Attje de Boer
Min en dienstbode in dienst van Daniël Jacob van Ewijck
![]() |
Op 1
september 1815 geeft Hindrik Luitjes de Boer,
kastelein van beroep, zijn eerste kind Attje aan
bij de burgerlijke stand van de stad Groningen.
Het gezin van Hindrik en Janthien Wolthers woont
op dat moment in de Boteringestraat op
huisnummer 87, de zes jaren daarop volgend
aangeduid als "voor de Boteringepoort 87". Tijdens de volkstelling in 1829 telt de bovenwoning aan de Gelkingestraat zes gezinsleden: naast hoofd van het gezin vader Hindrik, van beroep stalhouder, en dochter Attje nog twee dochters, Egberdina en Freke, twee zonen, Nanno en Luichien, en de 22-jarige stalknecht Everhardus Johannes Hoogman. Echtgenote Janthien en drie dagen later zoon Jurjen, nog geen vijf jaar oud geworden, zijn kort voor de volkstelling overleden. Vader staat alleen voor de opvoeding maar heeft wellicht steun gekregen van de benedenburen, smid Johannes Woldring en zijn vrouw Johanna Margaretha Kloosterhuis. Hulp van oudste dochter Attje zal van korte duur zijn geweest, want zij vestigt zich op 12 juli 1830 te Assen. Om een betrekking te aanvaarden als dienstmeisje? Hoe lang zij in Assen heeft gewoond is niet bekend, maar in 1835 verblijft zij in ieder geval weer in Groningen. Negentien jaar oud, ongehuwd en zonder beroep bevalt Attje van zoon Martinus. Nog geen twee maanden later geeft grootvader Hindrik Luitjes de Boer het overlijden aan van zijn kleinzoon. Deze gebeurtenis is beslissend voor haar verdere leven. |
|
Attje de Boer Min en dienstbode (1835-1840) [1] |
![]()
|
Na zijn benoeming tot
Gouverneur van Drenthe worden Daniël Jacob van
Ewijck en zijn gezin op 12 juni 1832 groots
ontvangen door de inwoners van Assen: "[...] Met
overleg van het achtbare Hoofd van het
Stedelijk-Bestuur, hadden zich een twintigtal
der goede burgers vereenigd, en hebben, als een
eerewacht te paard, zijne Excellentie een uur
afstands naar Assen geëscorteerd. De
Burgemeester en Wethouders hebben den Gouverneur
bij de aankomst in de gemeente, onder de
herhaalde vreugdekreten der bevolking, met eene
aanspraak begroet; door zes uitgekozene maagden
en hare gezellingen is den Gouverneur en zijne
familie de eerewijn aangeboden. De Schooljeugd
heeft, onder de leiding van den
achtingswaardigen Meester, bij eene eereboog den
lang verwachten met een toepasselijk lied
verrast, en onder eene ontzag verwekkende
menigte van aanschouwers al zingende naar het
hôtel vergezeld, alwaar eene andere eereboog
voor den ingang was geplaatst en de gehuldigde
en zijne familie door eenige jonge meisjes bij
de intrede met loveren zijn bestrooid. [...]"
