HamComm Versie 3.0 15 Juni 1994 W.F. Schroeder DL5YEC Vertaling H.W.Dankmeijer (PE1ECN) Hamcomm 3.0 Handleiding 15 Juni 1994 1. Introductie Hamcomm is een programma voor amateur radio communicatie. Ver- sie 3.0 ondersteunt ontvangst en zenden van radio teletype en morse code signalen. Beschikbare modes zijn BAUDOT, ASCII, AMTOR, ARQ/FEC, SITOR A/B en NAVTEX. Weerstation rapporten in het SHIP en SYNOP formaat kunnen ook worden gedecodeerd. Een standaard converter of modem is niet nodig. De audio uit- gang van de ontvanger wordt verbonden met de seriele poort van een PC-compatible computer door middel van een zeer eenvoudi- ge, goedkope schakeling. Slechts 1-IC is hiervoor nodig (Op-Amp LM741 of vergelijkbaar) en enkele diodes, weerstanden en con- densatoren. De voedingsspanning wordt verkregen vanuit de seri- ele poort. Voor het zenden wordt het audio signaal van de luid- spreker of seriele poort van de PC verbonden met de microfoon ingang van de zender via een passief R/C filter. Het opwekken van de audio frequentie, decodering, serieel naar parallel om- zetting en alle andere signaal verwerkingen worden door het programma gedaan. 2. Licentie HamComm 3.0 is geen "public domain" programma. Copyright (c) 1990-1994 door W.F.Schroeder Alle rechten voorbehouden. HamComm 3.0 is shareware. De ongeregistreerde versie mag vrij worden gecopieerd en verspreid. Het programma en/of handlei- ding mag niet worden veranderd en het is niet toegestaan meer dan US$10 voor de verspreiding te belasten. Een beperkte vergunning wordt hierbij verleend voor het gebruik van deze software voor test doeleinden voor een periode van 30 dagen. Wanneer deze software langer dan 30 dagen zal worden gebruikt, moet een registratie betaling van US$30 of DM40 wor- den overgemaakt aan: A.F.Schroeder Augsburger Weg 63 D-33102 Paderborn Duitsland N.B. De bank zal een bedrag belasten van ca DM10 voor incasso van een cheque uit het buitenland. Voor deze reden zend s.v.p. bankbiljetten (DM of vreemde valuta) of een cheque op een Duit- se bank. 3. Nieuwste versie Voor geregistreerde gebruikers van vorige versies is HamComm 3.0 beschikbaar voor DM10 in Duitsland of US$10 voor alle andere landen. 4. Garantie uitsluiting De auteur geeft absoluut geen garantie, verleend onder de gel- dende wetgeving. Uitgezonderd wanneer schriftelijk is vermeld, geven de auteur en/of anderen dit programma "zoals het is", zonder enige garantie, zowel uitgedrukt als verondersteld, in- clusief maar niet beperkt, de veronderstelde garantie bij ver- koop en geschiktheid voor een bepaalde toepassing. Het gehele risico met betrekking tot kwaliteit en prestatie van het pro- gramma ligt bij de gebruiker. Indien het programma defect blijkt te zijn, zullen alle kosten voor noodzakelijke service, reparaties en correcties voor de gebruiker zijn. In geen geval, alleen wanneer vereist bij geldende wetgeving, zal de auteur en/of anderen die het programma mogen wijzigen en/of herdistribueren, aansprakelijk zijn voor schade, inclu- sief verlies van winst, geld of andere speciale incidentele schade of ontstaan uit het gebruik of onjuist gebruik (incl. maar niet beperkt tot het verlies van gegevens of verliezen door derden of een tekortkoming van het programma om met enig ander programma samen te werken.) van dit programma, ook wanneer men is geinformeerd van de mogelijkheid van zulke schaden, of voor enige claim door derden. 5. Systeem vereisten HamComm 3.0 zal werken onder DOS 3.x of hoger op iedere PC- compatible computer met tenminste 370 kB vrij geheugen. Een harde schijf wordt aanbevolen. In verband met de grootte van het programma is het mogelijk dat niet alle nodige be- standen kunnen worden gecopieerd naar een 720 kB diskette. Op langzame systemen bijv. 8088 CPU, zullen enige functies niet werken zoals mag worden verwacht of in het geheel niet. HamComm zal automatisch het type video-kaart herkennen. MDA, CGA, EGA, VGA en Hercules worden ondersteund. De grafische scherm functies zijn niet beschikbaar op MDAs aangezien MDA geen grafische mode heeft. Geen poging is gedaan om schermtrillingen (sneeuw) op goedkope CGAs te voorkomen. HamComm zal waarschijnlijk niet werken onder multitasking software zoals Desqview, Windows NT of OS/2, aangezien het directe controlle nodig heeft van de interrupt controller, timer chip en seriele I/O hardware. 6. Installatie Voor installatie op de harde schijf moet een directory HAMCOMM gemaakt worden en CD naar die directory. HamComm wordt gedistribueerd als een .ZIP of .EXE bestand. Om het .ZIP bestand uit te pakken is een programma zoals UNZIP of PKUNZIP nodig. De .EXE versie is een "zelfuitpak- kend bestand" dat alle bestanden bevat plus een ingebouwd uitpak programma. In beide gevallen zullen de bestanden worden geschreven in de bestaande directory. S.v.p. Lees de bestanden README, HC.CFG EN CHANGES ! 7. Starten Om HamComm te starten, type HC bij de DOS aanduiding en druk toets ENTER. Het interface circuit is niet nodig als men alleen met het programma wil oefenen. HamComm zal standaard de reeds gekozen video mode gebruiken. Wanneer een EGA of VGA kaart met EGA/VGA monitor wordt ge- bruikt, kan ook naar 43 or 50 lijnen geschakeld worden. Pro- beer mogelijkheid -L43 om naar 43 lijnen op EGA/VGA te scha- kelen, of -L50 voor 50 lijnen op VGA kaarten. Wanneer de kaart reeds in een van deze modes is, kiest optie -L25, 25 lijnen. Veel VGA kaarten hebben speciale tekst modes bijv. 80x60 of 132x44. Activeer de gewenste mode alvorens HamComm te starten. De meeste kaarten hebben een programma om dit te kunnen doen. Alleen de modes waarvan de video schermbuffer begint met seg- ment B800 worden ondersteund. HamComm neemt aan dat de originele PC karakterset, bekend als "codepage 437" in gebruik is. Bij het starten herkent het programma de video kaart en moni- tor die in gebruik is en selecteert automatisch de grafische mode met de hoogste oplossing. Sommige programma functies ver- eisen de grafische mode voor het weergeven van het toegevoerde signaal. De herkenning kan soms fout gaan als gevolg van pro- blemen met de verenigbaarheid (compatibility) van het systeem. Door een van de volgende commandlijn mogelijkheden te kiezen, kan HamComm in de gespecificeerde mode worden gezet: Optie Mode Oplossing CGA 6 640x200 2-kleuren EGA 10h 640x350 16-kleuren VGA 12h 640x480 16-kleuren Herc. Hercules 720x348 2-kleuren Wanneer een computer met een LCD scherm wordt gebruikt en de leesbaarheid is slecht, probeer het volgende DOS commando al- vorens HamComm te starten: mode bw80 Het "mode" programma wordt geleverd met MS-DOS en wordt hier gebruikt om de zwart/wit mode in te schakelen. 8. Config bestand HC.CFG Na het starten van HamComm zal het programma automatisch zoe- ken naar een configuratie bestand "HC.CFG". De huidige direc- tory wordt eerst doorzocht, dan alle directories in het huidi- ge "PATH". Het HC.CFG bestand is een ASCII tekst bestand en kan worden geprint of veranderd met een teksteditor. Neem s.v.p. de tijd om dit bestand aandachtig te lezen en maak de noodzakelijke veranderingen voor het gebruikte systeem. Tenminste dient de call DL5YEC te worden vervangen door de eigen call. HC.CFG bevat uitleg en voorbeelden voor alle beschikbare con- figuratie opdrachten. Het enige bijzondere is dat het automa- tisch wordt uitgevoerd na het starten van het programma. Men kan ook een eigen .CFG bestand schrijven en uitvoeren vanuit het FILE menu wanneer HamComm is opgestart. Deze methode kan worden gebruikt om verschillende parameters, zoals Baud en Shift in e e n stap in te stellen. Ook kan een set .CFG files gemaakt worden om standaard tekst in verschillende talen te laden. In combinatie met de macro toetsen kunnen zij worden geladen met een enkele toets. 