Download Tekst : DOC-versie
PDF-versie
|
1.
Meervoudsvormen [N1-5] |
5.
Andere betekenis enkel-/meervoud [N4-5] |
|
2.
Woorden die altijd meervoud
zijn [N2-5]
|
6.
Vrouwelijke vormen [N2-4] |
|
3.
Woorden die altijd enkelvoud zijn [N2,3,5] |
7.
Geslachtsregels [N1,5] |
|
4.
Andere betekenis m/v [N2-5] |
8.
Afgeleide vormen [N5] |
[N1]
|
-s achter
zelfstandig naamwoord |
Het zelfstandig naamwoord krijgt in het meervoud een s
(nooit ‘s)
le
livre les
livres de boeken
la chanson les
chansons de liedjes,
chansons
l’auto
les autos de auto’s
[N2]
|
1. Woorden
eindigend op -s, -x of -z blijven onveranderd |
le
pays les
pays de
landen
le prix les
prix de prijzen
le nez les
nez de neuzen
|
2. -au, -al
worden -aux |
le
bateau les bateaux de boten
l’animal les
animaux de dieren
[N4]
Uitzondering
Woorden op <-al> die in de ‘feestsfeer’ liggen, eindigen
in het meervoud gewoon op <-als>
le
festival les festivals de festivals
[N3]
|
3.
Eigennamen veranderen niet |
les
Duroc de
Durocs / de famille Duroc
[N4]
|
4. -ail
wordt meestal -aux |
le travail
les travaux de werken
Opmerking
Enkele woorden op -ail krijgen gewoon een s:
le détail les détails
de details
le chandail les chandails
de truien
|
5. -eu wordt
-eux |
le jeu les jeux de spelen
Uitzondering
le pneu les pneus de banden
|
6. Enkele
woorden op -ou krijgen -x, maar de meeste hebben gewoon -s |
le
genou les genoux de knieën
le clou les
clous de spijkers
[N5]
|
7. Vreemde
woorden |
Woorden die uit een vreemde taal afkomstig zijn, krijgen
vaak de meervoudsvorm van die taal
le
lunch les lunches
un gentleman des
gentlemen
[N2]
l’oeil les yeux de ogen
[N3]
le
ciel les cieux de hemelen
[N2]
HOOFDREGEL
In samengestelde woorden kunnen alleen zelfstandige en bijvoeglijke
naamwoorden meervoud krijgen.
|
1. Als één
woord geschreven |
Als een samengesteld woord als één woord wordt geschreven, gelden
dezelfde meervoudsregels
als bij de andere woorden.
le
bonbon
les
bonbons
de snoepjes
le
passeport les
passeports
de paspoorten
le
portemanteau les portemanteaux de kapstokken
Maar:
monsieur
messieurs
madame
mesdames
mademoiselle
mesdemoiselles
[N5]
|
2. Niet als
één woord geschreven |
Als een samengesteld woord niet als één woord wordt geschreven, beslist
de betekenis of de logica.
le
chou-fleur
les
choux-fleurs
de bloemkolen
le
grand-père les
grands-pères de grootvaders
le timbre-poste les timbres-poste
de postzegels (afkorting
van : timbres de la poste)
l’arc-en-ciel
les arcs-en-ciel
de regenbogen
le
gratte-ciel
les
gratte-ciel
de wolkenkrabbers
(hij krabt de lucht)
la pomme de terre les pommes de terre de aardappels (afkorting van pommes de la
terre)
Opmerking
Bij grand-mère krijgt grand geen s, omdat de e van grande is
weggevallen.