[3] Het
gezin neemt zijn intrek in het Provinciaal
Hotel; in 1778 gebouwd als residentie voor de
Drost, voor en in de Franse tijd de hoogste
gezagsdrager in Drenthe. Drie jaar later valt een zwarte deken over het Provinciaal Hotel: Een half uur na de geboorte van dochter Johanna Albertina overlijdt Johanna Wijnanda Hermina Ram na een zware bevalling in het kraambed, 37 jaar jong in de bloei van haar leven. De gemoedstoestand van Van Ewijck laat zich gemakkelijk raden. In alle haast op maandagavond gekrabbeld briefje getuigt van veel onrust: "Waarde zwager. / Mijne lieve [Hanny?] / is heden avond laat bevallen van eene / dochter, doch niet gelukkig. Zij heeft / veel moeten doorstaan. Morgen verder. / ik kan nu niet langer. Wilt de / tijding voorloopig mededeelen aan de / Plompentoren." [4, 5] Hun dochter doorstaat de bevalling. Was Attje de Boer vanaf de geboorte de voedster van Johanna Albertina? Het verdriet van de kersverse vader was groot, zo blijkt uit een rouwbrief aan zijn nicht jonkvrouw Margaretha Cluijsenaar: "Het heeft Gode behaagd mij heden een hartgrie- / vend verlies te doen lijden. Mijne tedergeliefde Echtgenoote, / WIJNANDA HERMINA RAM, werd mij, weinige oogenblikken / na dat zij eene welgeschapen dochter had ter wereld gebragt, / door den dood ontnomen, in het 38ste jaar hares leven. Zij / was een sieraad harer sexe, door betrekkingen en vrienden / hartelijk bemind. Als echtgenoote was zij mij boven alles / dierbaar, en een der grootsten geschenken welke ik hier op / aarde uit de handen der Voorzienigheid mogt ontvangen. Bo- / venal was zij een tederhartige en verstandige moeder. Wat / ik dus met mijn zes kinderen in haar verlieze, laat zich / geredelijk beseffen. [...]" [4, 6] |
| Is Attje de Boer vlak na de
geboorte van Johanna Albertina van Ewijck - tien
dagen na de geboorte van zoon Martinus -
of twee maanden later na het overlijden van
Martinus als min in dienst getreden van de
familie Van Ewijck? De geboorte en het
overlijden van Martinus in Groningen pleiten
voor het laatste. Maar welke vrouw heeft de
verweesde gouverneursdochter in de
tussenliggende periode dan gevoed? Deze vragen
zullen wel nooit beantwoord worden. Vast staat
dat Attje in 1839 in dienst was als dienstbode
en deel uitmaakte van het gezin. Het nagelaten
portret (met pen en waterverf gemaakt) wijst op
een bijzondere plaats die zij in het gezin
innam. Want welke broodheer liet in die tijd
zijn personeel vereeuwigen? Wanneer Daniël Jacob van Ewijck op 1 januari 1840 als Gouverneur van Noord-Holland aantreedt, vertrekt Attje eveneens naar Haarlem. Met Johan Hendrik Floris, Gerard Eduard, Philippina Jacoba, Eliza Clara Jacoba, Catharina Maria Henriette, de vierjarige Johanna Albertina, en hun vader woont dienstbode Attje in een statig pand aan de Nieuwe Gracht. [7] Daar maakt zij kennis met haar toekomstige echtgenoot, de inwonende acht jaar jongere huisbediende Cornelis van Burkom. Attje, inmiddels 38 jaar oud, en Cornelis trouwen op 10 mei 1854 te Haarlem, of daarmee hun dienstverband is beëindigd is niet bekend. Anderhalf jaar later is dat zeker het geval wanneer Van Ewijck met drie dochters, waaronder de jongste Johanna Albertina, naar zijn geboortestad Utrecht verhuist. Van Ewijck wordt als Commissaris van de Koning per 1 oktober 1855 opgevolgd door Jhr. Mr. Willem Boreel. Als blijk van waardering benoemt Koning Willem III hem tot Minister van Staat. Drie jaar later overlijdt Daniël Jacob van Ewijck op 72-jarige leeftijd. Attje de Boer is twintig jaar bij hem in dienst geweest, vijf jaar in Assen en vijftien jaar in Haarlem. Ongewoon lang als je bedenkt dat dienstboden regelmatig van de ene naar de andere huishouding hopten en hun dienstverband in de regel eindigde wanneer zij in het huwelijk traden. Attje en Cornelis woonden tot aan hun dood in Haarlem, kinderen lieten zij niet na. |
