WERKWOORDEN (Verbes)  Home

 1  Regelmatige werkwoorden (verbes réguliers)

      A  Algemeen [N1]

   F. Toekomende tijden  (Futur e.a.) [N1-2]

      B  Hoofdtijden en afgeleide tijden  [N1-3]

   G. Gebiedende wijs (Impératif) [N1-2,5]

      C  Stamtijden [N4-5]

   H. Tegenw.deelwoord (Part.Présent) [N3-5]

      D  Tegenwoordige tijd (Présent) [N1-2]

    I. Voltooid deelwoord  (Part.Passé) [N1-5]

      Verleden tijden  [N1-5]

           (Imparfait, Passé Composé, Passé récent)

   J. Aanvoegende wijs (Subjonctif) [N3-5]

 2  Bijzonderheden bij werkwoorden op -er [N1-4]

 3  Onregelmatige werkwoorden (verbes irréguliers)

       A. Werkwoorden [N1-3]

    B. Werkwoorden [N4-5]

 4  Lijdende vorm (Passif) [N3-4]

 5  Onpersoonlijke werkwoorden (Verbes impersonnels) [N1-5]

 6  Wederkerende werkwoorden (Verbes pronominaux) [N1-4]

 7 Onvolledige werkwoorden (Verbes défectifs) [N5]