9. Scherm indeling HamComm heeft een SAA-soort gebruikers interface met pull-down menus, dialoogvensters en helpteksten. De menu-balk aan de bo- zijde van het scherm is altijd zichtbaar en in de tekstmode. De balk aan de onderzijde geeft informatie over het momenteel gekozen menu onderwerp. Iedere naam op de menu-balk heeft een verlichte letter. Druk en houdt de ALT toets gedrukt en type die letter om het betref- fende menu te kiezen. De cursor-links(<-) en cursor rechts(->) toetsen kunnen nu worden gebruikt om naar het vorige/volgende menu te gaan. Gebruik de cursor-op en cursor-beneden toetsen om naar de gewenste functie te gaan en druk de ENTER toets. Iedere menu lijn heeft een verlichte letter. Type die letter (zonder de ALT key) en men komt direct in de corresponderende functie. Sommige regelmatig gebruikte menu onderwerpen hebben een spe- ciale functie toets. De F8 toets bijvoorbeeld activeert de SCOPE functie. De ESC toets kan te allen tijde worden gebruikt om de menu- keuze te onderbreken. 10. Help systeem De ALT-H en F1 toetsen starten beide het help systeem, maar geven verschillende informatie. De ALT-H toets geeft algemene informatie betreffende het programma, de F1 toets geeft help tekst met betrekking tot de huidige situatie. 11 Interface schemas De interface schemas zijn ondergebracht in de help teksten. 1. Start het programma 2. Druk toetsen ALT-H om het help subsysteem te starten 3. Druk de letter 'O' om het onderwerp 'Overview" te kiezen 4. Druk de TAB toets om het onderwerp 'Converter' te kiezen, en druk de toets 'Enter' 5. Scroll de help tekst met gebruik van de pijltoetsen naar boven en naar beneden en lees de tekst Druk de ESC toets en verlaat het helpsysteem. Zie ook de appendix voor een ASCII versie. 12. Ontvang schakeling De operationele versterker (OpAmp) is gebruikt om het audio- signaal van de ontvanger op het RS-232 niveau te brengen. De voedingsspanning wordt verkregen van de DTR en RTS pennen van de seriele poort. De 4 diodes (1N4148 of vergelijkbaar) van de ontvangschakeling vormen een standaard brugschakeling. De 1uF condensatoren zijn voor afvlakking. De input signaalamplitude moet tenminste 100mV p-p zijn. De 100nF condensator blokkeert de gelijkspanning. Aangezien de OpAmp werkt met maximum versterking, zal er aan de uit- gang een (meer of minder) rechthoekspanning ontstaan. De am- plitude moet tenminste +/- 5 Volt zijn om de RS-232 ingang aan te sturen. De operationele versterker LM741 is gekozen omdat hij goedkoop en overal beschikbaar is. Echter gezien de huidige technische ontwikkelingen zijn de electrische eigenschappen van de LM741 niet indrukwekkend. Een LF356 of TL071 bij voorbeeld is veel sneller en hebben een hogere ingangsimpedantie. Wanneer men de OpAmp wil vervangen door ander type, houd er dan rekening mee dat de seriele poort slechts een stroom van enkele milliampe- res kan leveren. 13. PTT schakeling De RTS uitgang van de COM poort wordt niet alleen gebruikt voor de voeding van de OpAmp, maar ook om de zender te scha- kelen. Een diode wordt gebruikt om de basis van de PTT tran- sistor te beschermen tegen de negatieve spanning van de RTS uitgang in de ontvangstmode. De weerstand is nodig om de basisstroom te beperken. In de zendmode wisselen de RTS en DTR pennen van polariteit. RTS is nu positief en de transis- tor brengt de PTT lijn op aardniveau. Deze schakeling is ge- test met een FT-747, FT-757GXII,TS-440s en TS-950D. Op enige oudere sets kan er een hoge spanning op de PTT lijn staan. De vereiste stroom om de zender in te schakelen kan ook te hoog zijn voor een kleine transistor, dus controleer een en ander ALVORENS het aan de computer aan te sluiten. 14. Zend schakeling AFSK toon signalen voor zenden zijn beschikbaar op twee punten. 1. Op de luidspreker aansluiting. 2. Op de seriele poort (aanbevolen) Bij vele moederborden is e e n zijde van de luidspreker ver- bonden met de +5 Volt voeding via een weerstand, de andere zijde wordt op aardniveau gebracht door een transistor. In te- genstelling tot de meeste onderdelen van PC hardware is er geen standaard ontwerp voor de luidspreker uitgang, dus kunnen er verschillen zijn. In het algemeen zal e e n zijde van de luid- spreker op aardniveau zijn of +5 Volt, terwijl de andere zijde een rechthoekspanning heeft. Dit signaal wordt toegevoerd aan twee R/C filters. De microfoon input is zeer gevoelig dus wordt een potentiometer gebruikt voor verzwakking en een condensator om de gelijkspanning te blokkeren. Wanneer men geen wijzigingen in de PC wil aanbrengen of wanneer de luidspreker uitgang niet gemakkelijk bereikbaar is, kan het AFSK signaal ook verkregen worden van de TxD pen van de COM poort. De frequenties zijn dan niet zo nauwkeurig als van de luidspreker uitgang en zullen dikwijls 5 tot 10 Hz kunnen varieren. Meestal zal dit echter geen problemen opleveren. Het signaal niveau op de TxD pen is veel hoger dan op de luidspreker uitgang, zodat de onderdelen waarden van het R/C filter en de potentiometer enigzins gewij- zigd zullen moeten worden. 15. Externe converter De optie "External Converter" is beschikbaar via het "Keying" menu. Het kan worden bestuurd door de ALT-F9/ALT-F10 toetsen. Wanneer deze optie is geactiveerd, moet een mark/space signaal van een externe converter of modem chip worden toegevoerd aan de CTS pen van de COM poort. In dit geval is de HamComm converter niet langer nodig, maar wordt ten zeerste aanbevolen. Wordt deze converter niet ge- bruikt dan verliest men de SCOPE en SPECTRUM functies die zeer handig zijn bij het nauwkeurig afstemmen. Verbind de ingang van de externe converter en de ingang van de HamComm interface beide parallel aan de ontvanger uitgang. Filter converters voor RTTY zijn standaard ontworpen om onder- scheid te maken tussen twee tonen. Voor CW ontvangst is een soort toondecoder nodig die onderscheid kan maken tussen de toon en ruis. 16. Externe AFSK Voor het zenden zijn AFSK tonen beschikbaar aan de luidspreker uitgang of de TxD pen van de COM poort. Wanneer men deze sig- nalen niet wil gebruiken, is ook een AFSK signaal beschikbaar op de DTR pen van de COM poort. Voor RTTY uitzendingen is de DTR negatief voor 'mark' en positief voor 'space'. In de CW mode is DTR negatief voor 'geen-toon' en positief voor 'toon'. Gedurende ontvangst is DTR altijd positief. In de ontvangst mode is de RTS pen negatief en altijd positief gedurende zenden. Het kan dus worden gebruikt om in de CW mode de zender te schakelen met het DTR signaal. Wanneer enige andere onderdelen aan deze pennen worden aange- sloten, houdt er dan rekening mee dat de DTR/RTS signalen de voedingsspanning voor de OpAmp leveren. 17. Signaal decodering Het versterkte audio signaal wordt toegevoerd aan de DSR sta- tus input van de seriele poort waar iedere nuldoorgang een in- terrupt genereert. HamComm bepaalt de tijd tussen de verschil- lende interrupts, gebruik makend van de PC timer en berekend de bijbehorende toonfrequentie. Als gevolg van de timer op- lossing van ongeveer 1 microseconde is het resultaat behoorlijk nauwkeurig en vormt de basis voor alle andere signaal verwer- king. Voor RTTY decodering wordt de toon vergeleken met de gekozen centrum frequentie voor de beslissing of dit een 'mark' of een 'space' signaal is. Het mark/space signaal wordt gemonsterd op de juiste tijd overeenkomstig de huidige Baud en alle bits van een karakter worden verzameld. Voor CW decodering moet het programma onderscheid maken tussen toon en ruis. Om als een bruikbaar signaal te worden gezien, moet de toon tussen de gekozen mark/space frequenties voor een bepaalde tijd aanwezig zijn. Het programma handhaaft een voort- schrijdend gemiddelde van de lengte van punten en strepen om zich aan de varierende snelheden aan te passen. Wanneer een karakter compleet is, wordt het omgezet naar de ASCII code en weergegeven in het ontvanggedeelte van het scherm. 