DE ONDERZEEBOOT Hr.Ms. O13

Toen op deze pagina een verhaal over mijn oom stond waren er een aantal nabestaanden die mij hun verhaal aanleverden over sommige opvarenden van de boot. Deze heb ik als aparte verhalen aan deze pagina toegevoegd. Later is deze funktie min of meer overgenomen door het team van "StillOnPatrol". Bemanningsleden waarover ik destijds meer informatie heb verkregen zijn de volgende (klik naam voor "hun" verhaal):
J.D. Nagelhout, D. Schaatsbergen, P.L. Lutter, H. Reijtenbach, E.H. Vorster.

Toon meer informatie over opvarenden:

  • Sommige nabestaanden hebben zelf een verhaal op internet gezet. Bemanningsleden waarover persoonlijke informatie op internet staat zijn op de lijst van opvarenden in blauw geschreven. Klik hier voor deze lijst.

  • Over opvarenden uit Den Helder e.o. heeft de Helderse Historische Vereniging een uitgebreid verhaal geschreven. Zie daarvoor dit artikel van de HHV.

  • De resultaten van "StillOnPatrol" waarbij voor alle bemanningsleden een foto met korte inleiding is vrijgegeven zijn nog steeds beschikbaar in archive.today.

  • Voor de drie opvarenden van het Britse Liaison Team klik hier (in 't engels).

 

In 2011 kreeg ik een map met alle documenten die verband houden met mijn oom. Die nieuwe informatie is hieronder in "zijn" verhaal verwerkt.

Henk, matroos 2de klasse

Henk, 16 jaar, matroos in mooi pak
(1938-07-04)

Als lichtmatroos naar Vlissingen

Mijn oom Friedrich Heinrich Rienstra, of Henk zoals hij genoemd werd, was geboren in Duisburg, op 19 Oktober 1921, als 2de kind. Hij had een broer die bijna een jaar ouder was. Na hem zijn er nog twee jongens gekomen die echter kort na de geboorte overleden. Mijn vader die daarna kwam, verschilde zo'n 4 jaar met zijn oudere broer Henk.

Het gezin Rienstra woonde in Duisburg omdat hun opa als leke-predikant daar heen getrokken was voor de binnenschippers die er in de weekenden op de Rijn afmeerden. De schippers gingen als ze hier lagen liever naar een Hollandse leke-predikant dan naar een Duitse kerk. Later is het gezin naar de Bankastraat in Amsterdam Oost verhuisd. Henk werd hier na de lagere school rijwiel monteur van beroep.

Met ingang van 2 mei 1938 ging Henk als 16-jarige een vrijwillige verbintenis aan bij de Marine waar hij als lichtmatroos moest opkomen aan boord van Hr.Ms. Wachtschip "Noord Brabant" te Vlissingen. Op 18 mei 1938 is hij om die reden uit Amsterdam uitgeschreven. Bovenstaande foto dateert van een paar maanden later.

Zijn eerste grote zeereis op Hr.Ms. Tromp

Henk wordt na een matrozen opleiding van zo'n half jaar op 7 januari 1939 overgeplaatst naar Hr. Ms. "Tromp" samen met een complete afdeling van 80 lichtmatrozen van de opleiding uit Vlissingen. De Tromp gaat voor een oefenreis langs diverse exotische plaatsen rondom Portugal en Spanje.
Henk ziet voor het eerst totaal andere culturen en gebruiken, en maakt het leven aan boord van een groot schip mee. De reis gaat onder bevel van kapitein ter zee L.A.C.M. Doorman via Lissabon, Ponta Delgada, Casa Blanca, Tunis en Bordeaux weer terug naar Den Helder, een voorjaarsreis van zo'n 3 maanden. Uit krantenknipsels weten we inmiddels al aardig wat (1) over deze reis.

Na de oefenreis van de Tromp wordt Henk 27 april 1939 overgeplaatst van de Tromp naar de Marinekazerne Amsterdam waar hij 1 mei 1939 wordt bevorderd tot matroos 3de klasse. Henk had belangstelling voor het seiner vak en zijn meerderen zagen hier wel wat in. In Amsterdam kwam hij dan ook bij de opleiding tot seiner/telegrafist.

