ÛÛÛÛÛÛÛÛ ÛÛÛÛÛÛÛ ÛÛÛÛÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛ ÛÛ ÛÛ±ÛÛ±ÛÛ± ÛÛ±±ÛÛ± ÛÛ±±ÛÛ ÛÛ±±ÛÛ ÛÛ± ÛÛ± Û±±ÛÛ± Û± ÛÛ± Û± ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ±± Û± ÛÛ ÛÛ±± ± ÛÛ± ± ÛÛ±Û ± ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ± ± ÛÛÛÛ±± ÛÛ± ÛÛÛÛ± ÛÛÛÛÛ±± ÛÛ± ÛÛ±± ÛÛ± ÛÛ±Û± ÛÛ±±±± ÛÛ± ÛÛÛÛ ÛÛ± ÛÛ± ± ÛÛ± ÛÛ± Û ÛÛ±±ÛÛ ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ± ÛÛ ÛÛ± ÛÛ±± ÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛÛÛ ÛÛÛÛ±± ÛÛ± ÛÛ± ±±±± ±±±± ±±±± ±±±± ±± ±± The Firmware PC Extended Version 2.10 (20. November 1993) Residente AX.25-Controller voor PC en BayCom-Modem, -USCC-Kaart, PA0HZP-OptoPcScc-Kaart, KISS met WA8DED-Hostmode-Interface van Ren‚ Stange, DG0FT @DB0KG.DEU.EU Vertaling uit het Duits door H.W.Dankmeijer (PE1ECN) Gratis voor zendamateurs, geen commerciele toepassing Inhoudsopgave 1. Voorwoord 2. Opmerkingen bij de handleiding 3. Vernieuwingen sinds versie 2.00 4. Snelstart 5. Inleiding 6. Opstarten en configureren 6.1. Algemene opties 6.2. Opties voor resident laden 6.2.1. Poort- en Baudrate configuratie 6.2.2. TFPC- en DRSI- interface 6.2.3. Overige opties 6.3. TFPCX uit geheugen verwijderen 6.4. Terminal mode 7. Installatie 7.1. SP (DL1MEN) 7.2. GP (DH1DAE) 7.3. THP (DL1BH0) 7.4. TERM (DL5FBD) 7.5. CT (K1EA) 7.6. DIEBOX (DF3AV) 7.7. WINPR (DG6BI) 7.8. TOP (DF8MT) 7.9. FBB (F6FBB) 7.10. MS-Windows, OS/2 e.a. 8. Werking 8.1. Multipoort uitbreidingen 8.2. Bijzonderheden van opdrachten 8.3. KISS 8.4. DAMA ANNEX 1. Overzicht van opdrachten 2. Opheffen van fouten (modembedrijf) 2.1. Zend- en ontvangst problemen 2.2. Problemen met andere programmas 2.3. Hardware problemen. 3. Aansluiten hardware 3.1. Seriele modems 3.2. Baycom-USCC-kaart 4. Informatie over software ontwikkelaars 4.1. Programma interface 4.1.1. TFPC interface 4.1.2. DRSI interface 4.1.3. Speciale functies 4.2. Formaat van de meldingen 4.3. Uitgebreide Hostmode 4.4. Vorige versies 5. Copyrights en toepassingsvooraarden 6. Hoe het programma te verkrijgen 1. Voorwoord Deze TFPCX versie heeft helaas veel langer op zich laten wachten, als ik oorspronkelijk gepland had. Aangezien de in februari verschenen versie 2.01, door mij nooit in de mailboxen is aangekondigd en ook niet bekend geworden is, richt ik mij in deze handleiding op het TFPCX v2.00 als voorgangersversie. Om het openbaar maken niet nog langer uit te stellen, moest ik enige reeds aangekondigde wijzigingen, zoals het op- nieuw bewerken van de modemaansturing, nogmaals verschuiven. Als vernieuwing is allereerst te vermelden de ondersteuning van de KISS mode voor meerdere poorten tegelijk, de PA0HZP OptoPcScc-kaart en de BayCom 9k6-USCC-kaart. Bovendien zijn er betere configuratie mo- gelijkheden, verbeteringen bij DAMA bedrijf e.a. Voor de activering van de KISS mode in TNC wordt het nieuwe programma KISSINIT meegele- verd (zie KISSINIT.DOC). De vernieuwingen worden in hoofdstuk 3 ver- meld. Hoofdstuk 4 geeft enige aanwijzingen waar op gelet moet worden bij het overgaan vanuit een oudere versie. Ik moet erop wijzen dat ik niet kan garanderen dat de TFPCX op alle PC's probleemloos met seriele modems zal werken, speciaal op langzame computer geeft het gedeeltelijk ontvangstproblemen. XT's van 8MHz en lager zijn niet of alleen met beperkingen te gebruiken. Dikwijls geven ook bepaalde residente programmas problemen (zie annex 2.1.). Aangezien het hier om een niet commercieel product gaat, neem ik dat op de koop toe. Met bepaalde compromissen moeten de meeste ge- bruikers tot een bruikbaar functionneren komen. Mijn dank gaat uit naar Peter (DB2OS), Asko (DG2BRS), Denis (G0KIU), Henk (PA0HZP), Rob (PE1CHL), het BayCom-team, alle gebruikers die mij met aanwijzingen en voorstellen geholpen hebben. 73s van Ren‚, DG0FT Strausberg, 20. November 1993 2. Opmerkingen bij de handleiding Ik ga er in deze handleiding vanuit dat een modem, een SCC-kaart of een KISS-TNC en een geschikt terminal programma ter beschikking staan en kennis van de TNC-software The Firmware (NORD>LINK) of de WA8DED firmware aanwezig is. Bij deze beschrijving behoort ook een documenta- tie van de The Firmware 2.4c, die men, wanneer nodig, moet naslaan. Hierin worden de verschillen t.o.v. TNC-Firmware behandeld. Wie het zonder een uitgebreide studie van deze handleiding met de TFPCX voor elkaar krijgt, heeft tijd gespaard, maar misschien ook enige foefjes over het hoofd gezien. Wanneer men nog vragen of pro- blemen heeft, dan verzoek ik dat men eerst hiervoor een oplossing probeert te vinden. De ervaring toont dat steeds dezelfde vragen gesteld worden en ik heb hiermee rekening gehouden zonder op volle- digheid aanspraak te maken. Zeker kan deze handleiding ook geen basiscursus voor MS-DOS of Packet-Radio zijn. Men kan overigens zeer goed de zoekfunctie van een teksteditor gebruiken, om een bepaald steekwoord te vinden. In deze handleiding wordt enige hard- software vermeld, die door an- dere amateurs is onwikkeld, meestal staat de roepnaam van de auteur tussen haakjes daarachter. Op enige plaatsen (speciaal in annex 1.) wordt de standaardwaarde 10 genoemd, als het maximum aantal kanalen. Deze waarde is configureer- baar en dient slechts als plaatsbepaler. Wordt de optie '-CH' gebruikt dan geldt de ingegeven parameter in plaats van de '10'. Begrippen en afkortingen: Port Een Packet-Radio-Interface bestaande uit poorten (COM, LPT of SCC poort), Modem en Transceiver, bij meerdere Ports wordt van Multi-Port-toepassing gesproken. Kanaal E e n van de maximaal 10 gelijktijdig mogelijke Connects (verbindingen), bij BayCom is de betekenis van Port en Ka- naal precies omgekeerd. Frame Een via packet-radio overgedragen data-eenheid (pakket), bestaande uit een adresveld, stuurveld, gegevens en een controlegetal. Interrupt Onderbreking van het lopende programma door hardware gebeur- tenissen (bijv. ingedrukte toets, bepaald tijdsinterval is voorbij). Software-interrupts worden niet door de hardware maar door een bepaalde programmaopdracht teweeggebracht. KISS (KA9Q e.a.) betekent 'Keep It Simple Stupid' en definieert een eenvoudig dataformaat voor de overdraging van frames en TNC-parameter over een asynchrone seriele poort. Het oor- spronkelijke doel was het verleggen van de protocolafwerking uit de TNC naar de terminal, om ook door de TNC niet onder- steunde protocollen te kunnen gebruiken. KISS is in vele TNC's geimplementeerd, maar maakt ook de directe koppeling met de PC mogelijk. SMACK (DL5UE en DK5SG) is de afkorting van 'Stuttgarts Modifi- ciertes Amateurfunk-CRC-KISS' en breidt het van een fouten- vrije overdracht uitgaande KISS uit met een controlegetal (checksum (CRC)) waardoor overdrachtsfouten herkend kunnen worden. 0x Prefix van hexidecimaal getallen (bijv. 0x300= 300H) 3. Vernieuwingen sinds versie 2.00 - De KISS-mode wordt inclusief SMACK voor vier Ports en 57600 baud on- dersteund (Optie-PKISS). Foutieve frames (bijv. door verlies van te- kens) worden genegeerd en geteld (zie hoofdstuk 6.2.1. en 8.3.). Door middel van TFPCX en KISS kan GP (DH1DAE) nu ook meerdere TNC's paral- lel aansturen. - De PA0HZP-OptoPcScc-Kaart wordt ondersteund (Optie -POSCC), zie hoofd- stuk 6.2.1.) - De BayCom-9k6-USCC-Kaart werkt nu ook met TFPCX (Optie -PUSCC, zie hoofdstuk 6.2.1.) Bij enkele Baycom-USCC-kaarten werden door timing- problemen zinloze gegevens gezonden. Door een andere aansturing van de SCC-controller zijn deze problemen opgeheven. - Voor SCC-kaarten en COM-poorten (bij KISS) kunnen AT-IRQ's (9,10,11, 12, 14, 15) gebruikt worden. - Het aantal vrije buffers (Optie -BU) en de connectkanalen (Optie -CH) en daarmee de benodigde geheugenruimte zijn nu configureerbaar. (Standaard: 600 buffer/10 kanalen, zie hoofdstuk 6.2.3.) - Het initialiseringsbestand (Optie -F) kan nu spaties tussen regels en commentaar bevatten. ESC tekens worden automatisch gemaakt en behoeven niet meer als '^' aangegeven te worden. (zie hoofdstuk 6.2.3.) - Bij het DRSI-interface (Optie -DR) werd de incompatibiliteit met de DRSI-TNCTSR drijver bekeken, die tot op heden problemen gaf met Monitor en Heardlist bij gebruik van FBB (F6FBB). In het geval er door deze veranderingen problemen met andere programmas zijn, (bijv. bij TOP), kan men met de optie -DX het tot dusver (gemodi- ficeerde) DRSI-interface gebruiken. (zie hoofdstuk 6.2.2.) - De nieuwe opdracht @PO maakt het mogelijk een Port naar keuze aan een kanaal toe te wijzen, die dan alleen vanuit vauit die Port ge- connect kan worden, wat bijv. bij programma TOP (DF8MT) nuttig is. (zie hoofdstukken 7.8. en 8.2.) - Door een Transparent-Mode bij ontvangst (opdracht @M) en uitscha- kelbare echo (opdracht E) is de #BIN#-ontvangst in terminal-mode (bijv. met TERM (DL5FBD)) mogelijk. (zie hoofstukken 7.4. en 8.2.) - Interne connects (loopback) laten zich naar wens blokkeren. (optie -NL, zie hoofdstuk 6.2.3.) - TXTAIL (opdracht @TA) wordt bij een seriele modem en SCC-kaart, on- der voorbehoud van baudrate- en timer onnauwkeurigheden, optimaal ingesteld. Tot nu toe gaf het problemen bij gebruik van 300 baud. - Wordt de optie -P niet aangegeven, dan wordt niet meer zoals tot nu toe, een serieel modem aan COM1 gebruikt, maar helemaal geen poort aangestuurd, wat alleen voor testdoeleinden met interne connects nuttig is. In normale gevallen moet -P dus altijd worden aangegeven. - De optie -D (Debug) heeft nu ook betrekking op de laatste voor de -D staande optie -P (Port). Daarmee is de bewaking van willekeurige Ports ook bij Multiport-bedrijf mogelijk (zie hoofdstuk 6.2.3.) - Disconnect in achtergrondbedrijf resp. Terminal-mode is met remote opdracht '//Q' mogelijk. (opdracht U, zie hoofdstuk 8.2.) - Door een DAMA wijziging (zoals TF 2.6) moeten de bekende mopper- meldingen van TheNetNode-Digis bij multiconnect nog nauwelijks optreden. - De extended Hostmode (DG3DBI) wordt ondersteund en maakt snellere communicatie met het terminal-programma mogelijk. - De default waarden voor de parameter F, N, P, R, T, U, @A3, QI, @T2, @T3, @T4 en @TA zijn gewijzigd. 