ÛÛÛÛÛÛÛÛ ÛÛÛÛÛÛÛ ÛÛÛÛÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛ ÛÛ
ÛÛ±ÛÛ±ÛÛ± ÛÛ±±ÛÛ± ÛÛ±±ÛÛ ÛÛ±±ÛÛ ÛÛ± ÛÛ±
Û±±ÛÛ± Û± ÛÛ± Û± ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ±± Û± ÛÛ ÛÛ±±
± ÛÛ± ± ÛÛ±Û ± ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ± ± ÛÛÛÛ±±
ÛÛ± ÛÛÛÛ± ÛÛÛÛÛ±± ÛÛ± ÛÛ±±
ÛÛ± ÛÛ±Û± ÛÛ±±±± ÛÛ± ÛÛÛÛ
ÛÛ± ÛÛ± ± ÛÛ± ÛÛ± Û ÛÛ±±ÛÛ
ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ ÛÛ± ÛÛ±± ÛÛ
ÛÛÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛÛÛ±± ÛÛ± ÛÛ±
±±±± ±±±± ±±±± ±±±± ±± ±±
The Firmware PC Extended
Version 2.10 (20. November 1993)
Residente AX.25-Controller voor PC
en BayCom-Modem, -USCC-Kaart,
PA0HZP-OptoPcScc-Kaart, KISS
met WA8DED-Hostmode-Interface
van Ren‚ Stange, DG0FT @DB0KG.DEU.EU
Vertaling uit het Duits door H.W.Dankmeijer (PE1ECN)
Gratis voor zendamateurs, geen commerciele toepassing
Inhoudsopgave
1. Voorwoord
2. Opmerkingen bij de handleiding
3. Vernieuwingen sinds versie 2.00
4. Snelstart
5. Inleiding
6. Opstarten en configureren
6.1. Algemene opties
6.2. Opties voor resident laden
6.2.1. Poort- en Baudrate configuratie
6.2.2. TFPC- en DRSI- interface
6.2.3. Overige opties
6.3. TFPCX uit geheugen verwijderen
6.4. Terminal mode
7. Installatie
7.1. SP (DL1MEN)
7.2. GP (DH1DAE)
7.3. THP (DL1BH0)
7.4. TERM (DL5FBD)
7.5. CT (K1EA)
7.6. DIEBOX (DF3AV)
7.7. WINPR (DG6BI)
7.8. TOP (DF8MT)
7.9. FBB (F6FBB)
7.10. MS-Windows, OS/2 e.a.
8. Werking
8.1. Multipoort uitbreidingen
8.2. Bijzonderheden van opdrachten
8.3. KISS
8.4. DAMA
ANNEX
1. Overzicht van opdrachten
2. Opheffen van fouten (modembedrijf)
2.1. Zend- en ontvangst problemen
2.2. Problemen met andere programmas
2.3. Hardware problemen.
3. Aansluiten hardware
3.1. Seriele modems
3.2. Baycom-USCC-kaart
4. Informatie over software ontwikkelaars
4.1. Programma interface
4.1.1. TFPC interface
4.1.2. DRSI interface
4.1.3. Speciale functies
4.2. Formaat van de meldingen
4.3. Uitgebreide Hostmode
4.4. Vorige versies
5. Copyrights en toepassingsvooraarden
6. Hoe het programma te verkrijgen
1. Voorwoord
Deze TFPCX versie heeft helaas veel langer op zich laten wachten, als
ik oorspronkelijk gepland had. Aangezien de in februari verschenen
versie 2.01, door mij nooit in de mailboxen is aangekondigd en ook niet
bekend geworden is, richt ik mij in deze handleiding op het TFPCX v2.00
als voorgangersversie. Om het openbaar maken niet nog langer uit te
stellen, moest ik enige reeds aangekondigde wijzigingen, zoals het op-
nieuw bewerken van de modemaansturing, nogmaals verschuiven.
Als vernieuwing is allereerst te vermelden de ondersteuning van de
KISS mode voor meerdere poorten tegelijk, de PA0HZP OptoPcScc-kaart
en de BayCom 9k6-USCC-kaart. Bovendien zijn er betere configuratie mo-
gelijkheden, verbeteringen bij DAMA bedrijf e.a. Voor de activering
van de KISS mode in TNC wordt het nieuwe programma KISSINIT meegele-
verd (zie KISSINIT.DOC). De vernieuwingen worden in hoofdstuk 3 ver-
meld. Hoofdstuk 4 geeft enige aanwijzingen waar op gelet moet worden
bij het overgaan vanuit een oudere versie.
Ik moet erop wijzen dat ik niet kan garanderen dat de TFPCX op alle
PC's probleemloos met seriele modems zal werken, speciaal op langzame
computer geeft het gedeeltelijk ontvangstproblemen. XT's van 8MHz en
lager zijn niet of alleen met beperkingen te gebruiken.
Dikwijls geven ook bepaalde residente programmas problemen (zie annex
2.1.). Aangezien het hier om een niet commercieel product gaat, neem
ik dat op de koop toe. Met bepaalde compromissen moeten de meeste ge-
bruikers tot een bruikbaar functionneren komen.
Mijn dank gaat uit naar Peter (DB2OS), Asko (DG2BRS), Denis (G0KIU),
Henk (PA0HZP), Rob (PE1CHL), het BayCom-team, alle gebruikers die mij
met aanwijzingen en voorstellen geholpen hebben.
73s van Ren‚, DG0FT Strausberg, 20. November 1993
2. Opmerkingen bij de handleiding
Ik ga er in deze handleiding vanuit dat een modem, een SCC-kaart of
een KISS-TNC en een geschikt terminal programma ter beschikking staan
en kennis van de TNC-software The Firmware (NORD>LINK) of de WA8DED
firmware aanwezig is. Bij deze beschrijving behoort ook een documenta-
tie van de The Firmware 2.4c, die men, wanneer nodig, moet naslaan.
Hierin worden de verschillen t.o.v. TNC-Firmware behandeld.
Wie het zonder een uitgebreide studie van deze handleiding met de
TFPCX voor elkaar krijgt, heeft tijd gespaard, maar misschien ook
enige foefjes over het hoofd gezien. Wanneer men nog vragen of pro-
blemen heeft, dan verzoek ik dat men eerst hiervoor een oplossing
probeert te vinden. De ervaring toont dat steeds dezelfde vragen
gesteld worden en ik heb hiermee rekening gehouden zonder op volle-
digheid aanspraak te maken. Zeker kan deze handleiding ook geen
basiscursus voor MS-DOS of Packet-Radio zijn. Men kan overigens zeer
goed de zoekfunctie van een teksteditor gebruiken, om een bepaald
steekwoord te vinden.
In deze handleiding wordt enige hard- software vermeld, die door an-
dere amateurs is onwikkeld, meestal staat de roepnaam van de auteur
tussen haakjes daarachter.
Op enige plaatsen (speciaal in annex 1.) wordt de standaardwaarde 10
genoemd, als het maximum aantal kanalen. Deze waarde is configureer-
baar en dient slechts als plaatsbepaler. Wordt de optie '-CH' gebruikt
dan geldt de ingegeven parameter in plaats van de '10'.
Begrippen en afkortingen:
Port Een Packet-Radio-Interface bestaande uit poorten (COM, LPT
of SCC poort), Modem en Transceiver, bij meerdere Ports
wordt van Multi-Port-toepassing gesproken.
Kanaal E e n van de maximaal 10 gelijktijdig mogelijke Connects
(verbindingen), bij BayCom is de betekenis van Port en Ka-
naal precies omgekeerd.
Frame Een via packet-radio overgedragen data-eenheid (pakket),
bestaande uit een adresveld, stuurveld, gegevens en een
controlegetal.
Interrupt Onderbreking van het lopende programma door hardware gebeur-
tenissen (bijv. ingedrukte toets, bepaald tijdsinterval is
voorbij). Software-interrupts worden niet door de hardware
maar door een bepaalde programmaopdracht teweeggebracht.
KISS (KA9Q e.a.) betekent 'Keep It Simple Stupid' en definieert
een eenvoudig dataformaat voor de overdraging van frames en
TNC-parameter over een asynchrone seriele poort. Het oor-
spronkelijke doel was het verleggen van de protocolafwerking
uit de TNC naar de terminal, om ook door de TNC niet onder-
steunde protocollen te kunnen gebruiken. KISS is in vele
TNC's geimplementeerd, maar maakt ook de directe koppeling
met de PC mogelijk.
SMACK (DL5UE en DK5SG) is de afkorting van 'Stuttgarts Modifi-
ciertes Amateurfunk-CRC-KISS' en breidt het van een fouten-
vrije overdracht uitgaande KISS uit met een controlegetal
(checksum (CRC)) waardoor overdrachtsfouten herkend kunnen
worden.
0x Prefix van hexidecimaal getallen (bijv. 0x300= 300H)
3. Vernieuwingen sinds versie 2.00
- De KISS-mode wordt inclusief SMACK voor vier Ports en 57600 baud on-
dersteund (Optie-PKISS). Foutieve frames (bijv. door verlies van te-
kens) worden genegeerd en geteld (zie hoofdstuk 6.2.1. en 8.3.). Door
middel van TFPCX en KISS kan GP (DH1DAE) nu ook meerdere TNC's paral-
lel aansturen.
- De PA0HZP-OptoPcScc-Kaart wordt ondersteund (Optie -POSCC), zie hoofd-
stuk 6.2.1.)
- De BayCom-9k6-USCC-Kaart werkt nu ook met TFPCX (Optie -PUSCC, zie
hoofdstuk 6.2.1.) Bij enkele Baycom-USCC-kaarten werden door timing-
problemen zinloze gegevens gezonden. Door een andere aansturing van
de SCC-controller zijn deze problemen opgeheven.
- Voor SCC-kaarten en COM-poorten (bij KISS) kunnen AT-IRQ's (9,10,11,
12, 14, 15) gebruikt worden.
- Het aantal vrije buffers (Optie -BU) en de connectkanalen (Optie
-CH) en daarmee de benodigde geheugenruimte zijn nu configureerbaar.
(Standaard: 600 buffer/10 kanalen, zie hoofdstuk 6.2.3.)
- Het initialiseringsbestand (Optie -F) kan nu spaties tussen regels
en commentaar bevatten. ESC tekens worden automatisch gemaakt en
behoeven niet meer als '^' aangegeven te worden. (zie hoofdstuk
6.2.3.)
- Bij het DRSI-interface (Optie -DR) werd de incompatibiliteit met
de DRSI-TNCTSR drijver bekeken, die tot op heden problemen gaf met
Monitor en Heardlist bij gebruik van FBB (F6FBB). In het geval er
door deze veranderingen problemen met andere programmas zijn,
(bijv. bij TOP), kan men met de optie -DX het tot dusver (gemodi-
ficeerde) DRSI-interface gebruiken. (zie hoofdstuk 6.2.2.)
- De nieuwe opdracht @PO maakt het mogelijk een Port naar keuze aan
een kanaal toe te wijzen, die dan alleen vanuit vauit die Port ge-
connect kan worden, wat bijv. bij programma TOP (DF8MT) nuttig is.
(zie hoofdstukken 7.8. en 8.2.)
- Door een Transparent-Mode bij ontvangst (opdracht @M) en uitscha-
kelbare echo (opdracht E) is de #BIN#-ontvangst in terminal-mode
(bijv. met TERM (DL5FBD)) mogelijk. (zie hoofstukken 7.4. en 8.2.)
- Interne connects (loopback) laten zich naar wens blokkeren. (optie
-NL, zie hoofdstuk 6.2.3.)
- TXTAIL (opdracht @TA) wordt bij een seriele modem en SCC-kaart, on-
der voorbehoud van baudrate- en timer onnauwkeurigheden, optimaal
ingesteld. Tot nu toe gaf het problemen bij gebruik van 300 baud.
- Wordt de optie -P niet aangegeven, dan wordt niet meer zoals tot nu
toe, een serieel modem aan COM1 gebruikt, maar helemaal geen poort
aangestuurd, wat alleen voor testdoeleinden met interne connects
nuttig is. In normale gevallen moet -P dus altijd worden aangegeven.
- De optie -D (Debug) heeft nu ook betrekking op de laatste voor de
-D staande optie -P (Port). Daarmee is de bewaking van willekeurige
Ports ook bij Multiport-bedrijf mogelijk (zie hoofdstuk 6.2.3.)
- Disconnect in achtergrondbedrijf resp. Terminal-mode is met remote
opdracht '//Q' mogelijk. (opdracht U, zie hoofdstuk 8.2.)
- Door een DAMA wijziging (zoals TF 2.6) moeten de bekende mopper-
meldingen van TheNetNode-Digis bij multiconnect nog nauwelijks
optreden.
- De extended Hostmode (DG3DBI) wordt ondersteund en maakt snellere
communicatie met het terminal-programma mogelijk.
- De default waarden voor de parameter F, N, P, R, T, U, @A3, QI,
@T2, @T3, @T4 en @TA zijn gewijzigd.
