Kwartierstaat van Eppo van Koldam

Bijgewerkt tot en met 30 april 2006. Zie voor toelichting en bronvermeldingen en overige kwartierstaten de startpagina Kwartierstaat Eppo van Koldam. Door de nieuwe indeling van de kwartierstaten per 15 augustus 2001 is het mogelijk, dat zoekmachines verkeerde verwijzingen opleveren. Zoek op de startpagina naar de juiste kwartierstaat.


-- III --

4 : Eppo van Koldam, meester smid, leraar ambachtschool te Wageningen, directeur machinefabriek Pot en ter Borg en directeur/eigenaar machinefabriek Van Koldam, geboren te Woltersum op 30 december 1884, wonende aldaar, te Wageningen en te Groningen, overleden aldaar op 21 juli 1968, 83 jaar oud.


Van 19 mei 1904 tot 20 maart 1905 vervult Eppo zijn dienstplicht. Op 29 maart 1906 vertrekt Eppo uit Woltersum naar Amersfoort om een opleiding te volgen aan de Rijkshoefsmidschool. Aansluitend treedt hij in dienst bij de fa Pot en Ter Borg, hoefsmederij annex machinefabriek aan het Nieuwe Kerkhof in Groningen. Hij woont dan in Groningen en van oktober 1907 tot april 1908 bij zijn ouders in Haren. In 1910 wordt hij benoemd tot leraar aan de ambachtschool te Wageningen. In 1913 behaald hij het diploma meester in het smeden. In 1914 (de militaire verlofpas vermeldt als vertrekdatum uit Wageningen 13 maart 1914) wordt hij leraar aan de ambachtschool in Apeldoorn. Daar blijft hij tot 1916, maar het is twijfelachtig of hij door de mobilisaties veel aan lesgeven is toe gekomen. Hij woont in deze tijd bij zijn ouders aan de Burgemeester Tutein Noltheniuslaan 12 te Apeldoorn. In 1916 keert Eppo terug naar de fa Pot en ter Borg. Hij wordt dan mede-directeur en mede-aandeelhouder. Zijn militaire verlofpas vermeldt per 1 mei 1916 als adres: Oostersingel 64a te Groningen. Eppo, inmiddels getrouwd, vestigt zich vervolgens aan de Noorderhaven NZ 30a te Groningen. Op dat adres wordt zoon Wilko geboren. In 1923 betrekt het gezin de benedenverdieping van de directeurswoning voor de nieuwe locatie van het bedrijf Pot en ter Borg aan de Singelweg (later vernoemd tot Petrus Campersingel) te Groningen. De beide oprichters van het bedrijf zijn dan inmiddels overleden. In de dertiger jaren was de zoon van oprichter Ter Borg oud genoeg om in de leiding van het bedrijf te worden opgenomen. Eppo verkoos in 1937 zelfstandig verder te gaan en stichtte een eigen machinefabriek en reparatiewerkplaats aan de Oosterhamrikkade. Hij gaat dan wonen op het adres Petrus Campersingel 145. In 1955, op 71 jarige leeftijd, stopte hij met het bedrijf. Het bedrijf werd overgedragen aan Kromhout motorenfabriek D. Goedkoop Jr N.V. te Amsterdam.

Van de productie in de eigen machinefabriek in de periode 1938 tot 1945 zijn foto's bewaard gebleven. Een overzicht: verrijdbare cokesbunkers voor het gemeentelijk gasbedrijf Groningen (1940), fineerlijmmachine en lijmopdraagmachine naar eigen ontwerp voor NV Halbertsma te Grouw (1939; met nabestelling in 1940), zinker in Eemskanaal te Oosterhogebrug voor provinciale waterleiding (1940), instrumentensteriliseerapparaat en alcoholpompjes voor het Rooms Katholiek Ziekenhuis en voor het Academisch Ziekenhuis Groningen (1941), grondmonster zeeftmachines en grondmonster schudmachines voor Rijks Landbouw Proefstations te Aalsmeer en Eindhoven (1941), ombouw oude stoomketels tot schuilkelders voor het personeel voor het gemeentelijk gasbedrijf Groningen (1943).
Eppo is getrouwd te Wageningen op 22 mei 1917 met Cornelia van de Weerdt, geboren te Wageningen op 23 augustus 1881, overleden te Groningen op 25 juli 1949, 67 jaar oud, dochter van Evert Gerrit van de Weerdt en Neeltje van Ommeren.

-- IV --

8 : Wilko van Koldam, grofsmid en smid te Woltersum, geboren te Startenhuizen op 30 juli 1854, wonende te Eenum, te Woltersum, te Haren en te Apeldoorn, overleden aldaar op 11 november 1915, 61 jaar oud.


Over de jeugd van Wilko staan nog veel vragen open. Na het overlijden van zijn moeder in 1856 en zijn vader in 1861 was Wilko op bijna 7-jarige leeftijd wees. Waarschijnlijk bleef hij bij zijn stiefmoeder Itje van Bergen. Hij woonde dan waarschijnlijk in Zijldijk. Wat in de tussentijd met de smederij van vader Bouwo gebeurde is onduidelijk. Wellicht was de smederij in andere handen gekomen en was er alleen plaats voor Wilko als knecht. Wilko bleef niet in Zijldijk. Hij vertrok naar Woltersum. Hier was hij smid van waarschijnlijk 1882 tot 1907. Wanneer hij zich precies in Woltersum vestigde is nog niet helemaal duidelijk. Waarschijnlijk bij zijn trouwen in 1882, maar in ieder geval voor 18 febrari 1883 (geboortedatum van zijn oudste dochter Grietje).

In het gedenkboek Woltersum staat een overzicht van middenstanders in Woltersum begin 19e eeuw. Dit overzicht is gebaseerd op het "Protocol van Uitgaande Parenten 1906-1809". In het overzicht wordt ook een ijzersmith vermeld, te weten Eppe Remmers. Mogelijk een verre voorganger in de smederij, die later door Wilko werd gedreven.

Op briefpapier van Wilko is in 1906 sprake van een smederij en rijwielfabriek te Woltersum. Dat laatste zal in de praktijk niet zoveel betekend hebben. In de familie is namelijk niets bekend van enige door Wilko geproduceerde fiets. Als smid timmerde Wilko wel nadrukkelijk aan de weg. Zo won hij diverse prijzen met door hem geproduceerde ploegen en exposeerde hij deze ploegen ook op de wereldtentoonstelling in Brussel in 1897.

Wilko vertrok op 27 april 1907 uit Woltersum en vestigde zich toen tijdelijk met zijn vrouw Trientje en de dochters Grietje en Metta in Haren (huis nr D62Ba; aan de Rijksstraatweg tegenover de Dilgtweg). Op 30 april 1908 vertrok het gezin van uit Haren naar Apeldoorn. Daar had hij een huis laten bouwen aan de Burgemeester Tutein Noltheniuslaan 12. Zoon Eppo woonde van 21 oktober 1907 tot 13 april 1908 ook bij zijn ouders in Haren. Hij kwam uit Groningen en vertrok ook weer naar Groningen.

Op 9 juli 1914 werd te Apeldoorn ten overstaan van notaris J.H. van de Poll de nalatenschap geregeld van Wilko's vrouw Trientje. Het huis werd toebedeeld aan Wilko. Alle kinderen waren op dat moment ongehuwd en woonden thuis. Zoon Eppo was leraar aan de ambachtschool en zoon Bouwo was onderwijzer. De dochters Grietje en Metta waren zonder beroep.

Op 16 oktober 1915 (dus minder dan een maand voor zijn overlijden) maakte Wilko ten overstaan van notaris J.H. van de Poll te Apeldoorn zijn testament op. Wilko maakte zich blijkbaar zorgen over de toekomst van zijn ongetrouwde oudste dochter Grietje. Daarom legateerde hij haar het vruchtgebruik van het huis met de inboedel aan de Burgemeester Tutein Noltheniuslaan. Dit met een belangrijke uitzondering: het orgel werd gelegateerd aan dochter Metta. Overigens woonde Grietje, toen ze in 1920 huwde met Bruno Vos niet meer aan de Burgemeester Tutein Noltheniuslaan, maar aan de Van Heutzlaan 15 te Apeldoorn.

Wilko is getrouwd te Scheemda op 27 april 1882 met zijn nicht

9 : Trientje Viswat, geboren te Westerlee op 25 september 1857, wonende te Woltersum, te Haren en te Apeldoorn, overleden aldaar op 20 september 1913, 55 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

-- V --

16 : Bouwo Wilkes van Koldam, smid, geboren te Westerlee op 19 juli 1827, wonende te Startenhuizen en te Zijldijk, overleden op 13 juli 1861, 33 jaar oud.
Bouwo is later getrouwd te 't Zandt op 1 mei 1858 met Itje van Bergen, dochter van Jan Klaassens van Bergen en Anje Freerks Bonthuis.

Bouwo is getrouwd te Uithuizermeeden op 24 mei 1854 voor de kerk (1) met

17 : Grietje Drewes Bakker, geboren op 28 augustus 1826, overleden in het jaar 1856, 30 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

18 : Eppo Jans Viswat, winkelier, geboren te Noordbroek op 30 december 1820, wonende te Westerlee, overleden aldaar op 17 augustus 1886, 65 jaar oud.


Verklaarde in de geboorteacte van zijn zoon Okko (1856) niet te kunnen schrijven. Woonde met zijn gezin onder andere in de huizen F51A en F57 in Scheemda.

Eppo is getrouwd te Scheemda op 21 december 1844 met

19 : Mettje Wilkes van Koldam, geboren te Westerlee op 2 augustus 1819, overleden aldaar op 23 juni 1886, 66 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

-- VI --

32 : Wilko Adolfs van Koldam, boerenknecht, landgebruiker en veldwachter, geboren te Bellingwolde op 18 april 1785, wonende te Westerlee, overleden aldaar op 10 mei 1857, 72 jaar oud.

Wilko Adolfs nam in 1811 bij de verplichte naamsaanneming de achternaam Van Koldam aan. Waarom hij dat deed is niet bekend. Mogelijk is er een relatie met het gehucht Coldam aan de Eems bij Leer in Duitsland.

Overigens komt de naam Koldam begin 18e eeuw reeds voor in de doopregisters van Amsterdam. Op 9 januari 1724 wordt door pastor Cornelius Houthoff in de Amstelkerk te Amsterdam gedoopt Cornelia, dochter van Jan Koldam en Susanna Franse. Getuigen bij de doop zijn Cornelis Koldam en Maria Koop. Waarschijnlijk gaat het hier om een verschrijving, want in andere acten komen dezelfde personen voor met de naam Koedam.

Het is niet bekend wanneer Wilko Adolfs Bellingwolde heeft verlaten en wanneer hij in Westerlee is aangekomen.

Op 12 juni 1821 is te Westerlee begraven Anna Rijkes "overleden bij Wilko Adolfs van Koldam". Anna werd geboren op 14 december 1761 te Westerlee. Zij huwde op 23 maart 1815 te Noordbroek met Hendrik Jan Bos, geboren op 6 juni 1755 te Noordbroek. Hendrik Jan Bos was bij zijn huwelijk 59 jaar oud, Anna was 53 jaar. Bij hun huwelijk werd niet vermeld, dat ze eerder gehuwd waren geweest. Als beroep van Hendrik Jan Bos werd bij zij huwelijk vermeld: kerspeldienaar. Van Anna werd bij haar overlijden als beroep vermeld: renteniersche. Anna was een dochter van Rijke Jans, landgebruiker te Westerlee en Scheltje Pieters. Scheltje Pieters wordt vermeld in het Boerderijenboek Wold Oldambt. Zij was een dochter van Pieter Jans en Anna Luitiens, vermeld onder nr 119, Hoofdweg 151 te Westerlee (1739-1764). Zelf huwde Scheltje op 24 februari 1775 als weduwe van Rijke Jans met Tjapko Freerks, vermeld onder nr 117, Hoofweg 207 te Westerlee (1765-1794). Het is niet duidelijk waarom Anna Rijkes bij haar overlijden bij Wilko Aldolfs van Koldam verbleef. Was ze daar toevallig of woonde ze bij hem? Een familierelatie was er niet. Wel behoorde Anna zo te zien tot dezelfde sociale groep als Wilko's vrouw Jacobtjen Haijes Ritzes.

Wilko is getrouwd te Westerlee op 26 februari 1812 met

33 : Jacobtjen Haijes Ritzes, geboren te Westerlee op 12 januari 1791, overleden na 1858, minstens 67 jaar oud.


Op 16 juni 1800 is Jacobtjen als nicht van de bruid aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Geert Reints en Martjen Cornelius. Behalve Jacobtjen zijn hier ook bij aanwezig haar zusters Geertje (met haar man Jan Folkerts Bos), Weija (met haar man Jan Cornelius Smit), Heike, Martjen en Trijntje en haar broer Ritso (RA Beerta, 16 juni 1800, fol. 400; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

34 : Drewes Freerks Bakker, bakker, geboren te Oosternieland op 24 februari 1787, overleden te Uithuizermeeden op 25 april 1854, 67 jaar oud.
Drewes is eerder getrouwd te Uithuizermeeden op 25 november 1810 voor de kerk met Zwaantje Alberts Bouma, gedoopt te Uithuizermeeden op 13 mei 1792, overleden voor 1816, hoogstens 24 jaar oud, dochter van Albert Peters Bouma en Jantjen Peters.

Drewes is getrouwd te Uithuizermeeden op 22 mei 1816 (2) met

35 : Harmke Roelfs Luurtsema, geboren te Uithuizermeeden op 19 juni 1796, overleden aldaar op 17 juli 1833, 37 jaar oud.

Vermelding als nummer 3.15 in Stamboom Geert (Meertens) Luursema.

Uit dit huwelijk:

36 : Jan Meinders Viswat, dagloner en arbeider, geboren te Oterdum op 10 augustus 1784, gedoopt aldaar op 15 augustus 1784, wonende te Noordbroek, te Nieuwolda en te Spijk, overleden aldaar op 2 maart 1835, 50 jaar oud.

Krijgt bij de verplichte naamsaanneming in 1811 de achternaam Viswat van zijn stiefmoeder Ida Alberts Viswat. De voorouders van Ida waren afkomstig uit het Oostfriese plaatsje Fisquart. Dit werd als snel vernederlandst tot Viswat. Woonde tijdens de volkstelling van 1829 in het huis 54 te Nieuwolda.

Jan is getrouwd te Nieuwolda op 13 oktober 1811 voor de kerk met

37 : Oktje Jans Kraker, geboren te Nieuwolda op 8 september 1789, gedoopt aldaar op 8 november 1789, overleden te Noordbroek op 1 oktober 1874, 85 jaar oud.

Uit doopregister kerk Nieuwolda: "1789 Oktjen Jans geboren 8 september dezes, onegt kind van Eefke Okkes". Een paar maanden later trouwde haar moeder met Jan Jacobs Kraker. De naam Kraker werd ook wel gebruikt door Oktje. In de overlijdensacte van haar zoon Eppo Jan staat ze echter vermeld als Oktje Jans Knoop.
Oktje is later getrouwd op 5 mei 1836 met Jan Antoons Keijen.

Uit dit huwelijk:

38 : =32 (Wilko Adolfs van Koldam)

39 : =33 (Jacobtjen Haijes Ritzes)


-- VII --

64 : Alof Alberts, waarschijnlijk dagloner, gedoopt te Bellingwolde op 22 februari 1749, overleden aldaar voor 26 februari 1812, hoogstens 63 jaar oud.


Het is nog niet duidelijk waar het huwelijk tussen Adolf Alberts en Mettje Wilkes is voltrokken. Onderzoek in Duitsland naar een mogelijke relatie tussen dit huwelijk en het plaatsje Coldam heeft niets opgeleverd. Ook een zoekactie in de (moeilijk leesbare) trouwboeken van Stapelmoor heeft geen resultaat gehad. In het OSB Wymeer komen Alof en Mettje ook niet voor.

Alof was gehuwd met

65 : Mettje Wilkes Boog, arbeidster, gedoopt te Bellingwolde op 10 september 1752, overleden aldaar op 14 juni 1842, 89 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

66 : Haijo Ritzes, landbouwer, geboren te Nieuwolda op 8 mei 1745, gedoopt aldaar op 9 mei 1745, overleden te Westerlee op 18 april 1804, 58 jaar oud.


De tekst op de grafsteen van Haijo Ritzes te Westerlee wordt vermeld in het boek Groninger Gedenkwaardigheden van A. Pathuis. Het betreft een smalle rechtop staande steen. Vanaf de weg gezien staat de steen midden voor de kerk.

Haijo is op 29 november 1765 aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Pieter Edzes, zoon van Edzo Harms en Ijktjen Pieters, van Nieuwolda en Hemme Jacobs van Nieuwolda, dochter van Jacob Gerlofs en Lamke Wolters. Pieter Edzes is een neef van moederszijde van Haijo (RA Nieuwolda, 29 november 1765, fol. 254; bewerking Abels/Wagenaar).

Haijo is op 17 oktober 1766 aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen schatbeurder Harm Edzes, zoon van Edzo Harms en Ijktjen Pieters, van Nieuwolda en Adriana Joestijna de Backer, dochter van luitenant Arnoldus de Backer en Aalten Eerligh, van de Oude Schans. Harm Edzes is een neef van moederszijde van Haijo (RA Nieuwolda, 17 oktober 1766, fol. 291; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 9 januari 1767 is Haijo aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Harmen Hendriks Kamminga, zoon van Hendrik Hemmes Kamminga en Eizabet Harms, van Nieuwolda en Ijda Jacobs, dochter van Jacob Entes en Albertjen Bartels, op de Zomerdijk onder Wagenborgen. Harmen Hendriks Kamminga is een neef van moederszijde van Haijo (RA Nieuwolda, 9 januari 1767, fol. 298; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 5 juni 1772 sluit Haijo huwelijkse voorwaarden met Bouwe Jacobs. Bepaald wordt dat de goederen ongemeen zullen zijn en winst en verlies half om half. De kinderen zullen gelijkelijk delen. Voorts zal Bouwe 1500 gulden ontvangen als Haijo eerder overlijdt en Haijo 1000 gulden als Bouwe eerder overlijdt. Van de zijde van Haijo zijn aanwezig: Riemen Willems, zijn stiefmoeder, Harm Ritzes en Focko Ritzes, broers, Edzo Harms, neef van moederszijde, met zijn vrouw Geertjen Hitjes, Harm Hendriks Kamminga, neef van moederszijde, met zijn vrouw Ijda Jacobs, Pieter Edzes, neef van moederszijde, met zijn vrouw Hemme Jacobs, Harm Edzes, neef van moederszijde, met zijn vrouw Adriana Joestijna de Backer, Derk Edzes, neef van moederszijde, Edzo Harms junior (elders ook wel aangeduid als Edzo Harms koopman), neef van Haijo's moeder, met zijn vrouw Pieterke Fockes (RA Nieuwolda, 5 juni 1772, fol. 9; bewerking Abels/Wagenaar). Het valt op, dat van de zijde van Haijo's vader Ritzo Jans geen familie (neven van vader) aanwezig is.

Op 24 maart 1773 regelt Haijo samen met zijn broers Harm en Focko de nalatenschap van zijn ouders. Harm krijgt het ouderlijk huis, de daarbij behorende beklemming, 7 deimt eigen land, de Kosterije genaamd, te Nieuwolda en de gehele inboedel, het boerenbeslag en het vee. Haijo en zijn vrouw Bouwe ontvangen 4.526 guldens en 17 stuivers en nog 100 gulden aan goederen. Focko ontvangt hetzelfde. Mandelig blijft een stuk land te Midwolda alsmede een aandeel in twee schepen: de Sappemeer, bevaren door Reinder Sijmens, en de Juffer Aaffijn, bevaren door Olfert Jans (RA Nieuwolda, 24 maart 1773, fol. 38; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 6 mei 1773 is Haijo met zijn vrouw Bouwe Jacobs aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen zijn broer Harm en Trijntje Roelfs (RA Nieuwolda, 6 mei 1773, fol. 46; bewerking Abels/Wagenaar).

Haijo is op 27 april 1774 aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Derk Edzes, zoon van Edzo Harms en IJktjen Pieters, te Nieuwolda en Trijntjen Pieters, dochter van Pieter Harms en Wupke Doekes van Nieuwolda. Derk Edzes is een neef van moederzijde van Haijo (RA Nieuwolda, 27 april 1774, fol. 70; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 19 april 1776 koopt Haijo samen met zijn broer Harm de beklemming van 5 deimt land te Midwolda van dominee H. van der Swaagh te Nieuw Scheemda. Op 2 november 1776 verkopen zij de beklemming weer (RA Nieuwolda, 19 april 1776, fol. 121 en 2 november 1776, fol. 45; bewerking Abels/Wagenaar). In deze acten wordt geen melding meer gemaakt van broer Focko. Ook in latere acten wordt Focko niet meer genoemd. Aangenomen is daarom, dat hij voor april 1776 is overleden.

Eind 1776 en eind 1777 werken Haijo en zijn broer Harm mee aan de afwikkeling van de erfenis van hun oma Jacobjen Edzes. Jacobjen werd ongeveer 90 jaar oud. Van de kinderen van Jacobjen is alleen Edzo Harms nog in leven. Haijo en Harm treden in de rechten van hun moeder Geertje Harms. Harm Hendriks Kamminga en Derk Abels vertegenwoordigen de nabestaanden van Lijsbeth Harms. Tot de nalatenschap van Jacobjen behoort land te Nieuwolda, een huis te Nieuwolda, een heemstede aan de Holm te Termunten en contant geld. Bij de toebedeling ontvangen Haijo en Harm samen 4.419 gulden in contanten (RA Nieuwolda, 21 november 1776, fol. 147 en 18 december 1777, fol. 180; bewerking Abels/Wagenaar). Eveneens in het kader van de afwikkeling van de nalatenschap van Jacobjen Edzes verkopen Edze Harms, Harm Hendriks Kamminga, mede namens Derk Abels, en Harm Ritzes, mede namens Haijo Ritzes, 4,5 grasen land gelegen aan de Medeweg (schatregister Groot Termunten) aan de kerk van de beide Termunten voor 400 gld (RA Termunten, 20 mei 1777, fol. 70; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 19 juli 1781 zijn Haijo en Bouwe aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen schatbeurder Harmen Edzes en Anna Maria Muller. Harmen Edzes is een zoon van Edzo Harms en Ijktjen Pieters. Anna Maria is de dochter van Simon Hartweg Muller en Johanna Swartwold te Midwolda. Harmen Edzes is een neef van moederszijde van Haijo (RA Nieuwolda, 19 juli 1781, fol. 306; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1784 treedt Haijo op als voormond van de kinderen van zijn overleden broer Harm en zijn vrouw Trijntje Roelfs (RA Nieuwolda, 26 april 1784, fol. 43 en fol. 44; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 augustus 1786 is Haijo samen met Bouwe te Ulsda aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Freerk Hendrik Gosselaar, van de Ulsda, en Geertjen Derks, van Nieuwolda. Geertjen is een dochter van Abel Derks en Anje Hinderks Kamminga. Anje is (via beider moeders) een nicht van Haijo (RA Beerta, 2 augustus 1786, fol. 395; bewerking Abels/Wagenaar)

Haijo is getrouwd te Nieuwolda op 3 juni 1772, getrouwd aldaar op 5 juni 1772 voor de kerk met

67 : Bouwe Jacobs, landgebruikster, gedoopt te Westerlee op 28 mei 1747, wonende aldaar, overleden aldaar op 23 december 1824, 77 jaar oud.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 123 (17e en 18e provincieplaats), Hoofdweg 68 te Westerlee (1773-1815). In 1815 bezit Bouwe Jacobs 61.75 ha land.

Bij haar geboorte wordt haar moeder vermeld als Weija Fockes.

Bouwe sluit op 5 juni 1772 huwelijkse voorwaarden met Haijo Ritzes. Van haar kant zijn hierbij aanwezig: Cornellis Jacobs (broer) met zijn vrouw Rientjen Geerts, Focko Jacobs, broer, Phebo Cornellis, oom van vaderszijde, met zijn vrouw Cornelske Pieters, Trijntje Cornellis, tante van vaderszijde, met haar man Freerk Heikes, Cornellis Phebes, neef van vaderszijde, Jan Aeijlkes, neef van moederszijde, Haijke Aeijlkes, nicht van moederszijde, Klaas Aeijlkes, neef van moederszijde, Rotger Freerks, neef van moederszijde van Bouwes vader, Edsko Freerks, neef van moederszijde van Bouwes vader, met zijn vrouw Eefke Hindriks en Brondt Freerks, neef van moederszijde van Bouwes vader (RA Nieuwolda, 5 juni 1772, fol. 9; bewerking Abels/Wagenaar).

Bouwe Jacobs en Haijo Ritzes zijn op 13 oktober 1780 aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden te Woldendorp tussen Bront Freerks, zoon van Freerks Tjapkes en Lupke Jacobs, en Fockjen Ebels. Bouwe Jacobs wordt aangeduid als halve volle nicht van de bruidegom (RA Woldendorp, 13 oktober 1780, fol. 48; bewerking Abels/Wagenaar).