4. Snelstart Op basis van verschillende configuratie mogelijkheden en terminal- programmas, is een algemeen 'kookrecept' niet aan te geven. Meestal in het voldoende wanneer men allereerst de hoofdstukken 6.2.1. en 7. (afhankelijk van het gebruikte programma) bekijkt. Geeft het nog problemen dan moet men Annex 2. lezen. Voor het werken met meerdere Ports zijn hoofdstukken 8.1 en 8.2 belangrijk. In hoofdstuk 8.3. worden belangrijke aanwijzingen voor het KISS-bedrijf gegeven. Hoefde bij vorige versies geen '-P' optie te worden aangegeven en werd de default poort COM1 gebruikt, nu is de optie '-PCOM1' abso- luut nodig. In het geval de versie 2.00 met meer dan 10 kanalen werd gebruikt, moet de optie '-CHnn' bij de start van TFPCX worden aangegeven, waarbij nn het gewenste kanaalaantal is. Wanneer tot op heden de optie '-DR' gebruikt werd en bij die versie problemen met monitor of heardlist optraden, dan moet in plaats van '-DR' de optie '-DX' aangegeven worden (bijv. bij TOP). Wie tot nu toe met de versie 1.1x gewerkt heeft en verder ook maar e e n modem gebruiken wil, hoeft slechts de optie '-C' bij het laden van TFPCX aan te geven, wanneer de zend/ontvangst-aanduiding gewenst wordt, daar dit niet meer automatisch ingeschakeld wordt. Wanneer men tot nu toe de optie '-NC' aangegeven had, moet die verwijderd worden. Met 'TFPCX -H' kunnen alle opties in verkorte vorm worden opgeroepen en 'TFPCX -U' verwijdert TFPCX weer uit het geheugen. 5. Inleiding Packet-Radio werd en wordt door iedereen met zogenoemde Terminal- Node-Controllers (TNC) uitgevoerd, die de gehele PR-specifieke pro- tocol afwikkeling (AX.25) overnemen en de gebruikte computer tot een comfortabel weergavescherm van de informatie maakt. Daarbij zijn de TNC's ook niets anders dan een eenvoudige computer met een seriele poort en modem. Op basis van een grote verspreiding van een speciale op de TNC2 lopende TNC-Software (WA8DED-Firmware of de compatiebele The Firmware van NORD> | -T | -U ] Alle opties worden door '-' voorafgegaan en door spaties van elkaar gescheiden. Binnen een optie zijn geen spaties toegestaan. Tussen hoofd-/kleine letters wordt geen verschil gemaakt. Bepaalde opties (bijv. '-P') hebben meerdere parameters die door een ':' gescheiden worden. Voor weggelaten opgaven worden standaardwaarden ingevuld. Voorbeeld: Voor '-PUSCC::5' wordt '-PUSCC:300:5:1103' gebruikt, waarbij voor de ontbrekende waarden 300 en 1103 ingevuld wordt. Het is zinvol TFPCX uit een batch-file te starten, zodat men niet steeds dezelfde opties moet intypen. Verder worden alle opties in de verkorte vorm vermeld zoals ze ook in de helptekst met 'TFPCX-H' oproepbaar zijn en dan apart verklaard. zijn alleen bij resident laden van TFPCX relevant en gelden tot ontladen. -N no messages -T terminal-mode -U unload -P attach packet Port -D debug mode -B baud rate -DM use DRSI messages -F[file] read init file -DR emulate DRSI driver -C[xx] show DCD [color] -DX modified DRSI interface -Ixx TFPCX interrupt -NB no blinking rectangle -BU[nnnn] number of buffers -ND no disk access if DCD -CHnn number of channels -NL no loopback COMn[:xxx] | LPTn[:xxx] | KISSn[:xxx:nn] | [:xxx:nn:nnnn] 1-4^ ^addr 1-4^ ^addr 1-4^addr^ ^IRQ addr^ IRQ^ ^ OSCC | USCC 0 = disable 2 = hardclock 4 = PA0HZP Port (1 digit/ 1 = softclock 3 = DF9IC modem 5 = PA0HZP timer channel) nnnn[:nnnn ...] (1 number/Port) [] Opgave is optioneel | Alternatieve opgave x Hexadecimaalcijfers n Decimaalcijfers 6.1. Algemene opties Deze opties kunnen samen met iedere andere optie gebruikt worden. Op het moment is er maar e e n. -N Berichten onderdrukken In het geval de berichten het programma storen (bijv. in Batch files), kunnen zij hiermede onderdrukt worden. Foutenmeldingen ver- schijnen desondanks. 6.2. Opties voor resident laden TFPCX wordt steeds weer in het geheugen geladen wanneer geen optie '-T' of '-U' aangegeven is en het niet zelf of de TFPCR- of DRSI- TNCTSR- drijvers geactiveerd werden. Wanneer men ook meerdere drij- vers samen wil gebruiken, moet TFPCX steeds als eerste opgeroepen worden. Ik kan echter niet garanderen dat men ook op deze wijze pro- bleemloos werken kan. TFPCX kan ook met LOADHIGH in het bovenste geheugenbereik (UMB) ge- laden worden, wanneer daar voldoende geheugen vrij is. Overigens geeft het soms problemen met de daartoe benodigde EMM386-drijvers (zie annex 2.2.1) Om TFPCX aan verschillende Packet-hardware, communicatiesnelheden, terminal-programmas en gebruikserswensen aan te passen, bestaan de hierna behandelde opties. Na het laden verschijnt bijv. de volgende melding: ÚÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄÄ¿ ³ TFPCX v2.10 (Nov 20 1993) by DG0FT ³ ³ TF v2.3b DAMA by NORD>:xxx' ook apart instel- len. Voorbeeld: TFPCX -PCOM3:338 Met die oproep wordt een modem aan COM3 gebruikt, waarbij als basis- adres 0x338 wordt gebruikt. Deze adressen moet men uit de handleiding van de IO-kaart nemen. Het nummer van de poort (hier dus een 3) wordt genegeerd wanneer een adres aangegeven wordt, moet echter desondanks tussen 1 en 4 liggen. De IRQ van de poort is voor TFPCX niet interes- sant en wordt niet gebruikt. Worden twee modems gebruikt dan moet men het eerst de Port aangeven die het meest wordt gebruikt zodat die eventueel wat voorrang krijgt. Het is vanzelfsprekend, dat andere programmas niet van de dezelfde poort gebruik mogen maken, die door TFPCX gebruikt wordt. -PUSCC::: BayCom-USCC-Kaart gebruiken -POSCC::: PA0HZP-OptoPcScc-Kaart gebruiken Als parameter wordt het basisadres van SCC-kaart, het IRQ en een ma- ximaal 4-cijferige reeks aangegeven, die over de soort van de tot 4-SCC-Ports aangesloten modems inlichtingen geeft. Volgende inputs zijn mogelijk (zie ook annex 3.2.) 0 Disable Port wordt niet gebruikt (uitgeschakeld) 1 Softclock Klokritme zenden en ontvangst wordt intern opgewekt voor AFSK modems (geen duplex mogelijk) 2 Hardclock Zendritme wordt door het modem geleverd, ontvangst ritme wordt intern opgewekt (bijv. G3RUH) 3 DF9IC-Modem Klokritme voor zenden en ontvangst wordt door het modem geleverd, NRZ-mode 4 PA0HZP-Port Ontvangstritme wordt intern opgewekt, extern door 32 gedeeld en weer aan de SCC-controller als zend- klokritme toegevoerd (voor OptoPcSCC-kaart) 5 PA0HZP-Timer Port wordt niet gebruikt, wekt echter een tijdritme op voor timingdoeleinden (alleen voor OptoPCScc- kaarten) De modemtypen 1 en 3 zijn speciaal voor de SCC-kaart, terwijl type 4 alleen met de OptoPcScc-kaart werkt. Cijfer 5 heeft een speciale betekenis. Het TFPCX heeft voor de ver- schillende interne timers een tijdritme nodig, die door de OptoPcScc- kaart niet geleverd wordt. Daarom wordt de systeemtimer van de PC ge- bruikt, die echter een tamelijk onnauwkeurige tijdmeting mogelijk maakt, wat problemen geeft bij enige parameter (bijv. TXDELAY en TXTAIL). TFPCX geeft de mogelijkheid een niet gebruikte SCC-Port te gebruiken voor het opwekken van een nauwkeuriger tijdbasis, wat trouwens ook aan te bevelen is, wanneer niet alle Ports nodig zijn. Voorbeelden: TFPCX -PUSCC:300:7:1103 Basisadres 0x300, IRQ 7, USCC-Ports 0 en 1 met softclock voor normale AFSK-modems (cijfer 1), Port 2 is afgeschakeld (cijfer 0) en Port 3 met DF9IC modem (cijfer 3). Dit is de standaard instelling, wanneer alleen '-PUSCC' wordt aangegeven. TFPCX -PUSCC:300:7:31 USCC-Port 0 met DF9IC-Modem, Port 1 met Softclock, Ports 2 en 3 uitgeschakeld. Deze instelling is nodig voor de 9k6-USCC-kaart, die maar 2 SCC-Ports aanbiedt. Wordt helemaal geen modemklokritme aange- geven, geldt '1103' (zoals boven), is er een opgaaf met minder dan 4 cijfers, dan geldt voor de rest '0' TFPCX -POSCC:150:3:4445 OptoPcScc-kaart met basisadres 0x150, IRQ 3, Port 0 tot 2 worden als Modem-Ports met externe klokritmedeler benut, Port 3 wekt het tijd- ritme op. Dit is de standaardinstelling voor '-POSCC' zonder verdere parameters. -PKISSn:: KISS-Port aan COMn (n = 1-4) Het basisadres wordt automatisch gevonden, kan echter naar wens ook handmatig ingegeven worden. IRQ 4 wordt standaard voor COM1 en 3 gebruikt, IRQ 3 voor COM2 en 4. Klopt deze toewijzing niet, dan moet de IRQ aangegeven worden. Voorbeeld: TFPCX -PKISS1 KISS-Port aan COM1, basisadres en IRQ worden automatisch verkregen. Voor COM1 en 2 is deze opgave in het algemeen voldoende. TFPCX -PKISS3:338:5 KISS-Port aan COM3, Basisadres 0x338, IRQ 5 -Bnnnn[:nnnn ...] Baudrate per Port instellen Bij meerdere Ports worden door ':' gescheiden waarden aangegeven in volgorde van toenemende Portnummers. Volgende waarden zijn mogelijk: Standaard serieel Modem 300, 1200, 2400 of 4800 Baud 1200 SCC Softclock 50-38400 Baud 1200 PA0HZP-Port 50-38400 Baud 1200 Hardclock 50-38400 Baud 9600 DF9IC-Modem 1-65535 Baud (zonder betekenis) 9600 KISS 2400, 4800, 9600, 19200, 9600 38400 of 57600 Baud Bij seriele modems en bij KISS zijn alleen de genoemde waarden moge- lijk, bij SCC ook tussenwaarden. Bij hardclock moet de door het modem geleverde klokritme met het aangegevene overeenstemmen, bij het DF9IC- modem is de waarde zonder betekenis, aangezien het klokritme extern wordt opgewekt, men moet echter desondanks de juiste waarde aangeven, omdat hij bijv. bij de opdracht 'P' wordt weergegeven. Voorbeeld: TFPCX -PCOM1 -PUSCC:::1003 -B300:1200:19200 Modem aan COM1 met 300 baud, USCC-Port 0 met softclock en 1200 baud en USCC-Port 3 met DF9IC-modem en 19200 baud. Welke baudrate op een PC mogelijk is hangt af van zijn rekensnelheid (zie ook tabel in annex 2.1.). Bij gebruik van een serieel modem met 300 baud wijkt de systeemklok per uur een halve minuut af. 6.2.2. TFPC- en DRSI-Interface TFPCX biedt voor communicatie met het terminal-programma vier ver- schillende varianten, waarvan er een moet worden gekozen, afhankelijk van het gebruikte programma. Voor programmeerders is het oproepen en de beschikbaarheid van parameters in annex 4.1. precies beschreven. Het TFPC-interface werd door Sigi (DL1MEN) voor zijn KISS-drijver TFPCR ontwikkeld en inmiddels door een serie van programmas onder- steund. (bijv. SP, GP, THP, TERM, DIEBOX). Die is dan ook het stan- daard interface voor TFPCX. Het nadeel van die variant is de beperk- te multiport mogelijkheid, daar de beschikbaarheid van Portnummer (bijv. het Port waarop men werd geconnect) niet mogelijk is. Daardoor verschijnen connects en monitor-frames zodanig, dat het lijkt alsof alles op e e n frequentie afliep. Voor iedereen die slechts e e n Port gebruiken is deze variant aan te bevelen. -DR DRSI-Interface gebruiken Deze interface gebruikt de bij DRSI-PCPA-Adapter behorende TNCTSR- drijver. Nu TFPCX de multiport-toepassing ondersteunt, moet een moge- lijkheid gevonden worden om een onderscheiding van de gebruikte Ports door het terminal-programma mogelijk te maken. Daarvoor bood deze variant zich aan, aangezien deze reeds door SP en FBB volledig onder- steund werd. Het verschil met het TFPC-interface bestaat in het be- schikbaar maken van Portnummers bij link-status meldingen en monitor informatie. Deze optie geeft geen hardwarematige ondersteuning van de DRSI-PCPA-adaptor. -DX Gemodificeerd DRSI-Interface gebruiken Deze optie komt overeen met de optie '-DR' van TFPCX v2.0x. Daar gaf het incompatibiliteit met de TNCTSR-drijver bij gebruik van de DRSI- interfaces, die bij die versie ter zijde geschoven werden. Als deze wijzigingen nu bij andere programmas (bijv. TOP) problemen veroorza- ken, moet de optie "-DX" in plaats van '-DR' aangegeven worden. -DM Gemodificeerd TFPC-Interface gebruiken Deze variant is gedacht voor de multiport-toepassing met programmas, die tot nu toe alleen het TFPC-interface konden gebruiken. Het geeft dezelfde meldingen als het DRSI-interface (dus met Portnummers), be- nut echter de 'gebruikelijke' TFPC-interrupt. De toepassing van deze variant is een compromis. Bij veel programmas (bijv. TERM) geeft het daarmee geen problemen, andere terminals geven weliswaar de Portnum- mers juist aan, maar het geeft 'neveneffecten' en enige programmas kunnen met de Portnummers helemaal niets beginnen. Het beste is om maar een keer met en zonder optie '-DM' te proberen en dan hopen dat de ontwikkelaars van de betreffende programmas misschien een multi- Port ondersteuning realiseren. Bij GP is dit intussen gebeurd. OPGELET! S.v.p. niet de ontwikkelaars van terminal-programmas (of mij) met be- richten overladen, wanneer bij toepassing van '-DM' ergens iets door elkaar loopt. Die optie is een compromis en geeft bij enige programmas eventueel vreemde effecten. 