4. Snelstart
Op basis van verschillende configuratie mogelijkheden en terminal-
programmas, is een algemeen 'kookrecept' niet aan te geven. Meestal
in het voldoende wanneer men allereerst de hoofdstukken 6.2.1. en
7. (afhankelijk van het gebruikte programma) bekijkt. Geeft het nog
problemen dan moet men Annex 2. lezen. Voor het werken met meerdere
Ports zijn hoofdstukken 8.1 en 8.2 belangrijk. In hoofdstuk 8.3.
worden belangrijke aanwijzingen voor het KISS-bedrijf gegeven.
Hoefde bij vorige versies geen '-P' optie te worden aangegeven en
werd de default poort COM1 gebruikt, nu is de optie '-PCOM1' abso-
luut nodig.
In het geval de versie 2.00 met meer dan 10 kanalen werd gebruikt,
moet de optie '-CHnn' bij de start van TFPCX worden aangegeven,
waarbij nn het gewenste kanaalaantal is.
Wanneer tot op heden de optie '-DR' gebruikt werd en bij die versie
problemen met monitor of heardlist optraden, dan moet in plaats van
'-DR' de optie '-DX' aangegeven worden (bijv. bij TOP).
Wie tot nu toe met de versie 1.1x gewerkt heeft en verder ook maar
e e n modem gebruiken wil, hoeft slechts de optie '-C' bij het laden
van TFPCX aan te geven, wanneer de zend/ontvangst-aanduiding gewenst
wordt, daar dit niet meer automatisch ingeschakeld wordt. Wanneer
men tot nu toe de optie '-NC' aangegeven had, moet die verwijderd
worden.
Met 'TFPCX -H' kunnen alle opties in verkorte vorm worden opgeroepen
en 'TFPCX -U' verwijdert TFPCX weer uit het geheugen.
5. Inleiding
Packet-Radio werd en wordt door iedereen met zogenoemde Terminal-
Node-Controllers (TNC) uitgevoerd, die de gehele PR-specifieke pro-
tocol afwikkeling (AX.25) overnemen en de gebruikte computer tot
een comfortabel weergavescherm van de informatie maakt.
Daarbij zijn de TNC's ook niets anders dan een eenvoudige computer
met een seriele poort en modem. Op basis van een grote verspreiding
van een speciale op de TNC2 lopende TNC-Software (WA8DED-Firmware
of de compatiebele The Firmware van NORD> | -T | -U ]
Alle opties worden door '-' voorafgegaan en door spaties van elkaar
gescheiden. Binnen een optie zijn geen spaties toegestaan. Tussen
hoofd-/kleine letters wordt geen verschil gemaakt. Bepaalde opties
(bijv. '-P') hebben meerdere parameters die door een ':' gescheiden
worden. Voor weggelaten opgaven worden standaardwaarden ingevuld.
Voorbeeld:
Voor '-PUSCC::5' wordt '-PUSCC:300:5:1103' gebruikt, waarbij voor
de ontbrekende waarden 300 en 1103 ingevuld wordt.
Het is zinvol TFPCX uit een batch-file te starten, zodat men niet
steeds dezelfde opties moet intypen. Verder worden alle opties in
de verkorte vorm vermeld zoals ze ook in de helptekst met 'TFPCX-H'
oproepbaar zijn en dan apart verklaard. zijn alleen
bij resident laden van TFPCX relevant en gelden tot ontladen.
-N no messages
-T terminal-mode
-U unload
-P attach packet Port -D debug mode
-B baud rate -DM use DRSI messages
-F[file] read init file -DR emulate DRSI driver
-C[xx] show DCD [color] -DX modified DRSI interface
-Ixx TFPCX interrupt -NB no blinking rectangle
-BU[nnnn] number of buffers -ND no disk access if DCD
-CHnn number of channels -NL no loopback
COMn[:xxx] | LPTn[:xxx] | KISSn[:xxx:nn] | [:xxx:nn:nnnn]
1-4^ ^addr 1-4^ ^addr 1-4^addr^ ^IRQ addr^ IRQ^ ^ OSCC | USCC
0 = disable 2 = hardclock 4 = PA0HZP Port (1 digit/
1 = softclock 3 = DF9IC modem 5 = PA0HZP timer channel)
nnnn[:nnnn ...] (1 number/Port)
[] Opgave is optioneel
| Alternatieve opgave
x Hexadecimaalcijfers
n Decimaalcijfers
6.1. Algemene opties
Deze opties kunnen samen met iedere andere optie gebruikt worden.
Op het moment is er maar e e n.
-N Berichten onderdrukken
In het geval de berichten het programma storen (bijv. in Batch
files), kunnen zij hiermede onderdrukt worden. Foutenmeldingen ver-
schijnen desondanks.
6.2. Opties voor resident laden
TFPCX wordt steeds weer in het geheugen geladen wanneer geen optie
'-T' of '-U' aangegeven is en het niet zelf of de TFPCR- of DRSI-
TNCTSR- drijvers geactiveerd werden. Wanneer men ook meerdere drij-
vers samen wil gebruiken, moet TFPCX steeds als eerste opgeroepen
worden. Ik kan echter niet garanderen dat men ook op deze wijze pro-
bleemloos werken kan.
TFPCX kan ook met LOADHIGH in het bovenste geheugenbereik (UMB) ge-
laden worden, wanneer daar voldoende geheugen vrij is. Overigens
geeft het soms problemen met de daartoe benodigde EMM386-drijvers
(zie annex 2.2.1)
Om TFPCX aan verschillende Packet-hardware, communicatiesnelheden,
terminal-programmas en gebruikserswensen aan te passen, bestaan de
hierna behandelde opties.
Na het laden verschijnt bijv. de volgende melding:
ÚÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄ¿
³ TFPCX v2.10 (Nov 20 1993) by DG0FT ³
³ TF v2.3b DAMA by NORD>:xxx' ook apart instel-
len.
Voorbeeld:
TFPCX -PCOM3:338
Met die oproep wordt een modem aan COM3 gebruikt, waarbij als basis-
adres 0x338 wordt gebruikt. Deze adressen moet men uit de handleiding
van de IO-kaart nemen. Het nummer van de poort (hier dus een 3) wordt
genegeerd wanneer een adres aangegeven wordt, moet echter desondanks
tussen 1 en 4 liggen. De IRQ van de poort is voor TFPCX niet interes-
sant en wordt niet gebruikt.
Worden twee modems gebruikt dan moet men het eerst de Port aangeven
die het meest wordt gebruikt zodat die eventueel wat voorrang krijgt.
Het is vanzelfsprekend, dat andere programmas niet van de dezelfde
poort gebruik mogen maken, die door TFPCX gebruikt wordt.
-PUSCC::: BayCom-USCC-Kaart gebruiken
-POSCC::: PA0HZP-OptoPcScc-Kaart gebruiken
Als parameter wordt het basisadres van SCC-kaart, het IRQ en een ma-
ximaal 4-cijferige reeks aangegeven, die over de soort van de tot
4-SCC-Ports aangesloten modems inlichtingen geeft.
Volgende inputs zijn mogelijk (zie ook annex 3.2.)
0 Disable Port wordt niet gebruikt (uitgeschakeld)
1 Softclock Klokritme zenden en ontvangst wordt intern
opgewekt voor AFSK modems (geen duplex mogelijk)
2 Hardclock Zendritme wordt door het modem geleverd, ontvangst
ritme wordt intern opgewekt (bijv. G3RUH)
3 DF9IC-Modem Klokritme voor zenden en ontvangst wordt door het
modem geleverd, NRZ-mode
4 PA0HZP-Port Ontvangstritme wordt intern opgewekt, extern door
32 gedeeld en weer aan de SCC-controller als zend-
klokritme toegevoerd (voor OptoPcSCC-kaart)
5 PA0HZP-Timer Port wordt niet gebruikt, wekt echter een tijdritme
op voor timingdoeleinden (alleen voor OptoPCScc-
kaarten)
De modemtypen 1 en 3 zijn speciaal voor de SCC-kaart, terwijl type
4 alleen met de OptoPcScc-kaart werkt.
Cijfer 5 heeft een speciale betekenis. Het TFPCX heeft voor de ver-
schillende interne timers een tijdritme nodig, die door de OptoPcScc-
kaart niet geleverd wordt. Daarom wordt de systeemtimer van de PC ge-
bruikt, die echter een tamelijk onnauwkeurige tijdmeting mogelijk
maakt, wat problemen geeft bij enige parameter (bijv. TXDELAY en
TXTAIL). TFPCX geeft de mogelijkheid een niet gebruikte SCC-Port te
gebruiken voor het opwekken van een nauwkeuriger tijdbasis, wat
trouwens ook aan te bevelen is, wanneer niet alle Ports nodig zijn.
Voorbeelden:
TFPCX -PUSCC:300:7:1103
Basisadres 0x300, IRQ 7, USCC-Ports 0 en 1 met softclock voor normale
AFSK-modems (cijfer 1), Port 2 is afgeschakeld (cijfer 0) en Port 3
met DF9IC modem (cijfer 3). Dit is de standaard instelling, wanneer
alleen '-PUSCC' wordt aangegeven.
TFPCX -PUSCC:300:7:31
USCC-Port 0 met DF9IC-Modem, Port 1 met Softclock, Ports 2 en 3
uitgeschakeld. Deze instelling is nodig voor de 9k6-USCC-kaart, die
maar 2 SCC-Ports aanbiedt. Wordt helemaal geen modemklokritme aange-
geven, geldt '1103' (zoals boven), is er een opgaaf met minder dan 4
cijfers, dan geldt voor de rest '0'
TFPCX -POSCC:150:3:4445
OptoPcScc-kaart met basisadres 0x150, IRQ 3, Port 0 tot 2 worden als
Modem-Ports met externe klokritmedeler benut, Port 3 wekt het tijd-
ritme op. Dit is de standaardinstelling voor '-POSCC' zonder verdere
parameters.
-PKISSn:: KISS-Port aan COMn (n = 1-4)
Het basisadres wordt automatisch gevonden, kan echter naar wens
ook handmatig ingegeven worden. IRQ 4 wordt standaard voor COM1 en 3
gebruikt, IRQ 3 voor COM2 en 4. Klopt deze toewijzing niet, dan moet
de IRQ aangegeven worden.
Voorbeeld:
TFPCX -PKISS1
KISS-Port aan COM1, basisadres en IRQ worden automatisch verkregen.
Voor COM1 en 2 is deze opgave in het algemeen voldoende.
TFPCX -PKISS3:338:5
KISS-Port aan COM3, Basisadres 0x338, IRQ 5
-Bnnnn[:nnnn ...] Baudrate per Port instellen
Bij meerdere Ports worden door ':' gescheiden waarden aangegeven in
volgorde van toenemende Portnummers. Volgende waarden zijn mogelijk:
Standaard serieel Modem 300, 1200, 2400 of 4800 Baud 1200
SCC Softclock 50-38400 Baud 1200
PA0HZP-Port 50-38400 Baud 1200
Hardclock 50-38400 Baud 9600
DF9IC-Modem 1-65535 Baud (zonder betekenis) 9600
KISS 2400, 4800, 9600, 19200, 9600
38400 of 57600 Baud
Bij seriele modems en bij KISS zijn alleen de genoemde waarden moge-
lijk, bij SCC ook tussenwaarden. Bij hardclock moet de door het modem
geleverde klokritme met het aangegevene overeenstemmen, bij het DF9IC-
modem is de waarde zonder betekenis, aangezien het klokritme extern
wordt opgewekt, men moet echter desondanks de juiste waarde aangeven,
omdat hij bijv. bij de opdracht 'P' wordt weergegeven.
Voorbeeld:
TFPCX -PCOM1 -PUSCC:::1003 -B300:1200:19200
Modem aan COM1 met 300 baud, USCC-Port 0 met softclock en 1200 baud
en USCC-Port 3 met DF9IC-modem en 19200 baud.
Welke baudrate op een PC mogelijk is hangt af van zijn rekensnelheid
(zie ook tabel in annex 2.1.). Bij gebruik van een serieel modem met
300 baud wijkt de systeemklok per uur een halve minuut af.
6.2.2. TFPC- en DRSI-Interface
TFPCX biedt voor communicatie met het terminal-programma vier ver-
schillende varianten, waarvan er een moet worden gekozen, afhankelijk
van het gebruikte programma. Voor programmeerders is het oproepen en
de beschikbaarheid van parameters in annex 4.1. precies beschreven.
Het TFPC-interface werd door Sigi (DL1MEN) voor zijn KISS-drijver
TFPCR ontwikkeld en inmiddels door een serie van programmas onder-
steund. (bijv. SP, GP, THP, TERM, DIEBOX). Die is dan ook het stan-
daard interface voor TFPCX. Het nadeel van die variant is de beperk-
te multiport mogelijkheid, daar de beschikbaarheid van Portnummer
(bijv. het Port waarop men werd geconnect) niet mogelijk is.
Daardoor verschijnen connects en monitor-frames zodanig, dat het
lijkt alsof alles op e e n frequentie afliep. Voor iedereen die
slechts e e n Port gebruiken is deze variant aan te bevelen.
