Op deze site vind je een aantal puzzels van diverse soort en moeilijkheidsgraad. Kies een puzzel in de linker kolom en de omschrijving verschijnt dan in deze kolom. Als je wilt weten of je de goede oplossing hebt, of als je andere soortgelijke puzzels weet, reageer dan via de "mailbutton" rechts-boven.

Succes

  • Missende bladzijden
  • Gegeven:
    Uit een boek missen een aantal opeenvolgende bladzijden. De som van de nummers ervan is 9808.
    Gevraagd:
    Welke bladzijden ontbreken?


  • Fietser in de wind
  • Gegeven:
    Om een bepaald trajekt af te leggen heeft een fietser tijdens wind-mee een tijd nodig van 4 minuten. Tijdens dezelfde wind tegen, heeft hij 6 minuten nodig (dezelfde krachtinspanning).
    Gevraagd:
    Hoeveel tijd heeft hij nodig bij windstilte. (weer dezelfde krachtinspanning)

  • Hoe breed is het water
  • Gegeven:
    Aan beide zijden van het water vertrekt een veerpont (gelijktijdig). Ze passeren elkaar op 720 meter van de dichtstbijzijnde oever. Aan de overzijde wordt door beide even lang gestopt en daarna weer vertrokken. Nu passeren ze elkaar op 400 meter van de andere oever. (De snelheden zijn verschillend, maar constant)
    Gevraagd:
    Hoe breed is het water.

  • Welke bewering is waar
  • Gegeven:
    Een tiental beweringen:
    1. Precies een van deze beweringen is onwaar
    2. Precies twee van deze beweringen zijn onwaar
    3. Precies drie van deze beweringen zijn onwaar
    :
    enz.
    :
    9. Precies negen van deze beweringen zijn onwaar
    10. Precies tien van deze beweringen zijn onwaar
    Gevraagd:
    Welke van deze beweringen is waar?

  • Staartdeling 1
  • Gegeven:
    De volgende staartdeling:
           . . 9 / 6 . 8 . . . \ . 5 3
                   . . . 2
                   -------
                     . 9 . .
                     . . 4 .
                     -------
                       . . 4 .
                       . . . .
                       -------
                             0
    
    Gevraagd:
    Bepaal alle cijfers

  • Staartdeling 2
  • Gegeven:
    De volgende staartdeling:
       . . . / . . . . . . . .\ . . 8 . .
                 . . .
               -------
                   . . . .
                     . . .
                   -------
                       . . . .
                       . . . .
                       -------
                             0
    
    Gevraagd:
    Bepaal alle cijfers

  • Verdeel in gelijke stukken
  • Gegeven:
    Vierkant stuk land met 4 bomen.
    Gevraagd:
    Kun je het land in vier gelijke stukken verdelen (gelijk oppervlak en gelijk van vorm), zodat in elk stuk een boom staat ?

  • Grazende koeien
  • Gegeven:
    Op een weiland grazen koeien totdat het gras op is.
    - 12 koeien kunnen 16 weken grazen
    - 18 koeien kunnen 8 weken grazen
    Na 6 weken blijkt het gras op te zijn.
    Gevraagd:
    Hoeveel koeien grazen er?

  • Handen schudden
  • Gegeven:
    Mijn vrouw en ik komen met nog vier echtparen samen. Ieder schudt de hand van hen die hij/zij niet kent. Vervolgens vraag ik aan ieder hoeveel handen hij/zij heeft geschud. Ik krijg negen verschillende antwoorden.
    Gevraagd:
    Hoeveel handen schudde mijn vrouw?

  • Rode en zwarte petjes
  • Gegeven:
    Drie mannen staan achter elkaar met het gezicht in dezelfde richting. A staat vooraan, B staat in het midden en C staat achteraan.
    Voor alle duidelijkheid: A ziet niemand, B ziet alleen A, C ziet zowel A als B.
    Uit een zak met drie rode en twee zwarte petjes wordt ieder een opgezet.
    Vraag aan C: Welk petje heb je? C weet het niet.
    Vraag aan B: Welk petje heb je? B weet het niet.
    Vraag aan A: Welk petje heb je? A weet het wel!!
    Gevraagd:
    Wat voor kleur petje heeft A op ?