6.2.3. Overige opties -BU[nnnn] Aantal van TFPCX-Buffers TFPCX slaat de meeste gegevens dynamisch op in 32byte buffers. Het aantal van de benodigde buffers kan afhankelijk van de toepas- sing zeer verschillend zijn. Heeft TFPCX slechts weinig buffers, dan kunnen maar weinig frames opgeslagen worden en men krijgt in bepaalde gevallen 'TNC BUSY' meldingen, wat meestal tot een dis- connect door het terminal-programma lijdt. Te veel buffers nemen daarentegen geheugenruimte in. Met deze optie kan het aantal buffers tussen 400 en ca. 1500 gecon- figureerd worden. De maximum waarde hangt af van het gebruikte aan- tal kanalen en wordt ingesteld wanneer de optie zonder parameters wordt opgegeven. Meestal is een standaardwaarde van 600 buffers toereikend. Wanneer men met veel kanalen werkt, gateway-functies gebruikt, misschien een mailbox heeft of grotere bestanden op snelle digi-opstappen uitzend, is een verhoging van deze waarde zinvol. Bij SP (uitgezonderd v7.50) moet men niet meer als 999 buffers kiezen (zie hoofdstuk 7.1.). Wanneer men weinig geheugen heeft kan ook met minder buffers gewerkt worden. -CHnn Aantal van Connect-kanalen Tot nu toe was het aantal van de door TFPCX bestuurde kanalen vast ingesteld, wat geheugenruimte en rekentijd opleverde, wanneer dit aantal in het geheel niet gebruikt werd. Met deze optie kan het aan- tal kanalen aan de toepassingen worden aangepast. Er moet de gelijke waarde als bij het gebruikte terminal-programma gekozen worden. Moge- lijk zijn 4 tot 40 kanalen (default =10). -C[xx] Zend-/Ontvangst aanduiding inschakelen Geeft in de host-mode de aanduiding van de zend/ontvang status in de rechter bovenhoek van het scherm ('S' voor zenden, 'R' voor ontvangst. Wanneer meerdere Ports gebruikt worden, wordt de aanduiding voor iedere Port gescheiden, waarbij Port 0 geheel links staat. Bij KISS geeft de aanduiding de verbinding weer tussen PC en TNC. De aanduiding werkt al- leen in de tekstmode en kan met een bepaald kleurkenmerk plaats vinden, die dan hexidecimaal aan te geven is. Voorbeeld: TFPCX -C17 ^ Schrift (hier Wit) ^ Achtergrond (hier Blauw) Nummers van de kleurenkenmerken: 0 Zwart 4 Rood 8 Donkergrijs C Lichtrood Monochrom: 1 Blauw 5 Magenta 9 Lichtblauw D Lichtmagenta 2 Groen 6 Bruin A Lichtgroen E Geel 07 Normaal 3 Cyaan 7 Wit B Lichtcyaan F Helderwit 70 Invers ^ ^ alleen als letter kleur -F Bestand voor parameterinstelling (zonder geldt TFPCX. INI) Bij gebruik van deze optie (en alleen dan !) wordt dit bestand bij de de initialisering gelezen en in de terminal-mode aan de firmware ge- zonden, om een voorinstelling van de paramaters mogelijk te maken. Normaal kan deze optie vervallen, aangezien terminal-programmas zelden een initialisering uitvoeren. Het bestand wordt in de actuele direc- tory gezocht, wanneer geen pad is aangegeven. Het bestand kan met een normale editor gemaakt worden en kan commen- taar (voorafgegaan door '#' of ';') en regelspaties inhouden. V o o r ieder bevel wordt automatisch een een escape-teken gezonden. Het tot nu toe nodige teken '^' behoeft niet te worden aangegeven en wordt genegeerd, zodat oudere bestanden weer gebruikt kunnen worden. Tabs worden als spaties behandeld en aan het begin/einde van een re- gel overgeslagen. Een voorbeeld van een bestand staat op schijf. -Ixx Software-Interrupt voor TFPCX-Interface (40-FF) Via de hier aangegeven software-interrupt vindt de communicatie plaats tussen TFPCX en het terminal-programma. Standaard wordt de interrupt 0xFD toegepast. Een wijziging is alleen nodig, wanneer de- ze vector door andere programmas wordt gebruikt of een programma al- leen met een bepaalde instelling functioneert (bijv. '-IFF bij CT (K1EA) en FBB) -NB Statusknipperen uitschakelen Wanneer TFPCX ongelezen informatie over statusmeldingen heeft opge- slagen en niet in de hostmode is (dus op de achtergrond loopt), knip- pert in de rechter bovenhoek van het scherm een rechthoek, die bijv. op een nieuwe connect opmerkzaam maakt. Men kan dan het terminal-pro- gramma starten en op de connect reageren. Dit werkt overigens niet wanneer men uit de terminal een DOS-Shell oproept en TFPCX daarbij in de hostmode blijft (zoals bijv. bij SP). Het knipperen kan met deze optie onderdrukt worden. -ND Schijfactiviteiten bij zenden/ontvangst vertragen (noodmaatregel) Wanneer men ontvangstproblemen heeft bij schijfactiviteiten (packets worden niet foutloos gedecodeerd) kan men met deze optie verhinderen dat een schijfactie wordt uitgevoerd en gedurende een signaal vastligt. (ook bij SCC, alleen in de hostmode). Dat leidt dan echter tot een wat ongewone situatie, omdat de computer dan zo lang schijnt te wach- ten tot de QRG weer vrij is. Men moet daarom deze optie alleen in noodgevallen gebruiken. Wanneer met Soft-DCD gewerkt wordt moet de opdracht '@C' al bij het laden van TFPCX met de optie '-F' uit een init-bestand uitgevoerd worden. -NL Interne Connects (Loopback) uitschakelen Normaal worden alle uitgezonden frames net zo behandeld als wanneer zij ook zouden zijn ontvangen, waardoor interne connects voor test- doeleinden mogelijk zijn. In enige gevallen is dat weliswaar ongewenst (bijv. bij tests met externe loopback) en kan daarom met deze optie verhinderd worden. Bij een hoge gegevensstroom laat zich op deze wijze ook de belasting van de computer iets verminderen, daar de uitgezon- den frames dan niet tweemaal behandeld moeten worden. -D Test Mode (Debug) Deze optie heeft betrekking op de in de opdrachtregel voor de '-D' staande '-P' optie en activeert voor de desbetreffende Port(s) een test mode die bij iedere interrupt een omkeer van de flank aan de ingang van de luidspreker teweegbrengt er daarmee een toon voort- brengt. De test mode helpt in het bijzonder bij het zoeken naar de oorzaken van problemen bij zenden en ontvangst, bij modemgebruik. (zie annex 2.1.). Hier moet bij 1200 baud een 1800 Hz toon te horen zijn. (Baudrate x 1.5). De toon moet min of meer zuiver zijn en zonder on- derbrekingen. Geknetter ontstaat wanneer de interrupt vertraagd wordt. Zijn er onderbrekingen of af en toe geknetter, dan is de computer overbelast. De grens is moeilijk te trekken, een bepaald 'grondgeruis' hoeft de functie nog niet te nadelig te beinvloeden. Bij KISS of een SCC-kaart kan met deze optie getest worden of inder- daad interrupts opgewekt worden. Die kunnen permanent of alleen in zend-/ontvangst gevallen optreden. Staat '-D' v o o r de eerste '-P', dan tikt het in het ritme van de systeemklok. 6.3. TFPCX uit het geheugen verwijderen Met de opdracht 'TFPCX -U' laat TFPCX zich weer uit het geheugen ver- wijderen. 6.4. Terminal-mode Met 'TFPCX -T' wordt een eenvoudig terminal-programma gestart, waar- mee men ook zonder extra terminal-software werken kan. Eerst moet dan TFPCX resident geladen worden (zoals boven beschreven). Men moet het programma ook twee maal met verschillende parameters oproepen, om in de terminal-mode te komen. Met ALT-X wordt het terminal-programma weer verlaten. Eerst moet men met ESC 'MN' de monitor afschakelen, wanneer hij geactiveerd was, omdat anders onnodig buffergeheugen verbruikt wordt en bij een even- tuele start van een hostmode programma problemen ontstaan. 7. Installatie Dit hoofdstuk geeft inlichtingen voor de installatie van enige pro- grammas in combinatie met TFPCX. In principe moet TFPCX geactiveerd worden v o o r het terminal-programma gestart wordt. Bovendien zijn meestal nog bepaalde instellingen in de configuratie bestanden of menus nodig. Daarentegen zijn bijv. baudrate instellingen in die be- standen/menus voor het werken met TFPCX meestal niet van belang, daar- voor is de optie '-B' bij oproepen van TFPCX verantwoordelijk. Bij enige programmas geeft het problemen bij Multi-Port toepassing (optie '-DM'). In dat geval moet die optie en daarmee de aanduiding van de Portnummers vervallen. Bij opdrachten is echter de Portopgave en daarmee Multi-Port toepassing desondanks mogelijk. Men ziet alleen niet door wie geconnect wordt of op welke Port een monitor-frame ont- vangen wordt. Bij die programmas is de toepassing van de opdracht '@PO' (zie hoofdstuk 8.2.) zinvol. Men moet zich realiseren dat TFPCX een deel van het geheugen inneemt, dat het terminal-programma niet kan gebruiken. Daarom moeten bepaalde buffers en het aantal connectkanalen onder omstandigheden worden ver- minderd. 