Als de pagina's alleen op uw harde schijf bestaan, dan bent u de enige die ze kan bekijken.
Met &brandShortName; kunt u webpagina's publiceren naar een webserver.
Als u uw pagina's op een webserver publiceert dan kopieert &brandShortName;
uw pagina's naar een computer waarop andere deze kunnen bekijken.
De meeste Internet-providers bieden ruimte op hun webservers zodat webpagina's gepubliceerd kunnen worden.
Om een webserver te vinden waarop u uw pagina's kunt publiceren, vraagt u uw Internet-provider, de helpdesk of een systeembeheerder.
Open de HTML-pagina die u wilt publiceren of maak een nieuwe pagina in &brandShortName;.
Als u klaar bent om de pagina te publiceren, dan klikt u op de Publiceren-knop op de werkbalk.
Als u de pagina al eerder hebt gepubliceerd dan heeft &brandShortName; de publicatie-instellingen
van de pagina onthouden en begint met het publiceren van de pagina. Zolang het publiceren bezig is
toont &brandShortName; een dialoogvenster dat de voortgang aangeeft
Als u de pagina nog niet eerder heeft gepubliceerd, toont &brandShortName; het Instellingen-tabblad
van het dialoogvenster Pagina publiceren. Daarin kunt u gegevens invoeren over de locatie waar het document gepubliceerd moet worden.
Zie Pagina publiceren - Instellingen voor meer informatie.
Als u de gevraagde informatie heeft ingevoerd klikt u op de knop Publiceren op de werkbalk.
Als u de pagina nog niet eerder hebt opgeslagen toont &brandShortName; het Publiceren-tabblad van het dialoogvenster Pagina publiceren.
Daarin kunt u de bestandsnaam van de pagina invoeren.
Zie Pagina publiceren - Publiceren voor meer informatie.
Nadat u de bestandsnaam hebt ingevoerd klikt u op de knop Publiceren op de werkbalk.
Om uw gepubliceerde pagina te bekijken klikt u op de knop Bladeren.
Controleer zo de koppelingen op de pagina en zorg ervoor dat er geen afbeeldingen missen.
Bewerk de pagina indien nodig. Als u klaar bent om de pagina op de server bij te werken met de wijzigingen
dan klikt u weer op de knop Publiceren.
Als u een pagina voor de eerste keer publiceert verandert &brandShortName;
het file:///-adres van de pagina in een http://-adres om aan te geven dat u een reeds gepubliceerde pagina bewerkt.
Als u de pagina lokaal wilt opslaan (op de harde schijf van uw computer), klikt u op de knop Opslaan.
U wordt dan gevraagd om voor de pagina een bestandsnaam en plaats op uw harde schijf op te geven.
Tips om gebroken koppelingen en missende afbeeldingen te voorkomen
Zorg ervoor dat de bestandsnamen van webpagina's in &brandShortName; op .html of .htm eindigen.
Zorg ervoor dat bestandsnamen van afbeeldingen op .jpg, .gif, of .png eindigen.
Gebruik geen spaties of bijzondere tekens in bestandsnamen. Houdt de bestandsnamen kort en gebruik bijvoorbeeld enkele
kleine of hoofdletters en/of cijfers.
Als de afbeeldingen niet verschijnen wanneer u de gepubliceerde pagina bekijkt, dan kan het zijn dat u vergeten bent om
de afbeeldingen ook te publiceren. Open dan het menu Bestand en kies voor Publiceren als om het dialoogvenster Pagina Publiceren te openen.
Op het tabblad Publiceren dient u ervoor te zorgen dat "Include images and other files" aan staat.
Daarna kunt u weer op Publiceren klikken.
Open in een &brandShortName;-venster het menu Bestand en kies Recente pagina's. Selecteer vervolgens het document uit deze lijst.
Ook kunt u de pagina openen via Weblocatie openen... in het menu Bestand.
Voer de nodige wijzigingen in de pagina door.
Als u klaar bent met het aanbrengen van de wijzigingen, klikt u op de knop Publiceren in de werkbalk van &brandShortName;.
Tip:
Om een pagina of afbeelding die u op een webserver heeft gepubliceerd te verwijderen, dient u een
FTP-programma (File Transfer Protocol) te gebruiken. U dient ook een FTP-programma te gebruiken als u
submappen wilt aanmaken of bestanden op de webserver wilt hernoemen.