Bouwe Jacobs en Haijo Ritzes zijn op 7 mei 1782 aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Rotger Freerks, zoon van Freerks Tjapkes en Lupke Jacobs van Nieuwolda, en Cornelske Habbes, dochter van Habbo Sijbelts en Aaltjen Derks van Nieuwolda. Bouwe Jacobs wordt aangeduid als halve nicht. Volgens mijn gegevens waren de moeder van Rotger Freerks (= Lupke Jacobs) en de oma van Bouwe (= Martjen Jacobs) zusters (RA Nieuwolda, 7 mei 1782, fol. 322; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1785 verkopen Cornelius Jacobs en Rientjen Geerts, dan wonend in Beerta, aan de weleerwaarde zeergeleerde heer Arn. Oudman en juf. Allegonda Nieuwoldt te Stedum hun derde deel van de eigendom van de landerijen van hun ouderlijke plaats te Westerlee groot ca 101 deimt, met nog het derde deel van de ondergrond van 1200 vierkante roeden eveneens te Westerlee. De prijs bedraagt 3.250 car. gld. De huur van het derde gedeelte bedraagt 100 gld. Vermeld wordt dat het geheel, als beklemde meier, wordt gebruikt door Haio Ritzes en Bouwe Jacobs. Er wordt verwezen naar een deelbrief te Eexta van 29 april 1773 (RA Beerta, 19 september 1785, fol. 361; bewerking Abels/Wagenaar). De deelbrief te Eexta betreft de regeling van de nalatenschap van de ouders van Bouwe Jacobs. Bij deze verdeling zijn betrokken: Cornelius Jacobs en zijn vrouw Rientje Geerts, Focko Jacobs, Meint Popkes en zijn vrouw Martjen Jacobs en Bouwe Jacobs met haar man Haijo Ritzes. De acte is moeilijk leesbaar. De exacte tekst heb ik nog niet kunnen ontcijferen.

Op 16 mei 1793 zijn Bouwe en haar man niet aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden van haar nichtje Weija Cornelius (dochter van Cornelius Jacobs en Rientjen Geerts) met Hooite Lubbes. Haar dochters Geertjen, Weija, Heike en Martjen en zoon Ritso zijn wel aanwezig (RA Beerta, 16 mei 1793, fol. 123; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 25 september 1794 is Bouwe met haar man aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden te Nieuw Scheemda door haar neef Jan Ailkes, zoon van haar oom van moederszijde Ailke Klasen, met Geelje Poppes (RA Nieuw Scheemda, 25 september 1794; bewerking Jacob Boerema).

Op 17 december 1794 is Bouwe samen met haar man Haijo en haar kinderen Ritso, Geertjen, Heike en Martjen aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Hinderk Harkes en Martjen Jacobs. Martjen is een zuster van Bouwe. Voor haar is dit haar tweede huwelijk (RA Beerta, 17 december 1794, fol. 160; bewerking Abels/Wagenaar).

Bij de huwelijkse voorwaarden van Jacob Cornelius (zoon van haar broer Cornellis Jacobs) en Grietje Egges Hommes op 20 december 1798 is Bouwe afwezig. Haar man Haijo en haar kinderen Ritso, Heike en Martjen zijn hier wel bij (RA Beerta, 20 december 1798, fol. 335; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 26 mei 1808 is Bouwe met haar zoon Ritso aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Jacob Cornelius en Jantjen Jans. Jacob Cornelius is de zoon van Cornellis Jacobs, broer van Bouwe. Het gaat om het tweede huwelijk van Jacob Cornelius (RA Beerta, 26 mei 1808, fol. 310; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

68 : Freerk Drewes (Bakker), afkomstig uit Uithuizermeeden, gedoopt aldaar op 10 maart 1760, overleden voor 1795, hoogstens 35 jaar oud.

Freerk is getrouwd te Uithuizermeeden op 14 mei 1786 voor de kerk met

69 : Lizabet Meinders, afkomstig uit Uithuizermeeden.
Lizabet is later getrouwd te Uithuizermeeden op 25 oktober 1795 voor de kerk met Peter Roelfs, afkomstig uit Garsthuizen.

Uit dit huwelijk:

70 : Roelf Geerts Luurtsema, geboren te Usquert op 29 april 1759, overleden te Uithuizermeeden op 13 mei 1821, 62 jaar oud.

Vermelding in Ommelander Geslachten pag. 282 als comparant bij het huwelijkscontract van zijn broer Harm Geerts Luurtsema. Vermelding als nummer 2.5 in Stamboom Geert (Meertens) Luursema.

Roelf was gehuwd met

71 : Jantje Kornelis, geboren te Usquert op 22 februari 1767.

Uit dit huwelijk:

72 : Meindert Jans, dagloner, gedoopt op 27 augustus 1758, wonende te Weiwerd en te Oterdum, overleden te Weiwerd op 22 november 1809, 51 jaar oud.


Bij de verplichte naamsaanneming in 1811 was Meindert Jans reeds overleden. Door zijn tweede vrouw Ida Alberts Viswat kregen ook de kinderen uit het eerste huwelijk van Meindert de achternaam Viswat. Er bestaat dus geen verwantschap tussen de Viswat-kinderen van Meindert Jans en personen met de achternaam Viswat in eerdere jaren, zoals bijvoorbeeld Ida's vader Albert Pieters Viswat, hoofd van de school in Nieuw Scheemda van 1775 tot 1778 (vermelding in Boerderijenboek Nieuw Scheemda en Nieuwolda) en Ida's grootvader Pieter Alberts Viswat, die op 26 december 1742 getuige was bij de afwikkeling van de nalatenschap van Jannes Pieters door zijn weduwe Haike Ritzes (R.A.G. Nieuwolda, 26-12-1742, fol. 212; bewerking Abels/Wagenaar). Zie voor Haike Ritzes nummer 265 in kwartierstaat Eppo Martinus van Koldam. Pieter Alberts Viswat was afkomstig uit het plaatsje Fisquart, gelegen NW van Emden in Oostfriesland.
Meindert is later getrouwd te Weiwerd op 25 november 1792 voor de kerk met Ida Alberts Viswat, gedoopt te Nieuw Scheemda op 7 maart 1762, overleden te Delfzijl op 5 november 1843, 81 jaar oud, dochter van Albert Pieters Viswat en Roelfke Jans.

Meindert is getrouwd te Heveskes op 1 juni 1783 voor de kerk (1) met

73 : Trientie Jans, geboren te Emden.

Uit dit huwelijk:

74 : Jan Jacobs Kraker, afkomstig uit Lingen, geboren rond 1766, overleden te Nieuwolda op 30 juni 1809, ongeveer 43 jaar oud.

Jan is getrouwd te Nieuwolda op 23 april 1790 voor de kerk met

75 : Eefke Okkes (Knoop), geboren te Nieuwolda op 21 november 1768, gedoopt aldaar op 4 december 1768.

Uit dit huwelijk:

76 : =64 (Alof Alberts)

77 : =65 (Mettje Wilkes Boog)

78 : =66 (Haijo Ritzes)

79 : =67 (Bouwe Jacobs)


-- VIII --

128 : Albert Derks, waarschijnlijk dagloner, gedoopt te Bellingwolde op 25 oktober 1716, wonende aldaar.

Albert is getrouwd te Bellingwolde op 1 mei 1746 met

129 : Elske Alofs, geboren te Stapelmoor (D), gedoopt aldaar op 2 mei 1723, wonende te Bellingwolde.

Uit dit huwelijk:

130 : Wilko Freerks (Boog), waarschijnlijk dagloner, gedoopt te Bellingwolde op 16 april 1713, wonende aldaar.


Het is nog niet precies bekend, wanneer Wilko Freerks zich Boog noemde. In het doopboek Bellingwolde komen noch hijzelf noch zijn kinderen met die naam voor. Toch gebruiken later tenminste twee van zijn kinderen de achternaam Boog.

Wilko is getrouwd te Bellingwolde op 3 juni 1746 voor de kerk met

131 : Gepke Hinderks, gedoopt te Bellingwolde op 28 februari 1721.

Uit dit huwelijk:

132 : Ritzo Jans, landbouwer, geboren te Nieuwolda, gedoopt aldaar op 24 juli 1712, wonende te Nieuwolda "op de Plaatse ten Zuiden van de Kerk", overleden voor 29 januari 1770, hoogstens 57 jaar oud.


Vermelding in Boerderijenboek Nieuwolda en Nieuw Scheemda onder nummer 40, Prunuslaan 44 te Nieuwolda (1750-1792). De boerenplaats is ongeveer 48 ha groot en wordt gepacht van Jonker Ripperda en het Pelstergasthuis. Vermelding in Stamboom Onnes-Boelema II onder nr. 41c.

Op 10 april 1738 sluit Ritzo Jans een huwelijkscontract met Geertjen Harms. Van de kant van Ritzo zijn hierbij aanwezig: Haike Ritzes, moeder, Jan Ritzes en Geeske Pieters, oom en moei, Eltje Roelofs, oom, Willem Warners, neef, Rotger Fokkes, neef, Evert Geerts en Jantjen Aaldriks, neef (van Ritzo's moeder) en nicht. En van de kant van Geertjen: Jacobjen Edzes, moeder, Edzo Harms en Ickjen Pieters, broer en schoonzus, Haio Harms, broer, Hindrik Hemmes Camminga en Lisabet Harms, zwager en zuster, Sicco Eisses en Anna Nuis, neef en nicht, Edzo Harms, neef, Jan Willems en Grietje Folkers, neef en nicht, Pieter Folkers, neef, Albert Eltjes en Geeske Jans, neef en nicht (RA Nieuwolda, 10 april 1739, fol. 63; bewerking Abels/Wagenaar).

Bij acte van 10 januari 1742 leent Ritzo Jans samen met een groot aantal anderen waaronder pastor Tjaard de Cock (grootvader van de later zeer bekende dominee Hendrick de Kock) geld aan Geert Hindriks en Leentjen Harms voor de koop van een schip. Geert en Leentjen kochten dit schip van koopman N. Modderman uit Groningen. Leentjen was een dochter van Grietje Folkers, een volle nicht van Geertjen Harms, de vrouw van Ritzo Jans (RA Nieuwolda, 10 januari 1742, fol. 166; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 juni 1747 zijn Ritzo Jans en Geertjen Harms aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen Edzo Harms en Aaltjen Molema. Edzo is een neef van Geertjen (RA Nieuwolda, 2 juni 1747, fol. 312; bewerking Abels/Wagenaar).

Het echtpaar Lubbe Geerts en Grietje Jans verkoopt op 18 september 1748 hun woning aan de diaconie van Nieuwolda. Vermeld wordt dat de woning en tuin zijn gelegen op grond van Ritzo Jans (RA Nieuwolda, 18 september 1748, fol. 341; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1749 en in 1750 treedt Ritzo Jans op als getuige bij de huwelijkscontracten van zijn naamgenoot Ritzo Jans, zoon van Jan Hansen en Anje Jans. In 1749 sluit deze Ritzo Jans II een huwelijkscontract met Geesjen Harms, bijna twee jaar later trouwt hij met Jantjen Jans. Een directe familierelatie met deze Ritzo Jans II heb ik niet kunnen vinden (RA Nieuwolda, 6 februari 1749, fol. 346 en 4 december 1750, fol. 390; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1750 verkopen Jonker Ripperda en zijn vrouw Jonkvrouwe van Ewsum het gedeelte van de boerenplaats, dat hun eigendom is aan de familie Wijchel-Geertsema. Het betreft hier 19 deimt in 23 deimt en 48,5 deimt in 80 deimt. De rest behoort aan het Pelstergasthuis te Groningen (Boerderijenboek Nieuwolda en Nieuw Scheemda).

Op 24 januari 1753 lenen Ritzo Jans en zijn eerste vrouw Geertjen Harmens 1100 car. guldens a 4% van Arent Willems en Trijntje Takes te Nieuwolda. Als borg treedt op Jacobjen Edzes, de moeder van Geertjen (RA Nieuwolda, 24 januari 1753, fol. 434; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1755 is Ritzo als zwager, getrouwd geweest met de overleden zuster, aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Edzo Harms en Geertjen Hitjes (RA Nieuwolda, 21 februari 1755, fol. 503; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 april 1756 sluit Ritzo Jans een huwelijkscontract met Hemme Jacobs. Van Ritzo wordt vermeld: "te Nieuwolda op de plaatse ten zuiden van de kerk". Van Hemme wordt aangegeven dat zij "in de oostersgilde woonagtig is geweest". Van de zijde van Ritzo zijn aanwezig: kerkvoogd Jan Ritzes, oom aan moederszijde en sibbevoogd over de vier voorkinderen van Ritzo bij Geertjen Harms, Ritzo Jans en Pieter Jans, neven van moederszijde, Jan Harms en Zwaantje Eltjes, aangetrouwde neef en nicht van moederszijde, Luitjen Luitjens en Anna Eltjes, aangetrouwde neef en nicht van moederszijde, Anna Pieters, nicht van moederszijde, Maria Rensema, vrouw van Ritzo Eltjes, aangetrouwde nicht van moederszijde, Haijo Aijses, neef van wijlen Geertjen Harms en voormond over haar vier kinderen, Edzo Harms Koopman, neef van wijlen Geertjen Harms en vreemde voogd, Everd Geerts, neef van de overleden moeder Heike Ritzes. Op de acte zijn doorgehaald de namen van Edzo Harms en Geertje Harms, echtelieden, oude zwager en volle broer van de overleden vrouw Geertjen Harms (RA Nieuwolda, 2 april 1756, fol. 542; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 29 mei 1758 verkopen Hendrik Adolfs en Derk Harms, als diakenen van Nieuwolda, aan Jacob Berents een diaconiehuis met tuin te Nieuwolda. Dit huis staat op grond van Ritzo Jans, als beklemde meier. Ten noorden van het huis ligt de Hereweg, ten oosten en te zuiden grenst het aan Ritzo Jans.

Op 20 oktober 1758 is Ritzo Jans als aangetrouwde oom van de bruid aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen Derk Abels en Anje Hinderks Camminga (RA Nieuwolda, 20 oktober 1758, fol. 35; bewerking Abels/Wagenaar). De moeder van Anje was een zuster van Ritzo's eerste vrouw Geertjen Harms. Derk Abels voerde in het midden van de 18e eeuw samen met zijn zusters een verbeten juridische strijd met de provincie Groningen over de voortzetting van het pachtcontract van hun vader Abel Derks. Zij wonnen deze strijd. Het gevolg was een enorme versterking van de positie van de pachter. De pacht kon niet meer worden opgezegd en werd vrij overdraagbaar. De pacht werd een zogenaamde beklemde meier. Door de geldontwaarding kreeg de beklemde meier al snel een positie, die hem praktisch gelijkwaardig maakte aan die van een eigenaar.

Op 11 mei 1759 regelt Ritzo de nalatenschap van zijn overleden zoontje Jacob Ritzes. De moeder van Jacob, Ritzo's tweede vrouw Hemme Jacobs, is al eerder overleden. Ritzo moet een regeling treffen met de halfbroer Roelf Lammerts en de nicht Maria Ukes van Hemme. Samen met Roelf koopt Ritzo eerst Maria Ukes en haar man Ubbe Harms te Woldendorp af met 300 car. guldens. Vervolgens treft Ritzo een regeling met Roelf. Roelf krijgt alle huizen en landerijen en de lijfstoebehoren van Hemme. Hiervoor staat Roelf aan Ritzo af een kapitaal van 3391 car. guldens. Hij betaald hiervan 1391 en leent de resterende 2000 a 4% (RA Nieuwolda, 11 mei 1759, fol. 56 en fol. 57; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 1 februari 1760 is Ritzo als neef te Woldendorp aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Anna Pieters Hulshuijs (dochter van zijn tante Aaltje Ritzes) en Fiebe Jans Dik (RA Woldendorp, 1 februari 1760, fol. 348; bewerking Abels/Wagenaar). Ook neef Ritzo Jans uit Midwolda is hierbij aanwezig.

Op 9 april 1762 sluit Ritzo voor de derde keer een huwelijkscontract. Deze keer met Riemen Willems, weduwe van Willem Sijses en dochter van Willem Alderts en Ida Reining. Bij de sluiting van het contract zijn voor Ritzo aanwezig: Ritzo Eltjes en Maria Rensema, neef en aangetrouwde nicht, Ritzo Jans, neef, Pieter Jans en Geertjen Pieters, neef, Anna Pieters, nicht, Jan Harms en Swaantje Eltjes, aangetrouwde neef en nicht, Luitjen Luitjens en Anna Eltjes, aangetrouwde neef en nicht. Doorgehaald zijn op de acte Edzo Harms als voormond en zwager en Edzo Harms Koopman als voogd over de bruidegoms kinderen.

In 1762 en 1764 is Ritzo betrokken bij verkopen door zijn vrouw Riemen Willems. Zo verkoopt Riemen in 1764, geassisteerd door haar man Ritzo Jans, aan Derk Jans en IJke Berents haar huis met schuur en winkelgoed te Nieuwolda op grond van verkoopster. Het huis wordt door kopers bewoond. De prijs bedraagt 1000 car. guldens. In 1765 verkoopt Riemen aan Derk en Ijke ook de heemstee met tuin (RA Niewolda, 3 mei 1762, fol. 124, 29 juli 1762, fol. 141, 6 juni 1764, fol. 199 en 23 mei 1765, fol. 227; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 4 april 1765 leent Jan Ritzes, kerkvoogd van Midwolda, 1000 car. guldens a 4% van het echtpaar Gerlof Freeriks en Anje Geerts te Nieuwolda. Ritzo Jans staat borg voor zijn oom (RA Niewolda, 4 april 1765, fol. 213; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 17 augustus 1765 assisteert Ritzo zijn vrouw Riemen Willems bij de afwikkeling van de zeer omvangrijke nalatenschap van haar oom Geert Alders, schatbeurder te Nieuwolda. De nalatenschap betreft vele landerijen (tot in Westerwolde), een behuizing, een aandeel in schepen, zilver, een pulpitrum en boeken (RA Nieuwolda, 17 augustus 1765, fol. 242; bewerking Abels/Wagenaar). Geert Alders had fortuin gemaakt als houtkoopman en had zich in Nieuwolda een belangrijke positie verworven. Dit blijkt onder andere uit het feit, dat Geert Alders (samen met Ritzo Jans oom Jan Ritzes) deel uitmaakte van het driemanschap, dat op 23 oktober 1749 op paleis het Loo in audi‰ntie door stadhouder Willem IV werd ontvangen (Het loeit in het Oldambt pag. 96). Eerder vocht Geert Alders met dominee Tjaarda de Cock te Nieuwolda een lange strijd uit over de te volgen religieuze richting. Geert Alders vond dat Tjaarda de Cock niet streng genoeg in de leer was. Het pleit werd aanvankelijk in het voordeel van Tjaarda beslecht, maar de orangistische rellen in het Oldambt in 1748 werkten tegen de meer staatgezinde Tjaarda de Cock en voor de orangistische Geert Alders (t.a.p. pag. 88/89).

Als aangetrouwde oom van de bruidegom is Ritzo Jans aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Pieter Edzes en Hemme Jacobs (RA Nieuwolda, 29 november 1765, fol. 254; bewerking Abels/Wagenaar).

Als aangetrouwde neef van de bruidegom woont Ritzo Jans in 1768 het sluiten van het huwelijkscontract bij van Edzo Harms en Pieterke Fockes (RA Nieuwolda, 28 juli 1768, fol. 336; bewerking Abels/Wagenaar).
Ritzo is later getrouwd te Nieuwolda op 2 april 1756, getrouwd op 2 april 1756 voor de kerk met Hemme Jacobs, afkomstig uit Nieuwolda (oostergilde), overleden voor 11 mei 1759, dochter van Jacob Heres en Remke Jans. Ritzo is later getrouwd te Nieuwolda op 9 april 1762 met Riemen Willems, geboren te Nieuwolda, gedoopt op 7 maart 1727, overleden na 1772, minstens 45 jaar oud, dochter van Willem Alderts en Ida Reininks. Riemen is eerder getrouwd op 24 juli 1750 met Willem Sijses, collector, gedoopt te Nieuwolda op 27 november 1718, wonende aldaar, overleden voor 1762, hoogstens 44 jaar oud, zoon van Sizo Jans en Geeske Willems.

Ritzo is getrouwd te Nieuwolda op 10 april 1738 (1) met

133 : Geertje Harms, geboren te Nieuwolda op 20 februari 1717, overleden voor 21 februari 1755, hoogstens 38 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

134 : Jacob Cornellis, landbouwer, geboren te Beerta, overleden te Westerlee op 15 mei 1762.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 123 (17e en 18e provincieplaats), Hoofdweg 68 te Westerlee (1742-1762) en in Stamboom Onnes-Boelema II onder nummer 6a.

Jacob Cornellis is op 3 november 1729 als neef van de bruidegom te Winschoten aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen Eppo Klaassen en Aafke Melles (Huwelijkscontracten Winschoten; bewerking Harm Selling).

Samen met zijn vrouw Weija Claassens is Jacob op 7 mei 1740 te Beerta aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen zijn nicht Anje Claasens (dochter van zijn tante Haaske Phebens en Claas Eppes) en Cornelius Nomdes (RA Beerta, 7 mei 1740, fol. 545; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 maart 1753 zijn Jacob en Weija aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Jacobs broer Claas Cornelius en Wieja Andries (RA Beerta, 2 maart 1753, fol. 297; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 8 mei 1753 verkopen Jacob, zijn broer Phebo en zijn zuster Trijntje de behuizing van wijlen hun ouders aan hun broer Claas en zijn vrouw Wieja Andries. Het gaat om een behuizing oostwaarts in de Beerta (Beersterhogen) met 64 deimt beklemde landen. De landerijen behoren aan oud-commies Jan Takens. De huur bedraagt 350 car. gld. De koopprijs bedraagt 3000 car. gld. (RA Beerta, 8 mei 1753, fol. 310; bewerking Abels/Wagenaar). Lang zullen Claas en Wieja niet
genieten van hun aankoop. Een jaar later zijn ze allebei overleden en verkoopt Martien Reenkes als representant van haar overleden dochter Wieja Andries de boerderij voor wederom 3000 car. gld terug aan Jacob, Phebo en Trijntje (RA Beerta, 12 juli 1754, fol. 352; bewerking Abels/Wagenaar). Jacob, Phebo en Trijntje verkopen de behuizing vervolgens aan Roeleff Pieters. De omvang van de beklemde grond is dan 70 deimt. Een deel van het verkochte wordt aangeduid als "De Loegster Heerd". De prijs bedraagt 3.300 car. gld. (RA Beerta, 13 november 1754, fol. 358; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 28 november 1755 regelt Jacob samen met zijn broer Phebo en zuster Trijntje de nalatenschap van zijn broer Claas met Martien Reenkes, moeder van de ook reeds overleden laatste echtgenote van Claas. Martien krijgt 440 car. gld. uit de boedel (RA Beerta, 28 november 1755, fol. 394; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 15 mei 1758 zijn Jacob en Weija aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Jacobs neef Hindrik Jacobs (zoon van zijn tante Harmke Phebens) en Esse Albertz (RA Beerta, 15 mei 1758, fol. 465; bewerking Abels/Wagenaar).

Jacob is getrouwd te Westerlee op 10 augustus 1738 met

135 : Weija Claassens, gedoopt te Westerlee op 18 december 1712, overleden aldaar op 20 april 1764, 51 jaar oud.

Bij de geboorte van Bouwe Jacobs wordt de moeder vermeld als Weija Fockes. In huwelijkscontract d.d. 3 juni 1772 te Nieuwolda tussen Haijo Ritzes en Bouwe Jacobs wordt als moeder genoemd: Weija Klaassens. De vermelding Weija Fockes, die niet naar de vader, maar naar de moeder van Weija verwijst, is ook overgenomen in het boerderijenboek Wold-Oldambt.
Weija was weduwe van Waldrick Gosens Dikema, overleden voor 1738, zoon van Goossen Jans en Pieterke Waldricks.

Uit dit huwelijk:

136 : Dreuwes Reinders, gedoopt te Uithuizermeeden op 17 maart 1721, overleden voor 1781, hoogstens 60 jaar oud.

Dreuwes is ondertrouwd te Uithuizermeeden op 10 april 1756 voor de kerk met

137 : Trijntje Frederiks, gedoopt te Uithuizermeeden op 14 januari 1730.
Trijntje is later ondertrouwd te Uithuizermeeden op 20 november 1781 voor de kerk met Garmt Willems.

Uit dit huwelijk:

138 : Meindert Alles, geboren te Spijk in het jaar 1728, overleden te Oldenzijl in het jaar 1778, 50 jaar oud.

Een genealogie van Meindert Alles is eind augustus 2005 gepubliceerd op de Groningen-Genealogy-Group door Arend Biewenga. Een aantal gegevens over zijn nakomelingen zijn aan deze publicatie ontleend.

Meindert was gehuwd met

139 : Trijntje Pieters, overleden te Usquert, begraven aldaar op 26 maart 1783.

Uit dit huwelijk:

140 : Geert Meertens Luirtsema, landbouwer te Usquert, afkomstig uit Uithuizen, gedoopt te Usquert op 2 mei 1723, overleden aldaar op 25 september 1780, 57 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 26-46 en 162-22 en in Ommelander Geslachten op pag. 214.

Geert is ondertrouwd te Uithuizen op 5 maart 1752 voor de kerk met

141 : Harmke Pieters, afkomstig uit Uithuizen, geboren op 2 december 1731, overleden te Usquert op 1 mei 1789, 57 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 26-47 en 162-23 en in Ommelander Geslachten op pag. 214.
Uit dit huwelijk:

142 : Kornelis Jans.

Kornelis was gehuwd met

143 : Hendrikje Klasen.

Uit dit huwelijk:

144 : Jan Peters, gedoopt te Weiwerd op 22 augustus 1727.

Jan is getrouwd te Weiwerd op 12 mei 1748 voor de kerk met

145 : Epke Jans, gedoopt te Oterdum op 18 april 1717.

De gegevens over de afstamming van Epke Jans zijn ontleend aan een bijdrage van de heer Gert Schansker. Herleiding van de afstamming van Epke Jans is vooral gebaseerd op de vernoeming van haar
kinderen.
Uit dit huwelijk:

150 : Ocke Antonius, afkomstig uit Scheemda, gedoopt aldaar rond januari 1739, overleden te Nieuwolda voor 1778, hoogstens 39 jaar oud.