-DR DRSI-Interface gebruiken
Deze interface gebruikt de bij DRSI-PCPA-Adapter behorende TNCTSR-
drijver. Nu TFPCX de multiport-toepassing ondersteunt, moet een moge-
lijkheid gevonden worden om een onderscheiding van de gebruikte Ports
door het terminal-programma mogelijk te maken. Daarvoor bood deze
variant zich aan, aangezien deze reeds door SP en FBB volledig onder-
steund werd. Het verschil met het TFPC-interface bestaat in het be-
schikbaar maken van Portnummers bij link-status meldingen en monitor
informatie. Deze optie geeft geen hardwarematige ondersteuning van de
DRSI-PCPA-adaptor.
-DX Gemodificeerd DRSI-Interface gebruiken
Deze optie komt overeen met de optie '-DR' van TFPCX v2.0x. Daar gaf
het incompatibiliteit met de TNCTSR-drijver bij gebruik van de DRSI-
interfaces, die bij die versie ter zijde geschoven werden. Als deze
wijzigingen nu bij andere programmas (bijv. TOP) problemen veroorza-
ken, moet de optie "-DX" in plaats van '-DR' aangegeven worden.
-DM Gemodificeerd TFPC-Interface gebruiken
Deze variant is gedacht voor de multiport-toepassing met programmas,
die tot nu toe alleen het TFPC-interface konden gebruiken. Het geeft
dezelfde meldingen als het DRSI-interface (dus met Portnummers), be-
nut echter de 'gebruikelijke' TFPC-interrupt. De toepassing van deze
variant is een compromis. Bij veel programmas (bijv. TERM) geeft het
daarmee geen problemen, andere terminals geven weliswaar de Portnum-
mers juist aan, maar het geeft 'neveneffecten' en enige programmas
kunnen met de Portnummers helemaal niets beginnen. Het beste is om
maar een keer met en zonder optie '-DM' te proberen en dan hopen dat
de ontwikkelaars van de betreffende programmas misschien een multi-
Port ondersteuning realiseren. Bij GP is dit intussen gebeurd.
OPGELET!
S.v.p. niet de ontwikkelaars van terminal-programmas (of mij) met be-
richten overladen, wanneer bij toepassing van '-DM' ergens iets door
elkaar loopt. Die optie is een compromis en geeft bij enige programmas
eventueel vreemde effecten.
6.2.3. Overige opties
-BU[nnnn] Aantal van TFPCX-Buffers
TFPCX slaat de meeste gegevens dynamisch op in 32byte buffers.
Het aantal van de benodigde buffers kan afhankelijk van de toepas-
sing zeer verschillend zijn. Heeft TFPCX slechts weinig buffers,
dan kunnen maar weinig frames opgeslagen worden en men krijgt in
bepaalde gevallen 'TNC BUSY' meldingen, wat meestal tot een dis-
connect door het terminal-programma lijdt. Te veel buffers nemen
daarentegen geheugenruimte in.
Met deze optie kan het aantal buffers tussen 400 en ca. 1500 gecon-
figureerd worden. De maximum waarde hangt af van het gebruikte aan-
tal kanalen en wordt ingesteld wanneer de optie zonder parameters
wordt opgegeven.
Meestal is een standaardwaarde van 600 buffers toereikend. Wanneer
men met veel kanalen werkt, gateway-functies gebruikt, misschien een
mailbox heeft of grotere bestanden op snelle digi-opstappen uitzend,
is een verhoging van deze waarde zinvol. Bij SP (uitgezonderd v7.50)
moet men niet meer als 999 buffers kiezen (zie hoofdstuk 7.1.).
Wanneer men weinig geheugen heeft kan ook met minder buffers gewerkt
worden.
-CHnn Aantal van Connect-kanalen
Tot nu toe was het aantal van de door TFPCX bestuurde kanalen vast
ingesteld, wat geheugenruimte en rekentijd opleverde, wanneer dit
aantal in het geheel niet gebruikt werd. Met deze optie kan het aan-
tal kanalen aan de toepassingen worden aangepast. Er moet de gelijke
waarde als bij het gebruikte terminal-programma gekozen worden. Moge-
lijk zijn 4 tot 40 kanalen (default =10).
-C[xx] Zend-/Ontvangst aanduiding inschakelen
Geeft in de host-mode de aanduiding van de zend/ontvang status in de
rechter bovenhoek van het scherm ('S' voor zenden, 'R' voor ontvangst.
Wanneer meerdere Ports gebruikt worden, wordt de aanduiding voor iedere
Port gescheiden, waarbij Port 0 geheel links staat. Bij KISS geeft de
aanduiding de verbinding weer tussen PC en TNC. De aanduiding werkt al-
leen in de tekstmode en kan met een bepaald kleurkenmerk plaats vinden,
die dan hexidecimaal aan te geven is.
Voorbeeld:
TFPCX -C17
^ Schrift (hier Wit)
^ Achtergrond (hier Blauw)
Nummers van de kleurenkenmerken:
0 Zwart 4 Rood 8 Donkergrijs C Lichtrood Monochrom:
1 Blauw 5 Magenta 9 Lichtblauw D Lichtmagenta
2 Groen 6 Bruin A Lichtgroen E Geel 07 Normaal
3 Cyaan 7 Wit B Lichtcyaan F Helderwit 70 Invers
^ ^
alleen als letter kleur
-F Bestand voor parameterinstelling (zonder geldt TFPCX.
INI)
Bij gebruik van deze optie (en alleen dan !) wordt dit bestand bij de
de initialisering gelezen en in de terminal-mode aan de firmware ge-
zonden, om een voorinstelling van de paramaters mogelijk te maken.
Normaal kan deze optie vervallen, aangezien terminal-programmas zelden
een initialisering uitvoeren. Het bestand wordt in de actuele direc-
tory gezocht, wanneer geen pad is aangegeven.
Het bestand kan met een normale editor gemaakt worden en kan commen-
taar (voorafgegaan door '#' of ';') en regelspaties inhouden.
V o o r ieder bevel wordt automatisch een een escape-teken gezonden.
Het tot nu toe nodige teken '^' behoeft niet te worden aangegeven en
wordt genegeerd, zodat oudere bestanden weer gebruikt kunnen worden.
Tabs worden als spaties behandeld en aan het begin/einde van een re-
gel overgeslagen. Een voorbeeld van een bestand staat op schijf.
-Ixx Software-Interrupt voor TFPCX-Interface (40-FF)
Via de hier aangegeven software-interrupt vindt de communicatie
plaats tussen TFPCX en het terminal-programma. Standaard wordt de
interrupt 0xFD toegepast. Een wijziging is alleen nodig, wanneer de-
ze vector door andere programmas wordt gebruikt of een programma al-
leen met een bepaalde instelling functioneert (bijv. '-IFF bij CT
(K1EA) en FBB)
-NB Statusknipperen uitschakelen
Wanneer TFPCX ongelezen informatie over statusmeldingen heeft opge-
slagen en niet in de hostmode is (dus op de achtergrond loopt), knip-
pert in de rechter bovenhoek van het scherm een rechthoek, die bijv.
op een nieuwe connect opmerkzaam maakt. Men kan dan het terminal-pro-
gramma starten en op de connect reageren. Dit werkt overigens niet
wanneer men uit de terminal een DOS-Shell oproept en TFPCX daarbij
in de hostmode blijft (zoals bijv. bij SP). Het knipperen kan met deze
optie onderdrukt worden.
-ND Schijfactiviteiten bij zenden/ontvangst vertragen (noodmaatregel)
Wanneer men ontvangstproblemen heeft bij schijfactiviteiten (packets
worden niet foutloos gedecodeerd) kan men met deze optie verhinderen
dat een schijfactie wordt uitgevoerd en gedurende een signaal vastligt.
(ook bij SCC, alleen in de hostmode). Dat leidt dan echter tot een
wat ongewone situatie, omdat de computer dan zo lang schijnt te wach-
ten tot de QRG weer vrij is. Men moet daarom deze optie alleen in
noodgevallen gebruiken. Wanneer met Soft-DCD gewerkt wordt moet de
opdracht '@C' al bij het laden van TFPCX met de optie '-F' uit een
init-bestand uitgevoerd worden.
-NL Interne Connects (Loopback) uitschakelen
Normaal worden alle uitgezonden frames net zo behandeld als wanneer
zij ook zouden zijn ontvangen, waardoor interne connects voor test-
doeleinden mogelijk zijn. In enige gevallen is dat weliswaar ongewenst
(bijv. bij tests met externe loopback) en kan daarom met deze optie
verhinderd worden. Bij een hoge gegevensstroom laat zich op deze wijze
ook de belasting van de computer iets verminderen, daar de uitgezon-
den frames dan niet tweemaal behandeld moeten worden.
-D Test Mode (Debug)
Deze optie heeft betrekking op de in de opdrachtregel voor de '-D'
staande '-P' optie en activeert voor de desbetreffende Port(s) een
test mode die bij iedere interrupt een omkeer van de flank aan de
ingang van de luidspreker teweegbrengt er daarmee een toon voort-
brengt.
De test mode helpt in het bijzonder bij het zoeken naar de oorzaken
van problemen bij zenden en ontvangst, bij modemgebruik. (zie annex
2.1.). Hier moet bij 1200 baud een 1800 Hz toon te horen zijn.
(Baudrate x 1.5). De toon moet min of meer zuiver zijn en zonder on-
derbrekingen. Geknetter ontstaat wanneer de interrupt vertraagd wordt.
Zijn er onderbrekingen of af en toe geknetter, dan is de computer
overbelast. De grens is moeilijk te trekken, een bepaald 'grondgeruis'
hoeft de functie nog niet te nadelig te beinvloeden.
Bij KISS of een SCC-kaart kan met deze optie getest worden of inder-
daad interrupts opgewekt worden. Die kunnen permanent of alleen in
zend-/ontvangst gevallen optreden.
Staat '-D' v o o r de eerste '-P', dan tikt het in het ritme van
de systeemklok.
6.3. TFPCX uit het geheugen verwijderen
Met de opdracht 'TFPCX -U' laat TFPCX zich weer uit het geheugen ver-
wijderen.
6.4. Terminal-mode
Met 'TFPCX -T' wordt een eenvoudig terminal-programma gestart, waar-
mee men ook zonder extra terminal-software werken kan. Eerst moet dan
TFPCX resident geladen worden (zoals boven beschreven). Men moet het
programma ook twee maal met verschillende parameters oproepen, om in
de terminal-mode te komen.
Met ALT-X wordt het terminal-programma weer verlaten. Eerst moet men
met ESC 'MN' de monitor afschakelen, wanneer hij geactiveerd was,
omdat anders onnodig buffergeheugen verbruikt wordt en bij een even-
tuele start van een hostmode programma problemen ontstaan.
7. Installatie
Dit hoofdstuk geeft inlichtingen voor de installatie van enige pro-
grammas in combinatie met TFPCX. In principe moet TFPCX geactiveerd
worden v o o r het terminal-programma gestart wordt. Bovendien zijn
meestal nog bepaalde instellingen in de configuratie bestanden of
menus nodig. Daarentegen zijn bijv. baudrate instellingen in die be-
standen/menus voor het werken met TFPCX meestal niet van belang, daar-
voor is de optie '-B' bij oproepen van TFPCX verantwoordelijk.
Bij enige programmas geeft het problemen bij Multi-Port toepassing
(optie '-DM'). In dat geval moet die optie en daarmee de aanduiding
van de Portnummers vervallen. Bij opdrachten is echter de Portopgave
en daarmee Multi-Port toepassing desondanks mogelijk. Men ziet alleen
niet door wie geconnect wordt of op welke Port een monitor-frame ont-
vangen wordt. Bij die programmas is de toepassing van de opdracht
'@PO' (zie hoofdstuk 8.2.) zinvol.
Men moet zich realiseren dat TFPCX een deel van het geheugen inneemt,
dat het terminal-programma niet kan gebruiken. Daarom moeten bepaalde
buffers en het aantal connectkanalen onder omstandigheden worden ver-
minderd.
7.1. SP (DL1MEN)
Afhankelijk van het aantal Ports zijn er twee varianten:
Wil men maar 1 Port gebruiken dan biedt zich het TFPC-interface aan,
dat vanaf SP v.5.00 ondersteund wordt. SP wordt in dat geval volgens
de SP handleiding of met het INSTALL programma voor TFPCX (of TFPCR)
geinstalleerd. Het bestand CONFIG.SP (vroeger SP.CFG) moet de regel
'CFG=PORT0:5H' bevatten. In de uitvoering is er nauwelijks verschil
tussen TFPCX en TFPCR.
Voor Multi-Port toepassing moet men het DRSI interface gebruiken. Het
bestand CONFIG.SP moet daarvoor de regel 'CFG=PORT0:DH' bevatten en
TFPCX wordt met de optie '-DR' gestart. Verder hoeft men zich alleen
te orienteren op wat in de SP handleiding onder installatie en be-
drijf met de DRSI-PCPA-adapter gezegd wordt, in dit geval is het
grootste deel ook op TFPCX van toepassing, met de volgende bijzonder-
heden:
-SP opdrachten 'DR' en 'HB' functionneren niet, de parameter worden
met de normale TNC opdrachten ingesteld met extra Portopgave (zie
hoofdstuk 8.1.)
