Goudse Pijpen

| Pijppraat 2006 | Terug naar Wegwijs van Carpe Lunam | index Archief  |  

zaterdag
30 december 2006


Als ik 's maandags mijn kleinzoon afhaal bij de voetbaltraining, zou ik rustig met m'n brandende pijp de kantine binnen kunnen sjouwen. Vreemd genoeg is roken in de voetbalwereld een geaccepteerd gegeven. Een beetje kentering kondigt zich aan; bij de entree staat een bordje met daarop het verzoek op zaterdagmorgen niet in de kantine te roken in verband met de aanwezigheid van jeugdige spelers.

Bij de skiloopvereniging hier ter plaatse is het geheel andere koek: het is zo vanzelfsprekend dat er niet wordt gerookt dat een bordje 'Verboden te roken' bij de entree ontbreekt en ook op het terrein met de oefenloipes heb ik nog nooit iemand met een sigaret in de mond aangetroffen. Zelf ben ik de uitzondering die de regel bevestigd door na de training bij de uitgang m'n pijpie aan te steken.

Afgelopen zondag organiseerde deze skiloopvereniging de Eerste Club Biatlonloop Gouda. Volwassenen liepen drie km hard of wandelden die afstand met stokken (Nordic walking), daarna driemaal raakschieten met de kruisboog, dan drie maal een flinke ronde op de baan skilopen, waarna weer de kruisboog ter hand werd genomen om driemaal raak te schieten. Misgeschoten leverde strafrondjes op. Kinderen hadden aangepaste afstanden. Een gezellig gebeuren, waarbij passende prijzen werden uitgereikt: Eerste prijs: eervolle vermelding met foto in de Nieuwsbrief, tweede prijs: eervolle vermelding in hetzelfde blad. Uitslagen en de meest actuele informatie: www.langlauf.nl

zaterdag
23 december 2006

Rond de kerst is de Markt in Gouda omgetoverd in een gezellige huiskamer. Uiteraard steelt de uit Noorwegen aangevoerde kerstboom voor het stadhuis de show, de straatlantaarns zijn voorzien van lampenkappen met daarop afbeeldingen van de geschilderde glazen van de St. Janskerk en op de gebouwen rond de Markt zijn foto's van Gouwenaren geprojecteerd. De Goudse glazen van de St. Jan zijn van binnenuit belicht, waardoor ze nu aan de buitenkant van de kerk kunnen worden bekeken. Voor de Waag is een ijsbaan aangelegd waarop de jeugd z'n rondjes draait.

Even deed het gerucht de ronde dat er een aantal lampenkappen gepikt waren, maar de lantaarns zonder kap bleken te staan voor winkels die niet bereid waren mee te betalen aan dit aardige idee. Dat lijkt natuurlijk kinderachtig, maar aan de andere kant barst van het lui met goede ideetjes die door een ander moeten worden bekostigd. Bij grote geldinzamelingsacties melden zich ook altijd lieden met plannetjes in de trant van 'laat iedereen het bedrag in euro's overmaken van z'n huisnummer en dan komt er minstens twee miljoen binnen'. Zelf wonen ze waarschijnlijk op nummer twee.

De oudste man van Nederland werd van de week 107 jaar. Mijn Reeuwijkse correspondent Richard Brusik meldt mij dat de man zijn hele leven lang een fervent pijp- en sigarenroker is. Ik ga gelijk maar weer een pijpje stoppen.
zaterdag
16 december 2006

Eén van de vragen die afgelopen zomer met de regelmaat van de klok werd gesteld tijdens het maken van een kleipijp in de Waag, was: 'Rookt u zelf nog pijp? Ik heb het vroeger geprobeerd, maar ik vond het helemaal niks'. Misschien had ik het indertijd ook niks gevonden als ik niet een pijprokermentor had gehad. Die vertelde me dat je geneigd bent om de eerste keer een goedkoop pijpje aan te schaffen. Helemaal fout: het hout van de pijp brandt dan net zo hard als de tabak en het gevolg is een smerige smaak in de mond. Door die smerige smaak beginnen de speekselklieren extra vocht te produceren, dat loopt in het rookkanaal en wordt even later viezer weer de mond ingezogen. Zijn advies was: koop een pijpje van een gulden dertig of veertig, liefst een kromme zodat eventueel speeksel naar beneden loopt. Smeer de eerste paar keer in de kop wat vaseline om het inroken te versnellen, neem een lichte baaitabak en maak de pijp regelmatig schoon met een pijpenrager. Zijn advies pakte bij mij goed uit.

Tegenwoordig kost een gewone bruikbare ingerookte pijp al gauw een zestig euro en dat is niet misselijk. Meestal vraag ik 'm voor m'n verjaardag cadeau en maak een reisje naar Utrecht om 'm daar te kopen bij een zaak die wat keus heeft en waar ik me kan vergapen aan pijpen van honderd euro en meer.

Vroeger had je ook nog zo iets als het Niemeijers Adviescentrum voor de Pijprokers (NAP), dat met een zekere regelmaat het Nieuwsblad voor de Pijprokers liet verschijnen. In dat blad stond natuurlijk veel reclame voor de tabakken van deze fabrikant, maar ook een rubriek met tips. In die rubriek werd een keer geadviseerd onder in de pijpenkop een kledingknoop met vier gaatjes te leggen; het zou verhinderen dat het rookkanaal verstopt zou raken. In het volgende nummer kwam de aanvulling: s.v.p. geen knoop van plastic of een andere kunststof, want die smelt tijdens het roken en de pijp is dan voorgoed verstopt.
zaterdag
9 december 2006

De supermarkten Aldi en Lidl hebben niet alleen - om maar wat te noemen - suiker en melk in de aanbieding, maar elke week wordt bovendien een assortiment van luxe artikelen aangeboden. Van stoomreinigers tot hele computersystemen zijn in de loop van het jaar voorbijgekomen. Terwijl je nauwelijks op straat meer een pijproker ziet, komt deze week Lidl met een luxe pijpenset voor de dag, met de hand gemaakt van het beste Bruyère hout en inclusief accessoires. En dat voor nog geen vijfentwintig euro.

Als pijproker zou je daar onmiddellijk op af moeten sporten, maar het kopen van een pijp in een afgesloten doos is een beetje vloeken in de kerk. De aankoop van een pijp is een ritueel; eerst het kiezen van een pijpje, het even in de hand houden, kijken of de bit niet te dik is, even tussen de tanden laten hangen en slap ouwehoeren met de winkelier. Vervolgens de technische controle: zit het roer niet te vast of te los in de kop, is de ketel van de juiste afmeting voor de te gebruiken tabak en voorzien van een koolstoflaag, is de pijp niet te zwaar en eenvoudig schoon te maken. Ten slotte de vraag of het pijpje de prijs wel waard is, want een goede pijp kost toch al gauw tussen de vijftig en honderd euro. Die vijfentwintig euro van Lidl is geen prijs, maar als de pijp na twee weken als ongeschikt in de schoenendoos belandt, wordt dat toch knap prijzig.