  • Rode en witte petjes
  • Gegeven:
    Een smurf-achtig volkje bestaat uit een groot aantal mannetjes, die qua denk-proces volledig identiek zijn. Er is één koning. De koning zet iedereen een willekeurig petje op uit een grote zak met witte en rode petjes. (Dit zodanig dat men z'n eigen petje niet kan zien.) Hij vertelt erbij, dat er in elk geval één is die een wit petje op heeft. Vervolgens vraagt de koning of iedereen met een wit petje naar voren wil komen. Er gebeurt echter niets. De volgende dag wordt de vraag herhaald en er gebeurt weer niets. De vraag wordt elke dag herhaald en op de tiende dag stappen alle dragers van een wit petje naar voren.
    Gevraagd:
    Hoeveel dragen er een wit petje (en waarom)?

  • Wat is de valse munt
  • Gegeven:
    Er zijn 12 gelijk uitziende munten, waarvan 1 vals. De valse munt wijkt in gewicht af (lichter of zwaarder).
    Gevraagd:
    Bepaal door 3 metingen met een balans welke munt vals is (en tevens of deze lichter of zwaarder is dan de echte). De te wegen combinaties mogen niet afhangen van het resultaat van een vorige meting (dus direct alle drie combinaties bepalen).

  • Welke afstand wordt gelopen
  • Gegeven:
    Vier personen staan op de hoekpunten van een denkbeeldig vierkant met zijden van 100 meter. Ieder staat in de richting van een ander zoals aangegeven in de figuur. Alle vier lopen nu met dezelfde snelheid in de richting van degeen waarnaar hij kijkt. Ze lopen dus volgens een gebogen lijn en belanden uiteindelijk in het midden van het vierkant, waar ze alle vier gelijktijdig arriveren.
    Gevraagd:
    Hoeveel afstand heeft ieder afgelegd?

  • Naderende trein
  • Gegeven:
    Twee mannen lopen op een spoorbrug en zijn op 1/3. Plotseling nadert er van achteren een trein met een snelheid van 60 km/h. Beide mannen rennen met dezelfde snelheid elk naar een ander eind van de brug. Beiden kunnen de de trein op het nippertje ontwijken.
    Gevraagd:
    Hoe snel liepen ze?

  • Hoe snel stroomt het water
  • Gegeven:
    Een schip vaart op een rivier op volle kracht tegen de stroom in. De schipper laat bij kilometerpaal 100 een fles over boord vallen. Als hij dit na vijf minuten ontdekt keert hij onmiddelijk (tijdloos) en vaart op volle kracht terug. Bij kilometerpaal 101 is hij bij de fles.
    Gevraagd:
    Hoe groot is de stroomsnelheid van het water ?

  • Hoe snel fietst de koerier
  • Gegeven:
    Een militaire colonne van 1 km lang loopt met een snelheid van 6 km/uur. Een koerier wordt op fiets vanaf de staart naar de kop gestuurd voor een boodschap. Voor aangekomen keert hij onmiddelijk (tijdloos) met dezelfde snelheid terug. Als hij weer bij de staart is, heeft de colonne sinds zijn start 1 km afgelegd.
    Gevraagd:
    Hoe snel fietst de koerier ?

  • Hoe hoog komt de ladder
  • Gegeven:
    Voor een muur staat een bloembak van 1 m hoog en 1 m diep. Tegen deze muur wordt een ladder gezet van 7 m lengte.
    Gevraagd:
    Hoe hoog kan de ladder maximaal komen ?

  • Hoe lang is het touw
  • Van deze puzzel heb ik (nog) geen oplossing kunnen vinden die recht-toe-recht-aan tot het antwoord leidt. Ik kan het alleen iteratief. Als iemand een elegante oplossing vindt dan ben ik zeer benieuwd!!

    Gegeven:
    Een cirkel-vormig weiland met een straal van 100 meter. Op de rand van het weiland staat een paal waaraan een geit via een touw is verbonden.
    Gevraagd:
    Hoe lang moet het touw zijn, zodat de geit de helft van het oppervlak kan bereiken?

