Download tekst: DOC-versie
PDF-versie
|
1. Klinkers [N1-3,5] |
4. Liaison [N2-3,5] |
|
2. Medeklinkers [N1-5] |
5. Zinsmelodie + accent
[N2] |
|
3. Neusklanken [N2-3] |
|
[N1]
De klinkers zijn : a - e - i - o - u.
In de meeste gevallen wijkt de uitspraak niet veel af van de Nederlandse.
Alleen de i is altijd een lange i (in het Nederlands ie) en de u is altijd een
lange u
(in het Nederlands uu).
[N2]
Bijzonderheden
- Letter A
De [a] heeft in het Frans ongeveer dezelfde uitspraak als in het
Nederlands.
Alleen is het verschil tussen de korte [a] en de lange [aa] wat minder
groot dan bij ons.
De [a] in ‘salle’ wordt soms bijna op dezelfde manier
uitgesproken als de [aa] van ‘car’.
- Letter E
1. De letter [e] kan, net als in het Nederlands, op drie manieren worden
uitgesproken:
[e] zoals in ‘de’, [é]
zoals in ‘café’ en [è] zoals in ‘père’.
Als in het Frans op de e geen accent staat, wordt deze
uitgesproken als de [e] van ‘de’.
Dus : regarder , acheter.
[N3]
2. Stomme e (niet of nauwelijks uitgesproken).
De hoofdregels van de uitspraak van de e kun je
begrijpen met behulp van de woorden :
vendredi, samedi en dimanche.
Vendredi : de [e] wordt uitgesproken
als deze wordt voorafgegaan door 2 uitgesproken medeklinkers
(hier : dr) en gevolgd wordt door ten minste één
medeklinker (hier d).
Samedi : de [e] wordt niet of bijna
niet uitgesproken als deze door één uitgesproken medeklinker
(hier m) wordt voorafgegaan.
Dimanche : De [e] wordt niet uitgesproken
als deze aan het eind van een woord staat
dat nog een andere klinker bevat.
3. In de spreektaal wordt de [e] van ‘de’ en
‘le’ vaak niet uitgesproken na ‘pas’:
Je n’ai pas le temps. Il n’y a pas de pommes.
[N5]
4. In poëzie en (kerk)liederen worden stomme e’s meestal wel
uitgesproken.
[N2]
- Letter I
De [i] wordt altijd uitgesproken als [ie] : circuler,
journaliste
- Letter
O
De [o] heeft in het Frans ongeveer dezelfde uitspraak als in het
Nederlands.
De klank [o] wordt ook geschreven als [eau] of [au] : eau
de Cologne, auto
- Letter U
De [u] wordt bijna altijd uitgesproken als [uu] : sur,
le mur
[N3]
In de uitgang -um wordt de u als een [ò]
uitgesproken : album (uitspr. albom)
[N2]
DUBBELE KLINKERS
AI uitspraak
meestal tussen [é] en [è] in : j’ai, mais
AU uitspraak [oo] : auto
EAU uitspraak [oo] : beau
EI als in het Nederlands : le soleil
EU als in het Nederlands : peu, peur
EUI uitspraak [ui] : feuille
OEI uitspraak [ui] : oeil
ŒU uitspraak als [eu] : sœur
OI uitspraak [wà] of [waa] : moi,
trottoir
OU uitspraak als [oe] : tour
aan het begin
van een woord een soort [w] : oui
UI uitspraak als [wie] : suite. étui
UEI uitspraak [ui] : cueillir
De meeste medeklinkers hebben in het Frans dezelfde uitspraak als het
Nederlands.