Op 2 mei 1764 koopt Ocke Antonius een behuizing met tuin te Nieuwolda. Verkopers zijn Lubbartus Abels en Doeke Fiebes. De prijs bedraagt 225 car. guldens. Voor de grond is een huur verschuldigd van 7 car. guldens en 10 stuivers aan H. Reneman (RA Nieuwolda, 2 mei 1764, fol. 185; bewerking Abels/Wagenaar).

Ocke is getrouwd te Nieuwolda op 27 mei 1765 voor de kerk met

151 : Geeske Harms, gedoopt te Nieuwolda op 18 mei 1743, overleden aldaar.

Op 4 augustus 1768 laat Aeijlko Luppes te Nieuwolda een testament opmaken. Hij bepaalt onder andere dat bij zijn overlijden aan Geeske Harms, getrouwd met Ocko Antonius, 100 dalers moeten worden uitbetaald (RA Nieuwolda, 4 augustus 1768, fol. 340; bewerking Abels/Wagenaar). Aeijlko Luppes was een oom van Geeske. Hij kwam oorspronkelijk van Finsterwolde. Op 11 mei 1727 sloot hij te Nieuwolda huwelijkse voorwaarden met Trijntje Berents, een halfzuster van de moeder van Geeske (RA Nieuwolda, 11 mei 1727, fol. 103; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 4 maart 1771 laat Aeijlko Luppes wederom een testament opmaken. Nu krijgt Geeske Harms, getrouwd met Okko Antonius, 150 car. guldens. De diaconie van Nieuwolda wordt bedacht met 2 gouden dukaten (RA Nieuwolda, 5 maart 1771, fol. 393; bewerking Abels/Wagenaar). Op 28 augustus 1771 gevem Phiebo Jans Dik en Anna Pieters Hulshuijs te Delfzijl volmacht aan de wedman S. Stheeman te Scheemda ter verkrijging van de nalatenschap van Aeijlko Luppes. Blijkbaar is deze dan overleden (RA Nieuwolda, 28 augustus 1771, fol. 421; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 23 november 1778 verkoopt Geeske Harms, weduwe van Okko Antoni, haar huis met tuin te Nieuwolda voor 320 car. guldens. Voorts draagt zij al haar bezittingen, inclusief de te ontvangen kooppenningen voor haar woning, over aan de diaconie van Nieuwolda. In ruil daarvoor zal zij ten laste van de diaconie onderhouden worden (RA Nieuwolda, 23 november 1778, fol. 214 en fol. 215; bewerking Abels/Wagenaar).
Geeske is later getrouwd te Nieuwolda op 16 maart 1783 voor de kerk met Gerrit Roelfs, afkomstig uit Nieuwolda, geboren rond 1740, overleden voor 1790, hoogstens 50 jaar oud. Geeske was later gehuwd met Harmen Jans Oest, afkomstig uit Midwolda, geboren rond 1735, wonende te Nieuwolda.

Uit dit huwelijk:

152 : =128 (Albert Derks)

153 : =129 (Elske Alofs)

154 : =130 (Wilko Freerks (Boog))

155 : =131 (Gepke Hinderks)

156 : =132 (Ritzo Jans)

157 : =133 (Geertje Harms)

158 : =134 (Jacob Cornellis)

159 : =135 (Weija Claassens)


-- IX --

256 : Derk Ottes, waarschijnlijk dagloner, wonende te Bellingwolde.
Derk is eerder getrouwd te Bellingwolde op 19 juli 1705 voor de kerk met Elske Harberts, gedoopt te Bellingwolde, overleden aldaar in het jaar 1710.

Derk is getrouwd op 21 augustus 1712 (2) met

257 : Lamina Alberts, wonende te Bellingwolde.

Op 3 februari 1704 was van Lamina reeds een zoon Harm gedoopt te Bellingwolde. Het doopboek vermeldt daarover het volgende: "Harm, zoon van Lamina Alberts, gewezen dienstmaagd van Harm Kaspers. Onecht, volgens getuigenis van de vroedvrouw is de vader Harm Roelfs, maar dit ontkent Lamina middels een handgeschreven brief".

Op 8 september 1715 werd Lamina (hv Derk Ottes) lidmaat van de kerk te Bellingwolde.
Zij had van een onbekende man een zoon. Lamina is later getrouwd op 25 juli 1729 voor de kerk met Jan Harms. Uit dit huwelijk:

258 : Alef Janssen, begraven te Stapelmoor (D) op 29 mei 1739.


Gegevens over Alef Janssen en zijn kinderen ontving ik van mevrouw Almuth Petersen-Roil.

Alef is getrouwd te Stapelmoor (D) in het jaar 1712 voor de kerk met

259 : Engel Joesten, geboren te Stapelmoor (D), overleden na 1746.

In 1746 procedeert Engel tegen haar voormalige schoonzoon Tiabbe Geerts in Loo "om betaling van soodaene geleent en verschooten geldt als gij an hem plichtig sijt" (bron "De Noord ook wel de Prengerij te Vriescheloo", Tijdschrift Westerwolde, jaargang 21 (2000), pag. 57).

Uit dit huwelijk:

260 : Freerk Hinders, wonende te Bellingwolde.
Freerk is eerder getrouwd voor 1696 voor de kerk met Mettje Harms, overleden rond 1698.

Freerk is getrouwd rond 1699 voor de kerk (2) met

261 : Gepke Hinders, wonende te Bellingwolde.

Uit dit huwelijk:

262 : Hinderk Hinderks, wonende te Bellingwolde.

Hinderk was gehuwd met

263 : Mettje Koerts, wonende te Bellingwolde.

Uit dit huwelijk:

264 : Jan Fokkens, landbouwer, geboren rond 1685, wonende te 't Waar en te Nieuwolda, overleden rond 1729, ongeveer 44 jaar oud.


Over de afstamming van Jan Fokkens bestaat nog niet veel duidelijkheid. In het huwelijkscontract met Heike Ritzes worden Aeltjen Paulus en Warner Tholens vermeld als tante en aangetrouwde oom. Voorts worden vermeld: Tako Hindriks en Willem Warrenders, neven, en Reit Jans en Eerke Fokkes, neven zoons. Tako Hendriks was de zoon van Hendric Tholen en Tjaeckjen Jans.

Vermelding in Boerderijenboek Nieuwolda en Nieuw Scheemda onder nummer 40, Prunuslaan 44 te Nieuwolda. Dit bedrijf kwam van de familie van zijn vrouw Heike. Na het overlijden van Jan Fokkens blijft het bedrijf in gebruik bij zijn vrouw Heike.

Het lijkt er op, dat Jan en zijn vrouw Heike na hun huwelijk eerst in Nieuwolda woonden. Zo staan zij op de lijst van lidmaten van de kerk te Nieuwolda d.d. 27 augustus 1713. In Nieuwolda wordt ook hun zoon Ritzo geboren. Vervolgens (1716 of 1717) hebben ze zich gevestigd in 't Waar onder de klokslag van Nieuw Scheemda en vervolgens weer in Nieuwolda. Inschrijving als lidmaat te Nieuwolda op 4 juni 1723.

Op 19 mei 1716 kopen Jan Fockes en Haijcke Ritzes een huis met schuur en duivenkast van Reint Nantkes en zijn zuster Stijntjen Nantkes, die wordt bijgestaan door haar man Garmt Olgers. Het huis is gelegen bij 't Waar onder de klokslag van Nieuw Scheemda (RA Nieuw Scheemda, 19 mei 1716).

Op 7 januari 1717 is Jan met zijn vrouw Heike aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen Edske Hannes en Lupke Fokkes (RA Nieuwolda, 7 januari 1717, fol. 288; bewerking Abels/Wagenaar). Jan wordt vermeld als neef. Vermoedelijk is Jan de aangetrouwde neef van Lupke. Lupke was een volle nicht van Jans vrouw Heike.

Op 1 mei 1717 lenen Jan Fokkes en Heike Ritzes bij 't Waar 350 car. guldens van Tjakko Rotgers en Jan Jurriens Nap, voormond en vreemde voogd over de nagelaten kinderen van Jacob Bronts en Bouwe Rotgers (RA Nieuwolda, 1 mei 1717, fol. 303; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 1 juni 1717 lenen Jan en Heike 300 car. guldens van Jacob Cornelis, Peter Hermans en Reint Ubbes, voogden over de kinderen van Laurents Hermans en Eefke Cornelis (gewezen echtelieden) tegen 4,5% (R.A. Midwolda, 01-06-1717, fol. 190, bewerking Abels/Wagenaar).

Jan is op 24 oktober 1720 als neef van de bruidegom aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Rotger Fokkes en Etje Derks. Zijn vrouw Heike wordt niet vermeld (RA Nieuwolda, 24 oktober 1720, fol. 407; bewerking Abels/Wagenaar). Vermoedelijk is Jan de aangetrouwde neef van Rotger. Rotger was een volle neef van Jans vrouw Heike.

Op 28 maart 1721 wordt Jan Fockes vermeld als armen voorstander van de kerk te Nieuw Scheemda. Op 16 februari 1722 treedt Jan namens de kerkelijke gemeente Nieuw Scheemda op als diaken (RA Nieuw Scheemda, 28 maart 1721 en 16 februari 1722).

In mei 1723 treffen Jan Fockens en Heike Ritzes een regeling met ambtman Geertsema over land te Nieuwolda. Exacte inhoud van de acten vraagt nog nadere studie (RA Nieuw Scheemda, 13 en 14 mei 1723).

Op 4 juni 1723 wordt Jan met zijn vrouw ingeschreven als lidmaat van de kerk te Nieuwolda met attestatie van Nieuw Scheemda (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).

Jan is op 5 juni 1724 aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen Jan Peters van de Beerta en Grietje Geerts van Nieuwolda. Van de kant van Grietje Geerts zijn daarbij aanwezig: Martje Eerts, moei, Jakobus Meulema en Sara Geerts (ehel.), zuster, Willem Warners en Aaltje Geerts (ehel. zuster). Vervolgens komt in de acte dan de melding: "tevens hebben getekend: Warner Thole en Elske Berents, vader en stiefmoeder; Jan Fokkens, neef". In relatie tot Jan Peters of Grietje Geerts kan ik deze laatste vermeldingen niet plaatsen. Wel in relatie tot Willem Warners (RA Nieuwolda, 5 juni 1724, fol. 12; bewerking Abels/Wagenaar).

Jan Fockes en Heike Ritzes te Nieuwolda lenen op 27 januari 1725 van de voogden over de kinderen van Geuke Hermans en Hille Hendriks en van de voogden over de kinderen van Jan Hermans en Anje Hindriks. Zie voor verdere vermelding onder Heike Ritzes.

Op 27 september 1728 assisteert Jan Fokkens zijn vrouw Heike bij de afhandeling van de nalatenschap van haar ouders. Zie voor verdere vermelding onder Heike Ritzes.

Jan is getrouwd te Midwolda op 17 januari 1710 met

265 : Heike Ritzes, gedoopt te Nieuw Scheemda op 10 oktober 1686, wonende te Nieuwolda, overleden voor 1756, hoogstens 70 jaar oud.

Jan Fokkes en Heike Ritzes staan op de lijst van lidmaten van de kerk te Nieuwolda d.d. 27 augustus 1713 (Kerkenboek Nieuwolda, bewerking Buiten/Glas).

Op 7 januari 1717 zijn Jan Fokkens en Heike Ritzes als aangetrouwde neef en nicht van de bruid aanwezig bij het huwelijkscontract van Edske Hannes en Lupke Fokkes (RA Nieuwolda, 7 januari 1717, fol. 288; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 1 mei 1717 lenen Jan Fokkes en Heike Ritzes bij 't Waar 350 car. guldens van Tjakko Rotgers en Jan Jurriens Nap, voormomd en vreemde voogd over de nagelaten kinderen van wijlen Jakob Bronts en Bouwe Rotgers (RA Nieuwolda, 1 mei 1717, fol. 303; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 4 juni 1723 wordt Heike met haar man ingeschreven als lidmaat van de kerk te Nieuwolda met attestatie van Nieuw Scheemda (Kerkenboek Nieuwolda, bewerking Buiten/Glas).

Jan Fockes en Heike Ritzes te Nieuwolda lenen op 27 januari 1725 van Jan Hermans, Willem Warners en Tamme Willems, als voormond en voogden over de kinderen van Geuke Hermans en Hille Hindriks en van Geuke Hermans, Lambert Hermans en Herman Heines, als voormond en voogden over de kinderen van Jan Hermans en Anje Hindriks. Het geleende bedrag: 300 gld tegen 5%. Borg: de moeder van Heike, weduwe Frouke Hommes (RA Midwolda, 27 januari 1725, fol. 439; bewerking Abels/Wagenaar).

Met haar eerste man Jan Fokkens handelt Heike Ritzes op 27 september 1728 een deel van de nalatenschap van haar ouders Ritzo Jans en Frouke Hommes af. Samen met haar vier zusters verkoopt ze de door haar ouders nagelaten behuizing aan haar broer Jan Ritzes. De verkoopprijs bedraagt 6.000 gld. De behuizing omvat tevens het recht van beklemming van de heerd en de huisplaatsen welke erop staan. Koper mag in de heerd zoveel turf graven als hij wil. De ligging van de heerd wordt als volgt omschreven: ten oosten Tonnis Eppes als gebruiker en Derk Isebrandts wegens zijn vrouw als eigenaar, ten zuiden de zogenaamde wijke, ten westen Gerrit Simons, wegens zijn vrouw (RA Nieuwolda, 27 september 1728, fol. 146; bewerking Abels/Wagenaar). Vervolgens vindt op 16 mei 1731 een volgende transactie betreffende de nalatenschap plaats. Heike Ritzes verkoopt dan samen met haar tweede man Jacob Klasen 1/6 deel van een plaats, zowel te veen als te velde met huisplaatsen te Midwolda aan haar broer en schoonzuster Jan Ritzes en Geesjen Pieters. De verkoopprijs bedraagt 2.235 gld. Vermeld wordt dat verkopers (Heike en Jacob) deze plaats onder beklemming gebruiken (RA Midwolda, 16 mei 1731, fol. 659; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 3 februari 1730 sluit Heike te Nieuw Scheemda een huwelijkscontract met Jacob Klaassens. Voor Heike zijn daarbij aanwezig: haar broer Jan Ritses met zijn vrouw Geeske Pieters en haar zuster Grietje Ritses met haar man Eltje Roelofs (RA Nieuw Scheemda, 3 februari 1730; bewerking Jacob Boerema).

Met haar tweede man Jabob Klaassens is Heike op 25 oktober 1730 te Winschoten aanwezg bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Wilhelmus Janssonius en Trijntje Eltjes Lesterhuis. Trijntjes was een nicht van Jacob Klaassens (Huwelijkscontracten Winschoten; bewerking Harm Selling).

Samen met haar tweede man Jacob Klaassens verkoopt Heike op 22 januari 1732 een behuizing te Nieuwolda aan het echtpaar Geert Harms en Maria Hinderks. De prijs bedraagt 230 car. guldens. Gesteld wordt dat verkopers (Jacob en Heike) dit huis bewonen. De beide platen van de haard worden van de koop uitgezonderd. Onder de koop vallen uitdrukkelijk wel (?) de "bomen en planttagy besonder de vrugtbaare bomen ande zuitkant van de stranketten". Voorts worden nog een aantal nadere bedingen overeengekomen "des sijn de comperanten wederzijts geakkerdiert dat verkopers de schuire an sigh behouden om de selve of te slijten, te wieten al wat buiten de mildermuir is. Zijn comperanten overeengekomen dat kopers enentwintig voet van de mildemuir of te rekenen weder sal mogen betimmeren boven dat nogh een drift an het einde van het huis om met peerd en wagen op het heim agter het huis te komen. Des zullen kopers weder soo veel grond misten als de drift groot is, ten darden zullen koperen jaarlijks tot heimhuur betalen tijn gulden. Ten vierden is ook bedongen, dat verkopers an zigh behouden het zecreet ende righgels an beide zijden van de selve (RA Nieuwolda, 22 januari 1732, fol. 205; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 mei 1732 leent Heike Ritzes samen met haar zus Grietje Ritzes en haar broer Jan Ritzes en hun aller echtelieden 2.000 gld van koopman Willem Dikema en zijn vrouw Anna Hiltjes (RA Midwolda, 2 mei 1732, fol. 693; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 18 september 1733 is Heike Ritzes met Jacob Claassens aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden te Winschoten tussen Luitjen Klaasen en Tjabbigien Tammes. Luitjen was een broer van Jacob (Huwelijkscontracten Winschoten; bewerking Harm Selling).

Op 25 november 1735 is Heike Ritzes samen met haar man Jacob Claessen aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Hero Alders en Ida Classen en tussen Phebo Alberts en Getruid Claessen. Ida en Getruid zijn zusters van Jacob Claessen (RA Nieuwolda, 25 november 1735, fol. 263; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 10 april 1738 is Heike Ritzes als moeder van de bruidegom aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Ritze Jans en Geertjen Harms (RA Nieuwolda, 10 april 1738, fol. 3; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 11 december 1738 sluit Heike Ritzes een huwelijkscontract met Jannes Pieters. Van haar kant zijn daarbij aanwezig: Ritzo Jans en Geertjen Harmens, zoon en schoondochter, Jan Ritzes, kerkvoogd, en Geeske Pieters, broer en schoonzuster, Eltje Roelfs en Grietje Ritzes, zwager en zuster, Rotger Fokkes, neef, Evert Geerts, neef, en Jantjen Aalders, aangehuwde nicht (RA Nieuwolda, 11 december 1738, fol. 89; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 11 december 1738 handelt Heike Ritzes de nalatenschap af van haar tweede echtgenoot Jacob Klasen. Heike behoudt de gehele nalatenschap. In ruil daarvoor betaalt ze aan Klaas Luitjes en Ettjen Jacobs, de ouders van Jacob Klasen, een bedrag van 380 car. gld. (RA Nieuwolda, 11 december 1738, fol. 91; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 6 maart 1739 is Heike Ritzes samen met haar man Jannes Pieters aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Melle Tiddes en haar stiefdochter Jantjen Jannes (RA NIeuwolda, 6 maart 1739, fol. 101; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 11 juni 1739 verkoopt Heike Ritzes samen met haar derde echtgenoot Jannes Pieters, haar zus Grietje met haar man Eltio Roelfs en haar broer Jan met zijn vrouw Geesjen Pieters een behuizing met schuur aan Jan Harkes en Nantie Berends. Als woonplaatsen worden vermeld: voor Eltio en Grietje: Oostwold; voor Jannes en Heike: Nieuwolda; voor Jan en Geesjen: Midwolda. De verkochte behuizing is gelegen te Winschooteroostereinde. De plaats strekt van de Rensel tot aan de Beersterzwette in het Winschooteroostereinde. Op het verkochte heeft betrekking een aankoopbrief te Winschoten van 23 september 1720. De verkoopprijs bedraagt 1.525 gld (RA Midwolda, 11 juni 1739, fol. 839; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 4 december 1739 is Heike Ritzes met haar man Jannes Pieters aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen Cornellijs Berents en Geeske Jans. Geeske is een nicht van Jannes Pieters (RA Nieuwolda, 4 december 1739, fol. 118; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 26 september 1742 regelt Heike Ritzes de nalatenschap van haar derde echtgenoot Jannes Pieters met Mello Tiddes, schoonzoon van Jannes Pieters uit een eerder huwelijk. Heike staat aan Mello de gehele inboedel af en ontvangt daarvoor 530 car. gld. en 3 st. Deze betaling wordt voor een deel voldaan met een obligatie van 100 rijksdaalders ten laste van doctor Nicolai te Emden. Getuige bij het opmaken van de acte is onder andere Peter Alberts Viswat. (RA Nieuwolda, 26 september 1742, fol. 212; bewerking Abels/Wagenaar). Doctor Nicolai te Emden is (later?) de tweede echtgenoot van Heikes zuster Trijntje.

Op 2 maart 1744 koopt Heike Ritzes voor 480 gld. een behuizing met tuin en grafsteden te Scheemda. Verkopers zijn Evert Everts te Scheemda en Hessel Douwes te Winschoten. De woning staat op grond van Evert Everts. De huur voor de grond bedraagt 9 gld. De aanduiding van het perceel is als volgt: ten noorden Derk Isebrands, ten oosten de weduwe van Tonnis Eppes, ten zuiden de Hereweg en ten westen wederom Derk Isebrands (RA Midwolda, 2 maart 1744, fol. 35; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 14 mei 1744 is Heike als moei (tante) aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen haar nichtje Anna Eltjes (dochter van Grietje Ritzes) en Luitjen Luitjens (RA Beerta, 14 mei 1744, fol. 91; bewerking Abels/Wagenaar).
Heike is later getrouwd te Nieuw Scheemda op 3 februari 1730 met Jacob Klaassen, gedoopt te Nieuwolda op 25 januari 1705, overleden voor 1738, hoogstens 33 jaar oud, zoon van Klaas Luijtjens en Etje Jacobs. Heike is later getrouwd te Nieuwolda op 11 december 1738 met Jannes Pieters, afkomstig uit Beerta, overleden voor 1742, zoon van Cornellijske Berents. Jannes is eerder getrouwd te Nieuwolda op 10 augustus 1719 met Anje Klasen. Anje was weduwe van Jan Haikes, bakker, overleden voor 1718, zoon van Haiko Jans en Metje Willems. Jannes is eerder getrouwd te Nieuwolda op 25 juli 1732 met Sibregt Peters, dochter van Peter Tjaarts en Jantje Lubberts. Sibregt is eerder getrouwd voor 1714 met Jan Hindrix.

Uit dit huwelijk:

266 : Harm Haijes, landbouwer, geboren te Nieuwolda, wonende op de Oude Dijk, overleden te Nieuwolda voor 28 mei 1720.

Vermelding in Boerderijenboek Nieuwolda en Nieuw Scheemda onder nummer 88 (Hoofdweg Oost 65 te Nieuwolda) en in Kwartieren Starke-Jager als nummers 312 en 670. Behoorde tot de collegianti. Daarom werd zijn gezin pas na zijn dood gedoopt. Zie voor een toelichting op de stroming van de collegianten de vermelding bij zijn schoonvader Edze Haijes.

Harm Haijes sloot op 5 december 1708 te Nieuwolda een huwelijkscontract met Jacobjen Edzes. Van zijn kant waren daarbij aanwezig: Aite Ailkes, neef, Hendrick Geerdts, neef, Lysbet Aises, nicht (RA Nieuwolda, 5 december 1708, fol. 5; bewerking Abels/Wagenaar). In de acte is sprake van een behuizing van Harm met 20 deimt land waarop deze behuizing staat.

Op 23 september 1712 is Harm samen met zijn vrouw Jacobjen als oom van de bruid aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Aijelke Reints en Lisabet Aises (RA Midwolda, 23 september 1712; fol. 55; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 maart 1714 koopt Harm samen met Gerrijt Reijnts en Jan Tobias een stuk bouwland gelegen onder Nieuwolda "in de brede Heert", groot 1 deimt. Verkopers zijn Hitko Popkes en Lisabet Udens uit Meeden (RA Nieuwolda, 2 maart 1714, fol. 193; bewerking Abels/Wagenaar).

Harm is getrouwd te Nieuwolda op 5 december 1708, getrouwd op 2 februari 1708 voor de kerk met

267 : Jacobjen Edzes, geboren rond 1685, overleden te Nieuwolda op 16 oktober 1775, ongeveer 90 jaar oud.


Vermelding als nummers 313 en 671 in Kwartieren Starke-Jager.

Jacobjen Edzes sloot op 5 december 1708 een huwelijkscontract met Harm Haijes. Van haar zijde waren daarbij aanwezig: Edze Haijes en Geeske Harms, ouders, Ate Tammes en Ickjen Jacobs, oom en moei, Aefke Edzes, Folkert Alles en Leentje Edzes, Lubbert Jans en Bowe Edzes, Jan Edzes, broer, zusters en zwagers, Harm Aises en Aefke Willems, neef en nicht (RA Nieuwolda, 5 december 1708, fol. 5; bewerking Abels/Wagenaar).

Met haar man Harm Haijes is Jacobjen op 15 maart 1709 aanwezig bij de sluiting van het huwelijkscontract van haar zus Aefke Edzes met Jacob Aepkes. Van Aefke wordt daarbij vermeld, dat zij al een voorkind heeft van Waldrik Eppes (RA Nieuwolda, 15 maart 1709, fol. 10; bewerking Abels/Wagenaar)

Jacobjen wordt vermeld in het overzicht van lidmaten van de kerk te Nieuwolda op 27 augustus 1713 (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).

In 1720 en 1728 koopt Jacobjen in totaal 9 deimt land gelegen onder Nieuwolda. In 1720 koopt zij 4 deimt voor 700 car. gld van Tjapko Peters, Aito Aikes en zijn vrouw Meindertje Derx en van Fokko Aites en zijn vrouw Geertruit Kornelis. In 1728 koopt zij 5 deimt voor 785 car. gld. van mons. Aiolt Weemhof en zijn vrouw Tjaakje Menses (RA Nieuwolda 28 mei 1720, fol. 401 en 8 mei 1728, fol. 138; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1724 en 1729 is Jacobjen als aangetrouwde moei aanwezig bij huwelijkscontracten te Midwolda van kinderen van Aeysso Sickens en haar schoonzuster Geertien Haijes. In 1724 trouwt Imke Aises met Heere Jemmes en in 1729 Peter Aises met Swaantje Matthias (RA Midwolda, 25 augustus 1724, fol. 425 en 14 oktober 1729, fol. 567; bewerking Abels/Wagenaar)

Op 16 juni 1730 is Jacobjen aanwezig bij het huwelijkscontract van haar dochter Lysbeth met Hindrik Hemmes Kamminga (RA Midwolda, 16 juni 1730, fol. 608; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1731 doet Jacobjen samen met haar schoonzoon Hendrik Hemmes Kamminga een erfwisseling van stukken land te Midwolda met het echtpaar Rotger Reints en Geertjen Eppes. Jacobjen en Hendrik dragen over 5 deimt nieuw nieuwland, gelegen "in haar heerd". Zij krijgen daar een stuk land van dezelfde grootte voor terug.