  • Wat is het aantal stemmers
  • Gegeven :
    Bij de stemming over een motie moeten voorstanders gaan staan. Het resultaat lijkt positief omdat het verschil tussen het aantal mensen dat staat en het aantal mensen dat zit eenderde (1/3) is van het aantal mensen dat is blijven zitten. Na enige verwarring wordt echter opnieuw gestemd en wordt de motie alsnog met één stem verschil verworpen. Het bleek namelijk, dat er elf (11) tegenstanders moesten blijven staan door een tekort aan stoelen.
    Gevraagd :
    Hoeveel mensen namen aan de stemming deel?

  • Hoe oud zijn mijn kinderen
  • Gegeven:
    De belasting-inspecteur belt bij mij aan en vraagt mij naar de leeftijden van mijn drie kinderen. Ik zeg hem dat het produkt van hun leeftijden 36 is. De man zegt hiermee niet uit de voeten te kunnen en daarom zeg ik hem dat de som van hun leeftijden gelijk is aan mijn huisnummer. De man bekijkt het huisnummer en zegt dat hij nog onvoldoende weet. Nadat ik hem verteld had dat mijn jongste kind volgende week jarig is ging de man tevreden weg.
    Gevraagd:
    Hoe oud zijn mijn kinderen?

  • Knippen en plakken
  • Hoe moet de onderstaande figuur in zo weinig mogelijk stukken worden verdeeld, zodat twee kleinere vierkanten kunnen worden gevormd zonder dat de stukken worden gedraaid? (Alleen langs de lijnen knippen)

  • Hoe diep is het water
  • Gegeven:
    Een waterlelie steekt 10 cm boven het wateroppervlak uit. Door de wind gaat de lelie op 40 cm afstand onder water.
    Gevraagd:
    Hoe diep is het water ?

  • Hoe lang kunnen ze grazen
  • Gegeven:
    Van een stuk grasland kunnen eten:
    Koe en geit  : 45 dagen
    Koe en gans  : 60 dagen
    Koe alleen   : 90 dagen
    Geit en gans : 90 dagen
    Gevraagd:
    Hoe lang kunnen ze alle drie eten?

  • Hoe oud zijn wij
  • Gegeven:
    Een vader, moeder en kind. Tijdens de verjaardag van een van de drie is de som van hun leeftijden 70 jaar, en de vader is 6x zo oud als het kind. Als de vader 2x zo oud is als het kind is de som van de drie leeftijden 2x zo groot als nu.
    Gevraagd:
    Hoe oud is de moeder.

  • Hoe veel kippen heeft de boer
  • Gegeven:
    Als een boer 75 van zijn kippen verkoopt kan hij 20 dagen langer met het voer toe dat hij heeft. Als hij er 100 bij koopt is hij 15 dagen eerder door zijn voer heen.
    Gevraagd:
    Hoeveel kippen heeft de boer?

  • Welke gewichten zijn nodig
  • Gegeven:
    Een handelaar is in staat met een balans en een aantal gewichten artikelen af te wegen t/m 4 kg met een resolutie van 100 gram.
    Gevaagd:
    Hoeveel gewichten heeft hij minimaal nodig en hoe zwaar zijn deze?

  • Hoe ver rijdt de trein
  • Gegeven:
    Een trein rijdt van A naar B. Een uur na het vertrek treedt een storing op, waardoor de snelheid terugvalt naar 60%. Hierdoor komt de trein 2 uur te laat aan in B. Als de storing 50 km later was opgetreden zou de trein 40 minuten vroeger aangekomen zijn.
    Gevraagd:
    Hoe ver is het van A naar B?

  • Maximaal haalbare afstand
  • Gegeven:
    Drie auto's staan, elk met een volle tank van 45 liter benzine, aan het begin van een lange weg. Ze beschikken verder over voorzieningen om benzine over te hevelen. Het verbruik is voor alle drie 1 liter per 12 km.
    Gevraagd:
    Welke afstand kan worden overbrugd door een van de auto's waarbij de andere twee weer op eigen kracht terug bij het vertrekpunt kunnen komen?

