de Stelling van Thales (1)

Inleiding

In fig. 1 is P een willekeurig punt op de cirkel.
AB is een middellijn.
Steeds lijkt te gelden: LAPB = 900

Deze eigenschap staat bekend als de stelling van Thales.

Thales was een Grieks wiskundige, die leefde van 624 - 547 v. Chr.


We gaan dit probleem wat breder aanpakken en zullen dan ontdekken, dat
de Stelling van Thales een speciaal geval is van een meer algemene
eigenschap van hoeken op cirkelbogen.

Hoeken meten met cirkelbogen


afspraak: (zie fig.2) LM1 heet de middelpuntshoek De hoekwaarde van een cirkelboog is dus de grootte van de bijbehorende middelpuntshoek.

Stelling 1
(Zie fig. 3)

bewijs:

In woorden: Opgave 1.
a.
Waarom klopt de Stelling van Thales, als stelling 1 is bewezen?
b.
Toon aan, dat de stelling ook klopt als de punten B en C aan dezelfde kant van de
middellijn PC liggen.
c.
Waarom staat de raaklijn aan een cirkel loodrecht op de straal?
d.
De hoekpunten van een vierhoek liggen op een cirkel.
Welke eigenschap hebben de overstaande hoeken?
e.
Gegeven is een cirkel met middelpunt M en een punt P buiten de cirkel.
Door P moeten raaklijnen aan de cirkel worden getekend.
Gebruik passer en liniaal om nauwkeurig de raakpunten te bepalen.

Stelling 2.
Als de hoek binnen de cirkel ligt:

In fig. 4 is P het snijpunt van de lijnen AC en BD.
De hoek tussen de lijnen is a.

Stelling 2: Bewijs: Opgave 2.
a.
Beredeneer, dat stelling 1 een speciaal geval is van stelling 2.