7.1. SP (DL1MEN) Afhankelijk van het aantal Ports zijn er twee varianten: Wil men maar 1 Port gebruiken dan biedt zich het TFPC-interface aan, dat vanaf SP v.5.00 ondersteund wordt. SP wordt in dat geval volgens de SP handleiding of met het INSTALL programma voor TFPCX (of TFPCR) geinstalleerd. Het bestand CONFIG.SP (vroeger SP.CFG) moet de regel 'CFG=PORT0:5H' bevatten. In de uitvoering is er nauwelijks verschil tussen TFPCX en TFPCR. Voor Multi-Port toepassing moet men het DRSI interface gebruiken. Het bestand CONFIG.SP moet daarvoor de regel 'CFG=PORT0:DH' bevatten en TFPCX wordt met de optie '-DR' gestart. Verder hoeft men zich alleen te orienteren op wat in de SP handleiding onder installatie en be- drijf met de DRSI-PCPA-adapter gezegd wordt, in dit geval is het grootste deel ook op TFPCX van toepassing, met de volgende bijzonder- heden: -SP opdrachten 'DR' en 'HB' functionneren niet, de parameter worden met de normale TNC opdrachten ingesteld met extra Portopgave (zie hoofdstuk 8.1.) -De in hoofdstuk 8.1. beschreven keuze van de Port bij ontbrekende Portopgave klopt helaas bij enige opdrachten niet, daar SP aan het monitorkanaal 0 en niet aan het actueel ingestelde connect kanaal zend. In twijfelgevallen dus altijd het Portnummer aangeven. -Opdrachten 'TP' en '//par' geven de juiste baudrate (geen nummer) aan -Bij DRSI bedrijf beheert SP voor ieder van de maximaal 8 Ports een extra QRG, behalve op het monitor kanaal. De Port omschakeling ge- beurt bijv. door ESC 'C 1:', op het monitor kanaal wordt daarmee de de Unproto Port gekozen. De ingestelde default Port wordt bij een connect opdracht automatisch ingevuld, kan echter ook direct aange- gegeven worden. TFPCX kan ook parallel met TNC's in de hostmode toegepast worden. Hoe goed dat functionneert hangt vooral af van de gebruikte PC. Bij SP v6.00 of vroeger bibbert de QRG aanduiding mogelijk iets en de connect gong klinkt anders als bij TNC bedrijf. Dat is normaal en geen reden tot bezorgdheid. Bij enige vroegere versies van SP v.7.00 geeft het door een bug pro- blemen bij modembedrijf. Een ander probleem geeft het bij deze SP versie, wanneer 2 modems en een TNC parallel toegepast moeten worden (komt zelden voor) en daarbij het DRSI interface wordt gebruikt. Bij de start van SP krijgt men direct een resync melding en bedrijf is niet mogelijk. Dit probleem kan door een patch van SP.EXE uit de weg geruimd worden. Wanneer men SP v7.00 (evtl. ook vroegere versies) toepast, moet men niet meer als 999 TFPCX buffers reserveren (optie '-BU'), daar SP klaarblijkelijk niet met 4-cijferige buffer aantallen kan omgaan en dan het zenden van bestanden zeer moeizaam verloopt. Bij SP v7.50 werd dit probleem opgeheven. 7.2. GP (DH1DAE) GP gebruikt TFPCX automatisch wanneer het geladen is, zodat is nor- male gevallen geen extra configuratie nodig is. Bij Multi-Port toe- passing zijn weliswaar de volgende aanwijzingen van belang: - Er moet in ieder geval GP vanaf versie 1.50 toegepast worden. Oudere versies zijn met maar e e n Port comfortabel te bedrijven en hebben ook problemen met hogere overdrachtsnelheden. - TFPCX wordt met de optie '-DM' gestart. - In het bestand NAMES.GP is minstens e e n Port-opdracht dringend nodig, aangezien anders connect pogingen met een foutenmelding worden afgebroken (zie GP.DOC) Voorbeeld: PORT0 = DB0BLN,438.450 PORT1 = DB0BLO,438.300 Met hulp van TFPCX kan GP ook meerder TNC's aansturen, die daarvoor de KISS-Mode moeten kunnen ondersteunen (zie hoofdstuk 8.3.) 7.3. THP (DL1BHO) THP ondersteunt het TFPC-Interface (getest met v3.03). In het bestand CONFIG.PR moet in hoofdstuk 'TNC configuratie' voor het TFPCX het poortnummer '5' aangegeven worden. In het bestand CMD.PR worden stan- daard enige opdrachten opgeroepen, die bij TFPCX tot een foutenmel- ding kunnen leiden (bijv. 'A' en 'Z'). Het beste maar een '#" ervoor zetten (commentaar). Multi-Port bedrijf met de optie '-DM' brengt geen voordelen, daar de Portnummers niet juist worden weergegeven. 7.4. TERM (DL5FBD) Deze TFPCX versie werkt met TERM het beste vanaf v9.71. Vroegere TERM versies gebruiken een andere behandeling van de zendhandshake, die door TFPCX niet meer wordt ondersteund. Wanneer men meerdere Ports gebruikt, moet TFPCX met de optie '-DM' ge- laden worden, anders zonder. Daar TERM de TFPCX meldingen niet zelf verwerkt, geeft het geen problemen met de Portnummers. Na de start van TERM komt men met ALT-P in het Parameter menu. Daar moet worden ingesteld: V24-COMx: 5 Handshake: S Bewakingstijden : 0 (zonder Break) Bij deze versie is nu de ontvangst van #BIN#-bestanden mogelijk. Men gaat daarbij als volgt te werk (getest met TERM v9.98): - Met de opdrachten '@M1' en 'EO' de transparent-mode in- en de tijd- echo afschakelen - De BIN ontvangst met ALT-U starten en de vragen beantwoorden (Lees- opdracht als laatste). - Na de overdracht met de opdrachten 'E1' en '@M0' de uitgangstoestand weer instellen. Verdere informatie vindt met in de TERM-handleiding. 7.5. CT (K1EA) Het contest programma van K1EA kan nu ook met TFPCX gebruikt worden. (getest met CT v.6.26). Bij CW contesten gaat dat tot nu toe welis- waar alleen met KISS of een SCC-kaart, daar CT bij het opwekken van morsetekens anders niet met TFPCX overweg kan. De start van TFPCX moet met de optie '-DR' en '-IFF' gebeuren. Zin- vol is ook de parameter instelling via de optie '-F'. In de eerste dialoogbox wordt onder punt 'TNC" de waarde 'Local' in- gesteld en bij modembedrijf moet voor 'Mode' 'SSB' gekozen zijn. In Communications Setup wordt geen instelling aangebracht (CT mag niet op de Modempoort toegrijpen.) Op het QSO-beeldscherm wordt dan eerst de opdracht 'DRSI' ingegeven, met ALT-T de talkmode gekozen en eenmaal ENTER gedrukt. Dan kan men de DX-cluster connecten en in het met ALT-A geopende ANNOUNCE-venster de DX-infos bekijken. De rest moet men zelf uitproberen, daarbij het beste Single Unlimited instellen, daar men als Single Operator aan beperkingen onderhevig is. 7.6. DIEBOX (DF3AV) DIEBOX kan over het TFPC-interface met TFPCX gebruikt toegepast worden. Met een eenvoudig modem kan men een Box nauwelijks bedrijven, maar het gebruik van een SCC-kaart is denkbaar. Voor de directe koppeling van een Box aan een Digipeater (bijv. RMNC) kan de KISS-mode worden ge- bruikt en daarmee een TNC worden uitgespaard. TFPCX moet hier zonder '-DR' gestart worden. Of '-DM' klopt moet zelf uitgeprobeerd worden. Het is zinvol het aantal kanalen (optie '-CH') en buffers (optie '-BU') te verhogen. Over de DIEBOX configuratie kan ik geen informatie geven, daar ik die zelf niet getest heb. 7.7. WINPR (DG6BI) WINPR kan vanaf versie 2.0 eveneens met TFPCX gebruikt worden, aan- gezien deze het TFPC-interface ondersteunt. Daar WINPR onder Micro- soft Windows loopt, functionneert dit alleen met KISS of een SCC- kaart (zie hoofdstuk 7.10.) en alleen op een snelle computer. Het Multi-Port-bedrijf wordt door WINPR niet ondersteund. De optie '-DM' moet dus niet gebruikt worden. TFPCX wordt voor de start van Windows of door ingave in het bestand WINSTART.BAT geladen. Windows moet in de 386 Enhanced-mode lopen. In het bestand WINPR.INI zijn de volgende ingaven nodig: Port = Com5 TfpcrIrq = 253 7.8. TOP (DF8MT) De TOP-handleiding gaat ook op TFPCX in, zodat ik hier alleen de ver- nieuwingen vermeld. Voor de Multi-Port-toepassing moet TFPCX in plaats van '-DR' nu met de optie '-DX' gestart worden. Onder TOP presenteren zich de verschillende TFPCX-Ports als geschei- den TNC's, waarbij opeenvolgende kanalen precies een Port toegekend is. Daarom moet bij de connect-opdracht ook geen Portnummer aangege- ven worden. Tot nu toe werd deze illusie steeds verstoord door de omstandigheid dat connects van buiten steeds op het onderste vrije kanaal met bijbehorende MYCALL aankwamen, onafhankelijk van de in TOP gekozen toekenning. Met de opdracht '@PO' (zie hoofdstuk 8.2.) laat zich dat nu verhinderen. Voorbeeld: TFPCX moet 2 Ports en 20 kanalen beheren, waarbij voor iedere Port eventueel 10 kanalen voorzien zijn. Naast de TNC-configuratie moet in TOPSET de volgende INI-opdracht worden ingegeven: @PO 00000000001111111111 Bovendien moet TFPCX met de optie '-CH20' worden opgeroepen, daar standaard slechts 10 kanalen ter beschikking staan. 7.9. FBB (F6FBB) De F6FBB-BBS-software ondersteunt zowel TFPC- (vanaf v5.15) als ook het DRSI-interface. Ik verklaar hier alleen de DRSI-Multiport-toe- passing, daar dit het meest algemene geval is. Voor modembedrijf is in ieder geval FBB vanaf v.5.15 nodig. TFPCX wordt met de optie '-DR' en '-IFF' geladen. Wanneer meer als 10 kanalen nodig zijn, is ook '-CH' (zie hoofdstuk 6.2.3.) aan te geven. Het configuratiebestand PORT.SYS moet voor het werken met 2 Ports als volgt uitzien: # PORT.SYS for FBB 5.15 # #Ports TNCs 1 2 # #Com Interface Adress (Hex) Baud 7 4 0 4800 # #TNC NbCh Com MultCh Pacln Maxfr NbFwd MxBloc M/P-Fwd Mode Freq 1 5 7 0 230 2 1 10 00/60 UDYW 144.650 2 5 7 1 230 2 1 10 00/60 UDYW 438.450 TFPCX simuleert 2 TNC's over een virtuele COM-poort (COM7). Interface 4 staat voor DRSI, adres en baud wordt gegenegeerd, moeten echter aangegeven worden. Het totaal van de aan de Ports toegevoegde kanalen (NbCh) mag niet groter zijn als het aantal beschikbare TFPCX kanalen (optie '-CH"). Er wordt telkens maar e e n bestand INITTNC1.SYS resp. MAINT1.SYS toegepast, waarin alle nodige parameters afzonderlijk met Portopgaven (zie hoofdstuk 8.1.) gezet zijn. De 'P' opdracht is bij TFPCX niet bruikbaar voor het gelijtijdig instellen van alle parame- ter van een Port, zoals bij de DRSI-TNCTSR-drijver. Verdere informa- tie is uit de FBB-handleiding te halen. 7.10. MS-Windows, OS/2 e.a. TFPCX stelt bij modembedrijf hoge eisen aan de reactietijden van het systeem op interrupts (zie annex 2.), waaraan door Microsoft Windows 3.x en OS/2 2.0 niet kan worden voldaan (ook wanneer het voor vele moeilijk is dit te accepteren). Op basis hiervan reageert TFPCX met een foutenmelding, wanneer men het in deze systemen voor modembedrijf wil starten. Met een SCC-kaart is e e n uitvoering mogelijk. Onder Windows heeft dit met 1200 baud redelijk goed gefunctionneerd. Verder geeft het bij hogere baudrates, ook met SCC-kaarten, problemen. Onder OS/2 liep TFPCX minder goed, ik heb het echter maar kort getest. De KISS-mode functionneert bij mij tot 38400 baud onder beide sys- temen zonder problemen, daar de daarbij gebruikte COM-poort door Windows en OS/2 door drijvers optimaal ondersteund wordt, wat bij de SCC-kaarten helaas (begrijpelijkerwijze) niet het geval is. Bij andere multitasking-systemen kunnen identieke verhoudingen be- staan. 8. Werking In dit hoofdstuk worden de belangrijke verschillen en uitbreidingen van TFPCX in vergelijking met de TNC-Firmware TF 2.3b verklaard. 