INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO door Larry Kenney, WB9LOZ Vertaling door H.W.Dankmeijer (PE1ECN) Deze serie van 18 artikelen werd geschreven in 1988 om te verschijnen in Nuts en Volts, de nieuwsbrief van de San Francisco Amateur Radio Club. De serie is op ruime schaal gedistribueerd, met revisies in 1991, 1993 en 1995. Nu de serie op het Web is gezet, wordt het regelmatig bijgewerkt, wanneer nodig, op de Website. INHOUD Deel 1 ..............Wat is Packet Radio? Deel 2 ..............In de Lucht gaan met Packet Deel 3 ..............TNC Opdrachten, deel 1 van 3 Deel 4 ..............Digipeaters en Nodes - de basis principes Deel 5 ..............Introduktie naar het Bulletin Board Systeem Deel 6 ..............BBS Opdrachten - Het gebruik van de Packet BBS Deel 7 ..............Packet Berichten Adressering Deel 8 ..............Het Packet Bericht - gedetailleerd bekeken Deel 9 ..............Packet Radio White Pages Database Deel 10 .............Gebruik van het Node Netwerk - Deel 1 van 2 Deel 11 .............Gebruik van het Node Netwerk - Deel 2 van 2 Deel 12 .............Nationale Berichten Systeem (NTS) en Packet Radio Deel 13 .............TNC Opdrachten - Deel 2 van 3 Deel 14 .............TNC Opdrachten - Deel 3 van 3 Deel 15 .............Tips voor beter werken met Packet Deel 16 .............Packet Radio Overzicht - Quiz Deel 17 .............Packet Radio Overzicht - Antwoorden Deel 18 .............Afsluitend commentaar van WB9LOZ Index Onderwerp Deel Onderwerp Deel A L Awlen ................13 List Opdrachten .......5,6 AX25L2V2 .............13 M B Mall ...................3 BBS ..................5,6 Maxframe ...............14 Beacon ...............13 Mcon ...................3 Berichten Naamlijst ..8 MFilter ................14 Berichten Struktuur ..6 Mheard .................14 Bestand Directory ....6 Monitor ................2,3,6 Bye Opdracht .........6,11 Mrpt ...................3 Bulletins, Send ......6 Mstamp .................3 C Mycall .................2 Check ................13 N Cmsg .................13 NTS ....................6,12 Connect ..............2 Node Opdrachten ........10,11 Converse mode ........2,3 P CQ Opdracht ..........11 Packet Berichten .......8 D Packet Test ............16 Digipeaters ..........4 Packet Test Antwoorden .17,19 Disconnect ...........2 Packet Tips ............15 Download Opdracht ....6 Paclen .................3 Dwait ................3 Parameters, TNC ........13,14 E Parms ..................11 Echo .................3 R F Read Opdrachten ........5,6 Frack ................3 Retry ..................3 G Routes .................11 Gateways .............7 S Gebruikers ...........11 Send Opdrachten 6 H Status Opdracht ........6 Hoofdregel ...........3 T Help .................5,6 TNC ....................1,2 Hierarchisch Adres 7 U I Unproto ................3 Ident ................11 Upload Opdracht ........6 Info Opdracht ........6,11 V Introduktie ..........1 Via ....................2 J W J Opdracht ...........6 White Pages ............9 K 8 Kill Opdrachten ......5,6 8bitconv ...............13 Kiss .................13 Index door Hal Godfrey, N6AN Auteursrechten en algemene informatie De achttien delen van deze "Introduktie van Packet Radio" zijn vrij van auteursrechten. Zij mogen worden gekopieerd, afgedrukt, gedupliceerd, gedistribueerd en gepubliceerd in nieuwsbrieven zonder mijn toestemming.Ik verzoek echter dat mij de eer wordt gegeven voor het schrijven van het materiaal en dat niets van de inhoud, inclusief de roepnamen, zal worden gewijzigd, dat wordt vermeld dat de laatste editie van de serie in zijn geheel beschikbaar is op de de volgende Website: http://www.choisser.com/packet, dat op het Web links moeten worden gemaakt naar deze Website, in plaats van kopieen te plaatsen (zodat de laatste editie kan worden gelezen door packet gebruikers). Het materiaal wordt kontinu bijgewerkt, wanneer nodig. Kommentaar is welkom. 73, Larry Kenney, WB9LOZ Packet: WB9LOZ@N6EEG.#NCA.CA.USA.NOAM E-mail: Larry@LarryKenney.com Post adres: 4145 21st Street, San Francisco, CA 94114-2710, USA INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 1 - door Larry Kenney, WB9LOZ WAT IS PACKET RADIO? EEN KORT GESCHIEDENIS OVERZICHT - HOE HET ALLEMAAL IS BEGONNEN Het was in Maart 1980, dat de Federal Communications Commission het uitzenden van ASCII voor Amateur Radio goedkeurde voor Verenigde Staten. Dat was anderhalf jaar nadat de Canadese Hams toestemming hadden gekregen voor het uitzenden van digitale "packet radio", en de Canadezen hadden ook al gewerkt aan een protocol daarvoor. Doug Lockhart, VE7APU, uit Vancouver, Brits Columbia, had een apparaat ontwikkeld dat ASCII kon omzetten in gemoduleerde tonen en de gemoduleerde tonen terug naar ASCII. Doug had ook de Vancouver Amateur Digital Communications Group (VADGG) opgericht en noemde zijn TNC de "VADGG board". Hams hier in the USA begonnen te experimenteren met de VADGG print, maar in December 1980, zette een ham uit het San Francisco Baai gebied, Hank Magnuski, KA6M, een digitale repeater op 2 meter in de lucht, met gebruik van een TNC die hijzelf had ontworpen. Een group hams, die geinteresseerd waren in Hank's TNC gingen samenwerken om packet radio verder te ontwikkelen en vormden de Pacific Packet Radio Society (PPRS). AMRAD, de Amateur Radio Research and Development Corporation in Washington, DC, werd het centrum voor packet werk aan de oostkust en in 1981 richtte een groep hams in Tuscon, Arizona, de Tuscon Amateur Packet Radio Corporation op (TAPR). In samenwerking ontwikkelden deze twee groepen een gewijzigde versie van het commerciele X.25 protocol, genoemd Amateur X.25 (AX.25) en in November 1983, gaf TAPR de eerste TNC in kitvorm vrij, de TAPC TNC1. In 1984 was een groot deel van het packet experimenteren voorbij, software voor packet bulletin board systemen was ontwikkeld en packet radio werd meer en meer populair in de USA en Canada. Packet Radio was een van belangrijke ontwikkelingen in de wereld van Amateur Radio en duizenden hams werden door de "packet bug" geinfecteerd. Wanneer U zich afvraagt wat het allemaal inhoudt en waarom zoveel mensen hierover zo enthousiast zijn, ga door met lezen! U zult het snel uitvinden. PACKET RADIO - WAT BETEKENT DAT PRECIES Packet schijnt iets anders te bieden dan andere aspecten van Amateur Radio, het kan voor alles worden gebruikt, van een lokaal QSO tot een DX kontakt, duizenden kilometers verwijderd, voor electronische post, verzenden van berichten, kommunikatie in noodsituaties, of alleen wat experimenteren in de wereld van digitale kommunicatie. Dat geeft een nieuwe uitdaging aan diegenen die genoeg hebben van de QRM op de lage banden, een nieuwe mode voor degenen die al op FM zitten en een beter, snellere manier van berichten afhandeling voor de RTTY hams. Packet is voor de ham geinteresseerd in detail, de berichten verwerker, de experimenteerder, en de "nu en dan" operator. Een ham kan heel gemakkelijk met packet beginnen met relatief weinig kosten. Alles wat nodig is, is een zendontvanger, een computer en een TNC, of speciaal packet modem en software. Een 2-meter set is aan te bevelen, aangezien daar de meeste packet aktiviteit is. U hebt waarschijnlijk al de zendontvanger en de computer, dus U hoeft alleen een TNC te kopen, die iets meer dan $100 kost, of het speciale modem en software, die samen voor ongeveer $50 te koop zijn. De TNC, de Terminal Node Controller, is een "kleine zwarte doos" die tussen de computer en radio wordt aangesloten. Het bevat software voor het besturen en controleren van de uitgaande en inkomende gegevens voor Uw station en een modem dat de gegevens omzet in AFSK tonen voor het verzenden en de door de radio ontvangen tonen omzet in gegevens voor de computer. De TNC werkt in principe zoals een modem dat wordt gebruikt om Uw computer op een telefoonlijn aan te sluiten. Het is eenvoudig een kwestie van het aansluiten van een plug en enkele stekers, om operationeel te zijn op packet. Als U kiest voor het gebruik van het kleine modem in plaats van de TNC, hebt U speciale software nodig voor de computer, die de software in de TNC vervangt. Beide methoden werken even goed. Packet is communicatie tussen mensen, direct of indirect. U kunt direct "toetsenbord naar toetsenbord" werken, of electronische postbussen of bulletin board systemen gebruiken om berichten achter te laten. Aangezien de TNC een foutencontrole uitvoert, is alles ook nog foutenvrij. (Tenminste, zo foutenvrij als degene aan het toetsenbord het intypt!) Wanneer de gegevens worden ontvangen, worden zij continu gecontroleerd op fouten en het wordt niet geaccepteerd, tenzij het correct is. U zult geen informatie missen als het fouten bevat, want de informatie blijft aanwezig tot het correct is ontvangen. De gegevens die moeten worden verzonden worden verzameld in de TNC en verzonden als korte puls-treinen of packets informatie, vandaar de naam. Ieder packet bevat de roepnaam en adres van degene waar het naar toe gaat, waar het vandaar komt en de route tussen de twee stations, plus de gegevens en de fouten controle. Aangezien ieder packet tot 256 karakters kan bevatten, kunnen meer dan drie regels tekst verzonden worden in enkele sekonden. Er is ook voldoende tijd tussen de packets van verschillende stations op dezelfde frequentie. Wanneer dit alles wat verward klinkt, maakt U zich geen zorgen, want de TNC en of speciale packet software doet alles automatisch voor U. Packet radio lijkt in het begin wat verwarrend, maar na een paar dagen zult U bij de beste behoren. In deze serie zal ik U alles vertellen over packet radio - hoe in de lucht te komen en hoe het te gebruiken . Wij zullen over de kleine zwarte doos praten, de TNC en U alles vertellen over zijn interne geheimen. Wij zullen mailboxen bepreken, bulletin board systemen en de packet netwerken, die U in staat stellen om stations te werken die honderden, zelf duizenden kilometers verwijderd zijn, met een laag vermogen set op 2 meters, 220 Mhz of 450 Mhz. De packet radio wereld wacht op U! INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 2 - door Larry Kenney, WB9LOZ In het eerste deel van deze serie heb ik U, in algemene termen, verteld, wat packet radio inhield. Ik ga U nu vertellen hoe in de lucht te komen, een QSO te maken en vertrouwd te raken met Uw packet station. Wanneer U nieuw bent op packet, slechts sinds een korte tijd bezig bent, of een van de "oldtimers" bent, zou deze serie nuttig voor U allen zijn. Zelfs als U geen apparatuur hebt om in de lucht te komen, zou U deze serie bij de hand moeten houden voor toekomstig gebruik. Ik wed dat U zich spoedig bij ons zult aansluiten! De apparatuur die nodig in om in de lucht te komen met packet, is een zendontvanger, een computer of terminal en een TNC - een terminal node controller - de kleine zwarte doos waarover ik sprak in deel 1. Of, wanneer U een computer gebruikt, niet slechts een terminal, kunt U speciale software gebruiken en een klein packet modem, in plaats van de TNC. U hebt wel een speciaal modem nodig, niet zo een die wordt gebruikt om Uw computer met de telefoonlijn te verbinden. De tonen die voor packet worden gebruikt zijn anders dan de tonen gebruikt door de telefoon. I adviseer dat U begint met een 2 meter zendontvanger. Er is packet aktiviteit op 220 MHz, 440 MHz en HF, maar 2 meter is waar de meeste aktie is en de beste plaats om te beginnen. Wanneer U een TNC of een packet modem koopt en het uitpakt, zult U een meegeleverde kabel vinden om het aan de radio aan te sluiten, maar U zult de juiste microfoon en luidspreker pluggen/connectors moeten aansluiten voor de radio die U gaat gebruiken. U moet de kabel maken die Uw TNC met Uw computer of terminal verbindt. In de meeste gevallen is de TNC of modem aangesloten op de standaard RS-232 communicatie poort van de computer. Op een PC wordt deze poort de seriele poort genoemd. Op andere systemen kan worden verwezen naar de telecommunicatie poort of telefoon poort. U kunt de kabel tussen TNC en computer zelf maken, of kopen in een lokale computer winkel. Eventueel kunt U als optie beide kabels kopen van de fabrikant van Uw TNC met de correcte pluggen of connectors voor Uw radio en computer. De gebruiksaanwijzingen die met de TNC's en modems worden geleverd, geven een goede beschrijving van de benodigde bekabeling voor de diverse computers. Lees in ieder geval zorgvuldig de introductie en installatie procedures voor Uw speciale TNC of packet modem. De meeste firmas verstrekken uitstekende handleidingen en U zult geen problemen moeten hebben bij het installeren met de informatie uit de handleiding. Wanneer U alles hebt aangesloten, zoals hierboven beschreven, hebt U het hardware deel van de installatie gereed. Nu moet U uw aandacht op de software richten. Wanneer U een TNC gebruikt, hebt U een terminal of communicatie programma voor Uw computer nodig. De software die voor een telefoon modem wordt gebruikt, zoals Procomm of het Windows Terminal Programma, zal goed werken voor packet. Er zijn ook veel programmas die speciaal voor packet zijn ontwikkeld, zoals PC PAKRATT, MFJCOM, PAKET, PacketGold, TPK, enz. Wanneer U het kleine modem gebruikt, in plaats van een TNC, heeft U speciale software nodig die speciaal voor het modem is geschreven, zoals Baycom. Lees de instructies aandachtig voor het installeren van het programma op Uw computer. Onafhankelijk welke software U gebruikt, U zult de communicatie poort die gaat gebruiken moeten opgeven en de baudrate (gegevens snelheid) en gegevens parameters voor die poort moeten specificeren. (Opm. Er zijn twee baudrates die te maken hebben met Uw packet station: 1 - de baudrate tussen Uw computer en de TNC en 2 - de baudrate van de packets die de lucht in gaan. Wij hebben het hier over de eerste baudrate. De tweede zal worden besproken in deel 3 van deze serie). Kijk in de handleiding of help informatie van het speciale programma dat U hebt gekozen om de baudrate en gegevens parameters in te stellen. De baudrate van Uw computer moet overeenkomen met de baudrate van de TNC. Sommige TNC's stellen hun baudrate automatisch in op de baudrate van de computer. Andere TNC's hebben software opdrachten of schakelaars om de baudrate in te stellen. Nogmaals, lees Uw gebruiksaanwijzing voor speciale aanwijzingen. Voor het instellen van de gegevens parameters, wordt normaal 8-N-1 gebruikt, 8 data bits, geen pariteit, 1 stop bit. Maar, zoals de baudrate, computer en TNC parameters moeten gelijk zijn. Nu moet ik de verschillende niveaus van communicatie uitleggen, die U kunt met Uw toetsenbord kunt doen. Ten eerste, U kunt met Uw computer communiceren voor het installeren van het software programma; ten tweede, U kunt met de TNC of packet software communiceren; ten derde, U kunt gegevens via de radio verzenden. Het is belangrijk dat U weet in welk niveau U bent wanneer U werkt met packet. U moet weten waar de toetsenbord aanslagen heengaan! Wanneer U geen TNC gebruikt, moet U het verschil tussen software setup en software gebruik zien uit te vinden. Dat wordt uitgelegd in de programma handleiding. Wanneer U Uw communicatie of packet software hebt geinstalleerd en het werkt, kunt U naar de tweede stap gaan. Wanneer U een TNC gebruikt, moet U deze nu gaan installeren. Ten eerste, schakel het in. U moet een "begroetingstekst" zien of een mededeling van de TNC op Uw scherm die de naam van de fabrikant toont, de software versie, een datum, enz. Wanneer U een hoop rommel ziet, zoals &tf$d.h#sxn, betekent dat de parameters van de TNC en computer niet overeenkomen en U zult aanpassingen moeten maken. Wanneer U geen "begroeting" ziet of de rommel op Uw scherm, controleer U kabels en aansluitingen. Zorg ervoor dat U alles goed hebt aangesloten, dat de juiste draden aan de juisten pennen zitten, enz. Geef nu een "control-C" (druk Control en de letter C tegelijkertijd); dit zet de TNC in de COMMAND mode, het niveau waarin U direct met de TNC vanuit het toetsenbord kunt communiceren. U moet nu op Uw scherm zien "cmd:". Typ: MYCALL xxxxxx met Uw roepnaam in plaats van de xxxxxx. (bijv. MYCALL WB0LOZ) gevolgd door een carriage return . ( De carriage returntoets is op de meeste toetsenborden de toets "Enter") Dit zet de roepnaam die U gaat gebruiken in het geheugen van de TNC. Als U nu typt MYCALL , moet het antwoorden met Uw roepnaam. Wanneer dit zo is, dan is de link tussen computer en TNC in orde. Wanneer U niets op het scherm ziet wanneer U typt, geef dan het volgende: ECHO ON . Wanneer U twee van hetzelfde ziet dat U typt, zoals: MMYYCCAALLLL, geef ECHO OFF . Geef nu de volgende opdrachten: MONITOR ON MRPT ON . Voor diegenen die packet software gebruiken en een modem in plaats van een TNC, zult U Uw roepnaam al moeten hebben