Bijzonderheden
-
Letter B
1. Meestal
gewoon uitgesproken als b,
maar voor een s of t wordt de b uitgesproken
als een p
observer,
obtenir
[N3]
2. Aan het eind van een woord zijn er 2 mogelijkheden :
a. uitgesproken als b
: club
b. niet
uitgesproken : plomb
[N1]
-
Letter C
1. Over het algemeen zelfde uitspraakregels als in het Nederlands.
|
I. c voor e, i,
y = s (cent, citroen, cypres) |
|
II. c voor alle andere
letters = k (cacao,
cola, cultuur) |
Franse voorbeelden:
uitspraak s : centre,
ici, bicyclette
uitspraak k : car, corps, culture, oncle
2. Om een c voor a, o of u toch als een s uit te spreken,
wordt er een cédille (haakje) onder de c geplaatst
ça, garçon,
reçu
[N5]
3. Aan het eind van een woord zijn er 2 mogelijkheden
a. De c wordt uitgesproken als k : arc, bec, bloc, hamac (hangmat)
b. De c wordt niet uitgesproken in :
(ac)croc, caoutchouc, clerc, cric, tabac, escroc, estomac, marc, porc,
en bij woorden die
eindigen op nc : blanc, franc (behalve zinc)
c. Bij woorden die eindigen op -ct, worden beide letters meestal uitgesproken:
exact, direct.
Uitzonderingen:
aspect (aspè of aspèk), circonspect (è), respect (è), district (-iek of
-iekt)
Opmerking :
1. Bij donc wordt de c wel uitgesproken als het woord ‘dus’ betekent
of voor een klinker staat.
Je pense, donc
j’existe.
Ik denk, dus besta ik.
Vous m’avez donc oublié? Heeft u me dan vergeten?
Maar in andere betekenissen wordt de c niet uitgesproken?
Pourquoi
donc? Waarom toch!
Dis
donc.
Zeg eens.
[N1]
Lettercombinatie CH
1. CH = SJ
De meest voorkomende uitspraak : Michel.
[N4]
2. CH = K
a. voor een medeklinker : chrétien, chronologie
b. in de combinatie <chir> en <chor> : chiromancie, choral
Uitzondering : chirurgie (sj)
c. in vreemde woorden (meestal Grieks) :
archange,
archéologie, choeur, chaos,, écho,
orchestre, orchidée
Opmerking
In
almanach wordt ch niet uitgesproken
[N2]
- Letter D
Meestal uitspraak als de Nederlandse D.
Aan het eind van een woord wordt de d meestal niet
uitgesproken:
bord, sourd
Uitzonderingen:
‘sud’ en enkele eigennamen zoals Alfred.
Let op : Aan het eind van een woord wordt de d niet als t,
maar als een echte d uitgesproken : sud
[N3]
-
Letter F
1. Meestal gewoon uitgesproken als f, ook aan het eind van een woord.
Voorbeeld : chef,
cerf.
[N4]
2. Niet uitgesproken aan het eind van een woord : clef, cerf-volant, chef
d’oeuvre.
3. Bij de volgende woorden wordt de f niet uitgesproken in het meervoud ,
maar wel in het enkelvoud.
le nerf - les nerfs le boeuf -
les boeufs l’oeuf
- les oeufs
[N1]
- Letter G
|
I. g voor e, i, y = zj |
|
II. g voor alle andere letters = zachte k |
Voorbeeld : uitspraak zj : page, girafe, gymnastique
uitspraak zachte k : gare, goutte, guide, grand
[N2]
Bijzonderheden
1. Om een g voor e, i, y toch als een zachte k te kunnen
uitspreken,
plaatst men een 'u' achter
de g.
Deze u wordt niet uitgesproken : guérir,
guide
2. Om een g voor a, o of u toch als een zj te kunnen uitspreken,
plaatst men een 'e'
achter de g.
Dit gebeurt o.a. in de nous-vorm
van manger (nous mangeons)
en in de Imparfait (je
mangeais).
