Gezegend door vergeving
Op basis van een preek van Tim Keller
over Psalm 32, bewerkt door Henk Jan Kamsteeg
Psalm 32 raakt de kern van ons christelijk geloof. De psalm gaat over
schuldbelijdenis en vergeving. ,,Toen kwam ik openlijk
uit voor wat ik misdaan had (…) en U hebt al mijn zonden vergeven’’ (vert.
Groot Nieuws). Wat een evangelie! Hoe reageer je als je moreel uit de bocht
bent gevlogen? Hoe sta je op als je in zonde bent gevallen, maar weet dat God
je vergeven heeft? Voel je jezelf dan toch nog kreupel en misvormd? Of denk je
dat het mogelijk is sterker je levensweg te vervolgen?
Wat zegt onze tekst over:
Aan wie veel vergeven is…
Het gevaar bestaat dat we het eerste deel van Psalm 32 overslaan en ons
onmiddellijk op het midden concentreren. Maar het eerste vers is ook
belangrijk: ,,Gelukkig (‘welzalig’) ben je als God je vergeeft…’’ Steeds als ik
dat woord ‘gelukkig’ (Eng. vert.: blessed)
tegenkom, benadruk ik dat het in het oorspronkelijke Hebreeuws méér inhoudt dan
in onze vertaling. In het Hebreeuws gaat het om
diepgaande vervulling. Wie vergeven is, krijgt een vervuld leven.
In Lucas 7 heeft ook de Here
Jezus het daarover. Hij ontmoet Simon, een religieus leider, die weinig van hem moet hebben, maar ook
een vrouw van de straat, die zich vol overgave aan Hem geeft. Met haar tranen
en haren wast zij Zijn voeten. Simon reageert daar
geïrriteerd op. Jezus wijst hem dan terecht. Hij vertelt Simon
waarom deze vrouw zo gepassioneerd is: “Zij heeft veel liefde gehad, want haar
vele zonden zijn vergeven. Maar hij, aan wie weinig wordt vergeven, geeft
weinig liefde.’’ (vers 47). Met andere woorden: de gelukkigste mensen zijn zij
aan wie het meest vergeven is.
Er zijn drie type mensen. Zij die denken dat ze zo goed zijn dat ze geen
vergeving nodig hebben. Zij die zich zo slecht voelen dat ze denken nooit
vergeven te kunnen worden. En zij die beseffen vergeving nodig te hebben en
geloven dat ze inderdaad vergeven zijn. Die laatste categorie is gelukkig. De
anderen missen enorm veel, ook in de relatie met anderen. Test jezelf maar. Heb
je andere mensen lief en ben je barmhartig tegenover hen? Nee? Dat kon dan wel
eens komen doordat je niet weet wat het betekent dat God je vergeven heeft.
Iedereen heeft een masker
Sommigen vragen zich nu misschien af of al dat gepraat over zonde en
vergeving niet hopeloos verouderd is. ‘We leven in het Westen, weet je nog? Wat
moeten we aan met verhalen hoe we van schuldgevoel afkomen? Hoezo schuldgevoel?
Vroeger…, ja toen werden mensen geprest moreel zo goed mogelijk te leven. Maar
juist daardoor ontstond een wanhopig makend schuldbesef. Je kon immers niet aan
de norm voldoen. Tegenwoordig mag je gelukkig zelf kiezen wie je wilt zijn en
hoe je leeft. Je beslist zelf wat voor jou goed of fout is.’.
Ligt het inderdaad zo simpel? In vers één wordt niet alleen gesproken over
vergeven zonden, maar tevens over ‘bedekt’ zijn. Ook dat ‘bedekt’ wordt
verbonden aan geluk. David, de dichter van de psalm,
lijkt hier op Genesis 3 te wijzen. Aanvankelijk schaamden Adam en Eva zich niet
dat zij naakt waren. Die schaamte kwam pas na hun zonde. Toen wisten ze niet
hoe snel ze zich met vijgenbladeren moesten bedekken.
