HOME

GERRIT HENDRIKS

Ploeterend in zand en klei

Geboren te Arnhem vestigt de 29-jarige vrijgezel Gerrit Hendriks zich 4 november 1864 in Nieuwendam, een dorp aan de Zuiderzee vlak boven Amsterdam. Hij trekt in bij het gezin van visserman Hendrik Gerrits Botter en zijn vrouw Iefke Sjoerds Huizenga, die eind 1861 aldaar een huis betrekken aan de Zeedijk. Het gezin bestaat verder uit dochter Franciska [Sietske] Botter en neef Gerrit Floris Botter, evenals zijn oom geboren op Schokland. Een maand later geeft heel- en vroedmeester Adolf Rigardus Mulder de geboorte aan van Theodora, dochter van Sietske Botter en geboren "in het huis staande te Nieuwendam nummer vier". Amper twee weken later trouwt Sietske met de vijf jaar oudere Gerrit, waarbij dochter Theodora door hen wordt erkend en gewettigd. Binnen een half jaar verhuist het pasgehuwde stel naar Beverwijk. Niet geheel toevallig waarschijnlijk wordt in 1865 ook de eerste spade in de grond gestoken voor de aanleg van de door de Amsterdamse kooplieden zo gewenste Noordzeekanaal. Wanneer koning Willem III 1 november 1876 het Noordzeekanaal officieel openstelt en de nieuwe Noordzeehaven de naam IJ-Muiden geeft, woont het tot zeven koppen uitgegroeide gezin inmiddels in Polder II van het westelijk IJ, dat onder de gemeente Haarlemmerliede en Spaarnwoude valt. Voor het einde van dat jaar vestigen Gerrit, Sietske en hun kinderen Theodora, Gerrit, Eva, Jeanetta en Johannes zich (opnieuw) te Assensdelft en via Sloten strijken zij omstreeks 1883 neer in Amsterdam. Zo'n twintig jaar lang trok Gerrit met zijn gezin een spoor in het gebied dat ooit werd gedomineerd door duingebied De Breesaap, het Wijkermeer, het Houtrak en het IJ. Ongetwijfeld heeft Gerrit in die periode onmetelijke hoeveelheden zand en klei op de schop gehad.

 
 
Niet zo'n boude uitspraak, dat van het zand en de klei, gezien het spoor dat Gerrit Hendriks achterliet als kanaal- en polderwerker. Zo is zijn oudste zoon Hendricus in 1866 geboren te Beverwijk in een huis staande aan de Meerstraat, op een steenworpafstand van het Wijkermeer dat droog gelegd zou worden, en is zijn tweede zoon Gerrit in 1867 op dat meer op een ark geboren. Wanneer Gerrit zoon Gerrit aangeeft laat hij de ambtenaar van de burgerlijke stand van Velsen weten kanaalwerker te zijn. Zes jaar na de eerste spade komt dochter Eva in 1871 ter wereld in de Breesaap. Dit duingebied, doorklieft door het Noordzeekanaal, was in 1851 met een vooruitziende blik gekocht door Bik en zijn zwager Arnold, die uiteindelijk de zoete vruchten zouden plukken van de verkoop daarvan aan de Amsterdamsche Kanaal-Maatschappij.
 
Vanaf de twee kleinste sluizen uitkijkend op de monding van het Noordzeekanaal. Links van het hoge terminalgebouw ligt afgemeerd een ferry van DFDS Seaways. Rechts van het midden het semafoor met links daarvan de kleine vuurtoren. Uiterst rechts in het midden het Forteiland. Rechts op de voorgrond de aanlegsteiger voor de loodsboten. Copyright Henk Werk, 2006.
Ten zuiden van de kanaalput ontstaat uit het niet De Heide - het huidige IJmuiden-Oost, een woonkern waar uiteindelijk de meeste kanaalwerkers komen te wonen. Om de kinderen van het 'het schuim der natie' waarden en normen bij te brengen komt er zelfs een christelijk schooltje met aan het hoofd Abraham Meijer. 'Broekie' Pieter Vermeulen, die in 1866 in Haarlem zijn hoofdakte had gehaald, volgt hem op en zou tot aan zijn pensionering in 1913 schoolhoofd blijven. Tussen deze verzameling van houten huisjes baart Sietske eind 1872 een dochter, die door kanaalwerker Gerrit als Jeanetta wordt aangegeven. Sietske en Gerrit Hendriks wonen maar kort met hun kinderen Doortje [Theodora], Gerrit, Jeanetta en Eva op De Heide, want binnen twee jaar verhuizen zij naar het bij Haarlemmerliede en Spaarnwoude behorende Ruigoord. Gerrit laat zich in Haarlemmerliede en Spaarnwoude inschrijven als polderwerker. Zieska [Sietske] heeft geen beroep, maar zal haar handen vol hebben gehad aan het huishouden. Wanneer hun gezin in 1875 wordt uitgebreid met zoon Johannes wonen zij inmiddels in Polder II van het westelijk IJ, eveneens behorend tot het grondgebied van deze gemeente. Gerrit Hendriks, bijgegestaan door twee veldwachters, noemt zich bij de geboorteaangifte polderwerker en zal ongetwijfeld hebben gewerkt aan de inpoldering van het Houtrak en het IJ. Via Assendelft en Sloten, waar in 1880 zoon Petrus is geboren, eindigt hun trektocht omstreeks 1883 in Amsterdam. Daar komen we Gerrit Hendriks in 1884 voor het laatst als polderwerker in het bevolkingsregister tegen.
 