[N3]
3. De u achter de g wordt soms als een soort w
uitgesproken :
aiguille, lingual,
Guadeloupe
[N4]
4. De slot-g wordt meestal niet uitgesproken : (fau)bourg, hareng
[N5]
Soms klnkt de slot-g als een zachte
k: joug, zigzag, grog, pouding
[N1]
Lettercombinatie GN
De uitspraak van deze lettercombinatie is gelijk aan die in het woord
‘signaal’ : nj
le signe, la compagnie
[N5]
In enkele gevallen wordt <gn> uitgesproken als
‘zachte k + n’.
de
l’eau stagnante (stilstaand water), diagnose
[N2]
- Letter H
De [h] wordt in de regel niet uitgesproken.
Toch maakt men onderscheid tussen 2 soorten h :
1. de stomme h (h muet)
Woorden die met deze letter beginnen,
worden behandeld
alsof ze
beginnen met de erop volgende klinker.
le + homme ---> l’homme
je me habille ---> je m’habille
2. de aangeblazen h (h aspiré)
Deze h telt wel als medeklinker mee, zodat woorden ervoor
niet afgekort
kunnen worden.
‘le hameau’ en ‘la Hollande’ krijgen
dus niet l’ voor de h
Let op : le héros - de held
(h aspiré); l’héroïne - de heldin
(h muet)
[N1]
- Letter J
De [j] wordt altijd uitgesproken als zj .Voorbeeld : joie - vreugde
-
Letter K
De [k] komt in het Frans weinig voor. Uitspraak als in het
Nederlands.
Voorbeeld : le kilo
-
Letter L
De [l] heeft meestal in het Frans dezelfde uitspraak als in het Nederlands.
[N2]
Bijzondere gevallen
1. Na een klinker wordt 'il' uitgesproken als 'j' : travail(le) - soleil
- feuille - bouillon
2. Er zijn 2 mogelijkheden voor de uitspraak van 'ille' :
a. Meestal uitgesproken als [iej] : fille, briller
[N3]
b. Uitgesproken als
[iel] : Achille, bacille, mille, pupille, tranquille, distiller, village, ville
enz.
Ook aan het
begin van een woord : illégal, illimité
[N5]
3. Na een medeklinker wordt de [l] in 'il' soms wel, soms
niet uitgesproken.
a. Niet uitgesproken in :
baril,
chenil, coutil, fusil, nombril, outil, persil, sourcil
b. Wel uitgesproken in :
avril, Brésil, cil, civil, exil, fil, il, mil, Nil, péril, puéril, profil,
subtil, vil, viril, volatil
[N2]
- Letter M
Meestal
zelfde uitspraak als in het Nederlands.
Alleen na een klinker is de uitspraak afwijkend (zie
neusklanken).
Opmerking
<mn> wordt uitgesproken als <nn> in ‘automne’ en
‘(con)damner’
-
Letter N
Meestal
zelfde uitspraak als in het Nederlands.
Alleen na een klinker is de uitspraak afwijkend (zie
neusklanken).
[N3]
-
Letter P
1. Meestal zelfde uitspraak als in het nederlands.
2. Midden in een woord voor een medeklinker wordt de p soms niet uitgesproken.
Voorbeelden : baptême,
compter, dompter, sculpter, prompt (prô), sept
(sèt)
3. De [p] aan het eind van een woord wordt meestal niet uitgesproken :
trop, drap,
galop, sirop.
[N5]
De p wordt wel uitgesproken in: cap, croup, hanap,
jalap, sloop
[N2]
-
Letter Q
1. Uitspraak meestal als een [k], in de regel gevolgd door een [u], behalve in
‘coq’ en ‘cinq’.
[N5]
2. Uitspraak van [qu] als [kw] o.a. in :
aquarelle, aquarium,
équateur, équestre, équitation, loquace, quatuor,
questeur, quinquagénaire,
quintuple, requiem, ubiquité
en de woorden die beginnen met
<quadr> : quadruple.
Uitzondering : quadrille (kadriye)
[N2]
-
Letter R
1.
Meestal zelfde uitspraak als in het Nederlands.