Gezin Hindrik Luigins de Boer
| I. Hindrik Luigins de Boer, geboren te Groningen (buiten de Boteringepoort), gedoopt Groningen (Martinikerk) 8 april 1791, overleden Groningen (Gasthuis Nederduits Hervormde Diakonie) 5 februari 1854, kastelein, tapper, stalhouder en arbeider. Trouwde Groningen 26 maart 1815 Janthien Wolthers, geboren te Groningen (Nieuwe Ebbingestraat), gedoopt Groningen (Nieuwe- of Noorderkerk) 31 mei 1792, overleden Groningen 7 februari 1829. Dochter van Nanno Claassen Wolthers, uitmijner en marktmeester, en van Aaltje Roegholt (Engholt). |
| Uit dit huwelijk: |
| I.1 Attje de Boer, volgt II. |
| I.2 Egberdina de Boer, geboren Groningen 26 december 1816, overleden Groningen (Academisch Ziekenhuis) 27 februari 1896, naaister. Trouwde Groningen 2 mei 1841 Hendrik Hillebrands, geboren Assen 25 augustus 1812, overleden Groningen 4 maart 1877, bediende, postbode en opzichter. Zoon van Jannes Hillebrands, schoenmaker, en van Antje Jans. |
| I.3 Nanno Claassens de Boer, geboren Groningen 29 november 1818, overleden Groningen 12 april 1875, timmerman(sknecht). Trouwde Groningen 6 oktober 1844 Frouke Bronsdijk, geboren Groningen 12 maart 1821, overleden Groningen 18 augustus 1859. Dochter van Jan Dirks Bronsdijk, boerenknecht, boerenarbeider, verver(sknecht) en glazenmaker, en van Trientje (Jans) Bronsdijk, wollenaaister en koopvrouw. |
| Frouke Bronsdijk is een oudere zuster van mijn betovergrootmoeder Trientje Bronsdijk. |
| I.4 Luichien de Boer, geboren Groningen 14 augustus 1821, overleden Groningen 6 juni 1896, timmerman. Trouwde Groningen 18 augustus 1844 Jankelina Classen Backer, geboren Emden (Duitsland) 13 januari 1817, gedoopt Emden 16 januari 1817, overleden Groningen 14 april 1910, dienstmeid. Dochter van Claas Lammers Backer, stuurman, en van Lukje Janssen Altmans. |
| I.5 Jurjen de Boer, geboren Groningen 26 maart 1824, overleden Groningen 10 februari 1829. |
| I.6 Freke de Boer, geboren Groningen 29 mei 1828, overleden Rotterdam 9 januari 1887. Trouwde Groningen 3 oktober 1858 Marten Bakker, geboren Groningen 14 september 1830, overleden Rotterdam 25 februari 1893, timmerman(sknecht). Zoon van Willem Bakker, kantoorbediende, klerk en deurwaarder, en van Wipke Klein. |
| # # # # # |
| II. Attje Boer, geboren Groningen 31 augustus 1815, overleden Haarlem 23 februari 1889, min, dienstmeid en dienstbode in dienst van Daniël Jacob van Ewijck. |
| Ongehuwd moeder van: |
| II.1 Martinus de Boer, geboren Groningen 19 juni 1835, overleden Groningen 11 augustus 1835. |
| Trouwde Haarlem 10 mei 1854 Cornelis van Burkom, geboren Utrecht 28 maart 1823, overleden Haarlem 26 december 1888, (huis)bediende en bode in dienst van Daniël Jacob van Ewijck. Zoon van Frans van Burkom en van Gerritje van Cooten. |
| Uit dit huwelijk: geen nakomelingen. |
Gezin Daniël Jacob van Ewijck