Vraag uw provider of zij een bepaald FTP-programma aanraden.
Doorgaans vindt u informatie over FTP-programma's in de Ondersteuningspagina's van de website van uw provider.
FTP-programma's kunt u ook vinden op download-sites als Download.com of ZDNet Downloads.
Daarnaast is FileZilla een geschikt opensource FTP-programma.
Wijzigen van de bestandsnaam of een publicatie-locatie
Aanpassen van de bestandsnaam of publicatie-locatie:
Open in een &brandShortName;-venster het menu Bestand en kies Recente pagina's. Selecteer vervolgens het document uit deze lijst.
Ook kunt u de pagina openen via Weblocatie openen... in het menu Bestand.
Voer de nodige wijzigingen in de pagina door.
Open het menu Bestand van &brandShortName;'s en kies Publiceren Als.
&brandShortName; toont het tabblad Publiceren van het dialoogvenster Pagina Publiceren.
Voer - indien nodig - een andere paginatitel in.
Voer - indien nodig - een andere bestandsnaam in.
Kies in de Sitenaam-lijst de publicatie-locatie die u wilt gebruiken.
Om een nieuwe publicatie-locatie te maken klikt u op Nieuwe Site. Zie
Pagina Publiceren - Instellingen
voor meer informatie.
Klik Publiceren om de pagina naar de nieuwe locatie te publiceren.
Als u van plan bent om pagina's naar meer dan 1 locatie te publiceren, dan kunt u deze sites instellen in &brandShortName;.
Zo hoeft u deze gegevens niet opnieuw in te voeren als u iets wilt publiceren.
Open in &brandShortName; het menu Bewerken en kies voor Publicatiesite-instellingen.
&brandShortName; toont nu het dialoogvenster Publicatie-instellingen.
Klik op de knop Nieuwe Site.
Bij "Sitenaam" vult u een naam in waarmee u de publicatiesite wilt aanduiden.
Als u bijvoorbeeld deze site wilt gebruiken om pagina's voor het "Meteor"-project te publiceren,
dan kunt u "Meteoor" als naam gebruiken. Met sitenamen kunt u de diverse publicatie-sites van elkaar onderscheiden.
Bij "Publicatie-adres" voert u het volledige adres in dat u van uw provider, systeembeheerder of webhosting-dienst hebt gekregen.
Dit adres moet met ftp:// of http:// beginnen.
Het publicatie-adres geeft aan waar pagina's op deze site gepubliceerd worden.
Als u niet zeker weet wat u hier in moet voeren, vraagt u dan uw provider of systeembeheerder.
Bij "HTTP-adres van uw beginpagina" voert u het volledige adres in dat u in de locatiebalk van uw browser
zou moeten invoeren om de pagina's van de website te kunnen bekijken. Neem in deze naam geen bestandsnaam of submap op.
Dit adres begint altijd met http://. In enkele gevallen is dit adres hetzelfde als het publicatie-adres.
Als u niet zeker weet wat u hier in moet voeren, vraagt u dan uw provider of systeembeheerder of laat het veld anders leeg.
Bij gebruikersnaam vult u de gebruikersnaam in die u gebruikt om bij uw provider of webhosting-dienst in te loggen.
Bij wachtwoord vult u het wachtwoord in dat bij de gebruikersnaam hoort.
Kies "Wachtwoord opslaan" om het wachtwoord beveiligd met de wachtwoordenbeheerder op te slaan.
Dan hoeft u het niet iedere keer in te voeren als u pagina's naar de site wilt publiceren.
Als u meer dan 1 publicatiesite heeft ingevoerd, maar meestal 1 site gebruikt om op te publiceren,
dan kunt u de site die u het vaakst gebruikt als standaard publicatiesite instellen.
&brandShortName; gebruikt de standaard publicatiesite voor alle pagina's die u publiceert, tenzij u een andere site opgeeft.
Ongeacht het aantal sites dat u heeft opgegeven kunt u altijd een pagina naar een andere site publiceren
door in het menu Bestand voor Publiceren Als te kiezen. Zie Wijzigen van de bestandsnaam of publicatie-locatie voor meer informatie.