opgegeven in het configuratie bestand tijdens de installatie procedure. Wanneer niet, bekijk de software instructies voor het maken van een configuratie bestand voor Uw station. Met deze software gebruikt U niet Control-C voor gaan naar de COMMAND mode. U gebruikt eenvoudig de ESC toets voor iedere opdracht. U bent U gereed om de lucht in te gaan! Zet Uw radio aan, zorg ervoor dat het volumeregelaar ongeveer op een derde staat (ongeveer op de 10 of 11 uur positie) en zorg ervoor dat de squelch is ingesteld. Het moet in de stand staan dat de ruis juist verdwijnt, precies zoals het zou zijn ingesteld voor een normaal QSO. Zet de ontvanger op een willekeurige frequentie tussen 144,91 en 145,09 of 145,61 en 145,79 MHz en stel de set in voor simplex toepassing. U zult wat moeten zoeken naar een frequentie met aktiviteit in Uw gebied. (PE1ECN: In Nederland zijn de packet frequenties beneden 145,00 MHz). Let op Uw scherm. U zult nu snel packets zien die door andere stations zijn verzonden. Laten wij eens kijken wat U zult kunnen zien. U zou ongeveer zoiets als dit kunnen zien: WB9LOZ > W6PW-3: De bespreking zal om 8:00 pm worden gehouden. Dit is een packet die is verzonden door WB9LOZ aan W6PW-3. Let op de roepnamen met een sterretje ernaast, in packets zoals deze: WB9LOZ > W6PW-3, W6PW-1* : De bespreking zal om 8:00 pm worden gehouden. Het sterretje geeft aan dat U het packet ontvangt van W6PW-1 en niet het het station dat het origineel verzonden heeft WB9LOZ. De packets zijn digitaal opnieuw uitgezonden, of digipeated, door WB6PW-1. Het station dat het digipeating doet wordt een digipeater genoemd. U zult ook zien dat sommige stations namen of een serie letters gebruiken, in plaats van roepnamen. U zult zoiets zien als SFW, BERKLY of BLUE. Dat zijn packet stations die zijn geinstalleerd om te functionneren als knooppunten. De stations bevinden zich meestal op hogere lokaties en zij zijn geinstalleerd om verbindingen met andere stations gemakkelijker te maken. Zij gebruiken dikwijls een naam of letters, een alias genoemd, die hun positie aangeeft. Zij zenden zowel hun alias en roepnaam om de 10 minuten om zich te indentificeren en om legaal te zijn. (Digipeaters en knooppunten zullen worden bediscussieerd in detail in een later deel van deze serie). U zult ook zien dat sommige roepnamen een cijfer erachter hebben. Met packet kunt U tegelijkertijd tot 16 verschillende stations in de lucht hebben die dezelfde roepnaam hebben. Dat is de reden van de cijfers achter de roepnaam. De roepnamen W6PW, W6PW-1, W6PW-2, W6PW-3, W6PW-4, W6PW-5 zijn allemaal individuele stations die werken onder dezelfde station licentie. Een roepnaam zonder een cijfer is hetzelfde als -0. Die cijfers worden Secondary Station ID's of SSID's genoemd en worden gebruikt om onderscheid tussen de verschillende stations te maken. Er zou nooit meer dan e e n station in de lucht moeten zijn die tegelijkertijd dezelfde roepnaam en SSID gebruikt. Nu U vertrouwd bent met wat U op packet zult zien, bent Uw klaar voor Uw eerste packet QSO! Wanneer U een TNC gebruikt, zorg ervoor dat deze in de command mode is. (Control-C). Let op een bekende roepnaam op het scherm of noteer roepnamen die U regelmatig ziet. Zorg ervoor dat U ook noteert of een digipeater wordt gebruikt. Wanneer het station, waarmee U kontakt wilt maken, klaar is met zijn QSO, geef de opdracht C xxxxxx of C xxxxxx V xxxxxx (afhankelijk of een digipeater nodig is of niet) gevolgd door . Vervang de xxxxxx na de "C" door de roepnaam van het station waarmee U konkakt wilt maken en de xxxxxx na de "V" door digipeater roepnaam, wanneer nodig. Vergeet niet de SSID wanneer de roepnaam er een heeft. De C betekent CONNECT en V betekent VIA. C WB9LOZ V W6PW-1 betekent, connect naar WB9LOZ via W6PW-1. Wanneer U succes hebt, zult U zien "*** CONNECTED TO (roepnaam)" op Uw scherm en Uw eerste packet QSO is begonnen! U bent nu in het derde niveau van de communicatie, genoemd CONVERSE mode, en dat is waarin U communiceert met het toetsenbord naar de radio. Alles wat U nu typt wordt verzonden door de lucht als een packet, iedere keer als U een geeft en het zal op het andere station zijn scherm verschijnen. Alles wat door het andere station wordt gezonden zal op Uw scherm verschijnen. Wanneer U klaar bent met Uw QSO, zorg ervoor een Control-C te geven, om terug te gaan naar de COMMAND mode op Uw TNC, of druk de Esc toets wanneer packet software wordt gebruikt. U zult "DISCONNECTED" zie op Uw scherm. Wanneer U connected bent met een station en U krijgt geen reactie, kan het zijn dat U een niet bemand station of knooppunt (node) hebt bereikt. Geen zorg, disconnect en probeer het ergens anders. U bent nu op weg naar veel packet plezier en avontuur! Wanneer U op dit punt nog problemen hebt, vraag een vriend die al ervaring heeft met packet voor hulp. De initiele configuratie en instelling van de computer, TNC, software en radio, is waarschijnlijk het grootste struikelblok in packet. Iedere ervaren packet operator zal U graag hiermee helpen om U in de lucht te krijgen. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 3 - door Larry Kenney, WB9LOZ In deel 2 heb ik besproken hoe in de lucht te komen en Uw eerste QSO te maken. Laten we nu eens kijken naar enige opdrachten die in Uw TNC of packet software beschikbaar zijn, om het functionneren van Uw station te verbeteren. De TNC (Terminal Node Controller) heeft meer dan 100 opdrachten voor U beschikbaar om te gebruiken. U kunt de werking van Uw packet aanpassen met die opdrachten en verschillende functies naar wens aan en uit schakelen. Niet alle TNC's zijn precies hetzelfde, maar allemaal hebben zij toch veel dezelfde set opdrachten. Ik zal de opdrachten set van de TNC2 en clones in mijn voorbeelden gebruiken. U zult de opdrachten lijst in Uw TNC willen controleren om te zien of Uw TNC de opdrachten gebruikt die ik hier aangeef. Voor degenen die packet software gebruiken en een modem in plaats van een TNC, zult U een lijst van opdrachten vinden in de Help documentatie. U zult merken dat sommige van die opdrachten niet kunnen worden gewijzigd als de software loopt. Sommige moeten worden gewijzigd in het configuratie bestand van het programma. Lees het Help document voor instructies hoe die opdrachten moeten worden gewijzigd in Uw software. Wij hebben al enkele van de opdrachten besproken: Control-C voor gaan naar de Command mode, MYCALL, MONITOR, ECHO, CONNECT en DISCONNECT. (zie deel 2 als U informatie wilt over deze opdrachten). Laten we nu een paar bekijken die het functionneren van Uw station in de lucht beinvloedt. CONV (converse mode): Uw TNC zal automatisch naar deze mode schakelen, als U met iemand connect, maar U kunt ook zelf naar deze mode schakelen met CONV achter de Cmd: opdracht. Wanneer U in de converse mode bent en NIET connected met een ander station, zal alles wat U typt worden verzonden via het pad dat U instelt met de UNPROTO opdracht. (zie volgende paragraaf voor UNPROTO). Packets verzonden via UNPROTO worden maar eenmaal verzonden en niet bevestigd, zodat er geen garantie is dat zij doorkomen. Deze mode wordt meestal gebruikt voor het zenden van CQ's. UNPROTO: Bepaalt het gebruikte pad wanneer U BEACONS zendt, of wanneer U in de converse mode bent en NIET connected met een ander station. De default (voorinstelling) is CQ, maar U kunt een serie digipeaters opgeven als U dat wilt, of een speciale groep of club naam. Voorbeelden: CQ v WB6SDS-2, W6SG-1, AJ7L SFARC v W6PW-1, W6PW-4 Wanneer U digipeaters in Uw UNPROTO pad opneemt, zult U de informatie voor iedere frequentie die U gebruikt, moeten wijzigen. (BEACONS zullen worden besproken in een later deel van deze serie) FRACK: Bepaalt hoe lang Uw TNC zal wachten voor een bevestiging, alvorens een packet opnieuw te zenden. Het moet niet laag worden ingesteld, of U zult de frequentie dichtstoppen en ook niet te hoog, of U moet te lang wachten.Ik gebruik een FRACK ingesteld op 7 en heb uitgevonden dat dit een goede gemiddelde waarde is. DWAIT: Gebruikt om "botsingen" te voorkomen. DWAIT is het aantal tijdeenheden de TNC zal wachten, na het horen van de laatste gegevens op het kanaal, alvorens het gaat zenden. Ik heb DWAIT op 16 ingesteld en vind dit goed werken. PACLEN: Geeft het aantal karakters aan in de packets die U uitzendt, van 0 tot 255. (Een waarde 0 komt overeen met 256). Hoe meer karakters U zendt per packet, des te langer het duurt om de informatie te verzenden en des te groter de kans op ruis, interferentie of een ander station het wegveegt. Ik heb gevonden dat een PACLEN van 80, dat is de lengte van een regel, een goede waarde is. Wanneer met een station dichtbij wordt gewerkt kan PACLEN worden verhoogd. Voor veraf gelegen stations zou het moeten worden verlaagd. RETRY: Uw TNC zal een packet opnieuw verzenden, als het geen bevestiging krijgt van het tegenstation. RETRY geeft het aantal keren aan dat de TNC zal proberen het packet door te sturen, alvorens op te geven en te disconnecten. Dit kan worden ingesteld tussen 0 en 15, maar ik heb 8 tot 10 een goede waarde gevonden. Minder dan dat geeft onnodige disconnects als het kanaal druk is, maar meer verstopt het kanaal. Zet de RETRY NIET op 0. Dat betekent oneindige retries en heeft geen zin. Het verstopt onnodig de frequentie. De volgende opdrachten beinvloeden het "meekijken" (monitoring), dat is wat U op Uw scherm ziet als U niet geconnect bent. MONITOR: Dit moet ON zijn om iets te kunnen zien. Wanneer ON, ziet U de packets van de stations op de frequentie waarop U afgestemd bent. Welke packets U zult zien hangt af van de andere opdrachten uit de lijst hierna. Wanneer MONITOR OFF is, ziet U alleen de packets die naar U worden gezonden, wanneer U connected bent met een ander station. Opm: Op sommige TNC's zoals de AEA PK-232, worden monitoring functies gekozen door een cijfer achter de MONITOR opdracht, zoals MONITOR 3 of M 3. Kijk in de TNC handleiding voor details. MALL: Wanneer MALL ON is, ontvangt U packets van stations die verbonden zijn met andere stations en packets verzonden in de unproto (unconnected) mode. Dit moet ON zijn om "post te lezen". Wanneer MALL OFF is, ontvangt U alleen packets die door andere stations in de unproto mode zijn verzonden. MCOM: Wanneer ON, ziet U connect , disconnect , bevestiging en bezet frames, plus informatie packets. Wanneer OFF zijn alleen de informatie packets te zien. MCON: Wanneer ON, ziet U packets van andere stations, als U geconnect bent met iemand anders. Dat kan erg verwarrend zijn, maar is zinvol als Uw pad slecht is en U wilt zien of Uw packets goed worden doorgegeven. Wanneer OFF, is de monitoring van andere stations gestopt, wanneer U met een ander station verbonden bent. MRPT: Wanneer ON, ziet U alle stations gebruikt als digipeaters, samen met het station die het verzonden heeft en de bestemmingstations. Wanneer OFF, ziet U alleen de verzendenden en bestemmingstations. Bijvoorbeeld: Wanneer MRPT ON is, zou U een uitzending kunnen zien zoals deze: K9AT>WB6QVU,W6PW-5*: Ik zal naar de vergadering gaan om ongeveer 7:30. Wanneer MRPT OFF is, zou dezelfde uitzending eruit zien als: K9AT>WB6QVU: Ik zal naar de vergadering gaan om ongeveer 7:30. In het eerste geval ziet U dat W6PW-5 als digipeater is gebruikt. Het sterretje geeft aan welk station U hoort waar het packet vandaan kwam. In het tweede geval hebt U geen idee of digipeaters zijn gebruikt of welk station U hebt ontvangen. HEADERLN: Wanneer U dit op ON heeft staan, wordt het hoofd van ieder packet getoond op een aparte regel van de tekst. Wanneer OFF, worden beide, hoofd en tekst, op dezelfde regel gezet. MSTAMP: De datum en tijd van de ontvangen packets wordt aangegeven als MSTAMP ON is. Opm.: Datum en tijd moeten in het TNC geheugen worden gebracht met de DAYTIME opdracht, voordat de MSTAMP funktie zal werken. Mijn station werkt met al die opdrachten, uitgezonderd MCON, op ON, zodat ik werkelijk kan zien wat erop de frequentie gebeurt. Probeer verschillende combinaties van die opdrachten en beslis dan welke het beste is voor Uw station. MEER OPDRACHTEN- De opdrachten die hier zijn besproken zijn enkele van de basis TNC opdrachten. Ik zal veel van de andere opdrachten die beschikbaar zijn, bespreken in de delen 13 en 14 van deze serie. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 4 - door Larry Kenney, WB9LOZ GEBRUIK VAN DIGIPEATERS EN NODES DIGIPEATERS: Digipeater is de naam gebruik om een packet radio digitale repeater te beschrijven. Anders dan analoge FM repeaters, werken meeste digipeaters in simplex en zenden en ontvangen niet tegelijkertijd. Zij ontvangen de digitale informatie, slaan het tijdelijk op en zenden het opnieuw uit. Uw TNC kan door anderen als digipeater gebruikt worden, wanneer U de opdracht DIGIPEAT op ON hebt staan. U gebruikt een digipeater door de roepnaam op te geven na een V of VIA, in Uw connect opdracht. Hier zijn enkele voorbeelden van correcte connect opdrachten: C W6PW-3 V WB9LOZ-2 C N6ZYX V WA6FSP-1, WD6EOB-3 C WBABY-4 V K6MYX, N2WLP-2, AB6XO In het eerste voorbeeld betekent de opdracht: Connect naar W6PW-3 via de WB9LOZ-2 repeater. U kunt aan Uw TNC tot 8 digipeaters in Uw connect reeks opgeven of in Uw UNPROTO pad, maar meer dan 3 betekent meestal lang wachten, veel herhaalde packets, regelmatig disconnects, als gevolg van ruis en andere signalen op de frequentie. Wanneer U een lijst van digipeaters opgeeft in Uw connect opdracht, moet u erop letten ze in exact dezelfde volgorde op te geven als het signaal ze moet gaan gebruiken. U moet de aparate roepnamen scheiden door een komma, inclusief de SSID, wanneer aanwezig. Dat betekent dat U moet weten wat voor repeaters er zijn voordat U willekeurig probeert kontakt te krijgen met iemand. Zet MONITOR ON en let op het pad dat andere stations gebruiken. Iets om te herinneren, wanneer digipeaters worden gebruikt, is het verschil tussen het maken van een connect en verzenden van informatie packets. Wanneer het pad niet al te goed is, zou U in staat kunnen zijn een connect verzoek erdoor te krijgen, maar moeilijkheden hebben met packets daarna. Een connect verzoek is kort, zodat het minder kans heeft te worden beschadigd door ruis of botsingen dan een packet dat informatie bevat. Het kort houden van informatie packets (Zet PACLEN op 40 of minder) kan helpen om retries gering te houden als het pad niet ideaal is. NODES: Net/Rom, The Net, G8BPQ packet switch en KA-Node zijn namen die refereren aan een systeem dat een packet node wordt genoemd. Dat is een andere manier om met andere packet stations te connecten. Later in deze serie zult U een kompleet overzicht vinden van het functionneren van nodes, maar we zullen het nu over de basisprincipes hebben, zodat U kunt beginnen met het node netwerk te gebruiken. Sommige packet stations zijn zodanig geconfigureerd, dat zij kunnen worden gebruikt als een digipeater en als node. U moet eerst bepalen welke nodes dicht bij U aanwezig zijn. U kunt dit doen door te monitoren en op een ID te letten, of te kijken wat andere stations in Uw omgeving gebruiken. Het is algemene gewoonte voor een node om een alias ID te hebben, naast zijn roepnaam. Wanneer U de alias of roepnaam van een lokale node hebt vastgesteld, connect U op dezelfde manier als U zou doen met ieder ander packet station. U kunt de roepnaam gebruiken of de alias om de verbinding te maken. Bijvoorbeeld: Mijn node heeft de alias ID BERKLEY en de roepnaam WB9LOZ-2, dus U kunt connecten met C Berkley of C WB9LOZ-2. Beide zullen werken. Wanneer U met een node connect, schakelt Uw TNC automatisch in de converse mode, hetzelfde wanneer U connect met een ander packet station. Alles wat U nu typt wordt naar de node gezonden als een packet en de node bevestigd ieder packet aan Uw TNC. Voor de rest van de verbinding werkt Uw TNC alleen met deze node. Om het node netwerk te gebruiken om naar een ander lokaal station te connecten, connect U eenvoudig met de node en geeft een connect verzoek naar het andere station. Zeg U wilt connecten met KA9AT via de WB9LOZ-2 node. U connect eerst met WB9LOZ-2 (C WB9LOZ-2) en dan, TERWIJL U CONNECTED BLIJFT MET DE NODE, geeft U het connect verzoek naar K9AT (C K9AT). De node zal dan Uw connect verzoek doorzenden en U krijgt dan een van de twee antwoorden: "Connected to KA9AT" of "Failure with KA9AT". Wanneer U eenmaal geconnect bent, kunt U het QSO afwerken alsof U direct geconnect was of via een digipeater. Wanneer Uw QSO is beeindigd, ga naar de command mode (Control-C) en geef "D" (CR) en U wordt gedisconnect van de node en het station waarmee U werkte. Sommige nodes hebben een BYE opdracht beschikbaar voor disconnecten. U kunt een lijst van beschikbare opdrachten krijgen van iedere node door een vraagteken (?) te zenden. Alle node opdrachten zullen later in