| I. Daniël Jacob van Ewijck, heer van Oostbroek en de Bilt, geboren Utrecht 13 november 1786, gedoopt Utrecht (Jacobikerk) 19 november 1786, overleden Utrecht 15 december 1858, griffier Rechtbank van Eerste Aanleg te Utrecht, secretaris van curatoren universiteit Leiden, secretaris Ministerie Publiek onderwijs, Nationale Nijverheid en Koloniënen, administrateur Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen bij het Departement van Binnenlandse Zaken, Gouverneur provincie Drenthe (1832-1840), Gouverneur provincie Noord-Holland (1840-1850), Commissaris van de Koning provincie Noord-Holland (1850-1855) en Minister van Staat. Zoon van Floris Petrus van Ewijck, heer van Oostbroek en de Bilt, raad en schepen van Utrecht, en van Sara Maria de la Court. Ondertrouwde Utrecht 10 september 1820, trouwde Utrecht 21 september 1820 Johanna Wijnanda Hermina Ram, geboren Utrecht 27 maart 1798, gedoopt Utrecht (Domkerk) 4 april 1798, overleden Assen (kraambed) 29 juni 1835, begraven te Assen (Noorderbegraafplaats). Dochter van Philips Ram, burgemeester van Utrecht, en van Jacoba Aletta Francina Grothe. |
| Uit dit huwelijk: |
| I.1 Johan Hendrik Floris van Ewijck, heer van Oostbroek en de Bilt, geboren Den Haag 2 november 1821, overleden Maarssen 27 april 1885, advocaat te Utrecht en kantonrechter te Maarssen. Trouwde (1) Goes 19 mei 1848 Adriana Paulina van der Bilt, geboren Goes 13 juli 1823, overleden Maarssen 11 april 1860. Dochter van François Nicolaas van der Bilt, President Arrondissementsrechtbank te Goes, en van Geertruida Johanna van Hoorn. Trouwde (2) Utrecht 14 november 1867 Adolphine Johanna van Hoeij Schilthouwer, geboren Utrecht 21 januari 1838. Dochter van Adolph Johan van Hoeij Schilthouwer en van Johanna Jacoba Catharina Maria van der Cruisse. |
| I.2 Philippina Jacoba van Ewijck, geboren Brussel 6 februari 1823, overleden Den Haag 16 juli 1872. Trouwde Haarlem 19 juni 1845 Andreas Cornelis van Heusde, geboren Utrecht 21 maart 1816, overleden Utrecht 24 februari 1899, referendaris Ministerie Binnenlandse Zaken. Zoon van Philippus Willem van Heusde, filosoof, hoogleraar geschiedenis, oudheden, welsprekendheid en Grieks, en van Charlotte Maria Anne Pompeijra. |
| I.3 Eliza Clara Jacoba van Ewijck, geboren Den Haag 22 november 1824, overleden Utrecht 27 mei 1898, begraven te De Bilt. Nooit getrouwd. |
| I.4 Petrus Marinus van Ewijck, geboren Brussel 3 juni 1826, overleden Brussel 6 augustus 1827, begraven te St. Gilles (België). [8] |
| I.5 Catharina Maria Henrietta van Ewijck, geboren Brussel 23 oktober 1828, overleden Utrecht 5 november 1909, begraven te De Bilt. Nooit getrouwd. |
| I.6 Gerard Eduard van Ewijck, heer van Oostbroek en de Bilt, geboren Den Haag, 15 februari 1830, overleden Zeist 20 februari 1886, directeur levensverzekeringsbank Kosmos te Zeist. Trouwde Arnhem 11 april 1861 Charlotta Sara van Leeuwen, geboren Arnhem 31 juli 1835, overleden Zeist 6 december 1915. Dochter van Johannes Diderik van Leeuwen en van Johanna Elisabeth Antonia Visscher Bouricius. |
| I.7 Johanna Albertina van Ewijck, volgt II. |
| # # # # # |
| II. Johanna Albertina van Ewijck, geboren Assen (Hotel Provinciaal Gouvernement) 29 juni 1835, overleden Utrecht 24 mei 1898. Trouwde Utrecht 21 maart 1861 August Adriaan Henrij Besier, geboren Batavia 3 december 1827, overleden Utrecht 13 januari 1905, ambtenaar eerste klasse stedelijke secretarie te Utrecht. Zoon van Bernard Henrij Alexander Besier en van Louise Egbertine Aricie Cornets de Groot. |
| Uit dit huwelijk: |
| II.1 Louise Egbertina Aricie Besier, geboren Utrecht 9 mei 1862, overleden Utrecht 14 juli 1942, begraven te Bilthoven (Den en Rust). Nooit getrouwd. |
| II.2 Elise Clara Jacoba Besier, geboren Utrecht 8 augustus 1863, overleden Lugano (Italië) 5 oktober 1938, begraven te Bilthoven (Den en Rust). Nooit getrouwd. |