18. RTTY theorie Radio TeleTYpe (RTTY) gebruikt twee verschillende tonen voor het verzenden van gegevens. Deze worden genoemd de 'mark' en 'space' tonen. Het frequentie verschil tussen de tonen wordt de 'shift' genoemd. De snelheid van zenden wordt uitgedrukt in 'Baud', hetgeen het aantal signaal variaties per seconde is. HAM radio RTTY gebruikt meestal 45 Baud en een shift van 170 Hz op korte golf. Karakters worden gecodeerd in ASCII of de meer populaire Baudot code. ASCII gebruikt combinaties van 7 bits om een ka- rakter te maken terwijl Baudot slechts 5 bits gebruikt. Met twee signaal niveaus (mark en space) kan slechts 1 bit op een gegeven moment verzonden worden. De bits van een karakter worden daarom na elkaar verzonden, te beginnen met het minst kenmerkende bit. Wanneer de waarde van een bit 1 is wordt het vertegenwoordigd door de mark toon, anders door de space toon. De mark toon wordt ook gebruikt wanneer de zender in rust is, bijv. wanneer er geen karakter meer in de zendbuffer is. Voor ieder karakter wordt een enkele space-bit gezonden. Dit 'start-bit' informeert de ontvanger dat een nieuw karak- ter in aankomst is. Dan volgen de data-bits die het karakter vormen, gevolgd door een 'stop-bit' met mark polariteit. Status Tijd --> mark----- ------------------------------- |Sta|Bit|Bit|Bit|Bit|Bit|Stp| | | 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | | space ------------------------- De duur van een bit/cel is 1 Baud. Bij 50 Baud is een bit dus 20msec lang. 19. RTTY decodering Om een RTTY signaal te decoderen moet de centrum frequentie in het midden liggen tussen de mark en space tonen. Activeer het TUNE scherm vanuit het MODE menu of druk toets F9. Stem de ontvanger zodanig af dat het onderste afstembalkje zich beweegt tussen de twee bovenste balkjes. Om de center frequentie te veranderen, gebruik de pijltoetsen of de muis. Signaal Frequentie: 01### Hz 0. . . .500. . . .1000. . . .1500. . . .2000. . . .25000 Hz Space -> | | <- Mark | Centrum Frequentie: 01360z Op een snelle PC kan de SPECTRUM functie (F7) worden gebruikt voor meer nauwkeurige afstemming. Stem de ontvanger dusdanig af dat de twee pieken van het RTTY signaal overeenkomen met de twee lijnen voor de mark en space tonen. De mark/space af- stand (shift) kan worden ingesteld vanuit het KEYING menu. Om de decoder te starten, kies Baudot van het MODE menu of druk toets F3. Nauwkeurige afstemming is belangrijk maar ook de keuze van de juiste snelheid en normaal of reverse instel- ling. Ham RTTY is meestal 45 Baud, soms 50 Baud en buiten de amateurbanden zijn 50, 75 en 100 Baud gebruikelijk. Wanneer de snelheid niet bekend is, probeer het BITLENGTH STATISTICS scherm (F6). Gebruik de TAB toets om te schakelen tussen Normaal en Rever- se. RTTY is een asynchrone mode. Zender en ontvanger zijn dus niet gesynchroniseerd. De ontvanger wacht eenvoudig op het eerste startbit, verzameld de databits volgens de signaal snelheid en wacht dan op het volgende karakter. 20. Morse code theorie Morse code, ook bekend als CW (carrier wave), gebruikt een volgorde van korte en lange tonen voor het decoderen van een karakter. Een korte toon wordt een 'punt' genoemd, een lange toon een 'streep' en moet drie maal zo lang zijn als een punt. De ruimte tussen de tonen van een karakter zijn even lang als een punt, de ruimte tussen de karakters moet even lang zijn als een streep. De snelheid van de Morse code uitzending wordt uitgedrukt in 'woorden per minuut' (WPM) wanneer het woord 'PARIS' wordt gezonden. Karakters die dikwijls in een tekst voorkomen, worden geco- deerd als een korte combinatie, weinig gebruikte karakters krijgen een langere combinatie. Zo is de letter 'E' bijvoor- beeld alleen een punt (.), de letter 'T' is een streep (-) en de letter 'Q' is streep-streep-punt-streep (--.-). Morse wordt ondermeer gebruikt bij maritieme diensten en ham radio operators. Probeer de lage kant van de 80m, 40m, en 20m banden beginnend met 3,5 MHz, 7,0 MHz en 14,0 MHz. 21. Morse code decodering Om een CW uitzending te kunnen decoderen, moet de frequentie van het ontvangen signaal zoveel mogelijk overeenkomen met de ingestelde centrum frequentie. Activeer het TUNE scherm vanuit het MODE menu of druk toets F9. Stem de ontvanger zo- danig af dat de bovenste balk, die de sigaaltoon weergeeft, gelijk staat met de onderste balk. Om de centrum frequentie te veranderen gebruik de pijltoetsen of de muis. Signaal Frequentie: 0### Hz 0. . . .500. . . .1000. . . .1500. . . .2000. . . .2500 Hz | | Centrum Frequentie:1360 Hz Op een snelle PC kan de SPECTRUM functie (F7) worden gebruikt voor een meer nauwkeuriger afstemming. Stem de ontvanger zo- danig af dat het CW signaal in het midden is tussen de twee referentielijnen. Om de decoder te starten kies CW vanuit het MODE menu of druk toets F2. Er zijn twee verschillende problemen bij het decoderen van CW in HamComm. Probleem 1: Toon detectie Voor veel mensen is het duidelijk dat een RTTY signaal twee toestanden kent, meestal genoemd mark/space of hoog/laag toon. Elke uitzending van gegevens vereist tenminste twee condities voor elk bit en CW is geen uitzondering. Dus wat zijn de twee condities voor CW?. Zij zijn de toon en ...de ruis !. Men kan verwonderd zijn dat een zekere hoeveelheid ruis nodig is bij HamComm om een toon te detecteren. Om deze reden werkt de CW decodering met HamComm niet zeer goed met zeer smalle fil- ters. HamComm heeft een indicator voor de toon detector uitgang. Aan de onderzijde van het RX venster, juist rechts van de WPM indicatie, is een kleine witte stip die op en neer springt: naar boven= toon herkent, naar beneden= geen toon herkent (ruis). Luister naar het signaal en let op de sprin- gende stip. Deze moet het signaal precies volgen en niet ner- veus rondspringen of in een positie blijven staan. Het ingangsignaal wordt vergeleken met de ingestelde mark/ space tonen. Om te worden herkent als goede toon moet het signaal enige tijd in dat bereik blijven. Dus het gedrag van de detector hangt af van de ingestelde shift. De toondecoder uitgang zoals weergegeven door de stip, is de ingang voor de volgende trap, de karakter decoder. Probleem 2: Karakter decodering In theorie is een streep drie keer zo lang als een punt, de ruimte tussen de karakters is gelijk aan een punt, de ruimte tussen de karakters is gelijk aan een streep. In de praktijk zijn er echter korte en lange tonen en ruimten van variabe- le lengte, omdat CW meestal 'handwerk' is. De snelheid en de lengte verhoudingen veranderen ook tijdens de uitzending omdat de operator vermoeid raakt of zich verveeld. De algemene kwaliteit van de decodering hangt af van de toon- decoder. HamComm houdt een voortschrijdend gemiddelde bij van toon tijdsduur om de snelheid aan te passen. Wanneer het sig- naal te veel ruis heeft, worden strepen en punten opgebroken in veel korte signalen. De karakter decoder krijgt dan pulsen van zeer korte tonen te verwerken die lijken op een CW sig- naal van hoge snelheid en probeert zich hierop in te stellen. De WPM indicator stijgt en geeft een te hoge waarde aan, re- sulterende in series van 'e' en 't' karakters. Wanneer men niet bekend is met morse code kan zelfs een per- fect bericht er onbegrijpelijk uitzien. CW operators houden ervan om afkortingen voor practisch alles te gebruiken. 'gn es hpe cuagn' bijvoorbeeld betekent "good night and i hope to see you again". 22. SITOR A/B SITOR (Simplex Teleprinting Over Radio) is een telegrafie systeem gebruikt voor berichten uitwisseling tussen schepen en land-stations. Er zijn twee modes, SITOR A en SITOR B. SITOR A is geadopteerd voor amateur radio als AMTOR. Tech- nisch gezien is AMTOR ARQ gelijk aan SITOR A, AMTOR FEC is hetzelfde als SITOR B. Zie ook het hoofdstuk AMTOR voor meer informatie. 23. NAVTEX Het NAVTEX systeem op 518 KHz maakt gebruik van SITOR B voor verzenden van navigatie en meteorologische informatie. AMTOR FEC werkt als SITOR B en kan dus worden gebruikt om de NAVTEX berichten te lezen. De 518 KHz is de draaggolf frequentie van het signaal. Om dit in USB te kunnen ontvangen moet afgestemd worden op 516.6 KHz. Aangezien vele stations in de wereld gebruik ma- ken van dezelfde frequentie, wordt gebruik gemaakt van een vast tijdschema voor hun uitzendingen. Het kan enige tijd duren alvorens een signaal wordt gehoord. Zie ook het hoofstuk over AMTOR voor meer informatie over FEC ontvangst. 