la grand-mère les
grand-mères de grootmoeders
[N2]
les devoirs het huiswerk
les mathématiques de wiskunde
les lunettes de
bril
les
vacances
de vakantie
[N3]
les
environs de
omgeving
les épinards de spinazie
[N4]
les finançailles de
verloving
les noces de bruiloft
[N5]
les alentours de omstreken
les appointements het salaris
les archives het archief
les
arrhes
het
handgeld, de aanbetaling
les bestiaux het vee
les broussailles het kreupelbos, -hout
les décombres het puin
les embûches de hinderlaag
les funérailles
de begrafenis
les gencives
het tandvlees
les hardes de plunje, kleding
les honoraires het honorarium
les matériaux het materiaal
les obsèques
de uitvaart
les orgies de braspartij
les ossements het gebeente
les régates de zeil-, roeiwedstrijd les
ténèbres
de duisternis
les
pincettes de
tang
les
tenailles
de nijptang
[N3]
le
cerveau
de hersenen
[N5]
la
cervelle de
hersenen (substantie) la petite
vérole de
pokken
la rougeole
de mazelen
le son
de zemelen
la
varicelle de
waterpokken
la variole
de pokken
[N3]
le
livre het boek
la
livre het pond
le
mort de dode man
la
mort de dood
le
poste het ambt, toestel, de post la
poste post(kantoor)
[N4]
le
poêle de
kachel la poêle de pan
[N5]
le
critique
de criticus
la
critique
de kritiek, beoordeling
le
garde de bewaker
la
garde de wacht
le
manche de steel
la manche de mouw
le
manoeuvre de
opperman
la
manoeuvre
de manoeuvre
le
mémoire geschrift, verhandeling la
mémoire
geheugen,
nagedachtenis
le mode
de wijze, manier
la
mode de mode
le
moule
de mal, gietvorm
la
moule
de mossel
le
mousse de scheepsjongen
la
mousse het mos
le
page
de page,
schildknaap la
page
de blazijde
le
physique het uiterlijk
la
physique de natuurkunde
le
solde
het saldo
la
solde het soldij
le
somme het dutje
la
somme de (geld)som
le
voile
de sluier
la
voile
het zeil
le
vase
de vaas
la
vase de modder
le vapeur
de stoomboot
la
vapeur
de stoom
[N4]
la
lunette de kijker
les
lunettes
de bril
la
vacance de
vacature
les vacances de vakantie
[N5]
l’auspice het voorteken
les auspices
de bescherming
le
ciseau de beitel
les
ciseaux de schaar
la
défense het verbod
les
défenses
de slagtanden
l’echec
de mislukking
les
échecs
het schaakspel
l’épingle
de speld
les
épingles
de fooi
la
force
de kracht
les
forces de strijdkrachten
le
gage het (onder)pand
les
gages
het dienstloon
le
moyen het middel
les moyens
het
vermogen
la
lettre de brief les
lettres
de letterkunde
la
menotte het (kinder)handje
les
menottes
de handboeien
la
troupe de troep
les
troupes
het krijgsvolk
le
vivre de kost, het voedsel les
vivres
de levensmiddelen
Opmerking
1. Woorden die een (grond)stof aangeven, geven in het
meervoud vaak voorwerpen aan
die van
dat materiaal gemaakt zijn.
le bronze het brons
les bronzes de
bronzen voorwerpen
la
soie
de zijde
les
soies de zijden stoffen
2. Sommige woorden kunnen in het Nederlands niet in het meervoud
vertaald worden.
Per geval moet bekeken
worden hoe men het meervoud kan omschrijven.
la
neige de sneeuw les
neiges de sneeuwbuien, -vlaktes
la pluie
de regen
les pluies de regenbuien
le
sable het zand
les sables de zandvlakten
|
6. |
Vorming
van het vrouwelijk zelfstandig naamwoord [N2-4] |
1. HOOFDREGEL
: een -e toevoegen aan het mannelijk enkelvoud:
le marchand > la marchande
2. BIJZONDERE REGELS
|
1. -e
blijft -e |
un élève - une élève een
leerling - leerlinge
[N4]
Uitzondering
Verscheidene
woorden veranderen -e in -esse:
le
comte - la comtesse graaf - gravin
l’hôte -
l’hôtesse
gast(heer) - gastvrouw
le maître - la
maîtresse meester -
meesteres, juf
le nègre - la
négresse neger
- negerin
le prêtre
- la prêtresse priester - priesteres
le
prince - la princesse prins - prinses
un Suisse -
Suissesse Zwitser
- Zwitserse
le tigre - la
tigresse tijger - tijgerin
le traître - la
traîtresse verrader - verraadster
[N3]
|
2. -er
wordt ère |
le berger - la bergère de herder
- herderin
|
3. -érieur
wordt érieure |
le supérieur - la supérieure
de meerdere - kloosteroverste
|
4. -eur : |
le vendeur - la vendeuse de verkoper - verkoopster
(werkwoordstam)
le directeur - la
directrice de
directeur - directrice
[N4]
|
5. -f wordt
-ve |
le veuf - la veuve weduwnaar
- weduwe
|
6. -x wordt
-se |
l’époux - l’épouse echtgenoot - echtgenote
|
7. -an, -en,
-on verdubbelen slotmedeklinker |
le paysan - la paysanne boer - boerin
le citoyen - la
citoyenne burger - burgeres
le baron - la
baronne
baron - barones
|
8. -c wordt
-que |
le Turc - la Turque de Turk - Turkse
Maar : le Grec - la Grecque de Griek - Griekse
3. APARTE GEVALLEN
[N2]
le mari - la femme echtgenoot - echtgenote
[N3]
le coq -
la
poule
haan - de kip
le neveu - la
nièce
neef
- nicht
le professeur - le
professeur leraar-
lerares
le roi - la
reine
koning - koningin
le taureau - la
vache
stier - koe
[N4]
le compagnon - la
compagne metgezel
- metgezellin
le duc - la duchesse
hertog - hertogin
l’empereur -
l’impératrice
keizer - keizerin
le héros - l’héroïne
held
- heldin
l’ours -
l’ourse
beer
- berin
A. MANNELIJK
[N1]
1. Op grond van de betekenis
a. Woorden die mannelijke personen of
dieren aanduiden.