8.1. Multi-Port-Uitbreidingen De belangrijkste uitbreiding is beslist de capaciteit, meerdere Ports en daarmee modems en transceiver aan te sturen. Wie nu slechts 1 Port gebruikt hoeft zich daarover niet druk te maken en kan naar het vol- gende hoofdstuk gaan. De TFPCX-Firmware beheert in totaal 8 Ports, die wellicht zelden allen gebruikt worden. Op de niet bezette Ports kunnen echter desondanks in- terne connects lopen. Zo kan men bijv. terloops zijn CTEXT beoordelen, zonder daarmee anderen op de Digi-opstap nerveus te maken. Iedere Port krijgt een nummer toegevoegd (0-7), waarbij de volgorde van het gebruik van de optie '-P' bij de start van TFPCX afhangt. Dit Portnummer wordt door TFPCX bij Link-status-meldingen, in de Mo- nitor en bij bepaalde opdrachten ('C', 'L' en "s") getoond, zodat een eenduidige toevoeging mogelijk is. De aankondiging komt alleen tot stand wanneer bij de start van TFPCX de optie '-DR', '-DX' of '-DM' aangegeven wordt. Voorbeeld: 1:fm DG0FT to DB0BLN ctl SABM+ 1:fm DB0BLN to DG0FT ctl UA- CONNECTED to 1:DB0BLN Het juiste formaat van de meldingen vindt men in annex 4.2. Op welke plaats de Portnummers op het beeldscherm verschijnen, hangt af van de soort van de melding en het terminal-programma. Bij enige Firmware-opdrachten (zie hoofdstuk 8.2. en annex 1.) bestaat de mogelijkheid, door ingave van het Portnummer, Port-specifieke pa- rameter in te stellen zonder een station op een bepaalde Port te con- necten. Opdrachtformaat: :[Parameter] is een cijfer tussen 0 en 7, voor de ':' mag geen spatie staan. Voorbeelden: C 1:DB0BLN T 2:15 Wanneer geen Port wordt aangegeven, de opdracht echter die opgave no- dig heeft, wordt de Port gebruikt waarop het juist actieve kanaal geconnect is, of de op het monitor-kanaal ingestelde Unproto-Port. Er zijn echter Hostmode-terminalprogrammas die vele opdrachten niet aan het kanaal zenden waarop zij zijn ingegeven, en daarmee om die Port-toewijzing heenlopen. In twijfelgevallen daarom altijd de Port- nummers aangeven. De parameterinstelling gebeurt meestal in de configuratie bestanden van de terminalprogrammas en moet daar voor iedere Port apart gebeu- ren. Het bestand TFPCX.INI is een voorbeeld daarvoor en kan, nadat men zijn persoonlijke gegevens heeft ingevoerd, ook direct voor ini- tialisering gebruikt worden. (optie '-F', hoofdstuk 6.2.3.). Binnenkomende connects worden normaal onafhankelijk van de Port al- tijd aan het naaste vrije kanaal toegewezen, waarop de bijbehorende MYCALL ingesteld is. Met de opdracht '@PO" (zie hoofdstuk 8 .2.) kan men echter naar wens een vaste Porttoewijzing doorvoeren. 8.2. Bijzonderheden van opdrachten Er is een serie opdrachten die met ESC-toetsen ingeleid en met ENTER uitgevoerd worden (zie annex 1.) De opdrachten 'A, 'H', 'K', 'Z', '@F' en '@K' van TF v2.3b bestaan niet. De parameters 'B', 'O', 'P', 'T', 'W', 'X', '@C', '@D', '@T2', '@T4' en '@TA worden voor iedere Port extra ingesteld. De interne timers werken slechts met een nauwkeurigheid van +/- 20ms. resp. 60 ms, wanneer alleen KISS of de OptoPcScc-kaart zonder Timer- Port wordt gebruikt, wat bij de instelling van enige parameters be- langrijk kan zijn. Bij TXTAIL (opdracht '@TA') wordt die onnauwkeu- righeid automatisch in aanmerking genomen. Nu naar de aparte opdrachten: C Connect Bij meerdere connects met hetzelfde station wordt de eigen SSID auto- matisch tot maximaal 15 verhoogd, wanneer de ingestelde al gebruikt is. Weliswaar blijft dit voor het terminalprogramma evtl. verborgen en het geeft de verkeerde SSID aan. De C-opdracht kan een extra Portindicatie inhouden. Ontbreekt die, dan wordt die uit de Link-lijst (zie '@L') genomen of van Unproto- Port gebruikt, in het geval geen passende opgave bestaat. Werd met de opdracht '@PO' een Porttoewijzing gedaan, dan geldt het aan het kanaal toegewezen Port als default-port. Op het monitorkanaal wordt met de Portindicatie de Unproto-Port uitgekozen, waarop de UI- frames gezonden worden (Default 0). Voorbeelden: C 1:DB0BLN DB0BLN op Port 1 connecten C 2:TEST \ Monitor-Kanal Unproto-Port 2 en Unproto-ID instellen C 2: / alleen Unproto-Port 2 instellen F Frack De Frack-parameter kan alternatief in seconden- of 10ms-eenheden in- gegeven worden. Waarden kleiner als 10 worden in de nieuwe eenheid (10ms) omgerekend. O MAXFRAME Maxframe wordt voor iedere Port en iedere verbinding apart beheerd. Bij connect wordt de waarde van de eventuele Ports aan de verbinding toegevoegd en kan dan voor die connect, onafhankelijk van andere con- nects op dezelfde Port, ingesteld worden. Het 'dynamische' MAXFRAME van TF 2.3b is verwijderd. P P-Persistance Hier wordt ook bij DAMA-bedrijf de niet-DAMA-waarde aangegeven, maar P=255 gebruikt. Wanneer de opgegeven parameter tussen 0 en 7 ligt (Portnummer), wordt nu niet meer de P-waarde opnieuw gezet, maar enige parameters van deze Port getoond in de vorm: R P W F O N @T2 @T3 T @D Deze opvraging van de parameters moest op compatibiliteits gronden in de DRSI-TNCTSR-drijver ingebouwd worden, daar die door SP gebruikt wordt. is de ingestelde baudrate in leesbare tekst, niet zoals bij TNCTSR alleen een toegevoegd cijfer. De DRSI-drijver gebruikt deze opdracht ook voor het instellen van de parameters, wat echter hier niet functioneert. Worden achter het Port- nummer nog verdere waarden aangegeven, dan negeert TFPCX de gehele op- dracht. QRES zet TFPCX alleen in de terminalmode terug (als 'JHOST0') en voert geen reset van de computer door. Deze opdracht was nodig, daar SP het bij de opdracht DRSI 'HB' genereert. U Unattended mode (CTEXT) Deze opdracht is vooral voor de terminalmode belangrijk. Bij 'UO'wor- den linkstatus-meldingen direct uitgegeven, ook wanneer juist een an- der kanaal actief is. Bij 'UI' verschijnen die meldingen eerst dan, wanneer het betreffende kanaal met de 'S' opdracht geactiveerd werd en bij connect van buiten wordt een extra geschikte tekst gezonden. De standaardinstelling 'U2' gedraagt zich als 'U1', maakt bovendien een disconnect mogelijk door het geconnecte station met de remote- opdracht '//Q' (of '/q'). Daarbij moet de opdracht aan het begin van een frame staan. De Unattended mode kan ook ingeschakeld worden, waneer geen CTEXT ge- definieerd is. In Hostmode geeft deze opdracht alleen uitwerking op de CTEXT. @C DCD-Bewerking (DCD= Data Carrier Detect) TFPCX heeft een Soft-DCD (geprogrammeerde ruisblokkering). Bij lang- zame transceiver kan men de squelch van de ontvanger geheel open la- ten en TFPCX beslist zelf of juist een signaal ontvangen wordt. De Soft-DCD wordt door de opdracht '@C' gestuurd, waarmee men de aan- spreekdrempel instelt. Als parameter wordt een getal van 0 tot 63 aangegeven. Bij '@C0' is de Soft-DCD uitgeschakeld (default), bij alle andere waarden is hij geactiveerd. Hoe groter de parameter, des te sterker is de Soft-DCD gesloten. Om de afregeling te vergemakkelijken dient de DCD-indicatie (zie optie '-C'). Bij te kleine waarden knip- pert de indicatie, bij te grote waarden worden de signalen niet meer juist en te langzaam herkend. Het beste kan de parameter zo lang ver- hoogd worden en daarbij QRG afluisteren, tot de indicatie klopt. Daarbij moet men eventueel een compromis vinden. Een richtwaarde is '@C25' Bij SCC-Ports is een afregeling niet direct nodig, alle waarden groter dan 0 activeren de soft-DCD en hebben voor het bedrijf dezelfde betekenis. Mij heeft overigens het steeds flikkeren van de indicatie gestoord en zo is er de mogelijkheid, ook hier een afregeling te doen die alleen maar op de indicatie uitwerkt. Belangrijk ! De soft-DCD herkent alleen PR-signalen met gelijke baudrate. Op digi- opstappen met meerdere snelheden mag zij daarom niet gebruikt worden. Bij KISS neemt de TNC de DCD-bewerking over en deze opdracht bepaalt alleen de tijd (in 10ms eenheden), na welke de RX-indicatie uitgaat, wanneer geen Bytes meer van de TNC worden ontvangen. @L Linklijst Met deze opdracht wordt de interne linklijst beheert, waarmee men maximaal 8 roepnamen (met SSID) aan een bepaalde Port kan toevoegen. De lijst wordt bij digipeating (opdracht 'R') gebruikt, om de Port te vinden, waarop het te digipeatende frame gezonden moet worden. Is daar geen passende input voor handen, dan wordt het frame op de- zelfde Port uitgezonden, als waarop hij werd ontvangen. Syntax: @L : : ... Voorbeeld: @L 0:DB0BL N 1:DB0BLO Met '@L-' wordt de linklijst gewist en '@L' zonder parameters geeft de input aan. Bij crossband digipeating moet zowel de doelroepnaam als ook de roep- naam van de afzender in de linklijst ingebracht zijn, daar anders de verbinding maar in e e n richting functionneert. @M Transparent-Mode In de terminal-mode worden ontvangen stuurtekens normaal omgezet. (bijv. Control-Z wordt als '^Z' weergegeven). Daardoor worden de ge- gevens vervormd, wat de ontvangst van BIN-bestanden onmogelijk maakt. Met de opdracht '@M1' wordt een mode geactiveerd, waarbij alle gege- vens zonder verandering (transparent) aan het terminalprogramma wor- den doorgegeven, zodat dan ook BIN-ontvangst mogelijk is. In tegenstelling tot Original-TF 2.4 werkt deze opdracht niet op de 7/8-bit-omzetting. TFPCX gebruikt steeds de 8 bit karakterset. @PO Porttoewijzing Met deze opdracht kan men voor ieder kanaal vastleggen, of hij door alle, of alleen door een bepaalde, of door geen Port geconnect kan worden. Wordt een kanaal aan een bepaalde Port toegewezen, dan geldt deze ook als default-Port bij de '-C' -opdracht. Als parameter wordt een reeks tekens doorgegeven, waarbij het cijfer 1 bij kanaal hoort, het cijfer 2 bij kanaal 2 enz. Bij 10 kanalen be- staat de tekenreeks dus normaal uit 10 cijfers. Worden minder cij- fers aangegeven, dan blijft de toewijzing van de overige kanalen on- gewijzigd, is de tekenreeks langer, dan worden de extra tekens gene- geerd. De volgende tekens zijn mogelijk: '0' tot '7' Connect alleen door e e n Port mogelijk (Portnummer) '*' Connect door alle Ports mogelijk '-' Geen connect van buiten mogelijk. Voorbeelden: @PO 0000011111*****----- De kanalen 1-5 zijn alleen voor Port 0 te connecten, de kanalen 6-10 alleen door Port 1, de kanalen 11-15 zijn door alle Ports bereikbaar en de kanalen 16-20 zijn in het geheel niet te connecten en worden voor connects naar buiten vrijgehouden. @PO ********** Alle kanalen kunnen door alle Ports geconnect worden. Dat is de stan- daardinstelling en is vergelijkbaar met vroegere TFPCX versies. Binnenkomende connects worden aan het onderste vrije kanaal toegewe- zen, waarop de bijbehorende MYCALL is ingesteld, waarvan de connect komt en/of waaraan de Port is toegevoegd, waarvan de connect komt of die door alle Ports te connecten is ('*'). Is er geen passend ka- naal dan wordt de connect afgewezen (BUSY). @ST Statistiek Met '@ST ': worden voor de aangegeven Port enige statistiek- waarden uitgegeven. De waarden gelden voor alle connects op die Port. S.v.p. opletten dat de tellers na de waarde 65535 weer op 0 teruggezet worden. Voorbeeld: 0 SCC0 TX 87 11 10 RX 547 201 201 ERR 1 ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ ^ 1)2) 3) 4) 5) 6) 7) 8) 9) 1) Portnummer 2) COM-poort ('NULL', wanneer interne poort) 3) Totaal gezonden frames 4) Gezonden I-frames 5) Bevestigde I-frames (4)-5) is verloren gegaan) 6) Totaal ontvangen frames 7) Ontvangen I-frames 8) Effectief ontvangen I-frames (7)-8) REJects) 9) Opgetreden fouten ( wordt alleen bij SCC en KISS getoond en alleen wanneer niet 0) Met deze waarden zijn eenvoudige statistische verklaringen mogelijk. Aan de Portaanduiding 2) wordt bij KISS een '+' toegevoegd, wanneer SMACK geactiveerd is. Waarde 9) heeft betrekking op een SCC-Port op de over- en underruns van de SCC-controller, die altijd optreden, wanneer niet snel genoeg op interrupts gereageerd wordt. Bij KISS leiden verliezen van tekens, KISS-Frame en CRC-fouten (bij SMACK) tot verhoging van deze waarde. Wanneer het fouten aantal snel groter wordt, is de computer te lang- zaam voor de toegepaste baudrate of bij KISS is de verbinding naar de TNC niet in orde. Met '@ST :-' worden de waarden gewist. @T4 T2 bij DAMA Deze opdracht geeft de T2-startwaarde voor DAMA bedrijf aan en bepaalt de tijd die gewacht wordt tot een ontvangen frame bevestigd wordt. @TA TXTAIL TXTAIL kan in 10ms-eenheden ingesteld worden (0-6000), wordt echter normaal met inachtneming van baudrate en timer onnauwkeurigheid op- timaal gezet (@TA=4 bij 300 baud, anders @TA=1). Bij KISS hangt het juiste TXTAIL van de TNC af, waarom hier een automatische instelling gebeurt. @U Unproto-Poll Hiermee wordt vastgelegd of Unproto-frames worden uitgezonden met ge- zet Poll-bit (default) of zonder. 