OP BASIS VAN EEN PREEK VAN TIM KELLER,
OVER LUCAS 7: 1-10, 36-50, BEWERKT DOOR HENK JAN KAMSTEEG.
Geloof in Jezus
Lucas, de schrijver van het
derde evangelie uit het Nieuwe Testament, was arts. Hij stelt ons Jezus voor
als Redder. Het Griekse woord dat hij gebruikt, betekent intussen zowel
‘redder’ als ‘genezer’. En zo is het ook: Jezus kwam naar de aarde om te genezen
wat fout is in ons en om te genezen wat fout is tussen ons. Onze
tekst laat zien op welke manier wij genezen kunnen worden. Daarbij blijkt al
direct dat het om geloof draait. Wat is geloof? En hoe krijgen we geloof?
Duidelijk is dat geloof essentieel is om de genezende kracht van Christus te
ervaren.
Lucas stelt ons in hoofdstuk 7
voor aan twee totaal verschillende mensen: een Romeins
hoofdman en een vrouw van de straat, een prostituee. Ze blijken iets gemeenschappelijk
te hebben: ze geloven. Dat is belangrijk, want Jezus zegt in vers 50: ,,Uw geloof heeft u behouden’’. Door deze twee mensen
te introduceren, geeft Lucas aan dat - ongeacht onze
status - geloof dé sleutel is.
De natuurlijke weg
Hoe kom je aan geloof? Als we het verhaal over
de hoofdman lezen, zien we de natuurlijke weg. De hoofdman stuurt enkele
religieuze leiders naar Jezus omdat hij een slaaf heeft die op sterven ligt. De
Romein wil dat Jezus die slaaf geneest. De religieuze leiders doen wat de
hoofdman vraagt, omdat deze eerst iets voor hen heeft gedaan. Hij heeft een
synagoge laten bouwen. De godsdienstleraars zelf geloven niet in Jezus. De
hoofdman wel. Het verschil tussen de godsdienstige leiders en de hoofdman valt
onmiddellijk op. De eersten zeggen: ‘U zou die slaaf moeten genezen, omdat de
hoofdman het verdient’ (vers 4). Maar de hoofdman zelf zegt: ‘Ik verdien
het niet. Ik ben het niet waard’.
De religieuze leiders geloven in hun morele
prestaties. Er is een vaste regel: Als je niet in God gelooft, geloof je in
iets anders! Jij, westerse mens, zegt misschien dat je onmogelijk zeker over
God kunt zijn. Maar mag ik vragen: hoe kun je daarvan zo zeker zijn? Hoe weet
je dat niemand zeker kan zijn over God? Ook dat is een geloof. Ook jij kunt
niets bewijzen.
Denk daar eens over door.
Ook
jij laat je eeuwige bestemming afhangen van geloof. Jouw geloof is daarin even
fundamenteel als het geloof van iemand die wel zeker is over God. Sheldon Vanauken vertelt in zijn
boek Severe mercy
over zijn bekering. Hij stuitte op een kloof tussen de mogelijkheid van
het bestaan van God en het bewijs ervan en besefte dat alleen geloof die
kloof kon overbruggen. Maar Vanauken wilde niet
geloven. Hij wilde zijn leven alleen maar aan Jezus geven, als hij voldoende
bewijs had. Toen realiseerde hij zich het bestaan van een andere kloof. Hij kon
evenmin bewijzen dat Jezus niet God is. Ook daarin moest hij een geloofstap
zetten. Daarop besloot hij richting Jezus te gaan.
Dat is het natuurlijke aan geloven. We hebben de
hulp van de Heilige Geest nodig om dat natuurlijk
geloof op Jezus te richten.
De drastische manier
Geloof komt vaak ook op een drastische
manier. De hoofdman roept pas om Jezus als hij te maken krijgt met een groot
probleem. Een dierbaar iemand ligt op sterven. Zo gaat het vaak. We roepen niet
om Jezus en stellen geen levensvragen – ‘Waarom ben ik hier?’,
‘Waar draait mijn leven om?’ –, totdat er iets fout gaat. Er zijn mensen die
God pas vinden op hun ziekbed of in de gevangenis. Dat komt omdat het vage,
lege gevoel dat we in goede tijden kennen, dan niet langer te negeren valt.
Slechte tijden creëren nood niet zozeer, maar openbaren die.
