De HERE
God brengt Zijn volk Kanaän binnen (Jozua 1)
Preek afkomstig van Ds. E. van der Linde van de
Christelijk Gereformeerde Kerk te Almelo.
LITURGIE:
Ps. 95: 1,
2
Ps. 119: 25
Schriftlezing: Jozua 1
Ps. 144: 1, 2
Ps. 95: 4, 5
Ps. 103: 9, 11
Tekst: Jozua 1
Geliefde
lezer!!!,
Voor veel mensen is het geloof in God een statisch iets, dat je 'hebt' of 'niet
hebt'.
Sommigen lijken dat geloof altijd op zak te hebben. Er is geen twijfel
mogelijk.
Anderen worstelen met de vraag 'heb ik het' of 'heb ik het niet'? Daar kunnen
ze verdrietig van worden.
Weer anderen zoeken niet naar het geloof in de God van de Bijbel. En ze lijken
het ook niet te missen.
Toch is het geloof allerminst een statisch iets. Het is constant in beweging.
Liever spreek ik dan ook van 'geloven': geloven dus als werkwoord, dat werkzaam
is met de Bijbel als Woord van God. Geloof dat op Gods beloften bouwt en daarop
vertrouwt. Geloven als de sturende factor in ons leven, dat niet alleen
bijstuurt als we in de berm van het leven dreigen te geraken, maar vooral ook
de koers van het leven uitzet. Geloven in de toekomst, zodat deze toekomst bepaald en ingekleurd wordt door het geloof in de almachtige
God, Vader door onze Here Jezus Christus.
Geloven is dan vooral wandelen met God, beseffen dat Gods hart naar ons
uitgaat, dat God alles gedaan heeft om ons in gemeenschap met Hemzelf te brengen door Zijn Zoon Jezus Christus: dat Hij
ons volledig vertrouwen en onze levenstoewijding verdient.
Heel veel lessen inzake geloven kunnen we leren van
Gods omgang met het volk van het oude verbond, en van Israëls
reactie daarop. Heel concreet leidt God het volk Israël vanuit Egypte naar het
land Kanaän. Maar lang niet altijd leefde het volk in
verbondenheid met God.
Telkens weer blijkt dat God Zijn volk moet leiden om het te brengen tot zijn
eindbestemming: rust voor ziel en lichaam in het beloofde land.
En daarbij gaat de enkeling niet op in de massa. Al is de persoonlijke leiding
van God ingebed in Zijn leiden van het volk, het gaat ten diepste om de
persoonlijke relatie tot de drie-enige God.
Het boek Jozua zet in met de intocht van het volk in Kanaän. Eén van de beloften die de HERE meer dan 400 jaar
daarvoor aan Abram gaf: 'Ik zal u en uw nageslacht
het ganse land Kanaän tot een altoosdurende
bezitting geven' (Gen. 17:8), gaat nu in vervulling. Al moeten we dan niet
vergeten dat de grote belofte van de HERE aan vader Abram
'Ik zal u en uw nageslacht tot een God zijn', sinds deze werd gegeven,
dagelijks in vervulling ging, en nu nog dagelijks in vervulling gaat!
Thema voor deze preek is:
DE HERE GOD BRENGT ZIJN VOLK KANAÄN BINNEN
We letten op 1. de belofte van God
2. de opdracht voor Jozua en het volk Israël.
1. De belofte van God
Zoals gezegd, gemeente, staat Israël in Jozua 1 op
het punt om Kanaän binnen te trekken. En dat voor de
tweede keer. 40 jaar geleden stonden ze ook aan de grens met het beloofde land.
Maar toen konden ze het land niet binnengaan vanwege hun ongeloof. Niet best!
Ongeloof ziet ongelooflijk grote barrières waar ze zijn én waar ze niet zijn.
Ongeloof praat de ander de grond in, ontmoedigt en deprimeert. Ongeloof kent vooral Gods beloften niet, rekent er zeker niet mee
en bouwt er niet op. Ongeloof ziet God niet zitten als de persoonlijke
Leidsman, Verlosser en Voleinder. En dát is het ergste.
Dat koste 40 lange jaren woestijnleven. En door Gods genade is daar wel
doorheen te komen, zo beschrijft ons Psalm 90. Maar zonder die genade is het
een ten-onder-gaan vroeg of laat. Dat geldt trouwens
niet alleen voor leven in de woestijn, maar ook voor leven in een land dat
overvloeit van melk en honing.
We kunnen ons, gemeente, dan de opluchting van Israël voorstellen wanneer ze
opnieuw Kanaän naderen: de opwinding wanneer ze
vanuit het Overjordaanse een eerste glimp opvangen
van het Beloofde land.