Voor de niet-roker die denkt wat een gezever is dit, nog deze:
Voor een winkel huilde een man
Zonder geld op zak;
Ook mannen kunnen huilen -
Als 't ontbreekt aan tabak.
Spaanse copla, vert. Hendrik de Vries
zaterdag
2 december 2006

Als je vroeger in een dorp waar iedereen elkaar kende de godganse dag met een pijp in je mond rondsjouwde, had je al gauw een bijnaam te pakken. Zo vertelt Richard Brusik mij in een uitvoerige e-mail over Cor Pijppie en andere pijprokers in Reeuwijk.

Zelf heeft Richard Brusik ook een bijnaam: de polderzoeker. Hij is namelijk met een detector actief in de polders rondom Reeuwijk en vindt regelmatig als bijvondst pijpenketels in molshopen, in de aarde van uitgebaggerde slootjes en in omgewoelde grond. Het zijn meestal gladde ketels met hielstempel. Drie weken geleden vond hij echter een mooie sierketel in de bagger die de boer op de kant had getrokken; namelijk een speciale sierketel vervaardigd ter gelegenheid van het huwelijk van stadhouder Willem IV met Anna van Hannover op 25 maart 1734. De maker van de pijpenmal was de bekende zilversmid Dillis van Oyen.Vondsten van Richard zijn te bewonderen in Streekmuseum Oudheidkamer Reeuwijk aan de Oudeweg 3 te Reeuwijk (www.streekmuseumreeuwijk.nl)

Zulke mooie pijpenkoppen kwam ik op mijn spoortuintje niet tegen. Ik was al blij als er een hielmerk was aangebracht. Echte verzamelaars zullen dit soort koppen ook niet elke dag tegenkomen, maar doordat zij vaak ook actief zijn in archeologische verenigingen en bij opgravingen zelf ook een schepje ter hand nemen, zal de kans dat zij zo iets tegenkomen wel iets groter zijn dan bij iemand die in zijn tuintje staat te spitten.

Sinterklaas deed de vroeger pijpenmakers kennelijk niets, althans een pijpenmerk met zijn afbeelding kwam ik in het boek met pijpenmerken niet tegen. Wel figuren als Bacchus, Job, Jonas en koning David, maar een katholieke geestelijke in habijt zou wellicht in het calvinistische Nederland weinig verkoop stimulerend zijn geweest.
zaterdag
25 november
2006

In het oude pand 'De Eenhoorn' aan de Wijdstraat in Gouda bijna onder de toren van de Sint Jan zit de tabakswinkel van Loet van Vreumingen. Het is geen moderne zaak met een keus aan tijdschriften, snoep en in een klein hoekje een beperkte keus aan rokersartikelen. Nee, hier ademt de sfeer van vroegere tijden: de etalage en de verkoopruimte volgepakt met allerlei artikelen die met roken te maken hebben, twee houten toonbanken, oude afbeeldingen van tabaksplanten en de geur van tabak en sigaren. In 1836 begon op deze plek met uitzicht op de Markt met het oude stadhuis een voorvader van Van Vreumingen met de handel in tabak. Het interieur lijkt ook uit die tijd te stammen en een bord boven de deur meldt dat dit de oudste tabakszaak van Nederland is. De moderniteit heeft hier slechts toegeslagen in de vorm van een apparaat op de toonbank om te kunnen pinnen.

Als Loet zelf in de winkel is en het is niet al te druk, heb ik vaak een praatje over kleipijpen en soms neemt hij me mee naar de vroegere keuken van het huis waar in allerlei doosjes aparte pijpjes liggen opgeborgen.

Hoe lang nog kan deze tabakswinkel ontsnappen aan de druk van restyling en efficiency?
zaterdag
18 november
2006

boven: het Herthuis ca. 1850, uit Hugo de Groot en Gouda; onder: het pand met de rond 1900 vervangen gevelVoor pijpenmakers is Markt 59-61 te Gouda een bijzondere plek. Hier was vroeger het Herthuis gevestigd, een herberg met een goede reputatie. Hier ontving het stadsbestuur vanaf eind zestiende eeuw belangrijke gasten die daar werden getrakteerd op vorstelijke maaltijden en werden vol gegoten met wijn. Prins Maurits, Hugo de Groot en de stadhouders Willem II en III lieten zich daar bijvoorbeeld verwennen. Toen op 30 juni 1672 stadhouder Willem III met aanhang een bezoek aan Gouda bracht, werd hem in het Herthuis een rijkelijk met wild en wijn gevulde dis voorgezet. Dat grapje kostte de stad bijna duizend gulden en dat was voor die tijd een abominabel hoog bedrag. Rond 1900 werd de karakteristieke gevel van het 'heerenlogement' vervangen door het sobere front van tegenwoordig. Na de tweede wereldoorlog verrommelde een winkelbedrijf de pui tot een bijna onwaardig niveau.

Wat had het Herthuis met pijpenmakers van doen? Het pijpenmakersgilde had hier zijn eigen stekkie om te vergaderen. Niet zo maar in het voor iedereen toegankelijk gedeelte van het logement, maar apart in een eigen gildenkamer. De kamer was opgesierd met een groot houten wandbord, waarop de in gebruik zijnde pijpenmakersmerken waren geschilderd. Dan stond er nog de kist van het gilde, waarin onder andere zaken als begrafenisschilden en gildenboeken werden bewaard. Het wandbord en de begrafenisschilden zouden nog in het bezit zijn van het stedelijk museum van Gouda, maar de gildenboeken liggen veilig opgeborgen in het British Museum in Londen. Een aardige secretaris van het gilde rookte wel een hele rare pijp; hij deed de boeken eind negentiende eeuw cadeau aan een Engelse verzamelaar.

zaterdag
11 november
2006

Het Pijpenmuseum De Moriaan aan de Westhaven alhier is al weer een paar weken gesloten. De pijpencollectie wordt op dit moment overgebracht naar het Catharina Gasthuis, Achter de Kerk 14 te Gouda (tegenwoordig museum GoudA), waar vanaf 12 december a.s. de pijpjes weer bekeken kunnen worden. In het gebouw aan de Westhaven komt het Nationaal Farmaceutisch Museum De Moriaan - ofwel apothekersmuseum - dat in april 2007 open gaat.