-De in hoofdstuk 8.1. beschreven keuze van de Port bij ontbrekende
Portopgave klopt helaas bij enige opdrachten niet, daar SP aan het
monitorkanaal 0 en niet aan het actueel ingestelde connect kanaal
zend. In twijfelgevallen dus altijd het Portnummer aangeven.
-Opdrachten 'TP' en '//par' geven de juiste baudrate (geen nummer)
aan
-Bij DRSI bedrijf beheert SP voor ieder van de maximaal 8 Ports een
extra QRG, behalve op het monitor kanaal. De Port omschakeling ge-
beurt bijv. door ESC 'C 1:', op het monitor kanaal wordt daarmee de
de Unproto Port gekozen. De ingestelde default Port wordt bij een
connect opdracht automatisch ingevuld, kan echter ook direct aange-
gegeven worden.
TFPCX kan ook parallel met TNC's in de hostmode toegepast worden.
Hoe goed dat functionneert hangt vooral af van de gebruikte PC.
Bij SP v6.00 of vroeger bibbert de QRG aanduiding mogelijk iets en
de connect gong klinkt anders als bij TNC bedrijf. Dat is normaal
en geen reden tot bezorgdheid.
Bij enige vroegere versies van SP v.7.00 geeft het door een bug pro-
blemen bij modembedrijf. Een ander probleem geeft het bij deze SP
versie, wanneer 2 modems en een TNC parallel toegepast moeten worden
(komt zelden voor) en daarbij het DRSI interface wordt gebruikt. Bij
de start van SP krijgt men direct een resync melding en bedrijf is
niet mogelijk. Dit probleem kan door een patch van SP.EXE uit de weg
geruimd worden.
Wanneer men SP v7.00 (evtl. ook vroegere versies) toepast, moet men
niet meer als 999 TFPCX buffers reserveren (optie '-BU'), daar SP
klaarblijkelijk niet met 4-cijferige buffer aantallen kan omgaan en
dan het zenden van bestanden zeer moeizaam verloopt. Bij SP v7.50
werd dit probleem opgeheven.
7.2. GP (DH1DAE)
GP gebruikt TFPCX automatisch wanneer het geladen is, zodat is nor-
male gevallen geen extra configuratie nodig is. Bij Multi-Port toe-
passing zijn weliswaar de volgende aanwijzingen van belang:
- Er moet in ieder geval GP vanaf versie 1.50 toegepast worden.
Oudere versies zijn met maar e e n Port comfortabel te bedrijven
en hebben ook problemen met hogere overdrachtsnelheden.
- TFPCX wordt met de optie '-DM' gestart.
- In het bestand NAMES.GP is minstens e e n Port-opdracht dringend
nodig, aangezien anders connect pogingen met een foutenmelding
worden afgebroken (zie GP.DOC)
Voorbeeld:
PORT0 = DB0BLN,438.450
PORT1 = DB0BLO,438.300
Met hulp van TFPCX kan GP ook meerder TNC's aansturen, die daarvoor de
KISS-Mode moeten kunnen ondersteunen (zie hoofdstuk 8.3.)
7.3. THP (DL1BHO)
THP ondersteunt het TFPC-Interface (getest met v3.03). In het bestand
CONFIG.PR moet in hoofdstuk 'TNC configuratie' voor het TFPCX het
poortnummer '5' aangegeven worden. In het bestand CMD.PR worden stan-
daard enige opdrachten opgeroepen, die bij TFPCX tot een foutenmel-
ding kunnen leiden (bijv. 'A' en 'Z'). Het beste maar een '#" ervoor
zetten (commentaar).
Multi-Port bedrijf met de optie '-DM' brengt geen voordelen, daar de
Portnummers niet juist worden weergegeven.
7.4. TERM (DL5FBD)
Deze TFPCX versie werkt met TERM het beste vanaf v9.71. Vroegere TERM
versies gebruiken een andere behandeling van de zendhandshake, die
door TFPCX niet meer wordt ondersteund.
Wanneer men meerdere Ports gebruikt, moet TFPCX met de optie '-DM' ge-
laden worden, anders zonder. Daar TERM de TFPCX meldingen niet zelf
verwerkt, geeft het geen problemen met de Portnummers.
Na de start van TERM komt men met ALT-P in het Parameter menu. Daar
moet worden ingesteld:
V24-COMx: 5
Handshake: S
Bewakingstijden : 0 (zonder Break)
Bij deze versie is nu de ontvangst van #BIN#-bestanden mogelijk. Men
gaat daarbij als volgt te werk (getest met TERM v9.98):
- Met de opdrachten '@M1' en 'EO' de transparent-mode in- en de tijd-
echo afschakelen
- De BIN ontvangst met ALT-U starten en de vragen beantwoorden (Lees-
opdracht als laatste).
- Na de overdracht met de opdrachten 'E1' en '@M0' de uitgangstoestand
weer instellen.
Verdere informatie vindt met in de TERM-handleiding.
7.5. CT (K1EA)
Het contest programma van K1EA kan nu ook met TFPCX gebruikt worden.
(getest met CT v.6.26). Bij CW contesten gaat dat tot nu toe welis-
waar alleen met KISS of een SCC-kaart, daar CT bij het opwekken van
morsetekens anders niet met TFPCX overweg kan.
De start van TFPCX moet met de optie '-DR' en '-IFF' gebeuren. Zin-
vol is ook de parameter instelling via de optie '-F'.
In de eerste dialoogbox wordt onder punt 'TNC" de waarde 'Local' in-
gesteld en bij modembedrijf moet voor 'Mode' 'SSB' gekozen zijn.
In Communications Setup wordt geen instelling aangebracht (CT mag
niet op de Modempoort toegrijpen.) Op het QSO-beeldscherm wordt dan
eerst de opdracht 'DRSI' ingegeven, met ALT-T de talkmode gekozen en
eenmaal ENTER gedrukt. Dan kan men de DX-cluster connecten en in het
met ALT-A geopende ANNOUNCE-venster de DX-infos bekijken.
De rest moet men zelf uitproberen, daarbij het beste Single Unlimited
instellen, daar men als Single Operator aan beperkingen onderhevig is.
7.6. DIEBOX (DF3AV)
DIEBOX kan over het TFPC-interface met TFPCX gebruikt toegepast worden.
Met een eenvoudig modem kan men een Box nauwelijks bedrijven, maar het
gebruik van een SCC-kaart is denkbaar. Voor de directe koppeling van
een Box aan een Digipeater (bijv. RMNC) kan de KISS-mode worden ge-
bruikt en daarmee een TNC worden uitgespaard.
TFPCX moet hier zonder '-DR' gestart worden. Of '-DM' klopt moet zelf
uitgeprobeerd worden. Het is zinvol het aantal kanalen (optie '-CH')
en buffers (optie '-BU') te verhogen. Over de DIEBOX configuratie kan
ik geen informatie geven, daar ik die zelf niet getest heb.
7.7. WINPR (DG6BI)
WINPR kan vanaf versie 2.0 eveneens met TFPCX gebruikt worden, aan-
gezien deze het TFPC-interface ondersteunt. Daar WINPR onder Micro-
soft Windows loopt, functionneert dit alleen met KISS of een SCC-
kaart (zie hoofdstuk 7.10.) en alleen op een snelle computer. Het
Multi-Port-bedrijf wordt door WINPR niet ondersteund. De optie '-DM'
moet dus niet gebruikt worden.
TFPCX wordt voor de start van Windows of door ingave in het bestand
WINSTART.BAT geladen. Windows moet in de 386 Enhanced-mode lopen.
In het bestand WINPR.INI zijn de volgende ingaven nodig:
Port = Com5
TfpcrIrq = 253
7.8. TOP (DF8MT)
De TOP-handleiding gaat ook op TFPCX in, zodat ik hier alleen de ver-
nieuwingen vermeld. Voor de Multi-Port-toepassing moet TFPCX in plaats
van '-DR' nu met de optie '-DX' gestart worden.
Onder TOP presenteren zich de verschillende TFPCX-Ports als geschei-
den TNC's, waarbij opeenvolgende kanalen precies een Port toegekend
is. Daarom moet bij de connect-opdracht ook geen Portnummer aangege-
ven worden. Tot nu toe werd deze illusie steeds verstoord door de
omstandigheid dat connects van buiten steeds op het onderste vrije
kanaal met bijbehorende MYCALL aankwamen, onafhankelijk van de in
TOP gekozen toekenning. Met de opdracht '@PO' (zie hoofdstuk 8.2.)
laat zich dat nu verhinderen.
Voorbeeld:
TFPCX moet 2 Ports en 20 kanalen beheren, waarbij voor iedere Port
eventueel 10 kanalen voorzien zijn. Naast de TNC-configuratie moet
in TOPSET de volgende INI-opdracht worden ingegeven:
@PO 00000000001111111111
Bovendien moet TFPCX met de optie '-CH20' worden opgeroepen, daar
standaard slechts 10 kanalen ter beschikking staan.
7.9. FBB (F6FBB)
De F6FBB-BBS-software ondersteunt zowel TFPC- (vanaf v5.15) als ook
het DRSI-interface. Ik verklaar hier alleen de DRSI-Multiport-toe-
passing, daar dit het meest algemene geval is. Voor modembedrijf is
in ieder geval FBB vanaf v.5.15 nodig.
TFPCX wordt met de optie '-DR' en '-IFF' geladen. Wanneer meer als
10 kanalen nodig zijn, is ook '-CH' (zie hoofdstuk 6.2.3.) aan te
geven. Het configuratiebestand PORT.SYS moet voor het werken met 2
Ports als volgt uitzien:
# PORT.SYS for FBB 5.15
#
#Ports TNCs
1 2
#
#Com Interface Adress (Hex) Baud
7 4 0 4800
#
#TNC NbCh Com MultCh Pacln Maxfr NbFwd MxBloc M/P-Fwd Mode Freq
1 5 7 0 230 2 1 10 00/60 UDYW 144.650
2 5 7 1 230 2 1 10 00/60 UDYW 438.450
TFPCX simuleert 2 TNC's over een virtuele COM-poort (COM7). Interface
4 staat voor DRSI, adres en baud wordt gegenegeerd, moeten echter
aangegeven worden. Het totaal van de aan de Ports toegevoegde kanalen
(NbCh) mag niet groter zijn als het aantal beschikbare TFPCX kanalen
(optie '-CH"). Er wordt telkens maar e e n bestand INITTNC1.SYS resp.
MAINT1.SYS toegepast, waarin alle nodige parameters afzonderlijk met
Portopgaven (zie hoofdstuk 8.1.) gezet zijn. De 'P' opdracht is bij
TFPCX niet bruikbaar voor het gelijtijdig instellen van alle parame-
ter van een Port, zoals bij de DRSI-TNCTSR-drijver. Verdere informa-
tie is uit de FBB-handleiding te halen.
7.10. MS-Windows, OS/2 e.a.
TFPCX stelt bij modembedrijf hoge eisen aan de reactietijden van het
systeem op interrupts (zie annex 2.), waaraan door Microsoft Windows
3.x en OS/2 2.0 niet kan worden voldaan (ook wanneer het voor vele
moeilijk is dit te accepteren). Op basis hiervan reageert TFPCX met
een foutenmelding, wanneer men het in deze systemen voor modembedrijf
wil starten.
Met een SCC-kaart is e e n uitvoering mogelijk. Onder Windows heeft
dit met 1200 baud redelijk goed gefunctionneerd. Verder geeft het bij
hogere baudrates, ook met SCC-kaarten, problemen. Onder OS/2 liep
TFPCX minder goed, ik heb het echter maar kort getest.
De KISS-mode functionneert bij mij tot 38400 baud onder beide sys-
temen zonder problemen, daar de daarbij gebruikte COM-poort door
Windows en OS/2 door drijvers optimaal ondersteund wordt, wat bij
de SCC-kaarten helaas (begrijpelijkerwijze) niet het geval is.
Bij andere multitasking-systemen kunnen identieke verhoudingen be-
staan.
8. Werking
In dit hoofdstuk worden de belangrijke verschillen en uitbreidingen
van TFPCX in vergelijking met de TNC-Firmware TF 2.3b verklaard.
8.1. Multi-Port-Uitbreidingen
De belangrijkste uitbreiding is beslist de capaciteit, meerdere Ports
en daarmee modems en transceiver aan te sturen. Wie nu slechts 1 Port
gebruikt hoeft zich daarover niet druk te maken en kan naar het vol-
gende hoofdstuk gaan.
De TFPCX-Firmware beheert in totaal 8 Ports, die wellicht zelden allen
gebruikt worden. Op de niet bezette Ports kunnen echter desondanks in-
terne connects lopen. Zo kan men bijv. terloops zijn CTEXT beoordelen,
zonder daarmee anderen op de Digi-opstap nerveus te maken.
Iedere Port krijgt een nummer toegevoegd (0-7), waarbij de volgorde
van het gebruik van de optie '-P' bij de start van TFPCX afhangt.