De behoefte zich te bedekken kom je in elke tijd en cultuur tegen. Jean Paul Sartre geeft daarvan
een treffend voorbeeld in zijn ‘Worthbeiing in nothingness’. Stel je eens voor, zegt hij, dat je in een
kamer bent waarin door een sleutelgat licht naar binnen valt. Als je door het
sleutelgat loert, kun je andere mensen bekijken zonder dat ze daar erg in
hebben. Plotseling voel je je machtig. Je bent een
ongeziene ziener.
Maar dan zie je dat zich achter jou ook een sleutelgat bevindt en je merkt
dat daarachter een oog naar jou kijkt..Nu ben jij het lijdend voorwerp geworden. Onverdraaglijk!
Sartre schrijft dat er niets erger is dan geen
controle meer hebben over wat anderen van jou kunnen zien. Dat is herkenbaar.
We willen niet dat een ander ons onbedekt ziet. Sartre
geloofde niet in absolute normen.
Maar hij erkende wel dat elk mens bedekt wil zijn.
Niemand wil dat een ander ziet wie hij werkelijk is. Er zouden eens zaken voor
de dag komen waarvoor we ons diep schamen.
Het is dus niet waar dat alleen ouderwetse mensen een probleem hebben met
schuldgevoelens. Ook de moderne mens, die z’n eigen
normen creëert, heeft ermee te maken. Hij voldoet namelijk niet aan zijn
zelfgekozen normen en is niet wie hij zegt te willen zijn. Ook hij wil zich
bedekken. Zodra z’n masker wordt afgerukt, schaamt hij
zich en voelt zich zondig. Misschien lacht hij meewarig om iets als ‘schuld’.
Maar zich losmaken van het besef dat er iets aan hem
mankeert, kan hij niet. Diep in z’n binnenste hoort
hij een stem die zegt dat hij een mislukking is.
Iedereen wil zich bedekken door een masker op te zetten. Voor sommigen is dat
masker een succesvolle carrière. Voor anderen een goed figuurtje. De eerste
werkt zich helemaal kapot, de tweede eet niets lekkers meer. Daarom is het zo fantastisch
te weten dat God mij wil bedekken. Ik hoef het zelf niet meer te doen. Ik hoef
me niet meer zo druk te maken over wat de spiegel me laat zien. Wat een rust.
En bij die rust brengt de schuldbelijdenis mij nu.
Hoe moet je voor God en mensen schuld belijden zodat je zegen ervaart? De psalm
noemt vier punten.
Echt schuldgevoel
Allereerst is belangrijk te onderscheiden tussen echt en onecht
schuldgevoel. David: ,,Toen
maakte ik U mijn zonden bekend’’ (vers 5). En in Psalm 51: 6: ‘Tegen U, U
alleen, heb ik gezondigd.’’ Dat laatste klinkt misschien merkwaardig. Eerst
vermoordt David de man van de vrouw die hij heeft
gestolen en dan zegt hij dat hij alleen tegen God heeft gezondigd. Punt in
geding is echter dat David hier aanvoelt wat schuld
ten diepste is.
Niet alle schuldgevoel is echt. Sommige mensen voelen zich over de kleinste
dingen schuldig. Dat is onecht. Het andere uiterste is dat je elk schuldgevoel
onecht vindt, simpel omdat je zelf zou mogen bepalen wat voor jou goed en kwaad
is. Maar zou je dat laatste ook tegen Hitler zeggen?
Hoeveel ellende zou de wereld niet zijn bespaard als hij schuldgevoel had
gehad.
Hoe weten we of schuldgevoel echt is of niet? Aan welk criterium moet je dat
toetsen? Als ik aan de hand van een vast criterium weet dat ik niet schuldig
ben, wordt het tegelijk minder belangrijk wat anderen ervan vinden. Iedereen
heeft zo’n laatste toetssteen nodig. Wat heb je er
immers aan dat je alles zelf mag uitmaken als je geweten toch blijft spreken?
Sommigen beweren dat je geweten het vaste criterium is. Maar dat geloof heeft
velen in een psychiatrische inrichting gebracht.