24. AMTOR AMTOR (Amateur Teleprinting Over Radio) is een adoptie van het maritieme SITOR systeem voor amateur radio door Peter Martinex, G3PLX. Hij was de eerste die een goedkope AMTOR code converter heeft ontworpen en gebouwd. AMTOR werkt pre- cies als SITOR met de toevoeging van een LISTEN mode voor ARQ uitzendingen. AMTOR voorziet in twee modes van communicatie, ARQ en FEC. In de ARQ (Automatic Request) mode zend het 'informatie zen- dende station' (ISS) een blok van drie karakters en het 'in- formatie ontvangende station' (IRS) antwoord met 1 karakter voor bevestiging. Wanneer het blok goed is ontvangen zal een 'positieve bevestiging' (ACK) worden gezonden en het ISS gaat verder met het volgende blok. Wanneer echter een 'negatieve bevestiging' (NAK) wordt gezonden zal het ISS het blok herhalen. In verband met dit 'handshaking' proces kunnen slechts twee stations deelnemen in een ARQ verbinding. Andere stations kunnen het QSO meelezen maar er is dan geen fouten correctie. FEC (Forward Error Correction) is een mode met 1 zender en vele ontvangers. Het zendende station zend ieder karakter twee maal, maar niet achter elkaar. Tussen de eerste en de tweede uitzending worden vier karakters gezonden, dus de tweede uitzending is vertraagd met 350 mSec. De snelheid van ARQ en FEC uitzendingen is altijd 100 Baud. (= 10mSec per bit) en wordt automatisch door HamComm inge- steld. 25. FEC ontvangst De procedure voor het ontvangen van FEC uitzendingen komt zeer overeen met de RTTY ontvangst. Kies AMTOR FEC vanuit het MODE menu of druk toets F5 om de FEC mode te activeren. De snelheid wordt intern op 100 Baud gezet, dus hoeft de Baudrate instelling niet handmatig te worden veranderd. Zorg ervoor dat een shift van 170 Hz is gekozen vanuit het KEYING menu. Zet de polariteit op 'normal' voor USB, kies 'reverse' wanneer in LSB wordt ontvangen. Stem af op het FEC signaal op dezelfde manier zoals hiervoor is beschreven voor RTTY. Autounshift moet uitgeschakeld zijn, controleer het TEXT me- nu. De AFC mogelijkheid kan helpen bij het compenseren van frequentie verschuivingen van de ontvanger, speciaal bij lang durende ontvangst. HamComm kan een paar seconden nodig hebben om met het FEC signaal te synchroniseren. In plaats van de Baud indicator is er een status weergave in de onderste linker hoek van het scherm. STBY (=Standby) wordt weergegeven als HamComm uit- kijkt naar een geschikt signaal. ERR (=Error) geeft aan dat een niet juist karakter is ontvangen, TRFC (=Traffic) geeft een goed karakter aan. 26. FEC zenden Om een FEC signaal te zenden activeer de AMTOR FEC mode zoals hiervoor is aangegeven en druk Control-T of schakel RX/TX mode vanuit het MODE menu. De uit te zenden tekst wordt in het zendvenster getyped. Gebruik het EOT karakter (standaard= control-backspace voor automatisch terugkeren naar de RX mode aan het eind van de tekst. 27.ARQ LISTEN mode Voor het ontvangen van een ARQ uitzending kies AMTOR ARQ LISTEN vanuit het MODE menu of druk toets F4. De snelheid wordt intern op 100 Baud ingesteld, dus hoeft de Baudrate niet handmatig te worden veranderd. Zorg ervoor dat een shift van 170 Hz is gekozen vanuit het KEYING menu. Zet de polari- teit op 'normal' voor USB, kies 'reverse' wanneer in LSB wordt ontvangen. AFC en Autounshift moeten uitgeschakeld zijn. Stem af op het ARQ signaal op dezelfde wijze als is hiervoor beschreven voor RTTY. AMTOR ARQ zend een blok ongeveer twee maal per seconde (iedere 450 mSec). De signalen zijn gemakkelijk te herkennen door het typische tjilpend geluid. Het vereist wat ervaring en zorgvuldig luisteren om te weten welk station informatie blokken uitzendt of bevestigingskarakters. Informatieblokken zijn ongeveer 210 mSec. lang, bevestigingen slechts 70 mSec. Dit resulteert in een wat verschillend geluid. Natuurlijk wor- den alleen de informatieblokken gedecodeerd. Wanneer men niet zeker is, kijk naar het signaal met gebruik van de SCOPE functie. In ARQ LISTEN mode probeert HamComm goede informatieblokken te vinden om op het binnenkomende signaal in te haken. In plaats van de Baud indicator is er een status weergave in de onderste linker hoek van het scherm, die de volgende con- dities aangeeft: STBY (Standby) Uitkijken naar goede informatieblokken LOCK (Locked) Goede blokken gevonden, signaal gekoppeld. TRFC (Traffic) Goede karakters ontvangen ERR (Error) Niet juiste karakters ontvangen REQU (Request) ISS verzoekt heruitzending van laatste be- vestiging REPT (Repeat) ISS zend weer hetzelfde blok IDLE (Idle) ISS heeft geen tekst te verzenden 28. ARQ zenden CQ oproep: FEC wordt gebruikt voor een CQ oproep in AMTOR. Polariteit is 'normal' in USB en 'reverse' in LSB. Schakel naar FEC mode (F5) en druk toetsen Control-T om de zender te starten. Laat het idle voor een halve minuut alvorens tekst in te geven. Het signaal van een station zonder tekst heeft een speciaal geluid dat onmiddellijk wordt herkend door ervaren AMTOR ope- rators. Het maakt het ook mogelijk voor andere stations om af te stemmen en te synchroniseren. Een typische CQ oproep ziet er als volgt uit: CQ CQ CQ DE DL5YEC DL5YEC DL5YEC SELCALL DYEC DYEC DYEC Herhaal de tekst 4 of 5 keer, sluit dan af met 'PSE K' en ga terug naar de RX mode. Het EOT karakter (Control-Backspace) kan worden gebruikt om de TX MODE automatisch uit te schake- len. Wordt geen antwoord ontvangen, herhaal dan de procedure. Het andere station kan terugkomen met gebruik van FEC of ARQ. Wanneer het uitkomt in ARQ moet de AMTOR ARQ mode handmatig worden ingeschakeld door gebruik van het MODE menu of ALT-F4. Wanneer het eigen station zijn SELCAL heeft ontvangen zoals vastgelegd in HC.CFG zal het beginnen te antwoorden met beve- vestigingen en het andere station 'heeft de sleutels'. In AMTOR ARQ wordt de karakter combinatie '+?' gebruikt door het ISS (Information Sending Station) om de verbinding om te leggen. De omschakeling is automatisch, dus wanneer men het magische '+?' ontvangt, wordt het eigen station ISS. Vergeet niet de tekst te beeindigen met dezelfde volgorde. Uitgezonden tekst zal in het RX venster verschijnen in een andere kleur. In ARQ is er ook een manier om de verbinding te 'grijpen'. Druk de toetsen Control-T wanneer men het IRS (Information Re- ceiving Station) is en de overname procedure wordt gestart. Deze mogelijkheid dient alleen te worden gebruikt voor urgente berichten, zoals 'TX staat in brand'. Om de verbinding af te sluiten gebruik het EOT karakter wan- neer men het ISS is. De uitzending zal ook onmiddellijk wor- den onderbroken wanneer een andere mode zoals CW, FEC of Bau- dot wordt gekozen. Een ARQ station oproepen: Wanneer men een CQ oproep wil beantwoorden of een van de vele AMTOR mailboxen will oproepen, moet de SELCAL van dat station worden opgegeven. Kies het onderwerp 'Define SELCALL" vanuit het tekstmenu en type de vier letter selectieve call. Schakel naar AMTOR ARQ mode (ALT-F4) en druk Control-T. Uw station zal beginnen speciale informatie blokken uit te zenden die de SELCAL van het andere station bevatten. De uitzending zal stop- pen wanneer geen antwoord komt binnen een minuut. Wanneer de verbinding is gemaakt, gaat het werken verder zoals hiervoor beschreven. 29. Fouten correctie Er is geen communicatie protocol dat een foutenvrije verbin- ding kan garanderen. De verschillen liggen hoofdzakelijk in de betrouwbaarheid van het fouten detectie programma dat in gebruik is. Nieuwere modes zoals Packet radio en Pactor voe- gen een controlegetal toe aan het eind van ieder gegevens- blok. De mogelijkheid dat een fout in de uitzending passeert zonder te worden opgemerkt is dan zeer gering. Met de AMTOR FEC en ARQ modes is er geen controlegetal. De 7-bit AMTOR code is in principe de 5-bit Baudot code met twee bits aan ieder karakter toegevoegd. Met 7 bits zijn er 128 mogelijke combinaties, maar alleen de 35 codes met 4 bits hoog en drie bits laag worden gebruikt. Een fout wordt gede- tecteerd wanneer een van de andere codes wordt ontvangen. Wanneer twee of meer bits worden verminkt kan het resultaat een ander goed karakter zijn. AMTOR verbindingen zijn dus niet fouten vrij, er zal een niet gedetecteerde fout nu en dan kunnen optreden tijdens een slechte verbinding. Dit is in principe geen probleem aangezien er vaker meer type-fouten zijn dan fouten in de verbinding. 