DIGIPAN Vertaling van de Help files ======= door H.W.Dankmeijer (PE1ECN, Nov. 2001) Ontvangst van PSK31 (Receiving PSK31) -------------------------------------- PSK31 signalen worden in het Spectrum venster weergegeven als twee parallelle lijnen, zoals treinrailsen. Stem af op een PSK31 signaal door er met de rechtermuis toets op te klikken. De tekst die door het station wordt verzonden, zal in het Ontvang-venster verschijnen, dat is het grootste venster, bovenaan het Digipan-scherm. In dit venster wordt een deel van het Spectrum-Venster van het actuele Digipan-Venster weergegeven, de heldere geel-groene streep met de cursor in de vorm van een diamant in het midden, is een sterk PSK31 station, hetgene aan de linker kant is een zwak PSK31 station, maar zal nog prima schrijven en het zwakke signaal aan de rechterkant is een PSK31 station dat te zwak is om een QSO gaande te houden. Het korte spoortje tussen de twee is een draaggolf die al uit de lucht is en het zeer zwakke signaal geheel aan de linkerkant, is een zwak PSK31 station dat juist is opgehouden met zenden. De cursor, in de vorm van een diamant, staat in het midden van het sterke signaal. Door met de linker muistoets op het signaal te klikken, geeft de cursor het signaal aan dat op dat moment wordt geschreven. Installeren (Setup) -------------------- Verbind Uw ontvanger met de geluidskaart en een seriele poort (voor Tx/Rx omschakeling), zoals wordt beschreven in Installeren vam apparatuur. Onder Configure/Personal Data, geef Uw Roepnaam op, de Naam die U gebruikt tijdens de uitzendingen en Uw QTH. Onder Set/Volume, stel het Ontvangst-Volume niveau in voor een gespikkelde blauwe achtergrond op het Spectrum-venster, dat is het venster onderaan het Digipan-venster, met de gecalibreerde schaal aan de bovenkant, zoals beschreven in Setup. Druk de TX toets op de Controle balk, dat is degene met de twaalf toetsen bovenaan het Digipan-Venster. Onder Set/Volume, stel het Zend-volume niveau in voor een onvervormd HF uitgangssignaal, zoals omschreven in Setup en druk de RX toets om de uit- zending te stoppen en terug te keren naar de Ontvang mode. Installeren van apparatuur (Equipment setup) ============================================ Audio Verbinding voor Ontvangst ------------------------------- Verbind een audio kabel tussen de zendontvanger audio output en de geluids- kaart LINE IN plug. De audio output kan de luidspreker uitgang zijn, een aparte audio output, of een koptelefoon plug. Het is het beste de audio uitgang te gebruiken die niet door de volume regelaar wordt beinvloedt, in- dien beschikbaar. Wanneer de audio output van de zendontvanger te gering is om een blauw ge- spikkelde achtergrond op het Digipan Spectrum Venster te produceren, verander dan de verbinding van de kabel, aan de kant van de geluidskaart, van ge- luidskaart LINE IN plug naar de geluidskaart MIC plug. Ontvangst van het audio niveau wordt ingesteld door de Digipan Ontvang Volu- me (Digipan Receive Volume) en als het komt van de zendontvanger luidspreker of koptelefoon audio output, ook met de zendontvanger volume regelaar. Stel de geluidskaart in op de beste bemonstering kwaliteit voor een zo scherp mogelijke weergave van ontvangen signalen. Digipan werkt het beste met een bemonstering van 11025 Hz of hoger. Audio Verbinding voor Zenden ---------------------------- Verbind een afgeschermde kabel tussen zendontvanger MIC ingang en de geluids- kaart LINE OUT plug via een 40 db verzwakker, bestaande uit een 100K serie- weerstand en een 1k parallelweerstand aan de MIC ingang. Die verzwakker zal het geluidskaart LINE OUT niveau van ongebveer 1 Volt verlagen naar het normale MIC niveau van ongeveer 10 millivolts, dus zal het hoge geluidskaart