In 1742 koopt Jacobjen 9 deimt land te Nieuwolda van de erfgenamen en crediteuren van wijlen Sijso Jans "in de stad" voor de prijs van 2025 car. gld (RA Nieuwolda, 12 maart 1742, fol. 174; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 9 mei 1747 koopt Jacobjen 3 deimt bouwland ten oosten in Nieuwolda van het echtpaar Aapke Jacobs en Hilke Pieters alsmede Tiddo Egberts voor de prijs van 720 car. gld. Dit land werd meierwijze gebruikt door Pieter Harms (RA Nieuwolda, 9 mei 1747, fol. 308; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 juni 1747 is Jacobjen als tante (moei) van de bruidegom aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Edzo Harms en Aaltjen Molema (RA Nieuwolda, 2 juni 1747, fol. 312; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1755 koopt Edzo Harms Koopman de beklemmingen van een groot aantal pastoriegoederen van de kerk van Nieuwolda. De koopsom bedraagt 4.400 gld te betalen in drie termijnen. Jacobjen Edzes staat borg voor de tweede termijn. Mekke Bonnes en Ritzo Jans voor de derde (RA Midwolda, 11 december 1755, fol. 370; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 20 oktober 1758 is Jacobjen als grootmoeder van de bruid aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Derk Abels en Anje Hinderks Camminga. Anje is een dochter van Hinderk Hemmes Camminga en Elisabeth Harms, dochter van Jacobjen (RA Nieuwolda, 20 oktober 1758, fol. 35; bewerking Abels/Wagenaar).

Na het overlijden van Jacobjen in 1775 wordt de nalatenschap geregeld door haar zoon Edzo Harms, de kinderen van haar dochter Lijsebeth Harms (Harm Hindriks Kamminga en schoonzoon Derk Abels) en de kinderen van haar dochter Geertjen Harms (Harm Ritzes en Haijo Ritzes). Allereerst verkopen zij 9 deimt land te Nieuwolda voor 1.601 gld. aan de erven van Lammert Roelfs, die deze gronden als losse meier in gebruik had voor een huur van 75 gld. Vervolgens verkopen zij 1 deimt land "in de Breede Heert" te Nieuwolda aan Edzo Harms junior en zijn vrouw Pietertje Fockes voor de prijs van 120 gld. Dit perceel had Harm Haijes in 1714 gekocht (RA Nieuwolda, 21 november 1776, fol. 147 en fol. 148; bewerking Abels/Wagenaar). Eind 1777 vindt de definitieve verdeling plaats. Het vermogen van Jacobjen bedraagt ruim 13.000 gld. Edzo Harms krijgt een huis met tuin te Nieuwolda op grond van de heer Gockinga, 9 deimt land te Nieuwolda en een heemstede "aan de Holm" te Termunten. De kinderen van Lijsebeth Harms krijgen grond te Nieuwolda. Harm Ritzes en Haijo Ritzes ontvangen alles in geld: 4.419 gld (RA Nieuwolda, 18 december 1777, fol. 180; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

268 : Cornelius Phebens, landbouwer, gedoopt te Beerta op 8 februari 1680, begraven aldaar op 16 februari 1748, 68 jaar oud.


Vermelding in Boerderijenboek Beerta onder nummer 24, Hoofdstraat 209, te Beerta (1699-1727) en in Groninger Kwartierstaten I als nummer 278-28.

Op 15 maart 1700 is Cornelius met zijn vrouw Asse Reinds aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen zijn zuster Haaske Phoebens en Claas Eppes (RA Beerta, 15 maart 1700, fol. 508; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1700 is de verdeling van de nalatenschap van Herman Jans aan de orde. Deze Herman Jans was waarschijnlijk een broer van Haaske Jans, de oma van moederszijde van Cornelis Phebens. Tot de nalatenschap behoort onder andere een "huis en plaats in de Beerta staande en zoals door Cornelius Phoebens wordt gebruikt". Cornelius is zelf niet gerechtigd in de nalatenschap van Herman Jans, dat zijn de ooms Jan Beerens en Jan Cornelius en zijn moeder Trijntje Cornelius. De transacties resulteren er in, dat Jan Beerens de eigendom verwerft van het huis en de plaats waar Cornelius Phebens woont (RA Beerta 31 januari 1700, fol. 497, en 15 april 1700, fol. 518; bewerking Abels/Wagenaar). Het zal hier gaan om de boerderij nummer 24 in het Boerderijenboek Beerta.

Op 23 oktober 1704 treffen de ouders van Cornelius alsnog een regeling over hun huwelijkse voorwaarden. Cornelius is daar als oudste zoon bij aanwezig (RA Beerta, 23 oktober 1704, fol. 185; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 6 november 1704 regelt Cornelius de nalatenschap van zijn eerste vrouw Asse Reints met de voogden over het dan inmiddels nog enigst kind uit het huwelijk met Asse Reints. Deze voogden zijn Menso Tjabbens, Nomdo Cornelius (de halfbroer van Cornelius) en Jacob Carlier. Cornelius krijgt de gehele nalatenschap, maar moet het kind onderhouden en het op zijn 16e 500 car. gulden en een halve gouden dukaton geven (RA Beerta, 6 november 1704, fol. 189; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 11 februari 1706 koopt Tjaberen Cornelius (halfoom van Cornelius Phebens) een eigendomlijke behuizing op de heerd te Beerta, die door Cornelius Phebens wordt gebruikt. Er is ook sprake van een op het perceel staande gortmolen. Deze wordt niet mee verkocht (RA Beerta, 11 februari 1706, fol. 244; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 26 januari 1707 is Cornelius betrokken bij de regeling van de nalatenschap van zijn oma Doe Phebes. Dit samen met zijn oom Eppo Cornelius, zijn zuster Haeske Phoebens en de voogden van zijn minderjarige broers en zusters. De nalatenschap gaat naar Eppo. Eppo koopt de andere erfgenamen af met 180 car. gulden (RA Beerta, 26 januari 1707, fol. 313; bewerking Abels/Wagenaar).

Als voogd regelt Cornelius in 1707 de nalatenschap van zijn overleden oom Jan met diens weduwe Else Hindrix (RA Beerta, 13 februari 1707, fol. 314; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 21 september 1707 regelt Cornelius Phebens de nalatenschap van zijn ouders, zijn grootmoeder en zijn broer. Hij doet dat met zijn zuster Haeske Phebens en haar man Claes Eppens en met de voogden over zijn onmondige broer en zuster. Materieel komt de regeling er op neer, dat Haeske en Claes hun deel krijgen en dat Cornelius een gemene boedel houdt met zijn minderjarige broer en zuster. Haeske en Claes krijgen 25 deimt land in de "gare" (?) te Beersterhamrik, zoals meierwijze wordt gebruikt door Hindrick Timens. Zij moeten 1.437 gld toe betalen. Cornelius en zijn broer en zuster krijgen onder andere: de helft van de behuizing en plaats te Beersterhogen, zoals wordt bewoond en gebruikt door Cornelius zelf, een kamp te Beersterhamrik in gebruik bij oom (en voogd) Eppo Cornelius, de helft van een kamp te Beersterhoogen tussen de weg en de Tjam, waarin de oude warf ligt, en een halve kamp in Eexta, zoals door Jan Berents (neef van Cornelius moeder Trijntje) als meier wordt gebruikt (RA Beerta, 21 september 1707, fol. 337; bewerking Abels/Wagenaar). Het is mij nog niet duidelijk op welke overleden broer in deze acte gedoeld wordt.

De warf te Beerta (zie boedelscheiding 21 september 1707), gelegen in de heerd van Cornelius Phebens, wordt in 1709 door de voogden over Cornelius minderjarige broer en zuster en de voogden over Cornelius minderjarig neefje verhuurd aan Jan Tonnis en Geertjen Geers. Jan en Geertje mogen op het verhuurde en pelmolen met behuizing plaatsen (RA Beerta, 7 februari 1709, fol. 396; bewerking Abels/Wagenaar).

Met zijn vrouw Martjen Jacobs is Cornelius Phebens op 24 januari 1716 te Scheemda aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen zijn broer Pieter Phebens en Anneke Jacobs (Huwelijkscontracten Scheemda; bewerking Harm Selling).

Op 10 september 1716 regelt Cornelius Phebens voor zijn zoon uit het huwelijk met Asse Reints de nalatenschap van de opa van deze zoon, Reint Ebels. De gehele boedel gaat naar de tweede echtgenote van Reint Ebels, Wypcke Claassen. Daarvoor betaalt ze 1725 gld en "zo veel zilveren knopen als tot een hemrok van noden sijn" (RA Beerta, 10 september 1716, fol. 469; bewerking Abels/Wagenaar).

Samen met Martjen Jacobs is Cornelius op 19 augustus 1718 aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen zijn neef Cornelius Jans en Haijke Ockes (RA Beerta, 19 augustus 1718, fol. 572; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 26 november 1720 treedt Cornelius Phebens op als voogd over de onmondige kinderen Klaas Eppes bij zijn zuster Haaske (RA Beerta, 26 november 1720, fol. 641; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 6 maart 1722 lenen Cornelius en zijn vrouw Martjen bedragen van 400 car. gld en 100 daler (RA Beerta, 6 november 1722, fol. 697 en 698; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 17 juli 1726 verkopen Cornelius en Martjen hun pelmolen op Beersterhoogen met de grond waar de molen op staat voor 3.400 car. gld (RA Beerta, 17 juli 1726, fol. 112; bewerking Abels/Wagenaar). Zie over de pelmolen ook hierboven onder 7 februari 1709.

Op 1 oktober 1727 verkopen Cornelius Phebens en Martjen Jacobs de door hen bewoonde heerd te Beerta aan Roelf Cornellis en Asse Heres. Roelf is een zoon uit het eerste huwelijk van Cornelius met Asse Reints. De heerd is 39 deimt groot. De heerd maakt nog onderdeel uit van een onverdeelde boedel. Daarom zijn niet alleen Cornelius Phebens en Martjen Jacobs, maar ook alle voogden over de minderjarige kinderen van Cornelius zusters Haaske en Harmke alsmede Anje Jacobs als weduwe van Cornelius broer Pieter bij de verkoop partij. De koopprijs bedraagt 5005 gld (RA Beerta, 1 oktober 1727, fol. 148; bewerking Abels/Wagenaar). Het betreft hier de heerd vermeld in het Boerderijenboek Beerta onder nummer 24.

Dezelfde partijen als bij de transactie op 1 oktober 1727 zijn op 13 mei 1728 betrokken bij de verkoop van het huisje en tuin, "zoals verkopers hebben geerfd van Eppo Cornelius en door hem en zijn vrouw in leven is bewoond". Het huisje is gelegen in Beerta. De verkoopprijs bedraagt 700 car. gld (RA Beerta, 13 mei 1728, fol. 166; bewerking Abels/Wagenaar). Eppo Cormelius is een oom van vaderszijde van Cornelius Phebens.

Op 24 februari 1733 lenen Cornelius Phebens en Martjen Jacobs 200 car. gld (RA Beerta, 24 februari 1733, fol. 349; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1737 is Cornelius Phebens als sibbevoogd en kerkvoogd aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden door Jan Ekkens en zijn zuster Aeltjen Ekkens (RA Beerta, 6 juli 1737, fol. 473 en 475; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 3 augustus 1737 zijn Cornelius Phebens en Martjen Jacobs als oom en aangetrouwde tante aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Hendrik Jacobs en Hebe Renkes. Hendrik is een zoon van Cornelius zuster Harmke (RA Beerta, 3 augustus 1737, fol. 476; bewerking Abels/Wagenaar).
Op 25 mei 1743 zijn Cornelius Phebens en Martjen Jacobs aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen Cornelius Jans en Bauwe Hendriks. Cornelius Jans was een neef van moederszijde van Cornelius Phebens. Voor Cornelius was dit zijn derde huwelijk. Bauwe Hendriks was weduwe van de smid Wigbolt Jans. Behalve neef was Cornelius Phebens ook sibbevoogd over de voorkinderen van Cornelius Jans bij Etjen Jacobs (RA Beerta, 25 mei 1743, fol. 69; bewerking Abels/Wagenaar).
Cornelius is eerder getrouwd te Nieuw Beerta op 17 maart 1699 met Asse Reints, gedoopt te Beerta op 3 november 1678, dochter van Reint Ebels en Lutgert Luppes.

Cornelius is getrouwd te Nieuwolda op 11 september 1704, getrouwd te Beerta op 26 oktober 1704 voor de kerk (2) met

269 : Martjen Jacobs, geboren te Nieuwolda rond 1684, overleden te Beerta, begraven aldaar op 16 februari 1752, ongeveer 68 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 278-29.

Uit dit huwelijk:

270 : Klaas Jacobs, kerkvoogd en landbouwer, gedoopt te Westerlee op 26 juni 1687, overleden op 26 januari 1730, 42 jaar oud.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 123 (17e en 18e provincieplaats), Hoofdweg 68 te Westerlee (1709/1712-1742).
Wordt in Parenteel Mellema vermeld als zoon uit huwelijk met Lamme Luikens. Dit klopt echter niet met datum huwelijk met Trijntje Aeijlkes.

Klaas en zijn vrouw Haicke zijn op 17 maart 1719 te Winschoten aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Wessel Luppes en Geertjen Jans. Klaas is een halve oom van Geertjen (Huwelijkscontracten Winschoten; bewerkig Harm Selling).

Klaas en zijn vrouw Haicke zijn op 19 augustus 1722 te Winschoten aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Peter Mensen en Frouwke Eltjes Lesterhuis. Klaas is een halve oom van Frouwke (Huwelijkscontracten Winschoten; bewerking Harm Selling).
Klaas is later in ondertrouw gegaan te Westerlee op 1 januari 1730 met Trijntje Gosens, gedoopt te Heveskes op 26 februari 1697, overleden voor 1738, hoogstens 41 jaar oud, dochter van 135. Trijntje is daarnaast getrouwd te Westerlee op 10 maart 1719 (1) met Jan Jans Tichelaar, gedoopt te Meeden op 23 augustus 1696, overleden te Westerlee rond 1730, ongeveer 34 jaar oud. Trijntje is later getrouwd te Westerlee op 30 mei 1733 met Kornelis Gerrits, geboren te Nieuw Scheemda, overleden te Scheemda, zoon van Gerrit Sijmens en Foscke Sibens.

Klaas is getrouwd te Nieuwolda op 7 januari 1712, getrouwd te Westerlee op 7 februari 1712 voor de kerk (1) met

271 : Haicke Fockes, gedoopt te Nieuwolda op 30 april 1693, overleden voor 1730, hoogstens 37 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

272 : Reinder Dreeuws, gedoopt te Uithuizermeeden op 5 april 1674.

Reinder is getrouwd te Uithuizermeeden op 26 maart 1702 voor de kerk met

273 : Grietje Roeleffs.

Uit dit huwelijk:

274 : Frerik Alles, afkomstig uit Uithuizen.
Frerik is eerder getrouwd te Uithuizermeeden op 12 augustus 1724 voor de kerk met Oedje Wiggers, afkomstig uit Uithuizermeeden, overleden voor 1729. Oedje was weduwe van Thomas Jans.

Frerik is getrouwd te Uithuizermeeden op 9 april 1729 voor de kerk (2) met

275 : Hilje Popkes, afkomstig uit Uithuizermeeden.

Uit dit huwelijk:

278 : Pieter Clasen.

Zijn dochter bij een onbekende vrouw:

280 : Meerten Roelfs.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 162-44.

Meerten is getrouwd te Feerwerd op 3 september 1711 voor de kerk met

281 : Trijntje Pieters.

Uit dit huwelijk:

282 : Pieter Harms.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 162-46.

Pieter was gehuwd met

283 : Grietje Klaassen.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 162-47.

Uit dit huwelijk:

290 : Jan Meinders, landbouwer te Oterdum, gedoopt te Termunten op 15 juli 1688.

Jan is getrouwd te Oterdum op 21 mei 1715 voor de kerk met

291 : Tjaakjen Abels, geboren te Oterdum rond 1695.

Uit dit huwelijk:

300 : Anthonius Helmers, afkomstig uit Groningen.


Gegevens over Anthonius Helmers en zijn gezin ontving ik van Doewe Veen te Zutphen. In aanvulling daarop meldde Jaap Tjadens, dat Anthonius bij de proclamatie van zijn huwelijk in Scheemda werd aangeduid als Anthony Helmers Oltmans afkomstig uit Groningen. Een doopdatum in Groningen is niet te vinden. Wel is er in Groningen in de goede periode een Helmer Oltmans.

Vermelding in Kwartierstaat Madijol als nummer 378.

Anthonius is ondertrouwd te Scheemda op 1 mei 1735 voor de kerk met

301 : Trijntje Ockens, afkomstig uit Scheemda.

Vermelding in Kwartierstaat Madijol als nummer 379. Volgens opgave van Jaap Tjadens is Trijntje niet in Scheemda gedoopt.

Uit dit huwelijk:

302 : Harm Harms, afkomstig uit Noordbroek, geboren rond 1720.

Harm is ondertrouwd te Nieuwolda op 29 april 1742 voor de kerk met

303 : Abeltje Berents Zwart, gedoopt te Nieuwolda op 24 mei 1722.

Bij de doop van Ebelke Berents wordt vermeld, dat haar vader overleden was.

Abelke Berents is op 30 maart 1750 met haar man Harm Harms aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen haar halfbroer Simon Berents en Fokjen Wolters. Van de zijde van Simon Berents zijn hierbij voorts aaanwezig: Hindrik Berents en zijn vrouw Hilje Jans, halfbroer, Aeilko Luppes, zwager, Gerrit Berents, halfbroer, Derk Harms, zwager (RA Nieuwolda, 30 maart 1750, fol. 373; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

304 : =256 (Derk Ottes)

305 : =257 (Lamina Alberts)

306 : =258 (Alef Janssen)

307 : =259 (Engel Joesten)

308 : =260 (Freerk Hinders)

309 : =261 (Gepke Hinders)

310 : =262 (Hinderk Hinderks)

311 : =263 (Mettje Koerts)

312 : =264 (Jan Fokkens)

313 : =265 (Heike Ritzes)

314 : =266 (Harm Haijes)

315 : =267 (Jacobjen Edzes)

316 : =268 (Cornelius Phebens)

317 : =269 (Martjen Jacobs)

318 : =270 (Klaas Jacobs)

319 : =271 (Haicke Fockes)


-- X --

512 : (?) Otte Dercks.


Het gericht van Bellingwolde en Blijham c.a. doet op de 1e breuckeldagh gehouden op 15 augustus 1688 de volgende uitspraak "Harmen Caspers contra Otte Dercks wegens een vuistslag geaccordeert; 2 caroliguldens". Mogelijk is deze Otte Dercks de vader van Derk Ottes. Mogelijk is de genoemde Harmen Caspers dezelfde als de werkgever van Lamina Alberts (in 1704 aangehaald als "gewezen dienstmaagd van Harm Caspers").

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

518 : (?) Joost Janssen, wonende te Stapelmoor (D).

Joost was gehuwd met

519 : (?) Grete Evertz, wonende te Stapelmoor (D).

Uit dit huwelijk:

526 : Koert Zwiers, wonende te Bellingwolde.

Koert was gehuwd met

527 : Gepke Klaassen.

Uit dit huwelijk:

528 : Fokke.

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

530 : Ritze Jans, landbouwer en landmeter, wonende te Nieuw Scheemda en te Nieuwolda, overleden aldaar voor 1709.


Vermelding in Boerderijenboek Nieuwolda en Nieuw Scheemda onder nummer 40, Prunuslaan 44 te Nieuwolda (????-1728), in Groninger Kwartierstaten als nummer 83-8 en in Kwartieren Starke-Jager als nummer 680.

In 1679 wordt Ritzo vermeld als landmeter (RA Beerta, 26 maart 1679, fol. 177; bewerking Abels/Wagenaar). In een acte van 1710 wordt gemeld: "volgens meetceduul van Ritzo Jans" (RA Midwolda, 5 mei 1710, fol. 721; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 13 juni 1684 is Ritze Jans met zijn vrouw Frouke Hommes aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen Focko Hommes en Wije Rotgers. Focko is een broer van Frouke (RA Nieuwolda, 14 juni 1684, fol. 418; bewerking Abels/Wagenaar).

Het echtpaar Simon Gerrits en Geeske Jans in Scheemderhamrik verklaart op 29 april 1687 100 car. guldens a 5% schuldig te zijn aan het echtpaar Ritso Jans en Frouke Hommes te Nieuw Scheemda (RA Nieuwolda, 29 april 1687, fol. 461; bewerking Abels/Wagenaar).

Ritso Jans en Frouke verklaren op 8 mei 1688 dat zij 300 car. guldens a 5% schuldig zij aan de onmondige kinderen van het overleden echtpaar Jurjen Cornelis en Grietjen Jans. Ze doen dat tegenover de voogden over de kinderen Simon Jans, Menno Cornelis en Focco Hommes. Als borgen treden op Hendrick Jans te Nieuw Scheemda en Focco Hommes te Midwolderhamrik (RA Nieuwolda, 6 mei 1688, fol. 482; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 11 juli 1689 is Ritso als vedder aanwezig bij het huwelijkscontract tussen Cornellis Jans en Foske Sijbens (RA Midwolda, 11 juli 1689, fol. 263; bewerking Abels/Wagenaar. Aangehaald onder III.3.1 in "De afstammelingen van een onbekende Focko en Anna Eltiens" in Gruoninga 2001, pag 67). Samen met zijn vrouw Frouke is Ritso ook aanwezig bij het huwelijkscontract tussen zijn nicht Foske Sijbens en Gerrit Simens op 28 november 1704 te Nieuw Scheemda (aangehaald in hetzelfde artikel in Gruoninga 2001).

Op 22 oktober 1699 wordt te Nieuw Scheemda een kind gedoopt van Jan en Grietje. Het beroep van Jan is gortemaecker. Bij de doop wordt vermeld "wonende bij Ritzo Jans".

Op 28 november 1704 is Ritzo Jans samen met zijn vrouw Frouke Hommes aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract te Nieuw Scheemda van zijn nicht van moederszijde Foske Zibens (Sijbens) en Gerrijt Simons (RA Nieuw Scheemda, 28 november 1704; bewerking Jacob Boerema).

Op 15 januari 1705 verkoopt Ritzo Jans samen met zijn oom Jan Bennes, zijn neef Benno Bontkes en zijn nicht Foske Sijbens een deel van de boedel van wijlen zijn oom Bontko Bennes. Koper is de mennonieten gemeente van Scheemderhamrik en Noordbroek. Het ging bij de verkoop om een behuizing met provincieland te Woldendorp en een aantal percelen grond in de nabijheid van de behuizing gelegen. Totale prijs 2700 car gld. Het provincieland werd geschat op 1200 car. gld (RA Midwolda, 15 januari 1705, fol. 561; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1705 wordt Ritzo Jans genoemd als landgebruiker te Midwolderhamrik (RA Nieuwolda, 20 januari 1705, fol. 368; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 3 mei 1707 zijn Ritzo Jans en Frouke Hommes te Scheemda aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen hun dochter Grietje Ritzes en Eltie Roelfs (Huwelijkscontracten Scheemda; bewerking Harm Selling).

Mogelijk is Ritzo Jans op 27 januari 1708 aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Mr. Hinderk Klasen en Gretie Jans. Ritzo wordt (met ?) vermeld als aanwezig voor de bruidegom. Warner Tholen (ook met ?) als aanwezig voor de bruid (RA Midwolda, 27 januari 1708, fol. 641; bewerking Abels/Wagenaar).

In een acte van 17 mei 1709 wordt Frouke Hommes vermeld als de weduwe van Ritzo Jans (RA Midwolda, 17 mei 1709, fol. 695; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 27 september 1728 verkopen de kinderen de door Ritzo Jans en Frouke Hommes nagelaten behuizing met het recht van beklemming van de heerd aan hun broer Jan Ritzes (RA Nieuwolda, 27 september 1728, fol. 146; bewerking Abels/Wagenaar).

Ritze is getrouwd te Nieuw Scheemda op 10 november 1681 met

531 : Frouke Hommes, geboren te Nieuw Scheemda, wonende te Nieuwolda, overleden aldaar voor september 1728.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 47, Homerilaan 9 te Midwolda (1690-1728). Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 681.

Op 8 mei 1722 koopt Frouke een behuizing met schuur, schutten en wringen, met de overdracht van de beklemming der landerijen en van een zandakker, zoals in Winschoter Oostereinde en Bovenburen wordt gevonden van haar dochter Aaltjen Ritzes, die dan weduwe is van Sebo Autjes. De prijs bedraagt 2000 gld. Op het gekochte heeft betrekking een aankoopbrief van 23 september 1720 te Winschoten. Het gekochte is toen gekocht van het echtpaar Harko Vinkers en Audina de Jonge.

Uit dit huwelijk:

532 : Hayo Peters, landbouwer en huisman, geboren rond 1640, wonende te Midwolda, overleden voor 1693, hoogstens 53 jaar oud.