Hoewel bliksem ook uit een heldere hemel kan komen, komt hij vaker uit een
bewolkte hemel. Vaak moet er eerst iets fout gaan in ons leven.
Wat is geloof? Drie dingen: nieuwe richting,
nieuwe fundering en nieuwe aantrekkingskracht.
1. Nieuwe richting
De hoofdman weet dat zijn onderschikten altijd
naar hem luisteren. Hij hoeft maar iets te zeggen en ze vliegen voor hem. Die
macht ziet hij ook bij Jezus. ‘Zeg dat mijn dienaar geneest en hij zal
genezen.’ De hoofdman gelooft dat Jezus vanaf afstand kan genezen.
Het is opvallend dat de hoofdman zegt dat hij
maar een onderschikte is. Hoofdmannen vormden weliswaar de ruggengraat van het
Romeinse Rijk, maar waren tevens verantwoording schuldig aan de generaals die
op hun beurt weer verantwoording moesten afleggen aan de keizer. De hoofdman
had geen autoriteit uit zichzelf, maar louter vanwege zijn nauwe relatie met de
keizer. Op die manier denkt de hoofdman nu ook over Jezus. Jezus
moet zo’n nauwe relatie met God hebben, dat Hij de macht heeft de slaaf te
genezen.
Maar de hoofdman heeft ongelijk. Hij ziet niet
dat Jezus zelf ook God is. Niettemin gebruikt Jezus zijn Goddelijke kracht. We
stuiten hier op hetzelfde principe als bij de man uit Marcus,
die met zijn doodzieke zoontje bij Jezus komt. Jezus
vraagt of de man gelooft. En dan het antwoord: ,,Ik
geloof. Kom mijn ongeloof te hulp’’. De man wilde best geloven, maar liep met
nog zoveel twijfels rond. Niettemin maakt Jezus het jongetje beter. Daaruit
kunnen we leren dat het niet om de kracht van ons geloof gaat, maar om het
object ervan. Het gaat niet om de mate van ons geloof, maar om de richting
ervan.
Tegenwoordig denken we dat geloof subjectief is,
de nadruk ligt op emotie. ‘Het maakt niet uit wat je gelooft, als je het maar
met heel je hart doet.’ Maar natuurlijk klopt dat niet. Neem Hitler. Hij geloofde met heel zijn hart. Maar in het
verkeerde. Een ander voorbeeld. Twee bergbeklimmers vallen plotseling in een
diepe greppel. Er lijken twee mogelijkheden om te ontsnappen: een rotsig
opstapje links en ééntje rechts. De ene bergbeklimmer zegt dat hij vast gelooft
dat ze via de linker route uit de greppel kunnen komen. Geen twijfel mogelijk.
De ander aarzelt. Hij weet het nog niet zo zeker. De man met het vaste geloof
stapt op het uitsteeksel. Maar de rotspunt breekt af en de man valt te pletter. De tweede gaat via de andere route. Hij is
onzeker. Maar die rotspunt zit stevig vast.
Wie wordt gered? De man die met heel zijn hart
geloofde? Nee, de man die in de juiste rots geloofde. Het gaat niet zozeer om
de kracht van je geloof als wel om het object ervan. Hoeveel geloof had de
hoofdman nodig om zijn zoon beter te krijgen? Net
genoeg om Jezus aan te roepen:
Just
as I am, tho’ tossed about
With
many a conflict, many a doubt
Fightings
and fears within, without
O
Lamb of God, I come, I come
Reddend geloof is in Jezus Christus geloven.
2. Nieuwe fundering
De religieuze leiders zeggen van de hoofdman dat
hij van Israël houdt. Hij had zelfs een synagoge laten bouwen. Dit was niet
bepaald de houding van de doorsnee Romein. Misschien aanbad
hij de God van de Bijbel wel.
Wat zeiden de leiders? ‘Hij is het waard, doe
daarom wat hij vraagt.’ Maar wat zegt de hoofdman zelf? Niet: ‘Ik ben het niet
waard bij U in dezelfde kamer te zijn en daarom zal ik U ook niets vragen’. Als
hij dat gezegd zou hebben, zou hij iets gemeen hebben met de
godsdienstige leiders. Dan zou ook hij geloofd hebben dat Gods macht alleen in
het leven komt van mensen die dat met moreel goed gedrag hebben verdiend. Nee,
de hoofdman geeft aan onwaardig te zijn, maar toch vraagt hij of Jezus wil
genezen.
In alle andere religies is zoiets onmogelijk.