niveau de zendontvanger MIC ingang niet oversturen en vervormen. Wanneer de zendontvanger is uitgevoerd met een hoog niveau auxiliary audio ingang, is de verzwakker niet nodig en de zendontvanger ingang kan direct met een afgeschermde kabel met de geluidskaart LINE OUT verbonden worden. Wanneer de auxiliary ingang van de zendontvanger wordt gebruikt, zorg ervoor dat de zendontvanger microfoon is uitgeschakeld wanneer PSK31 werkt, om niet toegestane modulatie te voorkomen in de CW band door geluiden die door de microfoon worden opgepikt! Zend/Ontvang verbinding ----------------------- De zendontvanger's VOX kan theoretisch worden gebruikt voor het aansturen van de zend/ontvang functie, hoewel het vaak moeilijk is in te stellen voor een betrouwbare werking en tegelijk het juiste niveau te handhaven voor een onver- vormd PSK uitgangsignaal. Daarom heeft Digipan een positieve controle van de zendontvanger's PTT, via de RTS en/of DTR uitgangen van de computer's RS-232 seriele poort. Signaal DB9 Connector DB25 Connector RTS Pin-7 Pin-4 DTR Pin-4 Pin-20 Aarde Pin-5 Pin-7 De RTS en DTR uitgangen van de seriele poort zijn niet direct compatiebel met de PTT sturing van de meeste zendontvangers. De seriele poort geeft +12 tot +15 Volt DC voor zenden en -12 tot -15 Volt DC voor de ontvangst conditie. Transceiver PTT schakelingen hebben meestal een aarde nodig voor zenden en een open circuit voor ontvangst. Voor de meeste solid-state transceivers is een eenvoudige NPN transistor (2N2222 of vervanger) met een 2K2 weerstand in serie met de basis en de seriele poort voldoende. Verbind de emitter met aarde, een diode tussen basis en aarde (anode aan aarde) om te voorkomen dat -12 tot -15 Volt de transistor bereiken, en de collector naar de PTT lijn. Verbind een kabel van de computer RS-232 connector, pin 7 of pin 4 als een DB-9 wordt gebruikt, of pin 4 of pin 20, als een DB-25 wordt gebruikt, naar de basis van de 2N2222 via de 2K2 weerstand. Wanneer er geen spanning beschikbaar is op de PTT input, verbind de spoel van een 12 Volt, 1020 Ohm, gevoelig reedrelais tussen aarde en de uitgang van de RS-232 connector met een klein signaal silicon diode in serie met de RTS en DTR uitgang en de relais spoel, kathode aan de spoel en gebruik de relais contacten om de transceiver PTT te schakelen. Sluit een kleine silicon diode parallel aan de reedrelais spoel aan, met de anode aan aarde, ter voorkoming van inductieve impulsen, die door de relais spoel worden opgewekt, wanneer afgeschakeld. Zendontvanger PTT kan ook handmatig worden geschakeld, wanneer nodig. Software Instelling (Software Adjustment) ----------------------------------------- Na het aansluiten van de RS-232 poort aan de zendontvanger, moet de juiste seriele poort in Digipan worden gekozen, onder Configure/Serial Port en de "RTS as PTT" of "DTR as PTT" worden aangevinkt. Aangezien het interne modem, of andere hardware van de computer e e n van de seriele poorten kan gebruiken, is het nodig om fysiek een ongebruikte seriele poort te nemen en dezelfde poort in Digipan te kiezen. Digipan zal een PTT signaal zenden naar RTS of DTR, of beide, dus e e n van beide kan voor PTT worden gebruikt. De bedrading van Uw kabel moet echter overeenkomen met Uw PTT keuze! Fouten zoeken ------------- In sommige installaties kunnen aardlussen op ontvangst of zenden, of HF terugkoppeling op zenden, problemen geven bij ontvangst of zenden. In die gevallen is het soms nuttig om e e n of beide audio lijnen, die de zendont- vanger met de geluidskaart verbinden, te scheiden met een 1:1 audio isolatie transformator om de aardlus te onderbreken of zelfs ongewenste HF uit de audiolijnen te houden. Kleine ferriet kralen om de audiolijnen als HF-choke