Jammer dat het pijpenmuseum in z'n huidige vorm verdwijnt; gevestigd in een stijlvol gebouw, een fraai voorbeeld van Hollandse Renaissance stijl, en binnen een prachtige expositieruimte, waar de pijpen en aanverwante spullen goed tot hun recht kwamen. Het museum kreeg in 1938 daar z'n plekje, een afsplitsing van het toenmalige Stedelijk Museum van Oudheden aan de Markt.

In museum GoudA zullen de spulletjes zo langzamerhand wel naar het depot verdwijnen of worden verkocht. De nieuwe directeur is van moderne snit en zet er kennelijk flink de beuk in.

Hopelijk houden de nieuwe bewoners het Moriaantje boven de ingang in de gaten. Elke winter voor de vorstperiode uitbreekt wordt het pijpje van de jongeman een halve slag gedraaid, dus met de open kant van de ketel naar beneden. Dit om te voorkomen dat het pijpje vol regen water komt te staan en als per ongeluk de temperatuur drastisch onder nul zakt, kapot vriest.

Donderdagmorgen naar De Waag geweest om een inventarislijst met beschrijving van de pijpenmakerij op te maken. Dat was er nooit van gekomen en weten wat voor spulletjes je in huis hebt, is om allerlei redenen toch wel gemakkelijk.
zaterdag
4 november
2006

De voorgevel van de Waag op de Markt in Gouda is opgesierd met een prachtig reliëf. Veel te mooi en te perfect voor zo'n oud gebouw uit 1668. Dat klopt, want het is een kopie van het origineel dat door vervuilde regen, lucht en wind aangetast op de tweede etage van de Waag beschutting heeft gevonden. Daar kun je dan ook van dichtbij details bekijken die je vanaf de Markt nauwelijks kunt zien en in de daar opgestelde pijpenmakerij zit ik er tegenaan te kijken.

Het reliëf geeft het wegen van kaas weer; v.l.n.r. met hoed de waagmeester, de schrijver die het gewicht noteert, knechten bezig met het plaatsen van de kaas en gewichten op de weegschalen en de waarschijnlijke koper.

De reliëfmaker kon het waarschijnlijk niet laten een grapje of misschien wel keiharde kritiek in het kunstwerk te verwerken. Links zien we de schrijver ijverig bezig het gewicht te noteren, maar ondertussen verborgen voor eventuele toeschouwers drukt hij met z'n linkervoet op de schaal om de kaas wat meer gewicht te geven.

De vraag rijst wie de schrijver beloonde voor het voetenwerk: de verkoper, want zijn kaas werd meer waard of het bestuur van de stad, omdat over het gewicht van de kaas belastingpenningen werden geïnd. Zou de waagmeester ook in het complot zitten?

Een andere vraag is of de opdrachtgevers de grap niet in de gaten hebben gehad toen het kunstwerk werd opgeleverd. het antwoord zou best eens ja kunnen zijn. Toen ik één van de gidsen van de Waag op het voetje wees, was z'n reactie: 'Tjee, dat is me nooit opgevallen' en bij z'n volgende ronde met bezoekers wees hij nadrukkelijk op het detail.

zaterdag
28 oktober
2006

Ook deskundige lieden die ik raadpleegde over de stand van de ketel (waarom vroeger schuin op de steel, nu haaks; vraag van de jonge Rus vorige week) kwamen er niet uit. Fred Tijmstra van de Pijpelogische Kring Nederland schreef me bijvoorbeeld:
'Waarom de ketel vroeger schuin stond weet ik ook niet. Ik zie ook geen praktisch voordeel bij het vervaardigen, misschien dat bij het roken een betere trek ontstond omdat de rook een minder hoekige weg naar de mond aflegt.
Onze eerste modellen zijn kopieën van Engelse pijpen (waarvan de ketel schuin op de steel stond), omdat de eerste Nederlandse pijpenmakers uitgeweken Engelsen waren. Later volgde de Nederlandse pijp zijn eigen ontwikkeling en ging de pijpenkop meer naar voren hellen. Vanaf midden 19e eeuw kwamen naast schuine ook haakse modellen in productie.'

Nota bene in de schoenendoos met oude pijpen van mijzelf vond ik nog een houten pijpje met een ten opzichte van de steel scheef geplaatste ketel. Dit pijpje kreeg ik zo'n veertig jaar geleden van mijn vrouw. Zij koos dit exemplaar omdat het zo sierlijk was gevormd en toch heb ik 'm niet zo veel gebruikt. Waarom niet? Als je de pijp tussen je tanden laat bengelen, valt de as en soms zelfs vuur uit de ketel. Bij geperste tabak is dat minder het geval, maar met gewone baai maak je altijd rotzooi. Vandaar dat hij in de schoenendoos is beland en wellicht is dat de simpele reden dat men indertijd overging op het 'haakse' type.

Het Kaas- en Ambachtenmuseum sluit morgen de deuren en gaat met de winterslaap beginnen. Dus afgelopen donderdag zat ik voor dit jaar de laatste maal het pijpjes maken te showen. Erg druk was het niet: een stuk of vier Nederlanders, een man uit New York en een Canadese. Een collega leerling-pijpmaker kwam bij mij kijken en produceerde zelf ook nog wat pijpjes. Zelfde kwaliteit als de mijne: tweede en derde keus.

Door de sluiting van De Waag stopt de verslaggeving over het pijpenmaken daar, maar voor de komende weken is er nog genoeg stof om wat verder te lebberen.
Zaterdag
21 oktober
2006

'Waarom stond vroeger de ketel schuin op de steel en bij de tegenwoordige pijp haaks?'. Een jonge Rus uit Vladivostok vergezeld van een nog jongere Chinese uit Hongkong kwam afgelopen donderdag uit de hoek met dit achteloos gestelde vraagje. Helaas moest ik bekennen geen idee te hebben. Een technische reden kon ik niet bedenken en voor een antwoord in de trant van 'De Europeanen hebben indertijd de vorm afgekeken van de Maya's die rond 300 na Christus pijpen van klei maakten, en hebben later een meer praktische stijl ontwikkeld' leek de Rus me te slim. Hij zou ongetwijfeld hebben gereageerd met: 'Blijft de vraag waarom.' Het stel was trouwens zeer geïnteresseerd en wilde het naadje van de kous weten.

