home introduktie het verlies bemanning herdenking erkenning zoektocht historie startpagina (language)

DE ONDERZEEBOOT Hr.Ms. O13


Facebook Twitter RSS-Feed

Context O13, andere informatie: (newsblog)

Tijdens de Tweede Wereldoorlog zijn er in totaal zes Nederlandse onderzeeboten op zee verdwenen; vijf boten zijn in de loop der jaren terug gevonden. Alleen onderzeeboot Hr. Ms. O13 is, ondanks vergeefse zoektochten in 2004-2005 en 2012, nog steeds niet gelokaliseerd.

Bij het opsporen en bijhouden van al deze informatie komen soms ook zaken boven water die wat moeilijker te plaatsen zijn. Die worden dan op deze pagina gezet.


15-12-2013: Zorgen over oorlogsgraf onderzeeër O-16

In de Nederlandse pers wordt druk melding gemaakt van een mogelijke schending van het oorlogsgraf van de onderzeeboot Hr. Ms. O16 nadat er in de Australische pers geruchten verschenen dat het wrak mogelijk door bergers was aangetast. Daar dit als eerste bij de Australische Perth was geconstateerd kwam het Australische Ministerie van Defensie in aktie: "....... Na een aantal zeer goede vergelijkende analyses van 2009 en 2013 beelden van het wrak door Dr Andrew Fock, die heeft gedoken, niet alleen op het wrak van PERTH maar ook op verschillende andere oorlogsschepen en onderzeese wrakken, was de Navy ervan overtuigd dat er een mogelijke basis was voor de beschuldigingen van systematische berging.
Het hoofd van de marine, vice-admiraal Ray Griggs heeft geschreven aan zijn collega het hoofd van de Indonesische marine, admiraal Dr Marsetio over dit onderwerp. De Australische ambassade Defensie personeel in Jakarta blijft werken aan dit onderwerp met de Indonesische ambtenaren.
Verdere beschuldigingen geven aan dat bergings activiteiten ook kunnen voorkomen op de Britse, Nederlandse en Amerikaanse oorlogsschip wrakken in de Zuidoost-Aziatische regio....."

Voor een ANP perverslag over dit onderwerp zie bv hier de Volkskrant. Voor meer informatie over de reactie van Aussi Defensie zie hier.




Het geval Wilk, botsing onwaarschijnlijk

Op 20 juni 1940 om 0:25, ramde de ORP Wilk een ongeďdentificeerd object op positie 56 ° 54'N 03 ° 30'O.

Op wikipedia is een samenvatting over de Wilk te lezen waarin o.a. wordt verwezen naar een studie (*) van een Pool genaamd Bartelski. Deze Andrzej Bartelski heeft al in 2009 een artikel gepubliceerd waarin hij vraagtekens zet bij het verhaal van Romanowsky. die in zijn memoires beweerde dat de Wilk een duitse U-boot zou hebben geramd. Andrzej, beter bekend onder zijn pseudoniem Crolic, heeft o.a. een mooie, bekende en zeer uitgebreide site over de Orzel geschreven, maar reageert ook vaak op poolse forums over onderzeeboten.
Een tekening van Crolic van beschadiging Wilk schroeven Crolic heeft voor zijn artikel vooral gekeken naar documenten die uit de tijd van het gebeuren zijn, zoals het ORP Wilk Patrol rapport van 18-25 juni 1940 en het schade rapport van de boot opgemaakt door de Britten. Op grond van de beschadiging aan de schroeven is te zien dat de ene schroef tegengesteld aan de andere schroef draaide op het moment van de botsing. Het schip maakte kennelijk een scherpe wending, alsof het probeerde iets te ontwijken.
Dat het een beschadiging geweest zou zijn als gevolg van een wegduikende onderzeeboot vindt hij dan ook klink klare onzin. Als je naar een "zusterschip" van de Wilk kijkt zie je onmiddelijk waarom. Het roerwerk tussen en achter de schroeven had totaal geen beschadiging. Een ontploffende mijn wordt ook als onwaarschijnlijk afgewezen om dat hiervan bij het onderzoek absoluut geen kenmerkende sporen zijn teruggevonden.
Omdat er in het patrol rapport sprake van is dat men vlak voor het gebeurde een driehoekig iets op het water gezien zou hebben is de voorzichtige conclusie van Crolic dat het hierbij om een boei ging. Deze zou dan met ankerketting en al onder de boot door zijn getrokken en de beschadigingen veroorzaakt hebben. Ook het schrapende geluid dat door de bemanning voor in het schip was gehoord zou hiermee verklaard zijn. Wat het ook geweest mag zijn, een onderzeeboot wordt steeds onwaarschijnlijker ....


Zie voor het grote roer de ORP Rijs, het zusterschip van de Wilk:
op http://www.audiovis.nac.gov.pl/obraz/79527:1/

** Bron: Andrzej S. Bartelski (in Polish). Prawdy i mity "Torpedy w celu" (Facts and myths in "Torpedo in target"). Biuletyn DWS.org.pl Nr.6


( The Wilk Wiki at http://en.wikipedia.org/wiki/ORP_Wilk :
On June 20, 1940 at 0.25 am, the ORP Wilk rammed an unidentified object at position 56°54'N 03°30'E. There was a long dispute upon this incident. The 2nd in command Sub.Lt. Boleslaw Romanowski claimed in his memoires "Torpeda w celu", that it was a German U-boot. Supporters of this version suggested, that it might have been U-22, lost some time earlier. Some suggested, that it might have been an Allied Dutch submarine O13, also lost at sea around that time. However, according to newest analysis of Wilk's damages and all reports, the object was most likely a buoy, since both Wilk's propellers got damaged, while a rudder and rudder's connector below them, was intact, which was unlikely in case of ramming a submarine.
)




Memoires "Torpeda w CELU" van O.R.P. Wilk Lt Boleslaw Romanowski

Er was een lang geschil over dit incident. De 2de in bevel Sub.Lt. Boleslaw Romanowski beweerde in zijn memoires "Torpeda w CELU" (zie hier) , ...dat het een Duitse U-boot was. Aanhangers van deze versie hebben gesuggereerd, dat het de U-22 had kunnen zijn, die wat tijd eerder verloren was. Sommigen stelden, dat het de geallieerde Nederlandse onderzeeboot O13 had kunnen zijn, ook verloren op zee rond die tijd.