deze serie worden bsproken. (Opm.: Wanneer de node die U gebruikt een GB8BPQ packet switch is, kan het verschillende frequentie poorten hebben. U zult een poortnummer moeten opgeven tussen de C en de roepnaam in Uw connect verzoek, om aan te geven welke frequentie U wilt gebruiken, zoals: C 2 K9AT. Geef "PORTS" voor een lijst van de frequentie poorten). NODE NETWERK: De packet nodes werken samen om een packet node netwerk te vormen. Ieder uur geeft iedere node een lijst van de andere nodes die het kent. De nodes in de omgeving gebruiken die informatie om andere nodes in het netwerk bij te houden. Hoe dit werkt zullen wij later in de serie bespreken. Wanneer U geconnect bent met een node, kunt U opgeven: NODES (of N) en U zult een lijst krijgen van de andere nodes die U kunt bereiken op het netwerk van de node die U gebruikt. U zult zien dat de node lijst anders is in lengte en de roepnamen als U van frequentie naar frequentie gaat, aangezien niet alle frequenties met elkaar verbonden zijn. De lijst geeft een alias ID en een roepnaam voor iedere node. De alias ID geeft vaak een indicatie van de lokatie van de node, maar niet altijd. Om de lokatie van een node uit te vinden, heeft U een kopie nodig van de node lijsten die op de meeste bulletin board systemen beschikbaar zijn. Die komplete lijsten geven de alias, roepnaam, lokatie, frequentie en andere informatie van iedere node op het netwerk. Om naar een ander station in een ander node gebied te connecten, moet U eerst bepalen welke node de dichtst bij het station is dan U wilt bereiken. Voor demonstratie doeleinden; laten we zeggen, we willen connecten met N6XYZ. Hij heeft gezegd dat hij node W6ABC-3 gebruikt, dus U kijkt in de node lijst en ziet dat GOLD:W6ABC-3 erin staat. TERWIJL U NOG GECONNECT BENT MET UW LOKALE NODE, connect U met de node op afstand, door een normaal connect verzoek te zenden, in dit geval C GOLD of C W6ABC-3. Uw TNC zal dit als een packet naar Uw lokale node zenden en Uw lokale node zal dit bevestigen. Het netwerk zal dan voor U aan het werk gaan en het beste pad vinden tussen Uw lokale node en degene die U probeert te bereiken. Onthoud, met repeaters moest U precies de volgorde van de stations weten. Met nodes is dit niet nodig. Het netwerk doet dit voor U. U moet hier wat geduld hebben, want het neemt soms enkele minuten om de verbinding te maken. Typ niets terwijl U wacht op een antwoord, want iedere informatie die door Uw lokale node wordt ontvangen zal de vorige ontvangen informatie overschrijven. Wanneer het netwerk zijn werk gedaan heeft, krijgt U een van de twee antwoorden: "Connected to WB6ABC-3" of "Failure with WB6ABC-3". Wanneer het, om een bepaalde reden, niet kan connecten, probeer later. Het kan zijn dat WB6ABC-3 tijdelijk uit de lucht is, of het pad is afgetakeld en niet langer beschikbaar. Wij zullen positief blijven en zeggen dat wij de eerste optie hebben ontvangen. Wanneer u eenmaal geconnect bent met WB6ABC-3, typ "C N6XYZ". Uw TNC zal die weer als een packet naar Uw lokale node zenden en de lokale node zal dit bevestigen en het via het pad naar WB6ABC-3 zenden. WB6ABC-3 zal dan proberen te connecten met N6XYZ. Hier nogmaals kunt U twee reacties krijgen: "Connected to N6XYZ" of "Failure with N6XYZ". Wanneer U geconnect bent, kunt U het QSO maken zoals U dit normaal zou doen, maar er is een groot verschil, Uw TNC ontvangt de bevestigingen van Uw lokale node en N6XYZ ontvangt bevestigingen van WB6ABC-3. De bevestigingen behoeven niet de gehele afstand tussen de twee eindstations af te leggen. Iedere node in het pad behandelt de bevestigingen met de volgende node. Hierdoor worden retries belangrijk gereduceerd en Uw packets zullen sneller doorkomen dan wanneer een gelijk aantal digipeaters wordt gebruikt. Wanneer U klaar bent met Uw QSO, disconnect U op de normale manier.Gebruik de BYE opdracht, wanneer beschikbaar, of ga naar de Command mode op Uw TNC en geef "D" . Het gehele pad zal U automatisch disconnecten. Nodes geven een varieteit van andere mogelijkheden, naast het maken van verbindingen met andere stations. Wij zullen daar naar kijken en in meer detail gaan betreffende het packet netwerk in delen 10 en 11 van deze serie. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 5 - door Larry Kenney, WB6LOZ HET GEBRUIK VAN EEN PACKET BULLETIN BOARD SYSTEEM In dit deel van de serie zal ik U vertrouwd maken met de basis voor het werken met een bulletin board systeem (BBS). In deel 6 zal ik BBS opdrachten in detail bespreken. Er zijn dozijnen verschillende packet bulletin board systeem programmas beschikbaar. U kunt een paar kleine verschillen vinden in de gebruikte opdrachten, maar voor het grootste deel zijn zij hetzelfde. Als U merkt dat een opdracht niet werkt, zoals hier beschreven, gebruik de ? of H - HELP opdracht om meer specifieke details voor het BBS programma te krijgen dat U gebruikt. U connect met een BBS op precies dezelfde manier als U connect met een ander station. Vergeet niet de SSID voor de BBS roepnaam, wanneer vereist. Wanneer U geconnect bent, zult U een welkom mededeling krijgen, informatie over die bepaalde BBS en enige basis instructies. Lees de instructies en informaties zorgvuldig. De eerste of tweede keer dat U connect, kunt U een verzoek krijgen om Uw naam, QTH, postcode en thuis-BBS op te geven voor het gebruikers bestand van het systeem. Sommige systemen zullen U eenvoudig naar de informatie vragen, terwijl anderen U vragen te "registreren". Op sommige systemen, zal de software U niet toestaan de verschillende opdrachten te gebruiken, voordat U die informatie hebt opgegeven. Nadat U de welkom mededeling en informatie van de BBS hebt ontvangen, zult U zien dat de laatste regel eindigt met een >. Dat wordt de opdrachtregel (prompt) genoemd. Wanneer de BBS de prompt zendt, vertelt hij U dat hij klaar is met het zenden van de informatie en op U wacht om te vertellen wat er verder moet gebeuren. U doet dit door het zenden van een opdracht. U moet iedere opdracht afsluiten met een carriage return , zoals op Uw TNC, die wordt verzonden met de "Enter" of "Return" toets. Wanneer U voor de eerste keer met een BBS werkt, moet U zich de beschikbare opdrachten eigen maken. Geef een ? of H en lees de algemene instructies voor de BBS die U gebruikt. Het moet U vertellen hoe een lijst van opdrachten te krijgen die beschikbaar zijn. Bekijk de opdrachten lijst om te zien wat voor mogelijkheden de BBS aanbiedt. Wanneer U een opdracht aan een BBS geeft, moet U erop letten het precies zo op te geven als het programma dit vereist. Sommige opdrachten zijn een enkele letter, terwijl andere opdrachten extra informatie vragen. Computers verwachten dat dingen in het juiste formaat worden opgegeven. Geef steeds maar e e n opdracht en lees de informatie die door de BBS aan U wordt teruggezonden. Neem er de tijd voor, probeer de verschillende mogelijkheden die de BBS heeft en doe dit met plezier. Het is niet nodig om opgejaagd of geintimideerd te voelen. Wanneer U op een gegeven moment niet meer weet wat te doen, geef niet op en disconnect. Geef weer een ? of H voor verdere assistentie. Dat is waar de Help funktie tenslotte voor is! Onthoud dit belangrijke punt: wanneer U een BBS gebruikt en U weet niet meer hoe verder te gaan, geef een ? of H voor de Help instructies. Ik adviseer dat U een afdruk maakt van het komplete help document, zodat U het komplete document beschikbaar hebt als een referentie, wanneer U een BBS gebruikt. Laten we nu gaan door de basis procedures die U moet volgen wanneer U in een BBS inlogt. Nadat U geconnect bent en het welkom bericht ontvangt, zult U een lijst krijgen van Uw post, wanneer er persoonlijke berichten zijn geadresseerd aan Uw roepnaam. Geef de opdracht RN om de post te lezen. (Wanneer die opdracht niet beschikbaar is, noteer de berichten nummers en geef: R gevolgd door de berichten nummers, gescheiden door een spatie. Voorbeeld: R 24112 24174). Wanneer er berichten waren, geadresseerd aan U, moet U ze verwijderen of "kill", wanneer U ze hebt gelezen. U kunt dit doen met de opdracht "KM", wat betekent "Kill Mine". Die opdracht zal alle berichten verwijderen die aan U zijn gericht en gelezen zijn. U kunt ook ieder bericht individueel verwijderen met K xxxxx, waar de x'en het bericht nummer is. Nadat de post is gelezen, is het volgende wat ik adviseer te doen is de lijst van nieuwe berichten, met de opdracht L. Het BBS programma werkt het gebruikersbestand bij iedere keer dat U inlogt, en legt het laatste berichtnummer vast. De volgende keer dat U inlogt, worden alleen de nieuwe berichten die zijn ontvangen door het systeem aan Uw lijst toegevoegd. De eerste keer dat U inlogt zult U de opdracht L misschien niet willen gebruiken. De meeste systemen hebben meer dan 1000 actieve berichten beschikbaar en aangezien U nog geen enkele hebt gezien, zal L ze allemaal voor U laten zien. Als een alternatief adviseer ik dat U de LL opdracht gebruikt (LIST LAST). U geeft LL gevolgd door een spatie en dan het aantal berichten dat U wilt zien, zoals LL 30 om de laatste 30 berichten te zien die door de BBS zijn ontvangen. Wanneer U de lijst ontvangt, zult U zien dat ieder bericht een nummer heeft en dat de grootte van het bericht, het thema, het station van afkomst, een datum en tijd, het onderwerp en andere informatie worden gegeven. Ik zal ieder van die onderdelen later in de serie bespreken. Voor het moment, noteer de nummers van de berichten die U wilt gaan lezen, dat is het nummer aan de meest linker kant van het scherm. Sommige BBS'en hebben een mogelijkheid van een pagina instelling, zodat juist voldoende informatie wordt gezonden om een scherm te vullen en dan te stoppen. U geeft eenvoudig een CR met de "Enter" of "Return" toets om de BBS te zeggen dat hij verder moet gaan. Wanneer U een lijst van berichten hebt, kunt U de optie hebben om de berichten te lezen waarin U bent geinteresseerd, voordat U naar een volgende pagina gaat van de berichten lijst. Zoals hiervoor gezegd, zorg ervoor de informatie te lezen die door BBS aan U wordt gezonden, voordat U verder gaat met de volgende stap. Om de berichten te lezen waarin U bent geinteresseerd, geef R xxxx, waarbij de x'en het bericht nummer(s) is, zoals R 14521 14528. Tussen de opdracht en het nummer moet een spatie staan. Wanneer de pagina funktie niet is ingeschakeld of beschikbaar, is het het beste om Uw berichten op te slaan ("capture"), of de printer gereed hebben staan wanneer de berichten gelezen worden. (Met "capture" bedoel ik Uw communicatie programma gebruiken om de binnenkomende gegevens op te slaan in een bestand. U kunt het dan later lezen als U van de BBS gedisconnect bent). Wanneer U alle berichten gelezen hebt, hebt U verschillende opties. U kunt terugkijken naar oude berichten, berichten naar andere stations verzenden, zien wat beschikbaar is in de bestands directories- de BBS bibliotheek, een bestand downloaden, een bestand uploaden, de lijst van stations bekijken die recent hebben ingelogd in de BBS of stations die zijn gehoord op de BBS frequentie, check de status van de BBS om uit te vinden welke andere stations geconnect zijn en wie er post heeft, of een varieteit van andere dingen. Ah, zodat U niet voor eeuwig geconnect blijft, wanneer U klaar bent om de BBS te verlaten, geef een B (Bye). U moet altijd de B opdracht gebruiken in plaats van zomaar te disconnecten, zodat het systeem Uw gebruikers bestand kan updaten. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 6 - door Larry Kenney, WB9LOZ In deel 5 heb ik de basis besproken voor het gebruik van een BBS bulletin board systeem. Laten we nu eens kijken naar de opdrachten die op een BBS gebruikt worden. Zoals reeds genoemd, kunnen sommige opdrachten op Uw BBS enigszins anders zijn dan de opdrachten die ik hier zal geven. Onthoud, alle opdrachten die worden gegeven moeten gevolgd worden door een carriage return . ? of H (help) Iedere BBS heeft hulp beschikbaar voor de gebruiker. Wanneer U een opdracht niet begrijpt, zal de help documentatie U de details geven. Voor help voor een speciale opdracht, typ: ? of H gevolgd door de letter van de opdracht. Zowel ? als H zal op sommige BBS'en werken. Op anderen zal slechts e e n van de opdrachten werken. Voorbeeld: ?L of HL zal details geven hoe de LIST opdracht te gebruiken en zijn vele variaties. Een ? of H alleen, zal algemene help informatie geven en specifieke instrukties hoe de help documentatie van Uw BBS gebruikt moet worden. BERICHTEN OPDRACHTEN: LIST: Een van de opdrachten die U zult willen gebruiken, is de LIST opdracht. Er zijn veel variaties beschikbaar, maar L alleen, is de meest gebruikte opdracht. L (list): Geeft alle berichten die door de BBS zijn ontvangen sinds U de laatste keer hebt ingelogd, uitgezonderd de persoonlijke berichten aan anderen. Die opdracht geeft alle bulletins en NTS berichten op de BBS die U nog niet hebt gezien, plus enige persoonlijke berichten die van of naar U zijn gericht. Wanneer U specifieke berichten wilt zien, kunt U een van de volgende variaties van de L opdracht gebruiken: LM (List Mine): Geeft alle berichten geadresseerd aan U. LL #: Geeft de laatste # berichten. Voorbeeld: LL 30 zal de laatste 30 berichten geven die door de BBS zijn ontvangen, uitgezonderd persoonlijke berichten aan anderen. L> roepnaam of categorie: Geeft alle berichten NAAR de roepnaam of de aangegeven categorie. Voorbeelden: L> N6XYZ L> SALE L< roepnaam: Geeft alle berichten VAN de aangegeven roepnaam. L@ aanduiding: Geeft alle berichten die de "aanduiding" in de @ BBS kolom van het berichten hoofd hebben. Voorbeeld: L@ NCA zal alle berichten geven met NCA in de @ BBS kolom. Er zijn verschillende andere variaties, afhankelijk van het type BBS die U gebruikt. Geef: ?L voor een komplete lijst. READ: Om een bericht te lezen, geef een R, gevolgd door een spatie en dan het berichtnummer. Voorbeelden: Als U het bericht 25723 wilt lezen, zou U typen: R 25723. Om meerdere berichten te lezen, zoals nummers 25723, 25726 en 25730, dan geeft U op: R 25723 25726 25730. De nummers worden gescheiden door een spatie, niet een komma. U kunt ook berichten lezen op een manier die U alle verzend-hoofden geeft in detail, in plaats van alleen de roepnamen. De verzendhoofden tonen de lijst van BBS'en die het bericht hebben verwerkt, om het van de BBS waar het bericht origineel vandaan kwam naar Uw BBS te krijgen, samen met de datum en tijd het werd ontvangen, het adres van de BBS en andere informatie. Afhankelijk van de gebruikte BBS software, vervangt RH of V de opdracht R. Om het bericht 25723 te lezen met de komplete hoofden, geeft U RH 25723 of V 25723. Er is een andere variatie van de READ opdracht, die U zeer nuttig zult vinden en dat is RM. RM alleen geeft U alle berichten geadresseerd aan U, die nog niet gelezen zijn. VERWIJDEREN VAN BERICHTEN: Wanneer U een persoonlijk bericht hebt gelezen, verwijder het a.u.b. De sysop zal Uw hulp apprecieren om "dode" berichten weg te halen. U gebruikt de K (KILL) opdracht om dit te doen. U kunt een K # typen, zoals K 25723, die zal dat speciale bericht verwijderen of U kunt KM geven, die alle persoonlijke berichten, die U hebt gelezen, zal verwijderen. Als U de opdracht KM gebruikt, zal de BBS U een lijst geven met de verwijderde nummers. DE "S" OPDRACHT(EN): U zult de S opdracht, gebruikt voor het zenden van berichten op alle BBS'en en op sommige systemen wordt de S ook gebruikt voor STATUS. Op W0RLI-type systemen, zal de letter S alleen U de status geven van de BBS, roepnamen geven van stations die het systeem gebruiken, de tijd dat zij geconnect zijn, de poorten en taken die zijn gebruiken, enz. Het zal U ook informatie geven over de post die voor gebruikers te wachten staat en op berichten die naar andere BBS systemen moeten worden verzonden. S alleen, zal op andere systemen U naar meer informatie vragen voor het verznden van een bericht, of het zal U een "illegal command" fouten melding geven. (STATUS op een FBB BBS wordt verkregen door !, een uitroepteken). VERZENDEN VAN EEN BERICHT: De "S" opdracht wordt hoofdzakelijk gebruikt voor het verzenden een bericht, maar het moet altijd worden gebruikt in combinatie met een andere letter, die het type aangeeft van het bericht dat U wilt verzenden.. Er zijn drie berichten typen op de packet bulletin board systemen.: Persoonlijk, Bulletin en Verkeer (Traffic). "SP" wordt gebruikt voor het zenden van een persoonlijk bericht naar een ander station. "SB" voor zenden van een bulletin (een bericht gericht aan iedereen). "ST" een bericht dat wordt behandeld door de National Traffic System. U kunt een bericht zenden aan een speciaal persoon, aan iedereen op de lokale BBS, aan iedereeen op iedere BBS in Uw omgeving, in de gehele staat, over het gehele land of rond gehele wereld. Het hangt ervan af hoe U het bericht adresseert. Ieder bericht bestaat uit drie delen: Het ADRES, het ONDERWERP en de TEKST Ik zal ieder deel apart bespreken. HET BERICHT ADRES: Persoonlijke berichten: Om een persoonlijk bericht te verzenden, geeft U SP gevolgd door een spatie en de roepnaam van de persoon voor wie het bericht bestemd is. Normaal is dat alles wat nodig is. Een database met gebruikersinformatie, genoemd de White Pages, zal het adres invullen, als het bekend is. (Ik zal de White Pages later in deze serie bespreken). Wanneer de roepnaam niet bekend is, moet U het complete packet adres opgeven, bekend als hierarchisch adres. Dat adres bevat de roepnaam van de BBS waarnaar het bericht moet worden verzonden, de lokale regio of provincie, staat, land en continent. De lokale regio wordt meestal voorafgegaan door het # teken en is optioneel is sommige regios. Het helpt echter het bericht naar zijn bestemming te krijgen, dus gebruik het als U het weet. De staat is een twee letter afkorting gebruikt door de post; het land is de drie-letter landen code en het continent is de vier-letter continent code. U kunt een lijst van die codes vinden op Uw BBS in het help bestand of in een van de bestanden. Hier zijn enige voorbeelden van juist opgegeven adressen voor een persoonlijk bericht: SP WB9LOZ @ W6PW.