  • Verlaat het bos
  • Gegeven:
    Een parachutist landt in een strook bos van 1 km breed en meer dan 10 km lang. Het bos is zo dicht, dat hij de buitenste boom moet zijn gepasseerd voordat hij merkt dat hij het bos uit is. Verder is hij in het bezit van een kompas en apparatuur om de gelopen afstand te bepalen.
    Gevraagd:
    Hoe moet hij lopen zodat hij na een minimale afstand te hebben afgelegd gegarandeerd buiten het bos komt?

  • Hoe zit men rond de tafel
  • Gegeven:
    Om een ronde tafel zitten 10 echtparen, zodat elk echtpaar tegenover elkaar zit. De dames staan op, schuiven een aantal plaatsen op en gaan weer zitten. Elke dame zit nu bij een vreemde heer op schoot.
    Gevraagd:
    Hoe zitten de echtparen aan tafel en hoeveel plaatsen schuiven de dames op?

  • Wat is het volume
  • Gegeven:
    Door het midden van een massieve bol is een gat geboord (door-en-door). De lengte van het gat is 6 cm.
    Gevraagd:
    Wat is het volume van het resterende deel?

  • Wat is het getal
  • Gegeven:
    Van een getal leveren de tweede macht en de derde macht samen alle cijfers [0..9] precies één maal.
    Gevraagd:
    Wat is dit getal?

  • Hoe lang heb ik gelopen
  • Gegeven:
    Ik kom elke dag om 5 uur met de trein aan. Op datzelfde moment arriveert mijn vrouw per auto om mij op te halen. Op een dag neem ik een trein eerder en kom dus om 4 uur aan. Ik loop mijn vrouw alvast tegemoet en zodoende zijn we die dag 20 minuten eerder thuis.
    Gevraagd:
    Hoe lang heb ik moeten lopen?

  • Roteren en vermenigvuldigen
  • Gegeven:
    Een getal eindigt met het cijfer 4. Verplaats deze 4 naar de eerste positie (de andere cijfers schuiven daardoor dus een positie naar rechts). Er ontstaat hierdoor een nieuw getal, dat 4 maal zo groot is.
    Gevraagd:
    Wat is het kleinste getal waarbij dit geldt?

  • Hoe breed is de steeg
  • Gegeven:
    In een steeg staat tegen beide muren een ladder met de voet tegen de tegenoverliggende muur. De ene ladder is 4 meter lang en de andere 5 meter. Ze kruisen elkaar op een hoogte van 1 meter.
    Gevraagd:
    Hoe breed is de steeg ?

  • Hoe verdeelt u 200 knikkers
  • Gegeven:
    Twee lege vazen, een zak met 100 rode knikkers en een zak met 100 zwarte knikkers. U moet de knikkers over de twee vazen verdelen en daarna geblindoekt uit een willekeurige vaas een knikker pakken. Als dit een rode knikker blijkt te zijn heeft u gewonnen. (na het vullen worden de vazen eerst geschud)
    Gevraagd:
    Hoe kunt u het best de knikkers over de vazen verdelen. (of maakt het niets uit)

  • Hoe oud is de zoon
  • Gegeven:
    Een vader is vier keer zo oud als de zoon was toen de vader twee keer zo oud was als de zoon nu is. Negen jaar geleden waren ze samen 50.
    Gevraagd:
    Hoe oud is de zoon nu?

  • Wat moet ik kiezen
  • Gegeven:
    Na het winnen van een quiz moet ik kiezen uit een drietal gesloten deuren. achter één deur ligt een prijs; achter de andere deuren ligt niets. Nadat ik een keuze heb gemaakt opent de quizmaster (die weet waar de prijs ligt) één van de overige deuren, waar echter niets achter blijkt te liggen. Vervolgens vraagt hij of ik mijn keuze wil herzien.
    Gevraagd:
    Moet ik bij mijn eerste keuze blijven, moet ik de andere dichte deur kiezen of maakt het niets uit?

