De eerste keramische nestkasten waren de spreeuwenpotten. Deze potten werden gebruikt van de 15e tot de 16e eeuw. Niet zozeer om vogelbescherming mee te bedrijven, maar, naar men vermoedt, meer om er in de broedtijd de vette jongen uit te halen voor menselijke consumptie. Het houden van duiven was namelijk voorbehouden aan de adel. Het gewone volk wilde echter ook gevogelte eten. Hiervoor verkoos men de spreeuw. Recepten voor spreeuwensoep komen in oude kookboeken voor. Spreeuwenpotten hebben daarom aan de zij- of achterkant een zogenaamde roofopening.

Op schilderijen van oude meesters, zoals Pieter Brueghel, zijn vaak boerderijen te zien met meerdere spreeuwenpotten aan de schoorsteen.  Tegenwoordig zijn er vele soorten keramische nestkasten.

De nestkasten worden met de hand gedraaid. Nadat de gedraaide pot na enkele weken voldoende is gedroogd, wordt hij op een temperatuur van 1000 graden Celsius gebakken. Het materiaal blijft ademen, waardoor het door de vogels geproduceerde vocht kan verdampen. In de winter kunnen de potten dienen als slaapplaats voor diverse vogels. De potten zijn vorstbestendig. Onderhoud van de pot: het is voldoende de pot een keer per jaar schoon te maken. U kunt dan al volstaan met het verwijderen van het oude nestmateriaal.

foto's nestkasten