30. Klok correctie Een reden waarom AMTOR ARQ meer betrouwbaar is dan RTTY is de synchronisatie. Wanneer eenmaal de verbinding is gemaakt, wor- den de interne klokken gesynchroniseerd, zodat beide stations precies weten wanneer het volgende bit zal aankomen. Het ARQ station dat de verbinding heeft gestart wordt de MASTER genoemd, het andere station is de SLAVE. Dit niet te verwarren met ISS en IRS. De SLAVE zal steeds zijn klok aan- passen aan de klok van de MASTER tot de verbinding wordt ver- broken. De tijd overeenkomst van commerciele SITOR stations is nauw- keurig tot op ongeveer +/- 30ppm (parts per million). Toen HamComm werd getest op verschillende PC's werd geconstateerd dat de X-tal oscillators soms varieren tot 400ppm. Men kan zich afvragen waarom de klokken zo nauwkeurig moeten zijn wanneer toch de SLAVE zich steeds aanpast aan de MASTER klok. Ontvangst heeft helaas last van fading en ruis. Wanneer het signaal slecht ontvangen wordt is er ook niet veel infor- matie beschikbaar om de klokken te synchroniseren, dus gera- ken beide stations snel uit synchronisatie. Nauwkeurige ti- ming is daarvoor essentieel om de verbinding te laten door- gaan beide slechte condities. Dus de klok moet worden gecorrigeerd. Om de 'klokfout' voor een PC te vinden, is een ARQ referentie signaal nodig. Dit kan een AMTOR signaal zijn, maar is meestal gemakkelijker met een SITOR signaal. Wanneer men een ontvanger heeft die buiten de amateur banden kan ontvangen, probeer een SITOR station te vinden rond 2020 KHz, 4200 KHz, 6320 KHz of 8600 KHz. Een sterk signaal is nodig met informatie blokken. Kies AMTOR LISTEN mode (F4) en stem op het signaal af. Een correctie teller is weergegeven in de linker onderhoek van het RX venster, rechts naast de verbinding status infor- formatie. De correctie teller zal veranderen zodra HAMCOMM is gekoppeld aan het signaal en decodering zal starten. De verbinding status zal nu aangeven TRFC, REPT, REQU of IDLE . Druk de Esc toets om de teller te resetten en let op de tel- ler. We moeten weten hoeveel seconden nodig zijn voor de tel- ler om de waarde 10 of -10 te bereiken. Wanneer er onderbre- kingen zijn in de uitzending, begin weer opnieuw. Herhaal de procedure een paar keer om zeker te zijn van de juiste waarde. Wanneer het meer dan twee minuten duurt voordat de eindwaarde wordt verkregen, is de PC nauwkeurig genoeg. De klok correctie factor is het aantal seconden maal 100. Wanneer het getal negatief is dan is de klok correctie fac- tor ook negatief. Voorbeeld: De teller bereikt -10 in 43 se- conden. De klok correctie factor is dus -4300. De klok correctie instelling moet in HC.CFG worden veranderd. Gebruik Uw editor en vindt de lijn "set clockcorr 0" en veran- der het door de hiervoor berekende waarde. Met de juiste waarde zal de correctie teller stabiel zijn gedurende een ARQ uitzending. 31. Macro toetsen Een macro toets kan worden gebruikt om een van te voren vast- gelegde volgorde van toetsaanslagen te activeren. De cijfers bovenaan het toetsenbord worden gebruikt als macro toetsen terwijl de TAB toets is ingedrukt. De cijfertoetsen bevinden zich normaal direct boven de QWERTY... rij. Verwar deze toet- sen niet met de toetsen van het nummerieke toetsenbord! In het begin zijn er geen toetsaanslagen toegewezen aan macro toetsen, dus drukken van ALT-1, ALT-2...ALT-9 of ALT-0 heeft geen effect. Om met opnemen te beginnen, kies onderwerp 'Macro recorder' vanuit het FILE menu. Een mededeling zal ver- schijnen dat de opname is gestart. Wanneer de ENTER toets wordt gedrukt, zal de mededeling verdwijnen en vanaf nu zullen tot 250 toetsenaanslagen worden vastgelegd tesamen met de normale verwerking. Een mededeling "!RECORDING !" is zichtbaar in de onderste linker hoek van het scherm om eraan te herinneren dat de opname nog actief is. Druk nu een van de macro toetsen om de opname te stoppen en wijs de toetsenaanslagen volgorde toe aan die toets. Dit zal ook vorige toewijzingen vervangen. Een mededeling zal ver- schijnen om te bevestigen dat de macro opname is beeindigd. Iedere keer wanneer de macro toets wordt gedrukt zal de opge- nomen toetsen volgorde worden uitgevoerd alsof het weer werd getyped. Om de opname te beeindigen zonder enige macro toets te veran- deren, kies weer 'Macro recorder' vanuit het FILE menu. Een mededeling zal verschijnen om te bevestigen dat de macro op- name is opgeheven. Om een macro toets op te heffen, start opname op de normale manier en druk direct daarna deze toets. Dit zal een vorige opname wissen die aan die toets is toegewezen. Een medede- ling zal dit weer bevestigen. 32. Macro bestanden Macro definities kunnen worden weggeschreven naar een bestand door te kiezen "Save macros" vanuit het FILE menu. Het nor- male bestandskeuze venster komt te voorschijn met een geadvi- seerde .MAC bestand type. Alle opgenomen toetsaanslagen volg- orden zullen worden weggeschreven naar het gekozen bestand. Om een .MAC bestand in te lezen, kies "Load macros" vanuit het FILE menu. Alle macro definities die in het gekozen be- stand worden gevonden zullen worden toegevoegd of de bestaan- de toewijzingen vervangen. Macro toetsen waaraan geen toets- aanslagen zijn toegewezen op het moment dat het bestand werd weggeschreven, zullen niet worden veranderd wanneer het be- stand wordt opgehaald. Er is ook een manier om de meest gebruikte macros automatisch in te laden. Wanneer HamComm wordt gestart zoekt het macro-be- stand HC.MAC, eerst in de huidige directory, dan in iedere directory vermeld in het PATH. 33. SHIP/SYNOP decoder Weerrapporten worden uitgezonden door veel stations in de we- reld, 24 uur per dag. Wanneer men woont in Europa probeer Quickborn Meteo (bij Hamburg) te ontvangen op 4583, 7646 en 11638 KHz, of Bracknell (UK) op 4488 KHz. In Noord America probeer CFH (Halifax, Nova Scotia) op 4271, 6496.5 en 10536 KHz. Er zijn nog vele andere stations tussen 4000 en 5000 KHz. Uitzendingen zijn normaal in Baudot, 425Hz shift, 50 of 75 Baud. Het SYNOP formaat wordt gebruikt voor rapporten van landsta- tions, SHIP formaat wordt gebruikt voor berichten van schepen en andere maritieme vaartuigen. De berichten houden gegevens in over temperatuur, wind snelheid/richting, wolken bedekking, dauwpunt, neerslag, dauwpunt, luchtdruk en andere meteorolo- gische informatie. SHIP rapporten geven ook de momentele po- sitie van het vaartuig aan. Landstations worden herkend door een 5 cijferig stationnummer. Dit zijn vaste stations, dus de geografische positie wordt niet in het SYNOP bericht meegezonden. Om een beter idee te krijgen waar zich het station bevindt, komt HamComm met een lijst van ongeveer 10000 stationnummers, de namen en de geo- grafische positie. Het programma zal automatisch het juiste station kiezen uit deze lijst wanneer een SYNOP bericht wordt gedecodeerd. Een typisch SYNOP bericht ziet er volgt uit: zczc 548 sien42 edzw 141500 aaxx 14154 01465 42889 42715 10884 20022 40159 52033 81048= 02060 41480 40000 11088 21113 40060 52035 72272 83530 333 83694= nnnn Dit is wat men te zien krijgt als de SHIP/SYNOP decoder is uitgeschakeld. De eerste regel van een bericht begint met zczc en een drie cijferig volgorde nummer. De tweede regel is een hoofd met de volgende informatie: Hier 'sien42' geeft een SYNOP be- richt aan op 'intermediate tijd' voor Noord Europa, 'edzw' is de internationale vier letter code van het station die het bericht samensteld en '141500' betekent 3pm UTC op dag 14 van de lopende maand. 