| II.3 Johanna Henriette Besier, geboren Utrecht 27 september 1865, overleden Amsterdam 7 februari 1944. Trouwde Utrecht 27 september 1894 Antonius Johannes Derkinderen, geboren Den Bosch 20 december 1859, overleden Amsterdam 2 november 1925, kunstschilder en directeur Rijksacademie te Amsterdam. Zoon van Antonius Henricus Derkinderen, goud- en zilversmid, en van Hendrica de Rooij. |
| II.4 Henrij Johan Besier, geboren Utrecht 17 april 1867, overleden Utrecht 24 september 1916, notaris te Utrecht. Trouwde Utrecht 25 mei 1892 Henriëtta Jacoba de Geer, geboren Amsterdam 20 december 1863, overleden Utrecht 8 juni 1933. Dochter van Egbert Lintelo de Geer en van Henriëtta Jacoba Blaauw. |
| Noorderbegraafplaats, Assen [9] |
![]() |
| Zij liet na haar man en zes
jonge kinderen, voor welke zij was de beste gade en braafste moeder. Doch wij weten, wanneer de hutte onzer aardschewoning gesloopt wordt, dat wij een gebouw bij God hebben, een huis, niet met handen gemaakt maar eeuwig in den Hemel. 2 Cor. V.1 |
|
2 Korinthiërs 5:1. Want wij weten, dat, zo ons aardse huis dezes tabernakels gebroken wordt, wij een gebouw van God hebben, een huis niet met handen gemaakt, maar eeuwig in de hemelen. (Statenvertaling) |
| Zucht van verlichting bij het aantreden van Daniël Jacob van Ewijck als gouverneur van Drenthe |
| Geliefd was de voorganger van Van Ewijck niet. In stevige woorden uitte verslaggever Q.Q. zijn kritiek: "[...] alles droeg de duidelijkste blijken van vreugde over de benoeming van den heer van Ewijck, in plaats van den heer M.r P. Hofstede, vermits nu het uitzigt is geopend, dat de provincie met eene mildere hand, zonder aanzien van persoon, en zonder het gehaatte nepotisme [vriendjespolitiek], tot genoegen der ingezetenen zal worden bestuurd. [...]" En als aanmerking op zijn verslag: "[...] De heer van Ewijck is een man, wiens bekwaamheden en goede hoedanigheden het gunstigste doen voorspellen voor het gewest dat aan zijn bestuur wordt toevertrouwd, en wiens karakter daarenboven ver verheven wordt geacht boven het gebrek dat aan zijn voorganger hier wordt verweten; [...]" [3] |
| Vertrek uit Drenthe betreurd |
| Het in hem gewekte vertrouwen heeft Van Ewijck niet
beschaamd. Met spijt kondigt de
Leeuwarder Courant zijn
vertrek aan: "Uit Assen wordt het volgende
gemeld: Met algemeen leedwezen verneemt men hier
het besluit van Z. M. onzen geëerbiedigden
Koning, waarbij, zoo als in onze vorige gemeld
werd, in plaats van den Staatsraad J. M. baron
van Tuijll van Serooskerken, die op zijn daartoe
gedaan verzoek eervol is ontslagen, tot
Gouverneur der provincie Holland (noordelijk
gedeelte) is benoemd de heer mr. D. J. van
Ewijck, Gouverneur der provincie Drenthe. Met
leede oogen ziet men door ’s Konings voorzeker
wijze beschikking voor een ruimer en werkzamer
werkkring en hoogere belangen van het dierbaar
Vaderland van hier vertrekken den man, waaraan
Drenthe reeds zoo veel te danken heeft en van
welken het nog zoo veel verwachten mogt. Moet
dus dit besluit van Z. M. voor de provincie
Holland als belangrijk en gewigtig worden
beschouwd, onze provincie lijdt daardoor een
groot verlies. Op Dingsdag den 31 December heeft
de heer van Ewijck voor het laatst de
vergadering van Heeren Gedeputeerde Staten van deze provincie gepresideerd, en reeds den 2 Januarij is Z. Exc. van hier vertrokken, ten einde de betrekking van Gouverneur der provincie Noord - Holland te aanvaarden, na op gisteren eene audientie te hebben verleend, welke druk en algemeen bezocht is geworden. De heer mr. G. Fos, lid van het Collegie van Gedeputeerde Staten, zal ad interim als Gouverneur dezer provincie fungeren." [10] Van Ewijck werd opgevolgd door Johan Derck graaf van Rechteren. |