Volgens nieuwste analyse van de Wilk schade en alle rapporten was het object waarschijnlijk de ankerketting van een buoy (boei), aangezien Wilk's beide propellers beschadigd raakten, terwijl een roer en roer connector onder hen nog intact waren, wat onwaarschijnlijk was bij het rammen van een onderzeeboot. (zie hier voor het artikel)

Voor een goed engels verhaal over dit incident wordt verwezen naar de Wilk case.




Uitreksel uit: Combat Action LOG O.R.P. WILK - JUNI 2 O [1940]

Op deze site (zie hier) zou een stukje staan uit het logboek van de ORP Wilk van 20 juni 1940.

Volgens de logboek schrijver leek het er op dat de Wilk toch echt op een schip afging en deze vervolgens ramde.
De vertalingen van google zijn wat krom, maar "de Wilk nadert de breedte van een schip" duidt erop dat een schip dwars voor de Wilk langs vaart :

......... Na de verdachte (?) nadert de breedte van het schip op een afstand van 100 - 150 m / terug naar 40 graden boog op het spoor / antenne touw wrijven op ballasten en zeer sterke schok op hetzelfde achterschip / De schok was zeer sterk / herhaaldelijk schudde het schip / snelheid - 11 in / ................... etc

Naast de vermoedelijke schade aan de buitenkant aan propellers en buik, wordt er ook verteld welke schade de Wilk van binnen allemaal had opgelopen (aan diesels en dynamo's?). Ook wordt er verhaald over een deel van de terugreis, in de mist, met averij, en heel langzaam varend. (interresse? Laat Google de page vertalen)

NB: Op de site staat een prachtig schilderij met de intrigerende titel:
ORP WOLF ramt onbekende onderzeeër (Poolse Marine - de Tweede Wereldoorlog)




Merkwaardig dagboekfragment uit 1940

Het Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie kreeg in de beginjaren veel materiaal van particulieren waaronder ook een aantal oorlogsdagboeken. En dan, onverwacht en tot grote verrassing, in reactie op een radio-oproep in februari 1947, een plotselinge stroom van dagboeken, ruim 1200 in totaal.
Zo kon, na jarenlang grondig doorpluizen van die tienduizenden pagina's, in 1954 een boek verschijnen met een volkomen andere inhoud dan alle andere die door het instituut waren of nog zouden worden gepubliceerd. In dit boek "Dagboekfragmenten 1940-1945" staat een merkwaardig fragment waarin de O13 een rol speelt ........, lees hier verder.





Wilk - O13 collision impossible? (1)               (zie hier voor nederlands)

NAVAL EVENTS-Sunday, 10 September (1939???)

North Sea - the British submarine force suffered its first loss of the war. On the Montrose-Obrestad air patrol line, SW of Stavanger, TRITON sighted OXLEY. After repeated challenges to which OXLEY failed to respond, TRITON fired two torpedoes at 2100 believing her to be an enemy. One torpedo struck and sank OXLEY. Only the commanding officer Lt Cdr H.G. Bowerman and AB H S Gluckes survived.
The casualties were Lt R P Coppinger, Lt FK Manley RNR, Sub Lt W H Palmer, Warrant Engineering Officer R W C Robertson and forty nine ratings. Lt Cdr Bowerman was not held at fault for the loss and assumed command of destroyer WALPOLE on 21 November.

See ww2today for HMS Oxley is sunk … by HMS Triton

See also here on freerepublic, Chat: To: Homer_J_Simpson ...




Wilk - O13 collision impossible? (2)

Distance between submarines increased from 12 to 16 miles!!

The British plan for controlling the exit from, and entrance into, the northern part of the North Sea on the outbreak of hostilities was as follows. A continuous air patrol was to be carried out during daylight hours on a line Montrose to the Obrestad Light, Norway up to 60 miles off Obrestad.

The last 60 miles was to be covered by five submarines on patrol 12 miles apart.

Air searches at dawn were undertaken from the Shetlands to Norway and at dusk from Flamborough Head to the northern part of the Heligoland Bight. It had been the intention on hostilities breaking out to take the Home Fleet to patrol in the vicinity of the line Muckle Flugga to Fedje, Norway to bring to action any raiders breaking out and to capture any merchant ships returning to Germany. However these dispositions were altered on the outbreak of war. Besides those submarines on the Obrestad patrol, six submarines were stationed in the Heligoland Bight from 31st August to 13th September.

As the submarines on the Obrestad patrol line found it difficult to maintain their correct positions, which led to the torpedoing of the submarine OXLEY by the TRITON on 10th September, the distance between submarines was increased from 12 to 16 miles. On 20th September, Hudson aircraft replaced the Ansons on the air patrol line and were able to cover the whole 285 NM. The submarines were therefore withdrawn and patrols started in the Heligoland Bight, off Jutland, in the Skagerrak, off the Norwegian coast and to the west of the German declared minefield)

Bron: September 1939, from NAVAL HISTORY



VOLGENDE PAGINA


opmerkingen of suggesties?




OVERZICHT: Site map | English version |





(Deze pagina uit 2005 is het laatst op 7 sep 2017 aangepast).