Vermelding in Boerderijenboek Wold Oldambt onder nummer 51, Hoofdweg te Midwolda (1678-1693). Overigens met foutieve datum huwelijkscontract met Lijsebeth Harmens. De boerderij is inmiddels afgebroken ten behoeve van woningbouw.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 219-30 en in Kwartieren Starke-Jager als nummer 624.

Op 19 september 1666 is Hayo betrokken bij de afwikkeling van de nalatenschap van wijlen het echtpaar Berent Berents en Lijsebeth Eppens. Lijsebeth is een tante van Hayo. Met Cornelius Claessens Vechter en zijn vrouw Haeske Jans wordt een verkoop van de nalatenschap overeen gekomen. Cornelius en Haeske zijn erfgenamen van de kant van Berent Berents, die een oom van Haeske was. In de kwartierstaat van Eppo Martinus van Koldam komen Cornelius en Haeske voor als nummers 1074/1266 en 1075/1267. Van de kant van Lijsebeth Eppens zijn nogal wat personen bij de afwikkeling van de transactie betrokken. Lijsebeth had twee zusters en twee broers. Geen van hen is in 1666 nog in leven. Het zijn dus de oom- en tantezeggers, die van de kinderloos overleden Lijsebeth erven. Van de kant van wijlen haar zuster Teetie zijn dat vier kinderen, die vertegenwoordigd worden door hun vader Jan Elties. Twee kinderen worden met name genoemd: Liefke en Sijwerke. Van de kant van wijlen broer Peter delen 6 kinderen in de nalatenschap: Aijlcke en Tiaecke (Tjaetien) met haar man Eme Egberts treden zelf op; Tiapko, Hayo, Geertien en Eije worden vertegenwoordigd door hun vreemde voogd Eltio Jans. Voor wijlen zuster Eije delen mee Eppe Pieters (Eppo Pieters Ruisscher) en zijn halfbroertje Free Tiackes. Ten slotte is er Peter Aysses voor de staak van wijlen broer Aysso. Zij verkopen hun gezamenlijk aandeel in de nalatenschap voor 4.950 car. gld, voor de helft in contanten en voor de andere helft in brieven. Voorts houden ze 12 deimt land in Scheemderhamrik (RA Beerta, 19 september 1666, fol. 272; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 30 januari 1667 sluit Hayo te Zuidbroek huwelijkse voorwaarden met Lijsebet Harmens. Van zijn kant zijn aanwezig: Focko Aeites als oom en sibbevoogd, Eltio Jans als vreemde voogd, Aeilko en Tiapko Pieters als broers, Geertien Pieters als zuster en Emo Egberts als zwager (vermelding door Jacob Boerema).

Op 12 augustus 1678 verkoopt het echtpaar Willem Ebels en Heercke te Zuidbroek aan Haijo Peters en Lijsebeth te Midwolda een huis en schuur, de til over het diep, hekken, wringen, schutten, zoals Haijo en Lijsebeth deze bewonen en gebruiken. Prijs 1000 daler met een gouden dukaton. Willem Ebels en zijn broer Derck Ebels verhuren aan Haijo en Lijsbeth ook het land dat huurders reeds gebruiken (RA Midwolda, dd 12 augustus 1778, fol. 7; bewerking Abels/Wagenaar). Het betreft hier boerderij nr 51 in het Boerderijenboek Wold Oldambt, gelegen aan de Hoofdweg te Midwolda. Deze boerderij was voorheen eigendom van Eppo Ebels, broer van Willem en Derck Ebels. Na het overlijden van Eppo (voor februari 1678) hadden Haijo en Lijsebeth het bedrijf blijkbaar overgenomen. Eppo, Willem en Derck waren neven van moederszijde van Lijsebeth Harmens.

Bij het huwelijkscontract met Imke Aeissens dd 11 mei 1683 te Finsterwolde wordt Tomas Harrems van de kant van Hayo vermeld als halfbroer (moet zijn halfbroer van zijn vrouw; vermelding door Jacob Boerema).

Op 11 februari 1684 regelt Hayo samen met zijn tweede vrouw Imke de nalatenschap van zijn eerste vrouw Lijsebeth Harmens. Als voogden over de kinderen uit zijn eerste huwelijk treden op: Thomas Harmens, Aeijlke Peters en Hendrick Mertens. De voogden dragen over aan Hayo en Imke een huis en schuur, zoals het echtpaar bewoont, met huisraad en levende have van paarden, koeien, etc, het huismans en het melkgereedschap. De prijs bedraagt 1700 carolus guldens (RA Midwolda, 11 februari 1684, fol. 149; bewerking Abels/Wagenaar).

Als nabuur is Hayo op 11 september 1684 aanwezig bij het huwelijkscontract van Everdt Reijndts en Geertjen Edses. Geertjen Edses was weduwe van Hilwerdt Alberdts en woonde op een huis "staande op de heerd welke door Hayo Peters wordt gebruikt" (RA Midwolda 18 oktober 1683, fol. 135, en 11 september 1684, fol. 171; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 9 april 1686 wordt een bijzonder huwelijkscontract gesloten. Dochter Geertjen van Hayo sluit huwelijkse voorwaarden met zijn stiefzoon Aeijsso Sickens. Van de kant van Geertjen zijn daar behalve Hayo bij aanwezig: Thomas Harmens, oom en voormond, Aeijlcko Peters en Luickens Sijses, ooms. Voor Aeijsso Sickens is onder andere zijn moeder Imke Aeijssens aanwezig (RA Midwolda, 9 april 1686, fol. 211; bewerking Abels/Wagenaar).

Eveneens op 9 april 1686 sluit een dochter van Imke Aeijssens, Menste Sickens, huwelijkse voorwaarden met Haijko Fockes. Van beide partijen wordt vermeld, dat ze afkomstig zijn van Beerta. Hayo Peters en Imke Aeijssens zijn als stiefvader en moeder van de bruid bij het sluiten van het huwelijkscontract aanwezig (RA Midwolda, 6 april 1686, fol. 213; bewerking Abels/Wagenaar).

Bij een verkoopcontract dd 13 mei 1691 wordt als aangrenzende eigenaar vermeld: "Hayo Peters weduwe" (RA Midwolda, 13 mei 1691, fol. 320; bewerking Abels/Wagenaar).
Hayo is later getrouwd te Finsterwolde op 11 mei 1683, getrouwd te Midwolda voor de kerk met Imke Aissens, gedoopt te Noordbroek op 18 maart 1632, overleden te Finsterwolde na 1693, minstens 61 jaar oud, dochter van Aisso Styes en Moeder Hommes. Imke is eerder getrouwd te Noordbroek op 2 november 1654 met Sicko Edzkens, landbouwer en kerkvoogd, wonende te Finsterwolde, overleden rond 1670, zoon van Edzko Galtiens en Aelke Sickens. Imke is eerder getrouwd te Finsterwolde op 8 maart 1672 met Jan Peters. Imke is later getrouwd te Finsterwolde op 2 januari 1693 met Sappe Derks, smid, wonende te Finsterwolde.

Hayo is getrouwd te Zuidbroek op 30 januari 1667 (1) met

533 : Lijsebet Harmens, geboren te Zuidbroek, overleden voor 11 mei 1683.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 219-31 en in Kwartierstaat Boerema als nummer 575. De vermoedelijke afstamming van Lijsebet is gebaseerd op de Kwartierstaat Boerema. Sebo Abels noemt Lijsebet in "Doopsgezinde families in het Oldambt" niet als dochter van Harmen Egges en Geertje Dercks. Ook in de Groninger Kwartierstaten II worden de ouders van Lijsebet niet vermeld.

Op 30 januari 1667 sluit Lijsebet te Zuidbroek een huwelijkscontract met Hayo Peters. Van haar kant zijn daarbij aanwezig: Jan Dercks als oom en principale voormond, Eggo Harmens en Thomas Harmens als broeders en Derck Eebels als neef (vermelding door Jacob Boerema).

Uit dit huwelijk:

534 : Edze Haijes, chirurgijn, geboren rond 1645, gedoopt te Nieuwolda, wonende aldaar.


Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 626.

Van Edze wordt vermeld dat hij "collegiant" was. Dit betekent dat hij behoorde tot de geloofsgroep van de collegianten oftewel remonstranten. Een groepering die in november 1618 tijdens de Dordtse Synode uit de gereformeerde kerk was gezet vanwege afwijkende denkbeelden over met name de predestinatie. Desondanks groeiden de remonstranten vervolgens in de tweede helft van de 17e eeuw uit tot een belangrijke geloofsbeweging. De remonstranten beleefden hun geloof vooral in huisbijeenkomsten (colleges), waarin de uitleg van bijbelteksten centraal stond. Zeer goede bijbelkennis was daardoor een kenmerk van de collegianten. Daarnaast kenmerkten ze zich door tolerantie over individuele geloofsovertuigingen en door verdraagzaamheid. In de 18e eeuw kregen deze denkbeelden ook in de reguliere kerk steeds meer ingang. De beweging van de collegianten verloor daardoor geleidelijk aan kracht. Ook van Harm Haijes de schoonzoon van Edze en echtgenoot van zijn dochter Jacobjen wordt vermeld, dat hij collegiant was. Tussen de collegianten (remonstranten) en de doopsgezinden (mennonieten) bestond een sterke onderlinge wisselwerking. Dit zien we ook bij Edze. Zijn vader behoorde tot de doopsgezinden.

Ondanks hun betrokkenheid bij de collegianten worden Edze Haijes en Geeske Harms vermeld als lidmaten van de kerk te Nieuwolda (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).

Edze is getrouwd te Nieuwolda op 29 mei 1670 voor de kerk met

535 : Geeske Harms, afkomstig uit Termunten, geboren rond 1645.

Vermelding in kwartieren Starke Jager als nummer 627.

Vermelding als lidmaat van de kerk te Nieuwolda (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).

Uit dit huwelijk:

536 : Phebo Cornelius, landbouwer, geboren rond 1650, overleden voor 1707, hoogstens 57 jaar oud.


Vermelding in Boerderijenboek Beerta onder nummer 24, Hoofdstraat 209, te Beerta (1679-1699) en in Groninger Kwartierstaten I als nummer 278-56. Ook vermelding in lijst ingezetenen Oude Beerta 1693 (Gruoninga 1987, pag. 208). Phoebo en Trijntje zijn in 1699 verhuisd van Beerta naar Beersterhogen. Hun zoon Cornelius neemt dan de plaats over in Beerta.

Op 12 augustus 1692 zijn Phoebo Cornelius en Trijntje Cornelius aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Hendricken Claess en Harmke Cornelius. Harmke is een zuster van Trijntje (RA Beerta,12 augustus 1692, fol. 124; bewerking Abels/Wagenaar). Twee jaar later zijn Harmke en ook haar uit de relatie met Hendrick Claessen geboren kind reeds overleden en zijn Phoebo en Trijntje betrokken bij de regeling van de nalatenschap van dit kind (RA Beerta, 4 april 1694, fol. 199; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 19 juli 1695 zijn Phebo en Trijntje aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Trijntjes broer Jan en Else Hindrix (RA Beerta, 19 juli 1695, fol. 278; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 13 september 1695 wonen Phebo en Trijntje het sluiten van de huwelijkse voorwaarden bij van Trijntjes zuster Aeltjen met Boelo Reendts. Aeltjen is dan weduwe van Jan Egberts (RA Beerta, 13 september 1695, fol. 280; bewerking Abels/Wagenaar). Ruim twee jaar later is Aeltjen reeds overleden en zijn Phebo en Trijntje betrokken bij het regelen van de nalatenschap van haar dan ook reeds overleden kind verwekt door Boelo Reendts (RA Beerta, 3 januari 1698, fol. 399; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 23 oktober 1699 kopen Phebo en Trijntje "op Beersterhogen" 2 deimt grond op Beersterhogen van Geert Haijkens voor 400 car. gulden (RA Beerta, 23 oktober 1699, fol. 472; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 15 maart 1700 zijn Phebo en Trijntje aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract tussen hun dochter Haaske en Claas Eppes. Van de kant van Haaske zijn hierbij voorts nog aanwezig: Cornelius Vegter, grootvader, Cornelius Phoebens en Asse Reinds, broer en schoonzuster, Roelf Cornelius en Trijne Derks, oom en tante, Eppo Cornelius en Frerikjen Jans, oom en tante en Jan Cornelius en Elske Hindricks, oom en tante (RA Beerta, 15 maart 1700, fol. 508; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1700 wordt de nalatenschap geregeld van Herman Jans, een oom van Phebo's vrouw Trijntje. Allereerst treffen Jan Beerens en Trijntjes broer Jan Cornelius een regeling (RA Beerta, 31 januari 1700, fol. 497; bewerking Abels/Wagenaar). Vervolgens treffen Phebo en Trijntje een regeling met Jan Beerens (RA Beerta, 15 april 1700, fol. 518; bewerking Abels/Wagenaar). Uitkomst van de afspraken is, dat Phebo en Trijntje hun aandeel krijgen in de door hun bewoonde plaats te Beersterhogen. De helft van deze plaats komt in handen van Jan Cornelius. De plaats die door Cornelius Phoebens wordt bewoond te Beerta komt aan Jan Beerens.

Trijne Derks, weduwe van Phebo's broer Roelf, verkoopt op 15 juli 1701 de helft van de behuizing, "zoals ze met haar man heeft bezeten en bewoond, met de til over het diep, hekken en wringen" voor 750 gulden aan Phebo en zijn broer Eppo (RA Beerta, 15 juli 1701, fol. 52; bewerking Abels/Wagenaar). Een jaar later wordt de nalatenschap van Roelf geregeld. Phebo en Roelf treffen dan een regeling met Trijne Derks. "De broers zullen in eigendom hebben het land, zoals in de huisherd is gelegen welke Trijne en Roelf bewoond hebben, zowel het land dat Roelf van zijn moeder heeft verkregen als het land dat ze gezamenlijk hebben gekoc ht.Bovendien behouden ze hun recht aan het huis, zoals door hun moeder Doe Phoebens wordt bewoond en de helft van het huis, zoals Hindrik Coningh bewoont". Aan Trijne Derks worden enige percelen grond toegewezen, waaronder een perceel te Onstwedde bij Wildt Wacker (RA Beerta, 25 april 1702, fol. 88; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 23 oktober 1704 treffen Phoebo en Trijntje alsnog een regeling (dispositie) over hun huwelijksregiem. Dit bij gebrek aan huwelijkse voorwaarden (RA Beerta, 23 oktober 1704, fol. 185; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 4 juni 1706 verklaren Nomde Cornelius en Harmtje Derks 200 car. gulden schuldig te zijn aan Phoebo Cornelius en zijn schoonzuster (echtgenote van zijn overleden zwager Jan), aan ieder 100 car. gld (RA Beertra, 4 juni 1706, fol. 290; bewerking Abels/Wagenaar). Nomde Cornelius is een halfbroer van Phoebo's vrouw Trijntje.

Op 21 september 1707 wordt de nalatenschap van Phebo en Trijntje geregeld. Ook de verdeling van de erfenis van Doe Phebes speelt daarbij nog een rol. Als voogden van de minderjarige kinderen worden genoemd Eppo Cornelius, Tjaeberen Cornelius en Hendrik Tonkes. Eppo is een broer van Phebo. Tjaeberen is de halfbroer van Trijntje (RA Beerta, 21 september 1707, fol. 337; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1710 lenen de voogden van de minderjarige kinderen van Phebo en Trijntje geld uit. In totaal wordt 1.100 car. gulden uitgeleend (RA Beerta, 28 februari 1710, fol. 14 en 22 april 1710, fol 22; bewerking Abels/Wagenaar).

Phebo is getrouwd te Beerta op 9 maart 1679 met

537 : Trijntje Cornelius, gedoopt te Nieuwolda op 29 januari 1660, overleden voor 1707, hoogstens 47 jaar oud.

Vermelding In Groninger Kwartierstaten I als nummer 278-57.

Uit dit huwelijk:

538 : Jacob Bronts, overleden voor 1707.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 278-58.

Jacob is getrouwd voor 21 maart 1683 met

539 : Bouwe Rotgers, overleden voor 1717.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 278-59.

Op 4 april 1707 verkopen Jacob Jannes en Ante Jans (Post) te Wagenborgen een stuk groenland in de Zuidbulten te Nieuwolda aan de weduwe Bouwe Rotgers van Jacob Bronts (RA Wagenborgen, fol. 503, 4 april 1707; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

540 : Jacob Clasen, landbouwer.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 121, Veenweg 1 te Westerlee (1669-1687) en onder nummer 123, Hoofdweg 68 te Westerlee (1686-1703). Na zijn huwelijk met Trijntje Ayelkes trekt Jacob bij haar in op nummer 123.
Jacob is eerder getrouwd te Blijham op 2 april 1669 met Nantje Lupkes, afkomstig uit Blijham, dochter van Lupko Feickens en Tiake Eenjes. Jacob is eerder getrouwd te Finsterwolde op 6 september 1678 met Ayske Egberts, afkomstig uit Finsterwolde, dochter van Egbert Jans en Elizabeth Jacobs. Jacob is eerder getrouwd te Oude Pekela op 16 februari 1683, getrouwd te Westerlee op 16 maart 1683 voor de kerk met Lamme Luijckens, afkomstig uit Zuiderveen, gedoopt te Winschoten op 7 februari 1662.

Jacob is getrouwd te Westerlee op 20 mei 1686, getrouwd aldaar op 13 juni 1686 voor de kerk (4) met

541 : Trijntje Aeylkes, overleden na 17 maart 1719.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 236-45.

Trijntje is op 17 maart 1719 met haar man Jacob Klaassen te Winschoten aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Wessel Luppes en Geertjen Jans. Trijntje was een volle bestemoeder van de bruid (Huwelijkscontracten Winschoten; bewerking Harm Selling).
Trijntje is eerder getrouwd te Eexta op 19 november 1666 met Eent Elties, landbouwer en kerkvoogd, overleden voor 1686, zoon van Eltio Endts en Ewe Hendriks. Eent was weduwnaar van Ebele Dercks.

Uit dit huwelijk:

542 : Focko Hommes, kerkvoogd en landbouwer.

Vermelding als kerkvoogd op de gevelsteen geplaatst in de kerk van Nieuwolda ter gelegenheid van de ingebruikneming op 24 september 1718 (Boerderijenboek Nieuwolda pag. 42).

Vermeld bij het huwelijkscontract tussen Wipke Jullens en Martje Jacobs op 8 april 1698 te Wagenborgen en bij het huwelijkscontract tussen Luitje Redmers en Vrouwke Jacobs op 10 oktober 1688 te Wagenborgen (aangehaald in "Het geslacht Bavinck"; Gruoninga 1982 pag 35 onder IVe en IVf.).

Vermelding in het overzicht lidmaten van de kerk te Nieuwolda d.d. 27 augustus 1713 (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).

Focko is getrouwd te Nieuwolda op 13 juni 1684 met

543 : Wija Rotgers.

Vermelding in Kwartierstaat Ausema als nummer 827. Vermelding in het overzicht lidmaten van de kerk te Nieuwolda d.d. 27 augustus 1713 (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).
Wija is daarnaast getrouwd te Nieuwolda op 25 juni 1675, getrouwd aldaar op 8 augustus 1675 voor de kerk (1) met Jan Jacobs, geboren te Finsterwolde rond 1645, overleden voor 1685, hoogstens 40 jaar oud, zoon van Jacob Hindriks en Reenke Alberts.

Uit dit huwelijk:

544 : Drewer Luis, geboren rond 1645.

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:

550 : Popke Jans.

Popke is getrouwd te Uithuizermeeden op 19 juni 1692 voor de kerk met

551 : Geertruit Jans.

Uit dit huwelijk:

560 : Roelf Meertens.


Vermelding als nummer 512 in Kwarterstaat Jan Luursema. Te Feerwerd stond de Luursemaborg. Het is waarschijnlijk, dat de naam Luursema op een of andere wijze met deze borg en/of zijn bewoners te maken heeft.
Roelf is later getrouwd te Feerwerd op 28 april 1696 voor de kerk met Henrichje Jacobs.

Roelf is getrouwd te Feerwerd op 20 februari 1687 voor de kerk (1) met

561 : Lijsabeth Jans, geboren te Saaxum, overleden voor 1696.

Uit dit huwelijk:

580 : Meindert Jans, afkomstig uit Termunten, geboren rond 1650, wonende te Klein Termunten, overleden aldaar op 10 januari 1715, ongeveer 65 jaar oud.
Meindert was weduwnaar van N.N.. Meindert is eerder getrouwd te Woldendorp op 12 februari 1671 voor de kerk met Niese Jans, afkomstig uit Woldendorp, geboren rond 1650, overleden te Termunterzijl op 10 april 1673, ongeveer 23 jaar oud. Meindert is eerder getrouwd te Termunten op 1 november 1673 voor de kerk met Trijne Reintjes, afkomstig uit Bellingwolde, geboren rond 1650, overleden voor 1682, hoogstens 32 jaar oud.

Meindert is ondertrouwd te Weiwerd op 5 februari 1682 en getrouwd te Termunten op 5 maart 1682 voor de kerk (4) met

581 : Epke Pieters, afkomstig uit Weiwerd, overleden te Termunten op 12 februari 1690.


Het is niet meer dan een veronderstelling dat Epke Pieters de dochter is uit een eerder huwelijk van Peter Jans.

Uit dit huwelijk:

582 : Abel Redmers, landbouwer te Oterdummer Warven en kerkvoogd, geboren rond 1665, wonende te Oterdummer Warven, overleden na 21 februari 1716, minstens 51 jaar oud.


Vermelding in Ommelander Geslachten in tekst onder nummer VII.154.1.

Abel is getrouwd rond 1685 voor de kerk met

583 : Frouwke Everts, geboren te Wagenborgen rond 1663, overleden te Oterdum rond 1740, ongeveer 77 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

600 : (?) Helmer Oltmans.

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

606 : Berent Hindrix Zwart, geboren rond 1688, overleden voor 20 mei 1722, hoogstens 34 jaar oud.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 156/36.

Op 20 april 1705 treft Berent Hendriks een regeling met de voogden over de twee kinderen uit het huwelijk met zijn eerste vrouw Sijben Bavick. Deze voogden zijn Roelef Eppes, Hendrik Bavink en Ipe Oomkes. Berent behoudt aan zich 20 paarden en beesten, huismansgereedschap en huisraad. De voogden ontvangen ten behoeve van het zoontje (Hendrik ?) 70 car. gld met een jonge koe, en voor het meisje (Trijntje ?) 55 gld en een jonge koe. Het meisje krijgt tevens moeders kleren (RA Nieuwolda, 20 april 1705; bewerking Abels/Wagenaar).
Berent was weduwnaar van Sijben Bavinck, dochter van Baving. Berent was weduwnaar van Geurtjen Simons, dochter van waarschijnlijk Simon.

Berent was gehuwd (3) met

607 : Geeske Harms, geboren rond 1689, overleden voor 1733, hoogstens 44 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 156/37.

Op 17 november 1720 is Geeske Harms met haar man Berent Hindrix Zwart aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Jan Jakobs en Elligjen Jans. Jan Jakobs is een neef van Geeske.

Op 11 november 1722 treft Geeske een regeling over de nalatenschap van haar gewezen echtgenoot Berent Hindrix Zwart. Als ik het goed begrijp heeft deze regeling vooral betrekking op de verdeling met de kinderen uit het eerste huwelijk van Berent. Geeske ontvangt 114 car. gld. "met nogh 24 gld. voor kosten van haar laatste kraam in dit jaar gehowden. Zullende de rowkosten ten voordeele des. weduwes vier kinderen uit den gemeenen boedel betaalt worden; maar die van de weduwe en de overige kinderen uit hare eigene goederen hooft voor hooft" (RA Nieuwolda, 11 november 1722, fol. 501; bewerking Abels/Wagenaar). In 1723 treft Geeske nog een regeling met de vier kinderen uit haar huwelijk met Berent (zie hieronder).

Op 10 maart 1723 sluit Geeske huwelijkse voorwaarden met Jurrien Jurriens, afkomstig van Harderberg. Namens Geeske zijn daarbij aanwezig: Derk Berents, zwager, Bront Jakobs met zijn vrouw Trijntje Eppes, neef, Jan Jakobs, neef, Lupke Jacobs met haar man Frerik Tjapkes, nicht, Jan Geerts echtgenoot van nicht Peterke Garbrants, Haiko Garbrants, neef, en Hendrik Berents, stiefzoon (RA Nieuwolda, 10 maart 1723, fol. 513; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 23 april 1723 regelt Geeske Harms de nalatenschap van haar eerste man Berent Hindrix Zwart met de voogden over de 4 kinderen van haar en Berent Hindrix. Deze voogden zijn Hindrik Berents (zoon van Berent Hindrix uit eerste huwelijk), Derk Berents (zwager van Geeske) en Jan Hindrix Klimp. Geeske behoudt aan zich de beesten, schapen, huismansgereedschap, de roerende goederen en volgens inventaris een bedrag van 696 car. gld. De voogden verkrijgen voor ieder kind 2 dukatons (RA NIeuwolda, 23 april 1723, fol. 517; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 12 februari 1733 verkopen de voogden over de nagelaten kinderen van Berent Hindriks en Geeske Harms de behuizing en schuur te Nieuwolda op diaconiegrond van Nieuwolda, zoals meierwijze wordt bewoond door Jurjen Jurjens, de tweede echtgenoot van Geeske Harms (RA Nieuwolda, 12 februaru 1733, fol. 267; bewerking Abels/Wagenaar). Blijkbaar is Geeske dan overleden.
Geeske is later getrouwd te Nieuwolda op 10 maart 1723 met Jurrien Jurriens, afkomstig uit Harderberg.

