Op basis van een
preek van Tim Keller over Exodus 33:7-34:8, bewerkt door Aad Kamsteeg
VRIEND VAN GOD
God is complex. Hij is Vader en Vriend, Echtgenoot en Koning. Haal één element
weg en je maakt een karikatuur van Hem. Deze keer richten we de aandacht op
Gods vriendschap. In ons Schriftgedeelte staat dat ,,de HERE heel persoonlijk
met Mozes sprak, zoals iemand spreekt met zijn vriend’’ (vers 11). Wat betekent
dat: vriendschap met God? Kan hij ook onze vriend zijn? En waarom is
vriendschap met God zo belangrijk?
In welk kader staat onze tekst? Mozes heeft buiten het kamp van de Israëlieten
een grote tent neergezet, waarin hij God kan ontmoeten. Ieder die een
rechtszaak aan de HERE wil voorleggen, stapt naar Mozes toe. Mozes gaat dan de
tent binnen en de wolkkolom, die het volk op zijn tocht door de woestijn
begeleidt, daalt neer tot bij de ingang van de tent. De HERE spreekt met Mozes.
Vroeger was dat anders geweest. Bij de berg Sinaď had God Mozes opgedragen de
tabernakel te bouwen, de plaats waar God temidden van Zijn volk zou wonen. Gods
blijvende aanwezigheid werd overdag gesymboliseerd door die wolk en ‘s nachts
door een vuurkolom. Maar toen was er iets verschrikkelijks gebeurd. Mozes was
van de berg afgekomen en werd geconfronteerd met het volk dat een gouden kalf
had gemaakt en er omheen danste.
God was toornig geworden. ‘Jullie zijn een te koppig volk dat Ik ermee verder
kan trekken.’ God zou voortaan een engel voor de Israëlieten uitsturen om de
Kanaänieten en al die andere heidense volken te verdrijven uit het ‘land van
melk en honing’. De Israëlieten zouden de eerder beloofde rijkdom en macht
krijgen. Maar voortaan stond de ontmoetingstent wel buiten het kamp. ‘Als je
van Mij raad wilt hebben, moet je maar naar Mozes gaan. Hij zal wel doorgeven
wat Ik te zeggen heb.’
Als we eerlijk zijn, klinkt zo’n ‘oplossing’ ons niet eens zo gek in de oren.
Is dat nu een straf? De door God aangegeven situatie is precies wat veel mensen
willen: welvaart, macht en een godsdienstige professional - zeg maar: een
dominee - die ‘verstand van God heeft’. Prima toch? Zo’n man kun je raadplegen
als je God nodig hebt. Op die manier is het helemaal niet nodig de HERE een
centrale plaats in je leven te geven. Welnee, als je Hem nodig hebt, weet Mozes
Hem wel voor je te vinden. De deskundige in geval van nood.
Maar Mozes zelf vindt het maar niks. Hij wil niet dat God aan de buitenkant blijft
staan. Sterker, hij wil helemaal niet verder als de HERE Zelf niet meetrekt. En
dan de reactie van God: ,,Moet Ik Zelf meegaan om je gerust te stellen?’’,
vraagt Hij. Let op dat enkelvoud: ‘je’. Dat slaat op Mozes. ‘O ja, zegt Mozes,
,,als U niet zelf meegaat, kunnen wij hier maar beter blijven.’’ Opmerkelijk:
Mozes spreekt in het meervoud. Hij heeft het over ‘wij’. Hij vereenzelvigt zich
met het volk. Hij geeft aan dat als het volk Gods aanwezigheid en vriendschap
niet kan ervaren, die rijkdom en macht ook niet veel meer betekenen. Het volk
is het met hem eens. De Israëlieten rouwen en doen hun sieraden af. Wat heb je
aan militaire macht en welvaart als God je niet van aangezicht tot aangezicht
wil kennen?
God waarschuwt elders dat ,,wijze mannen zich niet moeten beroemen op hun
wijsheid, sterke mannen niet op hun kracht en rijken niet op hun rijkdom. Als
iemand ergens trots op wil zijn, laat hij er dan trots op zijn dat hij Mij
kent, dat hij inziet dat Ik, de HERE, liefde schenk’’ (Jeremia 9:22,23). Pas
dat nu eens toe. Al win je vijf gouden medailles tijdens de Olympische Spelen,
al verdien je op de beurs dertig miljoen per jaar en ook al loopt het hele land
weg met je wetenschappelijke prestaties, het betekent niets in vergelijking met
God kennen. Kijk, en dat is een heel ander geloof dan God alleen maar nodig
hebben als je in de problemen zit.
Welk beeld heb jij van God? Misschien ben je een oppassend burger die hard
werkt om z’n gezin te onderhouden en vooruit te komen. En natuurlijk ben je
christen… Je betaalt mee aan het salaris van de dominee, die je precies vertelt
wat je in geval van nood moet doen. Is dat geloven? Welnee. Geloven is God
ontmoeten, persoonlijk met Hem omgaan. Niets mooier dan dat!
Wat is vriendschap?
In ons Schriftgedeelte zijn we getuige van een dialoog tussen God en
Mozes. God spreekt persoonlijk met Mozes, zoals iemand met zijn vriend omgaat
(vers 11). Aan de hand van het gesprek tussen God en Mozes krijgen we als het
ware een case study van vriendschap. En wat blijkt dan? Vriendschap tussen God
en ons čn vriendschap tussen mensen onderling is bepaald niet hetzelfde. Maar
er bestaan wel overeenkomsten. In beide gevallen stuiten we namelijk op drie
principes: vrienden komen vaak langs, vrienden laten je altijd binnen, en vrienden
laten je nooit vallen.
Vrienden komen langs
Vrienden komen langs. Precies dat wil Mozes van God. Hij wil dat God
altijd midden onder het volk aanwezig is. Aanwezig! God Zelf gebruikt dat woord
ook steeds. In het Hebreeuws staat er een woord dat ‘gezicht’ betekent. Dat is
precies waarom het gaat: vrienden moeten elkaar geregeld van aangezicht tot
aangezicht ontmoeten. Ze gaan bij elkaar langs. Mailen en telefoneren is mooi,
maar niet te vergelijken met een persoonlijke ontmoeting. Bij een ontmoeting zijn
alle zintuigen betrokken. Je ziet de ander. Je hoort hem of haar. Je kunt
elkaar omarmen. Dat verdiept de relatie.
Maar God is toch sowieso overal? Ja, en tegelijk kan Hij Zijn aanwezigheid
terugtrekken. God is een Persoon met Wie je al dan niet een relatie kunt hebben
en die je persoonlijk kunt ontmoeten. Hoe? Je ontmoet Hem als de
geloofswaarheden waar je met je verstand allang ja tegen had gezegd, ook je
hart bereiken. Soms gebeurt dat op een buitengewone manier. De puriteinse
prediker Jonathan Edwards vertelt ergens dat hij in 1737 een rustige plek in
het bos zocht om te bidden en mediteren. ,,Opeens ervoer ik zo majestueus de
aanwezigheid en glorie van de Zoon van God, dat ik erdoor overweldigd werd en
wel een uur lang zo ontroerd was, dat de tranen over mijn wangen stroomden en
ik luid weende.’’
Wat was er met Jonathan Edwards gebeurd? Kreeg hij een visioen? Nee, daar
geloofde hij waarschijnlijk niet eens in. Maar hij kwam in Gods aanwezigheid!
Plotseling ervoer hij op bijzondere manier wie de Here Jezus Christus voor Hem
was. Zo werkt dat toch? Je weet dat iemand erg sterk is. Maar je ervaart het
pas als hij je met het grootste gemak optilt. Zo ook staat geloven niet los van
ervaren. Bijbelse waarheden worden een levende werkelijkheid voor je. Ze gaan
schijnen in je leven. God wordt realiteit. Je praat van aangezicht tot
aangezicht met Hem.
Zie je het nu? Er bestaat groot verschil tussen iemand die een vriend van God
is en iemand die Hem alleen maar zo nu en dan via een ‘deskundige’ raadpleegt.
Een vriend van God is zich altijd van Zijn aanwezigheid bewust. Hij gaat bij
Hem langs.
Vrienden laten je altijd binnen
Nog een ander kenmerk van vriendschap. Vrienden durven zich kwetsbaar op
te stellen en geheimen met elkaar te delen. In het Oude Testament ontmoeten we
twee mannen die vrienden van God worden genoemd: Abraham en Mozes. We merken
dat als zij naar God toegaan, zij dat eerbiedig doen, maar tegelijk vrijmoedig.
Zo zegt Mozes in ons Schriftgedeelte openhartig dat hij niet tevreden is met de
situatie.