'aaxx' is de indicator voor SYNOP berichten, 'nnnn' geeft het eind van het bericht aan. Er zijn andere formaten in gebruik voor verschillende soorten informatie. Op dit moment ondersteunt HamComm slechts de de- codering van SHIP en SYNOP rapporten. Een bericht kan 1 of meerdere rapporten omvatten, gescheiden door = karakters. Uitleg van de rapporten in detail valt buiten het bestek van deze handleiding. Wanneer de WX decoder wordt ingeschakeld (vanuit het TEXT menu) zal hetzelfde bericht er als volgt uitzien: zczc [start] 548 [message 548] sien42 [Synoptic reports at intermediate hours (SYNOP,SHIP] [Northern Europe] edzw [Offenbach MET/COM Centre] 141500 [day:14 UTC:1500] 01465 [Norway, 58:24N 008:48E TORUNGEN (LGT-H)] 42889 [manned] [cloud height:2000-2500m] [visibility:75km] 42715 [cloud cover:4/8] [wind dir:270 deg, speed:15] 10084 [air temp:+8.4] 20022 [dew-point temp:+2.2] 40159 [pressure at sea level:1015.9hPa] 52033 [pressure:increasing] [change in 3h:3.3hPa] 81048 [cloud info] = 02060 [Sweden, 68:41N 021:32E NAIMAKKA] 41480 [manned] [cloud height:300-600m] [visibility:30km] 40000 [cloud cover:4/8] [wind dir:calm, speed:0] 11088 [air temp:-8.8] 21113 [dew-point temp:-11.3] 40060 [pressure at sea level:1006.0hPa] 52035 [pressure:increasing] [change in 3h:3.5hPa] 72272 [past wx: snow, or rain & snow mixed, cloud cover > 1/2 of sky] [wx now:Snow] 83530 [cloud info] 333 [section3] 83694 [clouds:3/8, stratocumulus, 1000-1500m] nnnn [EOM] HamComm geeft de binnenkomende tekst precies zoals hierboven is weergegeven. De WX decoder ziet de karakters voorbij komen wachtende op bepaalde sleutelwoorden, zoals zczc (begin van bericht), aaxx (SYNOP rapport), bbxx (SHIP rapport), en nnnn (einde bericht) om te kunnen synchroniseren op het binnenko- mende bericht. Wanneer de decoder de tekst herkent, zal het commentaar hieraan toevoegen. Dit commentaar staat tussen vierkante haken achter de code en is daardoor gemakkelijk te onderscheiden van de normale tekst.(De Baudot karakter set kent geen vierkante haken) Er zijn andere mogelijkheden om een SHIP/SYNOP decoder te maken. Het zou alle gegevens voor een rapport kunnen verza- melen en dan op een nette leesbare manier kunnen weergeven. Echter, er is een probleem. Het soort RTTY uitzendingen ge- bruikt voor deze rapporten heeft geen fouten correctie, zelfs geen fouten detectie. Het is moeilijk om een bericht te be- oordelen als OK of verminkt. Bij voorbeeld: Indien het pro- gramma toont dat het +30 graden celsius is in Groenland en het is December dan zal men dit hopelijk niet accepteren. HamComm heeft geen idee waar Groenland is en niet het minste verstand van het klimaat daar, dus kan het dit soort fouten niet ondervangen. Het programma geeft de binnenkomende tekst weer zoals het wordt ontvangen, dus kan men zien of er rommel binnenkomt. Meestal is het duidelijk als de input slecht is. Met een WX decoder die werkt als een zwarte doos, is het soms moei- lijk te zien hoe het tot zijn conclusies is gekomen en wat te geloven of niet. 34. Scope functie In de RX mode calculeert de tone decoder routine de huidige signaal frequentie voor gebruik door andere onderdelen van het programma. De SCOPE functie gebruikt deze waarde om een grafiek van de ingangsfrequentie als functie van de tijd weer te geven. Dat is de blauwe lijn op het SCOPE scherm. De toon decoder handhaaft ook een voortschrijdend gemiddelde frequentie. Het effect komt veel overeen met een low-pass filter en wordt gebruikt voor ruis onderdrukking. Het resul- taat wordt weergegeven aan de bovenzijde van het scherm door een rode lijn. De getrokken groene lijn geeft de gekozen centrum frequentie aan en de gestippelde lijnen boven en onder geven de mark en space tonen aan. Voor RTTY ontvangst moet de centrum lijn in het midden staan tussen de mark en space tonen. Voor CW ont- vangst moet het signaal gelijk staan met de centrum frequen- tie. Alle signalen buiten het gebied gemarkeerd door de ge- stippelde lijnen worden genegeerd. De weergave kan worden bestuurd met de volgende toetsen: F1 weergave help scherm F10 activeer de menu balk '+' aan/uit van weergave gedecodeerd signaal '*' aan/uit rooster weergave 'B' aan/uit positie rode lijn HOME reset sample tempo op 1mSec PG-UP sample tempo sneller PG-DOWN sample tempo langzamer ENTER houdt weergave direct vast. SPACE keer terug naar RX/TX scherm De rechter muis toets houdt de weergave vast aan het eind van de momentele zwaai. De linker muis toets activeert de menu balk zoals F10. De rode lijn (input signaal na low-pass) wordt normaal weer- gegeven aan de bovenzijde van het scherm om niet de blauwe lijn te storen. In de tweede positie zal het over de blauwe lijn vallen om de twee signalen te vergelijken. Weergave van het gedecodeerde signaal is normaal uitgescha- keld. Het kan gevonden worden aan de onderzijde van het scherm en toont de mark/space status voor RTTY en toon/geen toon status voor CW ontvangst. Met enige ervaring is het vrij gemakkelijk het signaal te be- palen waar naar geluisterd wordt door naar het SCOPE scherm te kijken. CW, AMTOR ARQ en FEC, Packet en RTTY hebben hun eigen karakteristieke patronen en men kan ook instabiele VFO's langzaam zien verschuiven over de band. 35. Spectrum functie Bij gebruik van de Spectrum functie wordt een grafische mode, afhankelijk van de video kaarten monitor in gebruik, geacti- veerd. Iedere milliseconde wordt de ingangsfrequentie gecon- troleerd. Voor iedere frequentie is er een teller en degene die overeenkomt met de huidige frequentie wordt opgehoogd. Alle teller waarden worden weergegeven als verticale lijnen met iedere zwaai van links naar rechts. Hoe hoger de telling hoe langer de lijn. Wat men ziet op het scherm is daarom niet een echt audio spectrum maar het resultaat aan de uitgang van de toon decoder routine. Een opamp en een paar codelijnen zijn geen vervanging voor een echte spectrum analyzer. Wanneer op 1Hz per pixel wordt ingesteld heeft SPECTRUM de beste oplossing van alle weergave functies. Bij voorbeeld kan de werkelijke shift van een RTTY station behoorlijk nauw- keurig worden bepaald. De weergave kan worden bestuurd met de volgende toetsen: F1 weergave help scherm F10 activeer menu balk '-' aan/uit ruwe gefilterde gegevens '+' aan/uit 'schaduw' (alleen kleuren weergave) '*' aan/uit getrokken/onderbroken lijn mode HOME reset, start bij 200Hz, 3Hz per pixel PG-UP zoom in PG-DOWN zoom uit LEFT lagere frequenties RIGHT hogere frequenties ENTER houdt weergave vast SPACE keer terug naar RX/TX scherm De rechter muis toets houdt de weergave vast aan het eind van de momentele zwaai. De linker muis toets activeert de menubalk zoals F10. Wanneer men een langzame PC heeft, gebruik dan de SPECTRUM functie niet, men kan gefrustreerd raken. Er is eenvoudig niet genoeg CPU vermogen om de weergave in beweging te houden. AT machines en echt snelle XT's moeten OK zijn. De SPECTRUM functie wordt behoorlijk onderhoudend gevonden, speciaal met een kleurenscherm. Als U de volgende keer bezoe- kers in de shack heeft die niet weten wat er gaande is, start deze functie, schakel het licht uit en zwaai over een drukke band. 36. Bitlengte statistiek De BITLENGTH functie is een grafische weergave van de MARK en SPACE puls lengte, zoals door HamComm gedetecteerd. Het belangrijkste doel is het snel bepalen van de snelheid van het signaal. Bij iedere overgang van het gedecodeerde MARK/SPACE signaal eindigt een hoge of lage puls. Het bovenste histogram geeft de pulstijd statistiek van de hoge pulsen, het onderste his- togram de statistieken van de lage pulsen. Alvorens deze functie te gebruiken, moet de centrum frequen- tie gezet worden in het midden tussen de MARK en SPACE tonen, anders zal de pulsbreedte weergave onderhevig zijn aan ver- vorming. De kortste pulsen van een RTTY signaal zijn normaal gelijk aan de lengte van 1 bit. Daarom geeft de meest linkse piek de Baud aan van het binnenkomende signaal. Een signaal met ruis produceert veel korte naalden. Zij zullen zich verzame- len aan de linker zijde van het histogram en dienen te worden genegeerd voor de Baud analyse. De BITLENGTH functie probeert automatisch de meest linkse goede piek te identificeren, maar dit kan mislukken met sig- nalen met veel ruis. Onder ieder histogram wordt de Baud overeenkomend met de hoogste piek weergegeven. Dit is ook de MARKER die kan worden verschoven door gebruik van de LEFT en RIGHT toetsen. De weergave kan worden bestuurd met de volgende toetsen: F1 weergave helpscherm F10 activeer menubalk PG-UP zoom in PG-dOWN zoom uit LEFT,RIGHT beweeg marker CONTROL-LEFT beweeg marker, snelle mode CONTROL-RIGHT beweeg marker, snelle mode ENTER houdt weergave vast SPACE keer terug naar RX/TX scherm De marker kan ook worden bestuurd door de rechter toets vast te houden. Het Baudnummer overeenkomende met de marker posi- tie is weergegeven in de linker bovenhoek van het scherm. De linker muistoets activeert de menubalk zoals F10. 