Uit dit huwelijk:

608 : (?) =512 (Otte Dercks)

614 : (?) =518 (Joost Janssen)

615 : (?) =519 (Grete Evertz)

622 : =526 (Koert Zwiers)

623 : =527 (Gepke Klaassen)

624 : =528 (Fokke)

626 : =530 (Ritze Jans)

627 : =531 (Frouke Hommes)

628 : =532 (Hayo Peters)

629 : =533 (Lijsebet Harmens)

630 : =534 (Edze Haijes)

631 : =535 (Geeske Harms)

632 : =536 (Phebo Cornelius)

633 : =537 (Trijntje Cornelius)

634 : =538 (Jacob Bronts)

635 : =539 (Bouwe Rotgers)

636 : =540 (Jacob Clasen)

637 :=541 (Trijntje Aeylkes)

638 : =542 (Focko Hommes)

639 : =543 (Wija Rotgers)


-- XI --

1060 : Jan Ritzes, landbouwer, afkomstig uit Termunterzijl, overleden te Midwolda voor 1669.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 47 (oostelijke heerd), Homerilaan 9 te Midwolda (1654-1690), in Groninger Kwartierstaten I als nummer 83-16 en in Kwartieren Starke-Jager als nummer 1360. Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 1454.

Waarschijnlijk verpachtten Jan Ritzes en zijn vrouw Grietje de boerderij te Midwolda en woonden zij zelf te Nieuwolda. In 1699 wordt Jan Bennes (broer van Grietje) nog als gebruiker vermeld van de boerderij te Midwolda. Zij worden opgevolgd door hun schoondochter Frouke Hommes. In 1651 koopt Jan Ritzes grond van de pastor en kerkvoogden te Midwolda.

Bij zijn huwelijk brengt Jan Ritzes 3500 car. gld in en krijgt Grietje van haar vader 1000 car. gld mee (RA Midwolda, 22 november 1654, fol. 143; bewerking Abels/Wagenaar).

In een acte van 23 augustus 1669 opgemaakt te Nieuwolda verklaart Anna Jansen, geassisteerd door haar zoon Bontko Bennes 300 car. guldens schuldig te zijn aan Focko Dercks, Bontko Bennes en Jacob(?) Lamberts, voogden over wijlen Jan Ritses en Grietje (gew. ehel.) hun onmondige kinderen (RA Nieuwolda, 23 augustus 1669, fol. 94; bewerking Abels/Wagenaar).

Jan is getrouwd te Midwolda op 22 november 1654 met

1061 : Grietje Bennes, overleden voor 1669.

Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 1361.
Uit dit huwelijk:

1062 : Hommo, overleden voor 1675.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten als nummer 83-18 (geen voorouders vermeld).

Hommo is getrouwd rond 1650 met

1063 : Haijke Jacobs, geboren te Nieuw Scheemda rond 1630, overleden aldaar voor 1685, hoogstens 55 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten als nummer 83-19 (geen voorouders vermeld). Vermelding in Kwartieren Starke-Jager onder nummer 681. Peter Julles wordt hier genoemd als stiefvader van Frouke Hommes.

In "Doopsgezinde families in het Oldambt" wordt Haijke op pag. 1026 vermeld als echtgenote van Peter Julles. Volgens deze bron zou Haijke voor haar huwelijk met Peter getrouwd zijn geweest met Geert N. Een huwelijk met Hommo wordt niet vermeld. Dit dus anders dan in de Kwartieren Starke-Jager. Ook bij het huwelijk van Focko Hommes met Wija Rotgers wordt Peter Julles vermeld als stiefvader (RA Nieuwolda, 13 juni 1684, fol. 418; bewerking Abels/Wagenaar). Haijcke en Peter Julles worden vermeld worden vermeld als lidmaten van de kerk te Nieuwolda in het overzicht vanaf 1648 (Kerkenboek Nieuwolda; bewerking Buiten/Glas).
Haijke was later gehuwd met Peter Julles, landbouwer, wonende te Nieuw Scheemda, overleden voor 1705. Peter is later getrouwd te Nieuw Scheemda op 6 november 1685 met Hartwijch Derks, dochter van Derk en Lucke Hartwijchs. Hartwijch is eerder getrouwd te Nieuwolda op 5 juni 1653 met Jan Jans. Peter is later getrouwd te Nieuw Scheemda op 26 november 1696 met Anje Alderts.

Uit dit huwelijk:

1064 : Peter Eppens, geboren te Midwolda, wonende te Zuidbroek, overleden aldaar voor 1657.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 219-60. In Kwartieren Starke-Jager als nummer 1248 en in Kwartierstaat Boerema als nummer 1148.

Op 25 mei 1629 sluit Peter Eppens een huwelijkscontract met Syrdt Aeijtes. Voor Peter zijn hierbij aanwezig: Eppe Haeijes en Gertien, ouders, Aeiszo Haies, oom, hopman Waldrick Herens, Tiddo Jurjens en Jan Eltiens, zwager (RA Zuidbroek, 25 mei 1629 (190); bron Doewe Veen). Het is mij niet duidelijk wat de relatie tot Waldrick Herens en Tiddo Jurjens was.

Op 28 februari 1634 is Peter Eppens aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen zijn broer Aisso Eppens en Aleit Harmens (RA Beerta, 28 februrai 1634, fol. 701; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 18 mei 1639 lenen Peter en zijn vrouw ("Pieter Eppens en Ziert") 400 daler a 5% aan Egbert Willems en Martjen (RA Beerta, 18 mei 1630, fol. 16; bewerking Abels/Wagenaar).

Na Peters dood treden Haijo Fockens Ruijscher, Focko Aites en Sijso Hindricks op als voogden over zijn minderjarige kinderen (RA Midwolda, 21 november 1659, fol. 254; bewerking Abels/Wagenaar). Haijo Fockens is waarschijnlijk een neef, zoon van oom Focko Hayens. Focko Aites is waarschijnlijk een broer van zijn vrouw Syertie Aeytens.
Peter is getrouwd te Zuidbroek op 25 mei 1629, getrouwd te Midwolda op 30 mei 1629 voor de kerk met

1065 : Syertie Aeytens, geboren te Zuidbroek, overleden aldaar voor 1657.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten II als nummer 219-61. In Kwartieren Starke-Jager als nummer 1249 en in Kwartierstaat Boerema als nummer 1149.

Uit dit huwelijk:

1066 : Harmen Eggens, landbouwer, wonende te Eexta, overleden rond 1655.

Vermelding als nummer 1150 in Kwartierstaat Boerema. Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag 243. Vermelding in Boerderijenboek Wold Oldambt onder nummer 2, Stationsstraat 96 te Scheemda (1643 - <<1655).

De voogden over de kinderen uit het eerste huwelijk van Hilke Thomas verkopen op 6 februari 1633 aan Harmen en Hilke een huis met toebehoren te Scheemderhamrik. De kinderen uit het eerste huwelijk (Haicke en Thomas) zullen tot hun zestiende opgevoed worden.

Harmen is eerder getrouwd te Meeden op 18 augustus 1632 met Hilke Thomas, overleden voor 1641. Hilke is eerder getrouwd voor 1615 met Luwet Egberts.

Harmen is getrouwd voor 5 maart 1641 voor de kerk (2) met

1067 : Geertje Dercks, overleden rond 1650.

Vermelding (met mogelijke ouders) als nummer 1151 in Kwartierstaat Boerema.

Uit dit huwelijk:

1068 : Haije Edzens, geboren rond 1620, wonende te Midwolderhamrik.


Op 23 februari 1649 lenen Haije en zijn vrouw Aefke 650 gulden a 4,25% van Hittjo Arents, Arent Jans en Egge Haijens als voogden over het onmondige kind van wijlen Hero Claessens en Tietijen (RA Nieuwolda, 23-02-1649, fol. 39; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 2 maart 1649 verkopen Haije en Aefke hun huis te Nieuwolda, 3 goede koeien en het land dat Benne Oompkens van hen in gebruik heeft aan Warnder Geerts. Voor de aankoop lenen zij zelf geld aan Warnder Geerts. Op 18 mei 1649 verkopen zij vervolgens hun aandeel land gelegen in de Papenweer, zoals Haijo dat kan verdedigen als zijnde afkomstig van de erfenis van zijn vader. Kopers hiervan zijn Hero Haijens en zijn vrouw Bauwe (RA Nieuwolda, 02-03-1649, fol. 40 en fol. 42 en 18-05-1649, fol. 52; bewerking Abels/Wagenaar).

Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 216.

Haije was gehuwd met

1069 : Aefke Jacobs, geboren rond 1625.

Uit dit huwelijk:

1072 : Cornelius Peters, landbouwer.

Vermelding in Boerderijenboek Beerta onder nummer 24 te Beerta (als vader van de eerstvermelde eigenaar Phebo Cornelius).

Cornelius Peters sloot op 30 december 1648 een huwelijkscontract met Dodo Febes. Daarbij waren van zijn kant aanwezig: Gerriet Sebes, stiefvader, Jantjen, moeder, en Wigboldt Geerds (RA Beerta, 28 december 1648, fol. 19; bewerking Abels/Wagenaar).

Cornelius is getrouwd te Beerta op 30 december 1648 met

1073 : Doe Phebes, overleden na 1702.

Vermelding in overzicht ingezetenen Oude Beerta in 1693 (Gruoninga 1987, pag. 208).

Op 26 januari 1707 wordt de nalatenschap van Doe Phebes geregeld. Erfgenamen zijn dan haar zoon Eppo Cornelius en de kinderen van haar zoon Phoebo Cornelius: Haeske Phoebens met haar man Claes Eppes, Cornelius Phoebens en nog enige minderjarige kinderen. Eppo Cornelius krijgt al het land, zoals dat ligt in de heerd die hij reeds gebruikt. Ook krijgt Eppo Cornelius 22 deimt land en "een achtste deel van de behuizing over de weg, zoals Phoebo Cornelius heeft behoort". De kinderen van Phoebo Cornelius krijgen een kamp van 3 deimt in Beersterhamrik in de heerd welke Reentko Reents en consorten toekomt en nog 12 deimt in Beersterhamrik, die door Coeno Jans meierwijze wordt gebruikt. Eppo Cornelius betaalt aan de kinderen van Phoebo nog 180 car. gld (RA Beerta, 26 januari 1707, fol. 313; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

1074 : Cornelius Claassens Vegter, landbouwer te Nieuwolda en Beersterhoogen en diaken, geboren te Heiligerlee, overleden te Beerta na 1700.


Vermelding in Boerderijenboek Beerta onder nummer 38, Nieuweweg 4 te Beersterhoogen (ongeveer 1671-1695). De gronden in Beersterhoogen liggen iets hoger dan in Beerta. Vestigde zich vanuit Nieuwolda. Vermelding in overzicht ingezetenen Oude Beerta in 1693 (Gruoninga 1987, pag. 208). Vermelding in Groninger Kwartierstaten I onder nummer 190-40. Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummers 1628 en 1672.

Op 19 september 1666 vindt een regeling plaats over de nalatenschap van het blijkbaar kinderloos gestorven echtpaar Berent Berents en Lijsebeth Eppens. Cornellis Vechters en Haeske kopen samen met Herman Berens en Berent Jans (Haeskes broers?) als erfgenamen van Berent Berents (de oom van Haeske) de erfgenamen af van Lijsebeth Eppens. Zij betalen 4950 car. guldens. Daarvoor mogen zij aan zich behouden de heerd land in de Beerta met ook land in Beersterhamrik, het huis, de schuur, de levende have en het huismansgereedschap. Dit zoals Berent Berens heeft bewoond (RA Beerta, 19 september 1666, fol. 272; bewerking Abels/Wagenaar). Betreft het hier de boerderij nummer 38 uit het Boerderijenboek Beerta? Mogelijk zijn Berent Berents en Lijsebeth Eppens het slachtoffer geworden van de pestepidemie. In Nieuw Beerta werden in 1666 178 van de 270 inwoners het slachtoffer van deze epidemie.

Op 19 maart 1667 verkopen Cornelis en Haeske dan wonende in de Beerta een huis en schuur te Midwolderhamrik (Nieuwolda) staand op de grond van de erfgenamen van Epke Claessen en zoals Cornelis en Haeske eerder hebben bewoond. Ook het land zoals onder de behuizing in gebruik geweest wordt overgedragen (RA Nieuwolda, 19 maart 1667, fol. 3; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 12 februari 1668 is Cornelius met zijn vrouw Haeske aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voowaarden tussen Egbert Jansen en Swaenke Berents. Swaenke is de zuster van de moeder van Haeske (RA Beerta, 12 februari 1668, fol. 371; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1668 stellen Cornelius en Haeske zich samen met Trijntien Claesens borg voor een lening van zijn broer Jan en zijn overleden vrouw Haijcke bij Meentie Jacobs. Jan en zijn nieuwe vrouw Sijben zullen 5% rente betalen (RA Beerta, 18 en 19 mei 1668, fol. 409 en fol. 410; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1672 wordt Cornelius vermeld als diaken van Beerta (RA Beerta, 18 december 1672, fol. 622; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 17 januari 1674 regelt Cornelius samen met zijn tweede vrouw Doetien de nalatenschap van zijn eerste vrouw Haeske. Als voogden voor zijn kinderen treden op: Harmen Jans (broer van Haeske), Eppo Clasen (broer van Cornelius) en Ocke Rinnoldts. De kinderen krijgen een aandeel in enige onroerende goederen en voorts de volgende roerende goederen: ten eerste aan kleren, "twee swart lakens rocken, een sangen rock, een root schaarlaken rock, een kloerde grof greijen rock, en swart laken mateltie, en grof greijen jacke, een swart zijden schorteldoeck, een swart laken koevel. Ten tweeden in silverwerck, drie silveren oorijsers, twee silveren lepels, vier olde rijcksdaalders, twee silveren pennen, vier silveren meshechten, een golden ringh, twee silveren gordels met ketten. Ten derden in linnen, twalf vrouwe hembden, mitsgaders een eecken thresoor" (RA Beerta, 17 januari 1774, fol. 659; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1675 treedt Cornelius op als vreemde voogd over het kind uit het huwelijk van Nantke Hermans en Jan Wijchman (RA Beerta, 3 november 1675 en 28 december 1675, fol. 810 en fol. 821; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 31 maart 1676 is Cornelius als vedder (neef) van de bruidegom aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Teewes Beenes en Meme Tiackes (RA Beerta, 31 maart 1676, fol. 865; bewerking Abels/Wagenaar). Overigens is mij nog niet duidelijk op welke wijze Teewes een neef van Cornelius was.

In mei 1685 is Cornellis betrokken bij de benoeming van een nieuwe pastor te Nieuw Beerta. "Na het overlijden van pastor Waeker als predikant van Nieuw Beerta soo ist dat wij ondergeschreevene collatoren, eijgenarfden en gevolmachtigde schatgeeveren van de Oude- en Nieuwe Beerta nae anroepinge van Godes H. Naem in de kercke van de Oude Beerta sijn getreeden tot de electie van een niewe preedicant ende is met eenparige stemmen ge-eligeert ende gekoren ds Geerardus Gramsbargen, pastor te Borgsweer, tot predikant in Nieuw Beerta". Cornellis behoort met 28 anderen tot de ondertekenaars (RA Beerta, 7/17 mei 1685, fol. 459; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 29 januari 1691 vindt de afhandeling plaats van de nalatenschap van Doetjen Tjaberings, de tweede vrouw van Cornelius. Cornelius treft een regeling met de voogden over de twee kinderen uit het huwelijk met Doetjen, te weten Nomdo en Tjaeberen. Cornelius behoudt alles aan zich behalve een stuk land van 5 deimt (RA Beerta, 26 januari 1691; fol. 45; bewerking Abels/Wagenaar).

Als stiefvader is Cornelius op 5 februari 1692 aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Swijcko Eltjes en Wijven Roelfs. Wijven is een dochter van Haike Hermans en Roelf Andreas. Haike Hermans is de derde echtgenote van Cornelius (RA Beerta, 5 februari 1692, fol. 94; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 12 augustus 1692 is Cornelius als vader samen met zijn vrouw Haike Hermans aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Hindrick Claess en zijn dochter Harmke Cornelius (RA Beerta, 12 augustus 1692, fol. 124; bewerking Abels/Wagenaar).

Als stiefvader is Cornelius op 17 mei 1695 met zijn derde echtgenote Haike Hermans aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen haar zoon Keer Roelfs en Eelwe Wigbolts (RA Beerta, 17 mei 1695, fol. 268; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 19 juli 1695 is Cornelius samen met Haike aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen zijn zoon Jan Cornelius en Else Hindrix (RA Beerta, 19 juli 1695, fol. 278; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 15 maart 1700 is Cornelius als grootvader aanwezig bij de huwelijkse voorwaarden tussen Claas Eppes en zijn kleindochter Haaske Phoebens (RA Beerta, 15 maart 1700, fol. 508; bewerking Abels/Wagenaar).
Cornelius is later getrouwd te Finsterwolde op 8 augustus 1671 met Doetien Tjaberings, geboren te Finsterwolde, overleden voor 1685, dochter van Claas Tjarcks en Wendelke Nomdes. Cornelius is later getrouwd te Noordbroek op 2 oktober 1685 met Haijke Harmens, geboren te Noordbroek, zie 1065.

Cornelius is getrouwd te Scheemda op 27 februari 1656 (1) met

1075 : Haaske Jans, geboren te Scheemda rond 1635, overleden te Nieuwolda voor 1671, hoogstens 36 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten I onder nummer 190-41. Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 1673.

Uit dit huwelijk:

1076 : Brunt Eltijs, kerkvoogd, zijlvest, armenvoorstander, landbouwer, hopman en provinciemeijer, geboren rond 1620, wonende te Wagenborgen, overleden rond 1701, ongeveer 81 jaar oud.

Op 16 december 1647 quitteren Brunt Eltijs en zijn zuster Aeltijn hun voogden Allert Eltijs, hopman Engele Pieters en Eggo Haeijes met betrekking tot de nalatenschap van hun vader wijlen Eltije Popkes (RA Wagenborgen, 16 december 1647, fol. 34; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 6 februari 1670 sluit Brundt Eltijs huwelijkse voorwaarden met Actien Nannes. Brundt wordt dan vermeld als kerkvoogd en zijlvest van Wagenborgen. Actien is afkomstig van Hellum. Brundt brengt zijn provincieplaats in. Voor Brundt is aanwezig: Jan Eeldts. Voor Actien zijn aanwezig: Tamme Nannes, broer, Eltje Harmens, oom en sibbevoogd, Eelte Jans, neef (RA Wagenborgen, 6 februari 1670, fol. 489; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 24 oktober 1700 is Brundt met zijn vrouw Achtjen Nannes aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen hun dochter Aaltjen Brons en Haije Jacobs. Haije is een zoon van Jacob Haijes en Martjen Clasen. Voor Aaltjen is ook aanwezig Garbrand Brons, halfbroer (RA Wagenborgen, 24 oktober 1700, fol. 432; bewerking Abels/Wagenaar). Blijkbaar is Garbrand een zoon uit het eerste huwelijk van Brundt. Dat moet dan ook gelden voor Garbrands broer Jacob Brons. Beide broers hebben een dochter Peterke. Dit is dan een vernoeming naar oma Pieterke Eelts.

Het is opvallend, dat van Brunt Eltijs zelf zo weinig verzegelingen voorkomen in de RA Wagenborgen (slechts van 1 kind is een huwelijkscontract bekend). Dit terwijl hij wel in velerlei functies bij verzegelingen van anderen betrokken is geweest. Jacob Boerema gaf mij desgevraagd aan, dat hij vermoedt dat Brunt zijn overeenkomsten ergens in Fivelingo verzegelde en van dat gebied zijn weinig gegevens bewaard gebleven.
Brunt is later getrouwd te Wagenborgen op 6 februari 1670 met Actien Nannes, afkomstig uit Hellum.

Brunt is getrouwd rond 1650 (1) met

1077 : Pieterke Eelts, overleden voor 1670.

Vooralsnog is het niet meer dan een veronderstelling, dat de Pieterke Eelts echtgenote van Writzer Ukes identiek is aan Pieterke Eelts, echtgenote van Brunt Eltijs.

Uit dit huwelijk:

1078 : Rotger Tjackes, landbouwer, overleden voor 1675.


Vermelding in Boerderijenboek Nieuwolda en Nieuw Scheemda onder nummer 53 te Nieuwolda (1657-1694). Rotger Tjackes verkrijgt deze boerderij via de eerste echtgenoot van zijn vrouw.
Wordt als stiefvader vermeld bij huwelijkscontract tussen Jacob Bavingh en Wijven Jacobs op 20 oktober 1662 ("Het geslacht Baving "Gruoninga 1982 pag. 35 onder III.e.). Vermelding in Kwartierstaat Ausema als nummer 1654.

Rotger is getrouwd te Nieuwolda op 21 oktober 1653, getrouwd aldaar op 27 november 1653 voor de kerk met

1079 : Martje Peters, overleden te Nieuwolda voor 30 april 1676.

Op 30 april 1676 wordt de nalatenschap geregeld van Martje Peters. Tjacko Rotgers en Bouwe Rotgers mogen aan zich behouden huis en schuur, zoals hun moeder heeft bewoond, met de bijbehorende provincielanden. Het overige wordt in 6 gelijke delen verdeeld.
Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 280-11. Vermelding in Kwartierstaat Oudman als nummer 1627 en in Kwartierstaat Ausema als nummer 1655.
Martje is eerder getrouwd rond 1640 met Jacob Arents, landbouwer, afkomstig uit Wagenborgen, overleden te Nieuwolda voor 1653, zoon van Arent Janssen en Wijven. Jacob is eerder getrouwd te Nieuwolda op 7 juni 1635 voor de kerk met Deuwer Tijes, afkomstig uit bij d'Rijpe, dochter van Tije Claessen en Martien.

Uit dit huwelijk:

1080 : Claes Cornelis (Vechter), landbouwer, overleden voor 1669.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 121 (5e provincieplaats), Veenweg 1 te Westerlee (1627-1669).

In Parenteel Ten Have vermeld als Claes Cornelis Vechter (onder nummer V.2.4.). Vermelding (ook met aanduiding Vechter) als nummer 396 in Kwartierstaat Kruit (Gruoninga 1976 pag. 109). Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummers 3256 en 3344 (met aanduiding Vechter). Vermelding in Kwartierstaat Smith als nummer 876.

Claes is getrouwd te Westerlee op 8 april 1625 met

1081 : Trijntje Jacobs.

Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummers 3257 en 3345.
Uit dit huwelijk:

1082 : Aeijlke Jurjens, landbouwer, overleden na 20 december 1675.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 133 (5e provincieplaats), Hoofdweg 27 te Westerlee (1642-1670). Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 1028.
Aeijlke is later getrouwd op 9 februari 1674 met Teetje.

Aeijlke is getrouwd te Westerlee op 29 juli 1642 (1) met

1083 : Lucke Bartels, overleden voor 1659.
Lucke is eerder getrouwd te Westerlee op 29 december 1629 met Harmen Geerts, landbouwer, overleden voor 1637, zoon van Gerdt Geerts en Lubbe. Lucke is eerder getrouwd rond 1637 met Kier Edes, overleden voor 1642, zoon van Edo Jans en Geertruit.

Uit dit huwelijk:

1084 : =1062 (Hommo)

1085 : =1063 (Haijke Jacobs)

1086 : =1078 (Rotger Tjackes)

1087 : =1079 (Martje Peters)

1160 : Jan Roelfs Rammelman.
Jan was later gehuwd met Eva Gijsses. Eva is later getrouwd in het jaar 1677 met Otto Jans.

Jan was gehuwd (1) met

1161 : Roelfke.

Uit dit huwelijk:

1162 : (?) Peter Jans, afkomstig uit Eppenhuizen, geboren rond 1645, overleden te Weiwerd op 23 mei 1680, ongeveer 35 jaar oud.
Peter is later getrouwd te Weiwerd op 31 mei 1668 voor de kerk met Lutgert Schultes, gedoopt te Weiwerd op 23 januari 1648, overleden aldaar op 9 januari 1731, 82 jaar oud, dochter van Scholte Havicks en Trijne Thijes. Lutgert is later getrouwd te Weiwerd op 12 februari 1682 voor de kerk met Hendrick Jans op de Klimpe, gedoopt te Weiwerd op 19 augustus 1655, overleden aldaar op 19 juli 1694, 38 jaar oud, zoon van Jan Hindricks en Grietie Claassen. Lutgert is later getrouwd te Gerecht Farmsum op 1 augustus 1697, getrouwd te Weiwerd op 4 augustus 1697 voor de kerk met Jan Mennes, geboren rond 1660, wonende te Weiwerd, overleden na 13 juli 1720, minstens 60 jaar oud.

Zijn dochter bij een onbekende vrouw:

1164 : Redmer Tiddes, landbouwer te Oterdummer Warven, geboren rond 1630.
Redmer is later getrouwd te Weiwerd op 29 november 1674 voor de kerk met Bouke Bennes, afkomstig uit Weiwerd, geboren rond 1650.

Redmer is getrouwd rond 1660 voor de kerk (1) met

1165 : Jantien Johannes Toxopeus, geboren rond 1637, overleden op 12 februari 1670, ongeveer 33 jaar oud.

Voerde als wapen: rechts een boog; links een zespuntige ster en een wassenaar. Grafsteen ligt thans op de dijk bij het voormalige Oterdum.

Uit dit huwelijk:

1166 : Evert Jans, geboren rond 1640, wonende te Wagenborgen.
Evert was later gehuwd met Trijntje.

Evert was gehuwd (1) met

1167 : Nella Harmens, geboren rond 1640.

Uit dit huwelijk:

1212 : Hindrik (Zwart).

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

1214 : Harmen Jansen.

Harmen was gehuwd met

1215 : Abelke Bronts.