le père - de vader
le lion - de leeuw
[N5]
Uitzondering :
la basse - de bas (zanger)
la connaissance - de kennis
la dupe
- de bedrogene
la personne - de persoon
la
pratique - de klant
la recrue - de
recruut
la
sentinelle - de schildwacht
la vedette - de ster
(sport, film e.d.)
la victime - het slachtoffer
b. Namen van metalen en kleuren.
le fer - het ijzer
le vert - het groen
c. Namen van seizoenen, maanden, jaren
le printemps - de lente
le premier mai - de eerste mei
le dimanche - de zondag
d. Namen van gewichten, maten en munten
le kilo - de kilo
le mètre - de meter
le dollar - de dollar
Maar : la livre -
het pond
e. Namen van bomen en struiken
le chêne - de eik
le rosier - de
rozenstruik
Maar : la vigne - de wijnrank
la ronce - de braam
l‘aubépine - de meidoorn
f. Alle woorden die zelfstandig gebruikt
worden, maar eigenlijk geen zelfstandig
naamwoord zijn.
le vrai - de waarheid
le pourquoi - het waarom
2. Op grond van de uitgang
a.
Woorden op -er, oir en ment
le danger - het gevaar
le couloir - de gang le bâtiment - het gebouw
Maar : la
mer - de zee
la cuiller - de lepel
b. Woorden op -ème, -aume, -ôme (ome), en -isme
le poème - het gedicht
le baume - de balsem, zalf
le dôme - de koepel
le mécanisme - het mechanisme
Maar : la crème - de crème la paume - de (hand)palm
c. Woorden op -age, -ège, -fice
le visage - het gezicht
le privilège - het privilege
le sacrifice - het offer
Maar : la cage - de
kooi une image - een plaatje à
la nage - zwemmend
la plage - het
strand la rage - de woede
Let op: le page - de schildknaap
la page - de bladzijde
d. Woorden op -al, -el,
-ard, -or en -our
le canal -
het kanaal le
duel - het duel
le foulard - de halsdoek
le trésor - de schat
le jour - de dag
e. Woorden op -ail, eil, euil en ouil
le travail - het werk
le soleil - de zon
le seuil - de drempel
le seuil - de
drempel le fenouil - de venkel (plant)
f. Woorden waarvan de laatste lettergreep klinkt als a, è, i, o, ou of
eu, op voorwaarde dat het woord
niet eindigt op
een toonloze e.
le drap - het laken
le billet - het
kaartje le prix - de prijs
le
piano - de
piano le
goût - de smaak
le jeu - het spel
g. Samengestelde woorden die beginnen met een werkwoordsvorm en voorwerpen aanduiden.
un tire-bouchon
een kurkentrekker (tirer
= trekken)
B. VROUWELIJK
[N1]
1. Op grond van de betekenis
a.
. Woorden die vrouwelijke personen of
dieren aanduiden.
la mère - de moeder
la vache - de koe
[N5]
Maar : un bas bleu - een
blauwkous
un cordon bleu - een bekwame keukenmeid
b. Vruchtennamen
die eindigen op een toonloze e.