8.3. KISS Bij het KISS-bedrijf zijn er enkele bijzonderheden waarop op deze plaats verder wordt ingegaan. Wanneer TFPCX wordt gestart, moet de te gebruiken TNC al zijn inge- schakeld en in de KISS-mode zijn. TFPCX biedt zelf geen mogelijheid om KISS te activeren. De bij TFPCR beschikbare opdracht @K bestaat hier niet. Voor het inschakelen van de KISS-mode kan men het meege- leverde programma KISSINIT gebruiken. TFPCX ondersteunt de KISS-uitbreiding SMACK (Versie 1.0), die de zekerheid van overdragingsfouten verbetert. SMACK wordt automatisch geactiveerd, wanneer het aangesloten apparaat dit toestaat. Met de opdracht @ST (zie hoofdstuk 8.2) kan men uitvinden in welke mode gewerkt wordt (indicatie bij SMACK bijv. 'COM1+'). SMACK is pas dan actief wanneer tenminste 1 frame gezonden en ontvangen werd. De zend/ontvang-aanduiding heeft bij KISS niet betrekking op het eigenlijke overdragingskanaal, maar op de seriele poort naar de TNC resp. de aangesloten computer. Voor de koppeling van een PC met een andere computer (bijv. digipea- ter en mailbox) heeft men alleen een nulmodem-kabel nodig. TFPCX werkt daarbij altijd duplex (opdracht @D heeft geen betekenis). De parameters zijn overeenkomstig in te stellen. De volgende uiteen- zettingen zijn voor het normale TNC bedrijf belangrijk. In de KISS-mode heeft TFPCX geen directe controle op het overdragings- kanaal, daar de TNC daartussen geschakeld is. TFPCX heeft geen moge- lijkheid vast te stellen of de frequentie ogenblikkelijk vrij is en wanneer te zendende frames ook werkelijk door de TNC zijn overgedra- gen, wat tot onnodige uitzendingen kan leiden. Daarbij zijn in het bijzonder twee gevallen interessant.: - TFPCX heeft een frame aan de TNC voor uitzending overgedragen en wacht op bevestiging van het andere station. Wanneer op dit moment het kanaal langere tijd door een ander station (bijv. Digi) wordt bezet, kan het TNC het frame niet zenden en TFPCX neemt na een be- paalde tijd aan dat het frame verloren gegaan is en herhaalt dit, ondanks dat er helemaal niets gezonden was. Het gevolg is de onno- dige dubbele uitzending van frames. - De tijd tussen uitzending van een frame en ontvangst van de beves- tiging wordt door TFPCX gemeten en daaruit vastgesteld, hoe lang gemiddeld op antwoord gewacht moet worden. Daarmee past zich deze tijd aan de bezetting van het kanaal aan en zulke verdubbelingen zullen slechts zelden optreden. Door het veranderen van de parame- ter @A3 kan men de vertraging naar wens beinvloeden. - Wanneer achter elkaar meerdere frames worden ontvangen, kunnen deze normaal door een enkel frame bevestigd worden. Daarbij rijst de vraag wanneer TFPCX ervan uit kan gaan dat verder geen frame meer volgt en dus de bevestiging gegenereerd kan worden. Bij seriele modems of een SCC-kaart wordt eenvoudig zo lang gewacht, tot het tegenstation de uitzending heeft beeindigd en het kanaal vrij is. - Bij KISS is deze procedure niet mogelijk. Hier is de juiste instel- ling van de parameter @T2 in het bijzonder belangrijk. Hij bepaalt de tijd die na ontvangst van een frame gewacht wordt, voor een be- vestigingsframe opgewekt wordt. Wanneer voor afloop van die vertra- ging een volgend frame binnenkomt, begint de tijdmeting van voren af aan. De timer moet pas dan aflopen wanneer geen frame meer volgt, waardoor alle ontvangen frames tegelijk bevestigd kunnen worden. Is @T2 te kort ingesteld, dan worden onnodig meerdere bevestigingen gezonden. Welke waarde moet @T2 nu hebben?. De ingestelde vertraging moet iets groter zijn dan de maximale zend- duur van een frame van het tegenstation. Afhankelijk van de modem- baudrate kan men de volgende richtwaarden aangeven: Baud @T2 1200 250 2400 150 (Default) 4800 100 9600 50 Deze opgaven gelden voor frames met 256 gegevensbytes en zijn erg royaal gekozen. Wie met de waarden experimenteren wil, moet daarbij in de Monitor bekijken of bij de ontvangst van elkaaropvolgende frames ieder frame met een RR-frame bevestigd wordt. Wanneer dit maar zelden gebeurt is dit ook acceptabel. Belangrijk! De default-waarde @T2=150 is voor 1200 baud te kort. Hier moet be- slist een grotere vertaging ingesteld worden. Bij DAMA wordt in plaats van @T2 de parameter @T4 toegepast. De standaard instelling @T4=1 is voor KISS niet aan te bevelen. Voor DAMA gelden eveneens de genoemde richtwaarden. 8.4. DAMA Zodra een verbinding met een DAMA-master bestaat (Digipeater), zendt TFPCX alleen dan, wanneer het een frame van de master ontvangt, daar- na alle in de rij staande frames op alle kanalen. De DAMA-slave wordt telkens alleen voor de Port geactiveerd, waarop de verbinding met de master bestaat. De connects die over andere Ports lopen werken ge- heel normaal zonder DAMA. Het is niet nodig voor DAMA speciale parameters in te stellen. Daarmee is alternatief werken zonder problemen mogelijk. Met de 'B'-opdracht kan men uitvinden of DAMA ingeschakeld is (waarde tussen haakjes groter dan 0). De door DAMA ontvangen frames (niet de zelf gezonden) krijgen in Monitor de toevoeging '[DAMA]'. Bij deze versie heeft een verandering in de DAMA-slave plaats gevon- den, waardoor de bekende mopper-meldingen van TheNetMode-Digis bij multi-connect nu nauwelijks meer zullen optreden, wat ik echter zelf niet heb kunnen testen. A N N E X 1. Overzicht van opdrachen Opdracht Parameter Omschrijving -------- --------- ------------ * B (120) 0 DAMA-inschakeling geblokkeerd 1-600 DAMA-Timeout-tijd (Seconden) * C Call ... Connect-Weg (Kanal 0: unproto) D Disconnect E (1) 0 Geen echo voor ingegeven karakters 1 Echo voor ingegeven karakters F (250) 1-15 Startwaarde voor T1 (Seconden) 16-65535 Startwaarde voor SRTT (10ms) G [0] Informatie in de Hostmode halen [1] Status in de Hostmode halen I Call Eigen roepnaam JHOST (0) 0 Terminalmode ingeschakeld 1 Hostmode ingeschakeld L [0-10] Statusindicatie voor de kanalen M (N) NIUSC+- Monitor-bedrijfsoort N (20) 0-127 Aantal pogingen (0 = oneindig) * O (2) 1-7 Aantal onbevestigde packets * P (32) 0-7 Parameteropvraag voor opgegeven Port 8-255 P-Persistence waarde voor niet-DAMA QRES Terugzetten in de terminal-mode R (1) 0 Digipeater uitgeschakeld 1 Digipeater ingeschakeld S (0) 0-10 Kanaal-Nummer (0 = unproto) * T (25) 0-127 Wachttijd van PTT-in tot gegevens (10ms) U (2) 0 [Text] Connect-tekst onderdrukken 1 [Text] Connect-tekst actief 2 [Text] Connect-tekst en Remote-//Quit actief V (2) 1 Protokoll Versie 1 2 Protokoll Versie 2 * W (10) 0-127 Tijdruimte voor P-Persistence (10ms) * X (1) 0 PTT voor zender onderdrukt 1 PTT voor zender vrijgegeven Y (10) 0-10 Maximale aantal van verbindingen @A1 (7) 0-65535 SRTT-vereffening, wanneer RTT toeneemt (SRTT'=(A1*SRTT+RTT)/(A1+1)) @A2 (15) 0-65535 SRTT-vereffening, wanneer RTT afneemt (SRTT'=(A2*SRTT+RTT)/(A2+1)) @A3 (3) 2-16 Factor voor T1 (T1=A3*SRTT) @B Toont het aantal vrije buffers * @C (0) 0 Software-DCD uit 1-63 Drempelwaarde voor Software-DCD * @D (0) 0 Full duplex uitgeschakeld 1 Full duplex ingeschakeld @I (80) 0 IPOLL uit 1-256 Maximale lengte van een IPOLL-frame @L Port:Call ... Linklijst ingeven (max. 8 inputs) '-' Linklijst wissen @M (0) 0 Omzetting van ontvangen stuurtekens 1 Transparent-Mode bij ontvangst @PO ('*') cccccccccc Porttoewijzing (per kanaal e e n teken) c = '0'-'7' Connect alleen van Port c mogelijk '*' Connect van alle Ports mogelijk '-' Geen connect van buiten mogelijk @S Momentele link-status * @ST Status indicatie per Port '-' Statusteller terugzetten * @T2 (150) 0-65535 Timer T2 (10ms) @T3 (30000) 0-65535 Timer T3 (10ms) * @T4 (1) 0-65535 Timer T2 bij DAMA (10ms) * @TA (1/4) 0-6000 Tijd van einde-frame tot PTT-uit (10ms) @U (1) 0 Unproto-Frames zonder Poll 1 Unproto-Frames met Poll @V (0) 0 Roepnaam-controle uitgeschakeld 1 Roepnaam-controle ingeschakeld * Parameter : mogelijk [] optionele Parameter () Standaardinstellingen ... meerdere Parameters mogelijk 2. Opheffen van fouten (modembedrijf) Bij problemen moet men eerst eens overdenken, waaraan het kan liggen. Naast TFPCX kommen daarvoor ook het terminal-programma, het modem, de SCC-kaart of de HF techniek in aanmerking. Dit hoofdstuk heeft betrekking op de toepassing van het modem. TFPCX stelt aan de gebruikte computer hogere eisen als een normale TNC. Worden die niet vervuld, dan zijn er problemen. Tot verder be- grip wil ik uitleggen hoe TFPCX bij zenden en ontvangen werkt. Bij packet radio worden de gegevens serieel en synchroon overgedragen. De seriele poort kan normaal alleen asynchrone gegevens met start- en stop bits verwerken, bij packet radio zijn die er niet. Daardoor is de poort dan ook niet in de gebruikelijke zin toepasbaar. TFPCX moet zich daarom om ieder apart bit bekommeren, de seriele poort wordt alleen maar als een eenvoudig slot gebruikt, om telkens e e n bit te bufferen. Opdat TFPCX de gegevens in het tijdraster van bijv 1200 Bit/s verwer- ken kan, heeft hij een nauwkeurige tijdstandaard nodig. Bij het zenden zijn daarvoor 1200 pulsen/sec nodig, voor ontvangst zijn bij het ge- bruikte systeem 3600 pulsen/sec nodig, zodat een voortdurende synchro- nisatie met het ontvangen signaal mogelijk is. TFPCX gebruikt daar- voor een geprogrammeerde PLL. De modem RX-leiding wordt in iedere bit- tijd 3 maal afgetast of een flank in het ontvangen signaal is opge- treden. In het ideale geval mag een flank alleen bij 3 keer aftasten optreden, echter door variaties in het signaal 'verschuift' dit ras- ter van tijd tot tijd. De richting waarin het signaal uit het raster loopt kan door de driemalige test worden herkend en gecompenseerd wor- den. Ik heb als tijdbron het in iedere PC aanwezige timer-IC gebruikt, die ook voor de kloktijd verantwoordelijk is. De timer levert 3600 maal/ sec. een interrupt, wat tot oproep van een bepaalde routine leidt, die voor ontvangst en zenden bevoegd is. Het is duidelijk dat die routi- ne alleen dan goed kan werken, wanneer deze ook in het raster voort- durend zonder grote vertragingen wordt opgeroepen. Wanneer men TFPCX met een aangesloten TNC vergelijkt, ontstaat er bij de gelijke baudrate een ongeveer 30-voudige belasting en maakt bij 1200 baud modembedrijf een baudrate van 36000 tussen TNC en computer, waarmee veel PC's al problemen hebben. Er is daarom een groot ver- schil of men een TNC of TFPCX gebruikt. 