  • Bedekken met tegels
  • Gegeven:
    Een vlak van 100x100 cm en een voldoende aantal tegels van 10x20 cm om dit vlak geheel vol te leggen. Dit kan op een groot aantal manieren. Van het vlak moet echter in twee tegenovergestelde hoeken een stuk van 10x10 cm vrij blijven.
    Gevraagd:
    Is het mogelijk om het resterende deel volledig met hele tegels te bedekken?
    Zo ja: geef een voorbeeld
    Zo nee: waarom niet

  • Doosjes met knikker-paren
  • Gegeven:
    Ik heb drie zwarte en drie witte knikkers en verdeel deze in drie paren: Z+Z, W+W, Z+W. Verder heb ik drie doosjes, met daarop de teksten "Z+Z", "W+W" en "Z+W". Ik doe in elk doosje een knikkerpaar, waarbij op geen enkel doosje het opschrift klopt met de inhoud.
    Gevraagd:
    Kun je te weten komen welk paar in welk doosje zit door slechts één doosje zover open te schuiven dat je maar één knikker kunt zien?

  • Kwartjes-driehoek
  • Gegeven:
    Zes kwartjes zijn in een driehoek tegen elkaar gelegd. Een zevende kwartje laat ik langs de gehele rand van deze figuur rollen.
    Gevraagd:
    Hoeveel omwentelingen maakt het zevende kwartje?

  • Verdeel schaakbord
  • Gegeven:
    Een vel papier, bedrukt als een schaakbord
    Gevraagd:
    Kunt u dit vel zodanig verknippen (over de lijnen), dat er uitsluitend stukken ontstaan met twee maal zoveel vlakken van de ene als van de andere kleur?
    - Zo ja, geef een voorbeeld
    - Zo nee, waarom niet

  • Gewicht van komkommer
  • Gegeven:
    Een komkommer weegt 2 kg, waarvan 99% water is. Deze komkommer wordt 's morgens in de zon gelegd. 's Avonds blijkt dat een deel van het water is verdampt, en vormt water nog 98% van het gewicht.
    Gevraagd:
    Hoe zwaar is nu de komkommer?

  • Lege pennendoos
  • Gegeven:
    Ik heb tien pennendozen. In vijf daarvan zit een potlood en in vier zit een pen (een doos kan dus ook beide bevatten). Ik maak vervolgens een willekeurige doos open.
    Gevraagd:
    Hoe groot is de kans dat deze leeg is?

  • Spoorlijntje
  • Gegeven:
    Voor een spoorlijntje met een aantal stations is er voor elk denkbare traject een verschillend kaartje (ook verschillend voor A->B en B->A). Na uitbreiding zijn er 34 nieuwe kaartjes nodig.
    Gevraagd:
    Hoeveel stations waren er voor de uitbreiding?

  • Lijnen door punten
  • Gegeven:
    Negen punten in een 3x3 matrix volgens onderstaande figuur.
    Gevraagd:
    Teken hierin vier aaneengesloten rechte lijnstukken, die elk van de negen punten precies een keer kruisen.

  • Rij met rode en witte petjes
  • Gegeven:
    Een groep mensen krijgt in het donker elk een petje op, dat rood of wit is. De mensen komen een-voor-een naar buiten en moeten zonder te communiceren een rij vormen die aan de ene kant aleen rode petjes bevat en aan de andere kant witte petjes (dus bijvoorbeeld RRRRRRRRWWWWWWW).
    Gevraagd:
    Wat moet ieder doen zodra hij/zij naar buiten komt?

  • Roltrap
  • Gegeven:
    Ik loop mee op een roltrap met een snelheid van 1 trede per seconde. Na 50 stappen ben ik aan het eind. Ik draai me om en ren met een snelheid van 5 treden per seconde terug. Na 125 stappen ben ik weer aan het begin van de roltrap.
    Gevraagd:
    Hoeveel stappen heb ik nodig als de roltrap stil staat?

  • Vloerkleed
  • Gegeven:
    Ik wil een kamer van 9x12 meter voorzien van vloerbedekking. In het midden mag een stuk van 1x8 meter onbedekt blijven. (totaal dus 9x12 - 8 = 100 m^2)
    Gevraagd:
    Hoe moet ik een stuk vloerbedekking van 10x10 meter in twee delen knippen, zodat ik hiermee mijn kamer kan beleggen?

  • Gelijke oppervlakken?
  • Gegeven:
    Onderstaande figuren zijn opgebouwd uit dezelfde stukken.
    Gevraagd:
    Hoe ontstaat het "gat" in de onderste figuur?