#NCA.CA.USA.NOAM -- Dat is hoe U een bericht moet adresseren aan mij in San Francisco. SP WM2D @ WA2NDV.#NLI.NY.USA.NOAM -- WM2D gebruikt de WA2NDV BBS, in Noord Long Island (#NLI) regio van de New York staat. SP G8BPQ @ G3DAD.#32.GBR.EURO -- BBS'en in Great Britain, Japan en sommige andere landen, gebruiken nummers voor de lokale regio en niet het deel van de staat van het adres Het hierarchische adres zal in detail worden besproken in deel 7 van de serie. Bulletins: Een bulletin wordt geadresseerd naar een CATEGORIE. De categorie wordt beperkt tot 6 karakters en moet de soort van het bericht aangeven, zoals PACKET, INFO, SALE, WANTED, DEBATE enz. Om een bulletin te zenden naar meer dan alleen de lokale BBS, moet U een verzend indicator toevoegen, die de regio aangeeft waar U het bericht wilt distribueren. Dan kan de lokale regio zijn, de gehele staat, de gehele US of de wereld. Iedere staat gebruikt verschillende indicatoren, dus U moet Uw lokale BBS vragen naar die informatie. Probeer een ?S of ?SB voor een lijst. Hier zijn enkele voorbeelden hoe U een bulletin moet adresseren: SB INFO -- Dit bulletin geeft "informatie" (over een onderwerp dat wordt gegeven in "subject") en het is alleen beschikbaar voor gebruikers van de BBS waar het was opgegeven, aangezien geen distributie is gespecificeerd. SB SALE @ CA -- Dit bulletin biedt een artikel te koop aan en het zal worden verzonden aan alle BBS'en in de staat California (CA wordt gebruikt in California, maar de indicator in Uw staat kan een ander formaat gebruiken). National Traffic System (NTS) berichten: NTS berichten hebben een speciale adressering nodig in een voorgeschreven formaat. Zij wordeen opgegeven als ST ZIPCODE @ NTSXX, waarbij de zipcode is van de persoon waarheen het bericht gaat en de XX de twee-letter afkorting van de staat. NTS berichten kunnen alleen worden gezonden naar de US en bezittingen en Canada. Voorbeelden: ST 03452 @ NTSNH ST 60626 @ NTSIL ST V7LIJ3 HET ONDERWERP VAN HET BERICHT: Wanneer U de adres regel van Uw bericht klaar hebt, geeft U een . U zult dan de vraag krijgen naar een ONDERWERP of TITEL van het bericht. Voor een persoonlijk bericht kunt U opgeven wat U wilt, maar U bent beperkt tot 30 karakters. Ik geef meestal aan in het bericht wat ik wil bespreken. Voor een bulletin, moet U een korte beschrijving geven (weer maximaal 30 karakters). Veel bulletins worden elke dag ontvangen, dus Uw ONDERWERP zou degene die de berichten ophaalt helpen om te bepalen of hij Uw bericht zal lezen of niet. U moet proberen om de inhoud van Uw bulletin kort te omschrijven, maar in detail. For SALE en WANTED (gevraagd) berichten, wees duidelijk over de apparatuur en geef het merk en model. Voor een persoonlijk bericht is het onderwerp niet belangrijk, want de mensen zullen ieder bericht gericht aan hen, toch lezen. Voor een bulletin is echter het onderwerp kritisch. Het zijn de maximaal 30 karakters die Uw bericht aan potentiele lezers moet "verkopen". Een NTS bericht vereist een specifiek formaat voor het onderwerp: Stad, Staat, Telefoon Gebied Code en Prefix. Voorbeeld: Boston, MA 617-267 DE TEKST VAN HET BERICHT: Daarna wordt U gevraagd om de tekst van het bericht op te geven. Dat is wanneer U de werkelijke informatie van het bericht intypt. U moet aan het eind van elke regel een carriage return geven, alsof U een brief aan het typen bent. Een normale regel heeft een maximum van 80 karakters, dus wanneer U 70 of 75 karakters hebt getypt, geef een carriage return en ga verder op de volgende regel. Dat zal voorkomen dat woorden naar de volgende regel worden omgebogen en het programma een onnodige blanke regel in de tekst zet. Sommige programmas willen een carriage return zien na de eerste 80 karakters. Een NTS bericht vereist dat U het ARRL bericht formaat voor de tekst gebruikt. Ik zal U meer vertellen over het NTS systeem en NTS berichten in deel 12 van deze serie. Wanneer U met de tekst klaar bent, eindigt U het bericht met een Control Z (U zendt een Control Z door de Control toets ingedrukt te houden en de Z toets in te drukken) of met /EX op het begin van een nieuwe regel. U moet de Control Z en /EX laten volgen door een carriage return . Veel BBS'en zullen U informatie zenden over Uw bericht, wanneer het compleet is ontvangen: de bericht identificatie, de grootte en dat het is opgeslagen, enz. Sommige systemen doen dit niet, dus moet U wachten tot U de BBS (>) prompt hebt ontvangen. Alleen wanneer U de prompt hebt ontvangen weet U zeker dat het bericht door de BBS is geaccepteerd. OPDRACHTEN VOOR DIRECTORY BESTANDEN De bestanden op een BBS geven U een varieteit van informatie over een breed gebied van onderwerpen. De bestanden sectie wordt ook wel de BBS bibliotheek genoemd. Iedere BBS heeft zijn eigen unieke groep van bestanden, bepaald door de sysop (de system operator), maar de bibliotheken van veel BBS'en bevatten veel dezelfde informatie. De bestanden worden op onderwerp in directories opgeslagen en hebben een bestandsnaam. Om uit te vinden welke directories en bestanden op Uw BBS beschikbaar zijn, gebruikt U de W (WHAT) opdracht. Alleen een W geeft een lijst met de beschikbare directories op de BBS met een letter of onderwerp naam en een algemene omschrijving van het onderwerp voor iedere directory. Om een lijst te krijgen van de bestanden in een bepaalde directory geef een W gevolgd door de directory letter of onderwerp naam dat U hebt ontvangen met de directory lijst. Voorbeeld: WA of W ARRL, afhankelijk van de software gebruikt door Uw BBS. Typ: ?W om uit vinden welk formaat op Uw systeem wordt gebruikt. Wanneer U een bestand wilt lezen, gebruikt U de D (Download) opdracht. U geeft een D gevolgd door de letter of onderwerp naam voor de directory waar het is opgeslagen en dan de exakte bestandsnaam. Enige voorbeelden: DF FCCEXAM.LST of D FCC FCCEXAM.LST DM TS440S.MOD of D MODS TS440S.MOD U kunt een ?D geven om uit te vinden welk formaat op Uw BBS wordt gebruikt. Om een bestand naar de BBS te zenden, gebruikt U de U (Upload) opdracht. De opdracht moet worden gebruikt met de letter of onderwerp naam voor de directory waarin U het bestand wilt opslaan, gevolgd door de bestandsnaam die U aan het bestand hebt gegeven. De bestandsnaam kan maximaal 8 karakters zijn voor de punt en 3 karakters na de punt. (Normale DOS formaat). Enkele voorbeelden: UG FLEAMKT.INF of U GENERAL FLEAMKT.INF zou een bestand uploaden, genaamd FLEAMKT.IF in de G of algemene (General) directory. UP BBSTIPS.01 of U PACKET BBSTIPS.01 zou een bestand BBSTIPS.01 uploaden in de P of Packet directory. Het BBS programma zal U niet toestaan om een bestand te uploaden met een naam die al bestaat. Sommige directories zijn door de sysop geblokkeert voor het uploaden en de bestanden kunnen alleen worden gedownload. Geef een ?U voor meer informatie over uploaden naar Uw lokale BBS. ANDERE OPDRACHTEN U vindt een varieteit van andere opdrachten op Uw BBS, maar welke U zult vinden hangt af van de gebruikte software. Hier volgt een uitleg van sommige opdrachten die U zou kunnen vinden. A - Abort - Veel systemen hebben de A opdracht, waarmee U het zenden van verdere informatie door de BBS, kunt stoppen. Wanneer U de ontvangst van de berichtenlijst wilt stoppen, een bericht, of wat ook aan U wordt gezonden, geef een A gevolgd door een . Wanneer de TNC buffer dan leeg is zal de gegevens stroom stoppen. COPY - De COPY opdracht is een C op sommige systemen en een SC (Send COPY) op sommige anderen. De opdracht wordt gebruikt om een kopie te maken van een bestaand bericht en het naar een ander station te zenden. Geef een ?C of ?SC voor informatie. C - CONFERENCE - Sommige BBS'en hebben een conference mode. Hiermee kunnen BBS gebruikers een ronde tafel QSO hebben. Geef een ?C op systemen waar die mogelijkheid aanwezig is, voor specifieke informatie. D - DOS - De FBB BBS heeft FBBDOS voor het maken van lijsten, downloaden, uploaden en kopieren van bestanden, met nog enkele andere features. Wanneer U een FBB systeem gebruikt, geef ?D voor specifieke informatie. E -EDIT - Wanneer U een bericht opgeeft en U ziet dat een fout hebt gemaakt in de roepnaam van de geadresseerde, zijn BBS of adres, of U besluit om het onderwerp te veranderen, hebben sommige BBS'en de EDIT opdracht om de gewenste wijzigingen aan te brengen. U kunt alleen het bericht type, TO, BBS, adres en onderwerp wijzigen. U kunt niet de bericht tekst veranderen. Geef ?E voor meer details. F - SERVERS - De FBB software heeft verschillende servers, die U bereikt door een F op te geven. Geef ?F op een FBB BBS voor een uileg over de beschikbare servers. G - GATEWAY - Een gateway mogelijkheid is beschikbaar op sommige BBS'en, waarmee U stations op een andere BBS kunt connecten op een andere poort dan U gebruikt. Geef ?G voor details hoe de gateway te gebruiken. I - INFO - Deze opdracht kan U details geven over de lokatie van de BBS, de hardware, sofware en RF mogelijkheden van het systeem dat U gebruikt, of op sommige systemen een pagina van komende gebeurtenissen, tips en andere nuttige informatie. Op W0RLI en FBB type BBS'en, zijn er verschillende andere variaties van de I opdracht. I roepnaam: Geeft U de naam, QTH, zipcode en thuis BBS van de persoon met die roepnaam, wanneer zij zijn opgenomen in de lokale "White Pages" database. Voorbeeld: I K1TGZ IS zipcode: Geeft U een lijst van alle actieve packet stations in de specifieke zipcode, die zijn opgeslagen in de lokale "White Pages". Een ster (*) kan gebruikt worden in plaats van de laatste cijfers om U een breder gebied te geven. Voorbeelden: IZ 94114 geeft stations in alleen de zipcode 94114. IZ 941* zou de stations geven in alle zipcodes die beginnen met 941. I@ BBS : Geeft alle roepnamen in de "White Pages" die de gespecificeerde BBS hebben als hun thuis BBS. Voorbeeld: I@ W6PW IH Lokatie: Geeft alle roepnamen in de "White Pages" die de gespecificeerde lokatie hebben. Voorbeelden: IH CA IH GBR Geef ?I voor meer gedetailleerde informatie over het gebruik van deze opdracht. J - Toont een lijst van stations die door de BBS zijn gehoord of met de BBS geconnect zijn. De opdracht moet worden gebruikt met een poort indentificator, zoals JA, JB, enz. J alleen, zal de poorten geven of een foutenmelding. U zult verschillende variaties van de J opdracht vinden, afhankelijk van de gebruikte software. Geef een ?J voor details. M - Op MSYS BBS'en zal M alleen, U het bericht van de dag geven. N - De N opdracht heeft verschillende variaties die worden gebruikt voor het opgeven van Uw naam, QTH, zipcode en thuis BBS. Om Uw naam op te geven geef de letter N gevolgd door een spatie en dan Uw voornaam, zoals: N Larry. Uw QTH wordt opgegeven met NQ gevolgd door een spatie en dan de complete naam van de stad en de twee letter afkorting, zoals: NQ San Francisco, CA. U geeft Uw zipcode op met NZ gevolgd door een spatie en Uw 5-cijferige zip. NH is de opdracht voor het opgevgen van Uw "thuis BBS". Dat is het systeem dat U regelmatig gaat gebruiken en waarheen al Uw persoonlijke berichten moeten worden gezonden. Zorg ervoor dat het een complete BBS is met alle diensten en niet een persoonlijke postbus, aangezien alleen complete BBS'en zijn opgenomen in het berichten verzendingsnetwerk. U geeft Uw thuis BBS op met NH gevolgd door een spatie en dan de roepnaam van de BBS, zoals NH W6PW. (NB: SSID's worden niet gebruikt bij het werken met een BBS, alleen voor het maken van de initiele verbinding. De meeste BBS'en negeren alle SSID's). REBBS type stations zullen U vragen te registreren en U moet dan Uw naam en andere informatie opgeven. FBB stations zullen automatisch naar Uw naam vragen en andere informatie, de tweede keer dat U connect. Op beide systemen zult U alleen de N opdracht nodig hebben om Uw gebruiker gegevens te veranderen. Die gebruikers informatie is opgeslagen op de lokale BBS en wordt ook gezonden naar een centrale database, bekend als de "National White Pages Directory". Iedereen heeft toegang tot die informatie. U kunt het gebruiken om de naam, QTH en thuis BBS van Uw vrienden te vinden. Hoe de "National White Pages" te gebruiken, wordt besproken in deel 9 van deze serie. O - OPTIES - FBB systemen geven verschillende opties, door de gebruiker te kiezen; de door de BBS te gebruiken taal, paginering, post informatie. Geef een ?O voor een uitleg hoe die opties moeten worden gebruikt, wanneer U een FBB BBS gebruikt. P - PATH - Op MYSYS BBS'en, P gevolgd door een roepnaam, zal U het laatste pad geven van dat station om met de BBS te connecten. Voorbeeld: P W6PW B - BYE - Wanneer U klaar bent met de BBS, geef een B om te disconnecten. U moet altijd een B geven, in plaats van te disconnecten met de TNC DISCONNECT opdracht. Op de meeste BBS'en wordt Uw gebruikers bestand alleen bijgewerkt als U de BBS verlaat met de B opdracht. Als U de B niet gebruikt, gebeurt de update niet, dus heeft de L opdracht niet de juiste informatie als U de volgende keer de BBS gebruikt. Onthoud, U zult deze opdrachten niet allemaal vinden op de BBS die U gebruikt, maar U kunt andere vinden die hier niet vermeld zijn. Check Uw lokale BBS Help document voor een complete lijst van beschikbare opdrachten. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 7 - Door Larry Kenney, WB9LOZ Berichten worden gezonden door het wereldwijde BBS netwerk, met gebruik van een systeem dat wordt genoemd HIERARCHISCHE ADRESSERING. Het formaat voor een hierarchisch adres is: roepnaam geadresseerde @ BBS-roepnaam. #lokale regio. staat-provincie.land.continent Voorbeeld: Mijn hierarchisch adres is: WB9LOZ @ W6PW.#NCA.CA.USA.NOAM Het ziet er ingewikkeld uit, maar dat is het niet. Ten eerste; ieder deel van formaat is gescheiden door een punt. Staat en provincie codes zijn de twee karakter codes die worden gebruikt door de US en Canadese Post. Zij kunnen worden gevonden in het Callboek, Uw telefoonboek, of een lijst met zipcodes. Verzin de staat en provincie code niet, als U er niet zeker van bent wat het is, en zorg ervoor dat U alleen de twee letter afkorting gebruikt. U zou het bericht naar de verkeerde staat of provincie kunnen zenden of verzending blokkeren. De codes gebruikt voor landen en continenten zijn standaarden, nu over de gehele wereld geaccepteerd. U zult een lijst kunnen vinden in het help document of de bestands sectie van Uw BBS. De landen code heeft drie letters en de continenten code vier letters. (Een oudere versie van de continenten code, nog steeds gebruikt door sommige BBS'en, heeft slechts twee letters). De code voor de lokale regio is optioneel. Aangezien U waarschijnlijk geen idee hebt welke code wordt gebruikt in upper New York State of in Iowa City, IA, bijvoorbeeld, hoeft U het niet op te geven. Als U de lokale code kent, gebruik het dan, want het zal helpen om het bericht meer direct dichterbij te krijgen naar waar het moet gaan. Voor berichten buiten de USA of Canada, wordt het staat-provincie deel niet altijd gebruikt. Met gebruik van het hierarchsiche formaat zijn hier enige voorbeelden van packet adressen: KB6LQV @ N6ZGY.#CCA.CA.USA.NOAM KC6NVL @ K6V4.SCA.CA.USA.NOAM K3XC @ N4QQ.MD.USA.NOAM VE3XYZ @ VE3RPT.ON.CAN.NOAM JA1ABC @ JA1KSO.#42.JPN.ASIA PE1ECN @ PI8ZAA.