![]() |
| Gezien vanaf de Brink te
Assen: het voormalige Drostenhuis / Provinciaal
Hotel van het Provinciaal Gouvernement van
Drenthe, woonhuis van de familie Van Ewijck en
hun personeel. Behoort met het voormalige in
neogotische stijl gebouwde Provinciehuis /
Gouvernementsgebouw (links op de foto), de
Abdijkerk en het Ontvangershuis tot het Drents
Museum. Copyright © Henk Werk, Assen 2010. |
| Daniël Jacob van Ewijck, actieve gouverneur op het gebied van landbouw en waterstaat |
| Als gouverneur van Drenthe zette hij zich in voor de aanleg van kanalen [Noord-Willemskanaal, Oranjekanaal, Hoogeveense Vaart], in dezelfde functie in Noord-Holland maakte hij zich sterk voor de inpoldering van de Anna Paulownapolder, ingedijkt in 1845. De eerst bewoonde kern Van Ewijcksluis is naar hem genoemd. [11] |
| Promoties aan Universiteit Utrecht |
| 13 februari 1810, faculteit
letteren en wijsbegeerte. Titel proefschrift: De
Comparata cognitionis in mathesi et in
philosophia indole. 18 augustus 1810, faculteit rechtsgeleerdheid. Titel proefschrift: Quaestiones juridicae inaugurales. [12] |
| Nationale Militie |
| Kocht de militaire dienst af
met een vervanger (remplaçant). Sloot daartoe op
19 januari 1814 te Utrecht een contract met Christoffel Wintershoven, tuinman van beroep. De
gecontacteerde kreeg in één keer 50 gulden, zijn
huisvrouw Johanna van Oostrum gedurende drie
opeenvolgende jaren drie gulden per week. Vlot van betalen was Daniël Jacob van Ewijck kennelijk niet gezien de aanmaning verstuurd door het "bestuur der registratie en van de domeinen": "Gy wordt verzocht om u, binnen agt dagen, te / vervoegen ten Bureele van Utrecht tot / voldoening van 59 Guld 14 Stuiver 5 Penn: / als te weinig gepersipieerd [ontvangen] op / de Acte van Remplacement / Gepasseerd voor den Notaris Van / Ommeren den 19 Januarij 1814 / De tegenwoordige waarschuwing is afgegeven / tot voorkoming der kosten van vervolging, den 12 Mei / 1814." [13] |
| Koninklijke onderscheidingen |
| Benoemd tot "Ridder der Orde
van den Nederlandschen Leeuw" bij besluit van 4
oktober 1825. Benoemd tot "Kommandeur der Orde van den Nederlandschen Leeuw" bij besluit van 28 november 1840 No. 8. Benoemd tot "Grand Officier de l'Ordre de la Légion d'honneur" bij besluit van 10 juni 1841. Koning Willem II verleent bij besluit van 13 juli 1841 No. 250 toestemming tot het aannemen en dragen van de versierselen van Groot Officier van het Legioen van Eer. Opgericht door Napoleon Bonaparte, hoogste en belangrijkste Franse onderscheiding. Koning Willem III, in zijn hoedanigheid als Groothertog van het Groothertogdom Luxemburg, benoemt Le Sieur D. J. van Ewijck tot "Chevalier Grand-Croix de Notre Ordre de la Couronne de Chêne", Amsterdam 4 mei 1851. [Ridder Grootkruis Orde van de Eikenkroon] [14] |
Noten en bronnen
| [1] | Beeldbank Noord-Hollands Archief, Portretten Provinciale Atlas. Atje de Boer: echtgenote van Cornelis van Burkom, min van Joh. Alb. van Ewijck, dienstbode bij D.J. van Ewijck te Haarlem. Auteur: onbekend. Techniek en afmeting: tekening, potlood en waterverf, 198 x 159 mm². Datering: onbekend [geschat: 1835-1840]. |