De Bijbel zegt het anders. 1 Johannes 3:20: ,,Ook al klaagt ons hart ons aan, God is groter dan ons
hart. Hij weet alles.’’ Het geweten vormt allerminst de laatste norm. Het Woord
van God is dat wel. David weet dat. Daarom zegt hij
dat hij alleen tegen God heeft gezondigd.
Berouw en zelfbeklag
Belangrijk is in de tweede plaats dat we het verschil zien tussen berouw en
zelfbeklag. Medelijden met jezelf hebben verandert een
mens niet. Berouw wel. Wat is dat eigenlijk: berouw? Vers 5: ,,U
vergaf de schuld van mijn zonden.’’ Is dat niet teveel van het goede? Is schuld
niet hetzelfde als zonde? Wat bedoelt David? David erkent hier de zondigheid van zijn zonde! Daarom gaat
het.
Luister eens naar de verzen 8 en 9: ,,Ik, de Heer, zal
je de weg wijzen die je moet gaan, je raad geven en je niet uit het oog
verliezen.’’ God wil David als het ware recht in de
ogen kijken. ,,Wees toch niet onhandelbaar als paarden
of ezels; die blijven alleen in het gareel als je ze in toom houdt met bit en
teugels.’’ Ja, zo is een ezel. Opeens wil het dier naar links. Je geeft het een
schop. Au! Even beseft het dat het blijkbaar maar beter rechtdoor kan lopen.
Totdat het rechts wat eten ziet liggen. Daar gaat ’ie
weer. Opnieuw een schop. Au! Recht loopt de ezel weer. Totdat …
Dat is zelfbeklag. Angst voor de consequenties. Van bekering is geen sprake.
Het dier begrijpt niets van ‘de zonde van zijn kwaad’ en van de motieven van
zijn meester. Daarom duurt het steeds maar kort of het dier wijkt weer af van
het goede pad. De herinnering aan de straf vervaagt snel.
Mannen hebben vaak een hekel aan counseling, ook als hun vrouwen graag willen
dat ze hulp zoeken. ‘Counseling? Onzin!’ Totdat de vrouw dreigt te zullen
weglopen. Dan weet de man niet hoe snel hij contact moet zoeken met een dominee
of psycholoog. ‘Dominee, we hebben goede raad nodig.’ Maar zodra de man merkt
dat het met dat weglopen niet zo’n vaart loopt, valt
hij gemakkelijk in z’n oude gedragspatroon terug.
Zulke mannen zijn net als die ezel. Ze voelen zich even schuldig, maar alleen
om wat hun zelf zou kunnen overkomen. Er is geen sprake van berouw over het
feit dat ze hun vrouw verdriet doen. Ze hebben niet in de gaten dat het kwaad
op zich zondig is. Daarom blijft echte verandering uit.
Veranderd perspectief
In de derde plaats moeten we ons perspectief veranderen. Vers 5: ,,U, Heer, heb ik mijn schuld bekend (beleden)’’. Het
Griekse woord voor ‘belijden’ is homologeo,
letterlijk: ‘hetzelfde zeggen’. Dit is wat anders dan ‘napraten’. ‘Hetzelfde
zeggen’ houdt in dat je de dingen ziet vanuit het perspectief van de persoon
die je tekort deed. Je gaat in zijn of haar schoenen staan.
Hoe vaak hoor je iemand niet zeggen: ,,Als ik je
beledigd heb, dan spijt mij dat.’’ Men bedoelt dan in feite: ‘Ik doe geen
moeite me in te denken waardoor ik je heb beledigd. Ik
vind het teveel gedoe me in jouw situatie te verplaatsen. Ik wil alleen maar
dat niemand kan zeggen dat ik mijn excuses niet heb aangeboden. Ik doe het ten
diepste alleen voor mezelf.’ Schuld belijden klinkt
heel anders: ‘Ik kan me nauwelijks voorstellen hoe je je
gevoeld moet hebben door wat ik je aandeed. Daarom spijt het me
verschrikkelijk.’ Alleen zo maak je de verhouding weer goed. Je belijdt
concreet wat je fout deed.