Over toeschouwers had ik die dag geen klagen: drie gezellige vrouwen uit Brabant, Duitsers die haast hadden en een gezelschap van 24 personen uit Alphen a/d/ Rijn. De groep verliet even voor vijven De Waag, zodat het een latertje werd.
zaterdag
14 oktober
2006

Thuis op zolder kunnen nu ook pijpen worden gemaakt. Weliswaar ontbreken nog een oven en een pijpenmal, maar daar is wel een mouw aan te passen: voor het bakken van pijpen heb ik al een aanbod gehad en een kaster kan ik bij tijd en wijle lenen. Op dit moment heb ik er een van het ambachtenmuseum om mee te experimenteren. Op de werkplaats in de Waag heb ik met deze mal een paar keer geprobeerd een pijpje te maken. Alles schijnt in orde: een bijpassende stopper en de kaster sluit redelijk, maar toch steeds een gatje aan de zijkant van de ketel. Gisteren heb ik thuis ongestoord zitten klooien en na drie gaatjespijpen denk ik de oorzaak te hebben gevonden. Bij het verwijderen van de stopper heb ik de stomme gewoonte die iets te draaien en dat blijkt bij dit type pijpje funest te zijn, omdat de stopper schuin wordt ingebracht en die bij draaien dan de mal raakt waardoor de klei wordt weggeschoven.

'Zit je hier nou elke dag', vroeg een bezoeker van de pijpenmakerij in de Waag. Met mijn antwoord 'Nee, alleen op donderdagmiddag', was hij gerustgesteld. Een mevrouw begon te lachen toen ze de pijpenmakerij in de gaten kreeg: 'Ik dacht aan het maken van pijpen waarmee loodgieters werken'.
Een Canadees wilde weten waarvan houten tabakspijpen worden gemaakt.Een echt goed antwoord had ik niet voorhanden. Later in de boeken vond ik: Materiaal voor een houten pijp is de wortelknol van de Erica Aborea, een wilde boom die voorkomt in zuidelijk Europa. Andere houtsoorten smeulen mee met de tabak, dat een nare smaak tot gevolg kan hebben.


Bij mijn demonstraties in de Waag loopt het zo nu en dan uit de vingers. Door Duitsers die afgelopen donderdag op het laatste moment waren komen binnen waaien, liet ik me verleiden nog even snel een pijpje te maken. Bij het verwijderen van de weijer was ik wat te wild waardoor ik met twee stukken de sessie afsloot.

Pijpen werden gemaakt voor twee keer een stel Canadezen, Spanjaarden uit Barcelona, een paar Duitsers en een zestal Nederlanders.

zaterdag
7 oktober
2006

Voor pijpenmakers breken gouden tijden aan. Althans dat zou te concluderen zijn uit de uitspraken die een tabaksboer doet in een Goudse weekkrant:"Pijproken komt weer helemaal in. In Rome en Parijs lopen de mannelijke modellen allemaal met een pijp. Een pijp wordt weer gezien als een accessoire. Roken is genieten, zo moet je het een beetje zien. Een goeie avond bestaat uit een lekker diner, een goed glas wijn, daarna goede koffie of cognac en een lekkere pijp." en "In die wereld, van het echte genieten, wil Porsche zich dus mengen." Porsche is de autofabrikant die tabakspijpen aan z'n assortiment toevoegt.

Dat is andere koek dan wat pijproker Peter de Leeuw een paar jaar geleden in de Volkskrant schreef over het instellen van rookruimtes in kantoren en werkplaatsen:
"Voor sigaretten rokers past geen groot medelijden. Zij kunnen na 1 januari een rookruimte binnenschieten en 'even een peuk doen'. Voor pijprokers zijn de rookruimtes geen oplossing. Het zorgvuldig en aangenaam roken van een fatsoenlijke pijp vergt minstens een uur. Een verblijf van een uur in een rookruimte biedt evenmin soelaas. Aan werken of ontspannen kom je daar niet toe. De ruimte zit vol nerveuze sigarettenrokers. Het aangename aroma van de pijptabak wordt gesmoord in sigarettenwalm. De pijproker wordt met uitsterven bedreigd. Ironisch genoeg door een maatregel die zijn eigen gezondheid niet zal baten. Pijprokers inhaleren niet. De kans dat ze aan longkanker overlijden is daarom uiterst klein. Met de pijproker zal ook een levensstijl verdwijnen. Een stijl van traditie, ontspannen, genieten en overpeinzen. Als een van de laatst overgebleven pijprokers van Nederland solliciteer ik hierbij naar een passende functie bij het Nederlands Openluchtmuseum."
Ik zit al in een museum, maar een pijpje roken tijdens het pijpenmaken is er niet bij.

Deze week keken een zeer geïnteresseerde vrouw met haar zoon uit Turkije en het personeel van het gemeentehuis in Krimpen toe hoe ik pijpen in elkaar frommelde.

zaterdag
30 september
2006

 

M'n eigen werkplaats om kleipijpen te maken, begint gestalte te krijgen. Bij de Lidl kocht ik een wat zij in de reclameaanbieding noemen een mobiele bankschroef. Vooraf eerst de professionele pijpenmaker geraadpleegd aan de hand van een plaatje: het leek hem wel wat, hoewel de duurzaamheid van het apparaat twijfels bij hem oproep, met name de plastic aandraaiknoppen. De prijs stelde niet veel voor en daarom ben ik maar tot aanschaf overgegaan. Nu ben ik bezig een werktafeltje in elkaar te flansen, waarop de bankschroef moet worden gemonteerd en ruimte is om te rollen.

Ondanks het beëindigde vakantieseizoen maakte ik donderdag pijpjes voor o.a. Brazilianen, Duitsers en een jong stel uit Californië. De Brazilianen kon ik niet blij maken, de Duitsers waren vriendelijke lui en het stel uit Amerika was vrolijk en enthousiast. Toen bij de laatste het pijpje bijkans gaaf uit de kaster (mal) kwam, sprong de vrouw op van verbazing, klapte in haar handen en riep tegen haar gezel: 'Kijk nou, voor onze neus is een pijp gemaakt!'

zaterdag
23 september
2006

Ondanks de warmte afgelopen woensdag bleven de ramen van de Waag gesloten; kermis deze week op de Markt en dat betekent een tering herrie. Toch nog wat klantjes uit Mexico, Noord-Amerika (Chinezen) en Duitsland die een bezoekje aflegden. De Chinezen waren speciaal voor het pijpenmaken naar binnen gekomen. Veel indruk op de buitenlanders maakt steeds de op m'n moestuin opgeraapte oude pijpenkoppen die ik ze laat zien. De koppen met merkjes in de hiel worden met bewondering bekeken en als we één ervan met de initialen IWB opzoeken in het merkenboek met als resultaat Jan Willemsz Bruggen 1668 hangen de bekken echt los.