37. Interface controle De interface is nu gebouwd en de nodige verbindingen met de ontvanger zijn gemaakt. Het programma wordt gestart en men ziet.... niets! Om uit te vinden wat verkeerd gegaan is, laten we beginnen bij de seriele poort. HamComm moet 2 parameters weten van de COM poort: 1. het poort adres 2. het IRQ nummer Het poortadres en adresnummer voor COM1 en COM2 zijn gestan- daardiseerd en daarom reeds vastgelegd in HC.CFG met de vol- gende waarden: Adres IRQ COM1 03F8h 4 COM2 02f8h 3 Voor andere seriele poorten zijn er geen werkelijke standaar- den, dus COM3 en COM4 zijn niet gedefinieerd in HC.CFG. Onge- defineerde poorten kunnen niet worden gekozen vanuit het PORT menu. 38. Poort adres Start het programma en kies ingang 'HamComm' vanuit het INFO menu. Een klein venster verschijnt, ondermeer weergevende het poortadres en IRQ van de seriele poorten zoals gedefinieerd in HC.CFG. Wanneer de waarden voor de poort die men wil ge- bruiken niet overeenkomen met de hardware, wijzig dan HC.CFG met een tekst editor. Verwijder de interface tijdelijk. Kies de juiste poort van het poortmenu, druk dan toets F3 om het RX/TX scherm te ac- tiveren. Gebruik een voltmeter om de RTS en DTR uitgangen te controleren t.o.v. de GND (aarde) pen. RTS moet een negatieve spanning en DTR een positieve spanning hebben. Schakel nu naar de zend(TX) mode. Dit kan worden gedaan van- uit Het MODE menu maar het is gemakkelijker met de toetsen Control-T. Wanneer naar de zendmode wordt geschakeld keert de polariteit van RTS en DTR om. RTS heeft dan een positieve en DTR een negatieve spanning. Als dit niet zo is dan is hier een lijst wat fout kan zijn: - de voltmeter is defect - er wordt aan de verkeerde poort gemeten. De seriele poorten van een PC zijn normaal 25-pennen of 9-pennen SUB-D. - er wordt aan de verkeerde pennen gemeten. 4 7 4 5 RTS GND DTR GND ----1-----|-----|-----------13--- ----1-----|-|---- \ | | / \ | | / \ o o o o o o o o o o o o o / \ o o o o o / \ o o o o o o o o o o o o / \ o o o o / \ | / \ | / 14----------|-----25 \6-|---9/ DTR RTS 20 7 - de verkeerde COM poort is gekozen. Controleer het PORT menu. - Het poort adres zoals is gedefinieerd is HC.CFG voor deze poort is niet juist. Controleer het INFO menu en HC.CFG. - De COM poort heeft een ander adres dan wat U denkt. Het adres kan vaak worden gekozen met jumpers op de seriele kaart. Controleer de handleiding van de computer. Op enige nieuwere PC's en notebooks kan het COM poort adres worden veranderd of de poort kan worden uitgeschakeld door een set- up programma. - wanneer slechts 1 van de signalen (RTS of DTR) van polari- teit verandert kan de lijndrijver voor het andere signaal defect zijn. 39. Op-Amp voedingsspanning Laten we nu eens naar het interface kijken. De meest voorko- mende problemen zijn: - verkeerde of ontbrekende verbindingen - soldeerbruggen en koude soldeerverbindingen. Wanneer met denkt dat het probleem in de interface is, neem de tijd om dit goed te controleren met een vergrootglas. Wanneer dit niet het geval is, ga verder zoals hierna aange- geven: Schakel de computer uit en verbind de interface met de serie- le poort. Sluit het nog niet op de ontvanger aan, verbind de audio ingang met aarde (GND). Wanneer mogelijk moet de inter- face direct in de COM poort gestoken worden. Een kabel tussen de PC en de interface dient te worden vermeden, het kan de sig- naal kwaliteit nadelig beinvloeden. Schakel de PC in, start HamComm, kies de juiste poort van het PORT menu en druk toets F3 voor het RX/TX scherm. Controleer of RTS en DTR nog steeds van polariteit veranderen wanneer geschakeld wordt tussen de RX en TX mode. Controleer de voedingsspaningen van de op-amp t.o.v. GND. De positieve spanning op pen 7 moet +5 Volt of hoger zijn, de spanning op pin 4 moet -5 Volt of lager zijn (meer negatief). +V out 8 7 6 5 Operationele versterker | | | | |------------| | | LM741 of TL071 |-| | DIL-8, bovenaanzicht | | |-| | +V = positieve voeding | | -V = negatieve voeding |------------| -I = inverterende ingang | | | | +I = niet inverterende ingang Pin 1 2 3 4 out= uitgang -I +I -V Controleer de spanningen aan de op-amp in de RX en TX mode. Hier mogen zij niet van polariteit veranderen, anders wordt het IC definitief beschadigd. Wanneer dit toch gebeurd, of wanneer de waarden aanmerkelijk veranderen in RX en TX mode, controleer de bedrading en de polariteit van de 4 dioden tus- sen de PC en de op-amp. Controleer ook de twee condensatoren voor afvlakking van de voedingsspanning. Hoewel slechts een stroom van enkele milliamperes nodig is voor de op-amp, kunnen sommige Com-poorten de benodigde voe- dingsspanning niet leveren. Men kan proberen een op-amp te vinden die minder stroom trekt, maar een eenvoudigste oplos- sing is gebruik te maken van twee 9 Volt batterijen.: bat 1 bat 2 || || op-amp pin 7 <---||-------0-------||---> op-amp pin 4 +||- +||- GND Wanneer de voedingsspanning OK is zullen we proberen uit te vinden of de op-amp goed functionneert. Controleer eerst de spanningen aan de inverterende en niet inverterende ingangen. Beide moeten 0 Volt aangeven t.o.v GND of ZEER weinig afwij- ken t.o.v. 0 Volt. Wanneer dit niet zo is dan is er mogelijk een bedradingsfout of het IC is defect. Verbind tijdelijk een weerstand van ongeveer 1MOhm tussen de niet inverterende input (pin3) en de positieve voedingsspan- ning (pin 7). Wees voorzichtig geen kortsluitingen te maken. De uitgang van de op-amp (pin 6) moet nu zo hoog mogelijk worden, wat normaal ongeveer 1 Volt onder de positieve voe- dingsspanning is. Verwijder de weerstand en verbind deze tussen ingang (pin 3) en de negatieve voedingsspanning (pin 4). De uitgang moet nu zo laag mogelijk worden, wat normaal ongeveer 1 Volt boven (meer positief) de negatieve voedingsspanning is. Controleer het uitgangssignaal direct aan de DSR pen van de COM poort om er zeker van te zijn dat de bedrading OK is. Dit is slechts een simpele test waarbij de op-amp alleen door der mand valt als hij behoorlijk beschadigd is. De uitgang van de op-amp zal ook positief of negatief zijn zonder de weerstand. Dit is normaal en betekent niet dat het IC defect is. 40. IRQ nummer Verbind nu de ingang van de interface met de audio uitgang van de ontvanger. De op-amp is behoorlijk gevoelig en zal zelfs met zeer kleine signalen werken. Sommige ontvangers hebben een uitgang voor een taperecoder waar de amplitude on- afhankelijk is van de instelling van de volumeregelaar. Pro- beer dat eerst. Stem af op een sterk signaal, bij voorkeur een constante toon. Op de DSR pen van de COM poort moet nu een blokspanning staan. De amplitude op DSR moet tenminste varieren tussen +/- 5 Volt, nodig om de RS-232 ingang aan te sturen. Start HamComm om te controleren of het signaal aan DSR inter- rupts genereert. Kies de juiste poort vanuit het PORT menu en probeer de TUNE, SCOPE of SPECTRUM functies van het MODE menu Wanneer al deze functies niet blijken te werken, krijgt Ham- Comm geen hardware interrupts van de seriele poort. Kies in- gang 'HamComm' vanuit het INFO menu en controleer het getoon- de IRQ nummer voor de poort die men wil gebruiken. Wanneer het niet juist is, specificeer de juiste IRQ in HC.CFG. Wees er zeker van dat de poort werkelijk de juiste IRQ ge- bruikt. Veel seriele kaarten hebben jumpers of kleine schake- laars voor IRQ lijnkeuze. Sommige nieuwere PC's en notebooks kunnen dit doen vanuit een setup programma. N.B. Een IRQ kan slechts worden gebruikt voor 1 toepassing. Bij voorbeeld, als de muis IRQ 4 gebruikt, kan een COM poort niet tegelijkertijd dezelfde IRQ gebruiken. 