la pomme - de
appel la
pêche - de perzik
Maar : le
concombre - de komkommer
c. Namen van feestdagen en wetenschappen
la Pâques - Pasen
la physique - natuurkunde
Maar : Noël - Kerst
2. Op grond van de uitgang
a. Woorden op -ade,
-ude, -ande, -ende
la salade - het slaatje
la multitude - de menigte
la viande - het vlees
la légende - de legende
b. Woorden op -ace, -asse, -esse en -ise
la place - het plein
la classe - de klas
la
jeunesse - de jeugd
la bêtise - de domheid
c. Woorden op -aine (-eine),
ière, -ance (-ence, -ense)
la chaîne - de ketting la
peine - de moeite, straf la lumière
- het licht
la
naissance - de geboorte la
défense - de verdediging
d. Woorden op -té en tié
la vérité - de waarheid
la moitié - de helft
e. Woorden op -elle, -ure, -eur en -ion
la selle - het
zadel la serrure - het slot la faveur - de gunst
la
population - de bevolking
Uitzonderingen :
- elle : le libelle - de libelle; le violoncelle - de cello; le vermicelle - de vermicelli
- ure : un augure - een voorteken; le mercure - het kwik
le murmure - het gemompel; le parjure - de meineed
- eur : le bonheur - het geluk;
le malheur - het ongeluk; l’honneur
- de eer
le déshonneur - de schande;
le labeur - het zware werk; l’équateur
- de evenaar
-
ion : le bastion - de vesting ; le
camion - de vrachtwagen; le
lampion - de lampion
le million - het
miljoen ; le septentrion - het
noorden
f. Woorden op -aille, -eille, -euille en -ouille
la paille - het
stro la
corbeille - de mand
la feuille - het blad
la rouille - de roest
Maar : le portefeuille -
de portefeuille
le chèvrefeuille - de kamperfoelie
g. Woorden die eindigen op klinker + e
la vie - het leven
la pluie - de regen
la boue - de modder
Uitzonderingen
1. Woorden van Griekse afkomst die eindigen op -ée :
le musée - het museum; le trophée - de trofee; le lycée - het lyceum
2. Enkele
andere woorden :
le casque - de
helm le
disque - de plaat, schijf
le foie - de lever
le génie - het
genie
un incendie - een brand
le masque - het
masker
le parapluie - de
paraplu le risque - het
risico
A. De
belangrijkste suffixen (achtervoegsels) zijn :
|
1 : -ade,
-age, -ure (totaal, verzameling) |
la
colonne de zuil
la colonnade de zuilenrij
la
feuille
het blad
le feuillage
het gebladerte
le
cheveu
de haar
la
chevelure
de haardos
|
2 : -age
(toestand, handeling) |
l’esclave
de slaaf
l’esclavage de slavernij
le
pèlerin
de pelgrim le
pèlerinage de pelgrimstocht
|
3 :
-aie (= aanplanting) |
le
pommier de
appelboom la pommeraie de appelboomgaard
|
4 :
-aire (beroep, ontvanger,-boek) |
le bibliothécaire
de bibliothécaris
le légataire de legataris (ontvanger van erfenis)
l’annuaire
het jaarboek
|
5 : -at (= ambt,
verblijfplaats) |
le notaire de
notaris le
notariat het
notarisambt
le
consul de
consul le
consulat het consulaat
|
6 : -é
(grondgebied) |
le duc de
hertog le
duché het hertogdom
|
7 : -ée (=
-vol, inhoud, duur) |
la
bouche de mond
la bouchée de mondvol
le
jour de dag
la journée de dag (uitje)
le soir de avond
la
soirée de avond (feest,
uitgaan)
|
8 :
-erie (verzameling, handel) |
le verre het glas
la verrerie het glaswerk
le
linge het linnen
la lingerie linnenhandel, ondergoed
|
9 : -ien
(afkomst, beroep, aanhanger) |
Paris
Parijs
le Parisien de Parijzenaar
l’histoire de
geschiedenis l’historien de geschiedkundige, historicus
Christ Christus le Chrétien de Christen
Opmerking
Om
de afkomst aan te geven worden ook andere uitgangen gebruikt :
-ois,
ais, -on, -in, -ain, -an.
le
Danois de Deen
le
Français de
Fransman
le Breton de Breton (uit Bretagne) le
Florentin de
Florentijn (uit Florence)
l’Africain de Afrikaan
le
Catalan de Catalaan (uit
Catalonië)
|
10 : -ier ,
ière (beroep, boom (struik), voorwerp dat iets bevat) |
le
jardin de tuin
le jardinier
de tuinman
la
pomme de appel
le pommier de appelboom
l’encre
de inkt
l’encrier
de inktpot
le
thé
de thee
la théière
de theepot
le café
de
koffie
la cafetière
de
koffiepot
|
11 : -isme
(doctrine, vakgebied, uitdrukkingswijze) |
le communisme het communisme
le journalisme de journalistiek
l’angilicisme
Engelse zegswijze
|
12 : -iste
(beroep, wetenschap, aanhanger van systeem) |
le journaliste de journalist
le botaniste de
plantenkenner
le
fasciste
de fascist
B. Andere suffixen, soms met speciale
gevoelswaarde
|
1.