Dit Portnummer wordt door TFPCX bij Link-status-meldingen, in de Mo-
nitor en bij bepaalde opdrachten ('C', 'L' en "s") getoond, zodat een
eenduidige toevoeging mogelijk is. De aankondiging komt alleen tot
stand wanneer bij de start van TFPCX de optie '-DR', '-DX' of '-DM'
aangegeven wordt.
Voorbeeld:
1:fm DG0FT to DB0BLN ctl SABM+
1:fm DB0BLN to DG0FT ctl UA-
CONNECTED to 1:DB0BLN
Het juiste formaat van de meldingen vindt men in annex 4.2. Op welke
plaats de Portnummers op het beeldscherm verschijnen, hangt af van
de soort van de melding en het terminal-programma.
Bij enige Firmware-opdrachten (zie hoofdstuk 8.2. en annex 1.) bestaat
de mogelijkheid, door ingave van het Portnummer, Port-specifieke pa-
rameter in te stellen zonder een station op een bepaalde Port te con-
necten.
Opdrachtformaat:
:[Parameter]
is een cijfer tussen 0 en 7, voor de ':' mag geen spatie staan.
Voorbeelden:
C 1:DB0BLN
T 2:15
Wanneer geen Port wordt aangegeven, de opdracht echter die opgave no-
dig heeft, wordt de Port gebruikt waarop het juist actieve kanaal
geconnect is, of de op het monitor-kanaal ingestelde Unproto-Port.
Er zijn echter Hostmode-terminalprogrammas die vele opdrachten niet
aan het kanaal zenden waarop zij zijn ingegeven, en daarmee om die
Port-toewijzing heenlopen. In twijfelgevallen daarom altijd de Port-
nummers aangeven.
De parameterinstelling gebeurt meestal in de configuratie bestanden
van de terminalprogrammas en moet daar voor iedere Port apart gebeu-
ren. Het bestand TFPCX.INI is een voorbeeld daarvoor en kan, nadat
men zijn persoonlijke gegevens heeft ingevoerd, ook direct voor ini-
tialisering gebruikt worden. (optie '-F', hoofdstuk 6.2.3.).
Binnenkomende connects worden normaal onafhankelijk van de Port al-
tijd aan het naaste vrije kanaal toegewezen, waarop de bijbehorende
MYCALL ingesteld is. Met de opdracht '@PO" (zie hoofdstuk 8 .2.)
kan men echter naar wens een vaste Porttoewijzing doorvoeren.
8.2. Bijzonderheden van opdrachten
Er is een serie opdrachten die met ESC-toetsen ingeleid en met ENTER
uitgevoerd worden (zie annex 1.) De opdrachten 'A, 'H', 'K', 'Z', '@F'
en '@K' van TF v2.3b bestaan niet.
De parameters 'B', 'O', 'P', 'T', 'W', 'X', '@C', '@D', '@T2', '@T4'
en '@TA worden voor iedere Port extra ingesteld.
De interne timers werken slechts met een nauwkeurigheid van +/- 20ms.
resp. 60 ms, wanneer alleen KISS of de OptoPcScc-kaart zonder Timer-
Port wordt gebruikt, wat bij de instelling van enige parameters be-
langrijk kan zijn. Bij TXTAIL (opdracht '@TA') wordt die onnauwkeu-
righeid automatisch in aanmerking genomen.
Nu naar de aparte opdrachten:
C Connect
Bij meerdere connects met hetzelfde station wordt de eigen SSID auto-
matisch tot maximaal 15 verhoogd, wanneer de ingestelde al gebruikt
is. Weliswaar blijft dit voor het terminalprogramma evtl. verborgen
en het geeft de verkeerde SSID aan.
De C-opdracht kan een extra Portindicatie inhouden. Ontbreekt die,
dan wordt die uit de Link-lijst (zie '@L') genomen of van Unproto-
Port gebruikt, in het geval geen passende opgave bestaat.
Werd met de opdracht '@PO' een Porttoewijzing gedaan, dan geldt het
aan het kanaal toegewezen Port als default-port. Op het monitorkanaal
wordt met de Portindicatie de Unproto-Port uitgekozen, waarop de UI-
frames gezonden worden (Default 0).
Voorbeelden:
C 1:DB0BLN DB0BLN op Port 1 connecten
C 2:TEST \ Monitor-Kanal Unproto-Port 2 en Unproto-ID instellen
C 2: / alleen Unproto-Port 2 instellen
F Frack
De Frack-parameter kan alternatief in seconden- of 10ms-eenheden in-
gegeven worden. Waarden kleiner als 10 worden in de nieuwe eenheid
(10ms) omgerekend.
O MAXFRAME
Maxframe wordt voor iedere Port en iedere verbinding apart beheerd.
Bij connect wordt de waarde van de eventuele Ports aan de verbinding
toegevoegd en kan dan voor die connect, onafhankelijk van andere con-
nects op dezelfde Port, ingesteld worden.
Het 'dynamische' MAXFRAME van TF 2.3b is verwijderd.
P P-Persistance
Hier wordt ook bij DAMA-bedrijf de niet-DAMA-waarde aangegeven, maar
P=255 gebruikt.
Wanneer de opgegeven parameter tussen 0 en 7 ligt (Portnummer), wordt
nu niet meer de P-waarde opnieuw gezet, maar enige parameters van deze
Port getoond in de vorm:
R P W F O N @T2 @T3 T @D
Deze opvraging van de parameters moest op compatibiliteits gronden in
de DRSI-TNCTSR-drijver ingebouwd worden, daar die door SP gebruikt
wordt. is de ingestelde baudrate in leesbare tekst, niet zoals
bij TNCTSR alleen een toegevoegd cijfer.
De DRSI-drijver gebruikt deze opdracht ook voor het instellen van de
parameters, wat echter hier niet functioneert. Worden achter het Port-
nummer nog verdere waarden aangegeven, dan negeert TFPCX de gehele op-
dracht.
QRES zet TFPCX alleen in de terminalmode terug (als 'JHOST0') en
voert geen reset van de computer door. Deze opdracht was nodig, daar
SP het bij de opdracht DRSI 'HB' genereert.
U Unattended mode (CTEXT)
Deze opdracht is vooral voor de terminalmode belangrijk. Bij 'UO'wor-
den linkstatus-meldingen direct uitgegeven, ook wanneer juist een an-
der kanaal actief is. Bij 'UI' verschijnen die meldingen eerst dan,
wanneer het betreffende kanaal met de 'S' opdracht geactiveerd werd
en bij connect van buiten wordt een extra geschikte tekst gezonden.
De standaardinstelling 'U2' gedraagt zich als 'U1', maakt bovendien
een disconnect mogelijk door het geconnecte station met de remote-
opdracht '//Q' (of '/q'). Daarbij moet de opdracht aan het begin van
een frame staan.
De Unattended mode kan ook ingeschakeld worden, waneer geen CTEXT ge-
definieerd is. In Hostmode geeft deze opdracht alleen uitwerking op
de CTEXT.
@C DCD-Bewerking (DCD= Data Carrier Detect)
TFPCX heeft een Soft-DCD (geprogrammeerde ruisblokkering). Bij lang-
zame transceiver kan men de squelch van de ontvanger geheel open la-
ten en TFPCX beslist zelf of juist een signaal ontvangen wordt.
De Soft-DCD wordt door de opdracht '@C' gestuurd, waarmee men de aan-
spreekdrempel instelt. Als parameter wordt een getal van 0 tot 63
aangegeven. Bij '@C0' is de Soft-DCD uitgeschakeld (default), bij alle
andere waarden is hij geactiveerd. Hoe groter de parameter, des te
sterker is de Soft-DCD gesloten. Om de afregeling te vergemakkelijken
dient de DCD-indicatie (zie optie '-C'). Bij te kleine waarden knip-
pert de indicatie, bij te grote waarden worden de signalen niet meer
juist en te langzaam herkend. Het beste kan de parameter zo lang ver-
hoogd worden en daarbij QRG afluisteren, tot de indicatie klopt.
Daarbij moet men eventueel een compromis vinden. Een richtwaarde is
'@C25'
Bij SCC-Ports is een afregeling niet direct nodig, alle waarden groter
dan 0 activeren de soft-DCD en hebben voor het bedrijf dezelfde
betekenis. Mij heeft overigens het steeds flikkeren van de indicatie
gestoord en zo is er de mogelijkheid, ook hier een afregeling te doen
die alleen maar op de indicatie uitwerkt.
Belangrijk !
De soft-DCD herkent alleen PR-signalen met gelijke baudrate. Op digi-
opstappen met meerdere snelheden mag zij daarom niet gebruikt worden.
Bij KISS neemt de TNC de DCD-bewerking over en deze opdracht bepaalt
alleen de tijd (in 10ms eenheden), na welke de RX-indicatie uitgaat,
wanneer geen Bytes meer van de TNC worden ontvangen.
@L Linklijst
Met deze opdracht wordt de interne linklijst beheert, waarmee men
maximaal 8 roepnamen (met SSID) aan een bepaalde Port kan toevoegen.
De lijst wordt bij digipeating (opdracht 'R') gebruikt, om de Port
te vinden, waarop het te digipeatende frame gezonden moet worden.
Is daar geen passende input voor handen, dan wordt het frame op de-
zelfde Port uitgezonden, als waarop hij werd ontvangen.
Syntax:
@L :: ...
Voorbeeld:
@L 0:DB0BL N 1:DB0BLO
Met '@L-' wordt de linklijst gewist en '@L' zonder parameters geeft
de input aan.
Bij crossband digipeating moet zowel de doelroepnaam als ook de roep-
naam van de afzender in de linklijst ingebracht zijn, daar anders de
verbinding maar in e e n richting functionneert.
@M Transparent-Mode
In de terminal-mode worden ontvangen stuurtekens normaal omgezet.
(bijv. Control-Z wordt als '^Z' weergegeven). Daardoor worden de ge-
gevens vervormd, wat de ontvangst van BIN-bestanden onmogelijk maakt.
Met de opdracht '@M1' wordt een mode geactiveerd, waarbij alle gege-
vens zonder verandering (transparent) aan het terminalprogramma wor-
den doorgegeven, zodat dan ook BIN-ontvangst mogelijk is.
In tegenstelling tot Original-TF 2.4 werkt deze opdracht niet op
de 7/8-bit-omzetting. TFPCX gebruikt steeds de 8 bit karakterset.
@PO Porttoewijzing
Met deze opdracht kan men voor ieder kanaal vastleggen, of hij door
alle, of alleen door een bepaalde, of door geen Port geconnect kan
worden. Wordt een kanaal aan een bepaalde Port toegewezen, dan geldt
deze ook als default-Port bij de '-C' -opdracht.
Als parameter wordt een reeks tekens doorgegeven, waarbij het cijfer
1 bij kanaal hoort, het cijfer 2 bij kanaal 2 enz. Bij 10 kanalen be-
staat de tekenreeks dus normaal uit 10 cijfers. Worden minder cij-
fers aangegeven, dan blijft de toewijzing van de overige kanalen on-
gewijzigd, is de tekenreeks langer, dan worden de extra tekens gene-
geerd. De volgende tekens zijn mogelijk:
'0' tot '7' Connect alleen door e e n Port mogelijk (Portnummer)
'*' Connect door alle Ports mogelijk
'-' Geen connect van buiten mogelijk.
Voorbeelden:
@PO 0000011111*****-----
De kanalen 1-5 zijn alleen voor Port 0 te connecten, de kanalen 6-10
alleen door Port 1, de kanalen 11-15 zijn door alle Ports bereikbaar
en de kanalen 16-20 zijn in het geheel niet te connecten en worden
voor connects naar buiten vrijgehouden.
@PO **********
Alle kanalen kunnen door alle Ports geconnect worden. Dat is de stan-
daardinstelling en is vergelijkbaar met vroegere TFPCX versies.
Binnenkomende connects worden aan het onderste vrije kanaal toegewe-
zen, waarop de bijbehorende MYCALL is ingesteld, waarvan de connect
komt en/of waaraan de Port is toegevoegd, waarvan de connect komt
of die door alle Ports te connecten is ('*'). Is er geen passend ka-
naal dan wordt de connect afgewezen (BUSY).
@ST Statistiek
Met '@ST ': worden voor de aangegeven Port enige statistiek-
waarden uitgegeven. De waarden gelden voor alle connects op die Port.
S.v.p. opletten dat de tellers na de waarde 65535 weer op 0 teruggezet
worden.
Voorbeeld:
0 SCC0 TX 87 11 10 RX 547 201 201 ERR 1
^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^
1)2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9)
1) Portnummer
2) COM-poort ('NULL', wanneer interne poort)
3) Totaal gezonden frames
4) Gezonden I-frames
5) Bevestigde I-frames (4)-5) is verloren gegaan)
6) Totaal ontvangen frames
7) Ontvangen I-frames
8) Effectief ontvangen I-frames (7)-8) REJects)
9) Opgetreden fouten ( wordt alleen bij SCC en KISS getoond en alleen
wanneer niet 0)
Met deze waarden zijn eenvoudige statistische verklaringen mogelijk.