Van de onderkomens van de kanaalwerkers moeten we ons niet te veel voorstellen. Aanvankelijk worden vrijgezellen ingehuurd voor het zware werk, zij hokken zonder enige privacy samen in houten keten die geregeerd worden door de keetbaas en zijn vrouw. De gezinnen wonen in hutten opgebouwd uit sparren, leem en stro, of graven simpelweg een gat in het duinzand. Afgedekt met takken en de gaten afdichtend met stro en modder bouwen zij op die manier een hol.
Ik heb de (barre) woonomstandigheden van de kanaalwerkers en hun gezinnen slechts aangestipt. Mocht U genteresseerd zijn geraakt en meer hierover willen lezen, kan ik U de volgende twee boeken van harte aanbevelen:
Conny Braam, De woede van Abraham, J.M. Meulenhoff, Amsterdam 2000. Historische roman waarin pachtboer Nicolas Abraham, zijn vrouw Julia en hun dochter Lena hun bestaan in De Breesaap op moeten geven als gevolg van het graven van het Noordzeekanaal. Gebaseerd op uitgebreid speurwerk in archieven.
Theun de Vries, Dick Schaap en Siebe Rolle, eene plaats van grooten omvang, 1876 - 1967 honderd jaar ijmuiden en het noordzeekanaal, Vermande zonen bv, IJmuiden 1976. Aanbevolen hoofdstuk: mensen en modder, het verhaal van de polderwerker 1865-1876.
 
Ruigoord: "Culturele Vrijhaven", kunstenaarskolonie in de Houtrakpolder (maart 2006). Tot 1873 was Ruigoord een 68 hectare groot eiland in het Houtrak. Het dorp is omstreeks 1875 gesticht en zou het laatste kwart van de twintigste eeuw met de grond gelijk gemaakt worden ten behoeve van industrievestiging. In 1973 nieuw leven ingeblazen door hippies en kunstenaars, die de nog overgebleven panden kraakten. Pleegden tot het bittere einde tevergeefs verzet tegen de aanleg van de Afrikahaven. Ruigoord maakt deel uit van de gemeente Amsterdam, behoorde tot en met 1996 bij de gemeente Spaarnwoude en Haarlemmerliede. In 1874 woonplaats van polderwerker Gerrit Hendriks en zijn gezin. Foto midden: Vanuit Ruigoord zicht op containerkranen Afrikahaven. Copyright Henk Werk, 2006.

Een nieuw leven. Er verandert nogal wat in het leven van Gerrit Hendriks. Dochter Trientje overlijdt n jaar en drie maanden oud. Binnen een jaar daarna verliest Gerrit zowel zijn vrouw als zijn twaalfjarige dochter Jeanetta. Spoedig zou Gerrit hertrouwen en wel met weduwe Antje Bronsdijk, de jongste zus van mijn betovergrootmoeder Trientje Bronsdijk. Na een kort verblijf te Groningen keert Antje, samen met dochter Christina Winkel en buiten echt geboren zoon Lambertus Bronsdijk, weer terug in Amsterdam. Vier maanden later trouwt Gerrit, werkman en 50 jaar oud, met de zes jaar jongere werkster Antje. Een van de getuigen is Antje's oudste zoon Jan Derk Winkel, die als marinier aan de kost komt.