2. De r wordt niet uitgesproken in de uitgang -er van de
Infinitif : donner
-
Letter S
1. Uitspraak [s] aan begin van woord of na medeklinker : sentir, consister,
basse
2. Uitspraak [z] tussen twee klinkers : résister,
base
3. Aan het eind van een woord wordt de [s] meestal
niet uitgesproken : bas, gros, succès, gens
[N5]
De slot-s wordt wel uitgespproken in:
a. Woorden zoals as, atlas, blocus, gratis,
hélas, jadis, lis, maïs,
mars, myosotis,
obus, rhinocéros, vis.
b.
Latijnse woorden die eindigen op -us : chorus, hiatus, omnibus,
prospectus.
c. Klassieke eigennamen : Joas,
Bacchus
[N3]
Opmerkingen
1. Als een [s] tussen klinkers als een s moet worden uitgesproken, wordt de s
verdubbeld:
baisser, basse
2. Een enkele s tussen klinkers wordt toch als een s uitgesproken
als het een samengesteld
woord betreft.
parasol - monosyllabe
3. De [s] van ‘plus’ wordt meestal niet uitgesproken, behalve als
er ‘que’ op volgt
of als het een
bijwoord van hoeveelheid is (trois plus un)
[N4]
4.
Bij ‘sens’ wordt de s meestal niet uitgesproken, behalve in de
uitdrukkingen :
nonsens, en
tous sens, le bon sens, le sens commun.
[N5]
5.
Bij het woord ‘os’ wordt in het meervoud de s niet meer
uitgesproken : les os [oo].
[N2]
- Letter T
1. Meestal zelfde uitspraak als in het Nederlands.
2. Uitspraak s als er een i + klinker op volgt : partial,
ambitieux, station
[N5]
Deze regel gaat niet op ...
a. aan het begin van een woord : tien
b. als voor de t een s of x staat : bastion,
mixtion
c. als de [i] gevolgd wordt door é of ère :
amitié, portière
d. als er voor -tie een medeklinker of neusklank
staat : sortie, hostie, garantie
Uitgezonderd :
inertie, ineptie
e. bij enkele losse woorden : épizootie, sotie
f. bij de uitgangen <tien, tienne, tième>,
uitgezonderd enkele eigennamen.
soutien, chrétien,
vingtième. Maar : Dioclétien, Capétien.
g. bij uitgangen van de Imparfait : nous portions
Let op : als portions het meervoud
is van ‘la portion’, is de uitspraak wel [porsiô]
[N2]
3. Aan het eind van een woord wordt de [t] meestal niet uitgesproken :
haut, port enz.
[N5]
Uitzonderingen:
le Christ, chut, brut, est (=oosten), fat, dot, malt,
mat, lest, net, ouest, rapt, oast
en enkele wetenschappelijke woorden : accessit,
déficit, transit, occiput.
N.B.
bij Jésus-Christ wordt de laatste t weer niet uitgesproken.
Bijzonderheden
1.
<cht> wordt uitgesproken als <k> : Maestricht [Mastrik] en Utrecht.
2. de t in <th> wordt niet uitgesproken bij
‘asthme’
3. Bij <tz> wordt de t niet uitgesproken
in Metz [Mès].
[N1]
-
Letter V
Zelfde uitspraak als in het Nederlands.
[N2]
-
Letter W
Uitspraak bijna als een v : le wagon
[N1]
-
Letter X
1. Meestal x = ks. Voorbeeld : taxi,
excuser
[N2]
2. Uitspraak s in de volgende woorden:
six, dix,
soixante, Bruxelles, Auxerre, Cadix, Béatrix.
[N3]
3. Uitspraak zachte k + z aan begin woord gevolgd door klinker of stomme h.
examen, exemple,
exaucer, exhausser
4. Aan het eind van een woord wordt de [x] meestal niet uitgesproken:
croix,
époux
[N5]
N.B. De slot-x wordt wel uitgesproken in
enkele Latijnse woorden:
index, lynx, onyx enz.
