|
Ivar, een Oudduitse Herder |
|
Heupdysplasie of HD:
Heupdysplasie is een ontwikkelingsstoornis van het bekken en de heupkop, die niet goed in elkaar passen. De heupkom is als regel te ondiep. Dit geeft pijnlijkheid, kreupelheid en vervroegde ¨slijtage¨ (artrose) van het kraakbeen in de gewrichten in de heup. Met een lichamelijk onderzoek kan de dierenarts de waarschijnlijkheidsdiagnose stellen. Maar met dierenröntgenfoto's zijn deze aandoeningen goed in beeld te brengen. Vooral vanwege de pijn is de hond minder actief en daardoor blijft de ontwikkeling van de spiermassa rondom de gewrichten vaak achter. Heupdysplasie is ten dele erfelijk, maar ook de voeding in de eerste jaren speelt een belangrijke rol.
Röntgenfoto van middelzware HD Röntgenfoto van zware HD *NB: Het NODHV probeert d.m.v. Pennhipp HD terug te dringen. Kijk hier voor meer informatie. SPONDYLOSE
ALLERGIE: Kijk hier voor uitgebreide informatie over allergie. AlvleesklierDe alvleesklier scheidt belangrijke verteringsenzymen af en helaas komt het regelmatig voor bij de hond dat dit orgaan niet goed functioneert. Bij sommigen rassen zien we het duidelijk frequenter dan bij andere rassen en een erfelijke basis lijkt dan ook waarschijnlijk. Rassen met verhoogd risico zijn: Duitse Herder, Siberische Husky en de Schotse Herder. De aandoening wordt genoemd: "Exocriene Pancreas Insufficiëntie" (EPI). De diagnosestelling vereist deskundig "speurwerk". De behandeling is redelijk goed mogelijk met enzympreparaten en speciale voeding. Dit brengt wel wat kosten met zich mee en is in het algemeen een levenslange behandeling. Ook bij andere rassen kan de aandoening voorkomen. De vertering verloopt niet goed en de ontlasting krijgt een typische leigrijze kleur en is papperig.
De alvleesklier scheidt belangrijke verteringsenzymen af en helaas komt
het regelmatig voor bij de hond dat dit orgaan niet goed functioneert. Bij
sommigen rassen zien we het duidelijk frequenter dan bij andere rassen en een
erfelijke basis lijkt dan ook waarschijnlijk. Rassen met verhoogd risico zijn:
Duitse Herder, Siberische Husky en de Schotse Herder. De aandoening wordt
genoemd: "Exocriene Pancreas Insufficiëntie" (EPI). De
diagnosestelling vereist deskundig "speurwerk". De behandeling is
redelijk goed mogelijk met enzympreparaten en speciale voeding. Dit brengt wel
wat kosten met zich mee en is in het algemeen een levenslange behandeling. Ook
bij andere rassen kan de aandoening voorkomen. De vertering verloopt niet goed
en de ontlasting krijgt een typische leigrijze kleur en is papperig. Epilepsie:
Epilepsie is een aandoening die optreedt in aanvallen van spiertrekkingen en bewustzijnsverlies. Zij zijn een gevolg van een verstoring van het elektrische evenwicht in de hersenen. De hersenen zijn het centrum van waaruit bij mens en dier alle processen, zoals bewegen, ademhalen en zintuiglijke ervaringen, worden aangestuurd en verwerkt. Miljarden hersencellen geven voortdurend boodschappen aan elkaar door via kleine stroomstootjes en chemische stoffen. Als dit systeem wordt verstoord kan er een plotselinge, overmatige ontlading optreden, te vergelijken met kortsluiting.
Hoe ziet een aanval eruit?
De meest bekende en duidelijk herkenbare aanval is de zogenaamde gegeneraliseerde aanval: de grand mal. Bij die aanval zijn de hersenen in hun geheel betrokken. De aanval bestaat uit drie fasen, hoewel de eerste en derde fase niet altijd worden opgemerkt. - De eerste fase noemt men de prodome (voorstadium). In deze fase is er sprake van een bewustzijnsverandering. Dit kan de vorm aannemen van rusteloosheid of overdreven aandacht vragen en kan optreden dagen tot uren voor de aanval. Je zou kunnen zeggen: de hond voelt dat er iets niet in orde is. Soms is er sprake van een aura (zwak teken). De aura is zichtbaar minuten tot seconden vóór de eigenlijke aanval en wordt soms omschreven als “de hond kijkt vreemd”. - De tweede fase noemt men de ictus (aanval). Dit is een periode van enkele minuten waarin langerdurende (tonische) en kortdurende (clonische) krampen optreden. De hond ligt meestal op de zij of valt om en verliest het bewustzijn. De ledematen strekken zich en de kop wordt achterwaarts bewogen, soms met een kortdurende ademstilstand. Dit is de tonische fase. Hierna volgen korte krampen van ledenmaten en kaken. Dit is de clonische fase. Overmatige speekselvloed en het laten lopen van urine en ontlasting komt in deze fasen vaak voor. Voor iedereen, maar vooral voor kinderen is dit zeer aangrijpend om mee te maken. - De derde fase noemt men de postictus (de periode na de aanval). Deze periode kan seconden tot dagen duren. Soms schudt de hond zich uit en is weer hersteld; soms kan het dier nog lang ronddwalen, gedesoriënteerd zijn en lijden aan geheugenverlies.