Uit dit huwelijk:

1252 : =1060 (Jan Ritzes)

1253 : =1061 (Grietje Bennes)

1254 : =1062 (Hommo)

1255 : =1063 (Haijke Jacobs)

1256 : =1064 (Peter Eppens)

1257 : =1065 (Syertie Aeytens)

1258 : =1066 (Harmen Eggens)

1259 : =1067 (Geertje Dercks)

1260 : =1068 (Haije Edzens)

1261 : =1069 (Aefke Jacobs)

1264 : =1072 (Cornelius Peters)

1265 : =1073 (Doe Phebes)

1266 : =1074 (Cornelius Claassens Vegter)

1267 : =1075 (Haaske Jans)

1268 : =1076 (Brunt Eltijs)

1269 : =1077 (Pieterke Eelts)

1270 : =1078 (Rotger Tjackes)

1271 : =1079 (Martje Peters)

1272 : =1080 (Claes Cornelis (Vechter))

1273 : =1081 (Trijntje Jacobs)

1274 : =1082 (Aeijlke Jurjens)

1275 : =1083 (Lucke Bartels)

1276 : =1062 (Hommo)

1277 : =1063 (Haijke Jacobs)

1278 : =1078 (Rotger Tjackes)

1279 : =1079 (Martje Peters)


-- XII --

2120 : Ritzo Jans, wonende te Termunterzijl, overleden voor 1654.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten als nummer 83-32.

Ritzo was gehuwd met

2121 : Trijne, overleden voor 1654.

Uit dit huwelijk:

2122 : Benno Bontkes, landbouwer, zijlvest, vervener en veekoopman, begraven te Midwolda op 13 november 1657.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 47 (oostelijke heerd), Homerilaan 9 te Midwolda (1629-1654). Vermelding in Groninger Kwartierstaten als nummer 83-34. Vermelding in Doopsgezinde families in het Oldambt pag.151. Wordt niet genoemd als zoon van Bontko Sijbens in Oldambster Geslachten in paragraaf 18 (Nederlandsche Leeuw, 1988).

Benno is net als zijn vader doopsgezind (mennist). Hij is aanwezig bij de vermaning (kerkelijke bijeenkomst van de doopsgezinden) op 13 december 1639 gedaan door Allo Peters ten huize van Meeko Sijbels te Midwolda. Als zogenaamde Uko-Wallisten krijgen Meeko en Benno hiervoor een boete opgelegd van 300 carolus guldens. Deze straf is een onderdeel van de politiek van Burgemeesters en Raad van Groningen tegen de positie van de doopsgezinden (naar hun voorman Uucko Walles ook wel Uko-Wallisten genoemd) in het Oldambt. Bron: "Geschiedenis der doopsgezinden in het Oldambt 1570-1811" blz 59. Sebo de broer van Benno is getrouwd met Ilben Ukes, een dochter van Uucko Walles (zelfde bron, blz. 78). Op 3 juni 1642 dient Benno samen met 17 anderen, meest Noordbroekers, een verzoek tot geloofsvrijheid in bij de Oldamster volmachten.

Op 23 januari 1651 staat Lubbert Hindricks te Heiligerlee aan Benno Bontkes en Anna toe dat zij "sullen mogen laten graven een navigabel diep door sijn gebruijckende heert landes onse provincie toebehorich, ende dat volgens de affswettinge gedaan in het bijwesen van de heer rentemester Hindrick Smit". De vergoeding bedraagt per jaar 2 car. gld (RA Midwolda, fol. 22, dd 23 januari 1651; bewerking Abels/Wagenaar).

Benno is getrouwd rond 1629 met

2123 : Anna Jans, overleden na 7 april 1691.

Op 23 augustus 1669 verklaart Anna, geassisteerd door haar zoon Bontko Bennes, 300 carolus guldens schuldig te zijn aan Focko Dercks, Bontko Bennes en Jacob?? Lamberts, voogden over de onmondige kinderen van wijlen haar schoonzoon Jan Ritzes en haar dochter Grietje Bennes (RA Nieuwolda, dd 23 augustus 1669, fol. 94; bewerking Abels/Wagenaar).

Samen met haar zonen Bontko en Jan leent weduwe Anna Jans op 21 maart 1677 300 car. guldens van de voogden over de kinderen van wijlen Albert Willem en Aefke (RA Nieuwolda, fol. 318, dd 21 maart 1677; bewerking Abels/Wagenaar). Aefke is de zuster van Willem Wensinck.

In december 1677 en januari 1678 draagt Anna, geassisteerd door haar zoons Bontko Bennes en Jan Bennes, verzegelde brieven over aan de raadsheer Johan Drews en zijn vrouw Albertine Tjaerda te Groningen. De brieven hebben betrekking op wijlen Renger Meckes en zijn echtgenote Lammetjen. In de acte van december 1677 worden ook de opvolgers van Renger en Lammetjen vermeld: "ofte nu Jan Reijnders en Grietjen echtelieden, wonende tot Oxwerdt onder de clockenslag van Noordthorn" (RA Midwolda, fol. 592, dd 18 december 1677, en fol. 596, dd 10 januari 1678; bewerking Abels/Wagenaar). Op grond van deze acte vermoed ik dat Anne Jans uit het Westerkwartier afkomstig was. De onder aangehaalde acte van 26 februari 1684 lijkt dit te bevestigen. Ook Sebo Abels meldt in "Doopsgezinde families in het Oldambt" (pag. 151) de mogelijke afkomst van Anna uit het Westerkwartier.

Op 26 februari 1684 slechten Anne Jans haar zonen zijlvest Bontko Bennens en Jan Bennens, nomine matrix, al hun geschillen. Bontko verkrijgt 2 percelen land bij Eemetil op de dijk in het Westerkwartier, volgens koopbrief van 26 mei 1676, hij zal hiervoor betalen 2 rentebrieven, de ene over zijn vader en moeder, de andere alleen over zijn moeder, welke tegenwoordig bij wijlen Wilhelm Smaels wed. zijn berustende, van Eppo Peters getransporteerd. De zijlvest behoudt een rentebrief van 1160 car. gld, welke hij heeft gehandeld van wijlen Geesjen Dercks, zijn overleden vrouw, dd 1 september 1677, dit voor de inlossing van een rentebrief van Harcko Hendricks, nomine uxoris, en consorten, als erfgenamen van Ebelo Haijckens.
Uit dit huwelijk:

2128 : Eppo Haijens, landbouwer en kerkvoogd, wonende te Midwolda, overleden rond 1658.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 48, Hoofdweg 156 te Midwolda (voor 1613 tot 1634). Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 2496 en in Kwartierstaat Boerema als nummer 2296.

De boerderij van Eppo Haijens is oorspronkelijk een onderdeel geweest van het "Grijze Vrouwenklooster". In 1594 neemt de provincie het land van het klooster over. Bij de verdeling van de kloostereigendommen in 1618 tussen de stad Groningen, de Ommelanden en de provincie komt de boerderij in eigendom van de stad Groningen. Men spreekt dan van een stadsplaats. Deze plaats is aanvankelijk ongeveer 96 ha groot. Door latere inpolderingen groeit de omvang nog. In 1625 is de boerderij van Eppo Haijens verreweg de grootste in Midwolda. Van 1626 tot 1631 moet hij 255 gld huur aan de stad betalen, daarna 500 gld. Opvolger van Eppo is zijn dochter met haar eerste man Peter Jans (periode 1634-1644) en haar tweede man Tjacke Benes (periode 1644-1667). Eppo heeft dus reeds ver voor zijn overlijden een stap terug gedaan. De boerderij zou nog tot 1887 in de familie blijven met als verre nazaat in de periode 1805-1846 Tonnis Klaassen Kremer, schout en later burgemeester van Midwolda en schepper van het Termunterzijlvest (bron: Boerderijenboek Wold-Oldambt).

Op 29 december 1609 verkopen Rinnoldt Dijurckens en Wije aan Eppo Haijens en Geertijn hun huis en schuur, koehuis, melkgereedschap en backhuis op het provincieland te Midwolda van de Grijze Vrouwen, met hekken en wringen en met enige levende have (RA Midwolda, 29 december 1609, fol. 118; bewerking Abels/Wagenaar). Deze aankoop zal de boven beschreven boerderij (nu Hoofdweg 156 te Midwolda) betroffen hebben. Rinnoldt Diurcken en Wije waren de bewoners van de Ennemaborg. Wije Sebens Bunninga was door vererving de eigenaresse van de borg. Overigens worden Rinnoldt en Wije in het Boerderijenboek Wold-Oldambt voor de periode 1615-1630 ook vermeld als eigenaren/gebruikers van nummer 45 (derde heerd vanaf het westen), Hoofdweg 73 te Midwolda. Wellicht zijn Rinnoldt en Wije verkast van boerderij nummer 48 naar boerderij nummer 45, omdat deze laatste boerderij tot de bezittingen van Wije behoorde en geen pachtboerderij was.

Op 2 mei 1613 verhuurt Sappe Hilkes te Zuidbroek mede namens zijn vrouw 3 deimt land te Scheemderhamrik aan Eppo Haijes en Geertijn voor de duur van drie jaar (RA Midwolda, 2 mei 1613, fol 185v; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1614 vindt de verdeling plaats van de nalatenschap van de ouders van Eppo (RA Wagenborgen, 19 april 1614, fol. 91; bewerking Abels/Wagenaar). Zie voor verdere vermelding onder Haio Aisens.

Op 8 juni 1617 verkoopt Eppo Haijens mede namens zijn vrouw zijn aandeel in "dat mente landt" te Midwolda, zoals hij dat heeft gekocht van Rinnolt Dijurckens, aan Menno Aijsens en Anna (RA Midwolda, 8 juni 1617, fol. 261; bewerking Abels/Wagenaar).

Eppo Haijens is samen met Hero Sijnckens en Tamme Bunnens voogd over de kinderen van wijlen Hero Sijpkens en Ette Bunnens. Ette Bunnens sluit op 13 december huwelijkse voorwaarden met Hero Duijdens. (RA Midwolda, 13 december 1619, fol 290, 290v, 291 en 292; bewerking Abels/Wagenaar).

Eppo Haeijes en Gertien zijn op 25 mei 1629 aanwezig bij het sluiten van het huwelijkscontract van hun zoon Peter Eppes met Sijrdt Aeijtes (RA Zuidbroek, 25 mei 1629 (190); bron Doewe Veen).

Op 28 februari 1634 zijn Eppo Haijes en Geertjen aanwezig nij het sluiten van het huwelijkscontact tussen hun zoon Aiso Eppes en Aeleit Harmens (RA Beerta, 28 februari 1634, fol. 701; bewerking Abels/Wagenaar).

Eppo Haijens is samen met Popke Rinnels en Herman Jacobs voogd over Haio Fockes, kind van zijn overleden broer Focco Haies (RA Midwolda, 25 april 1637, fol. 324v en 343; bewerking Abels/Wagenaar en RA Beerta, 12 mei 1638, fo. 829; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 19 oktober 1637 verklaren Rinnolt Diurkens, Menno Hindricks en Eppo Haijes als kerkvoogden te Midwolda, dat een "echtschap is beramet" tussen Petrum Hooren, predikant te Midwolda, en Ide Wigboldi, dochter van Wigboldus Homerus. Wigboldus was pastor te Midwolda (RA Midwolda, 19 oktober 1637, fol. 353; bewerking Abels/Wagenaar).

Jan Elties en Teetie verkopen in 1639 aan Eppo Haeijens en Geertjen 7 deimt land genoemd de Tjuchem camp in Oostwolderhamrik. Op dit stuk grond had waarschijnlijk betrekking een brief van Aelke Huninga van Oostwold, ambtman van het Klei-Oldambt (RA Noordbroek, 22 juli 1639, fol. 21; bron Doewe Veen en RA Beerta, 22 juli 1639, fol. 21; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 18 januari 1640 is Eppo Haiens samen met zijn vrouw Geertjen aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden te Beerta tussen hun dochter Elisabeth (Lijsebet) en Beernt Beernts (Berent Berents). Ook aanwezig zijn Jan Pieters, oom (broer van Geertien?), de zwagers Jan Ektiens (Jan Elties) en Pieter Jans en broer Aiso Eppens. Lijsebeth krijgt van haar ouders een huis mee "in de Beerta op wijlen Derck Berents grond" (RA Beerta, 18 januari 1640, fol, 40; bewerking Abels/Wagenaar).

Op 3 juli 1640 verklaart Aeleit Hermans mede namens haar ouders, dat ze van Aeisso Eppens (haar man) en zijn ouders Eppo Haiens en Geertjen 750 daler heeft ontvangen, zijnde de bruidsschat. Dit volgens een akkoord van 6 mei 1637 en de daarop volgende "sententien van het lege ende hoge gerichten" van 13 juni 1637 en 9 juni 1640. Er is ook sprake van een huis en een schuur die op 6 mei 1637 op het land stonden van Derk Berents (RA Beerta, 3 juli 1649, fol. 73; bewerking Abels/Wagenaar). Wat de betekenis van de laatste zinsneden is, is me niet duidelijk. Is het huis hetzelfde als dat wat op 18 januari 1640 als bruidsschat werd meegegeven aan dochter Elisabeth? In het RA Beerta ontbreken de actes van augustus 1636 tot maart 1638.

Op 30 maart 1657 is Eppo Haijes aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Luppo Lubbes uit Finsterwolde en Jantien Jansen, dochter van wijlen Jan Jacobs en Ilben, uit Winschoten. Eppo wordt vermeld als oom. Behalve Eppo zijn voor de bruid ook aanwezig Aeltien Jansen, stiefmoeder, en Berent Berents, oom. Bij dezelfde zitting worden Eppo en Berent als voormond en sibbevoogd van Jantien gekwiteerd (RA Midwolda, 30 maart 1657, fol. 197 en fol. 198; bewerking Abels/Wagenaar).

In 1659 is de nalatenschap van Eppo en Geertien aan de orde. Vooruitlopend op de definitieve verdeling verkoopt Peter Aijsses, zoon van wijlen Aijsso Eppes te Midwolda de erfenis van zijn vader aan (de kinderen van wijlen) zijn oom en tantes. Dit na veniam aetatis te hebben verkregen van de drost, Daniel Alberti. Een eerste verkoop vindt plaats op 22 april 1659. Peter verkoopt dan aan de erfgenamen van zijn tantes Eije Eppe Hayens (in de acte Eijne Tiackes genoemd) en Lijsebet Berents de helft van de erfenis. De prijs is 100 daalder en een dubbele dukaat. Bij de verkoop wordt Peter geassisteerd door Ipo Tiakes en Woltie (echtelieden) in de Beerta (RA Midwolda, 22 april 1659, fol. 238; bewerking Abels/Wagenaar). Een tweede verkoop vindt plaats op 13 mei 1659. Peter verkoopt dan een kwart van zijn erfenis voor 50 daalder aan de erfgenamen van wijlen zijn oom Peter Eppens. Bij deze verkoop wordt Peter bijgestaan door zijn stiefvader Jan Jans en zijn oom Ipo Tiakes, beide uit Beerta (RA Midwolda, 13 mei 1659, fol. 245; bewerking Abels/Wagenaar). Blijkbaar heeft ook nog een verkoop plaats gevonden aan zijn tante Teetje Eppens gehuwd met Jan Elties, want bij de verdeling van de erfenis van Eppo en Geertien op 21 november 1659 speelt Peter (en derhalve de staak Aijsso Eppes) geen rol meer. De erfenis wordt verdeeld onder de (erfgenamen van de) vier overige kinderen.

Op 9 februari 1659 regelen de voogden over de minderjarige kinderen van Eije Eppe Haijen bij Tiake Benes de nalatenschap van Eije met Tiake en zijn nieuwe vrouw Geessien Fockes. De voogden verkopen de gehele nalatenschap inclusief huis en grond en exclusief de kleding van Eije aan Tiake en Geessien voor 3390 car. guldens en 3 rozennobels (RA Midwolda, 9 februari 1659, fol. 231; bewerking Abels/Wagenaar). Waarschijnlijk speelt Tiake door deze regeling geen rol meer bij de scheiding van de nalatenschap van Eije's vader.

Op 21 november 1659 wordt de nalatenschap geregeld van Eppo Haijens en Geertien. Omdat Eppo een hoge leeftijd heeft bereikt, heeft hij de meeste van zijn kinderen overleefd. De nalatenschap wordt verdeeld over de volgende partijen:
1. de kinderen van wijlen zoon Peter Eppens. Zij erven 10 deimt land te Baamsum, volgens scheidbrief van 4 maart 1620 te Termunten, en de helft van 7 deimt te ??, waarop betrekking heeft een verzegeling door Joachim Ripperda te Farmsum op 6 november 1605;
2. Jan Elties en dochter Teetie Eppens. Zij erven 12 deimt land in het land dat Jan Elties in Oosterwolderhamrik reeds in gebruik heeft, volgens verzegelde transfix koopbrief te Beerta 22 juli 1639, en 4 deimt land (perceel c in de onder Haio Aisens vermelde scheiding dd 19 april 1614);
3. de kinderen van wijlen dochter Eije Eppe Hayens. Zij ontvangen 11 akkers nieuwland (perceel a in de onder Haio Aisens vermelde scheiding dd 19 april 1614) en daarnaast een stuk grond groot 32 deimt, volgens koopbrief van wijlen jonker Joachim Ripperda te Farmsum dd 6 november 1605. Wegens overbedeling moeten ze 100 daler betalen aan de kinderen van Lijsebet Eppens;
4. de kinderen van wijlen dochter Lijsebet Eppens (gehuwd met Berent Berents). Aan hen wordt toebedeeld een stuk land groot 11,5 deimt (perceel b in de onder Haio Aisens vermelde scheiding dd 19 april 1614) en een perceel de Horne venne (perceel d in de scheiding van 19 april 1614).
(RA Midwolda, 21 november 1659, fol. 254; bewerking Abels/Wagenaar).

Eppo is getrouwd rond 1600 met

2129 : Geertien (Peters?), overleden na 1640.

Uit dit huwelijk:

2130 : Aeyto Aelkens, hopman te Zuidbroek en kerkvoogd, overleden na 1645.

Vermelding als nummer 2498 in Kwartieren Starke-Jager en als nummer 2298 in Kwartierstaat Boerema. Vermelding in "De ridder en de halve leeuwen" (Gruoninga 1973, pag. 69).

Aeyto is getrouwd rond 1610 met

2131 : Tia Fockens, overleden voor 1654.

Vermelding als nummer 2299 in Kwartierstaat Boerema.
Uit dit huwelijk:

2132 : Eggo Tjapkens, landbouwer, overleden na 16 april 1645.

Vermelding als nummer 2300 in Kwartierstaat Boerema. Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 1626. Vermelding in Boerderijenboek Wold Oldambt onder nummer 205 (westelijke heerd), Bovenstreek 6 te Meeden (1612-1642).

Eggo is getrouwd rond 1600 met

2133 : Luppe Amnes, overleden rond 1642.

Vermelding als nummer 2301 in Kwartierstaat Boerema.
Uit dit huwelijk:

2134 : Derck Jans, wonende te Finsterwolde, overleden na 1630.

Derck was gehuwd met

2135 : Elisabeth, wonende te Finsterwolde, overleden na 1630.

Uit dit huwelijk:

2145 : Jantjem.
Jantjem was later gehuwd met Gerriet Sebes.

Haar zoon van een onbekende man:

2146 : N.N..

N.N. was gehuwd met

2147 : Ijpken Hermans.

Uit dit huwelijk:

2148 : =1080 (Claes Cornelis (Vechter))

2149 : =1081 (Trijntje Jacobs)

2150 : Jan Harmens.

Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 3346.

Jan is getrouwd te Scheemda rond 1635 met

2151 : Alijt Berents, geboren rond 1615.

Vermelding in Kwartieren Starke-Jager als nummer 3347.

Op 16 mei 1660 regelt Alijt de nalatenschap van haar ouders Berent Berents de Oude en Gepke met haar broer Hendrik en haar zus Swaentje. Hendrik en Swaentje behouden het huis en de schuur, de levende have en de huismansgereedschappen. In ruil daarvoor ontvangt Alijt 2800 car. guldens (RA Beerta, 16 mei 1660, fol. 787; bewerking Abels/Wagenaar).

Uit dit huwelijk:

2152 : Eltije Popkens, overleden voor 1640.

Eltije was gehuwd met

2153 : Lijsabeth Geerts, overleden na 1640.

Lijsbeth is op 2 augustus 1647 aanwezig bij het sluiten van huwelijkse voorwaarden tussen haar dochter Aeltijn Eltijs en Doe Jansen. Doe Jansen is een zoon van wijlen Jan Lubberts en Anne te Wartum. Van de zijde van Aeltijn zijn behalve haar moeder aanwezig: Simon Eckens, stiefvader, Allert Eltijns, voogd, hopman Engele Pieters, voogd, Eggo Haijes, voogd, Brunt Eltijs, broer, en Abel Eltijns met haar man Frerick Eltijns, zuster. Aeltijn krijgt van de voogden mee "als haer rekenboeck-scherf-morgen, op den dagh van rekenschap sal uijtwijsen". (RA Wagenborgen, 2 auugustus 1647, fol. 21; bewerking Abels/Wagenaar).
Lijsabeth is later getrouwd te Wagenborgen op 17 november 1641 met Simen Eckes, zoon van Ecke Elties en Jutte Simens.

Uit dit huwelijk:

2154 : Eelt Jans Lengerinck, overleden voor 3 oktober 1672.

Vermelding als nummer 842 in Kwartierstaat Boerema.
Eelt was later gehuwd met Allertien Jeltes, afkomstig uit Schildwolde.

Eelt is getrouwd rond november 1632 (1) met

2155 : Oetien Jans.

Vermelding als nummer 843 in Kwartierstaat Boerema.
Oetien was weduwe van Pieter Heinens, overleden voor 22 november 1632.

Uit dit huwelijk:

2156 : Tjacke Rotgers, landbouwer, overleden na 1635.

Vermelding in Boerderijenboek Wold Oldambt onder nummer 39, Hoofdweg 35 te Midwolda (1627-1640). Vermelding als nummer 3308 in Kwartierstaat Ausema.

Tjacke is getrouwd voor 1627 met

2157 : Luppe Geerts, overleden na 1653.
Luppe is later getrouwd voor 1640 met Hiddo Sebes, landbouwer, overleden voor 1656, zoon van Sebo Sijbens en Lauwe Sebens.

Uit dit huwelijk:

2158 : Peter.

Zijn dochters bij een onbekende vrouw:

2162 : Jacob Jans (Moller), landbouwer en molenaar te Westerlee en kerkvoogd, geboren rond 1580.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 121 (5e provincieplaats), Veenweg 1 te Westerlee (1603-1627). Hij wordt "moller" genoemd, omdat hij een molen bezit. Deze molen verkoopt hij in 1625. In 1629 wordt de molen op last van Gedeputeerde Staten verplaatst naar Nieuwe Schans.
Vermelding in Kwartierstaat Kruit als nummer 784 en in Kwartierstaat Smith als nummer 1754.

Jacob is getrouwd voor 1607 met

2163 : Bettie.

Uit dit huwelijk:

2164 : Jurrien Tiddens, landbouwer.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 205 (oostelijke heerd), Bovenstreek 6 te Meeden (1614-1673).
Mogelijk is er een relatie met Wye Joachims (dochter van Haicke Jurriens en weduwe van Eppo Tiddens).

Jurrien is getrouwd te Meeden op 28 januari 1614 met

2165 : Eje Harckens.

Uit dit huwelijk:

2166 : Bartelt Garbrants, landbouwer, overleden voor 1629.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 123 (5e provincieplaats), Hoofdweg 27 te Westerlee (1609-1629).

Bartelt is getrouwd voor 1612 met

2167 : Wijpke.

Uit dit huwelijk:

2172 : =2156 (Tjacke Rotgers)

2173 : =2157 (Luppe Geerts)

2174 : =2158 (Peter)

2330 : Johannes Toxopeus, predikant te Oterdum, geboren te Larrelt (Ofr) rond 1606, wonende te Oterdum, overleden aldaar op 3 oktober 1665, ongeveer 59 jaar oud.

Vermelding in Ommelander Geslachten in tekst onder nummer VII.154.1.
Johannes Toxopeus overleed tijdens een pestepidemie. Zijn grafsteen ligt thans op de dijk bij het voormalige Oterdum.

Johannes is getrouwd rond 1635 voor de kerk met

2331 : Tjaakjen Abels, geboren rond 1614, overleden te Woldendorp op 3 april 1676, ongeveer 62 jaar oud.

Grafsteen van Tiaeckjen Abels is thans geplaatst tegen muur van de kerk in Woldendorp.
Uit dit huwelijk:

2430 : =1076 (Brunt Eltijs)

2431 : =1077 (Pieterke Eelts)

2504 : =2120 (Ritzo Jans)

2505 : =2121 (Trijne)

2506 : =2122 (Benno Bontkes)

2507 : =2123 (Anna Jans)

2512 : =2128 (Eppo Haijens)

2513 : =2129 (Geertien (Peters?))

2514 : =2130 (Aeyto Aelkens)

2515 : =2131 (Tia Fockens)

2516 : =2132 (Eggo Tjapkens)

2517 : =2133 (Luppe Amnes)

2518 : =2134 (Derck Jans)

2519 : =2135 (Elisabeth)

2529 : =2145 (Jantjem)

2530 : =2146 (N.N.)