Mooie oude pijpjes zag ik vandaag op de pijpendag van de Pijpelogische Kring Nederland (PKN). Deze dag werd gehouden op de Historische Tuin Aalsmeer, een museum over de ontstaansgeschiedenis van de Aalsmeerse bloementeelt. Behalve oude opstallen en een veilinggebouw met een veilingklok uit 1930 waren daar oude bloemensoorten en plantenrassen te bekijken. Leden van de PKN hadden in een van de schuren een tentoonstelling ingericht over de geschiedenis van de pijp en daar werd ook een ruilbeurs gehouden. Een ruilbeurs kon je het eigenlijk niet noemen; een stuk of vijf lieden verkochten hun dubbele of voor hen niet meer interessante spullen.

In het veilinggebouwtje werden een videopresentatie over de tuinen, uitleg over het veilen van bloemen en planten gegeven en lezingen over oude pijpen gehouden. Het veilen van een aantal planten en pijpen met aanverwante spullen door de veilingmeester - ook een PKN-lid - was een vermakelijk gebeuren. Dat er naast kleipijpen ook metalen pijpen van messing, ijzer en zilver werden gemaakt was voor mij onbekend. Een lezing daarover bracht mij een beetje op de dikte en ik kan dus nu meepraten over uitschroefbare stelen en 'telescooppijpen'. Jammer dat de pijpjes alleen via een Power Point-presentatie waren te zien; het zilveren pijpje bijvoorbeeld dat de spreker 'uit de mond' van iemand in Nepal kocht, had ik graag in natura aanschouwd.

Veel gelachen en gezellige mensen ontmoet in een entourage, die mij als voormailig hobbytuinder aansprak.

zaterdag
16 september
2006

Afgelopen donderdagmiddag denderden met enige regelmaat groepjes politieagenten uit Rotterdam de Waag binnen. Zij genoten een spelletjesdag in Gouda en op de etage waar de kaasmakerij zetelt, moesten zij zich onderwerpen aan een soort memory-spel. Niet gehinderd door een uniform en uitgedost in vakantiekledij gedroegen zij zich als op een schoolreisje; in de groepen met de mooiste agentes schreeuwden de kerels het hardst en lachten de meisje te uitbundig.

Een agent van Surinaamse afkomst vroeg mij of de kleipijpen nu nog werden gebruikt. 'Ja,' was mijn antwoord, 'de professionele pijpenmaker is nu nog bezig met een bestelling van 500 pijpen voor Suriname af te leveren voor december. De pijpenmaker vermoedde voor een godsdienstige rite of iets dergelijks. maar jij kunt me ongetwijfeld er iets meer over vertellen'. De politieagent had geen benul, maar zou het zijn vader vragen en het mij via e-mail doorseinen. Als er een antwoord binnenkomt, zal ik er op deze plaats kond van doen.

Nu het vakantieseizoen achter de rug is, wordt het bezoek aanmerkelijk minder. Behalve het peloton politie enkele Nederlanders en een stuk of drie Duitsers. Kan ik me eindelijk toeleggen op het maken van een echt gaaf pijpje.

zaterdag
9 september
2006

'Grote stelen, kleine stelen.
maar grote stelen het meest.
Toch zeggen de heren van het stadhuis:
Grote stelen per abuis.
',
declameerde een man, toen ik van een pas gemaakte pijp met het schenkertje de steel fatsoeneerde. Zelfs bij het pijpenmaken moet de geest dus flexibel blijven om rare gedachtekronkels van toeschouwers te kunnen volgen.

Als demonstrateur in een oud-ambachtenmuseum moet je er eigenlijk een beetje uitzien als de ambachtsman uit het verleden. De pottenbakkers hebben daar geen moeite mee; binnen de kortste keren zijn hun schort en armen besmeurd met kletsnatte klei. De kaasmaker daarentegen lijkt met z'n superschone witte stofjas op het hoofd van het laboratorium in een ziekenhuis. Zelf heb ik een werkmanachtige broek en een oud overhemd aan met daarover een met klei en verf vies gemaakte schort. De plateelschilderes is keurig gekleed.Eén keer heeft zij een witte schortjas voorgedaan en de eerste de beste bezoekster vroeg haar: 'Waar zijn de toiletten nou?'

zaterdag
2 september
2006

Jongelui uit Denemarken wisten het meteen toen ik het merkje liet zien op een oude pijpenkop: 'cannabis'. Inderdaad leek het plantje dat was afgebeeld veel op een marihuanaplant. Waarom zij eigenlijk de Waag waren binnengekomen snapte ik niet: halverwege mijn verhaal werden ze gemaand naar het kaasmaken te komen kijken en daarna nokten ze met gezwinde spoed af.

Een Duitser vroeg netjes of hij een foto van mij mocht nemen tijdens het maken van het rookkanaal in de pijp. Later liet hij op z'n camera de foto zien met "Zufrieden?' Mij was het best, maar ik vroeg me later af wat hij zou doen als ik bezwaar had gemaakt.

Behalve de twintig Deense scholieren en de Duitser keken woensdag nog een Canadees meisje en een tiental Nederlanders naar het in elkaar frommelen van pijpjes.

Telefonisch werd ik benaderd om op een of ander festival van oude ambachten te figureren als pijpmaker. Een tijdje geleden ook al een vraag om bij een pijprokersclub te verschijnen. 't Lijkt me wel leuk om te doen, maar zo lang ik nog niet beschik over het noodzakelijke gereedschap zoals een pijpenmakers bankschroef, wordt het toch een geknoei van niks. Een gewone bankschroef is ongeschikt om de taps toelopende pijpenmal te klemmen. Op zoek dus naar zo'n apparaat.

zaterdag
26 augustus
2006





Vorige week beloofde ik op zoek te gaan hoe een waterpijp werkt. Een toeschouwer bij het pijpenmaken vroeg dat en ik wist iets te mompelen van 'de rook gaat eerst door water'. Encyclopedie en internet hadden daarover weinig te vertellen. Internet ging nog het verst met: De Nargileh is de Turkse waterpijp die met tabak wordt gevuld. Een tabakmengsel wordt in een groot, vochtig tabaksblad gerold (de tömbeki). Daarna worden het mondstuk en de slang aan de waterpijp vastgemaakt en worden er stukken houtskool op de tabakscilinders gelegd. Het idee van de waterpijp is om omstebeurt te roken en zo in een ontspannen sfeer te komen. Dit gevoel wordt ook wel ‘keyif’ genoemd.