Open het menu Bewerken en kies voor Publicatiesite-instellingen.
&brandShortName; toont het dialoogvenster Publicatie-instellingen.
Kies een publicatiesite uit de lijst.
Als u slechts 1 publicatiesite set up, &brandShortName; uses
that one as the default site.
Het verwijderen van een publicatiesite verwijdert de instellingen van de site uit &brandShortName;.
Als u op een later tijdstip de site wilt publiceren, dient u deze instellingen weer in te voeren.
Open het menu Bewerken en kies voor Publicatiesite-instellingen.
&brandShortName; toont nu het dialoogvenster Publicatie-instellingen.
Kies een publicatiesite uit de lijst.
Klik op Site verwijderen.
&brandShortName; verwijdert slechts de instellingen van de geselecteerde site;
aan de site zelf wordt niets gewijzigd.
Deze sectie beschrijft de Publicatie-instellingen van &brandShortName;.
Zie &brandShortName; Voorkeuren
Voor meer informatie over de algemene instellingen van &brandShortName;.
Pagina publiceren - tabblad Publiceren
Met het tabblad Publiceren van het dialoogvenster Pagina publiceren kunt u aangeven waar u een pagina wilt publiceren.
Deze instellingen gelden voor de huidige pagina.
Voer de volgende handelingen uit als u niet reeds het tabblad Publiceren van het dialoogvenster Pagina Publiceren voor u heeft:
Open het menu Bestand en kies voor Publiceren Als.
Het dialoogvenster Pagina publiceren verschijnt.
Klik op het tabblad Publiceren.
Sitenaam: Toont alle publicatiesites die u heeft aangemaakt,
zodat u de site kunt kiezen waarnaar u de pagina wilt publiceren.
Om een nieuwe site toe te voegen klikt u op de knop Nieuwe site.
Paginatitel: Geeft de titel van de pagina aan (zoals het verschijnt in de titelbalk als de pagina met een browser bekeken wordt).
De paginatitel wordt ook getoond in de bladwijzers als de pagina in een browser als bladwijzer wordt toegevoegd.
Bestandsnaam: Geeft de bestandsnaam van de pagina aan.
Zorg ervoor dat deze eindigt op .html of .htm.
Let op: Als een bestand op de server waarnaar u publiceert dezelfde bestandsnaam heeft
als een van de bestanden die u publiceert dan overschrijft het gepubliceerde bestand het reeds op de server aanwezige bestand.
Hierbij wordt niet om een bevestiging gevraagd !
Sitesubmap voor deze pagina: Als u dit leeg laat zal &brandShortName; de pagina naar de hoofdmap van deze site publiceren.
Als u de pagina naar een submap wilt publiceren voert u de naam van deze submap in of kiest u deze uit de lijst.
&brandShortName; onthoudt de locaties die u intikt, zodat u kunt kiezen uit een lijst die u al eerder heeft gebruikt.
Bedenk dat de namen van de submappen hoofdlettergevoelig zijn.
Let op: De submap die u kiest moet reeds op de server bestaan.
Inclusief afbeeldingen en andere bestanden: Als deze aangevinkt is, publiceert &brandShortName;
ook afbeeldingen en bestanden die door de te publiceren pagina gebruikt worden.
U kunt ervoor kiezen om deze bestanden naar dezelfde locatie als de pagina te publiceren, maar u kunt ook voor een submap kiezen.
Tip: Om submappen te maken of om
gepubliceerde pagina's of afbeeldingen te verwijderen dien je een FTP-programma ((File Transfer
Protocol) te gebruiken.
Vraag uw provider of zij een bepaald FTP-programma aanraden.
Doorgaans vindt u informatie over FTP-programma's in de Ondersteuningspagina's van de website van uw provider.
FTP-programma's kunt u ook vinden op download-sites als Download.com of ZDNet Downloads.
Daarnaast is FileZilla een geschikt opensource FTP-programma.
Op het tabblad Instellingen van het dialoogvenster Pagina publiceren
kunt u de inloggegevens en de publicatie-instellingen van de site instellen.
Deze instellingen gelden voor de huidige pagina en andere bestanden die u naar deze locatie wilt publiceren.