Aan de Portaanduiding 2) wordt bij KISS een '+' toegevoegd, wanneer
SMACK geactiveerd is.
Waarde 9) heeft betrekking op een SCC-Port op de over- en underruns
van de SCC-controller, die altijd optreden, wanneer niet snel genoeg
op interrupts gereageerd wordt. Bij KISS leiden verliezen van tekens,
KISS-Frame en CRC-fouten (bij SMACK) tot verhoging van deze waarde.
Wanneer het fouten aantal snel groter wordt, is de computer te lang-
zaam voor de toegepaste baudrate of bij KISS is de verbinding naar
de TNC niet in orde.
Met '@ST :-' worden de waarden gewist.
@T4 T2 bij DAMA
Deze opdracht geeft de T2-startwaarde voor DAMA bedrijf aan en bepaalt
de tijd die gewacht wordt tot een ontvangen frame bevestigd wordt.
@TA TXTAIL
TXTAIL kan in 10ms-eenheden ingesteld worden (0-6000), wordt echter
normaal met inachtneming van baudrate en timer onnauwkeurigheid op-
timaal gezet (@TA=4 bij 300 baud, anders @TA=1). Bij KISS hangt het
juiste TXTAIL van de TNC af, waarom hier een automatische instelling
gebeurt.
@U Unproto-Poll
Hiermee wordt vastgelegd of Unproto-frames worden uitgezonden met ge-
zet Poll-bit (default) of zonder.
8.3. KISS
Bij het KISS-bedrijf zijn er enkele bijzonderheden waarop op deze
plaats verder wordt ingegaan.
Wanneer TFPCX wordt gestart, moet de te gebruiken TNC al zijn inge-
schakeld en in de KISS-mode zijn. TFPCX biedt zelf geen mogelijheid
om KISS te activeren. De bij TFPCR beschikbare opdracht @K bestaat
hier niet. Voor het inschakelen van de KISS-mode kan men het meege-
leverde programma KISSINIT gebruiken.
TFPCX ondersteunt de KISS-uitbreiding SMACK (Versie 1.0), die de
zekerheid van overdragingsfouten verbetert. SMACK wordt automatisch
geactiveerd, wanneer het aangesloten apparaat dit toestaat. Met de
opdracht @ST (zie hoofdstuk 8.2) kan men uitvinden in welke mode
gewerkt wordt (indicatie bij SMACK bijv. 'COM1+'). SMACK is pas dan
actief wanneer tenminste 1 frame gezonden en ontvangen werd.
De zend/ontvang-aanduiding heeft bij KISS niet betrekking op het
eigenlijke overdragingskanaal, maar op de seriele poort naar de TNC
resp. de aangesloten computer.
Voor de koppeling van een PC met een andere computer (bijv. digipea-
ter en mailbox) heeft men alleen een nulmodem-kabel nodig. TFPCX
werkt daarbij altijd duplex (opdracht @D heeft geen betekenis).
De parameters zijn overeenkomstig in te stellen. De volgende uiteen-
zettingen zijn voor het normale TNC bedrijf belangrijk.
In de KISS-mode heeft TFPCX geen directe controle op het overdragings-
kanaal, daar de TNC daartussen geschakeld is. TFPCX heeft geen moge-
lijkheid vast te stellen of de frequentie ogenblikkelijk vrij is en
wanneer te zendende frames ook werkelijk door de TNC zijn overgedra-
gen, wat tot onnodige uitzendingen kan leiden. Daarbij zijn in het
bijzonder twee gevallen interessant.:
- TFPCX heeft een frame aan de TNC voor uitzending overgedragen en
wacht op bevestiging van het andere station. Wanneer op dit moment
het kanaal langere tijd door een ander station (bijv. Digi) wordt
bezet, kan het TNC het frame niet zenden en TFPCX neemt na een be-
paalde tijd aan dat het frame verloren gegaan is en herhaalt dit,
ondanks dat er helemaal niets gezonden was. Het gevolg is de onno-
dige dubbele uitzending van frames.
- De tijd tussen uitzending van een frame en ontvangst van de beves-
tiging wordt door TFPCX gemeten en daaruit vastgesteld, hoe lang
gemiddeld op antwoord gewacht moet worden. Daarmee past zich deze
tijd aan de bezetting van het kanaal aan en zulke verdubbelingen
zullen slechts zelden optreden. Door het veranderen van de parame-
ter @A3 kan men de vertraging naar wens beinvloeden.
- Wanneer achter elkaar meerdere frames worden ontvangen, kunnen deze
normaal door een enkel frame bevestigd worden. Daarbij rijst de
vraag wanneer TFPCX ervan uit kan gaan dat verder geen frame meer
volgt en dus de bevestiging gegenereerd kan worden. Bij seriele
modems of een SCC-kaart wordt eenvoudig zo lang gewacht, tot het
tegenstation de uitzending heeft beeindigd en het kanaal vrij is.
- Bij KISS is deze procedure niet mogelijk. Hier is de juiste instel-
ling van de parameter @T2 in het bijzonder belangrijk. Hij bepaalt
de tijd die na ontvangst van een frame gewacht wordt, voor een be-
vestigingsframe opgewekt wordt. Wanneer voor afloop van die vertra-
ging een volgend frame binnenkomt, begint de tijdmeting van voren
af aan. De timer moet pas dan aflopen wanneer geen frame meer volgt,
waardoor alle ontvangen frames tegelijk bevestigd kunnen worden.
Is @T2 te kort ingesteld, dan worden onnodig meerdere bevestigingen
gezonden.
Welke waarde moet @T2 nu hebben?.
De ingestelde vertraging moet iets groter zijn dan de maximale zend-
duur van een frame van het tegenstation. Afhankelijk van de modem-
baudrate kan men de volgende richtwaarden aangeven:
Baud @T2
1200 250
2400 150 (Default)
4800 100
9600 50
Deze opgaven gelden voor frames met 256 gegevensbytes en zijn erg
royaal gekozen. Wie met de waarden experimenteren wil, moet daarbij
in de Monitor bekijken of bij de ontvangst van elkaaropvolgende
frames ieder frame met een RR-frame bevestigd wordt. Wanneer dit
maar zelden gebeurt is dit ook acceptabel.
Belangrijk!
De default-waarde @T2=150 is voor 1200 baud te kort. Hier moet be-
slist een grotere vertaging ingesteld worden.
Bij DAMA wordt in plaats van @T2 de parameter @T4 toegepast.
De standaard instelling @T4=1 is voor KISS niet aan te bevelen. Voor
DAMA gelden eveneens de genoemde richtwaarden.
8.4. DAMA
Zodra een verbinding met een DAMA-master bestaat (Digipeater), zendt
TFPCX alleen dan, wanneer het een frame van de master ontvangt, daar-
na alle in de rij staande frames op alle kanalen. De DAMA-slave wordt
telkens alleen voor de Port geactiveerd, waarop de verbinding met de
master bestaat. De connects die over andere Ports lopen werken ge-
heel normaal zonder DAMA.
Het is niet nodig voor DAMA speciale parameters in te stellen. Daarmee
is alternatief werken zonder problemen mogelijk. Met de 'B'-opdracht
kan men uitvinden of DAMA ingeschakeld is (waarde tussen haakjes
groter dan 0). De door DAMA ontvangen frames (niet de zelf gezonden)
krijgen in Monitor de toevoeging '[DAMA]'.
Bij deze versie heeft een verandering in de DAMA-slave plaats gevon-
den, waardoor de bekende mopper-meldingen van TheNetMode-Digis bij
multi-connect nu nauwelijks meer zullen optreden, wat ik echter zelf
niet heb kunnen testen.
A N N E X
1. Overzicht van opdrachen
Opdracht Parameter Omschrijving
-------- --------- ------------
* B (120) 0 DAMA-inschakeling geblokkeerd
1-600 DAMA-Timeout-tijd (Seconden)
* C Call ... Connect-Weg (Kanal 0: unproto)
D Disconnect
E (1) 0 Geen echo voor ingegeven karakters
1 Echo voor ingegeven karakters
F (250) 1-15 Startwaarde voor T1 (Seconden)
16-65535 Startwaarde voor SRTT (10ms)
G [0] Informatie in de Hostmode halen
[1] Status in de Hostmode halen
I Call Eigen roepnaam
JHOST (0) 0 Terminalmode ingeschakeld
1 Hostmode ingeschakeld
L [0-10] Statusindicatie voor de kanalen
M (N) NIUSC+- Monitor-bedrijfsoort
N (20) 0-127 Aantal pogingen (0 = oneindig)
* O (2) 1-7 Aantal onbevestigde packets
* P (32) 0-7 Parameteropvraag voor opgegeven Port
8-255 P-Persistence waarde voor niet-DAMA
QRES Terugzetten in de terminal-mode
R (1) 0 Digipeater uitgeschakeld
1 Digipeater ingeschakeld
S (0) 0-10 Kanaal-Nummer (0 = unproto)
* T (25) 0-127 Wachttijd van PTT-in tot gegevens (10ms)
U (2) 0 [Text] Connect-tekst onderdrukken
1 [Text] Connect-tekst actief
2 [Text] Connect-tekst en Remote-//Quit actief
V (2) 1 Protokoll Versie 1
2 Protokoll Versie 2
* W (10) 0-127 Tijdruimte voor P-Persistence (10ms)
* X (1) 0 PTT voor zender onderdrukt
1 PTT voor zender vrijgegeven
Y (10) 0-10 Maximale aantal van verbindingen
@A1 (7) 0-65535 SRTT-vereffening, wanneer RTT toeneemt
(SRTT'=(A1*SRTT+RTT)/(A1+1))
@A2 (15) 0-65535 SRTT-vereffening, wanneer RTT afneemt
(SRTT'=(A2*SRTT+RTT)/(A2+1))
@A3 (3) 2-16 Factor voor T1 (T1=A3*SRTT)
@B Toont het aantal vrije buffers
* @C (0) 0 Software-DCD uit
1-63 Drempelwaarde voor Software-DCD
* @D (0) 0 Full duplex uitgeschakeld
1 Full duplex ingeschakeld
@I (80) 0 IPOLL uit
1-256 Maximale lengte van een IPOLL-frame
@L Port:Call ... Linklijst ingeven (max. 8 inputs)
'-' Linklijst wissen
@M (0) 0 Omzetting van ontvangen stuurtekens
1 Transparent-Mode bij ontvangst
@PO ('*') cccccccccc Porttoewijzing (per kanaal e e n teken)
c = '0'-'7' Connect alleen van Port c mogelijk
'*' Connect van alle Ports mogelijk
'-' Geen connect van buiten mogelijk
@S Momentele link-status
* @ST Status indicatie per Port
'-' Statusteller terugzetten
* @T2 (150) 0-65535 Timer T2 (10ms)
@T3 (30000) 0-65535 Timer T3 (10ms)
* @T4 (1) 0-65535 Timer T2 bij DAMA (10ms)
* @TA (1/4) 0-6000 Tijd van einde-frame tot PTT-uit (10ms)
@U (1) 0 Unproto-Frames zonder Poll
1 Unproto-Frames met Poll
@V (0) 0 Roepnaam-controle uitgeschakeld
1 Roepnaam-controle ingeschakeld
* Parameter : mogelijk
[] optionele Parameter
() Standaardinstellingen
... meerdere Parameters mogelijk
2. Opheffen van fouten (modembedrijf)
Bij problemen moet men eerst eens overdenken, waaraan het kan liggen.
Naast TFPCX kommen daarvoor ook het terminal-programma, het modem, de
SCC-kaart of de HF techniek in aanmerking.
Dit hoofdstuk heeft betrekking op de toepassing van het modem.
TFPCX stelt aan de gebruikte computer hogere eisen als een normale
TNC. Worden die niet vervuld, dan zijn er problemen. Tot verder be-
grip wil ik uitleggen hoe TFPCX bij zenden en ontvangen werkt.
Bij packet radio worden de gegevens serieel en synchroon overgedragen.
De seriele poort kan normaal alleen asynchrone gegevens met start- en
stop bits verwerken, bij packet radio zijn die er niet.
Daardoor is de poort dan ook niet in de gebruikelijke zin toepasbaar.
TFPCX moet zich daarom om ieder apart bit bekommeren, de seriele poort
wordt alleen maar als een eenvoudig slot gebruikt, om telkens e e n
bit te bufferen.
Opdat TFPCX de gegevens in het tijdraster van bijv 1200 Bit/s verwer-
ken kan, heeft hij een nauwkeurige tijdstandaard nodig. Bij het zenden
zijn daarvoor 1200 pulsen/sec nodig, voor ontvangst zijn bij het ge-
bruikte systeem 3600 pulsen/sec nodig, zodat een voortdurende synchro-
nisatie met het ontvangen signaal mogelijk is. TFPCX gebruikt daar-
voor een geprogrammeerde PLL. De modem RX-leiding wordt in iedere bit-
tijd 3 maal afgetast of een flank in het ontvangen signaal is opge-
treden. In het ideale geval mag een flank alleen bij 3 keer aftasten
optreden, echter door variaties in het signaal 'verschuift' dit ras-
ter van tijd tot tijd. De richting waarin het signaal uit het raster
loopt kan door de driemalige test worden herkend en gecompenseerd wor-
den.