helpt dikwijls om terugkoppeling te onderdrukken, als gevolg van HF op de lijnen. Soms is het voldoende om de Micofoon en Lijn ingangen op het Windows Volume Controle paneel, die het geluid naar de luidsprekers instellen, dicht te zetten. In dit geval zet NOOIT de Volume of Wave niveau regelaars dicht, of de geluidskaart audio die voor zenden wordt gegenereerd, zal worden afgeslo- ten. Zet alleen Microfoon en Lijn volumeregelaars dicht, waardoor het dan nodig is om het audio systeem van de transceiver te gebruiken voor het be- luisteren van de band en het geluid van de ontvanger zal dan niet langer naar de luidsprekers worden doorgegeven. Digipan is echter een visuele ontvangst methode en werkelijk te horen wat er op de band gebeurt is zelden nodig. Uitzenden van PSK31 (Transmitting PSK31) ========================================= Om naar een station te zenden, stem er eerst op af. Typ de uitgaande tekst in het Zend-venster, dat is het kleinere venster, tussen het Ontvang- venster en het Spectrum-venster. Druk de TX toets en de tekst in het Zend- venster zal worden verzonden. U kunt doorgaan met typen en die tekst zal ook worden verzonden. Zoals het is verzonden, zal de tekst in het Zend- venster ook verschijnen in het Ontvang-venster. Om de uitzending te stop- pen, druk op de RX toets met de muis. U kunt ook de ESC toets drukken of opnieuw de TX toets. De standaard mode voor PSK31 wordt BPSK genoemd en is zijband gevoelig, maar onder moeilijke condities kan communicatie worden verbeterd door naar de QPSK mode te schakelen. Wanneer de QPSK mode wordt gebruikt, moeten beide stations dezelfde zijband gebruiken! Wanneer U aan het zenden bent, maar geen tekst typt, moet het zendvolume worden verhoogd totdat het HF uitgangsvermogen juist ophoudt met stijgen en dan verminderd totdat het vermogen terugvalt tot de helft van het vermogen wanneer het stopte met stijgen. Dat levert dan een maximum aan onvervormd uitgangsvermogen op onder PSK31 bedrijf. Sommige zendontvangers kunnen echter de belastingcyclus van PSK31 niet aan zonder te oververhitten. In dat geval, verlaag snel het vermogen totdat de zendontvanger functionneert met het aanbevolen vermogen onder continu bedrijf. Deze afbeelding van een Digipan scherm laat verschillende PSK31 stations zien. Het station geheel links, doet niets (typt niet) en de twee gewenste zijbanden van het PSK31 signaal kunnen duidelijk worden gezien als twee parallelle lijnen, met een verbinding ertussen (onderaan het signaal), dat resulteert van het laatste karakter dat werd getypt. Ook zichtbaar zijn twee zwakkere lijnen, zichtbaar aan iedere kant van de sterke lijnen, wat ongewenste zijbanden zijn die worden geproduceerd door de zendontvanger enigszins te oversturen. De IMD van dit signaal in rust is ongeveer -20db en kan al interferentie geven met een zwak naburig station. Er is geen teken van enige extra ongewenste zijbanden zichtbaar op de andere stations. Hoewel zij niet erg sterk zijn, zenden zij zeer schone signalen. De zendontvanger moet altijd worden bedreven met een zeer lineaire output, met een IMD van -25 db of minder, wanneer mogelijk, en geen zichtbare on- gewenste zijbanden produceren Controle Balk (Control Bar) --------------------------- De Controle Balk heeft twaalf toetsen, ieder is verbonden met een toetsenbord functie toets, die kan worden gebruikt om de werking van Digipan te sturen. De opschriften hebben geen uitleg nodig en worden gecontroleerd door Macros, die voor iedere toets kunnen worden gewijzigd. In de default configuratie van Digipan, worden de Controle Balk toetsen gebruikt om de werking van Digipan te automatiseren en herhaald typen te reduceren. Call 1 F1 Zendt tekst in het formaat, UT2UZ DE KH6TY K CQ F2 Zendt tekst in het formaat, CQ CQ CQ DE KH6TY pse K Call 3 F3 Zendt tekst in het formaat, UT2UZ UT2UZ UT2UZ DE KH6TY KH6TY KH6TY K Call F4 Zendt tekst in het formaat, UT2UZ DE KH6TY. Meestal gebruikt gedurende een QSO BTU F5 Zendt tekst in het formaat, BTU UT2UZ DE KH6TY K Signoff F6 Zendt tekst in het formaat, 73. UT2UZ DE KKHTY SK Brag F7 Zendt tekst in het formaat, Station equipment at KH6TY Send F8 opent een bestand keuze scherm voor kiezen van een te zenden tekst bestand. TX F9 Zendt de inhoud van het Zend venster RX F10 Zet Digipan van de zendmode in de ontvangstmode. Clear F11 Wijs op een venster en druk Clear om het venster schoon te maken. Blank Zendt tekst en voert een bewerking uit die door de gebruiker is geprogrammeerd. De functie van al de toetsen die tekst zenden is de tekst in het zend- venster te plaatsen om te worden verzonden als de TX toets wordt gedrukt. Zend en Ontvang opdrachten kunnen worden toegevoegd aan iedere toets om het schakelen tussen de zend en ontvang modes te automatiseren, zoals uit- gelegd in het Macros hoofdstuk en alle opschriften en functies van die toetsen kunnen opnieuw worden toegewezen. Log Balk (Logging Bar) ----------------------- Onder de Controle balk is de Log balk, die vensters heeft voor het opgeven van een Roepnaam, een Naam en een QTH. De werking van de Log Balk wordt bestuurd door de "Save" (Opslaan), "Search" (Zoeken) en "QSO" toetsen. Een Roepnaam kan worden getypt in het "Call" venster of met de muis worden aangewezen en dubbel klikken met de linker muistoets zal de roepnaam naar het "Call" venster kopieren. Een Naam kan worden getypt in het "Name" venster of aangewezen met de muis en dubbel klikken met de linker muistoets kopieert die naam naar het "Name" venster. Wanneer de Ctrl toets wordt gedrukt en een QTH op het scherm is opgelicht met de muis, zal de QTH naar het "QTH" venster worden gekopieerd, wanneer de Ctrl toets weer wordt losgelaten. Alle drie venster kunnen ook worden ingevuld door met de linker muistoets aan te klikken en dan het venster in te typen. Wanneer de gewenste vensters zijn ingevult, zal drukken van de "Save" toets de informatie in een log opslaan. Door de "QSO" toets in te drukken, kunt U extra informatie voor die opgave in het log opgeven en drukken van de "Search" toets zal alle log opgaven voor iedere gewenste roepnaam opzoeken en weergeven, met als default de roepnaam die op het moment in het "Call" venster wordt weergegeven. Status Balk (Status Bar) ------------------------- Een Status Balk is te vinden aan de onderzijde van het Digipan scherm. Mededelingen betreffende het functionneren worden getoond aan de linker zijde en de status van RX/TX, Squelch, AFC, Net, Snap, Tone, IMD, BPSK/ QPSK en tijd worden getoond op de rest van Status Balk. Macro Opdrachten ---------------- Digipan bevat een macro taal en 24 Macro toetsen, waarvan iedere toets verbonden is met e e n van de functie toetsen. Twaalf zijn verbonden met F1 tot F12 en een andere twaalf gekoppeld met Ctrl-F1 tot Ctrl-F12. Wanneer Ctrl gedrukt is, veranderen de opschriften van de Controle Balk in opschriften voor de Ctrl-functie toets toetsen. Digipan heeft de volgende Macro opdrachten, die ALLEMAAL moeten worden getypt in HOOFDLETTERS. Zet Digipan in de Zend mode Zet Digipan in de Ontvang mode De roepnaam van het tegenstation. De roepnaam die in Digipans's Personal Data dialoog is opgegeven De naam die in Digipan's Personal Data dialoog is opgegeven De naam van het tegenstation De QTH die in Digipan's Personal Data dialoog is opgegeven Verwijdert de inhoud van het venster met de knipperende cursor Zet Digipan in de Ontvang mode en maakt het TX venster schoon Opent een dialoog venster om een tekst bestand te zenden