Pas dit nu eens toe op je relatie met God. ‘Mijn God, ik kan me nauwelijks
indenken iemand te hebben geschapen en z’n hart elke
seconde te laten pompen en z’n longen te laten ademen. Ik kan me nauwelijks
indenken hoe het is jezelf totaal aan een ander te geven, terwijl die ander
toch elke keer doet alsof je niet bestaat. Here God,
ik probeer me in te denken hoe dat voor U moet zijn. Het
spijt me verschrikkelijk wat ik U aandeed.’
Pas als je zo probeert vanuit Gods perspectief naar je zonden te kijken, zal de
verhouding met God worden hersteld.
Verantwoordelijkheid
Tenslotte is het belangrijk dat je de volledige
verantwoordelijkheid aanvaardt voor wat je deed. Vers 5: ,,Ik
hield het niet langer verborgen.’’ Je zoekt niet langer naar excuses in de zin
van: ‘Okay, ik heb het gedaan, maar zij behandelden mij precies zo. Ze zijn nog
gemener dan ik.’
Misschien ben jij inderdaad maar voor 20 procent schuldig. Zwijg dan toch over die 80 procent en erken je eigen schuld. Neem de volle
verantwoordelijkheid, want anders zul je nooit de zegen begrijpen van vergeven
te zijn. Verhoudingen zullen geschonden blijven. Berouw betekent dat je ophoudt
beschuldigend naar de ander te wijzen. Berouw begint waar de ik-gerichtheid eindigt.
Waarom begaan mensen, kort nadat ze huilend hun fouten toegaven, weer dezelfde
zonden en veranderen ze niet? Doordat ze de vier punten van zojuist negeren.
Het geheim
We gaan verder.
David beleed zijn zonden en: ,,God
vergaf de schuld van mijn zonden.’’. Er staat niet dat God er nog eens over zou
nadenken. Er staat dat Hij vergaf! Onmiddellijk, automatisch haast. Je vraagt
je dan af wat het geheim was van Davids
schuldbelijdenis. Dat geheim moet gezocht worden in de reden waarom het voor
God mogelijk is te vergeven. ,,Gelukkig als je
overtreding vergeven en je zonden bedekt is. Gelukkig de mens die de HERE de
ongerechtigheid niet toerekent (Groot Nieuws: ,,en
vergeet wat je misdaan hebt’’). Fantastisch: God vergeeft, omdat Hij ons onze
fouten niet toerekent.
Stel dat je een beroerd cijfer verdient voor een tentamen. Maar de volgende dag
vertelt je docent dat hij het tentamen niet meetelt voor het eindcijfer. Gered!
Daarover heeft David het hier. Hij zegt dat als je je zonden belijdt, God ze bedekt door ze je niet toe te
rekenen. Onze zonden hebben geen invloed op ons eindcijfer.
Hoe kan dat? Vers 7: ,,U zijt
mij een verberging, U bewaart mij voor benauwdheid, U omringt mij met
jubelzangen van bevrijding.’’ Laat dat tot je doordringen. Iedereen weet dat
hij bedekt moet worden. En David begrijpt hier dat
God Zelf die bedekking is: ,,U bent mij een
verberging.’’ Maar hoe kun je nu bij God schuilen, terwijl je zonden maken dat
je eigenlijk voor Hem moet wegschuilen? Dit is de boodschap: Hide in God! Niet: for God! Kruisiging
was een verschrikkelijke doodstraf. Je stierf langzaam, naakt en
tentoongesteld. Onmenselijker kon niet. Zo ook bij Jezus. Hij werd ontkleed,
opdat jij gekleed kunt worden. 2 Korintiërs 5: 21: ,,Hem, die geen zonde gekend heeft, heeft Hij voor ons tot
zonde gemaakt, opdat wij zouden worden gerechtigheid Gods in Hem.’’