En wanneer Mozes is opgenomen in heerlijkheid en het
volk rouw bedreven heeft over het heengaan van deze godsman, komt er beweging in de zaak en spreekt de
HERE tot Jozua, de nieuwe leider van het volk: 'Maak u
gereed, trek over de Jordaan, gij en dit gehele volk,
naar het land, dat Ik hun, de Israëlieten, geven zal.'
We lezen dit. Het komt ons eenvoudig voor, want we kennen de geschiedenis. Maar
als je het goed op je laat inwerken: wat een taak!
- Jozua weet uit eigen ervaring hoe mis het kan gaan
op de grens van het Beloofde land:
- hij heeft nog geen ervaring bij het aan het hoofd staan van het volk:
- volgens hoofdstuk 3:15 stond de Jordaan op dat
moment buiten haar oevers. Het was april en de rivier was vol smeltwater:
- heel het volk - 3 miljoen mannen, vrouwen en kinderen, inclusief dieren,
jongvee - alles moest naar de overkant:
- zo'n doortocht was een zwak moment. Als je
oversteekt ben je weerloos tegenover de vijand.
Grenssituaties zijn gevaarlijk en werpt een mens terug op zichzelf.
We kunnen, gemeente, één en ander op onszelf betrekken. Een mens bevindt zich
soms in grenssituaties. Om wat voorbeelden te noemen: grenssituaties doen zich
voor, wanneer een mens een begrafenis bijwoont van een geliefde: wanneer het
leven geschokt wordt door natuurkrachten: wanneer je geconfronteerd wordt met
de wreedheden van de mensheid: in een ziekenhuis, afdeling intensive care en
hartbewaking, in een rechtszaal…….
Dat zijn momenten die diepe indruk maken. Je staat oog in oog met machten die
boven jezelf uitgaan. Je beseft eigen kleinheid, eigen zonde.
Het typerende van de Bijbel is, dat God er juist wil zijn in grenssituaties.
Juist daar! Dat ontdekt mag worden: God leidt míjn leven!
De Jordaan is de grens voor Israël tussen de
moeilijke woestijnperiode en de tijd van de intocht in Kanaän,
de grens tussen verleden en toekomst. In dat spannende heden komt God met zijn
beloften tot Jozua, de leider van het volk. Zegt God: Och, of gij heden naar mijn stem hoort! Rijke
beloften, ook voor ons in de Nieuw-testamentische
periode. Een oproep ook voor ons in dit heden van genade!
Het zijn drie beloften van God die de onervaren Jozua
van God ontvangt:
1. de landbelofte: 'Elke plaats die uw voetzool
betreden zal, geef Ik ulieden' (vs. 3):
2. de overwinningsbelofte: 'Niemand zal voor u
standhouden al de dagen van uw leven' (vs. 5):
3. de gemeenschapsbelofte: 'Zoals Ik met Mozes geweest ben, zal Ik met u zijn: Ik zal u niet begeven
en u niet verlaten' (vs. 5).
Laten we er nader naar kijken.
Je kunt zeggen: de 'grote opdracht' voor Israël was Kanaän
binnentrekken en het land in bezit nemen, er Gods naam en dienst vestigen, af
rekenen met het ongeloof van de Kanaänieten. Dus:
overwinnen door het geloof.
Maar die overwinning moest wel bevochten worden. De voeten moesten wel
geschoeid zijn met de bereidvaardigheid van het Evangelie, om te gaan met
alleen de beloften van God in de handen. Net als Petrus moesten ze wel stappen
zetten in het geloof, buiten de veilige boot, op onbekend, gevaarlijk terrein.
Hoezeer moesten dan Jozua en het volk vertrouwen op
Gods beloften, blind varen op Gods Woord. Vergeet niet: ze
waren de Jordaan nog niet over, Jericho
was nog niet gevallen, de strijd was nog niet gestreden in Kanaän.
En toch: God zegt: 'Niemand zal voor u standhouden.' Dat is Gods
belofte. Wie gelooft die gáát met die belofte in het hoofd, in het hart en in
de handen.
Onze vijanden zijn anders dan die van Israël, de tijd is anders, we leven in de
tijd na Pinksteren, waarin het heil niet langer gebonden is aan het land
Israël. Maar het principe van geloof is in ieder geval hetzelfde: ga met Gods
belofte! Al zie je nog niets, Gods Woord is waar en wórdt waar. Dat ligt niet
aan onszelf, maar aan God. En als God vóór ons is, wie zal tegen ons zijn? In
alle omstandigheden zijn we dan meer dan overwinnaars door Hem die ons heeft
liefgehad (Rom. 8:31 en 37). Geloven we dat? Geloof ik dat?