Als u niet al het tabblad Instellingen van het dialoogvenster Pagina publiceren geopend heeft, voer dan deze stappen uit:
Open het menu Bestand en kies voor Publiceren Als.
Het dialoogvenster Pagina publiceren verschijnt nu.
Klik op het tabblad Instellingen.
Sitenaam: Bepaalt de naam die u gebruikt om deze publicatiesite aan te duiden.
Voer hier een korte naam in waaraan u deze publicatiesite later kunt herkennen.
Publicatie-adres:
Het volledige adres dat u van uw provider of systeembeheerder hebt gekregen.
Dit adres dient met ftp:// of http:// te beginnen.
Dit wordt ook wel aangeduid met "hostname" of "servernaam".
Het publicatie-adres geeft aan naar welke locatie op de site pagina's gepubliceerd worden (uploaden).
Als u dit niet zeker weet, vraag dan uw provider of systeembeheerder.
HTTP-adres van uw beginpagina: het volledige adres van uw website. Dit is het webadres van de beginpagina van uw website.
Zorg ervoor dat een bestandsnaam of submap geen deel uitmaakt van dit adres.
Dit adres moet altijd beginnen met http://.
In enkele gevallen is dit adres hetzelfde als het publicatie-adres.
Als u niet zeker weet wat u hier in moet voeren, vraagt u dan uw provider of systeembeheerder of laat het veld anders leeg.
Gebruikersnaam: de gebruikersnaam die u nodig heeft om bij uw provider of op het netwerk in te loggen.
Wachtwoord: het wachtwoord dat bij deze gebruikersnaam hoort.
Wachtwoord opslaan: vink deze optie aan om het wachtwoord beveiligd met de wachtwoordenbeheerder op te slaan.
Dan hoeft u het niet iedere keer in te voeren als u pagina's naar de site wilt publiceren.
Met het dialoogvenster Publicatie-instellingen kunt u publicatiesites maken, bewerken en verwijderen.
Ook kunt u hiermee een standaard publicatiesiste instellen.
Als u het dialoogvenster Publicatie-instellingen nog niet geopend hebt, voer dan deze stappen uit:
Open het menu Bewerken en kies voor Publicatiesite-instellingen.
&brandShortName; toont nu het dialoogvenster Publicatie-instellingen.
Nieuwe site: hiermee kunt u instellingen voor een nieuwe publicatiesite invoeren.
&brandShortName; voegt de naam van de nieuwe publicatiesite aan de lijst met beschikbare publicatiesites toe.
Als standaard instellen: Stelt de geselecteerde publicatiesite in als standaard publicatiesite.
Doorgaans is dit de publicatiesite die u het vaakst gebruikt om pagina's naar te publiceren.
Alle pagina's die u maakt of bewerkt worden naar deze standaard publicatiesite gepubliceerd, tenzij u een andere site opgeeft in
het dialoogvenster Pagina publiceren.
Om een pagina naar een andere publicatiesite te publiceren opent het menu Bestand en kiest u voor Publiceren Als
om een andere publicatiesite te selecteren.
Site verwijderen: Verwijdert de geselecteerde site en bijbehorende instellingen uit &brandShortName;.
Sitenaam: de naam waarmee u deze publicatiesite aanduidt.
Publicatie-adres:
Het volledige adres dat u van uw provider of systeembeheerder hebt gekregen.
Dit adres dient met ftp:// of http:// te beginnen.
Dit wordt ook wel aangeduid met "hostname" of "servernaam".
Het publicatie-adres geeft aan naar welke locatie op de site pagina's gepubliceerd worden (uploaden).
Als u dit niet zeker weet, vraag dan uw provider of systeembeheerder.
HTTP-adres van uw beginpagina: het volledige adres van uw website. Dit is het webadres van de beginpagina van uw website.
Zorg ervoor dat een bestandsnaam of submap geen deel uitmaakt van dit adres.
Dit adres moet altijd beginnen met http://.
In enkele gevallen is dit adres hetzelfde als het publicatie-adres.
Als u niet zeker weet wat u hier in moet voeren, vraagt u dan uw provider of systeembeheerder of laat het veld anders leeg.
Gebruikersnaam: de gebruikersnaam die u nodig heeft om bij uw provider of op het netwerk in te loggen.
Wachtwoord: het wachtwoord dat bij deze gebruikersnaam hoort.
Wachtwoord opslaan: vink deze optie aan om het wachtwoord beveiligd met de wachtwoordenbeheerder op te slaan.
Dan hoeft u het niet iedere keer in te voeren als u pagina's naar de site wilt publiceren.
Als een van de bestanden niet gepubliceerd kan worden, dan toont het dialoogvenster Publicatiestatus een foutmelding
die kan helpen om te begrijpen wat er mogelijk fout is gegaan en hoe dit opgelost zou kunnen worden
Klik op de Troubleshooting-knop in het dialoogvenster Publicatiestatus om hulp te krijgen bij het oplossen van uw probleem met het publiceren.
Als het dan niet lukt, sla dan het bestand op de harde schijf op
door het menu Bestand van &brandShortName; te openen en voor Opslaan te kiezen.
Dan kunt u het bestand op een later tijdstip openen om nogmaals een poging tot publiceren te doen.
Om op een later tijdstip het bestand eenvoudig terug te vinden kunt u het menu Bestand van &brandShortName;
openen en kiezen voor Recente pagina's.
Publicatie-instellingen controleren
Het controleren van uw publicatie-instellingen:
Sluit het dialoogvenster Publicatiestatus als het nog open staat.
Open het menu Bewerken en kies voor Publicatiesite-instellingen.
Controleer in het dialoogvenster Publicatie-instellingen dat de site-instellingen
van de site waarnaar u probeert te publiceren kloppen. Als u het niet zeker weet, kunt u het navragen bij uw provider of webhosting-dienst.
Controleer dat u de publicatie-instellingen goed hebt ingevoerd.
Er kan bijvoorbeeld een tikfout in een van de instellingen geslopen zijn.
Controleer dat u het juiste publicatie-adres hebt ingevoerd.
Webhosting-diensten of providers kunnen dit aanduiden met "servernaam", "hostnaam" of "server/host".
Vaak wordt dit opgegeven als ftp.mijnprovider.nl/gebruikersnaam of ftp.mijnprovider.be/gebruikersnaam,
waarbij gebruikersnaam uw gebruikersnaam aangeeft.
Een correct publicatie-adres moet beginnen met ftp:// of http://.
Het correcte publicatie-adres voor bovenvermelde site zou ftp://ftp.mijnprovider.nl/gebruikersnaam of
ftp://ftp.mijnprovider.be/gebruikersnaam zijn.
Bekijk de namen van de bestanden die niet gepubliceerd konden worden. Zorg ervoor dat de bestandsnamen hieraan voldoen:
Alleen getallen, kleine of hoofdletters gebruiken. Hoewel u bestandsnamen met hoofdletters erin kunt aanmaken, kunt u mogelijke fouten
op een later tijdstip voorkomen als u alleen kleine letters gebruikt in de bestandsnamen.
Als de bestanden naar een webserver worden gepubliceerd dan worden de bestanden daar hoofdlettergevoelig.
Het kan dan lastiger worden om bestandsnamen te herinneren die alleen hoofdletters of een mix van hoofd- en kleine letters gebruiken.
Bijvoorbeeld: als u een gepubliceerd bestand met een browser wilt bekijken,
dient u exact dezelfde combinatie van hoofd- en kleine letters in te voeren in het adresveld. Anders wordt het bestand niet gevonden.
Gebruik geen leestekens of spaties. Liggende ( _ ) of normale streepjes ( - ) kunnen wel.
Eindigen de bestandsnamen op .html of .htm (voor &brandShortName;-bestanden) of .jpg, .png of .gif voor afbeeldingen.
Als een van meerdere bestanden niet gepubliceerd kunnen worden, bekijk dan de berichten die &brandShortName; toont in het
het Publicatiestatus-gedeelte van het dialoogvenster Publiceren.
Deze meldingen kunt u gebruiken om uit te zoeken wat er fout is gegaan en hoe dit op te lossen.
Foutmelding:
Bestandsnaam niet gevonden
or
X van Y bestanden konden niet gepubliceerd worden
Omschrijving van de fout: Een of meerdere afbeeldingen of CSS-bestanden konden niet gepubliceerd worden omdat
&brandShortName; deze niet kon vinden. Redenen hiervoor kunnen zijn:
De bestandslocatie is niet correct ingevoerd.