2.1. Zend- en Ontvangstproblemen De toegepaste computer moet allereerst in staat zijn, het aangespro- ken aantal interrupts te motoriseren. Bij overbelasting neemt de snel- heid van het systeem sterk af of stort in elkaar. Uit ervaringen kan men ongeveer de volgende tabel maken (zonder garantie): PC XT XT 286 386 MHz 5 8 12 20 Baud 300 * * * * 1200 ? ? * * 2400 - ? * * 4800 - - ? * * toepassing mogelijk ? toepassing eventueel mogelijk (met beperkingen) - toepassing onmogelijk Er zijn echter ook altijd weer problemen met computers die eigenlijk snel genoeg zijn. Het gaat daarbij om onzekere ontvangst, die vaak REJects tengvolge heeft, wat dan weer leidt tot herhaling van frames. De oorzaak daarvoor zijn meestal residente programmas, drijvers en hardware-uitbreidingen, die langere tijd verhinderen, dat interrupts kunnen optreden. Wanneer dat, wanneer een frame ontvangen wordt, maar een keer voor ca. 200 usec gebeurt, zal dat packet verloren gaan. Indien men zulke problemen heeft, moet men TFPCX met de optie '-D' starten. Treden gedurende het bedrijf onderbrekingen van de hoorbare toon op, dan duidt dit op het genoemde aspect. Vaak voorkomende probleemoorzaken: - Het gebruik van Extended (XMS) of Expanded Memory (EMS) als buffer- geheugen voor terminal-programmas (bijv. SP, GP) en disk-caches. (speciaal op 286's) Ter verbetering moet men voorkomen, dat van die geheugens gebruik gemaakt wordt, zolang met TFPCX gewerkt wordt. Bij SP mag men daar- toe niet de SPO.EXE en de XMS-Swapping ('SWP=1' in CONFIG.SYS) ge- bruiken. GP moet met de optie '/NOXMS' gestart worden. De disk-cache kan men eventueel toch toepassen, wanneer de optie '-ND' aangegeven wordt (zie hoofdstuk 6.2.3.). - Drijvers die het hoogladen van residente programmas mogelijk maken (bijv. EMM386) Is het niet voldoende wanneer men de maatregelen uit de vorige alinea in aanmerking neemt, dan moet men eventueel geheel van de EMM386 drijver afzien, zolang men met TFPCX werkt. - Langzame toetsenbord-drijver (KEYB) Wanneer steeds frames verloren gaan wanneer men op een toets drukt, moet men eens een andere toetsenbord-drijver uitproberen. (bijv. CKEYGR.COM van de SP-schijf) - VGA-Kaarten- en HD-controller Veel VGA-kaarten blokkeren, speciaal in de grafische mode (GP), voor langere tijd de interrupts. Er is mij meegedeeld dat er HD- controllers zijn die problemen veroorzaken. Wanneer men de con- troller verwijderde, liep alles prima. Het is moeilijk hier een practisch recept aan te geven. Men moet het misschien eens met een terminal-programma proberen, dat deze grafische mode gebruikt, resp. bij problemen met schijfactiviteiten, de optie '-ND' gebruiken, waar- aan men weliswaar moet wennen. (zie hoofdstuk 6.2.3.). Meestal zijn toch bepaalde compromissen nodig om met TFPCX te kunnen werken, wie die niet accepteren kan, moet van TFPCX afzien. Wie zich erover verwonderd waarom TFPCX plotseling niet meer werkt, moet een nagaan of er misschien een drijver geladen is of iets anders is veranderd. Wat ik in ieder geval niet wil is, dat iemand met TFPCX onnodig digi-opstappen belast, terwijl hij ieder frame pas bij de derde maal hoort. 2.2. Problemen met andere programmas Wanneer TFPCX actief is, mogen geen programmas opgeroepen worden, die zich aan de door TFPCX gebruikte timers vergrijpen. Wordt dat toch gedaan, dan kan het systeem afbreken, erg langzamer worden, of de systeem-klok loopt verkeerd. Bij deze programma behoren bijv.: - MS-Word 5.0 en 5.5 - EDIT van MS-DOS 5.0 - veel Muisdrijvers Bij de volgende programmas traden eveneens problemen op, waarvan de juiste oorzaak onbekend is: - Toetsenbord-drijver van DR-DOS 6.0 (toetsenbord blokkeert), andere drijvers (bijv. CKEYGR.COM ) gebruiken. - Microsoft muisdrijver (MOUSE.COM), oplossing door andere muisdrij- ver. - IBM VCPI.SYS-drijver (gebruikt bij notebooks), verwijderen van de drijver heft eventueel het probleem op. 2.3. Hardwareproblemen Er zijn enige PC's (speciaal laptops), die geen vol-compatiebele se- riele poort hebben. Hoewel de gestelde eisen hier biet zo hoog zijn als bij Baycom, kan het bij grotere afwijkingen ook met TFPCX op zul- ke computers tot problemen komen. Meestal werkt wel de ontvangst, maar het zenden klopt niet. Tot nu toe heb ik dit over de volgende computers gehoord: - Toshiba 1000XE - NEC Multispeed - Olivetti M24 Bij TFPCX is er de mogelijkheid het modem via de LPT-poort aan te sluiten, wat als uitweg denkbaar is. Laptops en notebooks ondersteunen meestal verschillende stroomsbespa- ringmodi, die aan TFPCX na een bepaalde tijd zonder toetsendruk de benodigde rekencapaciteit onttrekken. Bij die computers (bijv. Oli- vetti Quaderno) is het dikwijls nodig het powermanagement ( speciaal de verlaging van de processorsnelheid) de deactiveren. 3. Aansluiten van hardware 3.1. Seriele Modems Baycom-compatiebele modems kunnen zonder wijziging toegepast worden. In zeldzame gevallen geeft het problemen door de stabielere stroom- verzorging bij TFPCX in vergelijking met Baycom. Hier ligt de TXD- leiding statisch op ca. +12V, terwijl Baycom een pulserend signaal op die leiding levert. Daardoor ligt de voedingsspanning van het mo- dem iets hoger en de spanningsdeler aan Pin 7 van de TCM3105 levert een afwijkende spanning van de ideale waarde. In dat geval is een nieuwe afregeling van de spanningsdeler nodig. (zie Modem handlei- ding). Verder bestaat nog de mogelijkheid een modem (bijv. van Digicom) via een LPT-poort aan te sluiten. Daarbij worden 6 gegevens-leidin- gen op ca. 5V gelegd, wat eventueel voor de voeding van het modem gebruikt kan worden (op eigen risico!). Hier volgen de aansluitingen van de modem-poorten: COM-poort Signaal 25pol. 9pol. Betekenis DTR 20 4 Zendgegevens +/- 12V RTS 4 7 PTT, Hoog actief, -12V=RX, +12V=TX CTS 5 8 Ontvangstgegevens GND 7 5 Massa TXD 2 3 +12V voor Baycom-modem LPT-Poort Signaal 25pol. Betekenis DATA1-6 2-7 Statisch ca. 5V voor modem DATA7 8 Zendgegevens, TTL-niveau DATA8 9 PTT, Hoog actief, 0V=RX, 5V=TX BUSY 11 Ontvangstgegevens GND 18-25 Massa Ook modems met de AM9711 kunnen gebruikt worden. Daarvoor moet even- tueel de TXTAIL-parameter (opdracht @TA) iets vergroot worden. Ik wil hier op wijzen dan men voor andere baudrates ook andere modems nodig heeft. Mogelijk zijn ook slechts kleine veranderingen voldoende (quarts uitwisselen). 3.2. BayCom-USCC-Kaart De aansluitingen van de USCC-kaart moeten uit de bijbehorende documen- tatie gehaald worden. Hieronder wordt alleen de nummering en de stan- daardinstellingen voor de modem-ritme verzorging en de baudrate ver- meld Port SCC Modem-ritme Baud Modem SCC0 1A Softclock 1200 AFSK (TCM3105) SCC1 1B Softclock 1200 AFSK (AM7911) SCC2 2A Disable 9600 Extern SCC3 2B DF9IC-Modem 9600 FSK (DF9IC) De tweede SCC-controller (Z8530) hoeft niet direct beschikbaar te zijn, wanneer de betreffende kanalen niet benut worden, de eerste controller is echter altijd nodig. Daarmee kan nu ook de 9k6-USCC- kaart gebruikt worden (optie -PUSCC:::31). De volgende tabel geeft nogmaals de juiste ritmebronnen voor ontvangst (RxC) en zenden (TxC) en de coderingsmode aan. De eerste kolom is het bij de optie -PUSCC aan te geven cijfer, de laatsten geven de equiva- lente waarden voor de parameters CARRIER en HENNING bij BayCom aan. Soft-DCD en Duplex-toepassing wordt met de opdrachten @C en @D inge- schakeld. -P RxC TxC Mode CARRIER HENNING 1 Softclock DPLL BRG NRZI 0/1 0 2 Hardclock DPLL RTxC NRZI 2-4 0 3 DF9IC-Modem TRxC RTxC NRZ 1-4 1 BRG Baudrategenerator \ in de SCC-Controller DPLL Digitale PLL / inhoudende RTxC \ aansluitingen van de TRxC / SCC-Controller Bij enige USCC-kaarten geeft het vermoedelijk timing problemen bij het toegrijpen op de gegevenspoort van de SCC-controller. Bij TFPCX v2.00 worden daardoor losse zinloze gegevens verzonden. Na het te- rugzetten van het busritme resp. uitwisselen van de SCC-controller door originele ZILOG-typen lieten zich die effecten gedeeltelijk uit de weg ruimen. TFPCX geeft nu de zendgegevens niet meer over de gegevensport uit, zoals dat bij Baycom eveneens gedaan wordt. Ik hoop dat daarmee deze problemen niet meer optreden. 4. Informatie voor de software ontwikkelaar 4.1. Programma-Interface De communicatie met TFPCX vindt plaats over een software-interrupt. Er bestaan verschillende sub-functies, die via de waarde in het AH register bij oproep geselecteerd worden. Eventuele parameters worden in AL ter beschikking gesteld. AX bevat bij terugkeer het resultaat of 0xFFFF, wanneer een niet bestaande functie gekozen werd. Alle voor ingave gereed staande karakters moeten ingelezen worden voor de volgende afgifte gemaakt wordt. TFPCX ondersteunt 2 verschillende interfaces, die zich maar weinig onderscheiden. 4.1.1. TFPC-Interface Sub-functies AH = 1 Afvraag of een teken voor ingave gereed staat Retourneert: AX = 0 geen teken gereed AX = 1 teken voor ingave gereed AH = 2 Tekeningave (alleen oproepen wanneer functie 1 meegedeeld heeft, dat een teken ter beschikking staat. Retourneert: AL Tekencode AH = 3 Afgifte van een teken Parameter: AL uit te geven teken Drie bytes na het inkomen in de TFPCX-interrupt-routine staat de ken- teken-string 'N5NX', aan de hand waarvan de gebruikte interrupt kan worden vastgesteld. 