2531 : =2147 (Ijpken Hermans)

2532 : =1080 (Claes Cornelis (Vechter))

2533 : =1081 (Trijntje Jacobs)

2534 : =2150 (Jan Harmens)

2535 : =2151 (Alijt Berents)

2536 : =2152 (Eltije Popkens)

2537 : =2153 (Lijsabeth Geerts)

2538 : =2154 (Eelt Jans Lengerinck)

2539 : =2155 (Oetien Jans)

2540 : =2156 (Tjacke Rotgers)

2541 : =2157 (Luppe Geerts)

2542 : =2158 (Peter)

2546 : =2162 (Jacob Jans (Moller))

2547 : =2163 (Bettie)

2548 : =2164 (Jurrien Tiddens)

2549 : =2165 (Eje Harckens)

2550 : =2166 (Bartelt Garbrants)

2551 : =2167 (Wijpke)

2556 : =2156 (Tjacke Rotgers)

2557 : =2157 (Luppe Geerts)

2558 : =2158 (Peter)


-- XIII --

4244 : Bontko Sijbens, landbouwer en schoolmeester te Midwolda in 1600, overleden na 23 oktober 1623.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 47 (oostelijke heerd), Homerilaan 47 te Midwolda (1601-1629). Vermelding in Oldambster Geslachten in paragraaf 18 (Nederlandsche Leeuw, 1988).

Volgens het huwelijkscontract kreeg Bontko bij zijn huwelijk met Frouwe van zijn ouders Sijben en Tjadduwe het volgende mee: "De behuizing en schuur en koehuis. Met ? goede koijen, 2 bedden, een trisoor, ook de heerd land welke Sijben bewoont uhtbescheiden 2 koijen tho haj en gras en huis (?) up Aijlts herdt mit ook dat torff (?)". Bontko en Frouwe mogen hun ouders jaarlijks aan huur korten 15 daler (RA Midwolda, fol. 40, dd 16-03-1601, bewerking Abels/Wagenaar).

Bontko wordt na omstreeks 1613 doopsgezind. De overgang van Bontko van de gereformeerde naar de doopsgezinde gemeente wordt beschreven door Sebo Abels in "Geschiedenis der doopsgezinden in het Oldambt 1577-1811" blz. 59.

In verband met de doortocht van Brunswijkse troepen in Midwolda krijgt Bontko in 1623 inkwartiering van 6 personen en 6 paarden (GAG 26 oktober 1623; aangehaald door Sebo Abels in "Doopsgezinde families in het Oldambt").

Hij had bij een onbekende vrouw een zoon en 2 dochters.

Bontko is getrouwd te Midwolda op 16 maart 1601, getrouwd aldaar op 22 april 1601 voor de kerk (1) met

4245 : Frouwe Nannes, geboren rond 1580, overleden voor 6 mei 1618, hoogstens 38 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

4256 : Haio Aisens, landbouwer, overleden in het jaar 1610.

Vermelding in Kwartierstaat Boerema als nummer 4592. Kleinkinderen van Haio worden nu en dan aangeduid met de achternaam Ruijsscher. Het is mij niet duidelijk waar deze naam vandaan komt. Mogelijk verwijst de naam naar Ruischer brugge onder Noorddijk.

Haijo Aijsens wordt in 1609 en 1611 vermeld als sibbevoogd over de kinderen van wijlen Ipo Aijsens (RA Noordbroek, 19 juni 2609, pag. 64-65 en 12 maart 1611, pag. 178-179; bron Jacob Boerema). Mogelijk is Ipo een broer van Haijo.

Op 22 oktober 1611 koopt Haijo een stuk land gelegen in Scheemderhamrik, de Ham geheten, van de broers Egge Hebels, Garbrant Hebels en Wijbee Hebels (RA Noordbroek, 22 oktober 1611, pag. 219-220; bron Jacob Boerema).

Op 19 april 1614 wordt de nalatenschap verdeeld van Haio Aisens en zijn vrouw Ije. Hun drie zonen Eppo Hayens, Focke Hayens en Ayso Hayens zijn de erfgenamen.
Eppo krijgt het volgende:
a. 11 akkers te Scheemda, waarvan twee akkers kerkenland, vermeld in een verzegelde brief dd 2 mei 1609;
b. een stuk land te Scheemderhamrik, zoals zijn vader van Doedo Tiddinga heeft gekocht, vermeld in een akte van 11 november 1607;
c. 4 deimt land gelegen in 16 deimt in de Moenicksweer volgens een verzegelde brief dd 21 mei 1584;
d. 1 deimt land gelegen in de Horne Venne of Wijpko Hitjens heert.
Aan Focke worden toebedeeld:
e. 5 deimt in de Horne Venne of Wijpko Hitjens heert, volgens brief dd 25 juni 1606;
f. 9 grazen in de Gondeling gelegen;
g. 3 deimt in Scheemderhamrik, waarop betrekking heeft een brief van 18 maart 1606;
Ayso ontvangt het volgende:
h. een stuk land de Horn geheten in Scheemderhamrik;
i. 8 deimt (in de Moenicksweer), waarvan er 4 aan Eppo toebehoren;
j. 3 deimt in de Queller Veens, waarop betrekking heeft een brief van 21 mei 1584;
k. een stuk land te Scheemderhamrik
(RA Wagenborgen, fol. 91; bewerking Abels/Wagenaar. De datum is in de bewerking van Abels/Wagenaar niet ingevuld wegens onleesbaarheid. Dit moet gelet op latere vermelding 19 april 1614 geweest zijn).

Betreffende het hierboven onder b. genoemde stuk land is ook nog een acte van 20 oktober 1614 opgemaakt te Noordbroek relevant. Hierin verklaart Eggerik Tiddingha mede namens zijn vrouw Eltije van Millingha, dat hij volledig afstand doet van zijn recht op naarkoop van dit door zijn oom Doedo verkochte perceel (RA Noordboek, 20 oktober 1614, p. 415-417; bron Jacob Boerema). Voor wat betreft een van de door Aiso Haijens verkregen percelen (perceel j) is van belang een vermelding in RA Noordbroek dd 25 april 1615 (vermeld bij Aiso Haijens).

Haio was gehuwd met

4257 : Eije, overleden rond 1610.

Uit dit huwelijk:

4258 : Pieter.

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:

4260 : Aeylcko Tiaedens, hopman, overleden na 1623.

Vermelding in Kwartierstaat Boerema als nummer 4596.
Aeylcko was later gehuwd met Elke, zie 4263.

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

4262 : Focko Frericks, overleden voor 1602.

Vermelding als nummer 4598 in Kwartierstaat Boerema.

Focko was gehuwd met

4263 : Elke, overleden voor 1602.

Vermelding als nummer 4599 in Kwartierstaat Boerema.
Elke was later gehuwd met Aeylcko Tiaedens, zie 4260. Uit dit huwelijk:

4264 : Tjapko Eggens, wonende te Noordbroek, overleden na 1626.

Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 244.

Tjapko is getrouwd rond 1570 met

4265 : Poppe, overleden voor 1624.

Uit dit huwelijk:

4266 : (?) Ammo Hermans, landbouwer, wonende te Meeden.

Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 571.

Ammo is getrouwd rond 1565 met

4267 : (?) N.N..

Uit dit huwelijk:

4298 : =2162 (Jacob Jans (Moller))

4299 : =2163 (Bettie)

4300 : Harmen Meinderts, overleden na 1640.

Vermelding als nummer 436 in Ancestors of Jantje Harms Stavast.

Harmen is getrouwd te Midwolda op 26 mei 1606, getrouwd aldaar op 26 mei 1606 voor de kerk met

4301 : Lubbe Igges, overleden na 1640.

Vermelding als nummer 437 in Ancestors of Jantje Harms Stavast.
Lubbe was weduwe van Haycke Tonckens, overleden voor 1604. Uit dit huwelijk:

4302 : Berent Berents (de Oude), geboren rond 1590.

Berent was gehuwd met

4303 : Gepke, geboren rond 1590.

Uit dit huwelijk:

4308 : Johan Hermans Langerick, wonende te Slochteren.

Johan was gehuwd met waarschijnlijk

4309 : (?) Pieterke Eelts.

Uit dit huwelijk:

4310 : Jan Garbrants, landbouwer en provinciemeijer, wonende te Kloosterburen.

Jan was gehuwd met

4311 : Griete.

Waarschijnlijk een dochter van Thomas.
Uit dit huwelijk:

4312 : Rotger Hendricks, geboren rond 1550, wonende te Noordbroek, overleden na 8 april 1618, minstens 68 jaar oud.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 54, Hoofdweg 215 te Midwolda (1578). Vermelding in Kwartierstaat Boer als nummer 8194. Vermelding in Kwartieren Starke-Jager onder nummer 1266 als mogelijke ouders van Tjacke Rotgers. Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt"pag. 743.

Op 23 april 1612 verkopen Rotger en Weije dan wonende te Noordbroek een deel van de Heerwechsmede, zoals ze van hun moeder hebben geerfd, aan Claas Jans en Assele (RA Wagenborgen, fol. 54, 23 april 1612; bewerking Abels/Wagenaar).

Rotger is getrouwd rond 1575 met

4313 : Weije.

Uit dit huwelijk:

4328 : Tiddo Fockens, landbouwer, wonende te Scheemderhamrik, overleden na 14 mei 1619.


Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 383.
Tiddo was later gehuwd met Elteke. Elteke was weduwe van Feije Harmens.

Tiddo is getrouwd rond 1580 (1) met

4329 : Trine.

Uit dit huwelijk:

4330 : Harcko Ailckens, landbouwer.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 205 (oostelijke heerd), Bovenstreek 6 te Meeden (1580-1612).

Harcko is getrouwd voor 1597 met

4331 : Greta.

Uit dit huwelijk:

4332 : Garbrandt Bartholts, landbouwer, overleden voor 1609.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 123 (5e provincieplaats), Hoofdweg 27 te Westerlee (1597-1609).

Garbrandt was gehuwd met

4333 : Anne.

Uit dit huwelijk:

4344 : =4312 (Rotger Hendricks)

4345 : =4313 (Weije)

4660 : Lubbertus Toxopeus, predikant en oeconimicus te Emden, geboren te Schuttorf (bij Bentheim) rond 1576, wonende te Larrelt (Ofr), overleden aldaar op 3 juli 1661, ongeveer 85 jaar oud.

Vermelding in Ommelander Geslachten in tekst onder onder nummer VII.154.1. Begraven in de kerk van Larrelt. Grafstenen van Lubbertus Toxopeus en Geekske Johans Fewen zijn ingemetseld in het koor van de kerk te Larrelt.

Lubbertus is getrouwd rond 1600 voor de kerk met

4661 : Geeske Johans Fewen, geboren te Larrelt (Ofr) rond 1575, overleden aldaar op 25 augustus 1657, ongeveer 82 jaar oud.

Uit dit huwelijk:

4662 : Abel Aeissens, landbouwer, geboren te Termunten rond 1585, overleden voor 1659, hoogstens 74 jaar oud.


Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 159-42.

Abel was gehuwd met

4663 : Jantje, geboren rond 1590, overleden te Oostwolderhamrik rond 1658, ongeveer 68 jaar oud.

Vermelding in Groninger Kwartierstaten I als nummer 159-43.

Uit dit huwelijk:

4860 : =2152 (Eltije Popkens)

4861 : =2153 (Lijsabeth Geerts)

4862 : =2154 (Eelt Jans Lengerinck)

4863 : =2155 (Oetien Jans)

5012 : =4244 (Bontko Sijbens)

5013 : =4245 (Frouwe Nannes)

5024 : =4256 (Haio Aisens)

5025 : =4257 (Eije)

5026 : =4258 (Pieter)

5028 : =4260 (Aeylcko Tiaedens)

5030 : =4262 (Focko Frericks)

5031 : =4263 (Elke)

5032 : =4264 (Tjapko Eggens)

5033 : =4265 (Poppe)

5034 : (?) =4266 (Ammo Hermans)

5035 : (?) =4267 (N.N.)

5066 : =2162 (Jacob Jans (Moller))

5067 : =2163 (Bettie)

5068 : =4300 (Harmen Meinderts)

5069 : =4301 (Lubbe Igges)

5070 : =4302 (Berent Berents (de Oude))

5071 : =4303 (Gepke)

5076 : =4308 (Johan Hermans Langerick)

5077 : (?) =4309 (Pieterke Eelts)

5078 : =4310 (Jan Garbrants)

5079 : =4311 (Griete)

5080 : =4312 (Rotger Hendricks)

5081 : =4313 (Weije)

5096 : =4328 (Tiddo Fockens)

5097 : =4329 (Trine)

5098 : =4330 (Harcko Ailckens)

5099 : =4331 (Greta)

5100 : =4332 (Garbrandt Bartholts)

5101 : =4333 (Anne)

5112 : =4312 (Rotger Hendricks)

5113 : =4313 (Weije)


-- XIV --

8488 : Sijben Sebens, landbouwer.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 47 (oostelijke heerd), Homerilaan 9 te Midwolda (1570-1600). Oorspronkelijk is dit een kerkenheerd van de Rooms-Katholieke kerk van Midwolda.

De boerderij te Midwolda gelegen naast de Ennemaborg zal ruim 300 jaar in het bezit van nazaten van Sijben blijven. Pas in 1876, als Sibolt Habbes Engelkes, een achterkleinzoon van Jan Ritzes en Geesjen Pieters, de boerderij verkoopt, raakt de boerderij in "vreemde" handen.

Op 21 december 1596 ruilen Sijben en Tyaduwe grond met Hancko Harmens en Elve (ehel.). Sijben ruilt daarbij een stuk land dat hij op zijn beurt had geruild met Andries Werts. Hankco verruilt een akker in zijn heerd in het hamrik, ten westen Hans (?) Eltkens, ten oosten Siben (?) (R.A.G. Midwolda, fol. 4, dd 21 december 1596; bewerking Abels/Wagenaar). De grondruil wordt ook vermeld in de Genealogie Stuut in de tekst onder V.1. Op 28 juni 1598 draagt Hancko het door hem verkregen perceel grond over aan een onbekende derde. Het gaat dan om grond "welke Hind. Eltekens nu gebruikt, strekkende van die Dollart goete an die Ae". (R.A.G. Midwolda, fol. 14, dd 28 juni 1598; bewerking Abels/Wagenaar).

Sijben wordt op 1 augustus 1596 met de eerste groep intredende lidmaten lid van de gereformeerde gemeente van Midwolda. Zijn vrouw Tijaduwe volgt een half jaar later. Na zijn tweede huwelijk met Elske Rotgers stapt Sijben waarschijnlijk over naar de doopsgezinde gemeente (vermeld in de "Geschiedenis der doopsgezinden in het Oldambt 1577-1811" blz 59).

Op 8 mei 1598 is Sijben voor de bruidegom aanwezig bij het sluiten van de huwelijkse voorwaarden tussen Rewen Luppens en Bunno Tyackens. Niet vermeld wordt de eventuele familierelatie tussen Sijben en Rewens (R.A.G/ Midwolda, fol. 12v, dd 8 mei 1598; bewerking Abels/Wagenaar).
Sijben is later getrouwd in het jaar 1613 met Elske Rotgers.

Sijben is getrouwd rond 1570 voor de kerk (1) met

8489 : Tyaduwe.

Uit dit huwelijk:

8490 : Nanne Haijens, landbouwer, overleden na 1611.


Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 201, "Mastenbroek", Hereweg 346 te Meeden (????-1612). Was hier waarschijnlijk alleen eigenaar en geen gebruiker.
Vermelding in Kwartierstaat De Boer als nummer 8292. Vermelding in Oldambster Geslachten in paragraaf 18 (Nederlandsche Leeuw, 1988). Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt" pag. 516.

Nanne is getrouwd rond 1585 met

8491 : Edske Heuwens, overleden te Midwolda op 8 oktober 1603.

Vermelding in Kwartierstaat Smith als nummer 3469.

Uit dit huwelijk:

8528 : Eggo.

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

8602 : Iggo Tonckens, overleden rond 1610.

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:

8618 : (?) Eelt Nantkes, wonende te Schildwolde.

Eelt was gehuwd met

8619 : (?) Jantje.

Uit dit huwelijk:

8624 : Hendrick Rotgers, landbouwer, wonende te Midwolda, overleden voor 1611.


Op 14 januari 1611 verdelen Rotger Hendricks, Johan Hendricks en Grete Hendricks de boedel van hun overleden vader (RAG Midwolda, fol. 135, dd 14 januari 1611, bewerking Abels/Wagenaar). Vermelding als nummer 4560 in Kwartierstaat Boerema. Vermelding in "Doopsgezinde families in het Oldambt"pag. 1477.

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:

8688 : =8624 (Hendrick Rotgers)

Zijn kinderen bij een onbekende vrouw:

9322 : Jan Fewen, landbouwer te Larrelt en kerkvoogd te Larrelt in 1611 en 1619, wonende te Larrelt (Ofr).

In 1580 wordt hij genoemd in het Schatzungsregister met 12 koeien, in 1583 bezat hij 14 koeien en in 1586 16 stuks. Johan Fewen is mogelijk een zoon van Roelf Fewen en een kleinzoon of neef van Fewo van Nesserland die in 1557 wordt genoemd.

Jan was gehuwd met

9323 : Houwke Heres Boijen.

Uit dit huwelijk:

9324 : Aysse Abels, stadmeier te Termunten, overleden te Termunten rond 1601.


Vermelding in Kwartierstaat Ausema als nummer 6596.

Aysse was gehuwd met

9325 : Hase.


Vermelding in Kwartierstaat Ausema als nummer 6597.

Uit dit huwelijk:

9724 : =4308 (Johan Hermans Langerick)

9725 : (?) =4309 (Pieterke Eelts)

9726 : =4310 (Jan Garbrants)

9727 : =4311 (Griete)

10024 : =8488 (Sijben Sebens)

10025 : =8489 (Tyaduwe)

10026 : =8490 (Nanne Haijens)

10027 : =8491 (Edske Heuwens)

10064 : =8528 (Eggo)

10138 : =8602 (Iggo Tonckens)

10154 : (?) =8618 (Eelt Nantkes)

10155 : (?) =8619 (Jantje)

10160 : =8624 (Hendrick Rotgers)

10224 : =8624 (Hendrick Rotgers)


-- XV --

16980 : Haije Reints, landbouwer en kerkvoogd, geboren rond 1515, overleden voor 1571, hoogstens 56 jaar oud.

Nader onderzoek is nog nodig of onderstaande vermeldingen betrekking hebben op de juiste Haije Reints. Er blijken namelijk twee personen met deze naam te zijn.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 201, "Mastenbroek", Hereweg 246 te Meeden (1566-1571).

Vermelding in Genealogie Stuut onder nummer II.1.3.b. Vermelding in Kwartierstaat Schuur als nummer 15550, in Kwartierstaat De Boer als nummer 16584, in Kwartierstaat De Jonge als nummer 31614 en in Kwartierstaat Ausema als nummer 15166. Vermelding in Oldambster Geslachten in paragraaf 17 (Nederlandsche Leeuw 1988).

Zijn vrouw (zaliger Haije Reints fr.) wordt vermeld op de lijst van personen, die in 1571 verplicht geld moesten lenen aan de stad Groningen (Meeden, geschiedenis van een Gronings dorp, pag. 98).

Haije was gehuwd met

16981 : Ycktien, overleden na 1594.

Bij Reint Hayens wordt als moeder een Eppe genoemd. Waarschijnlijk is ook Matthias Hayens een zoon uit een tweede huwelijk van Haije Reints.

Uit dit huwelijk:

16982 : Hewo Tonckens, landbouwer en volmacht van het Oldambt (1571), geboren rond 1530, overleden voor 27 februari 1603, hoogstens 73 jaar oud.

Vermelding in Boerderijenboek Wold-Oldambt onder nummer 36 (westelijke heerd), Hoofdweg 25 te Midwolda (1556-1603). Vermelding in Kwartierstaat Harm Selling onder nummer 62458. Vermelding in Kwartierstaat Pieter Glas onder nummer 12918 en in Kwartierstaat Smith als nummer 6938. Vermelding in Oldambster Geslachten in paragraaf 15 (Nederlandsche Leeuw 1987).
Wordt op 4 augustus 1571 aangewezen als een van de volmachten van het Oldambt om met vertegenwoordigers van de Ommelander Kerspelen te spreken over dijkzaken.

Hewo is getrouwd rond 1550 met

16983 : Buncke Hillens, geboren rond 1532, begraven te Midwolda op 21 februari 1608, ongeveer 76 jaar oud.

Vermelding in Kwartierstaat Harm Selling onder nummer 62459. Vermelding in Kwartierstaat Pieter Glas onder nummer 12919. Vermelding in Genealogie Stuut onder nummer II.1.3. Voerde waarschijnlijk drie lelies als wapen. Werd op 17 april 1597 als lidmaat aangenomen te Midwolda.

Uit dit huwelijk:

17204 : Toncko Eggens, landbouwer, geboren te Oostwold, wonende aldaar, overleden voor 1561.

Vermelding in Oldambster Geslachten in paragraaf 15 (Nederlandsche Leeuw, 1987). Vermelding in Kwartierstaat Harm Selling onder nummer 124916 en in Kwartierstaat Smith als nummer 13876. Vermelding in "Doopsgezinden in het Oldambt" pag. 245. Volgens deze laatste bron was Tonko landbouwer op de Wester Steenhuisheerd te Midwolda.

Toncko was gehuwd met

17205 : Anna, geboren rond 1510, overleden voor 1579, hoogstens 69 jaar oud.


Vermelding in Kwartierstaat Harm Selling als nummers 53181 en 124917, in Kwartierstaat De Jonge als nummer 31613 en in Kwartierstaat Ausema als nummer 15165. Vermelding in Oldambster Geslachten paragraaf 15 (Nederlandsche Leeuw, 1987). Anna bracht het "Wester Stienhuijs" te Oostwold in de familie Tonckens.

Anna gebruikte ook wel het patroniem van haar eerste man.
Anna is daarnaast getrouwd rond 1540 (2) met Wypko Foppens, kerkvoogd, overleden na 17 september 1561, zoon van Foppe. Hij had bij een onbekende vrouw 2 zonen.

Uit dit huwelijk:

18646 : Hero Boijen, geboren In de Griete.

Hero was gehuwd met

18647 : Liure Geerts Dijken, geboren te Greetsiel (Ofr).

Volle nicht van Ubbo Emmius.

Uit dit huwelijk:

18648 : (?) Abel Ritzes, overleden voor 1582.


Vermelding als nummer 14012 in Kwartierstaat Smith.

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

19450 : (?) =8618 (Eelt Nantkes)

19451 : (?) =8619 (Jantje)

20052 : =16980 (Haije Reints)

20053 : =16981 (Ycktien)

20054 : =16982 (Hewo Tonckens)

20055 : =16983 (Buncke Hillens)

20276 : =17204 (Toncko Eggens)

20277 : =17205 (Anna)


-- XVI --

33964 : =17204 (Toncko Eggens)

33965 : =17205 (Anna)

33966 : Hille Aylens, landbouwer, geboren rond 1500, overleden voor 18 november 1569, hoogstens 69 jaar oud.

Vermelding in Kwartierstaat Harm Selling onder nummer 124918.

Hille was gehuwd met

33967 : Auke Foppens.

Uit dit huwelijk:

34408 : Iggo Tonckens, kerkvoogd, wonende te Midwolda en te Finsterwolde, overleden na 1532.

Had als wapen een naar links klimmende leeuw. Wordt vermeld op de in 1516 gegoten klok voor de kerk te Midwolda als "Iggo Tonckes int Finsterwolde".
Vermelding in Oldambster Geslachten paragraaf 15 (Nederlandsche Leeuw, 1987). Vermelding in Kwartierstaat Harm Selling onder nummer 249832. Vermelding in Kwartierstaat Pieter Glas onder nummer 51672 en in Kwartierstaat Smith als nummer 27752.

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

37294 : Gerrit Dijken.

Gerrit was gehuwd met

37295 : Ette.

Uit dit huwelijk:

40108 : =17204 (Toncko Eggens)

40109 : =17205 (Anna)

40110 : =33966 (Hille Aylens)

40111 : =33967 (Auke Foppens)

40552 : =34408 (Iggo Tonckens)


-- XVII --

67928 : =34408 (Iggo Tonckens)

67932 : Ayle Eltekens, landbouwer, geboren rond 1475, overleden na 1549, minstens 74 jaar oud.

Vermelding in kwartierstaat Schuur als nummer 35424. Vermelding in Kwartierstaat Pieter Glas als nummer 51676 en in Kwartierstaat Smith als nummer 27756.

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

74588 : Dijco Meters, zijlrichter te Greetsiel en Erfgesetene te Greetsiel, geboren rond 1479, wonende te Greetsiel (Ofr), overleden aldaar.

Dijco was gehuwd met

74589 : Ida Emmes, geboren te Greetsiel (Ofr).

Uit dit huwelijk:

80216 : =34408 (Iggo Tonckens)

80220 : =67932 (Ayle Eltekens)


-- XVIII --

135864 : Elteko, geboren rond 1445, wonende te Finsterwolde.


Vermelding als stamvaarder in Genealogie Stuut. vermelding als nummer 55512 in Kwartierstaat Smith.

Zijn zonen bij een onbekende vrouw:

149176 : Mete Remets, Erfgesetene te Greetsiel, geboren te Greetsiel (Ofr).

Mete was gehuwd met

149177 : Diure.

Uit dit huwelijk:

149178 : Emmo Oesebrandts, wonende De Griete (Ofr).
Emmo was weduwnaar van Ette, geboren In de Griete.

Emmo was gehuwd (2) met

149179 : Liura, geboren In de Griete.

Liura bezat in 1510 land te Pilsummer Hammrich (Ofr).

Uit dit huwelijk:

160440 : =135864 (Elteko)


-- XIX --

298352 : Remet, geboren in het jaar 1410.

Zijn zoon bij een onbekende vrouw:

298356 : Oesebrandt Emmen, geboren In de Griete rond 1410, wonende te Snederhusen (Ofr).

Oesebrandt was gehuwd met

298357 : Hissa.

Uit dit huwelijk: