Bijzonder boeiend is de confrontatie met de fantastische schilderingen op de wanden van de grot van Lascaux in Zuidwest-Frankrijk. De levendige figuren van paarden, herten en runderen lijken zó uit de als kristal glinsterende muur te springen waarop ze ongeveer 14.000 jaar geleden zijn geschilderd. Het zijn geen nauwkeurige portretten van vredige dieren maar ruige beelden vol actie, beweging en leven.

een prachtig geschilderde stier

Alsof hij vlucht voor een vreemde, gehoornde, tovenaarachtig figuur vlak voor de ingang, stormt de stoet prehistorische dieren naar de diep in de grot gelegen nissen. Waar de spelonk verbreedt tot een rond gewelf pronken vier gigantische, zwart omrande witte stieren: de stierenzaal. Tussen de poten van de kolossen verdringt zich een menigte kleinere schepselen. Op de muren en plafonds staan verder dravende paarden, strakgespannen herten en dartele jonge pony's in zwart, rood en geel in soms ruwe, soms fijne afbeeldingen. Sommige voorstellingen verdringen haast andere en sommige zijn reusachtig, andere weer minuscuul klein. Een fier, purperkleurig paard met prachtige zwarte manen staat bij twee grote stieren en kijkt ze uitdagend aan. Het mysterie van de stierenzaal wordt nog eens vergroot door geometrische tekens en rijen zwarte punten.

een nogal zwaarlijvig paard, of misschien drachtig?

Voorbij het ronde gewelf versmalt de grot weer en zien we een ware galerij van springende en vallende figuren. De galerij opent met een ruw geschetste kop van een prachtig hert. Een zwarte koe springt over het plafond van de ene kant van het pad naar de andere kant. Aan de rechterkant, onder de enorme kop van een zwarte stier, ziet men een hele rij kleine, bruine, langharige pony's en een kudde van dertien paarden die ze lijdzaam bekijkt. Op de muur aan de linkerkant staat een zwarte stier, rennend naar het einde van de galerij, met een vluchtend paard, de zwarte manen wapperend in de wind, voor zich. Naarmate de galerij versmalt, maakt de gang een scherpe bocht naar rechts, de duisternis in en ziet men weer een springend en tuimelend paard. Vanuit de stierenzaal loopt een kleine uitgang naar links. In deze smalle gang is op de verbrokkelde muren een wirwar van kleine tekeningen gemaakt die zich het best laten zien bij licht van opzij. Een ware overvloed van miniatuurpaarden en -herten, sommige in hun geheel, van andere soms alleen de kop. Een kleine uitstulping in het steenoppervlak lijkt gebruikt te zijn om een ronde buik weer te geven en een klein uitsteeksel vormt het oog van een paard. De gang eindigt in het schip waarin vier groepen schilderingen zichtbaar zijn: drie aan de linker- en een aan de rechterkant.

herten in perspectief

Aan de linkerzijde zijn acht wilde geiten samen gegroepeerd. Vier ervan zijn rood en dragen zwarte horens, de andere vier zijn zwart en hun horens zijn nog slechts te zien als gravure, daar de kleuren al eeuwen geleden vervaagden. Vervolgens zijn er weer geometrische figuren, maar nu te midden van twee drachtige merries. Een hengst en een bizon zijn doorboord door ingegraveerde pijlen en verder zijn er twee paarden afgebeeld, één in galop en het andere grazend. Het merkwaardigste op deze muur is echter de enorme zwarte koe die over een hele serie kleinere paarden heen is geschilderd. Het gigantische lijf wordt ondersteund door tengere poten en heeft maar een kleine kop: het is de enige afbeelding in zijn soort in Lascaux.

diverse dieren door elkaar geschilderd

Op de andere muur glijden vijf herten in eenvoudige zwarte lijnen voorbij. Daarvan zijn alleen de kop en de nek zichtbaar, net alsof ze een rivier overzwemmen en het lijkt of de leider bij het naderen van de onzichtbare oever zijn snuit omhoog steekt. Het schip versmalt aan het einde, om vervolgens weer te verbreden tot twee nissen. In een ervan zijn zes leeuwen op de muur getekend. Een ervan is gedood en er steken dan ook twaalf pijlen in het prachtig gebouwde lijf. De opening naar rechts op het kruispunt tussen de beschilderde gang en het schip heet de absis, een plek die met gravures en veel vervaagde schilderingen is versierd. Het valt niet mee om te zien wit alles precies voorstelt, maar één grote gravure van de kop en het gewei van een hert is ongelooflijk. Het is zonder twijfel een van de fraaiste voorbeelden uit de prehistorie.

een fraai gezicht op de geschilderde gewelven

Het mysterie van Lascaux wordt nog vergroot door een merkwaardige scène op de muur van een bron in de absis. Tussen een gewonde bizon en een neushoorn ligt een dode man. In tegenstelling tot alle dieren in de grot is de man in streepjes getekend. Aan het einde van zijn lucifersarmpje zitten vier vingers en zijn gezicht lijkt veel op een snavel. Naast hem ligt een stok met op het einde een zittende vogel, maar het is onduidelijk of deze echt moet lijken of een stuk houtsnijwerk is. Uit de wonden van de bizon hangen zijn ingewanden en terwijl hij de man met zijn vooruitgestoken horens bedreigt, staan zijn haren en zijn staart overeind. Tussen deze scène en de neushoorn die de andere kant opkijkt en schijnt weg te lopen, staan drie paar zwarte stippen.

Als je de grot van Lascaux verlaat en verblind wordt door de helderheid van de open ruimte die de grotingang omringt, voel je dat je een oude, unieke wereld achterlaat. Een overstelpende gewaarwording van activiteit verdringt de geheimzinnige stilte van de grot. Het contrast tussen de levendige dieren en de volslagen rust in de koele grot is fabelachtig. Men kan zich verwonderen over het artistieke peil dat in de oude schilderingen zichtbaar is. Maar vooral gaan de gedachten ver terug als je jezelf afvraagt wie de mensen waren die deze schilderingen maakten. Waarom deden ze het? Was de grot een heilige of gewijde plaats? Behoorden tekeningen over de jacht tot tovenarij die hier uitgevoerd werd? Werden er voor de nieuw gecreëerde schilderingen handelingen van sociale aard opgevoerd of bepaalde seizoensrituelen? Of waren deze mensen eenvoudig trots op hun artistieke creaties?

Tegenwoordig scheiden twee paar grote deuren aan de grotingang de moderne wereld van de nu stille wereld der prehistorische kunstenaars. Ze vormen een bescherming tegen vandalen en tegen bacteriën en paddestoelen die de kostbare schilderingen zouden kunnen vernietigen.

Bron: boek van Richard Leakey; op het spoor van de mens


Sluiten venster Naar homepage