De locatie op de webserver is niet toegankelijk.
De locatie van het bestand is gewijzigd of het bestand is verwijderd.
Mogelijke oplossingen:
Zoek naar missende afbeeldingen in de pagina die u tracht te publicerem.
Missende afbeeldingen worden aangeduid met in de pagina.
Dubbelklik op deze afbeelding in de pagina om de locatie van de afbeelding te verbeteren.
Dit toont het dialoogvenster Afbeelding eigenschappen zodat u het correcte adres kunt invoeren.
Verwijder de missende afbeelding van de pagina door deze te selecteren (klik op de afbeelding)
en druk op de toets Backspace of Delete op het toetsenbord.
Als de afbeelding niet beschikbaar is omdat de server waarop de afbeelding zich bevindt niet bereikbaar is,
probeer dan op een later tijdstip (als die server weer beschikbaar is) de pagina alsnog te publiceren.
Als het missende bestand een CSS-bestand is, kunt u de opgegeven locatie van het CSS-bestand controleren.
Om deze locatie in &brandShortName; te repareren, klikt u op de HTML-Bron-tab onderin het venster en bewerkt u de locatie van het bestand in de HTML-broncode.
Bewerk de HTML-broncode alleen als u hier bekend mee bent.
Foutmelding:
De submap mapnaam bestaat niet op deze site of de bestandsnaam bestandsnaam wordt al gebruikt door een andere submap
or
De bestandsnaam bestandsnaam wordt al door een andere submap gebruikt
Omschrijving van de fout:
U heeft de naam van een submap opgegeven die niet bestaat op de publicatiesite.
&brandShortName; kan alleen publiceren naar een submap die al bestaat op de publicatiesite.
Of u hebt een bestandsnaam opgegeven die overeenkomt met de naam van een bestaande submap van de publicatiesite.
U heeft bijvoorbeeld in het dialoogvenster Pagina publiceren op het tabblad Publiceren:
bij "Sitesubmap voor deze pagina" heeft u de naam van een submap opgegeven die niet bestaat op de publicatiesite.
u heeft "Inclusief afbeeldingen en andere bestanden" aangevinkt en
vervolgens de naam van een (nog) niet bestaande submap op de publicatiesite opgegeven.
een van de bestanden die u tracht te publiceren heeft dezelfde naam als een submap op de publicatiesite.
Mogelijke oplossingen:
Gebruik een apart FTP-programma als u submappen op de publicatiesite wilt maken, hernoemen of verwijderen.
Vraag uw provider of zij een bepaald FTP-programma aanraden.
Doorgaans vindt u informatie over FTP-programma's in de Ondersteuningspagina's van de website van uw provider.
FTP-programma's kunt u ook vinden op download-sites als Download.com of ZDNet Downloads.
Daarnaast is FileZilla een geschikt opensource FTP-programma.
Gebruik geen namen van submappen die eindigen op ".html" of ".htm".
Alleen bestandsnamen van de pagina's die met &brandShortName; zijn gemaakt behoren op ".html" of ".htm" te eindigen.
Namen van submappen zijn hoofdlettergevoelig.
Zorg er daarom voor dat de naam van de submap die u invoert overeenkomt met de naam op de publicatie-site.
Foutmelding:
De server is niet beschikbaar. Controleer uw verbinding met het Internet en probeer het later opnieuw.
Omschrijving van de fout:
Deze foutmelding kan diverse oorzaken hebben.
Enkele voorbeelden:
De instellingen van uw publicatiesite zijn onjuist.
Uw verbinding met het Internet is verbroken.
Het modem of de andere apparatuur die u gebruikt om met het Internet te verbinden functioneert mogelijk niet meer goed.
De webserver waarnaar u publiceert kan door een technische storing of andere oorzaak tijdelijk niet beschikbaar zijn.
Uw provider of de webhosting-dienst heeft technische problemen.
Controleer of uw Internet-verbinding nog goed werkt door in een browser een webpagina op te vragen.
Controleer bijvoorbeeld of u met succes de website http://www.mozbrowser.nl kunt laden.
Als dat lukt dan werkt uw Internet-verbinding in elk geval naar behoren.