De rijkste belofte in de Bijbel is ongetwijfeld Gods verzekering: 'Ik ben met
u' - de gemeenschapsbelofte. Dat bevestigt de HERE hier aan Jozua
in vers 5 'zoals Ik met Mozes geweest ben'. Nu, daar
was Jozua getuige van geweest. Hoe de HERE Mozes kracht, inzicht, moed en visie gaf. Hoe de HERE hem
beschermde in moeilijke omstandigheden. Hoe de HERE hem genadig was en hem de
zonden vergaf. Hoe de HERE hem omvormde van een driftig
man tot een zeer zachtmoedig mens.
De God der vaderen die aan zovele generaties beloofd had: Ik ben met u - te
beginnen bij Abram - en die dat in al die generaties
had waargemaakt, die trouwe God zei nog eens heel uitdrukkelijk in deze
grenssituatie tegen Jozua en het volk: Ik ben met u.
Wat een trouw van God! Toen en nu. Want die gemeenschapsbelofte geeft de HERE
God telkens weer. Een mens is zo vergeetachtig!
Ook tot ons, gemeente, komt deze belofte vanmorgen weer. Juist ook omdat we
mogen weten van de komst van Jezus Christus. Híj is het geheim van deze
beloften, al gegeven in het O.T.Híj is de 'God-met-ons'!
Daarom kwam Hij naar deze aarde. Daarom ging Hij de lijdensweg. Daarom hing Hij
aan het kruis en stond Hij op uit de dood! Om de rekeningen uit het Oude
Testament te voldoen en het krediet voor het volk van het Nieuwe Testament op
te bouwen. Het meest krachtig en liefdevol komt dit wel tot uitdrukking als de Here Jezus zegt in Matteus 28:
20: 'Ik ben met u al de dagen tot aan de voleinding der wereld.'
Wat een Evangelie!
Luister naar die stem!
De HERE God zegt dat tot ons, tot mij heel persoonlijk. Tegen ons samen of we
ons nu in grenssituaties bevinden, of niet:
Ik ben met u!
Ik ben met jou!
Ik ben, die Ik ben.
Ik zal zijn, die Ik zijn zal.
En dat, ook voor u, ook voor jou!
God zegt: Vertrouw op mij!
Vertrouw op mijn Woord!
Geloof wat ik beloof!
2. De opdracht voor Jozua en het volk Israël
Zoals ik gezegd heb, is het thema van het boek Jozua:
God komt zijn beloften na. De goddelijke belofte van hulp en nabijheid, van
land en rust, maakt de HERE God waarheid. Maar Israël wordt hierbij wel
ingeschakeld en niet uitgeschakeld. Het land Kanaän
krijgt Israël niet zonder slag of stoot. In het geloof zullen ze het zich toe
moeten eigenen.
En dat verwerven van het land is niet het doel op zich. Het geheim van Kanaän is dat het volk hier in gemeenschap met God mag
leven. Dáártoe Gods leiding door de woestijn en door de Jordaan.
Dáártoe de beloften van land en overwinning. Dáártoe vloeide het land over van
melk en honing. Je kunt dus zeggen dat de land- en
overwinningsbeloften in dienst staan van de gemeenschapsbelofte.
De periode die Israël nu ingaat mag dan ook een
hoogtepunt genoemd worden in Israëls geschiedenis,
waarbij het ideaal van de Godsgemeenschap de werkelijkheid van het leven van
alle dag raakt. In die zin is de relatie wel gelegd naar het boek Handelingen,
waar de jonge gemeente na Pinksteren geestelijke hoogtijdagen beleeft. Iets om
naar te verlangen, om God voor te bidden! Want Hij moet de vervulling van zijn
beloften geven! Daar mogen we op vertrouwen!
Ook nu na Pinksteren gaat het om leven in gemeenschap met God! Dáártoe Gods
leiding in ons leven. Dáártoe de beloften van overwinning, heel sterk
weergegeven in de brieven aan de gemeenten in Openbaring: 'Wie overwint, hem
zal Ik geven, ……' Dáártoe geeft de HERE elke dag Zijn zegeningen. Ziet u dat?
Ziet u die Goddelijke zorg? Ken jij de Godsgemeenschap? Verlang jij ernaar?
In ons gelezen hoofdstuk zegt de HERE tot driemaal toe tegen Jozua: 'Wees sterk en moedig'.