Het zal voor Gerrit een hele overgang zijn geweest van de weidse blik over water en polderlandschap - hoewel hij weinig oog gehad zal hebben voor de natuur - naar een dichtbevolkte stad, waar het gezin Hendriks wisselend op de oostelijke eilanden Kattenburg en Oostenburg en in de Dapperbuurt woont. Ongetwijfeld zal Gerrit als ongeschoold arbeider zijn kostje vijftien jaar lang op de nabij gelegen scheepswerven bij elkaar hebben gescharreld. Wat bewoog de 63 jaar oude werkman echter begin 1899 naar Liblar in Duitsland te gaan? Zo ver van huis op zoek naar werk? Dat moet toch een andere reden hebben gehad. Onderweg richting Keulen op familiebezoek geweest in zijn geboortestad Arnhem? Het blijft gissen. Het afscheid van Amsterdam is definitief, want na een verblijf van vier jaar wordt Gerrit 2 januari 1903 dood gevonden in de buurt van Liblar. Jan Derk Winkel, rijksgepensioneerd, en zijn moeder Antje Bronsdijk, die haar echtgenoot bijna twee jaar na zijn vertrek naar Duitsland achterna reist, zijn dan alweer lang en breed in Amsterdam op Kattenburg terug. Kort na hun terugkeer komen ook zoon Lambertus Bronsdijk en stiefzoon Petrus Hendriks, beiden werkman, terug uit Duitsland. Enkel vergezeld door zoon Lambertus verhuist Antje, 62 jaar oud, naar de Jordaan. Twee maanden nadat Antje uit het stedelijk armenhuis ("gesticht" 7/147) is ontslagen, waarin zij ruim een jaar lang is verpleegd, overlijdt mijn bet-overgroottante 2 januari 1912 op 71-jarige leeftijd.

Liblar is met ruim 13.000 inwoners (2005) de grootste van de uit veertien kernen bestaande gemeente Erft-Stadt en ligt ten zuidwesten van Keulen aan de spoorlijn Keulen-Trier. De treinreis naar Keulen duurt vijftien minuten. Reeds omstreeks 1730 verdienden vele gezinnen een boterham in de vele kleine particuliere bruinkoolgroeven. Sedert einde van de negentiende eeuw werden de groeven industrieel afgegraven en werd bruinkool tot briketten geperst. Liblar kende drie bruinkoolgroeven: "Concordia Sd", "Donatus" en "Liblar". Met het sluiten van de laatste in 1961 kwam een eind aan de bruinkooldelving in Liblar. Met het grootschalig industrieel afgraven kwam ook de vraag naar meer arbeidskrachten, die van buiten Liblar werden aangetrokken. Behoorde Gerrit Hendriks ook daartoe?

Genealogie Hendriks (fragment)