Daarin moet je zelf presteren om iets van god gedaan te krijgen. In het christelijk geloof daarentegen weet je dat je morele
prestaties ontoereikend zijn en vraag je God toch of Hij zijn kracht in jouw
leven wil brengen. Reddend geloof verandert het fundament waarop je je leven bouwt. Christus wordt je fundament. Dan komt zijn
kracht in jou.
Nu kijken we naar de ,,vrouw
die in de stad als zondares bekend stond’’, een prostituee. Juist zij doet twee
adembenemende dingen. Ze gebruikt haar haren om de voeten van Jezus af te
drogen. In de cultuur van die tijd betekende dat veel meer dan wij ons nu
kunnen voorstellen. Losmaken van hoofdhaar gaf zo’n
intimiteit aan, dat farizeeërs hadden bepaald dat als een vrouw dat in het
openbaar deed, haar man scheiding mocht aanvragen.
En ze doet meer. Ze zalft Jezus met mirre. Mirre
was een parfum dat rijke vrouwen in een flesje om hun hals droegen. Het was een
teken van schoonheid. Vergeet niet dat er nog geen deodorant was uitgevonden.
Een vrouw die mirre droeg, rook goed. Mirre was het verleidingsmiddel van de
prostituee, essentieel voor haar werk. Maar wat doet ze nu? Ze breekt het
flesje stuk en giet de mirre over Jezus’ voeten. Zo geeft ze als het ware haar
macht uit handen, alles waarop ze altijd vertrouwd heeft. Mirre was haar
fundament.
De hoofdman had altijd vertrouwd op zijn morele
moed. Hij wilde hoe dan ook gerespecteerd worden. Maar hij verandert van
fundament: ‘Nu bent U, Jezus, mijn Redder’. En de
prostituee? Zij had altijd vertrouwd op haar schoonheid. Ook zij verandert van
fundament: ‘Nu bent U, Jezus, mijn Meester’. En ze
huilt tranen van vreugde.
Behoudend geloof is méér dan geloven dat Jezus
heeft bestaan. Het is Hem tot het centrum en fundament van je leven maken.
Tijdens de Grote Opwekking in 1741 kwamen velen tot geloof bij het luisteren
naar de preken van George Whitefield.
Iemand getuigde dat als hij Whitefield hoorde preken,
dat hem een gebroken hart gaf. ,,Door Gods zegen werd
mijn oude fundering afgebroken. Ik zag dat mijn rechtvaardigheid mij niet kon
redden…’’
3. Nieuwe aantrekkingskracht
Om de goede richting te kunnen inslaan, moet er
nieuwe aantrekkingskracht zijn. Jezus vertelt een
gelijkenis waarin hij de farizeeër Simon en de
prostituee vergelijkt. Simon had Jezus in zijn huis
uitgenodigd. Dat wilde in die tijd heel wat zeggen. Daarmee gaf Simon aan dat hij Jezus wel wilde steunen. Hij had zoveel
goede dingen van Jezus gehoord. Simon vraagt zich
zelfs af of Jezus een profeet is. Hij heeft een verstandelijk geloof in Jezus.
Maar Jezus vraagt hem: ‘Zie je deze vrouw? Jij
hebt Mij geen water gegeven voor mijn voeten. Zij waste mijn voeten met haar
tranen. Jij hebt Mij niet gegroet met een kus. Deze vrouw hield niet op Me te
kussen vanaf het moment dat ze binnenkwam. Jij goot geen olie over mijn hoofd.
Zij gaf Me mirre voor mijn voeten’. Simon moet op
zijn minst zijn wenkbrauwen hebben gefronst: ‘Wat? Kijk eens naar die
verachtelijke vrouw! Wilt U dat ik me zo gedraag?’.
‘Ja’, zegt Jezus, ‘dat is precies wat Ik wil. Want
alleen zo’n geloof redt je en zal je van binnenuit
veranderen.’
Heb jij een Simon-geloof?
Zo ja, hoe verandert dat dan in het geloof dat die prostituee had? Misschien ga
je geregeld naar de kerk en bestudeer je de Bijbel. Maar geef je Hem je duurste
parfum? Weet je wat geloofspassie is? Jezus vertelt een gelijkenis. Een
schuldeiser had twee schuldenaars. De één was hem vijfhonderd schellingen
schuldig, de ander vijftig. Toen ze niet konden betalen, schonk de schuldeiser
het hun beiden. Wie zal hem het meest liefhebben? Simon
wist het antwoord: degene die de grootste schuld had.