Opleiding tot seiner in Amsterdam

In de loop van dat jaar, 1939, zou Nederland mobiliseren en moest ook mijn oom Henk onder de wapenen. Het waren vreemde tijden voor zulke jonge jongens. Dat bleek ook wel uit een briefje dat mijn vader in die tijd aan zijn oudere en binnenkort jarige broer Henk schreef. De weermacht zou al met vliegtuigen op diverse plaatsen boven Nederland gesignaleerd zijn, schreef hij.
Duitsland, maar ook Rusland en het communisme waren actuele onderwerpen. Die twee landen waren immers net van verschillende kanten het grondgebied van Polen binnengedrongen. Mijn vader schreef : "Het heeft er toch van moeten komen hè! Wat zullen er weer een mensenlevens vallen in de komende dagen. En als ze éénmaal lám gevochten zijn zegt Rusland, kwak, hebbes." Hij schrijft ook over familie die in verschillende europesche steden liggen met hun binnenschepen. Henk had het varen inderdaad niet van een vreemde.

Mijn oom schreef in die tijd zelf ook wel eens wat naar huis. Een ansicht uit 1938 voor de verjaardag van zijn zus en een ansichtkaartje uit 1939, met de tekst "Ik kom spoedig" zijn nog bewaard gebleven.
Een beetje wrang achteraf, een jaar later was zijn boot met man en muis vergaan.

Hij schrijft in dat kaartje dat hij niet naar de "Emma", maar naar Hr.Ms. "Van Speijk" is overgeplaatst. Beide schepen waren zogenaamde wachtschepen (2) in Den Helder. Achteraf weten we uit gegevens van de Marine dat Henk tijdens zijn opleiding tot seiner ook nog ruim een maand aan boord van Hr.Ms. wachtschip "Willemsoord" heeft gezeten. Van de Emma of de Van Speijk is in zijn marine gegevens totaal geen sprake.

Henk's conduite-boekje geeft een aardig inkijkje in zijn karakter.
Men schrijft dat Henk een vrolijke opgewekte jongen was, die niet altijd "den noodigen ernst betrachtte". Of ergens anders: "is nog wel eens wat speelsch en voelt zich soms verongelijkt na een opmerking". Dat Henk niet de braafste was blijkt wel uit de vele keren dat hij licht of verzwaard arrest had. Soms was hij niet op tijd van het passagieren in de kazerne teruggekeerd (zijn ouders woonden ook niet zover bij de kazerne vandaan en Henk had naar het schijnt ook een vriendinnetje), een andere keer "Tijdens zeewacht in slapende houding in de waschplaats aangetroffen", en "Tijdens de aflossing als schildwacht onoordeelkundig omgegaan met het geweer, tengevolge waarvan een schot werd afgevuurd".

Nadat Henk zijn proef voor het Brevet van seiner 24 april 1940 op zeer goede wijze had afgelegd, verklaarde de Ltz2 C.H. Bartels dat Henk praktisch voldoende bekwaam was in matrozenwerk, in batterij, en in ex en gym, om te worden bevorderd tot matroos 2de klasse. (Hier kom ik in het verdere verloop van dit verhaal nog op terug).

Overplaatsing naar de OZD in Den Helder

Henk werd overgeplaatst naar de Onderzeedienst en met ingang van 27 april 1940 geplaatst aan boord van de onderzeeboot Hr.Ms. O13. Of Henk aan boord iets aan zijn net verworven brevet had is ons niet bekend.
We kunnen echter wel aannemen dat Henk gezien karakter en zijn belangstelling voor het seinersvak menig woordje gesproken zal hebben met de signalman Jimmy Spettigue en de telegraphist Hugh McDonald, beide van het Britse Liaison team dat in Engeland aan boord kwam.

Vlak voordat ze Den Helder verlieten en naar Engeland uitweken heeft hij nog kort met zijn oudste broer kunnen spreken, wiens vrouw een paar dagen eerder hun eerste zoon had gebaard. Hij beloofde hun daarbij een kadootje uit Engeland mee te nemen voor de kleine baby. Daarna hebben ze nooit meer iets van hem vernomen ...................