4.1.2. DRSI-Interface De implementering in TFPCX vond plaats aan de hand van SP, daar mij noch een beschrijving noch een TNCTSR-drijver ter beschikking stond. Ik kon mij daarom alleen aan de functie-geschiktheid in samenhang met SP orienteren. Afwijkingen van het origineel zijn mogelijk. Subfuncties: AH = 0 Ingave van een teken Retournering: AH = 0 geen teken voor ingave gereed AH = 1 teken voor ingave gereed AL tekencode (alleen wanneer AH = 1) AH = 1 Afgifte van een teken Parameter: AL uit te geven teken Retournering: AH = 0 geen teken voor ingave gereed (alleen voor compatibiliteit met TNCTSR-drijver) De interrupt-routine begint met de volgende bytes: 0x53 0x1E 0xBB 0x?? 0x?? 0x8E 0xDB 0x84 0xE4 0x74 0x20 De gebruikte interrupt kan gevonden worden, doordat het begin van alle routinen van de interrupt-vectoren 0x40 tot 0xFF met deze byte-reeks wordt vergeleken, daarbij kunnen de posities 0x?? willekeurige waar- den aannemen. Deze handelwijze werkt ook met de DRSI-drijver en wordt eveneens door SP gebruikt. 4.1.3. Speciale functies De volgende sub-functies zijn uitbreidingen die alleen bij TFPCX be- staan. Zij zijn bij beide interface varianten beschikbaar. AH = 0xFB Afvraag van Port en Kanaalaantal (vanaf v2.00) Retournering: AL Aantal gebruikte Ports (0 tot 8) AH Aantal beschikbare kanalen (4 tot 40) Het kanaalaantal wordt met de optie '-CH' ingesteld. AH = 0xFC Afvraag van de zend/ontvangststatus (vanaf v2.00) Retournering: AL Ontvangststatus (Bit-Nr. = Port) AH Zendstatus Met deze functie kan een zend/ontvangst aanduiding door het terminal programma gerealiseerd worden, daar de optie -C alleen in de tekstmode functionneert en voor de beeldscherm- opbouw ook niet optimaal is. Aan iedere Port is telkens een bit AL en AH toegevoegd. Bit 0 (LSB) hoort bij Port 0, Bit 1 bij Port 1 enz. Wanneer eventueel het bit gezet is, wordt op die Port juist ontvangen resp. gezonden. Bij duplex- toepassing kunnen ook beide bits tegelijkertijd gezet zijn. De functie 0xFB geeft in AL het aantal Ports terug, die getoond moeten worden. AH = 0xFD Afvraag van de TFPCX-Busy-Status (vanaf v1.11b) Retournering: AX = 0 Busy (vrije buffer < 176) AX = 1 niet Busy Hiermee is een zendehandshake in terminal-mode mogelijk. AH = 0xFE Afvraag van de TFPCX-Version (vanaf v1.01) Retournering: AH = 2 Hoofdversienummer AL = 10 Subversienummer (geen BCD) Deze functie maakt het onderscheid tussen TFPCX en TFPCR mogelijk (levert AX = 0xFFFF) en DRSI-TNCTSR (leverde bij een test AX = 0). Men moet uitproberen of 1<=AH<=20 geldt en alleen in dat geval op TFPCX besluiten. Bovendien kan met deze functie worden vastgesteld of noch een oude ver- sie gebruikt wordt, die bepaalde functies niet ondersteunt. 4.2. Formaat van de meldingen Hierna worden de meldingen van TFPCX opgenoemd die een Portnummer bevatten en daarmee van de TNC-Firmware afwijken. is een cij- fer tussen 0 en 7. De aanduiding van : vindt alleen plaats wanneer TFPCX met de opties '-DR', '-DX', of '-DM' werd gestart. De monitor-meldingen bij '-DR' werden bij deze versie veranderd, om bedoelde verschillen met de DRSDI-TNCTSR-drijver uit de weg te rui- men. - Link-Status BUSY fm : via CONNECTED to : via LINK RESET fm : via LINK RESET to : via DISCONNECTED fm : via LINK FAILURE with : via FRAME REJECT fm : via (x y z) FRAME REJECT to : via (x y z) - Monitor (Opties '-DX' und '-DM') :CONNECT REQUEST fm via :fm to via ctl pid - Monitor (Optie '-DR' en TNCTSR) CONNECT REQUEST fm : via : fm to via ctl pid ^ Spatie - Retournering van de opdracht 'C' zonder Parameter : via 4.3. Uitgebreide Hostmode De extended hostmode (DG3DBI) is een compatiebele uitbreiding van de 'G'-opdracht, die het mogelijk maakt met een algemene Poll-opdracht inlichtingen over alle kanalen van de Firmware te verkrijgen, waarop gegevens voor handen zijn. De toepassing van de extended hostmode re- sulteert, speciaal bij gebruik van vele kanalen met zeer verschillende gegevensinhoud, in een verbetering van de gegevensdoorstroming tussen TFPCX en het terminal-programma. De globale afvraag vindt plaats door een 'G'-opdracht aan het virtuele kanaal 255 (Bytevolgorde: 0xFF 0x01 0x00 'G'), waarbij eventuele para- meters genegeerd worden. TFPCX antwoordt daarop met een op 0- gezette lijst van alle kanalen die gegevens gebufferd hebben (Bytevolgorde: 0xFF 0x01 kanaal+1 ... 0x00). kanaal+1... is de opsomming van de tel- kens met 1 verhoogde kanaalnummers. Voorbeeld: De kanalen 0 (monitorkanaal), 1 en 5 hebben gegevens voorhanden. TFPCX antwoord met: 0xFF 0x01 0x01 0x02 0x06 0x00 Het terminal-programma moet daarom de aangegeven kanalen zolang af- vragen tot geen gegevens meer voorhanden zijn. Wanneer alle kanalen vrij zijn, wordt alleen 0xFF 0x01 0x00 geleverd. Bij de eerste glo- bale poll moet getest worden of eventueel de foutmelding "INVALID CHANNEL NUMBER" komt, wat altijd gebeurd, wanneer de extended host- mode van de Firmware nog niet ondersteund wordt. 4.4. Vorige versies Sinds de v1.00 werden de volgende wijzigingen ingevoerd. v1.01 - Verwijzing naar ongelezen informatie door knipperende rechthoek wanneer geen hostmode (afschakelbaar door -NB) - Basis-adres van de modem-port laat zich expliciet instellen. - TxD-leiding aan het modem-port voor voeding statisch op +12V geschakeld, voedingspanning van het modem bij het ontladen uit- schakelen - Standaard-TFPCX-Interrupt nu 0xFD (voordien 0xFE) - Versieafvraag over TFPCX-interrupt (AH = 0xFE) v1.10 - Overgang naar The Firmware v2.3b DAMA (voordien TF v2.1c) - Soft-DCD (Afregeling met opdracht @C) - Zend/ontvangst indicatie in hostmode (afschakelbaar door -NC) - Vertraging van schijfactiviteiten bij zenden/ontvangst als noodop- lossing bij problemen mogelijk (-ND) - Automatisch verhogen van SSID bij connect, wanneer hetzelfde sta- tion al geconnect is. - Interne connects mogelijk - Instellen van Frack in 1sec of 10msec eenheden (opdracht F) - Unattended mode kan ook zonder CTEXT ingeschakeld worden, fouten- melding 'NO MESSAGE AVAILABLE' verwijderd (opdracht U) - 600 buffers (voordien 400) - Bug opgeheven, die op 486's het ontladen onmogelijk maakte. v1.11 - Opdracht Z weer beschikbaar (XON/XOFF voor TERM) - LPT-pennen DATA1-6 op 5V gelegd voor modem-voeding v1.11b (onofficieel) - Functie voor zend-handshake in de terminalmode over TFPCX-interrupt voor TERM (AH = 0xFD) v2.00 - Ondersteuning voor Baycom-USCC-kaart en maximaal 2 modems (maximaal 6 Ports, intern 8 Ports) - Optie -NC verwijdert, DCD-indicatie wordt nu over -C[xx] ingeschakeld (optimaal schermattribuut xx) - Nu 20 kanalen (voordien 10) - Emulatie van de DRSI-TNCTSR-drijvers mogelijk, extra sotfware inter- face (-DR) - Opgave van de Portnummers in de meldingen - Parameters B, O, P, T, W, X, @C, @D, @T2, @T4 en @TA worden voor iedere Port extra bestuurd. (opgave :) - Opdracht QRES zet terug in de terminal-mode - Linklijst voor crossband-digipeating (opdracht @L) - Statistiek-frameteller (opdracht @ST) - Instelbare TXTAIL parameters (opdracht @TA) - Opdracht P met parameter 0-7 voor DRSI-compatibiele parameteropvraag (geen parameterinstelling) - Opdracht Z weer verwijdert - 'Dynamisch' MAXFRAME verwijderd (opdracht O) - Foutenmelding bij modembedrijf onder Microsoft-Windows (386 enhan- ced mode) - Functies voor opvraag van Port-/kanaalaantal (AH = 0xFB) en van de zend/ontvangststatus (AH = oxFC) over software interrupt. - Bugs opgeheven, die leidden tot overloop van de buffers bij achter- grond toepassing en af en toe overbodige uitzendingen. v2.01 - USCC-zendproblemen opgeheven, door afgifte van de zendgegevens over controlport (timing problemen bij gegevensport enige USCC-kaarten) - Optie -BU[nnnn] voor instelling van het aantal buffers (minimum 400, default 600), ontbreekt het aantal dan wordt de maximum waarde ge- bruikt. - Aantal van connect-kanalen via optie -CHnn instelbaar (4-40 kanalen, default 10) - Opdracht E (Echo) weer beschikbaar (default 1, Echo in) - Opdracht @M voor #BIN#-ontvangst, @M=0 omzetting van ontvangen stuur- tekens (standaard), @M=1 Transparent-mode (voor TERM) - Init-bestand (optie -F) kan spaties en commentaar bevatten (door '#' of ';' voorafgegaan), ESC automatisch opgewekt ('^' wordt genegeerd) Omzetten van TAB's in spaties - Remote-opdracht '//Q' (wanneer U=1 en JHOST=o) - Frames worden alleen gemonitored, wanneer meer als 256 buffers vrij zijn (voordien 64 buffers) - Foutenmelding bij modem-bedrijf onder OS/2 2.0 - DRSI-functie 1 (tekenafgifte) retourneert AH=0 (compatibiliteit met TNCTSR-drijver, die AH meldt of tekens voor ingave gereed staan) v2.10 - KISS-mode (incl. SMACK) ondersteund (optie -PKISS, max. 4 Ports) - Ondersteuning van PA0HZP-OptoPcScc-kaart (optie -POSCC), klok- type 4 (PA0HZP-Port met externe deler) en 5 (PA0HZP-timer voor 75 Hz tijdstandaard) - Baycom-9k6-UScc-kaart ondersteund (2de SCC-controler niet aanstu- ren wanneer niet in gebruik) - IRQ's voor SCC en KISS: 2-5/7, bij AT bovendien: 9-12/14-15 (2=9) - Meldingen (MONITOR en CONNECT REQUEST) bij DRSI-interface (optie -DR) gewijzigd (incompatibiliteiten met de TNCTSR-drijver uit de weg geruimd, optie -DX voor tot nu toe gemodificeerde meldingen - Opdracht @PO voor Porttoevoeging naar keuze (kanaal alleen door de toegevoegde Port te connecten, default-port bij uitgaande con- nects - Interne connects (loopback) afschakelbaar (optie -NL) - TXTAIL (@TA) bij modem en SCC, rekening houdende met baudrate en timer-onnauwkeurigheid, optimaal ingesteld (@TA=4 bij 300 baud), QTA=1 vroeger), max. waarde voor @TA is 6000 (bij KISS 255) - 0 Ports, wanneer -P niet is aangegeven (geen default port) - Optie -D heeft betrekking op de ervoor staande optie -P - Bij DAMA voor het pollen ook op afloop van T1 wachten (als TF 2.6) - Extended hostmode (DG3DBI) ondersteund - Remote-opdracht '//Q' alleen bij U=2 (default) - @ST- wist ook de ERR-teller - NET/ROM-monitor verwijderd - Default-parameters F, N, P, R, T, U, @A3, @I, @T2, @T3, @T4 en @TA gewijzigd 5. Copyrights en toepassingsvoorwaarden TFPCX mag voor toepassing door zendamateurs als copie aan derden wor- den gegeven, zolang hiervoor geen kosten worden geheven. Speciaal is het bijvoegen van TFPCX bij andere hard- en software alleen dan toege- staan, wanneer voor dat eventuele product geen kosten berekend worden of mijn accoord is verkregen. Het is niet toegestaan het programma commercieel te gebruiken of te distribueren. Het doorgeven van het programma moet steeds geheel compleet met alle bestanden gebeuren. Een garantie voor behoorlijk functionneren wordt niet gegeven. De auteur kan voor eventuele schaden, die door de toepassing van TFPCX ontstaan, niet aansprakelijk worden gesteld. (Uitsluiting aansprakelijkheid) De auteur van het programma TFPCX is Ren‚ Stange (DG0FT). TFPCX be- vat delen van de The Firmware 2.3b van NORD>