| [2] | Beeldbank Noord-Hollands Archief, Portretten Provinciale Atlas. Dr. mr. D.J. van Ewijck van Oostbroek en de Bilt, Gouverneur, later Commissaris van de Koning van Noord-Holland. Auteur: l.o: P.W. van de Weyer, steendrukker: r.o: A. van Groeneveld, fecit. Techniek en afmeting: litho, 110 x 90 mm². Datering: 1857. |
| [3] | Noord-Hollands Archief, Haarlem. Toegangsnummer: 550. Archieftitel: Ewijck, van. Inventarisnummer: 28, Extracten uit de registers van de burgerlijke stand betreffende het huwelijk van Daniel Jacob van Ewijck en Johanna Wijnanda Hermina Ram, en de geboorten van hun kinderen, 19e eeuw. Krantenknipsel, krant en datum onbekend. |
| [4] | Noord-Hollands Archief, Haarlem. Toegangsnummer: 550. Archieftitel: Ewijck, van. Inventarisnummer: 29, Ingekomen condoleancebrieven bij het overlijden van Johanna Wijnanda Hermina Ram en Daniel Jacob van Ewijck, 1835, 1858. |
| [5] | "Plompentoren" duidt er op dat het briefje naar een in Utrecht wonende zwager is gestuurd. De familie Van Ewijck woonde aldaar aan de Nieuwe Gracht nabij de Plompetoren. |
| [6] | Margaretha Cluijsenaar, ongehuwd, op 70-jarige leeftijd overleden te Zuilen op 21 juni 1839, dochter van Joachim Dirk Cluijsenaar en Catharina Louisa Craeijvanger. |
| [7] | Haarlem, Wijk 6, Nieuwe Gracht 251 (zuidzijde, tussen
de Jansstraat en Kinderhuisvest). Noord-Hollands Archief, Haarlem, Vernummeringslijst 1877: nieuw huisnummer 5. |
| [8] | Noord-Hollands Archief, Haarlem. Toegangsnummer: 550.
Archieftitel: Ewijck, van. Inventarisnummer: 28, Extracten uit de
registers van de burgerlijke stand betreffende het huwelijk van Daniel
Jacob van Ewijck en Johanna Wijnanda Hermina Ram, en de geboorten van
hun kinderen, 19e eeuw. De kerkmeester van de Nederduits Protestantse Kerk te Brussel heeft ontvangen 15 gulden van Daniël Jacob van Ewijck ter verzekering van een graf (met een zerk) of grafsteen "voerende het onderstaande Opschrift, in Capitale letters gegraveerd: en wil op de begraafplaats toegestaan aan bovengenoemde Gemeente te St. Gilles. VAN EWIJCK" Brussel, 10 augustus 1827. |
| [9] | Graftombe, het grafstenenproject. |
| [10] | Digitaal Archief Leeuwarder Courant, Leeuwarder Courant, dinsdag 7 januari 1840. |
| [11] | Dr. Mr. D.J. van Ewijck van Oostbroek van de Bilt, Parlement & Politiek. |
| [12] | Gepromoveerden Universiteit Utrecht, Digitaal Album Promotorum, samengesteld en onderhouden door Universiteitsbibliotheek Utrecht. |
| [13] | Noord-Hollands Archief, Haarlem. Toegangsnummer: 550. Archieftitel: Ewijck, van. Inventarisnummer: 24, Stukken betreffende het stellen van Christoffel Wintershoven als remplaçant voor Daniel Jacob van Ewijck voor de nationale militie, 1814. |
| [14] | Noord-Hollands Archief, Haarlem. Toegangsnummer: 550. Archieftitel: Ewijck, van. Inventarisnummer: 26, Stukken betreffende aan Daniel Jacob van Ewijck verleende ridderorden, 1825-1851. |
Overige bronnen
| Nederland's Patriciaat (het blauwe boekje), 1910-1997, op één Dvd, CBG & Stichting Historic Future, 2009. |
| Ewijck (van Oostbroek van den Bilt), Daniël Jacob van, Encyclopedie Drenthe Online. |
| Snel zoeken naar uw voorouders: Genlias |
| Groninger Archieven, Drents Archief, Noord-Hollands Archief, Het Utrechts Archief, Gemeentearchief Den Haag en Het Archief van de Stad Brussel: bevolkingsregister en akten uit de burgerlijke stand. |
| Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus. |
Nieuwe pagina: 23 april 2010. Voor het laatst bijgewerkt: 23 april 2010.
Copyright © Henk Werk Met uitzondering van genealogische data is gehele of gedeeltelijke overname alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.