts)

         
         b. Achter heure staat meestal een s, behalve bij une heure.

  2 :  Kwartieren, halve uur

une heure et quart

kwart over één

une heure et demie

half twee

deux heures moins le quart

kwart voor twee

Maar : 11.45 u  midi moins le quart

12.15 midi et quart

          23.45 u  minuit moins le quart

00.15 u minuit et quart


          Bijzonderheden 

          Meestal krijgt demie een e, behalve na midi en minuit .

12.30 u     midi et demi  

0.30 u      minuit et demi


  3 : Minuten

2.05  deux heures cinq

2.31 trois heures moins vingt-neuf

2.06  deux heures six

2.40 trois heures moins vingt

2.29  deux heures vingt-neuf

2.55 trois heures moins cinq


            Bijzonderheden

            a Tot het halve uur worden de minuten opgeteld bij het laatste volle uur,
                daarna worden ze afgetrokken van het komende hele uur.  

[N3]  
            b Net als in het Nederlands kent ook het Frans een officiële manier om (aanvangs)tijden
                 aan te geven.

2.15 u = kwart over 2

deux heures quinze = deux heures et quart

2.45 u = kwart voor 3

deux heures quarante-cinq  / deux heures trois quarts   
  =  trois heures moins le quart

12.10 u = 10 over 12

douze heures dix = midi dix

24.05 u = 5 over 12

vingt-quatre heures cinq = minuit cinq

 


[N2]

D. BREUKEN  ( Fractions)          

     1 : Vormen             
      De breuken worden gevormd door de rangtelwoorden.              
      Meestal staat het rangtelwoord in het meervoud, behalve als het eerste deel ‘un’ bevat.

 1/5 = un cinquième

2/6 = deux sixièmes

3/10   trois dixièmes 

 

[N3]
        Uitzonderingen  

een half   = un demi

een derde  = un tiers

een vierde (kwart) = un quart


        Bijzondheden    

         1. demi door een trait d’union met het zelfstandig naamwoord verbonden is onveranderlijk
                 un demi-litre                   deux demi-litres           

         2. demi achter een zelfstandig naamwoord is veranderlijk, maar altijd enkelvoud
                 deux litres et demi          deux heures et demie  (heure is vrouwelijk)
 


E. VERZAMELWOORDEN  

          Een telwoord + aine geeft aan hoeveel iets ongeveer is.
          
Enkele veel voorkomende vormen :  une dizaine, une douzaine, une vingtaine, une centaine  

une dizaine de personnes

een tiental / ongeveer 10 personen

des dizaines de personnes

tientallen personen

une douzaine d’oeufs

een dozijn eieren 

des centaines de voitures

honderden auto’s


            Bijzonderheden

un millier

een duizendtal / een stuk of duizend

des milliers de soldats

duizenden soldaten 

 

[N5]  

une huitaine de jours 

een week (letterlijk 8 dagen, bijv. van zaterdag tot zaterdag)

une quinzaine de jours 

veertien dagen (letterlijk : een vijftiental dagen) 

 


F. AFLEIDINGEN VAN TELWOORDEN  

     1. Veelvouden 

simple

enkelvoudig

quintuple

vijfvoudig

double

dubbel

vingtuple

twintigvoudig

triple

drievoudig

centuple

honderdvoudig

quadruple

viervoudig

 


   2. Leeftijden

quadragénaire

veertigjarig(e) 

septuagénaire

zeventigjarig(e) 

centenaire

honderdjarig(e)

quinquagénaire

vijftigjarig(e) 

octogénaire

tachtigjarig(e) 

millénaire

duizendjarig 

sexagénaire

zestigjarig(e) 

nonagénaire

negentigjarig(e) 

 

 

 

le cinquantenaire

de vijftigste verjaardag , de vijftigjarige 

le centenaire

de honderdste verjaardag 

le bicentenaire

de tweehonderdste verjaardag