Ivar, een Oudduitse Herder

Start
Omhoog
De tien geboden voor de hond en het gezin

1) De baas eet voor de hond.

Als de hond rond dezelfde tijd zijn eten krijgt als het gezin,
zorg er dan altijd voor dat de hond na het gezin eet. 
De hond is immers lager in rang dan de baas en eet daardoor ook later,
de ranghogere eet altijd eerder! 
Dit kan je ook doen door de bak van de hond te vullen met eten, 
dan in het bijzijn van de hond zelf boven zijn bak een koekje of 
een cracker te eten en daarna de bak aan de hond te geven.

2) De hond ligt niet op de bank en slaapt niet in bed.

De ranghogere heeft altijd de beschikking over de beste 
en de hoogste plaatsen; de bank en het bed dus.  
Hij accepteert daar geen ranglagere roedelgenoten.

3) De baas bepaalt wanneer, wat en hoe lang er gespeelt wordt en wint het spel.

Spel is een risico arme vorm van agressie; 
wat voor de baas leuk is heeft voor de hond altijd bijbedoelingen. 
Het is daarom belangrijk om als baas tijdens het spel letterlijk 
de touwtjes in handen te houden en altijd het spel en het speeltje te winnen.
4) De baas gaat altijd eerder door een deur dan de hond.
En  dat kost soms wat moeite...
Want een oudduitse herder heeft een eigen wil en zal het toch even proberen...

De ranghogere gaat altijd voor de ranglagere, 
zeker door nauwe doorgangen zoals deuren. 
Leer uw hond daarom een wacht commando aan; hij moet 
wachten totdat de baas hem voor is gegaan.

5)De hond gaat altijd opzij voor de baas.

De ranghogere heeft altijd het recht van doorgang, 
dus als de hond in de weg ligt moet hij plaatsmaken voor de baas, 
de ranglagere maakt altijd plaats voor de ranghogere.

6)De baas bepaalt altijd de route tijdens het wandelen.

De ranghoogste (de dominant) bepaald altijd de route, 
de ranglagere gaan met de ranghogere mee. 
De hond volgt dus altijd de baas en bepaald dus zelf geen route.

7)De hond krijgt niets voor niets.

De ranghogere heeft altijd de macht over het voedsel; 
hij bepaalt wanneer de ranglagere iets mogen hebben. 
De hond krijgt van ons (de roedelleider) nooit voedsel 
(koekjes etc) zonder dat hij daar iets voor gedaan heeft (zitten, 
liggen, pootje geven etc). Hierdoor bevestigen wij voor de hond 
onze macht over het voer.

8)De hond moet ieder gegeven commando opvolgen.

De ranglagere gehoorzamen altijd aan de ranghogere. 
Als u ziet dat de hond een commando wat u wilt gaan geven 
(bijv. het hierkomen) niet gaat opvolgen (omdat hij met andere 
honden aan het spelen is) geef het commando dat niet. 
Ga de hond halen en oefen later, aan de lijn terwijl u de hond onder controle heeft, het commando nogmaals. 
Zorg er altijd voor dat u tijdens het geven van commando’s 
controle over de hond houdt zodat hij niet onder commando’s uit kan komen.

9)De baas bepaalt wanneer de hond aandacht krijgt.

De ranghogere mag zelf beslissen of hij aandacht wil geven 
aan een ranglagere als die daarom vraagt. 
Het dus niet erg om uw hond te aaien als hij daarom komt vragen, 
maar stuur hem af en toe ook weg. 
De ranghogere heeft het recht om aandacht geven, wanneer 
hij daar zin in heeft. En kan de ranglagere weg te sturen als hij geen zin heeft.

10)Wees altijd consequent.
Wees als baas zo consequent mogelijk……als de hond de ene dag  
mag trekken aan de lijn omdat de baas in een goede bui is en 
de volgende dag wordt hij bruut gecorrigeerd voor trekken aan 
de lijn omdat de baas zelf niet vrolijk is, 
dan is dit voor een hond niet te begrijpen. Als u gedrag wilt corrigeren,
 moet u dit consequent doen; straffen heeft alleen zin als u het ongewenste gedrag altijd bestraft!!
Probeer daarom ongewenst gedrag zoveel mogelijk te negeren en:
De tien geboden voor mens en hond gewenst gedrag te belonen.
 
Deze webpagina kwam o.a tot stand door Riet Hogerwerf, Liny Mutsaers, René Kreuzen, Ciska van Schaik, Louise Riquelme Anouk Lakeman Piet van Deutekom, John Gerrits, Typovar en natuurlijk...Ivar!

Heeft u een foto van uw oudduitse herder? Of een leuk verhaal? Stuur een Email

Misschien wordt het geplaatst!