Als uw Internet-verbinding niet werkt,
controleer dan dat alle hardware, telefoonverbindingen, modems en netwerkverbindingen goed werken.
Gebruik een browser om een pagina te bekijken op de website waarnaar u wilt publiceren.
Als het lukt om andere websites te bekijken, maar u kunt op de publicatiesite geen pagina bekijken,
dan ligt het voor de hand dat uw provider of webhosting-dienst technische problemen heeft.
Probeer de pagina op een later tijdstip nogmaals te publiceren.
Uw provider of webhosting-dienst kan tijdelijk technische problemen hebben.
Foutmelding:
U heeft geen toestemming om naar deze locatie te publiceren.
Omschrijving van de fout:
U tracht te publiceren naar een locatie waar u geen of onvoldoende rechten hebt.
U kunt alleen daar publiceren waar uw provider of webhosting-dienst u toegang heeft gegeven.
Mogelijke oplossingen:
Controleer dat u de juiste combinatie van gebruikersnaam en wachtwoord hebt ingevuld in het dialoogvenster Publicatiesite-instellingen
of op het tabblad Publiceren van het dialoogvenster Publiceren.
Neem contact op met uw provider of webhosting-dienst om erachter te komen waar u op hun webserver uw pagina's kunt publiceren.
Zoek een webhosting-dienst die u kunt gebruiken om uw pagina's te publiceren. Zoek met de browser bijvoorbeeld op "web hosting".
Tip: u kunt gebruik maken van Netscape's My Webpage
om uw webpagina's te publiceren. Hier krijgt u gratis 20 megabytes aan ruimte voor uw website.
Foutmelding:
U bent nu offline. Klik op het icoon rechtsonder in het venster om online te gaan.
Omschrijving van de fout:
U tracht een pagina te publiceren, maar uw Internet-verbinding is op dit moment in de "offline"-modus.
Uw Internet-verbinding moet in de "online"-modus (verbonden met het Internet) zijn om uw pagina's te kunnen publiceren.
Controleer of uw Internet-verbinding op het moment offline is door te kijken naar het icoon voor online/offline
in de rechteronderhoek van het &brandShortName;-venster. Als u zich op dit moment offline bevindt, ziet het icoon eruit als .
Mogelijke oplossingen:
Klik op het online/offline-icoon om online te gaan.
Daarna moet het icoon er als volgt uit zien: .
Zorg ervoor dat uw Internet-verbinding goed werkt door een webpagina in een browser op te vragen.
Controleer bijvoorbeeld of u met succes de pagina http://www.mozbrowser.nl kunt bezoeken.
Foutmelding:
Er is onvoldoende diskruimte beschikbaar om het bestand bestandsnaam op te slaan.
Omschrijving van de fout:
De harde schijf van de webserver is vol of
u heeft het maximum bereikt van de diskruimte die door uw provider of webhosting-dienst aan u is toegewezen.
Mogelijke oplossingen:
Gebruik een apart FTP-programma om onnodige bestanden op de publicatiesite te verwijderen.
Vraag uw provider of zij een bepaald FTP-programma aanraden.
Doorgaans vindt u informatie over FTP-programma's in de Ondersteuningspagina's van de website van uw provider.
FTP-programma's kunt u ook vinden op download-sites als Download.com of ZDNet Downloads.
Daarnaast is FileZilla een geschikt opensource FTP-programma.
Vraag uw provider hoe u de diskruimte op de server kunt vergroten of schakel over naar een andere dienst die beter aan uw eisen voldoet.
Als de webserver is zich op het bedrijf of school bevindt, neem dan contact op met beheerder van het netwerk
om uit te vinden of u ook kunt publiceren naar een andere locatie met meeer diskruimte.
Of misschien kunt u op de huidige locatie meer diskruimte erbij krijgen.
Foutmelding:
De bestandsnaam of naam van de submap is te lang.
Omschrijving van de fout:
Het aantal karakters in de bestandsnaam of de naam van de submap wordt niet ondersteund door webserver waarnaar u probeert te publiceren
Mogelijke oplossingen:
Beperk het aantal karakters tot minder dan 32.
Sommige besturingssystemen ondersteunen geen bestandsnamen die langer zijn dan 32 karakters.