[N2]
-
Letter Y
1. Als klinker is het een [ie] : gymnastique
2. Als medeklinker is het een [j] : yaourt, payer
-
Letter Z
Meestal zelfde uitspraak als in het Nederlands.
Alleen niet uitgesproken in de uitgang -ez van het
werkwoord : vous donnez
De 4 neusklanken zijn te horen in de zin : un bon vin blanc.
Hieronder worden de neusklanken aangegeven met een ^
boven de klinker : â, ê, ô en û.
De neusklanken kunnen op verschillende manieren gespeld worden
[â] : an, en, am, em, aen, aon
santé,
entre, chambre, emporter, Caen, paon (pauw)
[ê] : en, in,
ain, ein, yn, im, aim, eim, ym
examen,
fin, bain, frein, syntaxe, impossible, faim, Reims, thym
[ô] : on, om
oncle, ombre
[û] : un, um, eum
lundi,
humble (nederig), à jeun (nuchter)
[N3]
Bijzonderheden
1. <en> wordt meestal uitgesproken als [â], maar in de volgende
gevallen is de uitspraak [ê] :
a. bij net achtervoegsel -éen : lycéen,
européen
b. wanneer het aan het eind van een
woord voorafgegaan wordt door <i> of <y>
en bij vormen
van het werkwoord <tenir> en <venir> : comédien, historien,
je viens
c. bij enkele van oorsprong vreemde woorden
: agenda, appendice, examen, pensum (strafwerk)
2. <-em> wordt uitgesproken als [am] bij alle bijwoorden op
-emment (prudemment) en bij ‘femme’
3. <-en> wordt uitgesproken als [an] in : solennel
(plechtig)
4. Geen neusklank in de volgende gevallen :
a. als achter de letters m of n een
klinker staat of stomme h.
animal, inutile, inhumain
b. bij een dubbele m of n of de
combinatie mn
femme,
immobile, innocent, , somnambule (slaapwandelaar)
Uitzondering
: woorden die beginnen met -emm (zoals emmener) + ennui + ennoblir
c. bij buitenlandse woorden die eindigen op -um, -en, am, em
album, amen, Amsterdam,
requiem
5. <mn> wordt uitgesproken als <nn> in ‘automne’
en ‘(con)damner’
[N2]
In het Frans wordt de laatste klank van een woord vaak vastgeplakt
aan de eerste letter van het volgende woord.
Dit verschijnsel noemt men <enchaînement> (aaneenschakeling).
Daarom lijkt het soms dat de laatste letter van een woord de eerste
letter is
van het volgende woord.
< il a fait > klinkt dan als < i | la | fait
> en <avec elle> als <avè | kèlle> .
Een gevolg van die manier van spreken is dat er soms
uitspraakveranderingen optreden:
een eerst niet uitgesproken letter wordt wel hoorbaar.
Onder <liaison> wordt verstaan het verschijnsel dat een
normaal
niet uitgesproken slotletter van een woord wel
uitgesproken wordt
als er een woord op volgt dat met een klinker of stomme h
begint.
A. In de volgende gevallen is een ‘liaison’
verplicht
De liaison staat hier aangegeven met _ . Normaal wordt dit teken
niet geschreven.
1. tussen lidwoord - bijv. naamwoord (aanw.vnw./ bez.vnw) - zelfstandig
naamwoord
les_hommes ; cet_enfant ; mon_ami ;
deux_amis
2. tussen persoonlijk voornaamwoord en werkwoord
vous_avez ; ils_ont
; dit-il ; donnez-en
3. tussen hulpwerkwoord en voltooid deelwoord
il
s’est_amusé ; ils sont_arrivés
[N3]
4. tussen werkwoord en naamwoordelijk deel van het
gezegde
je suis_un
homme ; nous sommes_heureux
5. tussen ‘c’est’ en voorzetsel
c’est_après cela
6. tussen bijwoord en woord waar het op slaat, wanneer bijwoord ervoor staat
très_intéressant ; bien_aimable ; plus_heureux
Als het bijwoord er achter staat, is liaison alleen gebruikelijk in wat
deftiger taalgebruik.
Il
agit_adroitement .
In de spreektaal zal hier geen
liaison plaats vinden.
7. tussen voorzetsel en het erop volgende woord
sans_elle ; après_eux
Uitzonderingen : à travers, hors, hormis, selon,
vers, envers.
8. in samengestelde woorden en
uitdrukkingen
l’arc_en ciel ; de plus_en plus
9. Na ‘quand’ en
‘dont’
Quand_on voit
... | dont_il parle
[N2]
B. Geen ‘liaison’ in de
volgende gevallen
1. Na <et>
Il est jeune et |
adroit.
[N3]
2. Voor woorden die beginnen met een aangeblazen h (h
aspiré)
les | Hollandais
3. Voor de telwoorden <un, huit, onze>
les |
onze les | héros (niet te verwarren
met : les zéros = de nullen)
4. Tussen woorden die niet in een woordgroep staan of als er een pauze of
leesteken tussen komt.
Il
lui a écrit | après les vacances.
5. In de spreektaal krijgt men geen liaison ...
a. Na een zelfstandig
naamwoord in het enkelvoud
Le temps | est beau.
b. Als de liaison niet goed
klinkt of als er een misverstand zou kunnen ontstaan.
un attentat | affreux (Een
liaison is hier lelijk : atâta)
un homme trop | heureux
(‘trop peureux = te
bangelijk’ bestaat ook : misverstand mogelijk
c. Na infinitief of
bijvoeglijk / zelfstandig naamwoord op -er
Je voudrais parler | à vos parents.
un dîner | important
Alleen bij premier en dernier is er wel liaison:
le premier_étage, le dernier_acte
[N2]
Bijzonderheden
1. Bij een liaison treden enkele uitspraakveranderingen op :
|
s en x
---> z |
les_amis ; deux_enfants
[N3]
|
g
-------> k |
|
d
-------> t |
un long_habit un grand_homme
2. Bij woorden waarvan de laatste
uitgesproken letter een r is gevolgd door een stomme letter,
wordt de
liaison gemaakt met de r.
un brouillard_épais [arépè] | Il sort_à tout heure [sòra]
Uitzonderingen
a. Vraagzinnen (perd-il ---> pertiel , sort-il ---> sortiel)
b. nord-est en het bijwoord
‘fort : il est fort_adroit
c. plusieurs en leurs :
liaison met s ---> z
3. Bij een neusklank krijgt men alleen
een liaison als de woorden erg nauw met elkaar verbonden zijn.
In dat geval hoort
men een n.
un_ordre ; on_a vu ; en_un mot
[N5]
4.
Geen liaison bij c en p, behalve bij ‘beaucoup’ en
‘trop’
un escroc
| adroit ; un loup | affamé
Maar : Il a beaucoup_à
souffrir. | Il
s’est trop_amusé.
5. Bij woorden die eindigen op <ct> wordt de liaison gemaakt met de k.
le
respect_humain [respèkumê]
[N2]
In
het Frans ligt de nadruk (klemtoon) op een andere letergreep dan in het
Nederlands.
In het algemeen ligt de klemtoon op de laatste lettergreep,
behalve wanneer deze een stomme (toonloze) e bevat.
In dat geval heeft de voorlaatste lettergreep de klemtoon.
Il habite un appartement à Paris.
Il habite un
appartement à Marseille.
Een individueel woord verliest zijn klemtoon wanneer het
in een woordgroep
is opgenomen, tenzij het natuurlijk het laatste woord van die
woordgroep is.
un appartement ; un appartement comfortable
Accenten in de spelling (bijv. één) worden in het Frans niet gebruikt
om een woord nadruk te geven.
Daarvoor gebruikt men in het Franse andere constructies.
Zie bij Woordvolgorde de Klemtoonconstructie.