Als schuld wordt kwijtgescholden, blijft die
schuld niet zomaar ergens in de lucht hangen. Nee, de schuldeiser draagt de
kosten zelf. Daarom zal hij die het sterkst beseft wat de schuldeiser in feite
doet, ook het meest liefhebben. ‘Simon, jij denkt op z’n best dat Ik een profeet ben die je vertelt hoe je moet
leven. Maar die prostituee erkent dat Ik gekomen ben om de kosten te dragen
voor het leven dat zij niet leefde. Jij hebt Mij uitgenodigd. Maar zij heeft
zichzelf aan Mij gegeven. Zij realiseert zich wat Jesaja
profeteerde: ,,Om onze overtredingen werd
Hij doorboord, om onze ongerechtigheden verbrijzeld; de straf die ons de vrede
aanbrengt, was op Hem, en door zijn striemen is ons genezing geworden.’’
‘Simon, het gaat jou
er alleen maar om dat je niets mist van wat er in Israël gebeurt. Maar zij komt
naar Mij toe omdat zij zich tot Mij aangetrokken voelt. Omdat jij niet erkent
dat je slecht bent, zie je niet dat Ik mijn leven helemaal aan jou wil geven.
Daarom giet je geen mirre over Mij uit en mis je elke passie. Maar zij? Zij is
in vervoering. Simon, omdat je niet van Mij houdt,
verandert je leven niet. Kijk eens hoe je tekeergaat tegen deze vrouw. Je
veracht haar. Je bent nog steeds slaaf van je eigen rechtvaardiging. Maar zij
is vrij en maakt haar haren los. Wat maakt het haar uit wat je daarvan denkt?
Ik ben immers haar Meester.’
Welk geloof heb jij? Dat van Simon
of dat van de vrouw? Geloof je dat Jezus ethisch een goed mens was? Of erken je
de noodzaak dat Hij zijn leven voor je gaf?
Liefde en zekerheid
Waar brengt echt geloof je? Ten eerste bij de
liefde. Jezus benadrukt dat als je denkt dat jou
weinig is vergeven, je ook weinig zult liefhebben. Dat is onvermijdelijk. Ben
je vaak ongeduldig tegenover anderen? De mate waarin je beseft wat Christus
voor je deed, is evenredig aan de mate waarin je van anderen houdt.
Ten tweede bij zekerheid. Waarom maakt de vrouw
haar haren los? Omdat het haar niet langer uitmaakt wat anderen van haar
denken. Als je loopbaan belangrijker voor je is dan
Jezus, word je doodsbang als er iets mis gaat. Als goedkeuring belangrijker
wordt dan Jezus, krijg je het benauwd als iemand laat merken dat hij je niet
mag. En als Jezus wel de belangrijkste is…, maakt dat alles dan nog
zoveel uit? Who cares?
Jezus houdt van je. Dat houdt je overeind.
De prostituee weet dat haar veel is vergeven. Ze
heeft lief, omdat ze geliefd is. En Jezus prijst haar. Dat doet Hij niet zo vaak.
Maar nu stelt Hij de prostituee Simon ten voorbeeld.
‘Vrouw, je geloof heeft je behouden.’ Dus niet: ‘Het zal je behouden als
je nog even volhoudt’. Ook niet: ‘Ik zal je redden als je een goed leven
blijft leiden’. Nee: ‘Je bent al behouden. Ik heb er voor
betaald. Je bent geliefd. Ik verheug me in jou.
Ik houd van je. Besef je dat? Je bent geliefd door de
Enige in het universum die er werkelijk toe doet!’.
En jij?
Ontdek wat het belangrijkste is in jouw leven,
wat de parfum is die jij om je nek draagt. Leg het
neer aan Jezus’ voeten. Tot op dat moment heb je of geen geloof in Jezus, of
een geloof als van Simon. Misschien vind je jezelf zo
zondig. Nou en? Ga ermee naar het Kruis en Christus zal je omarmen. En je zult antwoorden:
Take
my love, My Lord
I
pour at thy feet
It’s
treasure store
Take
my life
And
I will be
Ever
only all for thee
Tim Keller is predikant van de Redeemer Presbyterian Church in New York. Voorheen was hij hoogleraar praktische theologie aan Westminster Seminary in Philadelphia. Zie ook: www.redeemer.com