Toe maar, durf het maar aan met mijn beloften! zegt
God. Het is net als een vader die zijn kind leert fietsen. Wankel zit het op de
fiets, telkens kijkt het of vader hem wel goed vasthoudt. En onherroepelijk
komt eens de grenssituatie dat vader zegt: nu moet je het alleen proberen. Zet
'em op! Tot het hekje van de
buurman. En daar gaat het kind. En nog eens vuurt vader hem aan: Toe maar! Het
gaat best!
Zo wordt de onervaren Jozua aangemoedigd door de HERE
God als liefdevolle Vader. Cruciaal is dan wat er staat in vers 7 en 8: 'Handel
nauwgezet overeenkomstig de gehele wet die mijn knecht
Mozes u geboden heeft':en:'dit wetboek mag niet wijken
uit uw mond, maar overpeins het dag en nacht, opdat gij nauwgezet handelt
overeenkomstig alles wat daarin geschreven is, want dan zult gij voorspoedig
zijn.'
Twee dingen vallen op:
Het eerste is: sterk en moedig zijn wordt direct verbonden in vers 7 met het je
verdiepen in het woord van God of zoals hier genoemd 'de gehele wet', dus de
Bijbel voor zover toen bekend.
Het tweede is: Gods Woord, dit 'wetboek' mag niet wijken uit uw mond. Je moet
er innig en innerlijk mee verbonden zijn.
Gods Woord overdenken, daarover praten en daarnaar
handelen, dat is Gods advies voor de onervaren Jozua.
Het woord voor 'overpeinzen' heeft te maken met het herkauwen van koeien. U
zult weten: een koe gaat eerst in rustig tempo, maar zonder ophouden, al
grazend de wei door. Als ze genoeg heeft gegeten, zoekt ze een rustig plekje om
het eten te herkauwen. Het voedsel komt terug in haar bek, waar het net zolang
gemalen wordt totdat de darmen het kunnen opnemen.
Zo moeten we omgaan met de Bijbel. De Bijbel lezen is geestelijk grazen.
Voedsel tot ons nemen voor de komende dag. Maar het moet ook verteerd worden!
Hoe goed is het dan om teksten uit je hoofd te leren. Vooral ook voor de
kinderen en jongeren. Aandachtig in je opnemen wat God tot ons zegt. Alleen al zo'n belofte van God: 'Ik zal met u zijn' uit vers 5!
Laat zo'n tekst tot je spreken! Denk
er rustig over na! God wil in Christus met ons zijn. Geweldig. Om
daarvoor te danken: Wat een liefdevol God bent U, dat
U mij nabij bent. Om ook te biechten: Vergeef me HERE,
dat ik hier zo weinig uit leef, U zovaak vergeet, denk, dat ik het alleen moet
doen. En om te bidden: wilt U met me zijn als ik
examen moet doen, als ik een moeilijk bezoek doe, als de zonde me overvalt.
Het is best goed om je eens af te vragen: welke invloed heeft de Bijbel tot nu
toe op mijn leven gehad? Bouw ik mijn geloof op Gods Woord?
Dit is de enige manier om te doen wat in Jozua 1 tot
twee keer toe staat 'nauwgezet te handelen overeenkomstig
alles wat geschreven is'.
Vooral viel me op dat er staat dat dit woord niet mag wijken uit uw mond.
Waarom mond?
We vullen onze mond met de Bijbel als wij die hardop lezen, daarover praten,
dat inbrengen in vergaderingen en bij besluitvorming. Dan geven we er stem aan.
Dát maakt sterk en moedig. Wie leiding heeft te geven of heeft te accepteren.
Wie voorop gaat of wie de hekken sluit.
In het bijzonder gold dit voor Jozua als leider van
het volk. Dit lezen en herkauwen van de Bijbel was voor hem geen
taakverzwaring, maar taakverlichting. Autoriteit vanuit Gods beloften wordt
nooit autoritair. Dat voelt het volk aan, want ze zeggen: 'Al wat gij ons bevolen hebt zullen wij doen, en overal waarheen gij
ons zenden zult, zullen wij gaan. Evenzeer als wij naar Mozes
gehoord hebben, zullen wij naar u horen, (…) Alleen wees sterk en moedig.'
Aan de ene kant getuigd dit van bereidwilligheid en
enthousiasme van het volk en van vertrouwen in hun leider.
Maar aan de andere kant: Jozua had ook anders
meegemaakt. Dat het volk opstandig was tegen Mozes en
helemaal niet wilde luisteren. Stemmingen slaan zomaar om. En Jozua was ook maar een mens, zoals het vervolg laat zien
als de Gibeonieten in beeld komen.