negatieve betekenis : -aille, -asse, -ace, -assier, -âtre |
la
race
het geslacht
la
racaille het gespuis
le
papier
het papier
la paperasse de papieren troep
le
peuple
het volk
la populace
het gepeupel, gewone vol
le
papier
het papier
le paperassier de snuffelaar in oude papieren
la
mère de
moeder
la
marâtre
de stiefmoeder
|
2. korte
verkleinwoorden : -et(te), -eau, -elle, -ille, -ole, -on,- in(e), -ot, (c)ule
|
le jardin
de
tuin
le
jardinet
het tuintje
la chanson het lied
la
chansonnette het liedje
la
chèvre
de geit
le
chevreau
het geitje
la
rue
de straat
la
ruelle
het straatje
la flotte
de vloot
la
flottille de kleine vloot
la
bête
het beest
la bestiole het diertje
l’aigle
de arend
l’aiglon
het arendsjong
la
botte
de laars
la
bottine
de halve laars
la
partie
het deel
la
particule het deeltje
|
3. langere
verkleinwoorden : -elet(te), -eteau, -illon, - eron |
le
roi
de koning
le
roitelet
het (winter)koninkje
la
tarte
de taart
la
tartelette
het taartje
le
loup
de wolf
le louveteau het wolfje
la
carpe
de karper
le
carpillon het karpertje
la mouche de
vlieg
le moucheron het vliegje
De zelfstandige naamwoorden afgeleid van een bijvoeglijk
naamwoord zijn in het algemeen vrouwelijk.
Mogelijke uitgangen : -esse, -ise, -eur,
-(er)ie, -ence (ance), -té, -tude
faible - la
faiblesse de zwakte
bête- la
bêtise
de domheid
blanc - la blancheur de witheid
galant - la galanterie de hoffelijkheid
malade - la maladie de
ziekte
absent - l’absence de afwezigheid
bon - la
bonté de goedheid
exact - l’exactitude de nauwkeurigheid
Opmerking
Mannelijk zijn zelfstandige naamwoorden die eindigen op -aud :
sale vuil
le salaud de smeerlap
A. Vormen afgeleid van
werkwoordsvormen
|
1. |
Vorm gelijk
aan Infinitief |
le déjeuner- de lunch
le pouvoir - de macht
le rire - de lach
|
2. |
Vorm gelijk
aan Participe Présent |
l’étudiant - de student
|
3. |
Vorm gelijk
aan Participe Passé (soms + ‘e’) |
le fait - het feit
le blessé - de gewonde
l’entrée - de ingang
|
4. |
Vorm gelijk
aan stam van een werkwoordsvorm |
le cri - de kreet le désir- de wens le soutien - de steun
In het Nederlands kan men eenvoudig
van een werkwoord een zelfstandig naamwoord maken
door er ‘het’ voor te zetten : het schrijven, het
reizen, enz.
In het Frans komt dit veel minder vaak
voor.
Gewoonlijk moet men in het Frans de Infinitief vervangen door een zelfstandig
naamwoord
of een omschrijving.
Het lezen van een
boek
La lecture d’un livre
Het reizen bevalt hem niet. Il
n’aime pas voyager.
B. Vormen met
suffixen (achtervoegsels)
|
1. -ade, -age, -ance, - erie, -ment, - (ai)son,
-(at)ion : handeling of resultaat ervan |
se promener - la
promenade de
wandeling
éclairer - l’éclairage de verlichting
surveiller - la
surveillance het toezicht
se moquer - la moquerie de spot
changer - le
changement de verandering
comparer - la comparaison de
vergelijking
accuser -
l’accusation
de
beschuldiging diviser - la
division de deling
trahir - la
trahison het verraad
|
2. -eur,
-ard : handelende persoon |
jouer - le joueur de
speler
piller - le pillard de
plunderaar
|
3. --ail,
-euse, -oir(e) : instrument , plaats van handeling |
gouverner - le gouvernail het
roer
battre - la batteuse de dorsmachine
parler -
le parloir de spreekkamer patiner
- la patinoire de
ijsbaan
|
4. --is,
-on, -ure : resultaat van handeling |
hacher - le hachis het gehakt
brouiller - le brouillon het
klad
blesser - la
blessure de wond
|
5. --ande,
-ende : geeft aan wat gedaan moet worden |
offrir - l’offrande het
offer (letterlijk : wat geofferd moet worden)