Kijkend naar de waterpijp gaat het - denk ik - zo: bovenin zit dus de tabak met brandend houtskool. Vandaar loopt een pijpje in de fles tot in het water. De lange slang met mondstuk eindigt bovenin de fles. Gaat de roker aan de slang zuigen dan ontstaat boven in de fles onderdruk, waardoor trek ontstaat in het pijpje vanaf de tabak. Via dat pijpje gaat de rook naar beneden en borrelt vervolgens door het water naar boven. Dan kan het via de slang naar de mond van de roker, die het in de mond laat circuleren en geniet van het aroma. Wie het beter weet, mag het vertellen.

Donderdag weer allerlei volk over de vloer bij het pijpenmaken: Peruanen, Belgen Engelsen en Brabanders. Een Engelse mevrouw vond in haar buurt ook vaak pijpenkoppen. Van merkjes op de hiel van de pijp had zij nog nooit gehoord en zij zou bij een volgende vondst zeker kijken. 'En dan denk ik gelijk aan u', besloot ze.

Lopend op weg naar het station lurkend aan m'n pijp fietste een gozer voorbij. 'Stinkpijp', blèrde hij.

zaterdag
19 augustus
2006

In plaats van donderdag ging ik woensdagmiddag aan de gang met de pijpenmakerij. 'Zou je misschien morgen tussen tien en elf pijpen willen maken, want we krijgen bezoek van de burgemeesters van Edam en Gouda', vroeg de directrice van de Waag. Daar had ik geen moeite mee en dus zat ik dondermorgen voor een gezelschap bestaande uit de Bodegraafse kaaskoningin, de twee burgemeesters en een paar van hun onderknuppels met klei te klooien. De lui uit Edam - ook een kaasstad - kwamen zich oriënteren hoe de bestuurders hier de promotie van Gouda aanpakken. Een leuk dagje uit voor de ambtenaren en een delegatie uit Gouda gaat natuurlijk snel op tegenbezoek.

Na hun vertrek kon ik moeilijk de benen nemen; Chilenen, Tsjechen en Israëliërs dromden om mijn werktafel. Een Nederlandse bezoeker wilde van me weten hoe een Turkse waterpijp werkt. Een echt antwoord moest ik schuldig blijven, maar ik ga op zoek.

Op weg naar de groenteboer werd ik begroet door een vrouw: 'Dag, Goudse pijpjesmaker.'
zaterdag
12 augustus
2006

Gisteren kwamen we terug van een week Weddermeer in Groningen. Ons huisje stond aan het water en de kleinzoons visten er op los. In dit recreatiepark - 'vispark' - merk je hoe de hengelsport is geëvolueerd: foedralen met tig glasfiber hengels worden uitgepakt, frames worden opgezet, waarop een stuk of vier werphengels worden vastgezet en aangesloten op wat ik dan maar noem elektronische beetverklikkers. Als een visje toehapt, klinkt een doordringende bliep, waarop de visser, die in z'n bungalow televisie zit te kijken, naar z'n stekkie rent om het visje uit het water te tillen. Radiografisch bestuurde miniatuurbootjes, die het lokvoer bij de dobbers lossen schijnen ook te bestaan.

Onze jongens hielden het bij bamboehengels en daarnaast werd door hen gevliegerd, gefietst, geskelterd, gezwommen en de Martinitoren beklommen. Mijn vrouw en ik fietsten naar Bourtange (gezellig vestingplaatsje, de moeite waard) en naar Winschoten en Oude Pekela.

Dinsdag voor de vakantie nog wat in de Waag pijpen in elkaar geprutst voor Engelsen, Duitsers, Reeuwijkers en Utrechters.

zaterdag
29 juli 2006

 

 

Als je naar de perrons van het station Gouda vanuit de stadszijde gaat, valt je oog bijna niet te missen op een tegeltableau dat is aangebracht recht boven de trappen van de tunnel. Het tableau brengt een goedlachse Gouwenaar in beeld die zijn pijpje opsteekt. Het is een product van het Goudse bedrijf Goedewaagen's Koninklijke Hollandsche Pijpen- en Aardewerkfabrieken.

Nu er nieuwbouwplannen zijn voor het Goudse station en omgeving dringt een plaatselijke krant erop aan, dat het veelkleurige tableau straks een plaats krijgt in de nieuwbouw vanwege het historisch belang. Het vestigt namelijk de aandacht op de verloren gegane pijpenmakerijen en aardewerkindustrie, die lange tijd in belangrijke mate bijdroeg aan Gouda's roem in binnen en buitenland.

Of dat zal lukken, betwijfel ik. Alle zaken die maar iets met het roken te maken hebben, zitten tegenwoordig flink in het verdomhoekje en de antirook lobby in de vorm van het CAN (Comité Anti Nicotine, dacht ik) zal waarschijnlijk er alles aan doen de 'Goudse Pijproker' uit het beeld te laten verdwijnen.

Over toeschouwers bij het maken van kleipijpen had ik niet te klagen: een echtpaar uit Peru, gezinnen uit Israël en Duitsland en een aantal Nederlanders, waaronder een groep met een gids. Met een glaasje koel water bij de hand was het ondanks de warmte best te doen.

zaterdag
22 juli 2006

 

Dat toeschouwers me vragen stellen is niet erg, maar soms weet ik het echt niet. Thuis kruip ik dan maar achter m'n pc om het antwoord te zoeken om in ieder geval bij een volgende sessie ad rem te kunnen reageren.

Zo vroeg iemand naar de wedstrijden pijproken die een aantal jaren geleden nog in Gouda werden gehouden. De beste man wilde weten hoeveel tabak er in de pijp ging en hoe lang men de pijp wist brandend te houden. Navraag bij het gildehoofd van het Dordtsche Pyproockersgilde leerde mij het volgende:
Bij een kleipijprookwedstrijd krijgt men:
~ een kleipijp (uiteraard)
~ drie gram tabak (baaitabak is gebruikelijk bij een kleipijp)
~ een houten stampertje (moet voldoen aan internationale regels)
~ twee lucifers.
Alles wat niets met de wedstrijd te maken heeft moet van de tafel af.
Vervolgens krijgt men vijf minuten de tijd om de pijp te stoppen.
Hierna krijgt men één minuut om de pijp aan te steken en dan is het de kunst om hem zo lang mogelijk aan te houden. Iedereen heeft hiervoor zo'n beetje zijn eigen techniek ontwikkeld, maar als basis geldt....meer blazen in de pijp dan trekken.
De eerste tien minuten van de wedstrijd mag er ook niets gedronken worden
Het Nederlands record kleipijproken is in Dordrecht gerookt op 23-11-2003 door George Stam uit den Helder. Zijn tijd was 2 uur, 44 minuten en 36 seconden.