  • Twee lonten
  • Gegeven:
    Twee lonten, die elk een brandduur hebben van één uur, maar die niet met een constante snelheid branden.
    Gevraagd:
    Hoe kan ik met deze twee lonten (en een aansteker) een tijd van 45 minuten afmeten?

  • Oppervlakte ring
  • Gegeven:
    Twee concentrische cirkels en een raaklijn aan de binnenste cirkel. De afstand tussen het raakpunt en het snijpunt met de buitenste cirkel is 1.
    Gevraagd:
    Wat is het oppervlak van de "ring" tussen beide cirkels?

  • Maximale afstand
  • Gegeven:
    Mijn buurman en ik gaan beide 15.000 km van onze woonplaats op vakantie.
    Gevraagd:
    Wat is de maximale afstand tussen onze vakantiebestemmingen? (De omtrek van de aarde is 40.000 km)

  • Witte en zwarte petjes
  • Gegeven:
    Drie personen (A, B of C) hebben elk een wit of zwart petje op, waarbij alleen bekend is dat ze niet alle drie wit zijn. A ziet B en C, B ziet A en C, C is blind. Aan A wordt gevraagd welke kleur hij heeft. A zegt dat hij het niet weet. Daarna wordt dezelfde vraag aan B gesteld. Deze zegt ook dat hij het niet weet. Tenslotte wordt het aan C gevraagd. Deze zegt dat hij het wel weet!
    Gevraagd:
    Welke kleur heeft C op?

  • Haal de bus in
  • Gegeven:
    Als ik nog slechts 8 meter van de bus ben verwijderd begint deze weg te rijden met een versnelling van 1 m/s^2.
    Gevraagd:
    Hoe hard moet ik gaan rennen om nog net op het achterbalcon te kunnen springen?

  • Kleur van de laatste knikker
  • Gegeven:
    Ik beschik over een onbeperkte hoeveelheid witte en zwarte knikkers. Ik doe 100 witte knikkers in een zak samen met een willekeurig aantal zwarte knikkers. Ik pak steeds twee knikkers uit de zak en ik leg een witte terug bij twee verschillende, anders leg ik een zwarte terug. Het totale aantal knikkers in de zak neemt dus steeds met één af. Uiteindelijk neem ik dus de laatste twee en leg weer één terug.
    Gevraagd:
    Welke kleur heeft de laatste knikker die wordt terug gelegd (en waarom)?

  • Rangeer probleem
  • Gegeven:
    Rangeerspoor met twee wagons (rood en groen) van elk 5 meter lang en een locomotief (blaauw) van 10 meter lang. Het dode spoor rechts-onder is 15 meter lang en het dode spoor links-onder is 5 meter lang.
    Gevraagd:
    Rangeer met behulp van de locomotief de beide wagons zodanig dat ze van plaats verwisseld zijn, en de locomotief weer op dezelfde plaats staat.

  • Cijfer reeksen
  • Gegeven:
    De volgende regels met cijfer-reeksen:
    1
    11
    21
    1211
    111221
    312211
    13112221
    Gevraagd:
    Welke reeks hoort op de volgende regel?

  • Weerstandskubus
  • Gegeven:
    Een draadkubus met (12) ribben die elk een weerstand hebben van 1 Ohm.
    Gevraagd:
    Wat is de weerstand tussen twee tegenoverliggende hoekpunten?

  • Dienstregeling
  • Gegeven:
    Iemand loopt op willekeurige monenten naar het station, wacht daar op de eerstvolgende trein en gaat dan weer terug. Hij noteert steeds of het een personen- of een goederentrein was. Het blijkt dat hij gemiddeld vijf keer zoveel personentreinen ziet dan goederentreinen, terwijl er volgens de dienstregeling toch evenveel van beide langskomen.
    Gevraagd:
    Hoe kan dat?

  • Kortste weg
  • Gegeven:
    Vier kleine plaatsen liggen op de hoekpunten van een denkbeeldig vierkant met zijden van 10 km.
    Gevraagd:
    Bedenk een wegenstelsel dat de vier plaatsen verbindt met een minimale totale weglengte.