Ik heb als tijdbron het in iedere PC aanwezige timer-IC gebruikt, die
ook voor de kloktijd verantwoordelijk is. De timer levert 3600 maal/
sec. een interrupt, wat tot oproep van een bepaalde routine leidt, die
voor ontvangst en zenden bevoegd is. Het is duidelijk dat die routi-
ne alleen dan goed kan werken, wanneer deze ook in het raster voort-
durend zonder grote vertragingen wordt opgeroepen.
Wanneer men TFPCX met een aangesloten TNC vergelijkt, ontstaat er bij
de gelijke baudrate een ongeveer 30-voudige belasting en maakt bij
1200 baud modembedrijf een baudrate van 36000 tussen TNC en computer,
waarmee veel PC's al problemen hebben. Er is daarom een groot ver-
schil of men een TNC of TFPCX gebruikt.
2.1. Zend- en Ontvangstproblemen
De toegepaste computer moet allereerst in staat zijn, het aangespro-
ken aantal interrupts te motoriseren. Bij overbelasting neemt de snel-
heid van het systeem sterk af of stort in elkaar. Uit ervaringen kan
men ongeveer de volgende tabel maken (zonder garantie):
PC XT XT 286 386
MHz 5 8 12 20
Baud
300 * * * *
1200 ? ? * *
2400 - ? * *
4800 - - ? *
* toepassing mogelijk
? toepassing eventueel mogelijk (met beperkingen)
- toepassing onmogelijk
Er zijn echter ook altijd weer problemen met computers die eigenlijk
snel genoeg zijn. Het gaat daarbij om onzekere ontvangst, die vaak
REJects tengvolge heeft, wat dan weer leidt tot herhaling van frames.
De oorzaak daarvoor zijn meestal residente programmas, drijvers en
hardware-uitbreidingen, die langere tijd verhinderen, dat interrupts
kunnen optreden. Wanneer dat, wanneer een frame ontvangen wordt, maar
een keer voor ca. 200 usec gebeurt, zal dat packet verloren gaan.
Indien men zulke problemen heeft, moet men TFPCX met de optie '-D'
starten. Treden gedurende het bedrijf onderbrekingen van de hoorbare
toon op, dan duidt dit op het genoemde aspect.
Vaak voorkomende probleemoorzaken:
- Het gebruik van Extended (XMS) of Expanded Memory (EMS) als buffer-
geheugen voor terminal-programmas (bijv. SP, GP) en disk-caches.
(speciaal op 286's)
Ter verbetering moet men voorkomen, dat van die geheugens gebruik
gemaakt wordt, zolang met TFPCX gewerkt wordt. Bij SP mag men daar-
toe niet de SPO.EXE en de XMS-Swapping ('SWP=1' in CONFIG.SYS) ge-
bruiken. GP moet met de optie '/NOXMS' gestart worden. De disk-cache
kan men eventueel toch toepassen, wanneer de optie '-ND' aangegeven
wordt (zie hoofdstuk 6.2.3.).
- Drijvers die het hoogladen van residente programmas mogelijk maken
(bijv. EMM386)
Is het niet voldoende wanneer men de maatregelen uit de vorige
alinea in aanmerking neemt, dan moet men eventueel geheel van de
EMM386 drijver afzien, zolang men met TFPCX werkt.
- Langzame toetsenbord-drijver (KEYB)
Wanneer steeds frames verloren gaan wanneer men op een toets drukt,
moet men eens een andere toetsenbord-drijver uitproberen. (bijv.
CKEYGR.COM van de SP-schijf)
- VGA-Kaarten- en HD-controller
Veel VGA-kaarten blokkeren, speciaal in de grafische mode (GP),
voor langere tijd de interrupts. Er is mij meegedeeld dat er HD-
controllers zijn die problemen veroorzaken. Wanneer men de con-
troller verwijderde, liep alles prima. Het is moeilijk hier een
practisch recept aan te geven. Men moet het misschien eens met een
terminal-programma proberen, dat deze grafische mode gebruikt, resp.
bij problemen met schijfactiviteiten, de optie '-ND' gebruiken, waar-
aan men weliswaar moet wennen. (zie hoofdstuk 6.2.3.).
Meestal zijn toch bepaalde compromissen nodig om met TFPCX te kunnen
werken, wie die niet accepteren kan, moet van TFPCX afzien. Wie
zich erover verwonderd waarom TFPCX plotseling niet meer werkt, moet
een nagaan of er misschien een drijver geladen is of iets anders is
veranderd. Wat ik in ieder geval niet wil is, dat iemand met TFPCX
onnodig digi-opstappen belast, terwijl hij ieder frame pas bij de
derde maal hoort.
2.2. Problemen met andere programmas
Wanneer TFPCX actief is, mogen geen programmas opgeroepen worden,
die zich aan de door TFPCX gebruikte timers vergrijpen. Wordt dat
toch gedaan, dan kan het systeem afbreken, erg langzamer worden,
of de systeem-klok loopt verkeerd. Bij deze programma behoren bijv.:
- MS-Word 5.0 en 5.5
- EDIT van MS-DOS 5.0
- veel Muisdrijvers
Bij de volgende programmas traden eveneens problemen op, waarvan de
juiste oorzaak onbekend is:
- Toetsenbord-drijver van DR-DOS 6.0 (toetsenbord blokkeert), andere
drijvers (bijv. CKEYGR.COM ) gebruiken.
- Microsoft muisdrijver (MOUSE.COM), oplossing door andere muisdrij-
ver.
- IBM VCPI.SYS-drijver (gebruikt bij notebooks), verwijderen van de
drijver heft eventueel het probleem op.
2.3. Hardwareproblemen
Er zijn enige PC's (speciaal laptops), die geen vol-compatiebele se-
riele poort hebben. Hoewel de gestelde eisen hier biet zo hoog zijn
als bij Baycom, kan het bij grotere afwijkingen ook met TFPCX op zul-
ke computers tot problemen komen. Meestal werkt wel de ontvangst,
maar het zenden klopt niet. Tot nu toe heb ik dit over de volgende
computers gehoord:
- Toshiba 1000XE
- NEC Multispeed
- Olivetti M24
Bij TFPCX is er de mogelijkheid het modem via de LPT-poort aan te
sluiten, wat als uitweg denkbaar is.
Laptops en notebooks ondersteunen meestal verschillende stroomsbespa-
ringmodi, die aan TFPCX na een bepaalde tijd zonder toetsendruk de
benodigde rekencapaciteit onttrekken. Bij die computers (bijv. Oli-
vetti Quaderno) is het dikwijls nodig het powermanagement ( speciaal
de verlaging van de processorsnelheid) de deactiveren.
3. Aansluiten van hardware
3.1. Seriele Modems
Baycom-compatiebele modems kunnen zonder wijziging toegepast worden.
In zeldzame gevallen geeft het problemen door de stabielere stroom-
verzorging bij TFPCX in vergelijking met Baycom. Hier ligt de TXD-
leiding statisch op ca. +12V, terwijl Baycom een pulserend signaal
op die leiding levert. Daardoor ligt de voedingsspanning van het mo-
dem iets hoger en de spanningsdeler aan Pin 7 van de TCM3105 levert
een afwijkende spanning van de ideale waarde. In dat geval is een
nieuwe afregeling van de spanningsdeler nodig. (zie Modem handlei-
ding).
Verder bestaat nog de mogelijkheid een modem (bijv. van Digicom)
via een LPT-poort aan te sluiten. Daarbij worden 6 gegevens-leidin-
gen op ca. 5V gelegd, wat eventueel voor de voeding van het modem
gebruikt kan worden (op eigen risico!).
Hier volgen de aansluitingen van de modem-poorten:
COM-poort
Signaal 25pol. 9pol. Betekenis
DTR 20 4 Zendgegevens +/- 12V
RTS 4 7 PTT, Hoog actief, -12V=RX, +12V=TX
CTS 5 8 Ontvangstgegevens
GND 7 5 Massa
TXD 2 3 +12V voor Baycom-modem
LPT-Poort
Signaal 25pol. Betekenis
DATA1-6 2-7 Statisch ca. 5V voor modem
DATA7 8 Zendgegevens, TTL-niveau
DATA8 9 PTT, Hoog actief, 0V=RX, 5V=TX
BUSY 11 Ontvangstgegevens
GND 18-25 Massa
Ook modems met de AM9711 kunnen gebruikt worden. Daarvoor moet even-
tueel de TXTAIL-parameter (opdracht @TA) iets vergroot worden. Ik wil
hier op wijzen dan men voor andere baudrates ook andere modems nodig
heeft. Mogelijk zijn ook slechts kleine veranderingen voldoende
(quarts uitwisselen).
3.2. BayCom-USCC-Kaart
De aansluitingen van de USCC-kaart moeten uit de bijbehorende documen-
tatie gehaald worden. Hieronder wordt alleen de nummering en de stan-
daardinstellingen voor de modem-ritme verzorging en de baudrate ver-
meld
Port SCC Modem-ritme Baud Modem
SCC0 1A Softclock 1200 AFSK (TCM3105)
SCC1 1B Softclock 1200 AFSK (AM7911)
SCC2 2A Disable 9600 Extern
SCC3 2B DF9IC-Modem 9600 FSK (DF9IC)
De tweede SCC-controller (Z8530) hoeft niet direct beschikbaar te
zijn, wanneer de betreffende kanalen niet benut worden, de eerste
controller is echter altijd nodig. Daarmee kan nu ook de 9k6-USCC-
kaart gebruikt worden (optie -PUSCC:::31).
De volgende tabel geeft nogmaals de juiste ritmebronnen voor ontvangst
(RxC) en zenden (TxC) en de coderingsmode aan. De eerste kolom is het
bij de optie -PUSCC aan te geven cijfer, de laatsten geven de equiva-
lente waarden voor de parameters CARRIER en HENNING bij BayCom aan.
Soft-DCD en Duplex-toepassing wordt met de opdrachten @C en @D inge-
schakeld.
-P RxC TxC Mode CARRIER HENNING
1 Softclock DPLL BRG NRZI 0/1 0
2 Hardclock DPLL RTxC NRZI 2-4 0
3 DF9IC-Modem TRxC RTxC NRZ 1-4 1
BRG Baudrategenerator \ in de SCC-Controller
DPLL Digitale PLL / inhoudende
RTxC \ aansluitingen van de
TRxC / SCC-Controller
Bij enige USCC-kaarten geeft het vermoedelijk timing problemen bij
het toegrijpen op de gegevenspoort van de SCC-controller. Bij TFPCX
v2.00 worden daardoor losse zinloze gegevens verzonden. Na het te-
rugzetten van het busritme resp. uitwisselen van de SCC-controller
door originele ZILOG-typen lieten zich die effecten gedeeltelijk
uit de weg ruimen. TFPCX geeft nu de zendgegevens niet meer over de
gegevensport uit, zoals dat bij Baycom eveneens gedaan wordt. Ik
hoop dat daarmee deze problemen niet meer optreden.
4. Informatie voor de software ontwikkelaar
4.1. Programma-Interface
De communicatie met TFPCX vindt plaats over een software-interrupt.
Er bestaan verschillende sub-functies, die via de waarde in het
AH register bij oproep geselecteerd worden. Eventuele parameters
worden in AL ter beschikking gesteld. AX bevat bij terugkeer het
resultaat of 0xFFFF, wanneer een niet bestaande functie gekozen
werd. Alle voor ingave gereed staande karakters moeten ingelezen
worden voor de volgende afgifte gemaakt wordt. TFPCX ondersteunt 2
verschillende interfaces, die zich maar weinig onderscheiden.
4.1.1. TFPC-Interface
Sub-functies
AH = 1 Afvraag of een teken voor ingave gereed staat
Retourneert: AX = 0 geen teken gereed
AX = 1 teken voor ingave gereed
AH = 2 Tekeningave (alleen oproepen wanneer functie 1 meegedeeld
heeft, dat een teken ter beschikking staat.
Retourneert: AL Tekencode
AH = 3 Afgifte van een teken
Parameter: AL uit te geven teken
Drie bytes na het inkomen in de TFPCX-interrupt-routine staat de ken-
teken-string 'N5NX', aan de hand waarvan de gebruikte interrupt kan
worden vastgesteld.
4.1.2. DRSI-Interface
De implementering in TFPCX vond plaats aan de hand van SP, daar mij
noch een beschrijving noch een TNCTSR-drijver ter beschikking stond.
Ik kon mij daarom alleen aan de functie-geschiktheid in samenhang
met SP orienteren. Afwijkingen van het origineel zijn mogelijk.