Afgelopen donderdag weer aanloop genoeg: twee Denen, zes Spaansen, twee Duitsers en een stuk of tien Nederlanders. Na de demonstratie voor de Spaanse meisjes begonnen deze spontaan te applaudisseren. Mijn eerste applaus was daarmee binnen.

zaterdag
15 juli 2006

 

Hoe zorg je nu voor een nieuwe generatie pijpmakers? Dinsdag nam ik m'n kleinzoons mee voor een demonstratie pijpenmaken. Voor de zekerheid had oma de jongens een schort meegegeven voor het geval ze zelf aan de bak wilden. Ja hoor, na een demonstratie van mij wilden ze het wel proberen en zowaar met wat hulp frommelden zij een pijpje in elkaar.
Tussendoor kwamen nog enkele bezoekers aan wie ik tekst en uitleg gaf. 'Opa', zei m'n oudste kleinzoon., 'je vertelt steeds het zelfde verhaaltje.' Later thuis somde hij precies op, wat voor klanten ons geknoei hadden gadegeslagen: twee Belgen, een Italiaan, vier Engelsen en een Hollandse vrouw en man.
Donderdagmiddag:
Twee meisjes uit Brazilië, twee Schotse echtparen, een Spanjaard, een Spaans stel uit Pamplona en wat Nederlanders waren mijn toeschouwers. Eén van de Schotten vertrouwde me toe dat hij zelf pijproker was en liet z'n pijp zien. Ik bekende dat ik me ook schuldig maakte aan deze gewoonte en dan ontstaat gelijk een apart sfeertje met praatjes over tabak en pijpen. Hij was in Nederland voor 't huwelijk van hun zoon met een Nederlandse. Dat wordt dus Nederlands leren, was mijn commentaar. 'Listen' zei hij met een glimlach en vervolgens droeg hij in redelijk Nederlands een paar zinnen voor uit z'n bruiloftstoespraakje. Hij bekende dat hij de tekst uit z'n hoofd had geleerd en wist waarover het ongeveer ging, maar dat hij nog geen kopje thee in het Hollands kon bestellen.
De oven voor het bakken van plateel en pijpen is gearriveerd en staat in de benedenhal van de Waag, terwijl het de bedoeling was dat hij op de afdeling van de oude ambachten - één etage hoger - zou worden geplaatst. De installateurs zagen er geen brood in het 250 kg wegende apparaat de trap op te hijsen; och, als er maar gebakken kan worden. Eerst maar eens bij de meester pijpenmaker informeren hoe zo'n bakproces in elkaar zit.
zaterdag
8 juli 2006

 

Tijdens m'n wekelijkse oefenmiddag in de Waag, had ik over belangstelling niet te klagen: een stel uit Canada en twee stellen uit de Verenigde Staten. Elke fase van het pijpenmaken werd gefotografeerd en de hemd werd van m'n gat gevraagd. Een verrassende vraag van een Amerikaan was wijzend op het smalle rookkanaal: 'Hoe maakten die lui nou hun pijpje schoon?' Dat werd voeten- en handenwerk', want ik wist het Engelse woord voor pijpenstrootje niet. Desondanks maar verteld over een plant langs slootkanten en wegen met een zeer dun stevig steeltje, waarmee min of meer de pijp geraagd kon worden. Later heb ik in het Engelse woordenboek tevergeefs naar pijpenstrootje gezocht, dus voortaan ook maar de plantengids meenemen.
Eén van die buitenlanders vroeg of ik m'n hele leven al pijpen maakte en na mijn antwoord 'Pas sinds een week of zeven' vroeg hij wat ik dan had gedaan. Na m'n verhaal over m'n arbeidsverleden wilde hij precies weten hoe het met pensioen en dat soort zaken zat. Dat vond hij allemaal wel gunstig geregeld. Achteraf bedacht ik me dat ik had vergeten te vertellen dat ik een groot gedeelte van die eenenveertig jaar wel een flink portie pensioenpremie had betaald. Niet zo slim; voortaan ook maar de Grote Almanak van het Informatiecentrum van Zorg en Welzijn in de fietstas.
Vrijdag zou een oven(tje) in de Waag worden geïnstalleerd, zodat de gemaakte pijpen kunnen worden gebakken.
zaterdag
1 juli 2006

Hoewel het donderdag lekker zomerweer was, ben ik 's middags een paar uurtjes in de Waag het pijpenmaken gaan oefenen. Er waren toch nog wat toeschouwers, Amerikanen, Engelsen en Nederlanders die bij mij langs kwamen. Opvallend dat de meesten nieuwsgierig zijn hoe het rookkanaal in de steel wordt gemaakt en ze vinden het verhaal over de merktekens in de hiel van de pijp prachtig. Daartoe heb ik wat oude pijpenkoppen uit de eigen verzameling en een boek over de Goudse pijpenmakers en hun merken van thuis meegenomen. Vooral de buitenlanders zijn onder de indruk van het feit dat in m'n moestuin zomaar een pijpenkop uit rond 1668 tevoorschijn komt.
M'n leermeester vroeg me vvan de week of het een beetje ging. 'Nou, ik kan er beter over lullen dan ze maken.'
zaterdag
24 juni 2006


De Goudse Kaas- en Ambachtenmarkt werd afgelopen donderdag voor dit seizoen geopend. Omdat volgend jaar de Vrienden van de Goudse Pijp op deze markt als pijpmakers zullen figureren, ben ik een kijkje gaan nemen.Voor de Waag werd door een folkloregroep wat klompendansjes uitgevoerd en voor het stadhuis lag een partij kazen uitgestald. Er werd quasi met handjeklap kaas verhandeld en een kaasbrik met paard moest het schouwspel enig cachet geven.
De oude ambachten waren magertjes vertegenwoordigd: een kaasmaker, een stroopwafelbaker, een kaarsenmaker, een pijpenmaker en een klompenmaker. Alleen de pijpmaker en de klompenmaker waren echt aan 't werk. De kaarsenmaker probeerde z'n spulletjes te verkopen, maar een kaars zag ik hem niet maken. De stroopwafelbakker hield het eenvoudig: een steelpannetje met stroop, een primus met een koekenpan en dat was het.
Voor een stad als Gouda die een ambachtenmarkt op het programma zet, is dit echt te kleinschalig; meer een dorpsgebeuren. Waar was de stoelenmatter, de bezemmaker, de mandenmaker, de kuiper, de boekbinder, de platteelschilder, de koperslager en de pottenbakker om maar 's wat te noemen? 't Zal wel een kwestie van onvoldoende subsidie zijn.
zaterdag
17 juni 2006