  • Huisnummer
  • Gegeven:
    Tom woont in een straat met huisnummers 8 t/m 100.
    Jan wil het huisnummer van Tom weten.
    Jan: "Is het nummer hoger dan 50?"
    Tom geeft antwoord maar liegt.
    Jan: "Is het nummer een veelvoud van 4?"
    Tom geeft antwoord maar liegt.
    Jan: "Is het nummer een kwadraatgetal?"
    Tom geeft antwoord naar waarheid.
    Jan: "Ik weet het nummer als je me zegt of het eerste cijfer een 3 is"
    Tom geeft antwoord, maar we weten niet of hij liegt of waarheid spreekt.
    Jan noemt het nummer, maar het is fout.
    Gevraagd:
    Wat is het juiste huisnummer?

  • Oppervlakte
  • Gegeven:
    Een driehoekig stuk land wordt ingesloten door drie vierkante stukken van resp. 10, 20 en 50 hectare.
    Gevraagd:
    Wat is de oppervlakte van de driehoek?

  • Hoeken van driehoek
  • Gegeven:
    Een gelijkbenige driehoek ACB, met tophoek C = 20 graden
    Punt D op zijde AC, zodanig dat hoek ABD = 50 graden
    Punt E op zijde BC, zodanig dat hoek BAE = 60 graden
    Beide lijnen snijden elkaar in punt P
    De punten D en E worden met een lijn verbonden
    Gevraagd:
    Hoe groot zijn de hoeken in driehoek DEP?

  • Witte en zwarte fiches
  • Gegeven:
    Een zak bevat 1 fiche, waarvan bekend is dat het wit of zwart is. Er wordt een witte fiche bijgedaan, de zak wordt geschud en er wordt een fiche uitgehaald, dat wit blijkt te zijn.
    Gevraagd:
    Wat is nu de kans om een wit fiche te trekken?

  • Winnen of verliezen
  • Gegeven:
    Een man begint met honderd gulden. Winst en verlies worden bepaald door een geschud pakje van vijf rode en vijf zwarte kaarten, waaruit kaarten worden getrokken en terzijde gelegd. De man wint bij rood en verliest bij zwart. Iedere keer zet hij de helft van zijn geld in.
    Gevraagd:
    Wint of verliest de man, en hoeveel?

  • Naambordjes
  • Gegeven:
    Aan een ronde draaibare tafel kunnen 24 mensen plaats nemen. Op de tafel zijn 24 naambordjes geplaatst van die 24 mensen. Alle namen zijn verschillend. Bij het plaats nemen ontstaat bij toeval zo'n verwarring, dat de 24 personen willekeurig plaats nemen. Ze komen er achter dat niemand goed zit.
    Gevraagd:
    Is het, ongeacht hoe ze zitten, altijd mogelijk de tafel te roteren totdat minstens twee mensen tegelijkertijd tegenover hun naambordje zitten ?

  • 100 dieren voor 100 Euro
  • Gegeven:
    Een boer heeft 100 Euro en moet daarvan 100 dieren kopen, en van elk dier minstens 1.
    - Een schaap kost 15 Euro
    - Een geit kost 1 Euro
    - Een kip kost 0.25 Euro
    Gevraagd:
    Hoeveel stuks moet hij kopen van elk dier?

  • Grootste cirkel in driehoek
  • Gegeven:
    Een scherphoekige driehoek heeft een omtrek van 21 cm en een oppervlakte van 21 cm^2
    Gevraagd:
    Wat is de diameter van de grootste cirkel die in deze driehoek past?

    Hoeveel knikkers over

    Gegeven:
    Jan en Piet gaan knikkeren. Ze beginnen elk met evenveel knikkers.
    Na het eerste potje heeft Piet er tien verloren.
    Na het tweedde potje wint Piet er weer een stel terug.
    Piet roept: "Nu wordt mijn aantal knikkers in één klap verdubbeld".
    Gevraagd:
    Hoeveel knikkers heeft Jan op dit moment?

    Grazende geit

    Gegeven:
    Een cirkelvormig weiland met een diameter van 50 m. Aan de rand van dit weiland staat een paaltje (P), waar een geit aan is vastgepind. De lijn door de uiterste punten die de geit op de rand van het weiland kan bereiken gaat door het middelpunt.
    Gevraagd:
    Hoe groot is het oppervlak van het stuk dat de geit niet kan bereiken?