31 maart 2004 Peking Aankomst in Peking om ongeveer 9.00 uur. Met een taxi naar het Da Wan Hotel. Onderweg zien we mensen die tai-chi aan het beoefenen zijn in parkjes en plantsoenen. Het hotel ligt in een zijstraatje van een drukke weg vlakbij Wangfujiang Shopping Area. Voor de prijs die we betalen, is het een goed hotel. Omdat we aan boord goed hebben geslapen, besluiten we om na een douche meteen naar de ambassade van de DPRK te gaan om ons visum en ticket op te halen die hier klaar zouden moeten liggen. De ambassade is erg groot en bestaat uit verschillende gebouwen en is net als de andere ambassades geheel ommuurd. Dichtbij de hoofdingang staat een soort reclamezuil met foto’s van Noord-Korea en natuurlijk van vader en zoon Kim. Wij moesten aan de zijkant zijn bij de consulaire afdeling. Voor het eerst betreden we hier Noord-Koreaans grondgebied en direkt bij binnenkomst loop je tegen een muurschildering van Kim il Sung bij de heilige berg Mount Paektu aan. We vertellen dat we ons visum op komen halen, maar ze kunnen onze gegevens niet vinden. Ze vragen ons om 14.30 terug te komen, want er zou dan iemand zijn die er wellicht meer van weet. In de tussentijd gaan Peter en ik in de buurt koffie drinken en daarna lunchen bij een klein lokaal Chinees restaurantje. Erg lekker voor maar 26 yuan samen (€2,50!). Vervolgens gaan we nog even met de taxi naar Xiushui Market (Silk Alley). Alleen nog maar gekeken, niets gekocht.
Er wordt ontzettend veel gebouwd in Peking. Het gaat niet alleen goed met de economie, ook voor de Olympische Spelen in 2008 moet de stad een goede indruk maken. Dat dit ten koste gaat van de oosterse identiteit is wel duidelijk. Overal zijn enorme gebouwen in aanbouw. Gigantische kolossen van kantoren, hotels en appartementencomplexen worden uit de grond gestampt en er wordt 24 uur per dag aan gewerkt. Overal waar je kijkt zijn bouwputten en hijskranen te zien. De bouwvakkers wonen soms zelfs op de bouwplaats in tenten. De hutongs (de typisch Chinese volksbuurten) worden met de grond gelijk gemaakt. McDonalds, Starbucks en KFC zie je (helaas) zowat in iedere straat en. Het is treurig om te zien, hoewel we moeten toegeven dat we menig keer van Starbucks gebruik hebben gemaakt voor ontbijt en koffie.
Het is inmiddels tijd geworden om ons weer bij de ambassade van Noord-Korea te melden. De deur is nog dicht op de afgesproken tijd, maar er staat nog een vrouw te wachten die van de KITS (Korean International Travel Service) blijkt te zijn. Zij kan ons echter ook niet vinden in haar papieren en heeft ook nog nooit van de KFA of van Alejandro (de voorzitter) gehoord. Erg vreemd allemaal. Als om 15.00 eindelijk de deur opengaat, moeten we wachten tot er iemand uit een vergadering komt. Diegene komt niet opdagen, maar mevrouw Li Un Hui (de dame van de KITS) belt voor ons met Pyongyang, maar ook daar is niets bekend. We laten haar de e-mails lezen van Alejandro, maar het zegt haar allemaal niets. Ze blijft vriendelijk en is oprecht bezorgd. In een laatste poging mogen we zelfs op haar mobiele telefoon bellen met Alejandro, die helaas niet opneemt. We besluiten om naar het hotel terug te gaan en vanuit het hotel opnieuw te proberen om hem te bereiken. Het is wel verontrustend, maar het contact met de KFA en Alejandro was altijd goed en betrouwbaar en we twijfelen er niet aan dat het goed zal komen. Vanuit het hotel krijgen we hem aan de telefoon en hij reageert verbaasd op ons verhaal. Hij belooft direct actie te ondernemen door met de ambassade in Rome te gaan bellen en met zijn contactpersoon in Pyongyang. In afwachting van zijn antwoord gebruiken we de tijd om te rusten op onze kamers. Na ruim een uur belt hij terug: zijn contactpersoon in Pyongyang heeft hij i.v.m. het tijdsverschil niet aan de telefoon kunnen krijgen, maar hij heeft een bericht voor hem achtergelaten. Hij benadrukt ons nergens zorgen om te maken en dat het zeker goed komt. Zijn advies is om de volgende ochtend terug te gaan naar de ambassade. Als er dan nog niets over ons bekend is, moeten ze bellen met Mr. Pak Kwang Ung van het “Committee For Cultural Relations With Foreign Countries” in Pyongyang. Bij problemen mogen we hem altijd bellen. We zullen zien…..
Enigszins gerustgesteld gaan we met de taxi naar Sanlitun, een klein uitgaansbuurtje in Peking waar we een biertje drinken en eten bij “1001 Nights,” een Arabisch/Libanees restaurant met buikdanseressen in Beijing: het moet niet gekker worden! Met een taxi terug naar het hotel. Een half uur nadat we op de kamer zijn, worden we allebei gebeld of we nog een massage willen (“You want massage?”). Dit zou, naar later bleek, iedere dag gebeuren. Erg vervelend als je net in slaap bent gevallen….
|
|
|