In de schaduw van m'n achtertuintje was het aan het begin van de week maar liefst 33 graden, dus om het rollen van de basisvorm te oefenen was het mij veel te warm. Dat doe ik namelijk op zolder en daar was het nog heter.
Op donderdag en vrijdag heb ik een paar uurtjes geoefend in de werkplaats in de Waag. Het gaat nog verre van perfect, maar m'n toeschouwers veelal van Duitse en Engelse origine hebben dat ogenschijnlijk niet in de gaten. Om voor die buitenlandse luitjes de juiste terminologie te hanteren, ben ik in de woordenboeken gedoken. Dus nu komen tijdens de uitleg bowl (kop van de pijp), stem (steel), en fired (gebakken) uit m'n mond.
Een paar fouten - zoals een klein scheurtje onder in de ketel - herhalen zich steeds. Volgende week vraag ik bij de echte pijpmaker na, waaraan dat zou kunnen liggen.
zaterdag
10 juni 2006

 

Afgelopen donderdag heb ik de stoute schoenen aangetrokken en ben in De Waag gaan oefenen met het maken van pijpen. Het enige nadeel is dat bezoekers van de Waag kunnen meegenieten van het geklooi. Het viel allemaal best mee. Ik vertelde maar gelijk dat ik de leerlingenstatus had en dat er wel wat mis kon gaan. In ieder geval kon ik mijn toeschouwers toch wel duidelijk maken hoe het ongeveer ging en daar gaat het toch om.
Zelfs een Engels en een Duits paar kwamen bij mij langs. Vooral de Engelsen waren erg geïnteresseerd, vooral toen ik vertelde dat de eerste pijpmaker in Gouda uit Engeland kwam en dat de gereedschappen van het Engels afgeleide namen hebben. Op hun vraag of de kleine kleipijpen nu nog werden gebruikt, kon ik niet zo gauw op het Engels voor bellen blazen komen. Gelukkig kwam de aanwezige plateelschilderes mij te hulp: to blow bubbles.Vandaag nog even geoefend bij de echte pijpenmaker. Thuis had ik van te voren wat basisvormen gerold, zodat deze wat steviger waren om het rookkanaal aan te brengen. Van de vijf lukte er twee (kwaliteit tweede keus) en drie gingen de afvalbak in.
zaterdag
3 juni 2006

 

Elke dag ben ik aan 't klooien geweest om de basisvorm onder de knie te krijgen. Het begint ergens op te lijken, maar als ik dan zoals afgelopen donderdag weer zie hoe Adrie Moerings, de pijpenmaker, dat in een vloek en een zucht voor elkaar heeft, zit ik daar wel met bolle oogjes naar te kijken.
Die donderdag was namelijk in de Goudse Waag - kaas- en ambachtenmuseum - een kennismakingsbijeenkomst voor de leerling-pijpenmakers onder het genot van koffie, thee, Goudse stroopwafels en stukken kaas.
Op de begane grond van de Waag houdt men zich bezig met de verkoop van typisch Goudse producten, zoals kaas, kaarsen, aardewerk, stroopwafels en souvenirs.
Één etage hoger bevinden zijn werkplekken met gereedschappen gecreëerd voor een aardewerkschilder, een pottenbakker, een kaarsenmaker en natuurlijk voor een pijpenmaker. De hoogste etage is geheel gewijd aan de productie van kaas zoals dat op een boerenbedrijf plaats vindt.
De voorzitter van de Stichting Goudse Kaas en Oude Ambachten Jan Smulders schetste een toekomstbeeld, waarbij hij vooral zag dat bezoekers niet alleen de werkplekken kunnen bekijken, maar ook het ambacht metterdaad wordt uitgevoerd. Gedeeltelijk gebeurt dat nu al, maar voor de bezetting van de pijpenmakerij zouden wij moeten zorgen. Zelfs de aanschaf van een echte oven om de pijpen te bakken en de verkoop van de gemaakte pijpen zit in de plannen.
Ook Adrie Moerings hield een praatje, waarin hij uiteenzette hoe hij als pottenbakker er toe gekomen was om het pijpenmaken ter hand te nemen. Daarna gaf hij een demonstratie van het pijpenmaken.
Vandaag bij de pijpenmaker langs geweest. Hij zette me gelijk aan 't werk met het maken van de rookgang, het plaatsen van de basisvorm in de mal, het uithollen van de kop, het uit de pijpenmal verwijderen van de nu gevormde pijp en het verwijderen van de ijzeren pen uit het rookanaal. Mijn pijpjes belanden ongetwijfeld bij de tweede keus, maar dat mag de pret niet drukken.
zaterdag
27 mei 2006
De afgelopen week ben ik aan 't oefenen om het zogenoemde rollen onder de knie te krijgen. Met dat rollen krijg je de basisvorm van de pijp. Het lukte me niet al te best en daarom ben ik vandaag naar de pijpenmaker geweest om eens te horen wat ik precies fout deed. Dat waren een aantal dingen: veel te hard drukken; eerst alleen met de handpalm rollen, daarna met de aaneengesloten vingers en pas in de laatste fase met gespreide vingers; regelmatig een vers klompje klei pakken, omdat de klei min of meer uitdroogt en geen water opneemt, zo nu en dan het werkblad met een dweiltje schoon vegen. Inderdaad het ging een stuk beter.
zaterdag
20 mei 2006
Via een oproep in het Gouds Nieuwsblad heb ik me opgegeven als één van de 'Vrienden van de Goudse Pijp'. Om te voorkomen dat het pijpenmakers vak geheel uit Gouda verdwijnt, heeft de waarschijnlijk laatste professionele Goudse pijpenmaker Adrie Moerings het initiatief genomen tot de oprichting van deze club. Deze vrienden wil hij het pijpenmakers vak leren en op deze manier de historie overdragen. De opleiding tot pijpenmaker is gratis, maar eenmaal de vaardigheden meester zullen deze vrienden als tegenprestatie het pijpenmaken in het Kaas- en Ambachtenmuseum in de Waag demonstreren.
Waarom koos ik nou dit. Na de opzegging van m'n moestuin, die plaats moet maken voor een weg en een kantoorgebouw keek ik voorzichtig uit naar een andere bezigheid. Dit leek me wel wat: zelf pijproker en een doos met oude pijpenkoppen die ik op de tuin heb geraapt.
Met een stuk of tien mensen volgde ik vandaag zijn eerste les en de meester pijpenmaker gaf ons een flinke kluit klei mee om thuis het rollen van de eerste fase van de pijp te oefenen. 's Avonds heb ik gelijk maar het werk ter hand genomen en ik moet bekennen dat ik flink heb zitten kloten. Maar goed we zien wel of ik het red van leerling te promoveren naar gezel.
  Voor PIJPPRAAT andere jaren naar Archief