I. Gerardus Hendriks, geboren Arnhem 1799, overleden Arnhem 15 mei 1854, arbeider, dagloner en metselaarsknecht. Zoon van Wilhelmus Hendriks en Wilhelmina Hopbergen. Trouwde Arnhem 8 december 1825 Theodora van Doorn, geboren Arnhem 1796, overleden Arnhem 19 januari 1863, arbeidster. Dochter van Petrus van Doorn en Geertruida Bernts.
Uit dit huwelijk:
I.1 Jeanette Hendriks, geboren Arnhem 1826. Trouwde Rilland en Maire 27 juni 1857 Adrianus Proost, geboren Den Helder 1825 (ca.). Zoon van Jan Proost en Johanna Elisabeth Huijsen.
I.2 Gerrit Hendriks, geboren Arnhem 1828, overleden Arnhem 8 januari 1830.
I.3 Geertruida Hendriks, geboren Arnhem 1831, overleden Arnhem 13 februari 1887, zonder beroep. Trouwde Arnhem 12 oktober 1859 Gerardus Lucassen, geboren Arnhem 1832, overleden Arnhem 31 oktober 1910, arbeider. Zoon van Gradus Lucassen en Johanna van Brandenburg.
I.4 Willemina Hendriks, geboren Arnhem 4 oktober 1833, overleden Arnhem 5 oktober 1833.
I.5 Gerrit Hendriks, volgt II.
# # # # #
II. Gerrit Hendriks, geboren Arnhem 29 mei 1835, overleden Liblar (Duitsland) 2 januari 1903 (doodgevonden), arbeider, kanaalwerker, polderwerker en werkman. Trouwde (1) Nieuwendam 18 december 1864 Sietske Botter, geboren Workum 19 augustus 1840, overleden Amsterdam 16 februari 1885, zonder beroep. Dochter van Hendrik Gerrits Botter en Iefke Sjoerds Huizenga.
Erkend en gewettigd bij huwelijk:
II.1 Theodora Hendriks, geboren Nieuwendam 2 december 1864, overleden Amsterdam vr 1890. Trouwde Amsterdam 26 maart 1884 Franciscus de Moor, geboren Woensdrecht 8 oktober 1859, overleden Amsterdam 28 maart 1946, werkman, grondwerker. Zoon van Jacobus de Moor en Elisabeth van der Linden.
Uit dit huwelijk:
II.2 Hendricus Hendriks, geboren Beverwijk 18 augustus 1866, overleden Velsen 14 december 1866.
II.3 Gerrit Hendriks, geboren Velsen (ark Wijkermeer) 16 december 1867, overleden Amsterdam 20 augustus 1898, schippersknecht, vrijwilliger Rijks Zeemacht, koksmaat bij de marine. Trouwde Den Helder 21 januari 1892 Cornelia Maria Pooters, zonder beroep, geboren Amsterdam 1872, overleden Amsterdam 25 februari 1960. Dochter van Martinus Pooters, werkman, en Alida Antoinetta Rooth.
II.4 Eva Hendriks, geboren Velsen (Breesaap) 12 maart 1871. overleden Haarlem 1 februari 1945. Trouwde Haarlem 11 mei 1898 Johannes Cornelis Roest, geboren Haarlem 9 april 1872, overleden Haarlem 4 januari 1954, (los) werkman. Zoon van Cornelis Roest, schoenmaker, en Anna Maria Souwer.
II.5 Jeanetta Hendriks, geboren Velsen (De Heide) 16 december 1872, overleden Amsterdam 20 januari 1885.
II.6 Johannes Hendriks, geboren Haarlemmerliede en Spaarnwoude (Polder II van het westelijk IJ) 31 juli 1875, overleden Amsterdam 8 augustus 1921, militair (tekende Amsterdam 21 maart 1895 tegen ƒ 300,- handgeld een contract voor zes jaar als soldaat bij het Koninklijk Nederlandsch Indisch Leger), smid, (los) werkman, grondwerker en zeevarende. Trouwde Haarlem 17 juni 1903 Jantje van der Linde, geboren Nieuweschans 14 september 1854, overleed Amsterdam 2 januari 1924, weduwe van Dingenum van Gaveren. Dochter van Johannes Tobias van der Linde en Johanna Witters.
Johannes Hendriks trouwde de schoonmoeder van broer Petrus Hendriks!
II.7 Petrus Hendriks, geboren Sloten 26 mei 1880, overleden Amsterdam 21 juli 1931, smid, werkman. Trouwde Amsterdam 21 december 1904 Jodoca van Gaveren, zonder beroep, geboren Amsterdam 2 juli 1885, overleden Amsterdam 22 januari 1958. Dochter van Dingenum van Gaveren en Jantje van der Linde.
II.8 Trientje Hendriks, geboren Amsterdam 31 mei 1883, overleden Amsterdam 7 september 1884.
Trouwde (2) Amsterdam 4 november 1885 Antje Bronsdijk, geboren Groningen 14 december 1840, overleden Amsterdam 2 januari 1912, koopvrouw en werkster, weduwe van Hinderk Winkel. Dochter van Jan Dirks Bronsdijk en Trientje (Jans) Barendorp.
Uit dit huwelijk:
Geen nakomelingen.

Geraadpleegd naast de reeds genoemde bronnen
Frank van den Hoven, De Topografische Gids van Nederland, Ruigoord NH, p. 578-579, Filatop, Amersfoort 1997.
Stadt Erfstadt - Liblar (Duitsland). Geraadpleegd maart 2006. Koppeling is verouderd.
Liblar - Braunkohle (Wikipedia). Geraadpleegd op 8 oktober 2017.

Heeft U vragen? Mist U informatie of heeft U tips? Deponeer ze in mijn elektronische brievenbus.

Nieuwe pagina: 1 april 2006. Voor het laatst bijgewerkt 8 oktober 2017.

Copyright Henk Werk Overname van afbeeldingen en gehele of gedeeltelijke overname van artikelen is alleen toegestaan na schriftelijke toestemming.