Subfuncties:
AH = 0 Ingave van een teken
Retournering: AH = 0 geen teken voor ingave gereed
AH = 1 teken voor ingave gereed
AL tekencode (alleen wanneer AH = 1)
AH = 1 Afgifte van een teken
Parameter: AL uit te geven teken
Retournering: AH = 0 geen teken voor ingave gereed (alleen
voor compatibiliteit met TNCTSR-drijver)
De interrupt-routine begint met de volgende bytes:
0x53 0x1E 0xBB 0x?? 0x?? 0x8E 0xDB 0x84 0xE4 0x74 0x20
De gebruikte interrupt kan gevonden worden, doordat het begin van alle
routinen van de interrupt-vectoren 0x40 tot 0xFF met deze byte-reeks
wordt vergeleken, daarbij kunnen de posities 0x?? willekeurige waar-
den aannemen. Deze handelwijze werkt ook met de DRSI-drijver en wordt
eveneens door SP gebruikt.
4.1.3. Speciale functies
De volgende sub-functies zijn uitbreidingen die alleen bij TFPCX be-
staan. Zij zijn bij beide interface varianten beschikbaar.
AH = 0xFB Afvraag van Port en Kanaalaantal (vanaf v2.00)
Retournering: AL Aantal gebruikte Ports (0 tot 8)
AH Aantal beschikbare kanalen (4 tot 40)
Het kanaalaantal wordt met de optie '-CH' ingesteld.
AH = 0xFC Afvraag van de zend/ontvangststatus (vanaf v2.00)
Retournering: AL Ontvangststatus (Bit-Nr. = Port)
AH Zendstatus
Met deze functie kan een zend/ontvangst aanduiding door het
terminal programma gerealiseerd worden, daar de optie -C
alleen in de tekstmode functionneert en voor de beeldscherm-
opbouw ook niet optimaal is. Aan iedere Port is telkens een
bit AL en AH toegevoegd. Bit 0 (LSB) hoort bij Port 0, Bit 1
bij Port 1 enz. Wanneer eventueel het bit gezet is, wordt
op die Port juist ontvangen resp. gezonden. Bij duplex-
toepassing kunnen ook beide bits tegelijkertijd gezet zijn.
De functie 0xFB geeft in AL het aantal Ports terug, die
getoond moeten worden.
AH = 0xFD Afvraag van de TFPCX-Busy-Status (vanaf v1.11b)
Retournering: AX = 0 Busy (vrije buffer < 176)
AX = 1 niet Busy
Hiermee is een zendehandshake in terminal-mode mogelijk.
AH = 0xFE Afvraag van de TFPCX-Version (vanaf v1.01)
Retournering: AH = 2 Hoofdversienummer
AL = 10 Subversienummer (geen BCD)
Deze functie maakt het onderscheid tussen TFPCX en TFPCR
mogelijk (levert AX = 0xFFFF) en DRSI-TNCTSR (leverde bij
een test AX = 0). Men moet uitproberen of 1<=AH<=20 geldt
en alleen in dat geval op TFPCX besluiten. Bovendien kan
met deze functie worden vastgesteld of noch een oude ver-
sie gebruikt wordt, die bepaalde functies niet ondersteunt.
4.2. Formaat van de meldingen
Hierna worden de meldingen van TFPCX opgenoemd die een Portnummer
bevatten en daarmee van de TNC-Firmware afwijken. is een cij-
fer tussen 0 en 7. De aanduiding van : vindt alleen plaats
wanneer TFPCX met de opties '-DR', '-DX', of '-DM' werd gestart. De
monitor-meldingen bij '-DR' werden bij deze versie veranderd, om
bedoelde verschillen met de DRSDI-TNCTSR-drijver uit de weg te rui-
men.
- Link-Status
BUSY fm : via
CONNECTED to : via
LINK RESET fm : via
LINK RESET to : via
DISCONNECTED fm : via
LINK FAILURE with : via
FRAME REJECT fm : via (x y z)
FRAME REJECT to : via (x y z)
- Monitor (Opties '-DX' und '-DM')
:CONNECT REQUEST fm via :fm to via ctl pid
- Monitor (Optie '-DR' en TNCTSR)
CONNECT REQUEST fm : via : fm to via ctl pid
^
Spatie
- Retournering van de opdracht 'C' zonder Parameter
: via
4.3. Uitgebreide Hostmode
De extended hostmode (DG3DBI) is een compatiebele uitbreiding van de
'G'-opdracht, die het mogelijk maakt met een algemene Poll-opdracht
inlichtingen over alle kanalen van de Firmware te verkrijgen, waarop
gegevens voor handen zijn. De toepassing van de extended hostmode re-
sulteert, speciaal bij gebruik van vele kanalen met zeer verschillende
gegevensinhoud, in een verbetering van de gegevensdoorstroming tussen
TFPCX en het terminal-programma.
De globale afvraag vindt plaats door een 'G'-opdracht aan het virtuele
kanaal 255 (Bytevolgorde: 0xFF 0x01 0x00 'G'), waarbij eventuele para-
meters genegeerd worden. TFPCX antwoordt daarop met een op 0- gezette
lijst van alle kanalen die gegevens gebufferd hebben (Bytevolgorde:
0xFF 0x01 kanaal+1 ... 0x00). kanaal+1... is de opsomming van de tel-
kens met 1 verhoogde kanaalnummers.
Voorbeeld:
De kanalen 0 (monitorkanaal), 1 en 5 hebben gegevens voorhanden. TFPCX
antwoord met:
0xFF 0x01 0x01 0x02 0x06 0x00
Het terminal-programma moet daarom de aangegeven kanalen zolang af-
vragen tot geen gegevens meer voorhanden zijn. Wanneer alle kanalen
vrij zijn, wordt alleen 0xFF 0x01 0x00 geleverd. Bij de eerste glo-
bale poll moet getest worden of eventueel de foutmelding "INVALID
CHANNEL NUMBER" komt, wat altijd gebeurd, wanneer de extended host-
mode van de Firmware nog niet ondersteund wordt.
4.4. Vorige versies
Sinds de v1.00 werden de volgende wijzigingen ingevoerd.
v1.01
- Verwijzing naar ongelezen informatie door knipperende rechthoek
wanneer geen hostmode (afschakelbaar door -NB)
- Basis-adres van de modem-port laat zich expliciet instellen.
- TxD-leiding aan het modem-port voor voeding statisch op +12V
geschakeld, voedingspanning van het modem bij het ontladen uit-
schakelen
- Standaard-TFPCX-Interrupt nu 0xFD (voordien 0xFE)
- Versieafvraag over TFPCX-interrupt (AH = 0xFE)
v1.10
- Overgang naar The Firmware v2.3b DAMA (voordien TF v2.1c)
- Soft-DCD (Afregeling met opdracht @C)
- Zend/ontvangst indicatie in hostmode (afschakelbaar door -NC)
- Vertraging van schijfactiviteiten bij zenden/ontvangst als noodop-
lossing bij problemen mogelijk (-ND)
- Automatisch verhogen van SSID bij connect, wanneer hetzelfde sta-
tion al geconnect is.
- Interne connects mogelijk
- Instellen van Frack in 1sec of 10msec eenheden (opdracht F)
- Unattended mode kan ook zonder CTEXT ingeschakeld worden, fouten-
melding 'NO MESSAGE AVAILABLE' verwijderd (opdracht U)
- 600 buffers (voordien 400)
- Bug opgeheven, die op 486's het ontladen onmogelijk maakte.
v1.11
- Opdracht Z weer beschikbaar (XON/XOFF voor TERM)
- LPT-pennen DATA1-6 op 5V gelegd voor modem-voeding
v1.11b (onofficieel)
- Functie voor zend-handshake in de terminalmode over TFPCX-interrupt
voor TERM (AH = 0xFD)
v2.00
- Ondersteuning voor Baycom-USCC-kaart en maximaal 2 modems (maximaal
6 Ports, intern 8 Ports)
- Optie -NC verwijdert, DCD-indicatie wordt nu over -C[xx]
ingeschakeld (optimaal schermattribuut xx)
- Nu 20 kanalen (voordien 10)
- Emulatie van de DRSI-TNCTSR-drijvers mogelijk, extra sotfware inter-
face (-DR)
- Opgave van de Portnummers in de meldingen
- Parameters B, O, P, T, W, X, @C, @D, @T2, @T4 en @TA worden voor
iedere Port extra bestuurd. (opgave :)
- Opdracht QRES zet terug in de terminal-mode
- Linklijst voor crossband-digipeating (opdracht @L)
- Statistiek-frameteller (opdracht @ST)
- Instelbare TXTAIL parameters (opdracht @TA)
- Opdracht P met parameter 0-7 voor DRSI-compatibiele parameteropvraag
(geen parameterinstelling)
- Opdracht Z weer verwijdert
- 'Dynamisch' MAXFRAME verwijderd (opdracht O)
- Foutenmelding bij modembedrijf onder Microsoft-Windows (386 enhan-
ced mode)
- Functies voor opvraag van Port-/kanaalaantal (AH = 0xFB) en van de
zend/ontvangststatus (AH = oxFC) over software interrupt.
- Bugs opgeheven, die leidden tot overloop van de buffers bij achter-
grond toepassing en af en toe overbodige uitzendingen.
v2.01
- USCC-zendproblemen opgeheven, door afgifte van de zendgegevens over
controlport (timing problemen bij gegevensport enige USCC-kaarten)
- Optie -BU[nnnn] voor instelling van het aantal buffers (minimum 400,
default 600), ontbreekt het aantal dan wordt de maximum waarde ge-
bruikt.
- Aantal van connect-kanalen via optie -CHnn instelbaar (4-40 kanalen,
default 10)
- Opdracht E (Echo) weer beschikbaar (default 1, Echo in)
- Opdracht @M voor #BIN#-ontvangst, @M=0 omzetting van ontvangen stuur-
tekens (standaard), @M=1 Transparent-mode (voor TERM)
- Init-bestand (optie -F) kan spaties en commentaar bevatten (door '#'
of ';' voorafgegaan), ESC automatisch opgewekt ('^' wordt genegeerd)
Omzetten van TAB's in spaties
- Remote-opdracht '//Q' (wanneer U=1 en JHOST=o)
- Frames worden alleen gemonitored, wanneer meer als 256 buffers vrij
zijn (voordien 64 buffers)
- Foutenmelding bij modem-bedrijf onder OS/2 2.0
- DRSI-functie 1 (tekenafgifte) retourneert AH=0 (compatibiliteit
met TNCTSR-drijver, die AH meldt of tekens voor ingave gereed staan)
v2.10
- KISS-mode (incl. SMACK) ondersteund (optie -PKISS, max. 4 Ports)
- Ondersteuning van PA0HZP-OptoPcScc-kaart (optie -POSCC), klok-
type 4 (PA0HZP-Port met externe deler) en 5 (PA0HZP-timer voor 75
Hz tijdstandaard)
- Baycom-9k6-UScc-kaart ondersteund (2de SCC-controler niet aanstu-
ren wanneer niet in gebruik)
- IRQ's voor SCC en KISS: 2-5/7, bij AT bovendien: 9-12/14-15 (2=9)
- Meldingen (MONITOR en CONNECT REQUEST) bij DRSI-interface (optie
-DR) gewijzigd (incompatibiliteiten met de TNCTSR-drijver uit de
weg geruimd, optie -DX voor tot nu toe gemodificeerde meldingen
- Opdracht @PO voor Porttoevoeging naar keuze (kanaal alleen door
de toegevoegde Port te connecten, default-port bij uitgaande con-
nects
- Interne connects (loopback) afschakelbaar (optie -NL)
- TXTAIL (@TA) bij modem en SCC, rekening houdende met baudrate en
timer-onnauwkeurigheid, optimaal ingesteld (@TA=4 bij 300 baud),
QTA=1 vroeger), max. waarde voor @TA is 6000 (bij KISS 255)
- 0 Ports, wanneer -P niet is aangegeven (geen default port)
- Optie -D heeft betrekking op de ervoor staande optie -P
- Bij DAMA voor het pollen ook op afloop van T1 wachten (als TF 2.6)
- Extended hostmode (DG3DBI) ondersteund
- Remote-opdracht '//Q' alleen bij U=2 (default)
- @ST- wist ook de ERR-teller
- NET/ROM-monitor verwijderd
- Default-parameters F, N, P, R, T, U, @A3, @I, @T2, @T3, @T4 en @TA
gewijzigd
5. Copyrights en toepassingsvoorwaarden
TFPCX mag voor toepassing door zendamateurs als copie aan derden wor-
den gegeven, zolang hiervoor geen kosten worden geheven. Speciaal is
het bijvoegen van TFPCX bij andere hard- en software alleen dan toege-
staan, wanneer voor dat eventuele product geen kosten berekend worden
of mijn accoord is verkregen. Het is niet toegestaan het programma
commercieel te gebruiken of te distribueren. Het doorgeven van het
programma moet steeds geheel compleet met alle bestanden gebeuren.
Een garantie voor behoorlijk functionneren wordt niet gegeven.
De auteur kan voor eventuele schaden, die door de toepassing van
TFPCX ontstaan, niet aansprakelijk worden gesteld. (Uitsluiting
aansprakelijkheid)
De auteur van het programma TFPCX is Ren‚ Stange (DG0FT). TFPCX be-
vat delen van de The Firmware 2.3b van NORD>