Dan wijst de naam Jozua, met als betekenis 'de HERE
verlost' ons op iemand anders. Jozua was het type van
Jezus Christus. In Hem wordt de grote belofte van God, de paradijs-belofte,
vervuld. Maar ook alle andere beloften van landbelofte tot en met
gemeenschapsbelofte.
Een vraag die nogal eens gesteld wordt is: Hoe moeten we die landbelofte nu
zien? Hoe kunnen we de vervulling ervan voor ons geestelijk vruchtbaar maken?
Globaal wordt dat op drie manieren uitgelegd:
De eerste is dat alles vergeestelijkt wordt. Kanaän
is de hemel en de Jordaan is de doodsrivier. Toch
zijn er geen duidelijke aanwijzingen om dit zo uit te leggen. En de praktijk
vanuit de verdere geschiedenis wijst anders uit. Het volk Israël in Kanaän vertoonde maar al te weinig hemelse trekken. Maar
ook moet je zeggen: het geestelijke leven heeft heel wat raakvlakken met het
aardse.
De tweede manier is dat de landbelofte specifiek gereserveerd wordt voor het
Joodse volk. De toedeling uit Jozua wordt haast
gezien als een acte van de notaris. Op deze manier valt er weinig geestelijk
voedsel te genieten. Jozua heeft dan voor ons,
christenen uit de heidenen, weinig betekenis. De geestelijke dimensie van de
'rust' en van de 'Godsgemeenschap' komt in deze uitleg niet uit de verf. Het
blijft te aards.
De derde manier laat de landbelofte als belofte van God staan. En de vervulling
ervan is een geestelijke zaak die plaatsvond door het geloof, wat heel concreet
vorm kreeg in een eigen plekje onder Gods genadezon. Kanaän
is dan het land van de gemeenschap met God, Kanaän is
het Koninkrijk van God, waarvan we in dit leven burger
moeten worden. De ark van het verbond was daarvan teken in het O.T. De
heerlijke God reserveert voor Zich een plaats op aarde.
In het N.T. komt daarvoor in de plek het heerlijke teken van het kruis van
Christus. Dat kruis op deze aarde geplant, is hét teken van de Godsgemeenschap.
Het markeert ook de grens. Geloof in Jezus Christus geeft doorgang door de
wateren van Gods toorn om te komen tot het leven van
gemeenschap met God, tot het eeuwige leven. Door het kruis gaan we over van het
doodse woestijnleven naar het land van de Godsgemeenschap en mogen we leven in
verbondenheid met deze drie-enige God.
Deze derde manier van uitleg wordt gepresenteerd in Hebreeën 3 en 4 uitgewerkt.
Deze hoofdstukken grijpen terug op Jozua 1: 13, waar
staat: 'de HERE, uw God, schenkt u rust en geeft u
dit land'. 'Tot zijn rust ingaan' betekent dan concreet leven in de
Godsgemeenschap op deze aarde, in verdriet en in vreugde, in voorspoed en in
tegenspoed. Het heil van God hier en nu genieten. Maar wel met een hemels
perspectief. Hebreeën 4: 9 zegt: 'Er blijft daarboven nog een sabbatsrust voor
het volk van God.', dat is: een rust van de zonde, het beleven van de vrede met
God en vreugde in het heil van God. Deze rust gaat in beginsel in na de
bekering en wordt de ene keer meer en de andere keer minder ervaren, maar krijgt
zijn heerlijke bekroning wanneer we deze volmaakt zullen genieten in
heerlijkheid. Het loopt dan op de oproep:
'Heden indien gij Zijn stem hoort,
Verhardt uw harten niet. Laat u leiden'.
In deze derde uitleg gaat het voluit om Jezus Christus en om Zijn heilswerk.
Vindt rust voor je hart bij God. Kom tot Mij zegt Jezus Christus - in het
geloof, in het gebed - allen die vermoeid en belast zijt en Ik zal u rust geven.
Die boodschap hebben we nodig, in vakantie, in drukte, alle dagen van ons
leven.
De kracht van de Geest hebben we nodig in de strijd tegen de 'aardse' machten,
in de strijd tegen de zonde en de instigator ervan, de duivel.
In eigen kracht zijn we nergens en komen we nergens.
Dan kun je soms hartgrondig twijfelen aan jezelf, en dat kan soms geen kwaad.
Als we maar nooit twijfelen aan God en aan de beloften van God.
Hart onrustig, vol van zorgen
Vleugellam geslagen ziel.
Hoop op God, en wees geborgen
Hij verheft wie nederviel.
In die kracht mogen we dan verder strijden en overwinnen. Ja, meer dan
overwinnaar zijn door onze Here Jezus Christus en
leven in heerlijke gemeenschap met Hem.
Amen.