En Abraham? Als hij begrijpt dat God Sodom en Gomorra wil straffen, klopt hij
voortdurend bij God aan om dat te voorkomen: ‘Als er nu eens vijftig mensen
zijn die U dienen…, vijfenveertig…, veertig…, dertig…, twintig…’ (Genesis 18).
Zo gaan vrienden inderdaad met elkaar om. Bij een vriend hoef je jezelf niet
beter voor te doen. Je vertrouwt erop dat hij je accepteert zoals je bent.
Begrijpen Abraham en Mozes waarom de heilige God van hen houdt? Waarschijnlijk
niet. Maar in Zijn nabijheid voelen zij zich absoluut veilig.
Tegelijk geldt dat je geen goede vriend bent, als je zelf altijd maar aan het
woord bent. Je moet ook kunnen luisteren. Zo ook Mozes. Hij luistert naar wat
God te zeggen heeft. En dan vertrouwt God hem ook Zijn geheimen toe. Zo staat
het in Psalm 25. Letterlijk vertaald uit het Hebreeuws: ,,De geheimen van God
zijn bij wie Hem vrezen’’ (vers 12). Vrezen heeft hier niets te maken met bang
zijn. Vrezen is dat je eerbiedig naar God luistert en wilt aanvaarden wat Hij
zegt.
Maar wat wordt hier dan met ‘geheimen’ bedoeld? Wanneer is er sprake van
wezenlijk contact tussen mensen? Niet als de ander je een geheim vertelt in de
zin van: ‘Wist je al dat … bla, bla, bla.’ Nee, een echte ontmoeting betekent
dat jij iets over jezelf vertelt en dat de ander zich ook blootgeeft. Dat is nu
precies wat in de vriendschap met God gebeurt. Je bent open, hebt berouw en
vertelt Hem alles. En omgekeerd? Je hoort wat de Heilige Geest je vanuit het
Woord van God aan geheimen vertelt. Dat zijn dingen die je eerder nooit zo
begrepen hebt. Plotseling lichten woorden uit de Schrift op. ‘Dat ik daar ooit
overheen heb gelezen heb’, denk je. ‘Als God dit tegen mij zegt, waarom was ik
dan eigenlijk zo bang of teleurgesteld?’
Vrienden laten je nooit vallen
‘Goed’, zegt God dan tegen Mozes, ‘Ik blijf bij je.’ Fantastisch! Ja,
maar sommige gelovigen herkennen daar niets van. Ze hebben het gevoel dat God,
toen zij het zo moeilijk hadden, helemaal niet bij hen is gebleven. Ze baden
voor dit en voor dat, en waar was Hij? Het lijkt erop dat hij hen in de steek
heeft gelaten.
Maar reageer je zo ook, als iemand iets negatiefs vertelt over je beste vriend?
‘Zeg, heb je al gehoord dat…?’ Zeker weten dat je dan verontwaardigd reageert
in de zin van: ‘Dat kan niet waar zijn. Zo ken ik hem helemaal niet.’ Je wilt
het niet geloven, simpel omdat het over je vriend gaat. Je gaat zelf uitzoeken
of het waar is.
Welnu, denk je nu echt dat als God je vriend is, Hij je in de steek laat? Ga de
zaak toch goed na. Vraag de Heilige Geest om inzicht en wijsheid. En je zult
uiteindelijk merken dat Hij je niet teleurstelt.
Hoe krijgen we Gods vriendschap?
Mozes is vol van God. ,,Toon mij Uw heerlijkheid’’, zegt hij vol
hartstocht. ‘Wat zou ik U graag willen zien…’ Hoe kan dat nu?, vraag je jezelf
af. Hoe kan er eerst staan dat God en Mozes ,,van aangezicht tot aangezicht’’
met elkaar spraken (vers 11), terwijl de HERE iets verderop zegt ,,dat geen
mens Mij kan zien en in leven blijven’’ (vers. 20)?
Is het antwoord niet dat Mozes wel toegang tot God had, maar nog slechts
beperkt? God is immers zo heilig, dat geen mens Hem kan zien en in feite
niemand Zijn vriend kan zijn. Maar de HERE komt Mozes te hulp: ,,Hier, naast
Mij, is een plek waar je op een rots kunt staan. Wanneer Ik aan je voorbijga in
al Mijn majesteit, zal Ik je in een rotsholte zetten en je zolang met Mijn hand
bedekken…’’
Wat gebeurt hier? Waardoor wordt Mozes beschermd? Wat vangt de hitte op van
Gods heerlijkheid en heiligheid? De rots! Die rots was Jezus Christus, zegt
Paulus later. Nu zie je wat Christus’ vriendschap betekent. Stel dat Hij als
leraar was gekomen met de bedoeling ons te redden door allerlei opdrachten te
geven: ‘Doe dit, doe dat en je zult in Gods aanwezigheid kunnen verblijven.’