#NBO.NLD.EURO U zult zien dat de regio code wordt voorafgegaan door een "hekje". De reden is dat in Great Britain, Japan en mogelijk andere gebieden, zij routenummers gebruiken voor de lokale regio, die kunnen worden verward met de zip en post codes. Door gebruik van de # voor alle lokale regio codes wordt dit probleem voorkomen. Wij moeten de nadruk leggen op twee zeer belangrijke punten: hierarchische adressering geeft GEEN PAD aan en ALLEEN E E N BBS roepnaam moet in het adres staan. Een lijst van BBS roenamen, gescheiden door punten, zal Uw bericht niet naar zijn bestemming krijgen. Het kan in feite ervoor zorgen dat Uw bericht tussen BBS'en blijft rondgaan en niet wordt afgeleverd. Het adressering systeem wordt genoemd; een gebied in een ander gebied. Mijn hierarchisch adres als een voorbeeld: WB9LOZ @ W6PW.#NCA.CA.USA.NOAM. U zou het adres als volgt omschrijven: "WB9LOZ op W6PW, dat is Noord Californie, dat is in Californie, dat is in de USA dat is in Noord America. HET GEBRUIK VAN HET HIERARCHISCH ADRES Dit hoofdstuk legt uit hoe deBBS software het hierarchische adressering systeem gebruikt. Bijvoorbeeld: laten we zeggen dat ik een bericht stuur naar mijn vriend Richard, KA7FYC, die de KD7HD BBS in Missoula MT gebruikt. I zou opgeven: SP KA7FYC @ KD7HD.#MSL.MT.USA.NOAM Alle BBS'en hebben een route lijst, genoemd "forward file" (verzend bestand). Zoals Uw lokale post sorteerder, "kent" het de lokale routings in detail, maar als de bestemming verder is, kent het alleen de grotere geografische gebieden. Als de enige gegevens in mijn BBS verzend bestand, andere California BBS'en plus een lijst van staat afkortingen zijn, land en continent codes, laten we dan eens zien hoe het bericht zou worden verzonden. De BBS software zal proberen uit te vinden of gegevens in het BBS verzend bestand overeenkomen met de verschillende delen van het hierarchische res, te beginnen met het meest linker deel van het adres veld. In ons geval zal het geen overeenkomst vinden voor KD7HD. Wanneer het niets kan vinden, gaat het naar het volgende deel rechts. Het zou geen overeenkomst vinden voor #MSL, dus gaat het verder naar rechts. Aangezien alle staat afkortingen zijn opgenomen in het verzend bestand, zal het MT vinden en met die overeenkomst kan het bericht verzonden worden. Het verzend bestand zal de roepnaam van de volgende BBS in de lijst opgeven om een bericht te ontvangen, geadresseerd aan MT. Wanneer het bericht door de volgende BBS is ontvangen, begint het proces weer opnieuw, tot het bericht uiteindelijk is afgeleverd op zijn bestemming. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 8 - door Larry Kenney, WB9LOZ Dit deel van de serie bespreekt de verschillende delen van het packet bericht. Het volgende is een voorbeeld wat U ziet wanneer U berichten uit een BBS op Uw scherm krijgt. Op sommige systemen wordt de informatie op een andere manier getoond, maar dezelfde informatie wordt gegeven. BERICHT STAT GROOTTE NAAR VAN @ BBS DATUM/TIJD ONDERWERP 14723 PN 1084 WD5TLQ WA6XYZ N5SLE 0604/1240 SOFTWARE WERKT GOED! 14721 B$ 771 PACKET W9LOZ WUSA 0604/1154 INTRO TO PACKET PART 7 14717 BF 2387 EXAMS W6NLG NCA 0603/1020 FCC EXAMS:MAART-JUNI 14715 TN 275 94114 W1AAR 0604/0959 San Francisco 415-821 14714 BF 1663 DEBATE N2DEQ WW 0602/2314 CW REALLY NEEDED? 14712 BF 918 INFO N6ZYX NCA 0603/1845 9600 BAUD DEMO Het BERICHT NUMMER wordt toegewezen door het BBS programma, wanneer het bericht wordt ontvangen en kan niet worden gewijzigd. De nummers worden op volgorde toegewezen. De STATUS van het bericht bevat enige verschillende bits informatie. De eerste letter van de STATUS geeft het TYPE bericht: B voor Bulletin, P voor Persoonlijk of T voor Traffic voor het National Traffic System. Bulletins zijn berichten met algemene informatie voor alle gebruikers en zij kunnen gelezen worden door iedereen die het systeem gebruikt. Persoonlijke berichten worden alleen getoond aan de afzender, de geadresseerde en de sysop en zij zijn de enige die ze kunnen lezen. De bovenstaande lijst zou kunnen zijn opgevraagd door WD5TLQ, WA6XYZ of een sysop. Kunt U zien waarom? Het toont een uitgaand persoonlijk bericht. (NB: Hoewel persoonlijke berichten niet door iedereen kunnen worden gelezen, kan iedereen in de monitor mode het persoonlijke bericht zien, wanneer het door de lucht wordt verzonden, uiteraard). Traffic berichten, type T, kunnen door iedereen worden opgevraagd en gelezen. Alle gebruikers worden in feite aangemoedigd om mee te werken aan het afleveren van NTS berichten, geadresseerd aan Uw gebied. ( Zie deel 12 van deze serie voor informatie over NTS berichten). STATUS toont ook of het bericht gelezen is of niet, of het al verzonden is aan alle toegewezen stations, of nog niet verzonden is. U kunt een van de volgende letters zien: N= no, het is nog niet gelezen, Y= yes, het is gelezen, F= het is verzonden, $= het is nog niet verzonden, I= het wordt op dit moment verzonden. De GROOTTE geeft het totaal aantal karakters aan, inclusief leestekens, in de bericht tekst. De verzend hoofden (hierna verklaard) worden beschouwd als deel van de tekst en zijn in de grootte inbegrepen. Wat begon als een kort bericht, kan in grootte groeien als het wordt verzonden van BBS naar BBS. NAAR is de roepnaam van de geadresseerde voor persoonlijke berichten, de categorie of interesse groep voor bulletins en de zip code van de geadresseerde voor NTS berichten. U zult berichten kunnen vinden, geadresseerd TO AMSAT, TO PACKET of TO SALE, het zijn werkelijk berichten betreffende AMSAT, over PACKET of over VERKOOP van apparatuur. U zult snel van alles in de NAAR kolom zien: ALL, USERS, EXAMS, CODE, SALE, WANTED, DEBATE, SAT, PACKET enz. VAN toont de roepnaam van het station waarvan het bericht afkomstig is. @ BBS wordt gebruikt voor verzenden van persoonlijke berichten naar iemand op een andere BBS, voor verzenden van NTS berichten en voor algemene distributie van een bulletin die een verzend indicatie heeft. In de hiervoor getoonde lijst, zou het persoonlijke bericht automatisch worden gezonden naar WD5TLQ op de N5SLE BBS. Door een speciale aanduiding mee te geven, zoals NCA, in de "@ BBS" kolom, kan een bulletin worden verzonden naar speciale regios. (zie delen 6 en 7 van deze serie voor details over de adressering van persoonlijke berichten en bulletins en het gebruik van verzend indicaties. Adressering van NTS berichten wordt besproken in deel 12). De DATUM en TIJD geven aan wanneer het bericht was ontvangen door de BBS die U gebruikt, of wanneer het bericht werd geschreven. (Dit varieert, afhankelijk van de software die door de BBS gebruikt wordt). Wanneer het bericht van een andere BBS afkomstig is, zal de datum en tijd toen het bericht origineel werd opgegeven, worden getoond in de verzend hoofden, zoals hierna verklaard en bovenaan het bericht, wanneer U het leest. De aangegeven datum en tijd kan lokale tijd of UTC (Zulu tijd) zijn, afhankelijk van de door BBS gebruikte tijd. Het ONDERWERP (of TITEL) is een korte omschrijving van de bericht inhoud. Voor bulletins is dit de informatie die bepaalt of iemand Uw bericht zal lezen, wanneer hij het ziet in de lijst. Het moet kort zijn, maar ook informatief. U moet de andere gebruikers vertellen wat het bulletin inhoudt, zo duidelijk en zo kort mogelijk in slechts 30 karakters. De onderdelen van het bericht die tot nu zijn genoemd zullen worden getoond als U vraagt om een berichten lijst met de opdracht L (LIST). Op sommige systemen, zal een punt-komma na de list opdracht (voorbeeld: LL 35 ;) meer informatie geven over het bericht, zoals bericht ID, het complete hierarchische adres, het aantal keren dat het bericht is gelezen, enz. Wanneer een bericht is verzonden door een andere BBS, worden verzend hoofden toegevoegd aan het begin van de actuele bericht TEKST. Die informatie wordt door iedere BBS toegvoegd, die wordt gebruikt om het bericht op de plaats van bestemming te krijgen. Iedere BBS voegt een regel toe, die de tijd toont dat het bericht werd ontvangen door die bepaalde BBS, zijn roepnaam en adres, en misschien QTH, zip code, bericht nummer en andere informatie. Wanneer U de RH of V opdracht gebruikt (afhankelijk van Uw software), in plaats van gewoon de R, worden de hoofden beperkt tot een lijst van de BBS roepnamen. De complete hoofden zijn nuttig als U details wilt hebben over het pad van het bericht om U te bereiken en hoe lang de verzending heeft geduurd, van systeem naar systeem naar bestemming. De TEKST van het bericht bevat de informatie die U aan de lezer wilt overbrengen. Het kan iedere lengte hebben. Echter als het bericht naar een BBS op afstand moet gaan, zal het waarschijnlijk op het HF netwerk worden verzonden, en daar is een 2,5K limiet. Die limiet is ingesteld door de HF gateway sysops, om verkeer snel te laten verlopen, ondanks slechte condities en QRM. Erg lange berichten kunnen het verzend systeem onnodig verstoppen, dus worden gebruikers geadviseerd om lange berichten in stukken op te breken. Zoals vermeld in deel 6, wanneer U een bericht aan een BBS opgeeft, gebruik carriage returns aan het eind van Uw regels, alsof U op een typemaschine werkt. De normale schermbreedte is 80 karakters, dus U zou een carriage return geven voor het 80ste karakter op iedere regel. Een bericht zonder die carriage returns is zeer moeilijk te lezen, aangezien woorden op niet correcte plaatsen worden afgebroken, regels kunnen in lengte varieren en lege regels worden vaak toegevoegd. Op sommige terminal programmas en printers, zal van iedere regel die meer dan 80 karakters heeft zonder carriage return, alles na het 80ste karakter niet te zien zijn of afgedrukt worden. U moet Uw naam , roepnaam en packet adres aan het eind van de tekst vermelden, zodat de persoon die Uw tekst leest in staat is een bericht terug te sturen. U eindigt Uw bericht met een Control-Z of een /ex op het begin van een nieuwe regel. Dat vertelt de BBS dat het bericht moet worden opgeslagen. Disconnect niet, voordat U de BBS prompt hebt ontvangen, anders zult U niet weten of Uw bericht is opgeslagen. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 9 - door Larry Kenney, WB9LOZ In dit deel van de serie gaan we kijken naar de White Pages. Nee, niet Uw lokale telefoonboek, maar de packet radio directory, genoemd de "White Pages". U helpt informatie te verstrekken voor "WP" en U kunt het ook gebruiken om de thuis BBS, QTH een zip code van Uw vrienden op packet te vinden. "White Pages" werd ontworpen door Eric Williams, WD6CMU, uit Richmond, Californie. Hank Oredson, W0RLI, heeft later een WP database toegevoegd aan die packet bulletin board software en nu hebben de meeste BBS software programmas een of andere vorm van White Pages beschikbaar. Het is een database van packet gebruikers die hun naam, thuis BBS, QTH en zipcode bevat. Het wordt bijgewerkt en opgezocht door packet berichten, zodat packet stations over de gehele wereld hiervan gebruik kunnen maken. Wanneer gebruikers hun naam en andere informatie in hun BBS gebruikers bestand opgeven, wordt het opgenomen in de WP database. De White Pages server op iedere BBS doorzoekt de verzend hoofden van alle ontvangen berichten, haalt de roepnaam informatie eruit, en voegt die toe aan de database. De software maakt automatisch een update, eenmaal per dag, die alle nieuwe WP informatie bevat en wijzigingen die de database in de laatste 24 uur heeft ontvangen. Die update wordt dan aan de regionale White Pages server gezonden. De regionale server, op zijn beurt, neemt alle informatie die het heeft ontvangen van andere BBS'en en zendt updates naar andere BBS'en in de regio en naar de N6IYA BBS in Fulton, Californie, de nationale White Pages server. Het resultaat is dat dat we een grote database met informatie hebben over packet gebruikers wereld wijd. Door WP te vragen, kunt U gemakkelijk de naam, thuis BBS, QTH en zip code van andere stations op packet vinden. Als Uw BBS werkt met zijn eigen WP database, kunt U inlichtingen krijgen met de "I" of "Q" opdracht, afhankelijk van de gebruikte software. Geef eenvoudig een I of Q, gevolgd door de roepnaam. Als U bijvoorbeeld informatie over WB9LOZ wilt hebben, geeft U op: I WB9LOZ of Q WB9LOZ Lees de help informatie op Uw BBS om te zien welke opdracht daar gebruikt wordt. Sommige BBs'en hebben opdrachten waarmee U de WP database kunt doorzoeken op lokatie of zipcode informatie. Probeer ?I of ?Q of ?WP voor details. Wanneer Uw lokale BBS de informatie die U zoekt, niet heeft, kan het worden verkregen van Uw regionale WP server of van de nationale WP server. Aangezien de verzoeken worden gelezen en beantwoord door software, niet door een persoon, moet U het correcte formaat gebruiken: roepnaam ? U adresseert Uw verzoek aan WP @ de roepnaam van de server die U wilt gebruiken. Het woord QUERY (verzoek) wordt opgegeven als onderwerp. U kunt dan zoveel verzoeken indienen als U wilt in de tekst van ieder bericht, maar ieder moet op een aparte regel staan. Hier is een voorbeeld van een bericht, gezonden aan N6IYA, de nationale White Pages server: SP WP @ N6IYA.#CCA.CA.USA.NOAM (Hetzelfde formaat moet worden Geef onderwerp van het bericht: QUERY gebruikt voor een verzoek aan Geef tekst: Uw regionale WP database) K9AT ? WA6DDM ? NG2P ? W1KPL ? (Control-Z of /EX) Hoofd- of kleine letters mogen door elkaar gebruikt worden in het bericht. Zoals allle andere packet berichten, worden berichten, geadresseerd aan WP, verzonden van BBS naar BBS naar hun bestemming. Wanneer een BBS die met de W0RLI WP server werkt, een verzoek bericht behandeld, zal het antwoorden met elke toepasselijke informatie die het beschikbaar heeft. Als resultaat kunt U meer dan e e n antwoord krijgen op Uw WP verzoek. Wanneer de informatie over een roepnaam in een WP database niet is bijgewerkt, wordt het na een bepaalde tijd , bepaald door de sysop, verwijderd. Dat is gewoonlijk 90 tot 180 dagen, hoewel sommige systemen de informatie tot een jaar vasthouden. Het is belangrijk om te weten dat U ALLEEN E E N BBS als thuis BBS kiest, degene waar al Uw berichten moeten worden afgeleverd. U moet er ook op letten dat het een complete BBS is met alle diensten en niet een persoonlijke postbus, of de post wordt niet aan U verzonden. Geef altijd die roepnaam op als U gevraagd wordt Uw thuis BBS op te geven, zelfs als U een ander systeem op dat moment gebruikt. Wanneer een bericht aankomt op de bestemming BBS, die is opgegeven in de @ BBS kolom, zal sommige BBS software de White Pages informatie controleren om er zeker van te zijn dat het bericht op de juiste plaats is afgeleverd. Wanneer het ziet dat een andere BBS is opgegeven als thuis BBS van de geadresseerde, zal het die BBS roepnaam in het bericht opnemen en het verzenden. Wanneer U verschillende thuis BBS roepnamen op verschillende BBS'en opgheeft, kan Uw post gemakkelijk worden verzonden van BBS naar BBS en U nooit bereiken. Wanneer U Uw thuis BBS wijzigt, zorg er dan voor dat de roepnaam in de White Pages database wordt gewijzigd. Gebruik de NH, NQ en NZ opdrachten voor het updaten van de informatie. Ervoor zorgen dat de informatie in de White Pages correct is, zal ertoe bijdragen dat Uw berichten op de juiste BBS worden afgeleverd. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 10 - door Larry Kenney, WB9LOZ In dit en het volgende deel van de serie gaan we in detail kijken naar het packet node netwerk. In deel 4 heb ik uitgelegd hoe het netwerk te gebruiken om met een ander station te connecten. Nu zullen we kijken naar de andere mogelijkheden die een node aanbiedt. Door het packet node netwerk te gebruiken kan de tijd dat U op packet werkt, prettiger zijn en het kan het gebied dat U kunt bereiken aanmerkelijk uitbreiden. Het netwerk van NET/ROM, TheNet, G8BPQ en KAM nodes breidt zich snel uit en dekt nu het meeste van het land af. Nieuwe nodes verschijnen bijna dagelijks. Dankzij al deze stations en de verbindende links, kunt U nu connecten met stations op grote afstanden, met gebruik van een 2m set met laag vermogen. Sommige nodes zijn opgezet voor cross-band en met de introduktie van nodes op 10 meter FM, zijn de mogelijkheden om een station te werken praktisch overal aanwezig. Een packet node is, in de meeste gevallen, opgezet als digipeater, dus U kunt het nog steeds gebruiken als normale digipeater, maar voor de meeste van Uw verbindingen, zult U de node mogelijkheden willen gebruiken. Waarom? Wanneer U een reeks digipeaters gebruikt, moeten Uw packets foutloos de bestemming bereiken en de ontvangende TNC moet een bevestiging (ack) naar Uw TNC zenden voor ieder packet. Wanneer er veel digipeaters in het pad zijn, worden de kansen dat een packet wordt geaccepteerd kleiner en kleiner. Andere stations op de frequentie en ruis kunnen de oorzaak zijn van veel retries. Wanneer echter een node wordt gebruikt, is het niet nodig dat Uw packets de eindbestemming moeten bereiken, voordat de bevestigingen naar Uw TNC worden gezonden. Iedere node bevestigt Uw packet, wanneer het naar de bestemming wordt gestuurd. Wanneer U onlangs nog op packet hebt meegekeken, zult U de nodes in aktie hebben gezien. U zult zich hebben afgevraagd waarom zij al die vreemde symbolen zenden, zoals @fx/<~|. Wat U ziet is communiceren van de nodes met elkaar en het bijwerken van de nodelijsten. U zult ook roepnamen hebben gezien met hoge SSID's toevoegingen, zoals WB9LOZ-14, WA6DDM-15, W6PW-12, enz. De nodes veranderen de SSID's van alle stations die packets genereren, zodat de roepnamen die via het netwerk worden gezonden, niet dezelfde zijn als die direct gezonden zijn. Als U een node gebruikt om te connecten naar een ander station in de lokale regio, is er een mogelijkheid dat Uw packets door dat station direct van U worden ontvangen en van de node. Als de roepnaam door de node niet was gewijzigd, zouden de betreffende TNC's kompleet in verwarring raken, aangezien het zou lijken dat twee stations aan het connecten waren met dezelfde roepnaam. De node verandert automatisch de SSID met gebruik van de formule 15-N, waarbij N Uw gebruikelijke SSID is. Een roepnaam met -0 wordt -15, een -1 wordt -14, -2 wordt -13 enz. Het node netwerk is eenvoudig te gebruiken. Zoals in deel 4 is uitgelegd, om het node netwerk te gebruiken connect U eerst met een lokale node. Het is er een waar U direct kunt connecten met een goede signaal sterkte. Wanneer U geconnect bent, hebt U verschillende opties: connect naar een ander station binnen bereik van de node, connect naar een andere node, connect naar een aangesloten BBS, verkrijg een lijst van nodes die beschikbaar zijn of check route en gebruiker status. Op NET/ROM en TheNet nodes kunt U ook antwoorden of een CQ geven. Er zijn verschillende opdrachten beschikaar op Uw lokale node. Allemaal hebben ze CONNECT, NODES, ROUTES en USERS en afahankelijk van het type node, kunt U ook vinden BBS, BYE, CQ, INFO, MHEARD, PARMS of PORTS opdrachten. DE PACKET NODE OPDRACHTEN: GONNECT: De CONNECT opdracht (die kan worden afgekort als C), wordt gebruikt zoals U de CONNECT opdracht met Uw TNC gebruikt. Om met een ander lokaal station te connecten via een node, connect eerst met de node en geef dan C gevolgd door de roepnaam van het station dat U wilt bereiken. Om met een andere node te connecten kunt U de roepnaam of de alias gebruiken. Bijvoorbeeld: om met de BERKLY:WB9LOZ-2 node te connecten, kunt U C WB9LOZ-2 gebruiken of het alias, C BERKLY. Beide zullen werken. Zie deel 4 van deze serie voor meer informatie over het maken van connects via het node netwerk. Er is een speciale overweging wanneer connects worden gemaakt met een node die de G8BPQ Packet Switch software gebruikt. Aangezien die nodes in staat zijn om verschillende frequenties te laten werken van e e n node, moet U opgeven welke frequentie poort U wilt voor Uw communicatie. De PORTS opdracht, afgekort P, zal U een lijst van beschikbare poorten geven, zoals dit: SF:WB9LOZ-2} Ports: 1 144,99 MHz 2 223,56 Mhz 3 441,50 Mhz U moet dan het poortnummer opgeven, tussen de C en de roepnaam, zoals C 1 WB6QVU, om aan te geven welke poort U wilt gebruiken, in dit geval de poort 1 op de frequentie 144,99 MHz. NODE OPDRACHT: De NODES opdracht kan worden afgekort als N en wanneer opgegeven zonder informatie, zal het een lijst geven van andere nodes die gewerkt kunnen worden via de node die U gebruikt. De lijst bevat de alias en roepnaam van iedere node. De alias kan U een idee geven van de node's lokatie, maar U heeft een lijst nodig van de lokale nodes om zeker te zijn waar iedere node zich bevindt. (U vindt waarschijnlijk node lijsten in een van de bestanden van Uw lokale BBS). Wanneer U van node naar node gaat, zal de lijst van nodes die U vindt in lengte veranderen en zal verschillende informatie bevatten, aangezien niet alle frequenties gekoppeld zijn. De NODES opdracht heeft een feature waarmee U op een eenvoudige manier kunt uitvinden, hoe gemakkelijk het is om naar een andere node in de lijst te connecten. Alles wat U moet doen is een N te geven, gevolgd door de alias of de roepnaam van de node die wilt bereiken, zoals: N FRESNO of N W6ZFN-2 U zult een melding krijgen die drie routes naar de node geeft die U wilt bereiken, hoe goed die routes zijn en hoe oud de informatie is. Als er geen informatie beschikbaar is, zult U de complete node lijst krijgen of de mededeling "Not found", afhankelijk van de node die U gebruikt. Laten we eens kijken naar een typische melding die U zou krijgen na het opgeven van N FRESNO. Wanneer U geconnect bent met een NET/ROM of TheNet node, zal de melding er als volgt uitzien: SFW:W6PW-1} Routes to FRESNO:W6ZFN-2 105 6 0 WB9LOZ-1 78 6 0 W6PW-6 61 5 0 WA8DRZ-7 Wanneer U geconnect was met een G8BPQ Packet Switch, zou U e e n kolom minder zien in de melding en het zou eruit zien als volgt: SF:WB9LOZ-1} Routes to FRESNO:W6ZFN-2 > 126 6 W6PW-10 78 6 W6PW-6 60 4 W6PW-1 Iedere regel is een route naar de node waarnaar U hebt gevraagd. Het symbool > geeft een route aan die in gebruik is. Het eerste getal is de kwaliteit van de route. 255 is de best mogelijke kwaliteit en betekent een directe connect via een kabel naar een aanwezige node op dezelfde lokatie, 0 is het slechtste en betekent dat de route afgesloten is. 192 is ongeveer de beste kwaliteit via de lucht en betekent meestal dat de node slechts e e n sprong verder is. Wanneer U een kwaliteit van minder dan 80 ziet, zal het waarschijnlijk moeilijk worden om informatie via die route te krijgen. Het tweede getal vertelt U hoe oud de informatie is; het wordt de incourant telling genoemd. Dat getal is een 6 wanneer de informatie voor de route minder dan 1 uur oud is. Voor ieder uur dat geen update is ontvangen, wordt dat getal met 1 verminderd. Een 5 betekent dat de informatie een uur oud is, een 4 betekent 2 uur oud enz. Het volgende getal, alleen bij NET/ROM en TheNet nodes, geeft het type poort aan. Een 0 is een HDLC (High Level Data Link Control) poort; een 1 is een RS-232 poort. U hoeft geen aandacht te schenken aan dit getal. De roepnaam is van de dichtstbijzijnde node die de volgende is in de route. Deze snelle controle van een node die U wilt bereiken, kan U veel tijd schelen. U weet meteen of de node beschikbaar is of niet en hoe goed de kwaliteit van de beschikbare routes is. U hoeft geen tijd te besteden om te proberen te connecten met een node die niet beschikbaar is of van slechte kwaliteit. Wanneer U een redelijke route hebt gevonden naar de node die U wilt gebruiken, is het normaal het beste om het netwerk de verbinding te laten maken. Geef eenvoudig een connect naar de alias of roepnaam die U wilt, in plaats van zelf te connecten met iedere node langs de route. Wanneer een route bestaat, maar de kwaliteit is niet erg goed, kunt U connecten naast de nabije node die de beste route geeft, doe dan weer een kwaliteitscontrole, herhaal die procedure totdat U een route vindt met een redelijke kwaliteit. U kunt zo enige verre nodes bereiken met deze methode als U de tijd en geduld hebt. (Wij gaan verder met meer packet node opdrachten in deel 11) INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 11 - door Larry Kenney, WB9LOZ OPDRACHTEN GEBRUIKT OP HET PACKET NODE NETWERK - vervolg van Deel 10 ROUTES: De ROUTES opdracht (afgekort als R) geeft U een lijst van de directe routes naar andere nodes, vanuit de node die U gebruikt. De directe routes zijn diegenen waar de node direct kan connecten met de andere node. De kwaliteit van iedere route wordt getoont en de incourant telling. (Zie de NODES opdracht in deel 10 voor een uitleg van de incourant telling). Iedere route die gemarkeerd is met een uitroepteken (!) zijn route waarden die handmatig zijn ingevoerd door de eigenaar van de node en betekent dat de route niet betrouwbaar is voor regelmatig gebruik. USERS: De USERS opdracht (afgekort als U) zal U de roepnamen tonen van alle stations die de node gebruiken waarmee U geconnect bent. Er zijn vijf omschrijvingen die door de node worden gebruikt om te omschrijven hoe de gebruikers geconnect zijn: UPLINK: Het aangegeven station is direct geconnect met de node. DOWNLINK: De node heeft een verbinding gemaakt van het eerste naar het tweede station. Voorbeeld: DOWNLINK (K9AT-15 N6UWK) betekent dat de node geconnect is met N6UWK op verzoek van K9AT. CIRCUIT: Geeft aan dat het betreffende station geconnect is VAN een andere node, wanneer de node en gebruiker's roepnaam links van <--> staan en geeft aan dat het station geconnect is NAAR een andere node, wanneer node rechts van <--> staat. Wanneer U -- ziet tussen de pijlen, is het circuit in gebruik. Als U ziet <~~>, is de verbinding in bewerking. De alias en de roepnaam van andere gebruikte nodes wordt getoond voor de roepnaam van de gebruiker. Voorbeelden: Circuit (SFW:W6PW-1 WA6DDM) <--> AA6ZV betekent dat WA6DDM de node gebruikt, dat hij geconnect is naar de node van de SFW node en nu geconnect is naar AA6ZV N6PGH <--> Circuit (DIA:WB6SDS-2 N6PGH) betekent dat N6PGH direct geconnect is met deze node en heeft geconnect naar de DIA node. Circuit (SSF2:KA6EYH-2 KK6SD) <~~> (AMCYN:WZ6X-2) geeft aan dat KK6SD is geconnect met de node die U gebruikt, van de SSF2 node en probeert nu te connecten naar de AMCYN node. CQ: Zie "CQ opdracht" hierna. HOST: De gebruiker is direct geconnect naar de node terminal. Dit wordt gezien als de eigenaar van de node een gebruiker is, of de aangesloten BBS het gebruikt om berichten te verzenden. CQ: De CQ opdracht wordt gebruikt voor het geven van een CQ en voor antwoorden op de CQ van een ander station. De opdracht is alleen beschikbaar in de laatste versies van NET/ROM en TheNet. Geef een ? wanneer geconnect naar een node om te zien of het daar beschikbaar is. De CQ opdracht wordt gebruikt om een kort tekst bericht van een node te zenden en ook om stations, die de uitzending ontvangen, in staat te stellen te connecten met het verzendende station. De opdracht wordt opgegeven als: CQ tekstbericht. Het "tekstbericht" kan alle informatie zijn, tot maximaal 77 karakters, inclusief spaties en leestekens en het is optioneel. De node reageert op de CQ opdracht met het zenden van het specifieke tekstbericht in de "unproto" mode, met de roepnaam van de opdrachtgever als de bron en "CQ" als bestemming. Zoals met alle node uitzendingen, wordt de SSID aangepast, dat betekent, de SSID zal 15-N zijn, waarbij N de SSID is van de originele roepnaam. WB9LOZ-0 zou worden WB9LOZ-15, WB9LOZ-1 zou worden WB9LOZ-14, enz. Hier is een voorbeeld hoe de node CQ opdracht wordt gebruikt: Wanneer station W6XYZ-3 connect naar een node en geeft de opdracht: "CQ Is hier iemand vanavond?", dan zal de node zenden: "W6XYZ-12>CQ: Is hier iemand vanavond?. Na de uitzending, als reactie op de CQ opdracht, zet de node een mechanisme in werking, waardoor andere stations op de CQ kunnen antwoorden. Een station dat wil antwoorden, kan dat doen door eenvoudig te connect naar de roepnaam die in de CQ uitzending is vermeld (W6XYZ-12 in ons voorbeeld). U moet dan de vertaalde roepnaam gebruiken. Een CQ opdracht blijft in werking om antwoorden te ontvangen, gedurende 15 minuten, of tot de opdrachtgever een andere opdracht geeft of disconnect van de node. Ieder station dat naar een node is geconnect, kan bepalen of er stations zijn die een antwoord op de CQ verwachten, door de USERS opdracht te geven. Een aktief CQ kanaal verschijnt op het gebruiker's scherm: (Circuit, Host, of Uplink) <~~> CQ (gebruikers's roepnaam). Het station kan op zo'n openstaande CQ reageren door een CONNECT te geven naar de gebruiker's roepnaam, zoals gespecificeerd in het CQ (...) deel van de USERS weergave. Het is niet nodig voor het station om van de node te disconnecten en opnieuw te connecten. Hier is hoe een typische uitzending eruit ziet: (* = door gebruiker opgegeven) * cmd: C WP6PW-1 * cmd: *** Connected to WP6PW-1 * USERS {SFW:W6PW-1} NET/ROM 1.3 (669) Uplink (K9AT) Circuit (LAS:K7WS-1 W1XYZ) <--> CQ(W1XYZ-15) Uplink (WB6QVU) * Connect W1XYZ-15 {SFW:W6PW-1} Connected to W1XYZ * Hello! This is George in San Franscisco Hi George! Thanks for answering my CQ. enz Gebruikers van de CQ opdracht zijn gewaarschuwd om geduldig te zijn tijden het wachten op een antwoord. Onthoud, Uw CQ zal 15 muniten in werking blijven en zichtbaar zijn aan iedere gebruiker die een USERS opdracht geeft aan de node gedurende die tijd. Wacht een paar minuten voor opnieuw een CQ te geven, om andere stations de kans te geven op de eerste te reageren. Wees niet verwonderd als U geen antwoord ontvangt. Om onbekende redenen heb ik gemerkt dat heel weinig gebruikers van deze feature gebruik maken. Wanneer U connect naar een verre node, is de CQ opdracht een goede manier om een QSO te starten met een station in die regio, maar meer gebruikers moeten op de hoogte gebracht worden van de CQ feature, voordat het erg nuttig gaat worden. BBS: De BBS opdracht (die niet kan worden afgekort), is beschikbaar op nodes die G8BPQ software gebruiken en een aangesloten BBS systeem hebben. Met de BBS opdracht wordt U met de BBS doorverbonden. IDENT: De IDENT opdracht (afgekort als I), die op NET/ROM nodes wordt gevonden zal U de indentificatie geven van de node die U gebruikt. INFO: De INFO opdracht (afgekort I), die op TheNet nodes wordt gevonden, zal U informatie over de node geven, meestal alias, roepnaam en lokatie. INFO: De INFO opdracht (afgekort I) op G8BPQ nodes, zal U de identificatie van de node geven, en een lijst van beschikbare opdrachten. MHEARD: De MHEARD opdracht (afgekort M) op TheNet en G8BPQ nodes zal U een lijst geven van stations die door de node gehoord zijn. Wanneer de node meer dan e e n poort heeft, moet U specificeren voor welke poort U de lijst wilt zien, door een spatie na M te geven en dan het poortnummer. Voorbeelden: M 1 zal U een lijst geven voor poort 1 en M 2 voor poort 2. Gebruik de PORTS (P) opdracht om een lijst van de poorten te krijgen en de bijbehorende frequenties. PARMS: De PARMS (afgekort P) op NET/ROM en TheNet nodes is voor gebruik door de eigenaar, om te bepalen hoe zijn station functionneert. Het zal een lijst van de node's parameters geven. PORTS: de PORTS opdracht (afgekort P) op G8BPQ nodes, zal een lijst geven van de frequenties van alle beschikbare poorten. BYE: De BYE opdracht (afgekort B) is beschikbaar op TheNet en G8BPQ nodes. Het wordt gebruikt om te disconnecten van de node. Wanneer de node andere software heeft, moet U de D opdracht van Uw TNC gebruiken. ?: Een ? geeft U een lijst van de opdrachten die op de node beschikbaar zijn. Onthoud, wanneer U geconnect bent naar een network van nodes, zullen alle opdrachten worden gericht naar de laatste node waarmee U geconnect bent. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 12 - door Larry Kenney, WB9LOZ Het National Traffic System, bekend als NTS, is het door de ARRL gesponserde Amateur Radio berichten verwerkende netwerk. Packet Radio speelt nu een zeer belangrijke rol in het netwerk, dus laten we eens naar het systeem kijken en U enige tips geven over het verwerken van NTS verkeer door packet. Het verwerken van verkeer van derden, is de oudste traditie in amateur radio. Nationaal gezien, heeft het National Traffic System honderden lokale en sectie netten, die elkaar dagelijks tegen komen, om de aflevering en oorsprong van zulke berichten mogelijk te maken. Meer en meer verkeer is afkomstig, gerelayeerd en afgeleverd op packet. Wanneer U graag verkeer afhandeling doet, kunt U gemakkelijk betrokken worden in NTS via packet. Wanneer U op packet bent, maar U weet niets over NTS, dan zal dit deel van de serie U een goede start geven. Aan het einde zult ook wat verwijzingen vinden voor meer informatie over NTS. Lokale packet BBS'en moeten dagelijks gecontroleerd worden voor verkeer dat moet worden afgeleverd of gerelayeerd. Wanneer U inlogt in Uw lokale BBS, geef de LT opdracht, wat betekent "List Traffic". De BBS zal een lijst tonen van alle NTS verkeer dat op aflevering wacht. Het zal er ongeveer uitzien als dit voorbeeld: BERICHT# STAT GROOTTE NAAR VAN @BBS DATUM/TIJD ONDERWERP 37893 TN 486 60625 KB6XYZ NTSIL 1227/0712 CHICAGO, IL 312-267 37802 TF 320 06234 WB6DOB NTSCT 1227/0655 NEW HAVEN, CT 37854 TF 588 93432 KA4EYA 1227/0625 CRESTON, CA 93432 37839 TN 412 94114 KA8UHL 1227/0311 SAN FRANCISCO 415-821 37781 TF 298 94015 W1KPL 1227/2356 DALY CITY, CA 415-992 U zult verkeer zien dat wordt gerelayeerd door Uw lokale BBS naar een ander deel van het land en verkeer voor Uw lokale gebied. De "Onderwerp" of "Titel" kolom in de lijst toont U de bestemming van het verkeer. Wanneer U een bericht ziet dat in Uw lokale regio is, help en lever het af. ONTVANGST VAN EEN BERICHT: Om een bericht van het Bulletin Board af te halen, voor aflevering via de telefoon, of voor relais naar een lokaal NTS net, geeft een R gevolgd door het berichtnummer. Uit de lijst hierboven, zou R 37839 U het bericht zenden van KA8UHL voor San Franscisco. U vindt het bericht in een speciaal NTS RADIOGRAM formaat, met een inleiding, adres, telefoonnummer, tekst en ondertekening, gereed voor aflevering. Nadat het bericht is opgeslagen op Uw printer of schijf, moet het bericht op de BBS worden verwijderd met de K opdracht, zoals U ook doet met Uw eigen berichten. Om bericht 37839 te verwijderen, geef: K 37839. Dat voorkomt dat het bericht nogmaals door iemand anders wordt afgeleverd. AFLEVEREN OF RELAYEREN VAN EEN BERICHT: Wanneer U het NTS Radiogram hebt ontvangen, moet het natuurlijk snel worden afgehandeld. Wanneer het voor Uw directe omgeving is, moet U het bericht via de telefoon afleveren. Wanneer U het bericht aan het lokale verkeersnet gaat afleveren, moet U ervoor zorgen dat het zo snel mogelijk wordt afgeleverd. Als U het bericht niet kunt afleveren, als gevolg van een foutief telefoonnummer, geen antwoord na verschillende keren proberen of een ander probleem, zendt een bericht terug aan de verzender, zodat hij geinformeerd is en waarom. ZENDEN VAN BERICHTEN: Iedere amateur kan een bericht voortbrengen, uit naam van een ander, of de persoon een gelicenseerde amateur is of niet. Het is de verantwoordelijkheid van de afkomstige amateur, dat het bericht het correcte formaat heeft, voordat het wordt verzonden. Een speciaal formaat wordt gebruikt voor NTS verkeer, zodat de berichten compatiebel zijn over het gehele netwerk. Ieder bericht moet de volgende onderdelen bevatten in de juiste volgorde: nummer, prioriteit, behandeling instructies (optioneel), het station van herkomst, controle, de opgeslagen tijd, datum, adres, telefoon nummer, tekst en ondertekening. De bestemming van alle NTS verkeer moet in US zijn of bezittingen, of Canada. Wanneer het bericht gereed is om naar Uw lokale BBS te zenden, moet U de ST opdracht gebruiken, wat betekent "Send Traffic", gevolgd door de zip code van de bestemming, dan @ NTS, gevolgd door de twee letter staat afkorting. Het gebruikte formaat is ST ZIPCODE @ NTSxx. Een bericht dat naar Boston MA 02109 wordt gezonden, moet worden opgegeven als: ST 02109 @ NTSMA en een bericht voor Iowa Stad, IA 52245 wordt opgegeven als: ST 52245 @ NTSIA. Het bericht ONDERWERP of TITEL moet de stad en staat van bestemming, en telefoon regio code bevatten. Zie de voorbeelden in de lijst hierboven. Alleen e e n NTS bericht moet worden opgenomen in ieder packet bericht. Het actuele radiogram moet compleet in de TEKST van het packet bericht worden opgenomen, inclusief alle hierboven genoemde onderdelen. Sluit het bericht af met de gebruikelijke Control-Z of /ex. IN NOODGEVALLEN: Het National Traffic System werkt op een dagelijkse basis, als een publieke dienstverlening voor Uw medeamateurs en het algemene publiek. Het heeft nog een andere funktie. Het NTS is een goed geolied en opgeleid systeem van ervaren verkeers afhandelaars, die in staat zijn grote volumes van verkeer van derden, nauwkeurig en efficient af te handelen in geval van rampen. Uw medewerking zal U nu helpen U voor te bereiden op noodgevallen. Na de Loma Prieta Aardbeving in Oktober 1989, werden meer dan 7000 NTS berichten afgehandeld door packet BBS'en in het San Fanscisco gebied. Wij hadden alle hulp nodig die wij konden krijgen. REFERENTIE MATERIAAL: Het ARRL boekje "An Introduction to Operating an Amateur Radio Station" geeft gedetailleerde informatie hoe NTS Radiograms moeten worden gemaakt en afgehandeld. Er zijn ook veel bestanden met gedetailleerde informatie over NTS beschikbaar voor downloaden van Uw lokale BBS. Zij geven een compleet overzicht hoe een NTS bericht te maken en te verzenden op packet, hoe NTS berichten af te leveren, enz. Kijk in Uw lokale BBS bestanden, wanneer U geinteresseerd bent en wilt meewerken. Uw hulp zal zeker welkom zijn! INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 13 - door Larry Kenney, WB9LOZ In dit deel van de serie en het volgende, zullen wij kijken naar sommige van de TNC opdrachten die beschikbaar zijn en die wij tot nu toe nog niet hebben besproken. U zult merken dat sommige van de opdrachten niet beschikbaar zijn in Uw TNC, of dat zij op een enigszins andere manier worden gebruikt dan hier wordt gepresenteerd. Niet alle TNC's werken precies hetzelfde. Lees de bijbehorende handleiding voor specifieke details en hoe die opdrachten te gebruiken, als ze niet hetzelfde functionneren als hier besproken. 8BITCONV: Deze opdracht maakt het zenden van 8-bit data mogelijk in de converse mode. Wordt gebruikt met AWLEN, zie hierna. Voor normaal packet bedrijf, zoals toetsenbord naar toetsenbord uitzendingen, het gebruik van bulletin board systemen en het zenden van ASCII bestanden, moet 8BITCONV OFF zijn. Wanneer U 8-bit data moet verzenden, zet 8BITCONV op ON en AWLEN op 8. Let erop dat de TNC aan de ontvangstkant ook op deze manier is ingesteld. Deze procedure wordt normaal gebruikt voor verzenden van .exe bestanden of een speciale niet-ASCII data set. AWLEN: Deze parameter definieert de woordlengte, gebruikt door de seriele input/output poort van Uw TNC. Voor normaal packet bedrijf, zoals hierboven beschreven, moet AWLEN op 7 gezet worden. Zet alleen op 8 als U van plan bent 8-bit data te verzenden. AX25L2V2: Deze opdracht bepaalt welk niveau van het AX.25 protocol U gaat gebruiken. Wanneer OFF, zal de TNC het Niveau 2 gebruiken, Versie 1.0. Wanneer ON, zal de TNC Niveau 2 gebruiken, Versie 2.0. Opm: Sommige oudere TNC's zullen geen Versie 2.0 packets digipeaten. Met AX25L2V2 OFF, als Uw TNC een packet zendt en de packet wordt niet bevestigd de eerste keer het werd gezonden, zal het het opnieuw en opnieuw verzenden, tot een "ack" wordt ontvangen of de TNC overschrijdt de retries. Met AX25L2V2 ON, als Uw TNC een packet zendt en het krijgt geen bevestiging de eerste keer, zal het een poll frame zenden, om te zien of de andere TNC het packet ontvangen heeft. Wanneer positief, zal het doorgaan, wanneer niet dan zal het de laatste packet weer opnieuw zenden. Het voordeel hiervan is dat korte poll frames worden gezonden, in plaats van de lange packets die gegevens bevatten. Dat kan de kanaal opstopping aanmerkelijk reduceren. Voor werken op VHF/UHF, is het bijna essentieel dat iedere TNC AX25L2V2 ON heeft. Veel operators hebben gesuggereerd dat Versie 2.0 niet op de HF banden moet worden gebruikt, aangezien het de frequentie volstopt met poll frames. Zie de CHECK opdracht hierna, voor aanverwante informatie. BEACON: Gebruikt EVERY en AFTER voor het doen van beacon uitzendingen. BEACON EVERY n - zendt een baken op vaste intervallen, bepaald door n. BEACON AFTER n - zendt eenmaal een baken na een tijdinterval, bepaald door n, wanneer geen packet aktiviteit op de frequentie is. n = 0 tot 250 - specificeert de baken timing in tien seconden intervals. 1 = 10 seconden, 2 = 20 seconden, 3 = 30 seconden of 5 minuten, 180 = 1800 seconden of 30 minuten enz. Bijvoorbeeld, Wanneer U BEACON EVERY 180 (B E 180) instelt, zal de TNC een baken zenden nadat het geen aktiviteit gedurende 30 minuten op de frequentie heeft gehoord. B E 0 zet het baken uit. De tekst van het baken wordt gespecificeerd door BTEXT en kan tot 120 karakters bevatten. Het pad, gebruikt voor de baken uitzending, wordt gespecificeerd door de UNPROTO opdracht. U MOET BAKENS INTELLIGENT GEBRUIKEN! Bakens zijn dikwijls een onderwerp van controversie in de packet gemeenschap, want zij neigen de frequentie te verstoppen, wanneer te frequent gebruikt. U moet Uw bakens kort houden en onregelmatig en zij moeten alleen worden gebruikt voor zinvolle gegevens. Bulletin boards gebruiken bakens voor het geven van informatie voor wie nog post staat te wachten. Clubs gebruiken bakens voor aankondigen van vergaderingen en bakens worden gebruikt voor zwaar weer waarschuwingen. In gebieden met veel packet aktiviteit, moeten bakens niet worden gebruikt om iedereen alleen te laten weten dat U op de frequentie meekijkt, dat Uw mailbox klaar staat, of dat U wilt dat iemand U connect. U moet de frequentie in de gaten houden voor aktiviteit en sommige verbindingen zelf maken. CHECK n: Stelt een tijd in voor een packet verbinding. Wanneer een verbinding tussen Uw station en een ander schijnt te "verdwijnen", als gevolg van veranderende propagatie, verstopping van het kanaal of verlies van het pad, zou Uw TNC oneindig geconnect blijven. Wanneer de CHECK opdracht is ingesteld op een waarde anders dan 0, zal de TNC proberen de verbinding te herstellen of te disconnecten. De genomen aktie hangt af van de instelling van AX25L2V2. De waarde van CHECK (n) kan ingesteld worden van 0 tot 250 en de timing is gebaseerd op de formule: n * 10 seconden. (N = 1 is 10 sekonden, n = 5 is 50 seconden, n = 30 is 300 seconden of 5 minuten enz. Een waarde van 30 is een aanbevolen waarde om te gebruiken). Wanneer CHECK op 0 is ingesteld, schakelt het de opdracht uit. Als AX25L2V2 is ON, zal de TNC een "check packet" zenden om de aanwezigheid van het andere station te controleren, wanneer geen packets zijn gehoord na (n * 10) seconden. Als antwoord wordt ontvangen op de "check packet", zal de verbinding gehandhaafd blijven. Als geen antwoord wordt ontvangen, zal de TNC met de disconnect procedure beginnen, precies alsof een disconnect opdracht was verzonden. Wanneer AX25L2V2 is OFF, nadat geen packets zijn gehoord voor n * 10 seconden, zal de TNC geen check packet zenden, maar de disconnect procedure beginnen. CMSG: Hiermee kan een connect bericht automatisch verzonden worden, wanneer een station met Uw TNC connect. Als CMSG is ON, zal de TNC het bericht sturen dat in CTEXT staat, als het eerste packet van de verbinding. CTEXT kan tot 120 karakters bevatten. Natuurlijk moet U een mededeling hebben om CMSG te laten werken. Die feature wordt gebruikt als het station is ingeschakeld, maar de operator is niet aanwezig. De connect mededeling wordt gebruikt om het andere station hierover te informeren en vraagt dikwijls een bericht achter te laten in de buffer of mailbox. Wanneer CMSG is OFF, wordt de CTEXT mededeling niet gezonden. KISS: KISS laat de TNC functionneren als een modem voor een host computer, zodat met programmas zoals TCP/IP, de G8BPQ Packet Switch, diverse BBS programmas en andere programmas, die het Serial Link Interface Protocol gebruiken (SLIP), gewerkt kan worden. Alvorens KISS in te schakelen, zet de radio baud rate en terminal baud rate op de gewenste snelheid. Schakel KISS in en geef een RESTART opdracht. (vervolgd in deel 14) INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 14 - door Larry Kenney, WB9LOZ TNC OPDRACHTEN, vervolg van deel 13 MAXFRAME: Stelt de bovengrens in van het aantal niet bevestigde packets die de TNC heeft uitstaan op ieder moment. (de uitstaande packets zijn degenen die zijn verzonden, maar nog niet bevestigd). MAXFRAME bepaalt ook het maximum aantal bij elkaar behorende packets, die kunnen worden gezonden gedurende e e n uitzending. Hoe beter de condities, des te hoger de waarde die U kunt gebruiken. Wanneer de condities slecht zijn, (door veel retries) moet MAXFRAME worden verlaagd, om doorkomst te verbeteren. De beste waarde voor MAXFRAME wordt bepaald door te experimenteren. MAXFRAME 1 kan worden gebruikt voor de beste resultaten op HF packet. MFILTER: Met deze opdracht kunt U tot vier ASCII karakter codes opgeven, 0- $7F, voor de controle karakters die U wilt verwijderen van Uw bekeken packets. Codes kunnen worden opgegeven in Hex of Decimaal. Hier zijn de ASCII codes van enige van de lastigste controle karakters die in packets gevonden worden die U hebt bekeken. HEX DEC FUNCTIE MOGELIJK RESULTAAT $07 O7 Control G Laat Uw bel klinken of "piept" uw speaker. $0C 12 Control L Formfeed- kan Uw scherm schoonmaken $13 19 Control S Kan het scrollen van het scherm stoppen $1A 26 Control Z Kan Uw scherm schoonmaken $1B 27 Escape Kan Uw cursor naar een willekeurig punt op Uw scherm bewegen en de printer controle in de war sturen. AEA heeft een nieuwe code toegevoegd, $80, die geen ENKEL controle karakter op het scherm zal zetten van de packets die U hebt meegekeken. MHEARD: Een directe opdracht aan de TNC om een lijst te tonen van alle stations die zijn gehoord, sinds de MHCLEAR opdracht was gegeven of de TNC werd ingeschakeld. Deze opdracht is nuttig om te bepalen welke stations vanuit Uw QTH kunnen worden gewerkt. Stations die zijn gehoord via digipeaters worden op de meeste TNC's gemarkeerd met een *. Op de AEA PK-232 zijn de direct gehoorde stations gemarkeerd met een *. (kijk in Uw TNC handleiding). Het maximum aantal stations in de lijst is 18. Wanneer meer stations worden gehoord, worden de eerder ontvangen stations terzijde gezet. Het loggen van gehoorde stations wordt uitgeschakeld, als de PASSALL opdracht ON is. (zie hierna). Wanneer de DAYTIME opdracht is gebruikt om de datum en tijd in te stellen, zullen de datum en tijd dat de stations zijn gehoord, worden getoond. PASSALL: Laat de TNC packets tonen die een ongeldig fouten controlegetal hebben. De fouten controle is uitgeschakeld. Wanneer PASSALL ON is, worden packets geaccepteerd, ondanks de foutieve controlegetallen, wanneer zij bestaan uit een even meervoud van 8 bits en tot 330 bytes. De TNC probeert het adresveld te decoderen en de roepnamen te tonen in standaard formaat, gevolgd door de tekst van de packet. PASSALL kan nuttig zijn voor het testen van marginale paden of voor het werken onder abnormale omstandigheden. PASSALL is normaal uitgeschakeld. PERSIST: Gebruikt in combinatie met de SLOTTIME opdracht (zie hierna) om minder rommel op een drukke packet frequentie te geven. Aangezien meer en meer TNC's worden aangepast met de PERSIST en SLOTTIME opdrachten, zullen minder en minder packets botsingen voorkomen. Wanneer U die opdrachten in Uw TNC beschikbaar hebt, moet U DWAIT op 0 zetten en die opdrachten voor gebruik inschakelen. Opm: Op sommige TNC's zoals de PK-232, hebt U een andere opdracht die bepaalt of U DWAIT gebruikt of PERSIST/SLOTTIME. Het is de PPERSIST opdracht (met twee P's). Zet het op ON om PERSIST/SLOTTIME te gebruiken: zet het op OFF om DWAIT te gebruiken. I adviseer ten zeerste dat U PPERSIST op ON zet. PERSIST geeft een grenswaarde aan voor een willekeurig aantal zendpogingen. De waarde is van 0 tot 255. 0 geeft een 1/256ste kans op zenden iedere SLOTTIME; 255 laat de TNC de zender inschakelen, iedere SLOTTIME. Door experimenteren is gebleken dat de beste waarde voor PERSIST ligt in het 60 tot 70 bereik. SLOTTIME: Deze opdracht bepaalt het tijdinterval de TNC wacht, tussen genereren van willekeurige getallen, om te zien of het kan zenden. Dat genereren van willekeurige getallen en de waarde van PERSIST werken samen om beter te kunnen werken op een drukke frequentie. De SLOTTIME waarde kan worden ingesteld van 0 tot 250. Door experimenteren is bepaald dat de beste waarde ligt tussen 10 en 20. SCREENLN n: Deze parameter bepaalt de lengte van een tekstregel op Uw computer scherm. De waarde kan liggen tussen 0 to 255 en wordt meestal ingesteld op 40 of 80, afhankelijk van de display die U heeft. Een carriage return en line feed (CR/LF) worden naar de terminal gestuurd in de Command en Converse modes, nadat n karakters zijn getoond. Een waarde 0 schakelt deze actie uit. Als Uw computer automatisch output regels formateert, moet deze feature uitgeschakeld zijn. TRANS: Dit is een directe opdracht, die de TNC van de Command Mode in de Transparent mode zet. Transparent Mode wordt gebruikt als U gegevens wilt zenden zoals uitvoerbare programmas, waar karakters in de data conflicteren met de werking van de TNC. Karakters, zoals "Control C", "Control R", "Control S", "carriage return", "linefeed", beinvloeden allemaal de werking van de TNC, wanneer in de Converse Mode. In Transparent Mode beinvloedt geen enkele van de data karakters de werking. Alle acht bits van ieder karakter wordt naar de radio gezonden, precies zoals zij zijn ontvangen door de TNC van de computer of toetsenbord. Packets worden op regelmatige intervallen verzonden, ingesteld door de PACTIME opdracht of wanneer een vol packet informatie gereed is. De ontvangende TNC moet ook in de Transparent Mode zijn en nodes en digipeaters kunnen niet gebruikt worden in het zendpad. Aangezien de karakters, die normaal gebruikt worden voor de werking van de TNC, geen effect hebben in deze mode, is een speciale procedure nodig om de Transparent Mode te verlaten en naar de Command Mode terug te keren. Kijk in de handleiding van de TNC voor details, hoe die procedure wordt uitgevoerd voor Uw speciale TNC. U moet ook Uw handleiding opslaan voor informatie over de opdrachten: CMDTIME, PACTIME, START, STOP, TRFLOW, TXFLOW, XFLOW, XOFF en XON, alvorens de Transparent Mode te gebruiken. TXDELAY n: Deze opdracht vertelt de TNC hoe lang te wachten, alvorens gegevens te zenden, nadat het de zender heeft ingeschakeld. Alle zenders hebben enige tijd nodig om een signaal in de lucht te zetten. Sommige hebben meer tijd nodig, anderen minder. Radios met synthesizers en radios met mechanische relais hebben meer tijd nodig, terwijl kristal gestuurde radios en radios met diode schakelaars, minder tijd nodig hebben. Externe versterkers geven meestal extra vertraging. Experimenteer om te bepalen wat de beste waarde is voor Uw radio. TXDELAY kan ook nuttig zijn om te compenseren voor een langzame AVC of squelch bij het tegen station. Er zijn veel extra opdrachten voor U beschikbaar. Neem de tijd om de gebruikers handleiding van Uw TNC te lezen, om sommige van de verrassingen te ontdekken die de andere opdrachten aanbieden. Nieuwe versies van de TNC software hebben verschillende additionnele opdrachten, die U nuttig zult vinden. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 15 - door Larry Kenney, WB9LOZ Hier zijn een aantal tips om het werken met packet nog prettiger te maken. Of het om het maken van lokale QSO's gaat, inloggen in een BBS of mailbox, of DX werken, er zijn enkele dingen die U moet overwegen, die problemen en wachttijd helpen te voorkomen, vergroten van Uw "throughput" en packet veel meer plezieriger maken. ("Throughput" is een woord dat in algemeen gebruik is genomen door packet operators en betekent de hoeveelheid bruikbare packet informatie die werd verzonden of ontvangen). Wanneer U connect naar een ander station, gebruik geen digipeater of node tenzij dat nodig is. Iedere digipeater die U aan het pad toevoegt, verhoogt de tijd die nodig is om Uw signaal naar zijn bestemming te krijgen en een bevestiging terug te krijgen. Het verhoogt ook de kans op storing en botsingen met andere packets. U zult versteld staan van het verschil in throughput, wanneer een directe connect wordt vergeleken met slecht e e n digipeater in het pad. Het packet node netwerk, besproken in vorige delen van de serie, doen een hoop om Uw packets op hun bestemming te krijgen, maar U moet zich realiseren dat de throughput ook daar wordt beinvloed door het aantal gebruikte nodes en de condities tussen U en het bestemming station. Het grote voordeel van de nodes is dat een bevestiging niet de gehele weg van het bestemming station hoeft te komen, voordat Uw TNC tevreden is. Packets worden bevestigd van node naar node, waardoor een groot deel van de problemen worden geelimineerd. Om het originele packet doorgezonden te krijgen, blijft een even groot probleem voor de nodes als voor U, wanneer digipeaters worden gebruikt. Het kan enige minuten duren om een packet doorgezonden te krijgen, wanneer U werkt met een station op enige afstand. Heb geduld! Dr. Tom Clark, W3WI, heeft bepaald, dat voor IEDERE SPRONG in een packet pad, het verlies aan packets kan varieren van 5% tot 50%, afhankelijk van de hoeveelheid verkeer. Onthoud, iedere digipeater voegt een sprong toe, het probleem samenstellend en U hebt tweemaal zoveel sprongen als U denkt, in verband met de bevestigingen. U kunt zien hoe snel een pad achteruitgaat wanneer het verkeer toeneemt en meer nodes toegevoegd worden. Wanneer U een keuze heeft, gebruik een frequentie die niet veel ander verkeer heeft. Het is logisch dat hoe meer stations er zijn op een frequentie, des te meer kans op botsingen en retries. Een pad dat perfect werkt zonder veel verkeer, kan geheel onbruikbaar worden onder zware verkeer condities. Slechts e e n extra station op de frequentie kan de throughput verlagen tot de helft in veel gevallen. Een andere overweging, speciaal wanneer over een grote afstand wordt gewerkt, zijn de atmosferische condities. U zult dit nog niet hebben ervaren op VHF, maar de grote gevoeligheid van packets voor ruis, kan een een kleine verandering in signaal sterkte het verschil betekenen dat Uw packets doorkomen of niet. Lange paden tussen nodes zijn erg ontvankelijk voor die veranderende condities. Er zijn tijden, speciaal op een warme zomerdag, dat het onmogelijk is om een packet van de ene node naar de andere te krijgen, terwijl dat toch normaal een goed pad is. Op andere tijden kunnen opstijgende luchten Uw bereik dramatisch vergroten en U bent in staat om node paden te gebruiken die normaal niet bestaan. In de San Francisco Baai, heeft de mist een belangrijk effect op VHF signalen. Wanneer een mistbank zich van de Pacific landwaarts beweegt, kan het als een prima reflector werken. Signalen die normaal niet worden gehoord of erg zwak, kunnen signaal sterkten van 40 over S9 bereiken. Multipaden is een ander probleem dat Uw packet signaal sterk kan beinvloeden. Multipad is de uitdrukking die gebruikt wordt om de ontvangst te omschrijven van meerdere signalen van e e n bron, als gevolg van reflecties door gebouwen, heuvels of bergen. Het "spook" in een televisie signaal is een vorm van multipad. Een station met een erg sterk signaal in een digipeater of node, kan dat pad dikwijls niet gebruiken, wanneer multipad het signaal vervormd. Ieder packet wordt op 100% nauwkeurigheid gecontroleerd en wordt niet bevestigd, tenzij het in orde is. Multipad reflecties kunnen de oorzaak zijn dat sommige bits verloren raken, dus U kunt veel retries verwachten en een slecht pad, zelfs met sterke signalen. Om samen te vatten, voor de beste resultaten op VHF, gebruik zo weinig mogelijk digipeaters en nodes, gebruik een frequentie met geringe activiteit en houdt rekening met atmosferische condities en mutlipad problemen. Onthoud, door verlaging van PACLEN en MAXFRAME in Uw TNC, vergroot U de kans dat Uw packets doorkomen onder slechte condities. Als U packet op HF gebruikt, onthoudt dat U de zend baudrate op 300 moet zetten en een korte PACLEN gebruiken (een waarde van 40 lijkt goed te werken) en een MAXFRAME van 1. De kansen om een korte packet door de ruis en QRM te krijgen zijn veel beter dan voor een lange. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 16 - door Larry Kenney, WB9LOZ In dit deel van de serie, laten we onze kennis eens de revue laten passeren. Ik ga een korte quiz presenteren over de grondbeginselen van packet radio, die in de 15 delen van de serie zijn besproken. Laten we eens zien hoe goed U de volgende vragen kunt beantwoorden, zonder te spieken! In deel 17 zal ik iedere vraag bespreken en U de juiste antwoorden geven. 1. Wat zijn de drie TNC communicatie modes? a. Connect, Converse, Terminal b. Command, Converse, Terminal c. Command, Converse, Transparent d. Command, Connect, Transparent 2. Welke TNC opdracht wordt gebruikt om het zendpad voor bakens en CQ's in te stellen? 3. Waarvoor wordt de TNC opdracht CHECK gebruikt? 4. Als U geconnect bent naar een ander station, welke opdracht wordt gebruikt om mee te kijken naar ander verkeer op de frequentie? 5. Als U e e n van de volgende regels op Uw scherm ziet, wanneer in de monitor mode, wat betekent een sterretje (*)? W6ABC-3>N6XYZ,W6PW-1*: Hallo Bob W6ABC-3>W6PW-1*>N6XY (Weergaven kunnen met diverse type TNC's varieren, dus beide algemene typen worden getoond). 6. Waarom verbetert het packet node netwerk de communicaties, in vergelijking met het gebruik van digipeaters? 7. Wanneer U geconnect bent naar een station in New Mexico met gebruik van het node netwerk, hoe disconnect U ? 8. Wanneer N6ZYX-2 geconnect is naar U via een node, wat zou de SSID van het station worden aan Uw kant van de verbinding? 9. Wanneer U geconnect bent naar een ander station, wat zijn de meest waarschijnlijke redenen dat packets NIET door het andere station worden ontvangen? 10.Er zijn verschillende basis opdrachten die gebruikt worden op packet bulletin board systemen. Geef aan welke U zou opgeven om het volgende uit te voeren. a. Ontvang een lijst van berichten. b. Lees bericht 47134. c. Download een bestand uit de algemene (ID G) directory, genaamd FCCEXAMS.LST. d. Zendt een persoonlijk bericht aan Jim, WA6DDM, die de W6PW BBS in San Francisco, Californie gebruikt. e. Wijzig Uw thuis BBS van W9ABC naar W7XYZ. 11.Om een NTS bericht te zenden, via packet, naar Tom Smith, 123 Main Street, Keene, NH 03431, telefoon (603) 555-4321, wat zou U opgeven bij de BBS prompt? 12.Wanneer een bericht de STATUS BF heeft, wat betekent dat? 13.Wanneer een bulletin wordt verzonden, wat is het belangrijkste om aan te denken, wanneer het ONDERWERP wordt opgegeven? 14.Wanneer U een bericht wilt zenden aan Uw vriend John, W4IP, maar U weet de roepnaam van zijn thuis-BBS niet, wat kunt U doen om uit te vinden wat de roepnaam is? 15.Wat is de maximum waarde voor MAXFRAME? Als U werkt met een station op 30 m afstand en een hoop retries zendt, zou U MAXFRAME vergroten of verkleinen? Wel, hoe denkt U het gemaakt te hebben? Wij zullen naar de antwoorden op de vragen kijken in deel 17. INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 17 - door Larry Kenney, WB9LOZ Hoe hebt U de quiz gedaan in het vorige deel van deze serie? Wanneer U er niets mee gedaan hebt, zou U deel 16 willen lezen en de quiz alsnog doen, voordat U nu verder leest. Hier zij de juiste antwoorden en de serie nummers, waar U meer over het onderwerp kunt lezen. 1 - Antwoord C is correct. De drie TNC communicatie nodes zijn Command, Converse en Transparent. De Command mode is voor communiceren met de TNC. Converse mode is normale QSO's, connecten naar een BBS of Postbus, enz. en Transparent mode wordt gebruikt voor verzenden van binaire bestanden. (delen 2,3 en 14) 2 - De UNPROTO opdracht wordt gebruikt voor het instellen van het pad voor bakens en CQ's. (delen 3 en 13) 3 - De CHECK opdracht wordt gebruikt voor instellen van de afschakeltijd in Uw TNC. Wanneer ingesteld op een waarde anders dan 0, zal de TNC proberen om de verbinding te herstellen na een bepaalde gespecificeerde tijd, wanneer niets is ontvangen van het tegenstation. Deze opdracht wordt gebruikt in combinatie met de AX25L2V2 opdracht. (deel 13) 4 - De MCON opdracht (Meekijken wanneer geCONnect) wordt gebruikt om mee te kijken naar het verkeer op de frequentie, wanneer U met een ander station geconnect bent. (deel 3) 5 - Het sterretje (*) geeft het station aan waar U het packet van gehoord hebt. De MRPT opdracht moet ON zijn voor de monitor weergave, om digipeaters te tonen. (delen 2 en 3) 6 - Het packet node netwerk verbetert communicaties, omdat packets worden bevestigd tussen Uw station en de eerste node en dan node tot node naar de bestemming. Een packet hoeft niet de eindbestemming te bereiken voor een bevestiging is geretourneerd. (delen 4, 10 en 11) 7 - Wanneer het node netwerk wordt gebruikt (onafhankelijk met wie U geconnect bent), disconnect U door naar de Command mode te gaan op Uw TNC en een D te geven. Sommige nodes hebben de B (Bye) opdracht beschikbaar, dus een B kan ook werken. Het feit dat U verschillende nodes gebruikt, of geconnect bent naar een station op afstand, maakt geen verschil. Het netwerk zal alle stations en links disconnecten. (delen 4, 10 en 11) 8 - N6ZYX-2 zou verschijnen als N6ZYX-13 als hij naar U connect met gebruik van een node. De node verandert de SSID met gebruik van de formule 15-N. (deel 10) 9 - De twee meest waarschijnlijke redenen voor een packet om niet door te komen, zijn botsingen met andere packets op de frequentie en ruis als gevolg van zwakke signalen. (deel 15) 10 - BBS opdrachten: a. Om een lijst berichten te krijgen, geef een L (List) b. Om bericht 47134 te lezen, geef op: R 47134 c. Om een bestand te downloaden uit de algemene directory, genaamd FCCEXAMS.LST, typt U D GENERAL FFCEXAMS.LST of DG FCCEXAMS.LST, afhankelijk van de door Uw BBS gebruikte software. d. Om een persoonlijk bericht te zenden aan JIM, WA6DDM, geeft U op: SP WA6DDM @ W6PW.CA.USA.NOAM Wanneer zijn roepnaam bekend was in de White Pages database op Uw BBS, zou U alleen behoeven op te geven: SP WA6DDM. e. Om Uw thuis BBS te wijzigen van W6ABC naar W7XYZ geeft U op: NH W7XYZ. (delen 5, 6, 7 en 8) 11 - Wanneer U een NTS bericht aan Tom Smith, 123 Main Street in Keene, NH 03431, wilt zenden, moet U het volgende bij de BBS prompt > opgeven: ST 03431 @ NTSNH. (delen 6 en 12) 12 - Een bericht met de STATUS BF, betekent dat het bericht een bulletin is en verzonden aan alle stations die worden verondersteld het te ontvangen van de BBS die U gebruikt. (deel 8) 13 - Wanneer U het ONDERWERP van een bulletin opgeeft, moet U informatie geven die gebruikers van de BBS zal doen besluiten om Uw bulletin te lezen of niet. Wanneer U een VERKOOP of GEVRAAGD bulletin opgeeft, vermeldt dan wat het is en geef informatie over het model en fabrikant. Voor een INFO bulletin, geef aan waarover U informatie verstrekt. (delen 6 en 8) 14 - Om de roepnaam of de thuis BBS te vinden van Uw vrienden, gebruik de White Pages database. Wanneer de BBS, die U gebruikt, de WP feature ingeschakeld heeft, zult U de I opdracht vinden (of Q opdracht op sommige systemen). Zendt anders een vraag aan Uw regionale WP server, of de nationale WP server. (deel 9) 15 - De maximum waarde voor MAXFRAME is 7. MAXFRAME is het aantal, bij elkaar behorende packets, dat door Uw TNC wordt gezonden, en het aantal, nog uitstaande, onbevestigde, packets van de TNC. U verlaagd MAXFRAME als de condities slecht zijn. Uw TNC zal minder packets op een gegeven moment gaan zenden, dus er zal minder informatie zijn die kan botsen met andere packets op de frequentie en minder kans dat informatie verdwijnt door ruis. (deel 14) U krijgt geen cijfer voor de quiz. Het is ontworpen voor U, om Uw algemene packet kennis te na te gaan en U zult zichzelf moeten beoordelen. Ik hoop dat U het goed heeft gedaan! INTRODUKTIE VAN PACKET RADIO - DEEL 18 - door Larry kenney, WB9LOZ In de vorige 17 delen van deze serie, heb ik gepoogd alle basis elementen van packet radio te behandelen, van het instellen van Uw TNC en Uw eerste QSO maken, tot het gebruiken van digipeaters, het packet node netwerk en bulletin board systemen. Veel van de TNC opdrachten zijn verklaard, inclusief de beste instellingen voor normaal gebruik en ik heb suggesties aangedragen die het gemakkelijker en prettiger voor U zullen maken om packet radio te gebruiken. Nu U de basis onder de knie hebt, zou U Uw studie willen voortzetten, door enige van de andere aspecten van packet radio te bestuderen. Er zijn verschillende programmas beschikbaar, die ik niet heb besproken in deze serie en die U interessant vindt. Er is Packet Cluster software, gebruikt bij DX Spotting Netwerk, om bijzondere DX stations te vinden. APRS, het Automatic Packet Reporting System, dat nu erg populair is voor het lokaliseren van stations en voor gebruik met GPS, het Global Positioning System, J-NOS en T-NOS voor gebruik met TCP/IP, andere netwerk programmas zoals Tex-Net en Rose en nieuwe computer programmas, speciaal geschreven voor packet en andere digitale modes. De lijst gaat verder en verder. PAC-Sat, het amateur satelliet programma, groeit in populariteit, wanneer meer satellieten die packet radio apparatuur aan boord hebben, in de ruimte worden gebracht. Hoge snelheid modems, met snelheden tot 56 Kbaud, komen eraan voor algemeen gebruik op packet radio. Wat zijn de volgende ontwikkelingen? Om de laatste ontwikkelingen bij te houden, neem deel aan Uw lokale packet radio groep, of digitale communicaties club. Wordt lid van TAPR, de Tuscon Amateur Packet Radio Corporation, de nationale organisatie die zich bezig houdt met het ontwikkelen van packet radio en opleiding. TAPR heeft een driemaandelijkse nieuwsbrief en biedt kits aan, publicaties en een bibliotheek van software en informatie (inclusief deze "Introduktie naar Packet Radio", die U nu leest). U kunt ze bereiken op (817) 383-0000. Lees de packet kolommen in "QST, "CQ", "73" en andere ham tijdschriften en kijk uit naar de bulletins op Uw lokale BBS voor nieuwe informatie en discussies over systeem ontwikkelingen, software en hardware. Packet Radio en digitale communicaties in het algemeen, zijn nog relatief nieuwe gebieden en ik ben er zeker van dat U veel veranderingen zult zien in de komende jaren. Ik wil de volgende mensen bedanken voor hun hulp bij het samenstellen van deze serie: Don Simon, NI6A; Bill Choisser, K9AT; Don Fay, K4CEF; Scot Cronk, N7FSP; Roy Engehausen, AA4RE; en Hank Oredsen, W0RLI. Hun hulp en antwoorden op mijn vragen zijn ten zeerste geapprecieerd. Wanneer U commentaar hebt op deze "Introduktie van Packet Radio" serie, of U wilt een deel van de informatie in de serie corrigeren of updaten, zend mij s.v.p. een packet bericht of schrijf mij een brief. Ik zal graag van U horen en Uw commentaar wordt zeer gewaardeerd. Ik hoop dat U deze serie informatief en nuttig heeft gevonden en heeft bijgedragen om packet radio voor U genoeglijker te maken. 73, Larry Kenney, WB9LOZ @ N6EEG.#NCA.CA.USA.NOAM 4154 21st Street San Francisco, CA 94114-2710 Larry@LarryKenney.com