Dit is een van de mooiste teksten uit de Schrift. God rekende Jezus de zonde
toe, zodat Hij ons schoon kon zien. Hij gaf Jezus de status die Hij niet
verdiende, opdat Hij ons de status kan geven die wij niet verdienen. Bidt dat
Vader je aanvaardt om wat Jezus deed. Dan zal God je je
zonden niet aanrekenen. ,,Zo is er dan geen
veroordeling voor hen, die in Christus Jezus zijn.’’ (Romeinen 8:1). Laat goed
tot je doordringen wat de basis van vergeving is, want anders bestaat de kans
dat je de reden in je eigen schuldbelijdenis zoekt: ‘Kijk eens, HERE, hoe slecht ik me voel, hoeveel ik huil.’
Schuldbelijdenis vormt nooit de basis waarop God vergeeft. Schuldbelijdenis
zorgt er ‘slechts’ voor dat je weer een goede verhouding krijgt met de God die
je in Christus al vergeven hééft. De intimiteit wordt hersteld. Wat gebeurt er
als je denkt vergeving te verdienen door je slecht te voelen? Je blijft
onrustig. Want ook in je schuldbelijdenis spelen altijd wel zondige motieven
mee. De puritein George Whitfield
zei: ,,Ik heb berouw van de manier waarop ik berouw
heb. Ik kan namelijk geen berouw hebben zonder te zondigen.’’ Zo is het. Je
doet zonde A. Je toont berouw over zonde A. Maar daarmee val je in zonde B,
want de motieven om berouw te hebben, zijn nooit helemaal zuiver.
Jezelf vergeven
Tenslotte zul je ook van schuilplaats moeten
veranderen.
Hoe komt het dat veel mensen zeggen dat ze hun zonden belijden en toch nooit
het besef hebben vergeven te zijn? Ik sprak eens met een vrouw die
verschrikkelijk van de kaart was, omdat ze het gevoel had tegenover haar ouders
ernstig tekort te zijn geschoten. Ze zei dat ze Gods vergeving had gevraagd en
dat haar ouders haar ook wel vergeven hadden, maar dat ze zichzelf niet kon
vergeven.
In feite heeft die vrouw een afgod. Die afgod is de gedachte dat ze hoe dan ook
de vrouw had moeten zijn die haar ouders hadden gewild. Als ze maar zo was
geweest, zou ze zich nu gelukkig voelen. Tegenover die verwachting was zij
tekortgeschoten. Van de verwachtingen van haar ouders had zij een afgod
gemaakt. En die god vergeeft haar niet.
En dus: als je jezelf niet vergeven kunt, moet je altijd nagaan wat daarachter
ligt. Dan ontdek je wat jou naar je eigen gevoel waardevol maakt. Wat dat
‘iets’ ook is, het zal je nooit vergeven als je tekortschiet. En dus houd je
altijd schuldgevoelens. Kijk daarom uit naar een andere schuilplaats. Die
schuilplaats is wat Jezus deed. Schuil bij Hem. Alleen dan komt er vreugde in
je leven.
Een paar vragen
Hoe sterker je beseft hoe je in Christus geaccepteerd bent, hoe
gemakkelijker je zonden toegeeft. Je identiteit hangt dan immers niet meer af
van hoe hoogstaand je leeft. Je identiteit ligt dan in Zijn liefde voor jou. Je
vindt het niet langer erg om ‘naakt’ gezien te worden, omdat je al bedekt bent
door Christus.
Hoe weet je of je de zegen ervaart van iemand die vergeven is? Stel jezelf enkele vragen:
1) Ben jij iemand bij wie een ander gemakkelijk schuld belijdt?
2) Is het voor anderen gemakkelijk jou hun zwakte te tonen, of ben je hard en
veroordelend?
3) Ben jij iemand die gemakkelijk met kritiek kan omgaan, omdat je de vreugde
die je nodig hebt al bezit? Of word je woedend of buitengewoon onzeker bij
kritiek?
4) Ken je de zegen van iemand die beseft dat hij zich niet meer hoeft te
bedekken, omdat God hem al bedekt? Zo ja, van harte gelukgewenst!