Een ander soort aanval is de zogenaamde partiële aanval. Hierbij is slechts een gedeelte van de hersenen betrokken en de aanval is minder dramatisch. Afhankelijk van de plaats in de hersenen waar de aanval plaats heeft, zien we vaak een hond die even “wegzakt”, versuft lijkt, of die kortdurende krampen vertoont die zich beperken tot de ledematen of het hoofd (stuiptrekken).
De atypische epileptische aanval. Bekende voorbeelden hiervan zijn het zogenaamde “staartnajagen” en “vliegenhappen”; gedragingen die geen doel lijken te hebben en die de hond niet onder controle lijkt te hebben. Ook “abnormale” of “idiopatische”agressie, agressie waarvoor men geen aanleiding kan vinden, zou soms een atypische epileptische aanval zijn. Er zijn nog twee bijzondere soorten aanvallen die niet vaak voorkomen, namelijk de clustering : de hond heeft meerde aanvallen per dag en herstelt zich niet voldoende, en de status epilepticus : de aanval duurt langer dan enkele minuten, de hond komt niet of nauwelijks bij bewustzijn; de aanvallen lijken eindeloos door te gaan.
Aanvallen treden meestal op binnenshuis en wanneer de hond rustig is, bijvoorbeeld laat in de avond of ’s nachts. Ze kunnen soms volgen op (sterk) emotionele gebeurtenissen zoals angstsituaties, extreme vrolijkheid of bezoek aan de dierenarts.
Primaire en secundaire epilepsie.
- We spreken van primaire epilepsie wanneer er geen oorzaak gevonden wordt voor de aanvallen; er is geen relatie tussen de aanvallen en beweging en/of voeding; er worden geen afwijkingen gevonden bij lichamelijk en/of neurologisch onderzoek. Primaire epilepsie treedt voor het eerst op ná de leeftijd van 6 maanden en vóór de leeftijd van 5 jaar. De aanvallen hebben meestal de vorm van de klassieke gegeneraliseerde aanval (de grand mal) of de partiële aanval. Tussen de aanvallen vertoont de hond geen afwijkingen.
Primaire epilepsie heeft vaak een erfelijke component.
- We spreken van secundaire epilepsie wanneer de aanvallen een oorzaak hebben. Bij lichamelijk- of bloedonderzoek worden afwijkingen gevonden. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van vergiftiging, hersenvliesontsteking, suikerziekte of een ruimte-innemend proces in de hersenen (een tumor).
Hoe ziet de behandeling eruit?
Voor de behandeling maakt men gebruik van verschillende soorten medicijnen. Na een eerste aanval zal onderzoek plaatsvinden naar de oorzaak. Blijkt er sprake te zijn van secundaire epilepsie dan zal de behandeling gericht zijn op het wegnemen van de oorzaak van de aanval. Is er geen aantoonbare oorzaak dan komt de diagnose primaire epilepsie in beeld. De eigenaar zal gevraagd worden een dagboek of logboek bij te houden waarin wordt opgetekend wanneer de aanvallen optreden en waarin bijzonderheden zo nauwkeurig mogelijk moeten worden bijgehouden. Behandeling zal hierna gericht zijn op het verlengen van de tussenpozen tussen de aanvallen en op het verminderen van de hevigheid ervan.
Testikel Problemen Uit onderzoek in het buitenland is gebleken dat zo'n 20% van de reutjes te maken krijgt met testikel-problemen, of te wel, problemen met hun balletjes. Ze dalen niet of veel later af. Deze erfelijke afwijking wordt doorgegeven door de moeder en de vader, als beide drager zijn van het gen dat deze afwijking veroorzaakt. Cryptorchidie is als één of zelfs beide balletjes niet indalen tot in het scrotum (zakje). Op zich is deze afwijking helemaal niet zo rampzalig als je toch niet wilt showen of fokken met je reu, maar het komt helaas wel vaak voor dat zo'n niet ingedaald balletje op latere leeftijd toch uit het lieskanaal verwijderd moet worden omdat het klachten veroorzaakt. Sertolicel-tumoren bijvoorbeeld. Dit is een kwaadaardige woekering uitgaande van de sertolicellen in de testikel(s) die in de buikholte zijn achtergebleven. Deze tumoren zaaien niet uit, maar produceren wel te veel vrouwelijke hormomen waardoor de reu feminisatie-verschijnselen krijgt zoals te dik worden, haaruitval en het opzetten van de tepelklieren. Monorchidie is als blijkt dat een reutje maar één (en ingedaald) balletjeblijkt te hebben. Heeft hij maar één balletje en deze daalt niet in, dan hebben we toch te maken met een cryptorchide reu en niet met een anorchide reu. Monorchidie geeft geen schadelijke gevolgen; deze reu kan alleen niet ingezet worden voor de fokkerij. Anorchidie is als de reu helemaal geen balletjes heeft. Dit noemen we ook wel een natuurlijke castratie.
Tot Slot Er kan dus nog veel mis gaan met de gezondheid van een hond. Hoe de risico's tot een minimum kunt beperken als je een gezonde pup wilt kopen lees je hier.
|
Deze webpagina kwam o.a tot stand door Riet Hogerwerf, Liny Mutsaers, René
Kreuzen, Ciska van Schaik, Louise Riquelme Anouk Lakeman Piet van Deutekom, John
Gerrits, Typovar en natuurlijk...Ivar!
Heeft u een foto van uw oudduitse herder? Of een leuk verhaal? Stuur een Email Misschien wordt het geplaatst! |