Jaren na de oorlog

Jaren na de oorlog, op 2 november 1949, toen alles formeel al lang was afgehandeld, kwam er nog een laatste wel erg schrijnende brief van het ministerie van marine die begon met de woorden:
"Ik heb de eer U mede te delen, dat het eindsaldo der nalatenschap van wijlen Uw zoon de Matroos III F.H. Rienstra, sluit met een nadelig saldo van f. 128,61."

Nou die kwam hard aan, dat laat zich raden! Je zoon geeft zijn leven voor het land en de marine komt bijna 10 jaar later nog even met een vordering (3). Mijn Opa was dan ook zeer geëmotioneerd in de brief waarmee hij reageerde.

Zo schreef hij "Het grieft mij ten zeerste steeds te ondervinden dat mijn zoon geen recht wedervaart aangezien er steeds wordt geschreven den matroos 3de klas. Terwijl mijn zoon seiner 2de klas was." Hij vroeg zich hardop af of ze daar met de berekening van zijn wedde óók rekening mee hadden gehouden en refereert daarbij naar een brief die hij op 3 juni 1940 zou hebben ontvangen van de chef van het marine personeel te Willemsoord J.C. d'Engelbronner. (4)
Hij eindigt zijn brief met "Hopende en rekenenden op wil en hulp Uwerzijds, om gevallen marine mannen recht te laten wedervaren teken ik ..."

Een familielid weet zich dit voorval nog goed te herinneren en ook dat mijn Opa met de zoon waarmee hij in Vucht had vast gezeten, samen naar de Kattenburg zijn geweest om verhaal te halen.

Bevordering tot matroos der 2de klasse?

Helaas beschikken wij niet over de brief van J.C. d'Engelbronner (4) waar mijn opa naar refereert. Bij navraag bij de expert onderzeeboten bij Dutchfleet de heer Horneman, krijgen wij het volgende te horen:

"Gisteren hebben wij (Traditiekamer OZD te Den Helder) ons gebogen over je oom. Hij staat bij de Koninklijke Marine en de Nederlandse Graven Stichting geboekstaaft als matroos 3e klas en in dien rang gesneuveld op 18 juni 1940. Het kan best zijn dat hij vlak voor het uitbreken van de WOII is bevorderd tot matroos 2e klas."

"Nu is het protocol bij aanstellingen bij de KM als volgt: deze worden aangezegd door de commandant van de boot waarop de belanghebbende zit, dan pas is hij officieel bevorderd tot de rang waarvoorvoor hij 'op papier' is bevorderd. Vlak voor het uitbreken van WOII op 10 mei 1940 is zijn aanstelling schriftelijk bekend gemaakt, waarschijnlijk is er geen afschrift gestuurd naar de O 13. De commandant kon dus niet aan Rienstra officieel meedelen dat hij bevorderd was tot matroos 2e klas en is hij de oorlog ingegaan als 3e klas en in die functie met de boot ten onder gegaan."

"Het is aannemelijk, gezien de kwaliteiten en vorderingen van uw oom, dat hij bevorderd wordt tot matroos 2e klas, maar we kunnen dit niet kontroleren omdat wij geen afschrift hebben van de eerder genoemde brief. Op 27 april 1940 wordt hij bij de OZD (O 13) geplaatst en op 11 mei wijkt de boot uit naar Engeland met 33 opvarende aan boord (jammer genoeg hebben we niet de namen)."

Op mijn vraag of hij seiner aan boord van de O13 was, antwoord de heer Horneman:
"Dat er bij het vergaan van de boot geen Nederlandse seiners zijn geplaatst bevreemd ons ook. Dat er Engelse seiners aan boord zijn was verplicht (opgelegd door de Engelsen, omdat de Nederlandse seiners, zeker in het begin van de oorlog niet bekend waren met het Engelse seinwezen). Uw oom had maar pas zijn brevet seiner behaald maar dat wil niet zeggen dat hij onbekwaam was."

 

Nawoord en opmerkingen

Dit is het wel zo'n beetje wat we nog van de jaren van voor de oorlog van hem afweten. Wat er in die jaren met de O13 gebeurde heb ik aan de hand van krantenknipsels onder historie beschreven. Op de volgende pagina zal ik beschrijven hoe mijn familie te weten kwam dat hij was omgekomen.

Ga daarvoor naar "Bekendmaking overlijden van Henk"

of bekijk hier wat "Foto's van Henk tijdens zijn reis met de Tromp".