Wie zou die opdrachten ooit kunnen volbrengen? Niemand! Maar Jezus kwam als
Vriend. Nietwaar? Juist Hij deed die drie dingen die we zojuist hebben
besproken:
Jezus kwam langs. Hij werd mens en boog zich diep naar ons toe. En Jezus liet
ons binnenkomen. Hij maakte zichzelf kwetsbaar. Want wat doet iemand als hij
zijn armen wijd uitstrekt? Hij geeft zich over. Iedereen kan hem zomaar doden.
En dat gebeurde dan ook. Jezus werd aan het Kruis geslagen omdat Hij ons niet
wilde laten vallen. Charles Spurgeon schrijft ergens dat de Here Jezus aan het
Kruis de mensen zag voor wie Hij stierf. Ze vluchtten weg. Ze lachten Hem uit.
Ze waren vertwijfeld. Toen verrichtte Christus de grootst denkbare daad van
vriendschap: Hij blééf!
En omdat Hij bleef, kunnen wij nu vrienden van God zijn. Tussen Goddelijke en
menselijke vriendschap bestaat samenhang. Kun je je nog herinneren hoe je tot
geloof kwam of hoe je geloof is gegroeid? Waarschijnlijk gebeurde dat door
middel van vrienden. Dominees hebben een belangrijke taak als leraar. Maar vaak
zijn het vrienden die je dichter bij God brengen. Want met hen praat je intiem
over wat God in ieders leven doet.
Het omgekeerde is ook waar: God brengt je bij vrienden. Zo werkt dat. Want als
je erop vertrouwt dat God je Vriend is, durf jij zelf ook kwetsbaar te worden.
Je bent niet zo bang meer voor wat anderen allemaal over je zeggen. God houdt
immers van je zoals je bent. Je vriendschappen worden hechter. Stelt de ander
je soms teleur? Je laat hem niet vallen. Omdat Christus jou niet in de steek
heeft gelaten, kun je nu ook zelf tegenslagen beter verdragen.
Monster van Frankenstein
Wat een wonder: vriendschap met God!
Ken je de films over het monster van Frankenstein? In deel twee komt een scčne
voor waarin Frankenstein grommend op de vlucht slaat voor de mensen die hem
achtervolgen. Hij komt op een afgelegen plek in het bos, waar in een hutje een
blinde man woont. De man ligt op z’n knieën te bidden: ‘O God, stuur me een
vriend in mijn afgrijselijke eenzaamheid.’ Dan hoort hij Frankenstein
binnenkomen en hij roept uit: ‘Kunnen wij misschien vrienden zijn?’ Hij staat
op en geeft het monster, dat hij niet kan zien, eten en drinken.
Frankenstein ervaart nu iets wat hem volslagen vreemd was: vriendschap! Er
trekt een glimlach over zijn afstotelijke gezicht. Voor het eerst: een glimlach!
Hij stamelt zelfs een paar woorden: ‘Eten…, goed…’ Het monster begint
menselijke trekken te vertonen. Maar dan komen de mensen binnen die jacht op
hem maken. Ze proberen Frankenstein te vermoorden. Tijdens het gevecht gaat de
hele hut in vlammen op. Allen, ook de blinde man, komen om. Alleen
Frankenstein…, die kruipt naar buiten. En je hoort hem fluisteren: ‘Vriend…?,
vriend…?’’
Als u en ik eerlijk bij onszelf nagaan wat er voor zelfzucht en driften in ons
hart leven, weten we dat wij er voor God ook uitzien als een Frankenstein.
Vrienden kunnen je helpen dat te ontdekken. De meeste mensen praten je naar de
mond en houden je een veel te mooi beeld voor. Maar een vriend geeft om je en
is daarom eerlijk. Zoals Mozes tegen God zei: ,,U kent mij bij mijn naam.’’
Misschien dwaal ook jij als Frankenstein rond, op zoek naar een vriend. Hier is
Hij: Jezus Christus. Wie wil je nog meer?