41. Appendix A- Overzicht van toetsen functies -----Alle vensters----- F1 Weergeven helptekst F2 RX/TX venster, CW mode ALT-F2 RX/TX venster, ASCII mode, 7 bit F3 RX/TX venster, Baudot mode ALT-F3 RX/TX venster, ASCII mode, 7 bit F4 Rx/TX venster, AMTOR ARQ LISTEN ALT-F4 RX/TX venster, AMTOR ARQ mode F5 RX/TX venster, AMTOR FEC mode F6 Bitlengte weergave F7 Spectrum weergave F8 Scope weergave F9 Tune venster F10 Menu balk Alt-1 Uitvoeren macro 1 Alt-2 Uitvoeren macro 2 Alt-3 Uitvoeren macro 3 Alt-4 Uitvoeren macro 4 Alt-5 Uitvoeren macro 5 Alt-6 Uitvoeren macro 6 Alt-7 Uitvoeren macro 7 Alt-8 Uitvoeren macro 8 Alt-9 Uitvoeren macro 9 Alt-0 Uitvoeren macro 0 Alt-F5 WX decoder uitgeschakeld Alt-F6 WX decoder ingeschakeld Alt-F7 AFC uit Alt-F8 AFC aan Alt-F9 Externe converter uitgeschakeld Alt-F10 Externe converter ingeschakeld Alt-C Roepnaam decoder Alt-X Beeindig programma ----TUNE venster----- HOME Reset centrum frequentie LEFT Verlaag centrum frequentie RIGHT Verhoog centrum frequentie SPACE Keer terug naar RX/TX scherm ----RX/TX venster---- SHIFT-F1 Standaardtekst 1 SHIFT-F2 Standaardtekst 2 SHIFT-F3 Standaardtekst 3 SHIFT-F4 Standaardtekst 4 SHIFT-F5 Standaardtekst 5 SHIFT-F6 Standaardtekst 6 SHIFT-F7 Standaardtekst 7 SHIFT-F8 Standaardtekst 8 SHIFT-F9 Standaardtekst 9 SHIFT-F10 Standaardtekst 10 LEFT Beweeg TX cursor 1 karakter naar links RIGHT Beweeg TX cursor 1 karakter naar rechts UP Beweeg TX cursor 1 regel naar boven PAGE_UP Beweeg TX cursor 1 pagina naar boven DOWN Beweeg TX cursor 1 regel naar beneden PAGE-DOWN Beweeg TX cursor 1 pagina naar beneden HOME Beweeg TX cursor naar eerste regel END Beweeg TX cursor naar laatste regel INSERT Schakel insert mode aan/uit DELETE Verwijder karakter onder cursor BACKSPACE Verwijder karakter links van cursor TAB Schakel NORMAL/REVERSE polariteit ENTER Breng tekstregel naar zendbuffer CONTROL-A Beweeg cursor naar begin van regel CONTROL-B AMTOR details aan/uit CONTROL-D Voeg tijd en datum in CONTROL-E Beweeg cursor naar eind van regel CONTROL-F Open/sluit logbestand CONTROL-H Idem als BACKSPACE CONTROL-I Idem als TAB CONTROL-L Schakel Autounshift aan/uit CONTROL-M Idem als ENTER CONTROL-P Schakel zendmonitoring aan/uit CONTROL-S Zend een tekstfile CONTROL-T Schakel zend/ontvangstmode CONTROL-V Schakel line/woord mode CONTROL-X Maak TX venster schoon CONTROL-Z Voeg tijd in CONTROL-LEFT Rol RX venster 1 regel terug CONTROL-HOME Rol RX venster 1 pagina terug CONTROL-RIGHT Rol RX venster 1 regel naar voren CONTROL-END Rol RX venster 1 pagina naar voren CONTROL-PAGE-UP Geef RX/TX venster ander formaat CONTROL-PAGE-DOWN Idem ----SCOPE Weergave---- '+' Schakel weergave van gedecodeerd signaal '*' Schakel rooster weergave 'B' Schakel positie van rode lijn HOME Reset sample snelheid PAGE-UP Sample snelheid lager PAGE-DOWN Sample snelheid hoger ENTER Houdt weergave direct vast SPACE Keer terug naar RX/TX scherm ----SPECTRUM weergave---- '-' Schakel grof/gefilterde gegevens '+' Schakel 'schaduw' (alleen kleuren weergave) '*' Schakel getrokken/gestippelde lijn mode HOME Reset, start bij 200 Hz, 4Hz per pixel PAGE-UP Zoom in PAGE-DOWN Zoom uit LEFT Lagere frequenties RIGHT Hogere frequenties ESC Maak scherm schoon ENTER Houdt weergave vast SPACE Keer terug naar RX/TX scherm ----Bitlengte weergave---- PAGE-UP Zoom in PAGE-DOWN Zoom uit LEFT Beweeg marker naar links RIGHT Beweeg marker naar rechts CONTROL-LEFT Beweeg marker snel naar links CONTROL-RIGHT Beweeg marker snel naar rechts ENTER Houdt weergave vast SPACE Keer terug naar RX/TX scherm 42. Appendix B - Schema van interface Ontvang schakeling RS-232C RS-232C 25 9 pin pin IC1 TL071 D1 of LM741 -------*--------*-I<--*----< DTR 20 4 | | | D2 | C1 3|\ |7 | ---->I-- >------||---*-----|+ \ | | | 0.1uF | | \_____|__ ___|_|___________>DSR 6 6 | 2| / 6 | | | D3 | ---| /| | | --I<-- Signaal | | |/ |4 | | D4 | van / / *------|------*--->I--*----------------*--*-----*------*-------------------->GND 7 5 Audio schakeling voor zenden (niet nodig voor alleen ontvangst) R4 R5 R6 15K 15K 15K --------*--/\/\--*--/\/\--*-*--/\/\--< TxD 2 3 C4 | | | | | 0.1 uF / R3 | | D5| |D6 <----||---->\ 10K === C5 === C6 - v Mic. / var. ===.022 ===.022 ^ - plug | | uF | uF | | <-----------*-------*--------*--------*-*--------> GND 7 5 PTT schakeling (niet nodig voor alleen ontvangst) C PTT <-----------------\ Q1 \I B R7 D7 2N2222 I-------/\/\-----I<------< RTS 4 7 / 1K v | E <-----------------*--------------------------> GND 7 5 FSK schakeling (niet nodig voor alleen ontvangst) (optioneel voor zenden) C FSK <-----------------\ Q2 \I B R8 D8 2N222 I----------/\/\----I<-----< DTR 20 4 /I 1K v | E <-----------------*---------------------------> GND 7 5 D1-D8 = 1N914 of 1N4148 43. Appendix C - Interface leverancier Klaar gebouwde HamComm interfaces kunnen worden verkregen van Dieter Dippel, DF4RD. Zij zijn gebouwd met SMD (Surface Moun- ted Device) onderdelen en ondergebracht in een behuizing gelijk aan een muis-adapter. Er zijn twee uitvoeringen beschikbaar voor 9-pin en 25-pin COM poorten. __ __ ____ _| |________________| |_ COM-poort | | | | RX/TX ong. 9-pen | | SMD HamComm | | 9-pen 35 mm. female | | Interface | | male |_| ________________ |_| |__| |__| ____ | ong. 60 mm. | __ ____ _| |_____ | | \ | | \ __ | | \_______| |_ | | | | COM-poort | | SMD-HamComm | | RX/TX ong. 25-pen | | Interface | | 9- pen 55 mm. female | | | | male | | | | | | _______ |_| | | / |__| | | / |_| ____/ |__| ____ | ong. 60mm. | De interface werkt ook met SSTVFAX, PKTMON, EASYFAX, en het bekende JVFAX fax/sstv programma door Eberhard Backeshoff, DK8JV. Voor meer informatie vraag de laatste prijslijst en lever- voorwaarden van: Dieter Dippel, DF4RD Fenitzerstrasse 33 D-90489 Nuernberg Telefoon/Fax: (0) 911 / 55 92 96 tussen Ma. - Vrij. 18:00 en 20:00 lokale tijd of 17:00 en 19:00 UTC INHOUDSOPGAVE 1................... Inleiding 2.....................Licentie 3.....................Nieuwste versie 4.....................Uitsluiting garantie 5.....................Systeem vereisten 6.....................Installatie 7.....................Starten 8.....................Config bestand HC.CFG 9.....................Scherm indeling 10....................Help systeem 11....................Schema interface 12....................Ontvang schakeling 13....................PTT schakeling 14....................Zend schakeling 15....................Externe converter 16....................Externe AFSK 17....................Signaal decodering 18....................RTTY theorie 19....................RTTY decodering 20....................Morse code theorie 21....................Morse code decodering 22....................SITOR A/B 23....................NAVTEX 24....................AMTOR 25....................FEC ontvangst 26....................FEC zenden 27....................ARQ LISTEN mode 28....................ARQ zenden 29....................Fouten correctie 30....................Klok correctie 31....................Macro toetsen 32....................Macro bestanden 33....................SHIP/SYNOP decoder 34....................Scope functie 35....................Spectrum functie 36....................Bitlengte statistiek 37....................Controle interface 38....................Poort adres 39....................Op-Amp voedingsspanning 40....................IRQ nummer 41....................Appendix A - Overzicht toetsenfuncties 42....................Appendix B - Interface schakelingen 43....................Appendix C - Interface leverancier -----00000-----